Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2016 | 2010 | Zzp’ers in beeld

Zzp’ers in beeld: Een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel

Advies nr. 2010/04: 15 oktober 2010 (Commissie Positie Zelfstandig Ondernemers)

In dit advies gaat de SER in op de sociaal-economische positie van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

De SER brengt gegevens over zzp’ers in kaart en gaat in op de vraag of het stelsel van arbeidsverhoudingen, belastingen en sociale zekerheid voldoende is toegesneden op de toenemende variëteit aan arbeidsrelaties. Daarbij kiest hij voor een integrale benadering van de positie van de zpp’er.

ZZP in beeld

Download:Volledig advies (3275 kB)Samenvatting (42 kB)

ZZP in beeld: Het begrip zzp’er

In de (onderzoeks)praktijk zijn voor zzp’ers verschillende definities in gebruik. De SER dringt aan op een eenduidige definitie, die zou moeten gelden voor de relevante beleidsterreinen. Hij sluit daarvoor aan bij het begrip ondernemer in de inkomstenbelasting. Een zzp’er is een ondernemer voor de inkomstenbelasting die geen personeel in dienst heeft. Onder deze definitie valt zowel de ‘klassieke’ zzp’er (met bedrijfspand e.d.) als de ‘nieuwe’ zzp’er (die vooral eigen arbeid/kennis/vaardigheden aanbiedt).

Zzp’ers en hun betekenis

Een toenemend aantal mensen biedt hun arbeid aan als zzp’er. Hun aandeel in de beroepsbevolking steeg van 6,4% in 1996 tot 8,9% in 2009. Twee derde van de zzp’ers is man en bijna de helft is ouder dan 45 jaar. Aan de keuze voor het zzp-schap liggen overwegend positieve motieven ten grondslag, zoals de wens tot zelfstandigheid en flexibiliteit.

Zzp’ers, blijkt uit onderzoek, leveren een belangrijke sociaal-economische bijdrage: meer welvaart, hogere arbeidsparticipatie, meer arbeidsproductiviteit, meer flexibiliteit, minder overcapaciteit, meer spin-off qua werkgelegenheid. Kleine bedrijven (vooral de snelle groeiers, de gazellen) dragen relatief veel bij aan meer werkgelegenheid en meer (commercialisering van) innovatie. Een klein aantal zzp’ers groeit door tot gazelle.

Beleid: stand van zaken en nieuwe voorstellen

  • Fiscaliteit: Het advies beschrijft de fiscale faciliteiten voor ondernemers en onderscheidt daarbij ondernemersfaciliteiten (inkomensondersteuning) en ondernemingsfaciliteiten (m.b.t. activiteiten onderneming). De SER dringt aan op nader onderzoek naar de mogelijkheden om voor de zelfstandigenaftrek over te stappen op een ander criterium dan het urencriterium.
  • Scholing: Zelfstandigen, blijkt uit onderzoek, volgen doorgaans minder scholing dan werknemers. De SER vindt dat zzp’ers moeten kunnen deelnemen aan sectorale opleidingsactiviteiten, voor zover er geen geschikte alternatieve opleidingsmogelijkheden voorhanden zijn. Hij bepleit bij de instrumentering van ‘een leven lang leren voor werkenden’ expliciet rekening te houden met de positie en behoeften van zzp’ers.
  • Arbeidsomstandigheden: De SER is ten principale van oordeel dat de arbeidsomstandigheden, het beschermingsniveau en de veiligheid op de werkplek voor allen die daar arbeid verrichten gelijk moeten zijn. In een apart advies zal hij ingaan op de vraag of er aanleiding is de werkingssfeer van de arboregelgeving op onderdelen uit te breiden naar zelfstandigen.
  • Bijstand zelfstandigen (Bbz): De SER doet, op grond van praktijkervaringen, diverse voorstellen om het Bbz toegankelijker te maken voor zelfstandigen. Ook bepleit hij meer regionale samenwerking tussen gemeenten om de dienstverlening aan zelfstandigen te verbeteren.
  • Arbeidsongeschiktheid: De helft van de zelfstandigen heeft hier geen verzekering tegen. De SER inventariseert het brede pakket aan arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en voorzieningen met hun uiteenlopende dekking en premies (AOV, WIA, IOAZ, Bbz, WWB). De SER doet voorstellen die ertoe moeten leiden dat ook moeilijk verzekerbare (startende) zelfstandigen zich kunnen verzekeren tegen het risico van arbeidsongeschiktheid, in een mix van private en collectieve voorzieningen.
  • Pensioenen, oudedagsvoorzieningen en AOW: De SER vindt dat zzp’ers zelf verantwoordelijk zijn voor hun pensioenopbouw, maar constateert tegelijkertijd dat hun pensioenopbouw vaak onvoldoende is. De SER doet voorstellen om dit te verbeteren, met name t.a.v.: gelijke fiscale pensioenruimte voor werknemers en ondernemers, vergroting van het pensioenbewustzijn, beter benutten van de derde pijler en van bestaande mogelijkheden in de tweede pijler. Verder bepleit hij onderzoek naar de mogelijkheid van vrijwillige aansluiting van zzp’ers bij een bedrijfstakpensioenfonds.
  • Mededinging en tarieven: De Mededingingswet legt zzp’ers beperkingen op ten aanzien van het maken van afspraken over tarieven. De SER wijst op de mogelijkheden van de ‘bagatelvrijstelling’ in de wet. Waar de inzet van zzp’ers dreigt te leiden tot onderbieding, kunnen cao-partijen bezien of er mogelijkheden zijn om binnen de wettelijke kaders afspraken te maken om oneigenlijke concurrentie te voorkomen.

Zie verder


Dit advies is de reactie op een adviesaanvraag van de minister van SZW d.d. 21 september 2009 en is voorbereid door de SER-commissie Positie Zelfstandig Ondernemers. In het kader van de voorbereiding van het advies heeft de commissie een hoorzitting gehouden waaraan met name organisaties van zelfstandigen hebben deelgenomen. De commissie heeft gebruik gemaakt van position papers die deze organisaties hebben aangeleverd.
Voor nadere inhoud en conclusies: zie: ‘samenvatting’, het ‘volledige advies’ en de afzonderlijke hoofdstukken. Zie ook: ‘persberichten’.