Veilig omgaan met nanodeeltjes op de werkplek

Algemeen

Advies



Algemeen

Wat zijn nanodeeltjes?
Nanodeeltjes zijn minuscuul kleine deeltjes, die niet met het blote oog waarneembaar zijn. Een nanometer is 0,000 001 millimeter, een miljardste meter dus.
Er is nog geen algemeen aanvaarde definitie van nanotechnologie of nanodeeltjes.
Het kabinet hanteert de volgende werkdefinitie: "Internationaal wordt onder nanotechnologie verstaan het ontwerpen, produceren, manipuleren en toepassen van structuren op nanoschaal met één of meer dimensies die onder de 100 nanometer liggen. Op deze schaal vertoont de materie unieke eigenschappen die gebruikt kunnen worden voor verbeterde materialen en systemen."
Deze werkdefinitie van het kabinet beschouwt de commissie als een richtsnoer in de discussie over de definitie van nanodeeltjes die nog volop in beweging is.

Waarom worden ze gebruikt?
Nanodeeltjes worden gebruikt vanwege de bijzondere eigenschappen die een deeltje in sterk verkleinde vorm heeft. Nanodeeltjes zijn te onderscheiden in natuurlijke nanodeeltjes en synthetische nanodeeltjes. Synthetische nanodeeltjes zijn er ook in verschillende ’soorten’. Nanodeeltjes kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden bij een meer gerichte toediening van medicijnen.
Materialen met afmetingen onder de 100 nm kunnen bijzondere mechanische, optische, elektrische en magnetische eigenschappen vertonen, die wezenlijk kunnen verschillen van de eigenschappen die diezelfde materialen bij grotere afmetingen bezitten.
Voorbeelden van materialen die al op commerciële schaal worden toegepast zijn carbon black als materiaalversterker in rubber en titaniumdioxode als UV-reflectoren in zonnebrandcrèmes.
De diversiteit van het onderzoek en toepassingen is enorm. Er wordt een grote verscheidenheid aan nanomaterialen ontwikkeld, zoals films van één of enkele atomen dik, nanotubes van koolstof of
anorganische verbindingen, anorganische nanodraden, organische nanovezels,
biopolymeren, nanodeeltjes van metalen of metaaloxiden, carbon black (roet),
fullerenen (bolvormige C60-moleculen), dendrimeren (bolvormige, sterk vertakte
organische polymeren) en quantum dots (nanokristallen van halfgeleidermateriaal).
Ook kan men in grotere materialen nanoporiën maken. Voor elk van deze materialen
zijn tal van toepassingen in ontwikkeling op zeer uiteenlopende terreinen.

Hoeveel mensen werken met nanodeeltjes?
Momenteel werken zeker 400 mensen met nanodeeltjes, maar de verwachting is dat dit aantal snel zal toenemen.Nanotechnologie is belangrijk voor de Nederlandse industrie.

In welke sectoren wordt met nanodeeltjes gewerkt?
Belangrijke toepassingsgebieden zijn de life sciences/medische sector, elektronische apparatuur, assemblage, transport & lucht- en ruimtevaart, energie, scheidingstechnologie (nanofiltratie), katalysatoren, oppervlaktebehandeling & coatings, en milieu & veiligheid.

Wat wordt er van gemaakt? Of waarvoor worden ze juist in die sectoren gebruikt?
Nanodeeltjes worden gebruikt bij een meer gerichte toediening van medicijnen (geneesmiddelentransport), maar ook bijvoorbeeld in cosmetische poeders en lippenstift, tennisballen en textiel. Ook wordt momenteel een aantal metaaloxides en zilver nanoparticles gebruikt als antibacteriële middelen, onder andere in textiel en plastics voor normale consumententoepassingen.

Zijn ze gevaarlijk?
Toepassing van nanodeeltjes kan ook nieuwe risico’s opleveren. Of en zo ja wat die risico’s zijn, is nog niet bekend. Preventie van eventuele gezondheidseffecten moet vooral worden gezocht in een veilige omgang met nanomaterialen.


Advies

Wie heeft de SER om advies gevraagd over de nanodeeltjes?
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de SER-commissie Arbeidsomstandigheden op 5 september 2008 advies gevraagd over het veilig omgaan met nanodeeltjes op de werkplek.

Wat was de vraag van de adviesaanvrager?
De belangrijkste vraag in de adviesaanvraag is hoe om te gaan met de onzekerheden over de risico’s van nanotechnologie en dan vooral synthetische, slecht afbreekbare nanodeeltjes in de beroepsmatige omgeving. Daarnaast stelt de minister een aantal concrete vragen, gerubriceerd naar drie deelonderwerpen. 

  • Hoe moet volgens de SER de voorzorg m.b.t. het werken met nanodeeltjes worden ingevuld? 
  • Is de SER het eens met de onderzoekers dat een best-practices richtlijn de benodigde helderheid kan verschaffen en zo ja, onder welke voorwaarden? Hoe moeten naar de mening van de SER de sociale partners hun verantwoordelijkheid in deze vormgeven? 
  • Is er in de ogen van de SER extra inzet nodig om te waarborgen dat de risico’s van nanodeeltjes en de manier om deze op de werkplek te beheersen voldoende aandacht en bekendheid krijgen? Zo ja, hoe zouden sociale partners daarbij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen? Op welke manier zou SZW haar ondersteunende rol m.b.t. verspreiden van kennis nader invulling kunnen geven?

Wat adviseert de SER?
De SER-commissie Arbeidsomstandigheden vindt dat sociale partners samen met de overheid het werken met nanodeeltjes moeten aanpakken. Veiligheid en gezondheid van de werknemer staan hierbij centraal. Uitgangspunt is dat stoffen met onbekende of onzekere risico’s, waartoe ook nanodeeltjes behoren, behandeld worden als (zeer) gevaarlijke stoffen. Dat houdt in dat het beleid en de uitvoeringsmaatregelen in die gevallen gericht moeten zijn op het voorkomen of minimaliseren van de blootstelling van werknemers.

Wat betekent dit in de praktijk?
Zolang we niet precies weten wat de risico’s zijn, moeten nanodeeltjes behandeld worden als (zeer) gevaarlijke stoffen. Werkgevers moeten het voorzorgbeginsel toepassen, wat betekent dat zij moeten voorkomen dat werknemers met nanodeeltjes in aanraking komen. En in gevallen waarin dit niet te vermijden is, moet de werkgever er voor zorgen dat de blootstelling aan nanodeeltjes qua duur en omvang zo beperkt mogelijk is. Bovendien moet hij de gezondheid van de betrokken werknemers monitoren.
Het voorzorgbeginsel moet worden opgenomen in de wettelijk voorgeschreven risico-inventarisatie en –evaluaties en in de plannen van aanpak van bedrijven. Deze moeten in de loop der tijd worden aangepast aan de ontwikkeling van kennis, bewustwording en goede praktijken op dit gebied. De toepassing van het voorzorgbeginsel is van tijdelijke aard.
De SER-commissie beschouwt de toepassing van het voorzorgbeginsel als een tijdelijke aangelegenheid, tot het moment waarop de implementatie van de nanodeeltjes in de Europese stoffenwetgeving REACH is geschied of het moment waarop de toename van kennis en informatie over de risico’s van nanodeeltjes voldoende is. REACH is de nieuwe Europese verordening voor chemische stoffen. Een bedrijf moet volgens deze verordening van alle stoffen die hij produceert, verwerkt of doorgeeft, weten wat de risico’s en maatregelen nemen om die risico’s te beheersen.

Wat is REACH?
REACH staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen. REACH is de nieuwe Europese verordening voor chemische stoffen. Een bedrijf moet volgens deze verordening van alle stoffen die hij produceert, verwerkt of doorgeeft, weten wat de risico’s en maatregelen nemen om die risico’s te beheersen.

Gaat dit advies ook over de risico’s van nanodeeltjes voor consumenten?
Nee, dit advies heeft geen betrekking op consumenten. Het gaat over het veilig omgaan met nanodeeltjes op de werkplek, en gaat dus alleen over risico’s die werknemers lopen.