Literatuurlijst Wet werk en bijstand
SER-publicaties
- Boeken - Tijdschriftartikelen
- UWV; Houwing, H., F.I.S Flexicurity integrated services : desk analysis in the Netherlands
[Amsterdam] : UWV, 2011. 32 p.
In 2011 heeft UWV Kenniscentrum voor een vergelijkend Europees onderzoek naar ‘flexicurity’ de Nederlandse situatie in kaart gebracht. ‘Flexicurity’ is in dit onderzoek gedefinieerd als de zekerheid dat men snel vanuit werkloosheid of een baan nieuw werk kan vinden (werkzekerheid). Scholing speelt hierbij een belangrijke rol.
Uit het onderzoek blijkt dat sector-overstijgende scholing (nog steeds) lastig te organiseren is, scholing wordt vaak pas ingezet als ontslag dreigt en niet gedurende de loopbaan (curatief i.p.v. preventief). Ook wordt ingegaan op de unieke positie die de mobiliteitscentra innemen in het Nederlandse systeem van mobiliteit en werkzekerheid
Zie B30734 voor eindrapport totale project. (B30735)
- UWV. Doorstroom van WW naar bijstand 2001-2012
Amsterdam : UWV, 2012. 33 p.
Kennismemo, nr. 12/01
Het aantal mensen dat na een WW-uitkering doorstroomt naar de bijstand is in de afgelopen 10 jaar sterk toegenomen: van ruim 9.000 (2001) naar bijna 25.000 (2009). Het aandeel WW’ers dat doorstroomt naar de bijstand varieert in die periode van 4 tot ruim 8%. Dat lijkt niet veel, maar de doorstromers blijken een fors aandeel van de instroom in de bijstand te zijn. Afhankelijk van de
conjunctuur is de totale bijstandsinstroom circa 100.000 tot 130.000 personen per jaar. Dat houdt in dat circa 10-20% van de instroom in de bijstand afkomstig is van de WW. Een economische crisis leidt tot een forse groei van de doorstroom van WW naar bijstand. Daarbij heeft de kredietcrisis (vanaf 2008) waarschijnlijk een veel groter effect op de doorstroom gehad dan de internetcrisis (vanaf 2001). (B30733)
- Nacinovic, H. W. M.; Camp, L. B. op den; Pepers, A.; Lennertz, C.; Hinskens, E.; Hoof, J. van, Wet werk en bijstand 2012
Deventer : Kluwer, 2011. 122 p.
PS-special: WWB 2012
In 2012 gaat de Wet werk en bijstand flink op de schop, door middel van een negental wetsvoorstellen.
In deze Special worden de negen wetsvoorstellen besproken:
Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen; Wijziging van de WWB en samenvoeging van de WWB met de WIJ; Rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na het aanbod van een huisbezoek; Intrekking Wet werk en inkomen kunstenaars; Eis tot beheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan de WWB; Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet; Verzamelwet 2012; Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; Wet uniformering loonbegrip. (B30379)
- CPB; Roelofs, G.; Vuuren, D. van, The decentralization of social assistance and the rise of disability insurance enrolment
Den Haag : CPB, 2011. 27 p.
CPB Discussion Paper, nr. 185
In de studie wordt nagegaan of bij de decentralisering van de bijstand naar gemeenten sprake is geweest van afwentelingsgedrag naar de Wajong. De instroom in de Wajong is in de periode na de decentralisering van de bijstand immers steeds verder toegenomen. Uit deze analyse blijkt dat deze instroom steeds gevoeliger is geworden voor het aantal bijstandsgerechtigden, wat erop duidt dat gemeenten een prikkel ervaren om bijstandsgerechtigden richting de Wajong te dirigeren. Modelschattingen laten zien dat minimaal een derde van de instroom in de Wajong sinds 2004 het resultaat is geweest van afwenteling vanuit de bijstand. (B30034)
- Inspectie Werk en Inkomen, Buiten de bijstand : onderzoek naar mensen die afzien van een WWB-uitkering of deze niet krijgen toegekend
Den Haag : IWI, 2009.
R09/01
Niet iedereen die zich aanmeldt voor een bijstandsuitkering, zet de aanvraag door. Velen zien af van een uitkering, als men direct voor een work first traject wordt ingezet. Ook het vinden van werk of het starten van een opleiding kan een reden zijn om de aanvraag stop te zetten. Daarnaast heeft de aanvrager soms geen recht op bijstand door inkomen van partner of vermogen. De Inspectie Werk en Inkomen heeft onderzoek gedaan naar het vroegtijdig afhaken bij de aanvraag van een WWB-uitkering. Het onderzoek is uitgevoerd bij zeven grote gemeenten en was gericht op de groep die afziet van een uitkering, en op de mensen van wie de aanvraag op een uitkering niet is toegekend. Gekeken is hoe mensen die afzien van een WWB-uitkering, aan een bestaansminimum komen en of zij maatschappelijke activiteiten ontplooien. Daarnaast is onderzocht op basis van welke argumenten gemeenten tot afwijzing van een WWB-aanvraag komen en of dit op goede gronden gebeurt. (B27889)
- Vrie, N. J. van de, Wet participatiebudget en de wet stimulering arbeidsparticipatie
Deventer : Kluwer, 2009.
PS-special, (2009) nr. 2. Arbeidsparticipatie
In deze special staan twee wetten centraal: de Wet participatiebudget (Wet van 29 december 2008 tot bundeling van het WWB-werkdeel, budgetten voor inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie, Stb. 2008, 588) en de Wet stimulering arbeidsparticipatie (Wet van 29 december 2008 houdende regels met betrekking tot participatieplaatsen en loonkostensubsidies, Stb. 2008, 590). Beide wetten - die per 1 januari 2009 in werking zijn getreden - hebben tot doel de inschakeling in de arbeid te bevorderen. De een (Wet participatiebudget) via het bundelen en ontschotten van het WWB-werkdeel, inburgeringsbudgetten voor zover deze betrekking hebben op de inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie; de ander (Wet stimulering arbeidsparticipatie) via het stellen van regels met betrekking tot participatieplaatsen en loonkostensubsidies. (B27867)
- Inspectie Werk en Inkomen, Perspectief op duurzame uitstroom uit de WWB
Den Haag : IWI, 2008.
R08/12-13
Er is onderzoek verricht naar de ondersteuning die gemeenten bieden aan mensen die in het eerste kwartaal 2005 een WWB-uitkering hebben gekregen. Er is ook gekeken naar de uitstroom. De inzichten dragen wellicht bij aan de verbetering van de resultaten van gemeentelijke re-integratieactiviteiten. De re-integratie van uitkeringsgerechtigden blijft ook in de toekomst de aandacht van de inspectie houden. (B27655)
- Inspectie Werk en Inkomen, Bijstand en schulden : verkennende studie
Den Haag : IWI, 2008.
V08/04
De inspectie concretiseert twee centrale vraagstellingen: 1) is bij de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid sprake van het systematisch doorverwijzen naar (integrale) schuldhulpverlening en het eventueel aanbieden daarvan en hoe is dat georganiseerd?; en 2) (Hoe) bereiden de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid de klanten voor op inkomensval? (B27641)
- Inspectie Werk en Inkomen, Anderhalf jaar in de uitkering : nota van bevindingen
Den Haag : IWI, 2008.
N08/15
Met dit onderzoek biedt de inspectie inzicht in de ondersteuning die cliënten van de keten van Werk en Inkomen krijgen, het risico op langdurige werkloosheid, en de effecten van die ondersteuning. In het rapport wordt antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Welke algemene vormen van ondersteuning krijgen burgers in de keten in de gehele anderhalf jaar na aanvraag van de uitkering?; 2. Uit welke specifieke activiteiten bestaat de ondersteuning van burgers in de keten en met welke verbeteringen gaan de verschillende vormen van specifieke ondersteuning samen?; 3. Welke eigenschappen van mensen kunnen uitvoeringsorganisaties in het eerste halfjaar na uitkeringsaanvraag waarnemen, om het risico op langdurige werkloosheid vroeg te onderkennen?; 4. In hoeverre is er een relatie tussen werkhervatting van burgers binnen de verschillende risicogroepen, de ingezette ondersteuning bij deze mensen en de verbeteringen die zij rapporteren? (B27396)
- Inspectie Werk en Inkomen, Instroom in de bijstand en dan : vervolgonderzoek 2008 : nota van bevindingen
Den Haag : IWI, 2008.
N08/12
In deze nota van bevindingen worden de resultaten gepresenteerd van een vervolgonderzoek op
het onderzoek dat de(IWI in 2006 heeft uitgevoerd en waarover in april 2007 is gerapporteerd (B 25974). In dit vervolgonderzoek staan de volgende vragen centraal: 1. Bieden gemeenten aan cliënten die in het eerste uitkeringsjaar geen activeringstraject hebben doorlopen na dat eerste jaar alsnog een activeringstraject aan?; 2. Wat was de uitkomst van de trajecten die in het eerste uitkeringsjaar werden ingezet, maar bij de afsluiting van het eerste onderzoek op 1 maart 2006 nog niet waren afgerond?; 3. Indien er sprake is van uitstroom naar werk in de eerste onderzoeksperiode, is deze uitstroom dan duurzaam geweest (dat wil zeggen dat er ten minste zes maanden geen beroep op een uitkering hoeft te worden gedaan)?; 4. Hoeveel cliënten ontvangen na drie jaar nog een bijstandsuitkering; wat zijn hun kenmerken? (B27393)
- Inspectie Werk en Inkomen, Duurzaamheid uitstroom WWB : nota van bevindingen
Den Haag : IWI, 2008.
N08/13
Onderzoek naar mogelijke oorzaken van verschillen tussen cliënten die duurzaam en niet duurzaam uitstromen. (B27394)
- Min. SZW, Kerncijfers Wet werk en bijstand : resultaten na de evaluatie
Den Haag : Min. SZW, 2008.
Cijfers over de ontwikkelingen in het aantal uitkeringen WWB; bijstandsgerechtigden naar leefvorm, leeftijd , etniciteit en duur; instroom en uitstroom WWB; oorzaak afvlakking volumedaling; ontheffingen; trajecten; uitgaven voor bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag; budget en bestedingen inkomens- en werkdeel. (B27358)
- Zeijl, G. P. C. van, Wet werk en bijstand
Deventer : Kluwer, 2008.
Lexplicatie, dl. 5.13a
Vervangt SJ6. De wet heeft tot doel de mensen sneller aan het werk te helpen. De gemeenten krijgen meer vrijheid om maatwerk toe te passen en een grote financiële verantwoordelijkheid. de gemeenten krijgen een bijstands- en een reïntegratiebudget. (B27198)
- Inspectie Werk en Inkomen, Het eerste jaar : ondersteuning van burgers in het stelsel voor werk en inkomen
Den Haag : IWI, 2008.
R08/07
Dit rapport is onderdeel van een serie waarin de inspectie een grote groep mensen heeft gevolgd die in 2007 een uitkering hebben aangevraagd bij CWI. Het onderzoek brengt in kaart hoe die mensen geholpen worden door CWI, UWV en gemeenten en wat dat oplevert. Dit rapport gaat in op het eerste jaar na de aanvraag. Krijgt iedereen dezelfde ondersteuning? Hoe snel krijgen mensen hulp en waar bestaat die hulp uit? Het gaat zowel om mensen met een werkloosheidsuitkering (WW) als met een bijstandsuitkering (WWB). Veel mensen krijgen dezelfde hulp aangeboden hoewel hun problemen verschillen. In veel gevallen bestaat de hulp uit gesprekken over vacatures en werk. Niet alle werkzoekenden krijgen daarmee de ondersteuning die ze nodig hebben. IWI verklaart dat deels door problemen in de overdracht van werkzoekenden van CWI naar UWV. Goede communicatie tussen de professionals van de organisaties is van belang om te zorgen dat niemand buiten de boot valt. (B27047)
- Research voor Beleid; Bakker, R. C.; Kemper, D. R.; Grijpstra, D. H.; Min. SZW, Loonkostensubsidie en werken met behoud van uitkering : quickscan naar de toepassing van deze re-integratie-instrumenten door gemeenten : eindrapport
Zoetermeer : Research voor Beleid, 2008.
De invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB), heeft een grote verantwoordelijkheid bij de gemeenten neergelegd als het gaat om de re-integratie van bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en mensen met een uitkering op basis van de Algemene nabestaandenwet. In ruil voor deze grotere verantwoordelijkheid hebben gemeenten meer vrijheid gekregen bij de invulling van de uitvoering van het beleid. Loonkostensubsidies en Werken met behoud van uitkering zijn instrumenten die gemeenten kunnen toepassen bij de re-integratie van cliënten. Deze rapportage bevat de uitkomsten van een onderzoek naar de toepassing van beide re-integratie-instrumenten door gemeenten. Op basis van zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden is vastgesteld in welke mate en vorm gemeenten loonkostensubsidies en werken met behoud van uitkering inzetten en in hoeverre zij hiermee succesvol zijn in het bevorderen van uitstroom uit de uitkering. (B27027)
- Min. SZW, Kerncijfers Wet werk en bijstand : resultaten na de evaluatie
Den Haag : Min. SZW, 2008.
In december 2007 is de eindevaluatie van de Wet Werk en Bijstand (WWB) gepresenteerd. In de rapportage 'Kerncijfers' zijn de nieuwste kerngegevens over de WWB die sindsdien zijn verschenen bijeengebracht. (B26986)
- Regioplan; Min. SZW; Leer, R. van; Soethout, J. E., Voorbereiding Vazalo verkend : onderzoek onder de beoogde experimentgemeenten Vazalo
Amsterdam : Regioplan, 2008.
Met het wetsontwerp Voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders (Vazalo) wilde de regering alleenstaande ouders in de bijstand stimuleren om (meer) te gaan werken. Het ontwerp werd in het voorjaar van 2007 goedgekeurd door de Eerste Kamer. Het parlement en de regering spraken af dat er een experiment zou plaatsvinden waarmee de werking van de wet aan de praktijk kon worden getoetst, nog voordat de wet in werking zou treden. Naar aanleiding van een negatief advies van de Raad van State is het experiment echter afgelast. Omdat de bij het experiment betrokken gemeenten al vrij ver waren in hun voorbereiding, zijn hun ervaringen derhalve toch onderzocht. Het rapport gaat in op de ervaringen van de vijftien experimentgemeenten met Vazalo en het afgelaste experiment. Verder geeft het weer hoe de gemeenten en de alleenstaande ouders zelf denken over hoe zij kunnen worden gestimuleerd om (meer) te gaan werken. (B26684)
- SEO; Berkhout, P.; [et al.], Evaluatie verdeelmodel Wet werk en bijstand
Amsterdam : SEO, 2008.
SEO-rapport, nr. 2008-13
Sinds 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. Een belangrijk onderdeel van deze wet betreft de wijze waarop het budget dat beschikbaar is voor de bijstandslasten over de gemeenten wordt verdeeld. Voor kleinere gemeenten vindt deze verdeling plaats op basis van historische uitgaven, voor grotere gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Met de VNG en de Tweede Kamer is afgesproken dat de kwaliteit van dit verdeelmodel in 2007 wordt geëvalueerd. In opdracht van het ministerie van SZW hebben SEO Economisch Onderzoek en Andersson Elffers Felix (AEF) de evaluatie van het WWB-verdeelmodel uitgevoerd. (B26649)
- Toet, M. J.; Vrie, N. J. van, Wet werk en bijstand
Deventer : Kluwer, 2007.
PS-special: WWB, nr. 6
In deze derde special wordt een complete update van de WWB inclusief de nu geldende lagere regelgeving (AmvB's en ministeriële regelingen) geboden. (B26375)
- SEO; Kok, L.; Groot, I.; Güler, D.; Min. SZW, Kwantitatief effect WWB
Amsterdam : SEO, 2007.
SEO-rapport, nr. 2007-86
Het onderzoek brengt de effecten van de WWB op de bijstandslasten en het bijstandsvolume in kaart. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal bijstandsuitkeringen is in de periode 2004-2006 door toedoen van de Wet werk en bijstand (WWB) met 4% extra gedaald. Zonder het effect van de WWB was het aantal uitkeringen met 13.300 hoger uitgevallen. (B26572)
- RWI; Groot, I.; Graaf-Zijl, M. de; [et.al.], De lange weg naar werk : beleid voor langdurig uitkeringsgerechtigden in de WW en de WWB
Den Haag : RWI, 2008.
Onderzoek naar de re-integratie- en activeringsinspanningen voor langdurig uitkeringsgerechtigden. Het onderzoek vergelijkt langdurig uitkeringsgerechtigden in de WWB en de WW met mensen die nog maar net in de uitkering zijn gestroomd. Het kijkt naar persoonskenmerken van deze groepen, naar de kans om een re-integratietraject te ontvangen en naar het effect van dit traject. Tevens bevat het rapport casestudies met succes en faalfactoren. (B26534)
- RWI, Analyse aandeel langdurig uitkeringsgerechtigden in WW en WWB
Den Haag : RWI, 2008.
Analyses
Analyse van het potentieel voor de arbeidsmarkt. Het gaat om die personen die al langere tijd afhankelijk zijn van een uitkering. In de analyse wordt ingegaan op de volgende vragen: Wat zijn de trends en de kenmerken van de langdurig uitkeringsgerechtigden en wat is het aandeel langdurig uitkeringsgerechtigden in het totale bestand WW en WWB in de periode 1999-2005?; Wat wordt er aan trajecten ingezet voor deze groep?; Wat is de effectiviteit van die trajecten en kan dit verbeterd worden? Uit de RWI-analyse blijkt onder meer dat leeftijd en opleidingsniveau de grootste risicofactoren zijn voor het ontstaan van langdurige uitkeringsafhankelijkheid. Ruim een kwart van de bijstandsgerechtigden die langer dan 3 jaar een uitkering hebben, is tussen de 55 en 64 jaar. Voor de WW geldt dat ruim tweederde van de langdurig uitkeringsgerechtigden ouder is dan 55 jaar. Een ander kenmerk van langdurig uitkeringsgerechtigden is hun lage opleidingsniveau. (B26535)
- RWI, Weten over Werk en Bijstand : sturings- en verantwoordingsinformatie in het gemeentelijk re-integratiebeleid
Den Haag : RWI, 2007.
De RWI wil in deze analyse in kaart brengen hoe gemeenten sturen op hun re-integratiebeleid en verantwoording afleggen over de bereikte resultaten. Voor deze analyse heeft de RWI casestudies laten uitvoeren naar de informatievoorziening in negen gemeenten om hun ervaringen te inventariseren. Het rapport begint met een introductie van het onderwerp. Voorts bevat het een analyse van de sturing op re-integratie in een politiek-bestuurlijke context. Vervolgens wordt de informatiehuishouding van de gemeenten op het gebied van de WWB geschetst. De analyse eindigt met een aantal aanbevelingen. Zie ook bijbehorend onderzoeksrapport: B 26541 Sturingsinformatie lokaal re-integratiebeleid (B26539)
- Inspectie Werk en Inkomen, Bijstand en vermogen : onderzoek naar de vaststelling van het vermogen voor de Wet werk en bijstand
Den Haag : IWI, 2007.
R07/16
Een bijstandsuitkering wordt alleen toegekend als een aanvulling op iemands inkomen en vermogen. Bij vermogen kan het gaan om eigen woningbezit, bank- en spaartegoeden en bezit van een auto. Als het saldo van de bezittingen en de schulden lager is dan de wettelijke vermogensgrens heeft de aanvrager recht op algemene bijstand. In dit rapport geeft de inspectie haar oordeel over de wijze waarop gemeenten het vermogen vaststellen bij de aanvraag van een uitkering. Het onderzoek heeft ook een beeld opgeleverd van de startpositie van bijstandsgerechtigden. Veel mensen blijken al schulden te hebben op het moment dat zij een bijstandsuitkering aanvragen. In bijna 75 procent van de onderzochte dossiers was sprake van een negatief vermogenssaldo. De inspectie vindt dit verontrustend omdat schulden vaak een complicerende factor zijn bij de re-integratie van bijstandsgerechtigden. (B26189)
- Min. SZW ; Gils, G. van; Frank, L.; Heijden, P. van der, Regelovertreding in de WAO, WW en WWB in 2006
Den Haag : Min SZW, 2007.
Werkdocumenten , nr. 387
De belangrijkste uitkomsten van de vierde meting van het periodiek onderzoek naar regelovertreding in de sociale zekerheid zijn in de navolgende paragrafen samengevat. Bij de beoordeling van deze resultaten moet rekening worden gehouden met de beperkte representativiteit en vergelijkbaarheid van de uitkomsten. (B26113)
- Inspectie Werk en Inkomen, Uitvoering Wet werk en bijstand 2005
Den Haag : IWI, 2007.
R07/07
Er is documentenonderzoek ingesteld naar de uitvoering van de WWB over 2005. Het onderzoek is gericht op de vraag of de uitvoering voldoet aan de eisen die in de wet en de regelingen zijn gesteld. De IWI geeft een landelijk beeld over de rechtmatigheid van de uitvoering. (B25954)
- CPB; Suijker, F.; Verbeet, B., Raming van het bijstandsvolume in CEP 2007
Den Haag : CPB, 2007.
CPB memorandum, nr 178
In het CEP 2007 raamt het CPB het gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen aan personen jonger dan 65 jaar in 2007 op 292 000. Dit is een neerwaartse bijstelling met 19 000 uitkeringen ten opzichte van de raming in de MEV 2007. (B25686)
- Inspectie Werk en Inkomen, Werken aan sociale activering : onderzoek naar sociale activering als eerste stap naar re-integratie
Den Haag : IWI, 2006.
R06/16
De Wet werk en bijstand biedt gemeenten grote ruimte om eigen beleid te ontwikkelen. Dit schept mogelijkheden voor maatgerichte activering naar werk. Een kenmerk van de populatie in de Wet werk en bijstand is dat een groot aantal cliënten zeer ver van de arbeidsmarkt afstaat. De Inspectie Werk en Inkomen heeft daarom bij een aantal gemeenten onderzocht op welke wijze zij beleid ten uitvoer brengen gericht op activering van deze cliënten. Focus hierbij is sociale activering. (B25247)
- SEOR; Min. EZ; [et bal.], Het gebruik van prikkels in de bijstand : onderzoek bij zes sociale diensten : eindrapporten
Rotterdam : SEOR, 2006.
Het onderzoek gaat over de vraag welke van een aantal instrumenten gemeenten inzetten om het bijstandsvolume naar omlaag te brengen en hoe effectief zij die achten. Onderzocht zijn de instrumenten 'Work first', 'handhaving', ‘sancties/verlaging uitkering’, 'premies' , ‘striktheid bij toepassing algemeen geaccepteerde arbeid' en ‘striktheid bij verlening ontheffingen’. Work first en handhaving worden door de onderzochte gemeenten als meest effectief gezien. De ervaringen van gemeenten worden in het onderzoek gelegd naast een overzicht van internationaal evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van diverse instrumenten. (B25216)
- CPB; Stegeman, H.; Vuren, A. van, Wet Werk en Bijstand : een eerste kwantificering van effecten
Den Haag : CPB, 2006.
CPB document, nr. 118
In 2004 is de Wet Werk en Bijstand ingevoerd. Een belangrijk element in deze wet is de verandering in de financieringssystematiek. Gemeenten krijgen van de rijksoverheid een budget waaruit de bijstandsuitgaven bekostigd moeten worden. Een overschot hierop mogen gemeenten zelf houden, een tekort moeten ze zelf bijpassen. Het idee hierbij is dat het financiële belang van gemeenten leidt tot een effectievere uitvoering van de bijstandswet. Aan de hand van gegevens van gemeenten (bijstandsvolume, instroom, uitstroom) over de periode 2001-2004 wordt het effect van de wijzigingen in de financieringssystematiek geanalyseerd, waarbij conjuncturele en demografische ontwikkelingen ook in ogenschouw worden genomen. Daarnaast wordt rekening gehouden met verschillen in uitgangspunt tussen gemeenten. Volgens de schattingen heeft de invoering van de WWB gezorgd voor een circa 2 procent geringere stijging van het aantal bijstandsuitkeringen gemiddeld in 2004. Daarmee is de stijging ongeveer 8 000 uitkeringen lager. De resultaten wijzen erop dat het beleid ertoe geleid heeft dat minder mensen dan voorheen in de bijstand terechtkomen en dat ook meer mensen de bijstand verlaten dan voorheen. (B24880)
- Divosa; [et al.], WWB-monitor 2006 : meer perspectief voor mensen : twee jaar Wet werk en bijstand
Groningen ; CAB, 2006.
Jaarlijks overzicht van de resultaten en ervaringen met de Wet werk en bijstand. (WWB). Ondanks de economische recessie zijn gemeenten er in 2005 in geslaagd om het aantal bijstandsgerechtigden met ruim 11.000 te doen dalen. Instrumenten als work first, fraudebestrijding en reïntegratie blijken met name succesvol bij het terugdringen van het aantal bijstandsgerechtigden. 85% van de sociale diensten maakt inmiddels gebruik van een work first-aanpak, waarbij mensen die een uitkering aanvragen direct werk en/of een traject aangeboden krijgen in afwachting van vervolgactiviteiten. De uitstroom uit de WWB betreft vooral kansrijke groepen als jongeren en mensen die nog maar kort een uitkering hebben. Anderzijds laat de WWB-monitor 2006 voor het tweede jaar zien dat managers van sociale diensten verwachten dat ruim de helft van de in totaal 330.000 bijstandgerechtigden geen perspectief heeft op regulier werk. Dit ondanks dat sociale diensten meer in deze groep zijn gaan investeren. Mensen die niet meer kunnen werken horen volgens Divosa niet thuis in een wet die activering voorop heeft staan. Deze groep moet, onder de erkenning van hun beperking of arbeidsongeschiktheid, op een andere manier in staat gesteld worden mee te doen aan de samenleving. Hiervoor zijn volgens Divosa nieuwe voorzieningen binnen of buiten de WWB nodig. (B24816)
- CPB; Stegeman, H.; Suijker, F., Raming van het bijstandvolume in CEP 2006
Den Haag : CPB, 2006.
In het CEP 2006 raamt het CPB het gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen aan personen jonger dan 65 jaar in 2006 op 331 000. Dit is een neerwaartse bijstelling met 16 000 personen ten opzichte van de raming in de MEV 2006. Een gunstiger conjuncturele ontwikkeling, het lagere beroep op de bijstand dat in het basisjaar 2005 is gerealiseerd, en een wijziging in de autonome component bepalen deze wijziging van de raming in ongeveer gelijke mate. De vertraagde doorwerking van de stijging van de werkloosheid in 2004 en 2005 en beleidsmaatregelen van de rijksoverheid leiden er naar verwachting toe dat het bijstandsvolume in de loop van 2006 weer wat stijgt ten opzichte van het niveau per ultimo 2005. Desondanks komt het aantal bijstandsgerechtigden in 2006 gemiddeld iets lager uit dan in 2005. Vanwege het aantrekken van de conjunctuur wordt in 2007 een forse daling van het bijstandsvolume geprojecteerd. (B24701)
- Min. SZW; [et al.]., Regelovertreding in de WAO, WW en AWB/WWB in 2004 : (vergeleken met de jaren 2000 en 2002)
Den Haag ; Min. SZW, 2005. div. p.
Werkdocumenten, nr. 347
Het rapport bevat de resultaten van de derde meting van het periodiek onderzoek naar regelovertreding op het terrein van de sociale zekerheid, meer in het bijzonder naar overtredingen van de regels van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Werkloosheidswet (WW) en de Wet Werk en Bijstand (WWB, voorheen de Algemene Bijstandswet, ABW). Het onderzoek is uitgevoerd in het jaar 2004. Net als de eerdere metingen is ook deze meting uitgevoerd aan de hand van grootschalige surveys onder uitkeringsgerechtigden. het rapport geeft eerst een beeld van de geschatte omvang van regelovertreding in de WAO, WW en ABW/WWB. Vervolgens wordt ingegaan op de kennis en houding van de ondervraagden wat betreft regels en handhaving, en op de kennis van de Wet Boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Wet BMTi). Tot slot wordt ingegaan op de achtergronden van vergelijkbare overtredingen (oa. klusjes, zwart werk) en op de belangrijkste achtergrondkenmerken van de ondervraagden en hun motieven. (B24426)
- Inspectie Werk en Inkomen, Afgesproken? : gemeenten en CWI-vestigingen over onderlinge afspraken in het kader van de uitkeringsintake voor de WWB
Den Haag : IWI, 2005.
R05/04
Gemeenten en de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) werken samen bij aanvragen voor bijstandsuitkeringen. IWI heeft in 2004 onderzocht hoe CWI en gemeenten omgaan met de afspraken die zij voor de samenwerking hebben gemaakt. De afspraken worden vooral vastgelegd in serviceniveau-overeenkomsten. Sinds de start van de samenwerking heeft de inspectie signalen ontvangen over problemen bij de overdracht van dossiers voor de verstrekking van bijstandsuitkeringen van CWI aan gemeenten. In dit rapport beschrijft de inspectie de ervaringen van CWI-vestigingen en gemeenten met de afspraken die zij daarvoor hebben gemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat gemeenten en CWI-vestigingen regelmatig een andere beleving hebben van de afspraken en van de naleving daarvan. IWI oordeelt dat het maken en vastleggen van afspraken onvoldoende basis geeft om de afspraken ook goed te laten werken. Dat kan alleen als de partijen ook hun eigen organisatie inrichten op deze afspraken, de resultaten volgen, elkaar daarop aanspreken en zonodig de afspraken bijstellen. (B23748)
- Inspectie Werk en inkomen, Intake en beoordeling bij de bijstand
Den Haag : IWI, 2005.
R05/06
In dit rapport geeft de inspectie haar oordeel over de samenwerking tussen het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en gemeenten bij de uitkeringsvaststelling Wet werk en bijstand. De aanleiding voor het onderzoek waren signalen dat deze samenwerking soms moeizaam verloopt. De inspectie heeft bij vijf samenwerkingsverbanden tussen CWI-vestigingen en gemeenten onderzocht wat de gevolgen zijn van de samenwerking voor de verstrekking van bijstandsuitkeringen. Daaruit blijkt dat de aanvrager vaak meerdere keren gegevens moet leveren, waardoor een klantgerichte en efficiënte uitvoering in het gedrang komt. De resultaten van het onderzoek zijn niet statistisch representatief. Wel is het zeer aannemelijk dat de problemen en patronen die de inspectie heeft gevonden zich op grotere schaal voordoen. (B23750)
- Divosa; [et al.], WWB monitor : een jaar wet werk en bijstand
Groningen : CAB, 2005.
Evaluatie van de Wet werk en bijstand, in opdracht van Divosa. Uit de monitor blijkt dat gemeenten zijn in 2004 goed in zijn geslaagd het beroep op de bijstand laag te houden. Het aantal mensen met bijstand bleef onder de raming van het ministerie van SZW en het CPB. De aandacht lijkt in 2005 te verschuiven van de poort tot de uitkering naar de mensen die al langer in de bijstand zitten. Gemeenten noemen reïntegratietrajecten als een van de speerpunten voor dit jaar. Naar de inschatting van gemeenten zal iets minder dan de helft van de huidige burgers met een bijstandsuitkering kunnen uitstromen naar regulier betaald werk. (B23706)
- Min. SZW, Plan van aanpak evaluatie wet werk en bijstand 2004-2007 nader uitgewerkt
Den Haag : Min. SZW, 2005.
Achtereenvolgens worden behandeld: de doelen van de WWB en de instrumenten van gemeenten en Rijk om die doelen te bereiken. Vervolgens wordt het plan nader uitgewerkt in deelprojecten, waarbij tevens ingegaan wordt op de eindrapportage. Tot slot wordt een overzicht gegeven van de te verwachten publicaties weergegeven. In bijlage 1 staat aangegeven hoe aan de toezeggingen aan het Parlement inzake de evaluatie WWB wordt tegemoetgekomen. In bijlage 2 is een gedetailleerde planning van de evaluatie toegevoegd. (B23693)
- Inspectie Werk en Inkomen, De weg van bijstand naar werk : onderzoek naar de effectiviteit van reïntegratie-instrumenten onder de Algemene bijstandswet
Den Haag : IWI, 2004.
R04/24
De inspectie heeft voor dit rapport de effectiviteit van reïntegratie onderzocht in de periode 2002 en 2003. Het gaat om reïntegratie vanuit een Abw-uitkering. Vanaf 1 januari 2004 is daar de Wet werk en bijstand voor in de plaats gekomen. Gemeenten hebben bij de nieuwe wet meer baat bij een goed reïntegratiebeleid. Het uitkeringsgeld dat zij daarmee besparen kunnen zij gebruiken voor andere activiteiten in de gemeente. (B23677)
- CPB, Raming van het bijstandsvolume in het CEP 2005
Den Haag : CPB, 2005.
CPB Memorandum, nr. 113
Per 1 januari 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. Deze wet bepaalt onder andere dat gemeenten een eigen budget krijgen voor de bijstandsuitgaven. Bij de vaststelling van het macrobudget (het zogenaamde I-deel) worden ramingen over het bijstandsvolume voor bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar van het CPB gebruikt, zoals gepubliceerd in CEP en MEV. Dit memorandum geeft een onderbouwing van de bijstandsraming in het CEP 2005 voor 2005. Daarbij wordt ook de bijstelling ten opzichte van de MEV 2005 uit september 2004 toegelicht. Voorts bevat het memorandum een korte vooruitblik naar 2006. (B23619)
- Min. SZW; [et al.], Varianten voor een verdeelmodel voor het werkdeel van de WWB : eindrapport
Leiden : Research voor Beleid, 2005.
Op 1 januari 2004 is de Wet werk en bijstand (WWB) ingevoerd. Onder de WWB ontvangen gemeenten twee budgetten: het bijstandsbudget (het ‘inkomensdeel’ of I-deel) waaruit bijstandsuitkeringen moeten worden gefinancierd en het reïntegratiebudget (het ‘werkdeel’ of W-deel) voor de kosten van reïntegratietrajecten. Beide budgetten worden elk aan de hand van een eigen verdeelmodel over gemeenten verdeeld. Momenteel geldt voor beiden een overgangssituatie, waarin de middelen (deels) op basis van historische kostenaandelen van gemeenten worden verdeeld. De bedoeling is voor beide budgetten binnen een aantal jaar te komen tot een structureel verdeelmodel dat zoveel mogelijk gebaseerd is op objectieve maatstaven. In opdracht van het Ministerie van SZW hebben Research voor Beleid en het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO) een verkenning uitgevoerd op mogelijke varianten van verdeelmodellen voor het W-deel. Dit rapport beschrijft de varianten en beoordeelt ze op een aantal relevante criteria. (B23578)
- Inspectie Werk en Inkomen, De weg van bijstand naar werk : onderzoek naar de effecten van reïntegratie-instrumenten onder de Algemene bijstandswet
Den Haag : IWI, 2004.
De inspectie heeft voor dit rapport de effectiviteit van reïntegratie onderzocht in de periode 2002 en 2003. Het gaat om reïntegratie vanuit een Abw-uitkering. Vanaf 1 januari 2004 is daar de Wet werk en bijstand voor in de plaats gekomen. Gemeenten hebben bij de nieuwe wet meer baat bij een goed reïntegratiebeleid. Het uitkeringsgeld dat zij daarmee besparen kunnen zij gebruiken voor andere activiteiten in de gemeente. (B23536)
- Inspectie Werk en Inkomen, De weg van bijstand naar werk : nota van bevindingen
Den Haag : IWI, 2004. 27 p.
De uitkomsten van de beschreven bestandsanalyse bij het IWI-onderzoek De weg van bijstand naar werk . Achtereenvolgens worden behandeld: ontheffingen van de arbeidsplicht, het volgen van activeringstrajecten, de bijdrage van deze trajecten aan duurzame uitstroom en tenslotte de bijdrage van deze trajecten aan het verkrijgen van (reguliere) arbeid. (B23537)
- Hoop, R. I. R, Arbeidsplicht en burgerschap : een politiek-filosofische analyse van de reïntegratieverplichting in de Nederlandse bijstandswet : proefschrift Universiteit Utrecht
Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2004.
Onderzocht wordt in hoeverre verwacht mag worden dat de reïntegratieverplichting in de nieuwe wet Werk en bijstand (Wwb) bijdraagt aan de verwezenlijking van twee vooropgezette idealen, namelijk herstel van individuele zelfredzaamheid enerzijds en sterkere maatschappelijke integratie en participatie anderzijds. Het liberaal-economische ideaal van zelfredzaamheid komt in de Wwb-arbeidsplicht duidelijk als norm terug. Het meer communitaristisch en republikeins geïnspireerde ideaal, namelijk het streven naar een sterkere sociale en publieke gerichtheid, is veel minder herkenbaar. Die dominantie van de liberale burgerschapsvisie in de Wwb-arbeidsplicht zorgt voor een spanningsveld tussen economische participatie en maatschappelijke deelname, tussen een benadering als consument en als burger, en tussen individuele zelfredzaamheid en sociale verbondenheid. Ook het meest recente activerings- en levensloopbeleid van de overheid past vooral binnen een liberale burgerschapschapsvisie. Het spanningsveld tussen de vooropgezette burgerschapsidealen binnen de Wwb kan alleen worden overwonnen door in de arbeidsplicht een ruimere definitie van arbeid en een grotere de rol voor de bijstandsgerechtigde op te nemen. (B23469)
- Min. SZW; [et al.], De bijstand beleefd : onderzoek naar de beleving van (ex-)cliënten van het landelijk beleid bijstand en werk tijdens de Abw : eindrapport
Den Haag : Min. SZW, 2004.
Regioplan publicatie, nr. 1108, Werkdocumenten, nr. 322a
Het belangrijkste doel van dit onderzoek is een representatief beeld te geven van de belevingen van cliënten en ex-cliënten ten aanzien van het gevoerde Abw-beleid in de periode 2000-2003 en het daaraan flankerende beleid. Ofwel, hoe hebben cliënten en ex-cliënten dit beleid ervaren en wat is hun mening hierover? Het gaat hierbij primair om hun oordeel over het landelijk beleid en niet om hun oordeel over de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Er wordt een beeld gegeven van de mening van (ex-) cliënten ten aanzien van vijf specifieke thema's namelijk: Uitstroom en activering; SUWI/CWI-keten; Inkomenswaarborg; Tegengaan misbruik en oneigen gebruik; Regierol van gemeenten. (B23170)
- RWI; [et al.], Vangnet met veerkracht : gemeentelijk beleid ter voorkoming van langdurige bijstandsafhankelijkheid
Doetinchem : Reed Business Information, 2004.
Dit onderzoek gaat in op [1] de vraag of gemeenten een beleid voeren dat gericht is op de preventie van langdurige bijstandsafhankelijkheid en hoe dit beleid eruitziet, [2] wat de resultaten en mogelijke slaag- en faalfactoren zijn om een effectief preventief bijstandsbeleid te voeren en [3] op de invloed van de WWB (Wet Werk en Bijstand) op de motieven om dit beleid te voeren. (B23035)
- Sijtema, T., Wet werk en bijstand
Deventer : Kluwer, 2004.
Actualiteiten Sociaal Recht, deel 17
Bevat een nadere beschrijving van de hoofdpunten van de nieuwe wet WWB. (B22788)
- Geerling, R. V.; [et al.], Wet werk en bijstand in 100 vragen
Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2003.
Sociale zekerheid
Met ingang van 1 januari 2004 is de Wet werk en bijstand (WWB) in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Algemene bijstandswet (Abw). Met name voor de uitvoering en financiering heeft de WWB grote gevolgen. Een aantal specialisten heeft, verdeeld over de verschillende hoofdstukken van de wet en de Invoeringswet WWB een aantal vragen met antwoorden verzameld, die daar waar nodig duidelijkheid verschaffen over deze nieuwe wet. De vragen zijn onderverdeeld naar de volgende hoofdstukken: Algemeen; Rechten en plichten van burgers en gemeenten; Algemene bijstand; Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen; Uitvoering; Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten; Financiering, toezicht en informatie; Slotbepalingen; Invoeringswet WWB. (B22366)
- Min. SZW; Voogd, P.; Nieuwenhuijsen, H., De effecten van beleid en conjunctuur op het Abw-volume : een analyse op basis van gemeentedata
Den Haag : Min. SZW, 2003.
Werkdocumenten, nr. 292
Deze studie is uitgevoerd op basis van gegevens van gemeenten. Met behulp van verschillen tussen gemeenten in termen van beleidsinspanningen en verandering van het Abw-volume is een inschatting gemaakt van effecten van de diverse beleidsinstrumenten. Een belangrijk nieuw element in deze studie is de koppeling op gemeentenniveau van beleid en de mutatie van het aantal Abw-uitkeringen. Dit rapport bespreekt de (belangrijkste) resultaten van deze studie. (B22145)
- Inspectie Werk en Inkomen; Blankevoort, J. C. van, Facetten van handhaving van de Algemene bijstandswet : monitor van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik door gemeenten 2001
Zoetermeer : IWI, 2003.
R03/09
Deze monitor van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik (MenO-monitor) 2001 is de laatste publicatie in een reeks van monitorverslagen waarmee de toezichthouder zicht heeft gehouden op de ontwikkelingen op dit terrein. Alle schakels van de handhavingsketen - preventie, controle, opsporing en afdoening - komen daarbij aan de orde. De verkregen gegevens zijn bewerkt tot kengetallen en indicatoren die een beeld geven van de doeltreffendheid van gemeenten op dit gebied, en van de onderlinge verschillen daarbij. (B21860)
- Nyfer; Bruijnzeel, P. J.; Faber, J.; Schuurman, A., Budget voor bijstand
Breukelen : Nyfer, 2003.
De nieuwe Wet 'werk en bijstand' beoogt naast een korter verblijf in de bijstand meer uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen en daarmee een besparing op de uitgaven te realiseren. Gemeenten worden volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand, inclusief winst of verlies voor de gemeentekas. NYFER voorziet problemen, want hoe komt de verdeling van het budget per gemeente tot stand? Hoe kunnen zij de financiële risico's beheersen? En vooral: hoe kunnen gemeenten ervoor zorgen dat minder mensen in een uitkering blijven? De publicatie bestaat uit drie delen. In het eerste deel staan de kansen en mogelijkheden van de financiële en beleidsmatige decentralisatie centraal. Op welk organisatieniveau en met welke aanpak is van arbeidsmarktbeleid het meeste resultaat te verwachten? Deel 2 zet de risico's van de wet op een rij. Gemeenten zullen hun gedrag gaan afstemmen op de risico’s die zij lopen. Het derde deel gaat in op de verschillende vormen van risicobeheersing die van gemeenten verwacht kunnen worden. Tot slot wordt de voorlopige balans opgemaakt. De wet biedt kansen aan gemeenten, mits de wetgever tijdig een oplossing ontwerpt voor de geschetste risico’s. (B21826)
- Inspectie Werk en Inkomen, De uitvoering van de Algemene bijstandswet door gemeenten in 2001
Zoetermeer : IWI, 2003.
Deze rapportage geeft een overzicht van het verloop en de resultaten van de doorlichtingsactie en geeft inzicht hoe de follow-up van deze doorlichtingsactie bij alle gemeenten is verlopen. Ten eerste wordt de opzet van het onderzoek beschreven, daarna komen de resultaten en de conclusies aan bod. (B21687)
- FNV, Gemeente, wees minimaal sociaal 2003 : FNV-onderzoek naar het minimabeleid in 225 gemeenten
Amsterdam ; FNV, 2003.
Onderzoek naar de kwaliteit van het gemeentelijk minimabeleid. In dit onderzoek zijn vier normen uit het toeslagen- en verlagingenbeleid van de nieuwe Algemene Bijstandswet (ABW) onderzocht. (B21626)
- Min. SZW; [et al.], De invloed van conjunctuur en beleid op de Abw : Een analyse op macroniveau
Den Haag : Min. SZW, 2002.
Werkdocumenten, nr. 266
Voor het beleid is het van belang te weten in hoeverre de daling van het aantal Abw-uitkeringen van 1996 tot 2000 aan het gevoerde beleid is toe te schrijven, dan wel het gevolg is geweest van macro-economische ontwikkelingen. Deze notitie geeft de resultaten van de eerste fase, een analyse op macroniveau. Deze eerste fase heeft tot doel om snel inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op macroniveau van het Abw-volume en de hiermee samenhangende variabelen, met name de economische groei en het beleid. In de tweede fase zullen gegevens op gemeenteniveau gebruikt worden. Hiermee kunnen ook verschillen tussen gemeenten geanalyseerd worden. (B21487)
- Min. SZW, Cliëntenparticipatie : Onderzoek naar de optimale vormgeving en de stand van zaken bij gemeenten
Den Haag : Min. SZW, 2003.
Werkdocumenten, nr. 263
Per 1 juli 1998 is art. 118 van de Abw in werking getreden. In dit artikel staat dat gemeenten in beleidsstukken moeten laten zien hoe zij vorm geven aan cliëntenparticipatie. Deze participatie wordt breed opgevat: het kan variëren van continue inventarisaties via formulieren, klachtenprocedures tot het intstellen van een cliëntenraad. In het rapport komen de volgende vragen aan de orde; Wat is de stand van zaken van cliëntenparticipatie bij gemeenten, Wat is het oordeel van de cliënten en de gemeentelijke organisatie over de cliëntenparticipatie en aan welke eisen dient een cliëntenparticipatie te voldoen. (B21408)
- Min. SZW; [et al.], Conform afspraak : de evaluatie van het instrument verbetertraject : eindrapport
Amsterdam : Regioplan, 2002.
Regioplan publicatienr. 492
Verslag van de evaluatie van het instrument verbetertraject. Door een verbetertraject maakt een gemeente afspraken met het Rijk om geconstateerde tekorten in de uitvoering van de Algemene bijstandswet binnen een tevoren aangegeven periode op te lossen. Het rapport geeft allereerst een beschrijving van het toezicht op de gemeentelijke uitvoering van de Abw en de plaats van het instrument verbetertraject daarin. Vervolgens beschrijft het op korte en iets langere termijn de resultaten van verbetertrajecten op basis van rechtmatigheid van de uitvoering, alsmede de manier waarop sociale diensten in 22 gemeenten uitvoering hebben gegeven aan hun verbetertrajecten. Daarna komt aan de orde de rol die het gemeentebestuur en de Rijksconsulent gespeeld heeft bij de uitvoering van 22 onderzochte verbetertrajecten. Tot slot worden conclusies getrokken m.b.t. de opzet, uitvoering en effecten van de verbeterplannen en over de relatie tussen de opzet van het verbetertraject en het effect. Uit de evaluatie blijkt dat een belangrijke meerwaarde van het instrument verbetertraject is gelegen in een toename van de bestuurlijke betrokkenheid bij de kwaliteit van de gemeentelijke uitvoering. (B21289)
- Min. SZW, Draagvlak GSD Benchmark : eindrapport
Den Haag : Min. SZW, 2002.
Werkdocumenten, nr. 256
SZW subsidieert de ontwikkeling van de GSD-Benchmark sinds september 1999. De benchmark is gericht op de uitvoering van de Abw door sociale diensten. Functies die worden bekeken zijn onder meer de Abw-aanvraag, heronderzoek en het debiteurenbeheer. Via de benchmark worden gemeenten in staat gesteld de effectiviteit en de doelmatigheid van de uitvoering van de Abw onderling te vergelijken. Doel van dit onderzoek is inzicht te geven in het draagvlak onder gemeenten en secundaire gebruikers voor het benchmarkinstrument. Uit het onderzoek blijkt dat er grote behoefte is aan een mogelijkheid om sociale diensten met andere sociale diensten te vergelijken. De benchmark voldoet redelijk aan de verwachtingen van de deelnemers. De verhouding kosten-baten scoort echter maar matig positief . Het draagvlak onder kleine gemeenten dient vergroot te worden. (B21275)
- Min. SZW; [et al.], Expertmeeting uitvoering van het maatregelenbeleid Algemene Bijstandswet in de praktijk : eindrapport
Doetinchem : Reed Business Information, 2002.
Bijstandsgerechtigden met een arbeidsverplichting die geen of te weinig activiteiten ondernemen aan passend werk te komen, kunnen een maatregel krijgen opgelegd in de vorm van een korting op hun uitkering. Dit maatregelenbeleid heeft ter discussie gestaan in de Tweede Kamer. Deze discussie richtte zich op de hoogte van de kortingspercentages. In dit rapport wordt onderzoek gedaan naar het maatregelenbeleid op het gebied van passend werk in de Algemene Bijstandswet (Abw). Het rapport geeft allereerst een korte schets van het maatregelenbeleid. Vervolgens wordt de praktijk van het maatregelenbeleid behandeld. Daarbij is de chronologie van de uitvoering gevolgd. Het rapport trekt vervolgens conclusies over de bevorderende en belemmerende aspecten van de maatregelensystematiek. Tot slot worden suggesties gedaan tot aanpassing van de regelgeving. (B21229)
- Noordam, F. M., De Algemene bijstandswet in hoofdlijnen
Den Haag : Koninklijke Vermande, 2002.
Inleiding in het bijstandsrecht, zoals neergelegd in de Algemene bijstandswet. De essentie van de wet wordt uiteengezet in de hoofdstukken: De algemene bijstandswet; De uitvoering van de abw; Het toezicht op de uitvoering van de abw; De financiering van de abw; De rechthebbende op bijstand; De voorwaarden voor het recht op bijstand; Behoeftigheid; Middelen; Uitsluitingsgronden en voorliggende voorzieningen; De bevoegdheid tot bijstandsverlening; De bijstandsuitkering; Arbeidsactivering en sociale activering; De verplichtingen van de bijstandsbehoevende; De handhaving van de abw; De procedure voor het verkrijgen van bijstand; Het voorschot en de spoedbijstand; De terugvordering van verleende bijstand; Het verhaal van verleende bijstand; De rechtsbescherming. (B21058)
- Min. SZW, Eerste voortgangsrapportage Agenda voor de toekomst
Den Haag : Min. SZW, 2002.
De Agenda voor de Toekomst is een overeenkomst die het ministerie van SZW en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2001 sloten over de activering en reïntegratie van bijstandsgerechtigden. Op basis hiervan zijn in 2001 en 2002 met grote gemeenten prestatieafspraken gemaakt over het aantal bijstandsgerechtigden dat aan werk moet worden geholpen of activiteiten gaat volgen om de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren (bijvoorbeeld scholing of vrijwilligerswerk). Als de afspraken worden nagekomen, krijgen gemeenten extra geld om bijstandsgerechtigden intensief te begeleiden. Als de afspraken niet volledig zijn gerealiseerd, wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld. Uit de eerste voortgangsrapportage blijkt dat de afspraken om bijstandsgerechtigden aan de slag te helpen voor 90 procent zijn gerealiseerd. De afspraken, die zijn gemaakt in het kader van de ‘Agenda voor de Toekomst’, hebben mede geleid tot een cultuuromslag bij gemeenten, waardoor niet langer de uitkering maar de begeleiding naar werk centraal staat. (B20993)
- Inspectie Werk en Inkomen, Vrijlatingsbepalingen en premiebeleid : een onderzoek naar de verordeningen inzake vrijlatingsbepalingen en premiebeleid van vijftig gemeenten
Zoetermeer : IWI, 2002. 43 p.
R02/12
De vrijlatingsregeling en het premiebeleid zijn instrumenten die gemeenten bij het uitvoeren van de Algemene bijstandswet (Abw) kunnen inzetten om bijstandsgerechtigden te activeren en om de uitstroom uit de bijstand te bevorderen. Gemeenten zijn niet verplicht de instrumenten te gebruiken. Als zij dit doen zijn zij tot op zekere hoogte vrij in het bepalen van bijvoorbeeld de doelgroepen, de bedragen, de voorwaarden en de termijnen. Wel dienen gemeenten het beleid dat zij voeren in verordeningen vast te leggen. Doel van het onderzoek is om vast te stellen in welke mate gemeenten premies en vrijlatingen inzetten en om inzicht te verschaffen in de wijze waarop gemeenten hun beleidsruimte invullen. Ook is de mogelijke doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid ten aanzien van vrijlatingen en premies bekeken. De IWI concludeert dat er op 'een enkele kleinigheid na' geen sprake is van onrechtmatigheden of achterstallig onderhoud bij de gemeenten. Blijkens de analyse hebben alle onderzochte gemeenten één of meer van de activeringsinstrumenten opgenomen in een gemeentelijke verordening. (B20973)
- Min. SZW; Serail, S.; Pas, I. van de; IVA, Bijstandsexperimenten : impulsen tot activering : stand van zaken en lessen na zes jaar experimenten in de Algemene Bijstandswet
Tilburg : IVA, 2002. 161 p.
Slotonderzoek naar de bijstandsexperimenten in het kader van artikel 144 ABW. In dit artikel staat een limitatieve opsomming van artikelen uit de ABW, waarvan de gemeente in het kader van het activeringsbeleid -na toestemming van het Ministerie- mag afwijken. Deze afwijkingsmogelijkheden dienden ruimte te creëren voor het ontwikkelen van experimenten met een tweeledige doelstelling: 1. het voorkomen en bestrijden van sociale uitsluiting; 2. het inzetten van een toeleidingstraject richting de arbeidsmarkt. Aan de orde komen onder meer de omvang en bereik van de experimenten, de effecten van deelname, de uitstroom, en de vraag in hoeverre deelname aan de experimenten heeft geleid tot duurzame veranderingen in de situatie van de deelnemers. Uit het onderzoek blijkt dat de experimenten om langdurig werkloze bijstandsgerechtigden sociaal te activeren ertoe hebben geleid dat meer mensen aan het werk komen en sociale uitsluiting wordt tegengegaan. De experimenten zijn voor de gemeenten een belangrijke stimulans geweest om activiteiten op het gebied van ‘sociale activering’ op te zetten. (B20952)
- Min. SZW; Berkhout, A.; Regioplan Onderzoek Advies en Informatie [et al.], Zwarte bijstandsfraude : beleid ter voorkoming en bestrijding : eindrapport
Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2001. 85 p.
Onder zwarte fraude verstaat men een aantal verschillende fraudevormen, die als overeenkomst kennen dat zij niet aan te pakken zijn door gebruik te maken van verificatie bij gangbare administraties. De centrale vraagstelling van dit onderzoek richtte zich op de verschijningsvormen van zwarte bijstandsfraude en op de effectiviteit van het huidige instrumentarium om vormen van zwarte bijstandsfraude op te sporen en vast te stellen. Het rapport geeft een inventarisatie van het huidige instrumentarium dat wordt ingezet om zwarte fraude te bestrijden. Daarnaast geven de onderzoekers een overzicht van nieuwe instrumenten om zwarte fraude tegen te gaan, die in het onderzoek naar voren zijn gekomen. Aanpassingen in de Abw zelf zijn daarbij buiten beschouwing gebleven. Effectiviteitswinst op het gebied van zwarte fraudebestrijding kan volgens de onderzoekers met name behaald worden door een betere uitvoering van bestaand beleid. Een belangrijke succesfactor is daarbij dat het lokale bestuur een duidelijke visie heeft op het belang van handhaving voor een doeltreffende uitvoering. Daarbij is het nodig dat de uitvoering het
bestuur voorziet van duidelijke informatie over de frauderisico’s in de uitvoering. (B20522)
- Min. SZW; [et al.], Marginale zelfstandige activiteiten door bijstandsgerechtigden
Den Haag : Min. SZW, 2001
Werkdocumenten, nr. 206
Onderzoek naar de aard en omvang van marginaal ondernemerschap door bijstandsgerechtigden en het gemeentelijk beleid hieromtrent. Wie zijn de marginaal ondernemers en wat doen ze? Hoe gaan gemeenten beleidsmatig om met marginale zelfstandige activiteiten van personen in de bijstand? (B20406)
- Min. SZW, Sancties in de bijstand 2001 : een vervolgonderzoek naar de gemeentelijke uitvoering van de Wet boeten in 2000
Den Haag : Min. SZW, 2002.
Dit onderzoek heeft betrekking op de uitvoering van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid en de daarop gebaseerde nadere regelgeving (boetebesluiten, maatregelbesluiten etc.). De wet is sinds 1 augustus 1996 van kracht op het gebied van de volks- en werknemersverzekeringen en sinds 1 juli 1997 op het gebied van de Abw, Ioaw en Ioaz. In dit onderzoek wordt allereerst een overzicht gegeven van de belangrijkste resultaatgegevens van de gemeentelijke uitvoering van de Wet boeten. Er is met name aandacht voor de aantallen opgelegde boeten en maatregelen. Voorts wordt nader ingegaan op factoren die verschillen in de resultaten van de gemeentelijke uitvoering van de Wet boeten kunnen verklaren, bijvoorbeeld aspecten die te maken hebben met voorlichting aan cliënten, de verankering van de uitvoering van de wet in de organisatie, rapportage aan management en bestuur, controle op kwaliteit van de uitvoering. Tenslotte wordt geanalyseerd of er een relatie is tussen de wijze waarop gemeenten de Wet boeten uitvoeren en de gerealiseerde uitstroom van bijstandsgerechtigden. (B20262)
- Min. SZW; Jonker, I. M.; Renooy, P. H.; Regioplan Onderzoek Advies en Informatie, Monitor misbruik en oneigenlijk gebruik Algemene Bijstandswet 2000 (M&O monitor) : eindrapport
Amsterdam : Regioplan, 2001.
Regioplan publikatienr. 435
Verslag van een onderzoek naar de doeltreffendheid van het beleid dat gemeenten voeren om misbruik en oneigenlijk gebruik van de Algemene bijstandwet (Abw) tegen te gaan. Onderzocht wordt in welke mate gemeenten op een doeltreffende wijze uitvoering geven aan het fraudebestrijdingsbeleid in het kader van de Abw, welke verschillen er bestaan er tussen gemeenten en hoe deze doeltreffendheid met behulp van een te ontwikkelen meetinstrument door de Directie Toezicht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden gemeten. (B20260)