Rapport van de Commissie Economische Deskundigen met het commentaar van de raad
november 1971
Zie ook Advies 1971/14, Tweede interimadvies inzake het loon- en prijsbeleid als instrument van conjunctuurbeheersing.
Hierin werd geopperd over de sociaal-economische situatie te doen rapporteren door een speciale commissie, bestaande uit kroonleden.
Wat de ontwikkelingen in het buitenland betreft constateert de commissie nog altijd omvangrijke wereldhandel, echter gehinderd door bijv. Amerikaanse invoermaatregel en het zwevend worden van diverse valuta’s, met name de dollar.
Een lichtpunt hierbij is dat 'de olieprijzen niet langer sterk oplopen en de vrachttarieven dalen'. Binnenlands valt op, een duidelijke overschrijding van het gerealiseerde reële loon vergeleken met de reële mogelijkheden, ondanks afzwakking van de conjunctuur en de minder gespannen arbeidsmarkt.
Voorts een afnemend rendement op geïnvesteerd kapitaal in vrijwel elke sector. Bepleit wordt het terugdringen van de nominale loonstijging ter verbetering van de winstpositie van het bedrijfsleven. Voornaamste aanbeveling ter doorbreking van de 'eigen motoriek' van de loon- en prijsspiraal, is ten opzichte van 1971 de stijging van de loonsom per werknemer gedurende drie jaar telkens met twee punten te verlagen. Hierdoor zou men na 4 jaar weer een nominale loonontwikkeling van 8% per jaar kunnen realiseren met een daarbij behorende prijsstijging van 3 à 4%.
Hiertoe is nodig een veel meer efficiënte verticale en horizontale organisatiestructuur van werknemers en werkgevers. Het commentaar van de raad is goedkeurend.