Het gaat om zowel de curatieve zorg (die wordt gefinancierd uit de Zorgverzekeringswet) als de langdurige zorg (die uit de AWBZ wordt betaald). Daarnaast zijn er nog de zorg- en welzijnsvoorzieningen van gemeenten die uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) worden betaald.
Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft 13 juli 2011 om het advies gevraagd. Zij vroeg de SER om in het voorjaar van 2013 advies uit te brengen over de toekomstbestendigheid van de gezondheidszorg.
Aanleiding zijn de stijgende uitgaven voor de zorg. Hierdoor komen de toegang en kwaliteit van de zorg onder druk te staan. De uitgavengroei zorgt ook voor hogere lasten voor huishoudens en werkgevers. Dit kan de economie en werkgelegenheid schaden.
| Zorguitgaven in 2010 |
Miljarden euro’s |
Totaal |
| Ziekenhuizen, specialistenpraktijken |
22,4 |
|
| Geestelijke gezondheidszorg |
5,4 |
|
| Huisartsen, tandartsen, paramedische zorg |
7,4 |
|
| Geneesmiddelen, hulpmiddelen |
9,1 |
|
| Overige curatieve zorg |
6,6 |
|
| Curatieve zorg totaal |
|
50,9 |
| Ouderenzorg |
16,0 |
|
| Gehandicaptenzorg |
7,9 |
|
| Langdurige zorg totaal |
|
23,9 |
| Beleid en beheer |
|
3,0 |
| Totaal |
|
77,8 |
(bron: CPB,
Trends in gezondheid en zorg, 2011)
Het totaalbedrag van 77,8 is 13,2 procent van het bedrag dat we met z’n allen verdienen in Nederland, het zogenaamde bruto binnenlands product (bbp).
| Verdeling van de zorguitgaven in miljarden euro’s in 2010 |
| Overheid |
7,7 |
| AWBZ |
22,6 |
| Zorgverzekeringswet (Zvw) |
33,8 |
| Eigen bijdragen AWBZ |
1,6 |
| Eigen risico Zvw |
1,3 |
| Aanvullende verzekeringen |
3,6 |
| Overige betalingen (huishoudens) |
4,2 |
| Overige sectoren |
3,0 |
| Totaal |
77,8 |
(bron: CPB,
Trends in gezondheid en zorg, 2011)
Wij geven steeds meer uit aan zorg. In 1970 waren de collectieve zorguitgaven 3 procent van het nationaal inkomen (bbp). Nu is dat ongeveer 10 procent. Afhankelijk van de verwachte groei kan dat in 2040 oplopen tot 20 procent van ons nationaal inkomen.
| De collectieve zorguitgaven als percentage van het bbp 1970-2040 |
 |
(bron: ministerie van VWS,
Betaalbaarheid van de gezondheidszorg, 2012)
Een steeds groter deel van wat wij betalen aan belastingen en premies wordt uitgegeven aan de zorg. In het verleden hebben we dit voor een groot deel van de zorgstijging betaald door minder uit te geven aan de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de WAO).
| Aandeel van de zorg in de overheidsuitgaven |
 |
(bron: ministerie van VWS,
Betaalbaarheid van de gezondheidszorg, 2012)
Gemiddeld betaalt een volwassene nu 4826 euro per jaar aan de zorg. Mensen met een hoog inkomen betalen meer, mensen met een laag inkomen minder. Als de zorguitgaven stijgen, zal het bedrag dat je betaalt voor de zorg ook hoger worden. We betalen de zorg immers met zijn allen (collectief).
| Zorgkosten tweeverdieners |
 |
(bron: ministerie van VWS,
Betaalbaarheid van de gezondheidszorg, 2012)
Minister Schippers vroeg de SER advies uit te brengen over hoe het groeitempo van de collectieve uitgaven in de zorg verlaagd kan worden en structureel te beheersen is. Welke rol kunnen sociale partners daarbij vervullen? Eveneens wilde de bewindsvrouw aandacht voor de inrichting, ordening en financiering van zorg, daarbij rekening houdend met de betaalbaarheid, toegankelijkheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg. Ook wilde de minister inzicht in de mogelijkheden van burgers om pensioeninkomen en vermogen in te zetten voor zorgarrangementen. Ten slotte vroeg de minister advies over de dreigende personeelstekorten in de zorgsector op de lange termijn en de mogelijke gevolgen daarvan voor andere sectoren.
Het advies is voorbereid door de SER-commissie Sociale Zekerheid en Gezondheidszorg, onder voorzitterschap van het kroonlid Jet Bussemaker. In deze commissie zitten vertegenwoordigers van werknemers en ondernemers en onafhankelijke deskundigen. De patiëntenfederatie NPCF is adviserend lid.
Ja, de SER heeft ook personen en organisaties die niet in de SER zitten, betrokken bij de adviesvoorbereiding. De commissie van voorbereiding heeft expertmeetings en hoorzittingen georganiseerd voor de organisaties en professionals uit het zorgveld. Daarnaast heeft de commissie een online-consultatie opgezet waarop iedereen (organisaties, professionals en burgers) kon reageren. Op deze online-consultatie zijn bijna 400 reacties binnengekomen.
De SER komt versneld met een tussentijds advies op hoofdlijnen, met het oog op de kabinetsformatie en het opstellen van een regeerakkoord. Het is op 19 oktober 2012 vastgesteld door de raad. Voorjaar 2013 brengt de SER een uitgebreider vervolgadvies uit.
Het tussentijdse advies stelt dat de AWBZ zich moet beperken tot de kosten van zorg. Mensen moeten de kosten van wonen en verblijf zoveel mogelijk zelf dragen, ook als zij in een instelling wonen. Dan kunnen zij kiezen voor voorzieningen die het beste bij de eigen voorkeuren passen.
Voor gehandicapten en mensen met chronische psychische stoornissen moet er een collectieve verzekering blijven. Zij hebben een zware zorgbehoefte: zij hebben (bijna) een leven lang zorg, vaak in een instelling, nodig; hun zorgkosten zijn hoog en waren niet te voorzien.
In de ouderenzorg is het nodig onderscheid te maken tussen lichte en zware zorg. Een lichte zorgvraag gaat over het algemeen gepaard met lage kosten en behoud van eigen regie. Dit biedt mogelijkheden om bijvoorbeeld lichte vormen van persoonlijke verzorging of lichte vormen van begeleiding door mensen zelf te laten financieren. Verpleging, behandeling en zwaardere vormen van persoonlijke verzorging en begeleiding blijven collectief gefinancierd.
Het tussentijdse advies beveelt aan prikkels en instrumenten te versterken of te introduceren die vooral de gezondheidswinst en de kwaliteit van leven bevorderen en de eigen regie en verantwoordelijkheid voor de patiënt vergroten. Het tussentijdse advies doet daartoe voorstellen voor een andere bekostigingsstructuur, het vergroten van het kostenbewustzijn van patiënten en vraagt aandacht voor de positie van wanbetalers.
De huidige bekostigingsstructuur moet, volgens het tussentijdse advies, zoveel mogelijk vervangen worden door een bekostiging op basis van de uitkomst van behandelingen, overigens zonder dat productiviteitsprikkels helemaal verdwijnen. Dat is geen eenvoudige opgave, want informatie over kwaliteit, medische standaarden en bewezen effectieve behandelingen is niet altijd voorhanden. Cruciaal is daarom dat betrokken partijen verder gaan met het verbeteren en toepassen van richtlijnen en zorgstandaarden, het ontwikkelen en meten van kwaliteitscriteria en het transparant maken van kwaliteitsinformatie.
De zorgverzekeraars moeten sterker dan tot nu toe inzetten op selectieve zorginkoop op basis van kwaliteit en kosten. Zij moeten hun verzekerden prikkelen naar die gecontracteerde zorgverleners te gaan die er het beste in slagen om gepaste zorg te leveren. Dat kan bijvoorbeeld door de kosten van gepaste zorg door gecontracteerde zorgverleners deels buiten het eigen risico te laten vallen of door zorg van niet-gecontracteerde zorgverleners slechts gedeeltelijk te vergoeden.
Om de kosten van zorg te beheersen en ongepast gebruik te voorkomen zijn het verhogen van het kostenbewustzijn van patiënten en een effectieve vormgeving van eigen betalingen (eigen risico en eigen bijdragen) van belang. Eigen betalingen moeten de toegankelijkheid van de zorg evenwel niet in de weg staan. Het remmend effect ervan kan op gespannen voet komen te staan met de toegankelijkheid van zorg voor mensen met een laag besteedbaar inkomen.
Het tussentijdse advies vraagt aandacht voor het feit dat relatief veel mensen (in het bijzonder mensen met een lager inkomen én een hoog ziekterisico) in gebreke blijven bij het betalen van de nominale premie in combinatie met het dragen van een eigen risico. Een praktische oplossing hiervoor is het bij voorbaat verrekenen van de nominale premie en de zorgtoeslag.
Het tussentijds advies is vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 oktober. Vervolgens wordt het officieel aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De commissie gaat verder werken aan het uitgebreide vervolgadvies dat is gepland voor het voorjaar van 2013. In dit advies zullen de hoofdlijnen uit het tussentijds advies verder worden uitgewerkt. Daarnaast zullen de volgende onderwerpen aan de orde komen: analyse van de groei van de uitgaven, het dreigende personeelstekort in de zorg en knelpunten in de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg. Ook zullen enkele ordeningsvraagstukken worden behandeld, zoals de overheveling van de zorg naar andere regelingen.