Literatuurlijst Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO/WIA)
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- SER, Verdere uitwerking WAO-beleid : een reactie op enkele kabinetsvoornemens
Den Haag : SER, 2004.
SER Adviezen, nr. 2004/02
In dit advies geeft de Sociaal-Economische Raad zijn oordeel over enkele kabinetsvoornemens voor de arbeidsongeschiktheidsregelingen. In het advies, dat een reactie vormt op de SER-adviesaanvragen WAO van 19 november 2003 van het kabinet, formuleert de raad voorstellen voor een verdere uitwerking van het WAO-beleid, inclusief een nadere uitwerking van de voorstellen in zijn WAO-advies 2002. In zijn adviesaanvraag vraagt minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de raad om hem te adviseren over een drietal thema’s. De adviesaanvraag, die bestaat uit drie afzonderlijke adviesaanvragen, bevat gerichte kabinetsvoorstellen en vragen over: 1. het arbeidsongeschiktheidscriterium (AO-criterium) in de arbeidsongeschiktheidsregelingen om te bepalen of sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid dan wel van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid; 2. de positie van werknemers met een flexibele arbeidsrelatie en van militairen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen; 3. de invoering en vormgeving van een wettelijke regeling van het beroepsrisico, de Extra Garantieregeling Beroepsrisico’s (EGB). (B22409)
- SER, Werken aan arbeidsgeschiktheid : voorstellen WAO-beleid
Den Haag : SER, 2002. 366 p.
SER Adviezen, nr. 2002/05
Advies over het beperken van de instroom in de WAO en het vergroten van de activerende werking van het stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen. (B20332)
- SER, Bevordering arbeidsdeelname ouderen
Den Haag : SER, 1999
publicatienr. 1999/18
Advies van 17 december 1999 van de Commissie Arbeidsmarktvraagstukken met aanbevelingen aan het bedrijfsleven en overheid om de arbeidsdeelname van ouderen te bevorderen. Het advies geeft aan dat er extra inspanningen nodig zijn om ouderen aan het werk te houden. Daartoe dienen twee beleidssporen te worden gevolgd. Het eerste spoor betreft de verantwoordelijkheid van de sociale partners. Bedrijven moeten een leeftijdsbewust en op termijn leeftijdsonafhankelijk personeelsbeleid voeren. Het tweede spoor gaat over de regelingen voor de arbeidsvoorwaarden en vervroegde uittreding. Er moeten zodanige financiele prikkels komen dat mensen die langer blijven werken worden beloond en mensen die vervroegd uittreden de daaraan verbonden kosten zelf dragen.(B18122)
- SER, Onverzekerbare risico's
Den Haag : SER, 1999
publicatienr. 99/02
In een nadere afbakening van het vraagstuk van onverzekerbare risico's wordt nader ingegaan op de mogelijke onverzekerbaarheidsvraagstukken met betrekking tot het Anw-hiaat, het WAO-hiaat en het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen. Inzake het vraagstuk over de verantwoordelijkheid van de overheid bij het bieden van een waarborg voor individuele situaties waarbij sprake is van niet (of nauwelijks) verzekerbare risico's, worden mogelijke opties voor beleid gegeven. Ingegaan wordt op afwegingen en keuzemomenten die in dit verband aan de orde kunnen zijn en er worden specifieke beleidsopties gegeven voor de verzekerbaarheid van het Anw-gat en WAO-gat.(B17305)
- SER, Organisatie uitvoering sociale verzekeringen (OSV 2001)
Den Haag : SER, 1998
publicatienr. 98/12
Advies op hoofdlijnen over de organisatie van de uitvoering van de sociale verzekeringen. In een later stadium van de besluitvorming van het nieuwe kabinet wil de raad in een vervolgadvies nader op onderdelen adviseren. In het advies wordt ingegaan op de ontwikkeling van de marktwerking in de uitvoeringsorganisatie vanaf het midden van de jaren negentig en de daarmee gepaard gaande knelpunten. Vervolgens worden enkele hoofdlijnen van de kabinetsvoornemens nader beschouwd, waarbij ook wordt ingegaan op de samenhang met de arbeidsvoorziening, de bijstandsverlening en het SUWI-traject. Op 27 april 1998 is door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid advies aan de SER gevraagd. De Commissie Sociale Zekerheid, onder voorzitterschap van prof. dr. A.H.J. Kolnaar heeft advies uitgebracht, welke op 19 juni 1998 is vastgesteld in de raad.(B16529)
- SER, Werken aan zekerheid I : advies werken aan zekerheid - band
I: Deel 1: Algemeen : Deel 2: Sociale zekerheid in perspectief; reikwijdte advisering : Deel 3: activering en flexibilisering
Den Haag : SER, 1997
publicatienr. 1997/05 (1)
Unaniem advies over de kabinetsnota 'Werken aan Zekerheid'. De Raad wijdt een aantal beschouwingen aan twee invalshoeken die volgens hem gegeven een aantal majeure trends in de samenleving en economie niet mogen ontbreken in een fundamentele discussie over de toekomstige sociale zekerheid. Het gaat daarbij om de invalshoek van het streven naar economische zelfstandigheid voor mannen en vrouwen en de invalshoek van verantwoordelijkheidsverdeling in de sociale zekerheid. Band twee (b15582) gaat in op de problematiek van de toekomstige oudedagsvoorziening, de financiering van de AOW.(B15581)
- SER, Kabinetsvoornemens, ZW, AAW en WAO,
Den Haag : SER, 1995
publicatienr. 1995/05
De wijze waarop het kabinet de uitvoering van de AAW en de WAO wil privatiseren en premieverschillen wil introduceren, wordt door de SER unaniem afgewezen. Ervan uitgaande dat het kabinet op korte termijn een stap wil zetten om het ziekteverzuim en de instroom in de WAO verder terug te dringen, stelt de Raad voor de duur van de Ziektewet te verlengen van een naar drie jaar. Over die periode kunnen premieverschillen per bedrijfstak, risicogroep en onderneming worden gerealiseerd en kunnen publieke en particuliere verzekeraars daadwerkelijk in een concurrerende positie ten opzichte van elkaar komen en premieverschillen en opting out (overstappen van de bedrijfsvereniging naar een particuliere verzekeraar) in die periode mogelijk maken. (B13146)
- SER, Verantwoordelijkheidsverdeling sociale zekerheid : studie
Den Haag : SER, 1994
De studie heeft betrekking op de thematiek van de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen wetgever, sociale partners en individuele burgers op het terrein van de sociale zekerheid, en in het bijzonder ten aanzien van de inkomensbescherming bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en overlijden. De studie behelst een inventarisatie van feitelijke gegevens en beschikbare literatuur welke voor de gekozen thematiek relevant wordt geacht. De centrale vraagstelling in deze studie heeft betrekking op de beslissingsfunctie: door wie worden beslissingen genomen omtrent inhoud en karakter, reikwijdte en keuzevrijheden, rechten en plichten, financiering en uitvoering op het gebied van de inkomensbescherming, bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en overlijden.(B01080)
- SER, Advies ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid,
Den Haag : SER, 1991
publicatienr. 1991/15
In het eerste deel van het advies komen de belangrijkste feiten en achtergronden van de volumeontwikkeling in verband met ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid aan de orde. Daarnaast bevat dit deel een beschrijving van de wettelijke regelingen ter zake van ziekte en arbeidsongeschiktheid in Nederland en in een vijftal andere landen alsmede van de vereisten die internationale normverdragen stellen ten aanzien van de wettelijke ziekengeld- en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Het tweede deel bevat een nadere beschouwing van de adviesaanvraag en de daarin opgenomen beleidssuggesties. In dit deel wordt ingegaan op de beoogde gevolgen van volumebeleid en op de samenhang tussen de beleidssuggesties uit de adviesaanvraag en de reeds in gang gezette beleidsontwikkelingen. Voorts worden de beleidssuggesties uit de adviesaanvraag gegroepeerd rond de beleidsthema's vergroting financiele betrokkenheid van werkgevers en van werknemers, (verdergaande) rechtsbescherming en reintegratie van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten en wijzigingen in werkingssfeer en uitkeringsmodaliteiten van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsregelingen. Het derde deel bevat de visie van de raad op het in de toekomst te voeren beleid. De raad benadrukt dat verdergaande maatregelen moeten worden genomen dan voortvloeien uit het najaarsoverleg 1990, teneinde de beoogde stabilisatie en vervolgens substantiele vermindering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zo spoedig mogelijk te realiseren. (B11811)