Wat vormt de aanleiding voor het advies?
Op 21 september 2009 heeft de vorige minister van OCW de SER advies gevraagd over het onderwerp ‘Tijden van de samenleving. Toe naar minder tijdknelpunten door meer flexibiliteit ’.
Om welke knelpunten/problemen gaat het?
Tijdsdruk, tijdsgebrek en daardoor tijdsknelpunten in de combinatie van betaald werk en privé. Dit hangt samen met het feit dat steeds meer mensen meerdere verantwoordelijkheden dragen en daardoor hun tijd verdelen over betaald werk, huishouden, zorg, vrijwilligerswerk en andere bezigheden. De Nederlandse maatschappij is er een van taakcombineerders geworden.
Wat waren de hoofdvragen?
Aan de raad zijn drie centrale vragen voorgelegd:
- Wat zijn de sociaaleconomische (positieve en negatieve) effecten van flexibele tijden op de maatschappij als geheel en op specifieke sectoren?
- Welke juridische randvoorwaarden zijn vanuit de rijksoverheid nodig om tijdbeleid vorm te geven?
- Hoe kunnen werkgevers en werknemers samen en elk afzonderlijk bijdragen aan het beter aansluiten van tijden op diverse terreinen.
Wat is nu de meest gebruikte oplossing voor tijdsknelpunten?
Het omgaan met tijdsdruk en daarmee samenhangend het oplossen van tijdsknelpunten wordt nu vooral opgelost door nóg meer in deeltijd te werken. Door in deeltijd te werken lijkt het mogelijk de grootste knelpunten tussen werk en privé het hoofd te bieden. Tegelijk tempert deze strategie de noodzaak om tot een andere organisatie van tijden te komen. Dat is de deeltijdparadox: deeltijdarbeid als strategie om tijdsknelpunten het hoofd te bieden, houdt de traditionele tijdsindeling (één van de oorzaken van de tijdsknelpunten) mede in stand.
Welke oplossing ziet de SER voor tijdsknelpunten?
De SER bepleit een oplossing van knelpunten in de combinatie van werk en privé langs twee sporen: bedrijven en ‘omgeving’. Met omgeving zijn bedoeld maatschappelijke voorzieningen waarop burgers zijn aangewezen zoals: scholen, kinderopvang, gemeentelijke diensten, ziekenhuizen, huisartsen. Der SER roept deze maatschappelijke voorzieningen op hun openingstijden iets te verschuiven /verruimen om de overloop met reguliere werktijden van werkenden te verminderen. De overheid heeft daarbij een stimulerende en faciliterende taak (wegnemen belemmeringen). Ook bedrijven moeten zich bij de organisatie van tijd en plaats van arbeid rekenschap geven van de veranderende werkelijkheid. Werknemers willen meer invloed en zeggenschap over de tijd waarop en de plaats waar zij hun werk doen. Tegelijkertijd moeten bedrijven kunnen inspelen op toenemende internationale concurrentie en hun productie en diensten snel daarop kunnen afstemmen. Dit vereist aanpassingsvermogen van die bedrijven maar ook van de mensen die daar werken. Al deze ontwikkelingen vragen om een slimmere organisatie van de tijd en plaats van arbeid en dienstverlening op basis van wederkerige flexibiliteit.
Welke strategieën heeft de SER voor ogen?
De raad beveelt aan de volgende strategieën in onderlinge samenhang creatief te combineren:
- Arbeid of dienstverlening tijd – en plaatsonafhankelijk aanbieden door middel van nieuwe technologie;
- Optimaal gebruik maken van de mogelijkheden om arbeid en dienstverlening te plannen (zoals zelfroosteren of het kunnen plannen van afspraken bij dienstverleners);
- Verschuiving/verruiming van openingstijden;
- Inzetten van verlof;
- Aanpassen van arbeidsuren (tijdelijk meer of minder werken, variatie in aanvangs- en eindtijden en jaarroosters).
Bij de noodzakelijke aanpassingen in arbeid en dienstverlening dient tegelijkertijd oog te zijn voor het belang van de betrokken medewerkers bij deugdelijke banen, arbeidspatronen (inclusief pauzes) en arbeidsomstandigheden. Zo kan Nederland op basis van wederkerige flexibiliteit komen tot een slimmere organisatie van tijd en plaats van arbeid en dienstverlening.
Wat wordt bedoeld met wederkerige flexibiliteit?
Met wederkerige flexibiliteit is bedoeld een wederzijdse bereidheid om wensen en mogelijkheden ten aanzien van tijd, plaats en organisatie van het werk op elkaar af te stemmen.
Wederkerige flexibiliteit speelt een rol in de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer. Een flexibele werknemer zoekt een flexibele werkgever en omgekeerd. De wederzijdse wensen en belangen en de evenwichtige afweging daarvan vormen het uitgangspunt om te komen tot maatwerkoplossingen.
Wederkerige flexibiliteit speelt ook een rol in de verhouding tussen werkenden en de maatschappelijke omgeving. Daarbij gaat het om meer mogelijkheden voor betere afstemming van tijden en dienstverlening tussen dienstverlener en klant en tussen publieke voorzieningen en burgers en bedrijven.
Wederkerige flexibiliteit betekent niet dat alles en iedereen onbeperkt flexibel, beschikbaar en bereikbaar moet worden. Nederlanders zijn zeer gehecht aan hun vrije tijd, en dit draagt in sterke mate bij aan de ervaren kwaliteit van leven. Daarbij is ook van belang dat mensen gezamenlijk vrije tijd kunnen doorbrengen (de sociale dimensie van vrije tijd). Daarbij heeft de zondag voor velen een bijzondere betekenis.
Wat betekent dit in de praktijk voor:
Bedrijven en hun medewerkers
Werknemers hebben behoefte aan meer invloed en zeggenschap over de tijd waarop en de plaats waar het werk wordt verricht. De werkgever heeft behoefte aan loyaliteit en flexibiliteit van werknemers. Werkgevers en werknemers die erin slagen goede afspraken te maken, creëren een win-win situatie. Aan beide kanten is sprake van voordelen in de sfeer van inzetbaarheid, tegemoetkoming en kostenreductie. Een slimmere organisatie van tijd en plaats van arbeid als middel om tijdsknelpunten op te lossen, krijgt vooral op ondernemingsniveau invulling. De raad adviseert werkgevers en werknemers in goed overleg te onderzoeken of en hoe een meer eigentijdse organisatie van tijd en plaats van arbeid mogelijk is om de combinatie van werk en privé te vergemakkelijken. Bij kleinere ondernemingen kunnen maatwerkafspraken en –oplossingen uitkomst bieden. Maar bedrijven en hun medewerkers kunnen het niet alleen oplossen.
Maatschappelijke dienstverlening
Om tijdsknelpunten op te lossen is hulp nodig van de maatschappelijke omgeving van werkenden. De tijdsknelpunten die werkenden ervaren, zijn vooral gekoppeld aan de tijden waarop die maatschappelijke omgeving toegankelijk is.
Concreet gaat het om scholen, kinderopvang, gemeentehuizen, bibliotheken, ziekenhuizen, huisartsen, tandartsen, en apotheken. De raad beveelt al deze instanties aan om te onderzoeken of zij hun cliënten beter van dienst kunnen zijn.
Wat beveelt de raad aan voor onderwijs en kinderopvang?
De raad ziet de oplossing vooral in een sluitend dagarrangement voor schoolgaande kinderen (4-12 jarigen). School- en opvangtijden moeten aansluiten op de werktijden, waarbij ook de woensdag en de vrijdag als reguliere werkdagen gelden. Een eerdere start van de voorziening, regelmaat in schooltijden op alle weekdagen en invoering van een continurooster zijn hierbij behulpzaam. De primaire verantwoordelijkheid voor een dergelijk sluitend dagarrangement van onderwijs en opvang ligt bij de overheid. De invoering van een eigentijds en sluitend dagarrangement voor 4-12 jarigen beschouwt de SER als een eerste stap in de ontwikkeling naar integrale kindvriendelijke centra voor 0-12 jarigen.
Wat zijn de aanbevelingen aan gezondheidszorg en gemeenten?
De SER beveelt huisartsen aan meer over te gaan tot telefonische spreekuren en digitale dienstverlening (afspraken en herhaalrecepten via internet, e-consulting). Beperking van wachttijden en verschuiving of verruiming van het spreekuur naar de randen van de werkdag bieden voor werkenden uitkomst. Ook ziekenhuizen moeten er alles aan doen wachttijden te beperken en afspraken van verschillende diensten meer op elkaar te laten aansluiten. Apotheken zouden minimaal één avond in de week of op zaterdag open moeten zijn.
Gemeenten adviseert de SER vooral te blijven investeren in digitale dienstverlening, in informatievoorziening via websites en in het beperken van wachttijden. De publieksbalies zouden één avond in de week open moeten zijn van 19.00 tot 21.00 uur.
Welk bijdrage kan de overheid leveren?
De overheid kan bijdragen aan een goed tijdbeleid in een stimulerende en faciliterende rol, door onderzoek te doen naar randvoorwaarden / mogelijke knelpunten en door het opheffen van eventuele belemmeringen in wet- en regelgeving. Voor een goede invulling van deze ondersteunende taak is van belang dat er binnen de overheid een duidelijk kenbaar coördinatiepunt komt voor tijdbeleid. Het is uiteraard niet de bedoeling dat de overheid intervenieert bij afspraken over het oplossen van tijdsknelpunten die (organisaties van) werkgevers en werknemers maken.
Wat is het uiteindelijke doel van het advies?
De raad beoogt:
- een betere combineerbaarheid van werk en privé over de gehele levensloop te bewerkstelligen en in het verlengde daarvan
- een grotere arbeidsdeelname en duurzame, optimale arbeidsinzet van werkenden te faciliteren,
- en een bijdrage te leveren aan duurzame economische groei, met behoorlijke perspectieven (banen, bedrijvigheid) voor alle betrokkenen.
De raad ziet het beter afstemmen en slimmer organiseren van tijd en plaats van arbeid en dienstverlening als een vorm van sociale innovatie, die kan bijdragen aan de verhoging van de arbeidsparticipatie om de toekomstige welvaartsgroei van Nederland te waarborgen.