Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2010 | Meer chemie tussen groen en groei

Meer chemie tussen groen en groei: De kansen en dilemma's van een biobased economy

Advies nr. 2010/05: 17 december 2010 (Commissie Duurzame Ontwikkeling)

In dit advies gaat de SER in op mogelijkheden en knelpunten van de biobased economy. In een biobased economy dienen plantaardige en dierlijke biomassa (zoals gewassen, planten, snijafval, mest) als groene grondstoffen om non-food producten mee te maken (denk aan cosmetica, bioplastics, brandstoffen).
De SER vindt dat de rijksoverheid stevig moet inzetten op een biobased economy met meer gesloten kringlopen. Dit draagt immers bij aan economische groei én aan een meer duurzame economie (gesloten kringlopen, gunstige arbeidsomstandigheden).

Download:Volledig advies (1312 kB)Samenvatting (63 kB)

Mogelijkheden

Nederland beschikt een goed ontwikkelde agro-industrie, papier-, chemie-, energie- en logistieke sector; allemaal sleutelsectoren voor een biobased economy.
Optimale waardecreatie moet vooropstaan, d.w.z. het vinden van de meest geschikte toepassing voor de hoogste economische waarde. De nadruk moet voor Nederland liggen op hoogwaardige toepassingen in vooral chemie en materialen (zie titel van dit advies).

Wat is nodig?

Nodig is een innovatieagenda die moet leiden tot steeds betere en vernieuwende toepassingen van biomassa en reststromen. Verder is een goede samenwerking en afstemming belangrijk tussen sectoren en regio’s (m.n. over gebruik reststromen). Ook moet er aandacht zijn voor de betrokkenheid van de werknemers (scholing, kwaliteit arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden).
Om knelpunten/ ongewenste effecten m.b.t. duurzaamheid tegen te gaan, moet de ontwikkeling van biobased economy plaatsvinden in een breder kader van duurzaamheid.

Knelpunten

Het verbouwen van biomassa vindt - vooral in ontwikkelingslanden – vaak niet op duurzame wijze plaats: 
Het vervangen van fossiele brandstoffen (m.n. olie) door biobrandstoffen (bijv. ethanol, biodiesel) blijkt vaak juist niet te leiden tot de gewenste CO2-vermindering. 

  • Een rol hierbij speelt de ILUC-factor (indirect land use change): boeren gaan niet-bebouwde grond in gebruik nemen om gewassen te verbouwen. Dit gaat ten koste van de biodiversiteit en CO2-opname.
  • Verder gaat de teelt van biomassa soms ten koste van de voedselvoorziening (concurrentie). 
  • Soms vindt biogewassen verbouwen plaats onder slechte arbeidsomstandigheden.

Transitie en afspraken 

  • De overheid moet zich inzetten voor internationale duurzaamheidsafspraken, ook in EU-verband (zoals de EU-2020-strategie). De overheid voert een verantwoord stimuleringsbeleid en stelt innovatie binnen de draagkracht van de aarde centraal. 
  • Overheid en bedrijfsleven/ sociale partners bevorderen sectoroverstijgende samenwerking (m.b.t. onderwijs, reststromen, PPS, onderzoek, arbeidsmarkt).
  • De SER zal samen met sectorale partijen van de biobased sectoren een werkconferentie organiseren over de ontwikkeling van de biobased economy en een kwaliteitsagenda voor arbeid en scholing.

Zie verder 

  •  Dit advies is de reactie op een adviesaanvraag van het kabinet-Balkenende IV begin juli, en is uitgebracht door de SER-commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO). 
  • Voor nadere inhoud en conclusies: zie: ‘samenvatting’, het ‘volledige advies’ en onder ‘inhoud’ de afzonderlijke hoofdstukken. Zie ook: ‘persberichten’.