Literatuurlijst Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO/WIA)

 
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen

 

  • Muijzer, A., The assessment of efforts to return to work : proefschrift Rijksuniversiteit Groningen
    Groningen : A. Muijzer, 2012. 154 p.
    In het kader van de claimbeoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering worden de re-integratie- inspanningen van werkgever en werknemer getoetst. In het proefschrift wordt geconcludeerd dat het lastig is om wetenschappelijk onderbouwd te toetsen of werkgevers en werknemers voldoende hun best doen om langdurige arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Met vragenlijstonderzoek en focusgroeponderzoek bracht Muijzer factoren in kaart die relevant zijn voor de beoordeling van de inspanningen van werkgevers en werknemers. De relatie tussen werkgever en werknemer blijkt daarbij een belangrijke factor. (B30756)

  • UWV, Overgangen binnen de WIA
    Amsterdam : UWV, 2012. 28 p.
    Kennismemo, nr. 12/02
    Het doel van dit kennismemo is drieledig. Het eerste doel is verkenning van het begrip overgangen. Daarbij staan de volgende deelvragen centraal: Waardoor ontstaat doorstroom van de ene WIA-regeling naar de andere? Wat is de ontwikkeling van het aantal overgangen sinds de start van de WIA in 2006? Wat zijn de kenmerken van de mensen die overgaan? Het tweede doel van het memo is het inpassen van de overgangen in ons prognosemodel voor de WIA. Om in de prognoses rekening te kunnen houden met de overgangen tussen IVA en WGA, moeten we overgangskansen definiëren en onderzoeken welke factoren de overgangskans beïnvloeden. Is het mogelijk om een overgangkans te definiëren? Welke factoren beïnvloeden de overgangskans? Ten slotte heeft het memo nog een derde doel: verkenning van de effecten van overgangen op de ontwikkeling van de WIA. Daarbij horen de volgende deelvragen: Kunnen we iets zeggen over het percentage mensen dat uiteindelijk zal overgaan? En wat betekent dit voor de ontwikkeling van de WIA en de verdeling over IVA en WGA? (B30752)
     
  • RWI; SEOR; Erasmus Universiteit; Zandvliet, K.; Gravesteijn, J.; Tanis, O.; Collewet, M.; Jong, N. de, Procesanalyse re-integratie : reconstructie van re-integratie dienstverlening
    Den Haag : RWI, 2011. 100 p.
    Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de uitvoering van re-integratie door gemeenten en UWV. In dit kwalitatieve onderzoek is op cliëntniveau een reconstructie gemaakt van de dienstverlening in het kader van re-integratie. Het geeft een beeld van de praktijk achter de cijfers over re-integratie en geeft indicaties over punten waarop de dienstverlening kan worden verbeterd. (B30325)
     
  • TNS Nipo; UWV; Snel, N.; Wensveen, D. van, Het eerste jaar nieuwe Wajong : kwantitatief onderzoek onder Wajongers ten behoeve van de monitor nieuwe Wajong : rapport
    Amsterdam : TNS Nipo, 2011. 67 p.
    Aanleiding voor dit onderzoek is de invoering van de nieuwe Wet Wajong die per 1 januari 2010 van kracht is geworden. In deze nieuwe wet staat het recht op arbeidsondersteuning centraal in plaats van het recht op inkomensondersteuning. Het onderzoek maakt deel uit van de Wajongmonitor (B29990). Deze rapportage van TNS-Nipo heeft betrekking op het kwantitatieve onderzoek onder Wajongers. In dit kwantitatieve onderzoek staan de volgende hoofdvragen centraal: Wat is de achtergrond van de nieuwe Wajongers?; Welke kennis hebben zij over de nieuwe Wet Wajong?; Wat is hun houding ten aanzien van werken en de nieuwe Wet Wajong?; Wat zijn de ervaringen met betrekking tot de nieuwe Wet Wajong? (B29991)
     
  • UWV; Berendsen, E.; Stoutjesdijk, M.; Ende, I. van den; Havinga, H.; Spaan, B.; Rijssen, J. van, Wajongmonitor: tweede rapportage : een analyse van de nieuwe Wajong in 2010
    Amsterdam : UWV, 2011. 143 p.
    Op 1 januari 2010 is de nieuwe Wajong ingevoerd. Om de nieuwe wet te kunnen evalueren en de Tweede Kamer van informatie te kunnen voorzien, heeft UWV in samenwerking met SZW een Wajongmonitor ingericht. Deze tweede rapportage bestrijkt heel 2010. De monitor schetst een beeld van de nieuwe Wajong in 2010. Vragen die daarbij centraal staan zijn: Hoe ontwikkelt de nieuwe Wajong zich in 2010?; Hoe is de verdeling over de verschillende regelingen?; Wat zijn de kenmerken van Wajongers in de nieuwe regeling? Voorts wordt in deze monitor een begin gemaakt met de analyse van participatie en re-integratie in de nieuwe Wajong. Daarbij staan deze vragen centraal: Hoe ontwikkelt de arbeidsparticipatie van Wajongers zich?; In welke mate en welke vorm worden re-integratieinstrumenten ingezet? Wat zijn de ervaringen van Wajongers met de nieuwe wet?; Hoe staan werkgevers tegenover het in dienst nemen van Wajongers (B29990)
     
  • Regioplan; UWV; Horssen, C. P. van; Blommesteijn, M.; Rosing, F. A., Een Wajonger in mijn bedrijf?! : een onderzoek naar de attitude, ervaringen en bereidheid van werkgevers om een Wajonger in dienst te nemen en te houden : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan, 2011.
    Regioplan publicatienr. 2104
    Aanleiding voor dit onderzoek is de invoering van de nieuwe Wet Wajong die per 1 januari 2010 van kracht is geworden. In deze nieuwe wet staat het recht op arbeidsondersteuning centraal in plaats van het recht op inkomensondersteuning. Het onderzoek maakt deel uit van de Wajongmonitor (B29990). Deze rapportage van Regioplan is een verslag van het werkgeversonderzoek voor de tweede Wajongmonitor. In het onderzoek staan vier thema's centraal: kennis, attitude, ervaringen en (aanname)bereidheid. (B29992)
     
  • CNV Jongeren; FNV Jong; Min. SZW, Cao Wajong-proof : een intern onderzoek binnen FNV en CNV
    [Utrecht] : CNV Jongeren, 2011. 37 p.
    CNV Jongeren heeft in samenwerking met FNV Jong en in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (in het bijzonder het Programma Cultuuromslag Wajong) onderzoek gedaan naar de kwaliteit en haalbaarheid van de gemaakte cao afspraken betreffende Wajong. Uit het onderzoek blijkt dat in het cao-seizoen 2010 binnen 91 cao’s afspraken gemaakt zijn over het aannemen van mensen met een beperking. Dit betreft zo’n 20% van de afgesloten cao’s. Voor sociale partners worden deze afspraken steeds belangrijker. Uit het onderzoek naar de gemaakte afspraken blijkt dat er in veel gevallen geen reële en kwalitatieve invulling aan de cao-afspraken gegeven wordt. Het afspreken van een hoog quotum klinkt goed, maar hierbij bestaat de kans op windowdressing: alleen roepen dat je Wajongers wilt aannemen werkt niet. (B29705)
     
  • Ape; AStri; Jong, Ph. de; Velema, W., Nederland is niet ziek meer : van WAO-debakel naar WIA-mirakel : publieksversie
    Den Haag : Ape, 2010. 72 p.
    Publieksversie van B29433. (B29434)
     
  • Ape; AStri; St. Inst. GAK; Jong, Ph. de; Veerman, Th.; Burg, C. van der; Schrijvershof, C. [et al.], Nederland is niet ziek meer : van WAO-debakel naar WIA-mirakel
    Den Haag : Ape, 2010. 314 p.
    Nederland is niet ziek meer. Zo luidt de verrassende slotsom van een grootschalig onderzoek van APE en AStri onder langdurig zieke werknemers in Nederland. Het WIA-stelsel voor de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft korte metten gemaakt met het WAO-debakel. Daarop beten politiek en bestuur tientallen jaren hun tanden stuk. In enkele jaren is het aantal nieuwe uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid met ongeveer 70% gedaald. Door dit WIA-mirakel is Nederland in 2010 niet ziek meer. Het WIA-mirakel blijkt mensenwerk, zo stellen de onderzoekers vast: het is vrijwel volledig toe te schrijven aan de reeks van maatregelen, die begon met de privatisering van de verzekering voor ziekteverzuim in 1996 en eindigde met de invoering van de WIA in 2006. Die privatisering hield in dat werkgevers de eerste twee jaar financieel aansprakelijk werden voor het ziekteverzuim. Dit stimuleerde werkgevers om zich veel meer in te zetten voor herstel en werkhervatting van hun zieke werknemers – met verbluffend resultaat. Het onderzoek laat duidelijk zien dat re-integratie-inspanningen van werkgevers en verzuimprofessionals effect hebben. Tijdige, op werkhervatting gerichte acties leiden tot een aanzienlijk hogere kans voor werknemers om tot werkhervatting te komen. Zelfs na negen maanden ziekte komt 70% weer gewoon aan het werk. Dat is veel meer dan onder het WAO-regime. Van de overige 30% is ongeveer de helft te ziek om nog te kunnen werken. Van de onderzochte groep langdurig zieke werknemers doet 26% uiteindelijk een beroep op de WIA. Voor zogeheten ‘vangnetters’, zieke (ex)werknemers die om diverse redenen geen werkgever (meer) hebben, is het WIA-stelsel nog niet zo succesvol. Van hen komt maar 23% na negen maanden ziekte aan de slag. Het aantal langdurig zieke vangnetters dat een beroep doet op de WIA is 55%. Voor het onderzoek zijn 4.000 langdurig zieke werknemers en 2.300 vangnetters anderhalf jaar lang gevolgd (B29433)
     
  • Kronenburg-Willems, E. J., Wet Wajong
    Deventer : Kluwer, 2010. 148 p.
    PS-special (2010), nr.10 Wet Wajong
    In deze Special wordt met name ingegaan op de nieuwe regeling met betrekking tot de Arbeids- en inkomensondersteuning die sinds 1 januari 2010 in hoofdstuk twee van de Wet Wajong is opgenomen. Éen van de belangrijkste doelstellingen van dit nieuwe hoofdstuk is het ondersteunen van jongeren met een beperking bij het vinden en behouden van een baan bij een reguliere werkgever. Na een kort overzicht van de voorgeschiedenis en enkele maatregelen, met name op het terrein van scholing, die de werking van de nieuwe regeling beogen te ondersteunen wordt ingegaan op de nieuwe elementen in de wet, met als kern het recht op arbeidsondersteuning en het recht op inkomensondersteuning. Op de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid als zodanig (het onderzoek door de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige, het duiden van functies enzovoorts) wordt slechts zijdelings ingegaan. In dat opzicht is er namelijk geen wijziging ten opzichte van de 'oude' Wajong en de andere arbeidsongeschiktheidsregelingen. In bijlage 1 van de Special is de tekst van hoofdstuk 2 Wet Wajong opgenomen, voorzien van een uitgebreide toelichting per artikel. Ook de op de artikelen gebaseerde regelgeving is vermeld en wordt waar nodig toegelicht. (B29404)
      
  • UWV; Berendsen, E.; Ende, I. van den; Havinga, H.; Spaan, B.; Stoutjesdijk, M., Wajongmonitor : eerste rapportage
    Amsterdam : UWV, 2010. 118 p.
    Op 1 januari 2010 is de nieuwe Wajong ingevoerd. Om de nieuwe wet te kunnen evalueren en de Tweede Kamer van informatie te kunnen voorzien, heeft UWV in samenwerking met SZW een Wajongmonitor ingericht. Dit rapport is de eerste versie van deze monitor. Deze monitor staat vooral in het teken van de transitie van de oude naar de nieuwe Wajong. Het rapport gaat achtereenvolgens in op: Volumeontwikkelingen; De kenmerken van Wajongers; participatie en re-integratie; handhaving en Bezwaar & beroep; Ervaringen van Wajongers; Ervaringen van werkgevers (B29334)
      
  • Ecorys; Min. SZW, Evaluatie activiteiten monitoring, signalering en kennisverspreiding van beroepsziekten, in het bijzonder van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten : eindrapport
    Rotterdam : Ecorys, 2010. 112 p.
    Ecorys heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de activiteiten rondom monitoring, signalering en kennisverspreiding van beroepsziekten in Nederland geëvalueerd, in het bijzonder van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB). De belangrijkste bevindingen zijn dat het NCvB een belangrijke bijdrage levert aan het bevorderen van het inzicht in beroepsziekten, maar bij de kennisverspreiding beter kan inspelen op de specifieke informatiebehoefte van belanghebbenden. Daarnaast is er nog steeds sprake van structurele onderregistratie van beroepsziekten. Lessen uit het buitenland laten zien dat samenwerking met de curatieve zorg, het versterken van diagnostische criteria en richtlijnontwikkeling van belang zijn voor het effectief melden van beroepsziekten. (B29331)
  • CrossOver, Op zoek naar het werkgeversperspectief bij de arbeidsparticipatie van Wajongers : notitie
    [Nieuwegein] : CrossOver, 2010. 8 p.
    De notitie bevat een overzicht van de bevindingen van werkgevers die in diverse publicaties over dit thema zijn beschreven. De bevindingen uit de onderzoeksresultaten zijn aangevuld met informatie die CrossOver verzamelde in gesprekken die zij de afgelopen maanden met MKB en werkgevers voerde. (B29271)
     
  • CrossOver, Een schets van het buitenland : een oriëntatie gericht op de situatie van jongeren met een beperking in school en werk in een aantal landen in Europa
    [Nieuwegein] : CrossOver, 2010. 36 p.
    Rapport over de situatie in het buitenland van jongeren met een beperking. Hoe staat het met hen en welke "best practices" zijn er?. In het eerste deel wordt een kort overzicht gegeven betreffende de stand van zaken in Europa. Daarna in een aantal landen binnen Europa waarover gegevens zijn gevonden. Soms wordt een eerste blik op de Nederlandse situatie gegeven, maar er wordt meestal vanuit gegaan dat deze bekend is. In het tweede deel worden adviezen, die vanuit verschillende studies betreffende het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van jongeren met een beperking, beschreven. Daar waar mogelijk, worden de adviezen ondersteund met voorbeelden uit andere landen. Met name de voorbeelden geven een beeld van de mogelijkheden die in andere landen zijn toegepast en waar wij in Nederland ons voordeel mee kunnen doen. (B29270)
      
  • UVA; Amsterdam Centre for Insurance Studies; Amsterdam Business School; Open Universiteit; [et al.], De arbeidsongeschiktheidsverzekering
    Zutphen : Paris, 2010. 91 p.
    ACIS serie, deel 4
    Op vrijdag 12 november 2010 vond het symposium 'De arbeidsongeschiktheidsverzekering' plaats. Het symposium werd georganiseerd door het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS). Medewerking aan het symposium werd verleend door de Master Verzekeringskunde van UvA Amsterdam Business School, de Open Universiteit en het Eggens Instituut voor Postacademisch Juridisch Onderwijs van de Universiteit van Amsterdam. In deze bundel zijn - in de volgorde van het symposiumprogramma - vier van de acht aldaar door de sprekers gehouden voordrachten opgenomen. Bevat de volgende bijdragen:
    1. De rol van het inkomen in de particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering / P. M. Leerink;
    2. Grondrechten en de particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering / J. T. J. A. Klijn;
    3. Het omgaan met medische gegevens in de claimbehandeling / B. Holthuis;
    4. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid bij particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen / E. J. Wervelman (B29257)
      
  • Waterman, Y. R. K., De aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsongevallen en beroepsziekten : een rechtsvergelijkend onderzoek : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2009.
    Werknemers die het slachtoffer worden van een arbeidsongeval, een beroepsziekte of een verkeersongeval vanwege hun werk, komen hogere uitkeringen toe dan zij nu van de overheid ontvangen. De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) moet daarom ingrijpend worden gewijzigd. Dat stelt mr. Yvonne Waterman in haar proefschrift 'De aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsgevallen en beroepsziekten'. Zij pleit ook voor een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor werkgevers. Waterman onderzocht de aansprakelijkheidswetgeving in Nederland en landen als België en Engeland. Bovendien keek zij naar recente jurisprudentie op het gebied van werkgeversaansprakelijkheidsrecht. Waterman concludeert dat er een verschuiving plaats heeft gevonden van schuldaansprakelijkheid naar risicoaansprakelijkheid. Zo kan een werknemer die op weg naar zijn werk een verkeersongeval krijgt, de werkgever aansprakelijk stellen voor zijn schade, ook al heeft de werkgever geen schuld aan het ongeluk. Echter, in het geval dat de Nederlandse werkgever wel schuld heeft aan de beroepsziekte of het arbeidsongeval, vergt het dikwijls een lastige en lange weg om schadevergoeding te krijgen. Dit geldt voor alle slachtoffers, maar met name voor asbestslachtoffers. Waterman bepleit daarom de invoering van een verplichte directe verzekering voor werkgevers in combinatie met een landelijke databank van deze verzekeringen. Verder ontbreekt het in Nederland aan een deugdelijke registratie van arbeidsongevallen en is de Arbeidsinspectie niet zo toegerust op haar controlerende taak als wenselijk zou zijn. Waterman wijst erop dat de kans van een doorsnee bedrijf op een controle vrij gering is, terwijl toch verreweg de meeste arbeidsongevallen en beroepsziekten gebeuren doordat de veiligheidswetgeving niet wordt nageleefd. “Meer controle zou veel leed schelen.” De promovenda concludeert eveneens dat de WIA in strijd is met het IAO-verdrag nr. 121. In dit verdrag is afgesproken hoe de inkomensbescherming is geregeld voor mensen die het arbeidsgerelateerde slachtoffer zijn geworden van een ongeval, een beroepsziekte of een verkeersongeval. "Nederland houdt zich niet aan de regels en op dit gebied loopt ons land achteraan." Daarom pleit zij voor de invoering van de Extra Garantieregeling Beroepsziekten (EGB). Dat betekent wel dat de WIA ingrijpend zal moeten worden aangepast. (B28276)

  • FNV; Orbis; Vries, H. de, De WGA-gerechtigde in het private stelsel : een verkennend onderzoek
    Zoetermeer : Orbis, 2009.
    Sinds 2007 hebben werkgevers de keuze om het WGA-risico (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) te verzekeren bij het UWV, zelf te dragen of privaat te verzekeren. Dit jaar zal de politiek de knoop doorhakken of de WGA volledig privaat zal worden uitgevoerd. De FNV heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de positie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten in het private stelsel. Hieruit blijkt dat verzekeraars zich in de eerste twee tot drie jaar na de eerste ziektedag inspannen voor re-integratie. Maar daarna wordt het muisstil. (B28073)

  • Burg, C. L. van der; Molenaar-Cox, P. G. M.; Bureau AStri; Min. SZW, Monitoring WGA-instromers van 2006 : klantvolgonderzoek naar arbeidssituatie, inkomsten en beleving van begeleiding door UWV 4, 8 en 20 maanden na de WIA-beoordeling : een eerste inventarisatie
    Leiden : Bureau AStri, 2009.
    Gedeeltelijk arbeidsongeschikten (werknemers met een loonverlies van tenminste 35 procent maar minder dan 80 procent) vallen onder de WGA (Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten). Dit rapport is in opdracht van het UWV uitgevoerd naar de (arbeidsmarkt- en inkomens) positie van cliënten die ingestroomd zijn in de WGA en re-integratieondersteuning krijgen van het UWV. Het monitoronderzoek heeft een longitudinaal karakter en is uitgevoerd onder een cohort cliënten die in mei/juni 2006 een WGA-uitkering toegekend hebben gekregen. De focus ligt op de werking van het geheel van prikkels, rechten en plichten vanuit de perceptie van de cliënt. Het betreft derhalve een belevingsonderzoek onder cliënten. Cliënten zijn hiervoor benaderd door middel van een schriftelijke vragenlijst. Onder deze cliënten hebben drie metingen plaatsgevonden: 4, 8 en 20 maanden na claimbeoordeling (oktober 2006, februari 2007 en februari 2008). De monitor geeft een eerste indruk over de stand van de zaken van de werking en de uitvoering van de WGA. (B27759)

  • OECD, Sickness, disability and work : breaking the barriers : vol. 3: Denmark, Finland, Ireland and the Netherlands
    Parijs : OECD, 2008. 202 p.
    Te veel arbeidskrachten verlaten de arbeidsmarkt voorgoed als gevolg van gezondheidsproblemen en te veel mensen met een invaliderende aandoening wordt de kans ontnomen om te werken. Ondanks dat mensen steeds gezonder zijn, verlaat een groot deel van de beroepsbevolking de arbeidsmarkt en is langdurig afhankelijk van uitkeringen op het gebied van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het rapport gaat in op de mogelijke factoren achter deze paradox, analyseert het beleid ten aanzien van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en doet overheden beleidaanbevelingen m.b.t een daling van het aantal uitkeringen en re-integratie. In deel 3 staan Denemarken, Finland, Ierland en Nederland centraal. (B27539)

  • RWI; Kok, L.; Hop, P.; SEO, Langdurig in de WAO
    Den Haag : RWI, 2008.
    Het onderzoek vergelijkt de kenmerken van mensen die instromen in de WAO met mensen die al langere tijd een WAO-uitkering ontvangen. Vragen die centraal staan zijn: Wat zijn de kenmerken van de mensen die in een arbeidsongeschiktheidsuitkering stromen? Hoe lang houden ze een uitkering? Welk percentage vindt een baan? Worden er re-integratietrajecten ingezet voor nieuwe instroom en langdurig arbeidsongeschikten? Zijn deze trajecten effectief? Het rapport geeft een overzicht van het aantal WAO’ers in de periode 1999-2005 en de kenmerken van WAO’ers. Daarna gaat het in op de uitstroom uit de WAO en beschrijft het de inzet van re-integratietrajecten voor nieuwe instroom en langdurig arbeidsongeschikten en de effectiviteit daarvan. (B27494)

  • Kronenburg-Willems, E. J., De Wet WIA : twee regelingen in één wet
    Deventer : Kluwer, 2008.
    PS-special, (2008), nr. 6. Wet WIA
    In deze special wordt de WIA uitvoerig behandeld naar de stand van zaken per 1 oktober 2008. Achtereenvolgens komen aan de orde; Hoofdlijnen van de WIA; Ontstaansvoorwaarden voor het recht op uitkering; De wachttijd; Uitsluitingsgronden; Het arbeidsongeschiktheidscriterium; Het claimbeoordelingsproces; De IVA-regeling; De WGA-regeling; Toename van de arbeidsongeschiktheid; Afname van de arbeidsongeschiktheid; Re-integratie; Eigen risicodragen door de werkgever; Sancties: maatregelen en boete; Bezwaar en beroep; Het overgangsrecht; Financiering en premieheffing. Voorts is de volledig herziene tekst opgenomen, waarbij elk artikel is voorzien van een toelichting. (B27486)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Met invloed meer werk : vervolgonderzoek naar het effect van klantinvloed op de re-integratie van herbeoordeelde WAO-gerechtigden
    Den Haag : IWI, 2008.
    R08/11
    Mensen die invloed hebben op hun re-integratietraject hebben een grotere kans om snel weer werk te vinden dan mensen die er geen invloed op uitoefenen. Dit is de conclusie van het rapport. Het rendeert om in klantinvloed en maatwerk te investeren en klantinvloed nog verder te stimuleren. (B27186)

  • Nikkels-Agema, M., De WIA in 100 vragen
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Antwoorden op vragen over de WIA. De vragen zijn onderverdeeld naar de volgende hoofdstukken: Basisvragen over de WIA; vragen over de claimbeoordeling; vragen over de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA); vragen over de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA); vragen over de premiestructuur WAO/WIA en de uitvoering van de WGA; vragen over rechten en plichten bij re-integratie en vragen over private verzekeringen. 3e herz. dr. (B27114)

  • OECD, Sickness, disability and work: breaking the barriers : vol. 2: Australia, Luxembourg, Spain and the United Kingdom
    Parijs : OECD, 2008.
    Te veel werknemers verlaten voor permanent de arbeidsmarkt wegens gezondheidsproblemen. Te veel arbeidsongeschikten wordt de kans ontnomen om te werken. Dit is een probleem wat in bijna alle OECD-landen voorkomt en zorgt voor een paradox. Aan de ene kant worden de gezondheidszorg en de volksgezondheid steeds beter, aan de andere kant zijn er steeds meer mensen langdurig afhankelijk van een arbeidsongeschiktheids- of ziektewetuitkering. Dit OECD-rapport kijkt specifiek naar de situatie in Australië, Luxemburg, Spanje en Groot-Brittannië. Het rapport belicht de rol van instellingen en van het beleid, en doet aanbevelingen voor hervormingen. Ervaringen in deze vier landen geven inzicht in hoe de instroom in ziekte- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te beperken door een goed ziekteverzuimbeleid zowel voor werkenden als niet-werkenden, en hoe de overgang van uitkering naar werk te bevorderen door goed getimede, doelgerichte, toegankelijke en effectieve ondersteuning. Ondanks de goede praktijkvoorbeelden kan er in de vier landen meer worden gedaan om te voorkomen dat mensen in een uitkeringssituatie terecht komen, en er voor te zorgen dat uitkeringsgerechtigden weer aan het werk komen. Veel mensen met gezondheidsproblemen of beperkte arbeidscapaciteiten kunnen werken, en willen werken. Deze mensen aan het werk helpen, zorgt voor een win-win beleid: het voorkomt sociale uitsluiting en zorgt voor een hoger inkomen. En op langere termijn zorgt het voor betere economische vooruitzichten. (B27085)

  • RWI; SEO, Analyse Wajong en werk
    Den Haag : RWI, 2008.
    In opdracht van de RWI heeft het onderzoekbureau SEO Economisch Onderzoek voor de Wajong-populatie een analyse gemaakt op basis van het cliëntstromenbestand dat in opdracht van de RWI is ontwikkeld. Er wordt ingegaan op de ontwikkeling van de in -en uitstroom en de achtergrondkenmerken zoals leeftijd, diagnose, opleidingsniveau, situatie voorafgaand aan de Wajong-uitkering en etniciteit. Vervolgens wordt een analyse gemaakt van de kans op het aangeboden krijgen van een re-integratietraject en tenslotte wordt ingezoomd op de uitstroom en de arbeidsparticipatie van personen met een Wajong-uitkering. (B26865)

  • RWI; SEO; Kok, L.; Hop, P., In en uit de Wajong : analyse van stromen en de samenloop met betaald werk
    Den Haag : RWI, 2008.
    In het onderzoek wordt gekeken naar de instroom in en de uitstroom uit de Wajong: waar komen ze vandaan en waar gaan ze heen als ze uitstromen. Verder wordt ingegaan op de samenloop van Wajong-uitkering en regulier werk dan wel een WSW-baan. Verder beschrijft het rapport de persoonskenmerken van nieuwe instroom en langdurig arbeidsongeschikten en de inzet van re-integratietrajecten. (B26866)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Invoering WIA : rapport over implementatie Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
    Den Haag : IWI, 2008.
    R08/02
    IWI heeft de afgelopen twee jaar de invoering van de Wia gevolgd en hierbij onderzocht of UWV de processen van beoordelen van aanvragen en verstrekken van uitkeringen beheerst. Daarnaast onderzocht IWI de ondersteunenden systemen en processen die UWV inzet bij de uitvoering van de Wia.
    De inspectie concludeert dat UWV het proces van verwerken van aanvragen en verstrekken van uitkeringen bij de Wia, goed onder controle heeft. Hoewel het nieuwe ICT-systeem voor de uitvoering van de Wia nog niet gereed is, zorgt UWV er wel voor dat de uitvoering geen gevaar loopt. (B26804)

  • Bureau AStri; Burg, C. L. van der; Deursen, C. G. L. van; Veldhuis, V., Eindrapportage herbeoordeeld ..... en dan? : stand van zaken achttien maanden na de uitslag 2005 en 2006
    Leiden : Bureau AStri, 2008.
    Zesde en laatste deelonderzoek over de inkomens- en arbeidsmarktpositie van herbeoordeelden. Het onderzoek levert inzicht in de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van cliënten waarvan de WAO-uitkering na de aSB-herbeoordeling is verlaagd of beëindigd. Twee groepen (cohorten) van 5.000 WAO'ers, waarvan de uitkering beëindigd of verlaagd is, zijn gedurende anderhalf jaar gevolgd. Dit zesde onderzoek beschrijft de resultaten van het 2006- cohort, 18 maanden na de herbeoordeling. (B26790)

  • Stichting van de Arbeid, Praktische conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de rondetafelgesprekken over re-integratie en behoud voor werk van werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn
    Den Haag : StvdA, 2008.
    Publicatienr. 1/08
    Praktische conclusies en aanbevelingen om de kans op een succesvolle re-integratie van werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn zo groot mogelijk te maken. In 2007 was 62 procent van de mensen die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn (‘35-minners’), aan het werk. Dat is weliswaar een forse verbetering ten opzichte van 2006 (toen was dit slechts 46 procent), maar het is nog altijd te weinig. praktische conclusies en aanbevelingen om de kans op een succesvolle re-integratie van werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn zo groot mogelijk te maken.
    In 2007 was 62 procent van de mensen die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn (‘35-minners’), aan het werk. Dat is weliswaar een forse verbetering ten opzichte van 2006 (toen was dit slechts 46 procent), maar het is nog altijd te weinig. De Stichting roept cao-partijen op afspraken te maken gericht op het behoud van werk voor 35-minners, voor zover zij dat nog niet hebben gedaan. Zij wijst hierbij op enkele best practices. De Stichting vindt dat bedrijven en instellingen meer moeten samenwerken om de re-integratiekansen van 35-minners te vergroten. De Poortwachtercentra zijn hier een goed voorbeeld van. De Stichting stelt voor om het mogelijk te maken dat de no-risk polis, met het oog op een snellere re-integratie via het eerste of tweede spoor, ook vóór de WIA-beoordeling wordt ingezet.
    Verder bevat de nota de volgende bijlagen: 1. Beleidsconclusies van de Stichting van de Arbeid naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek naar de re-integratie van werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn; 2. Afspraken Participatietop, 27 jui 2007; 3. Voorbeeld detacheringsovereenkomst; 4. Goede voorbeelden van cao-afspraken voor werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn; 5. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad. (B26774)

  • Verbond van Verzekeraars; Centrum voor Verzekeringsstatistiek; Treur, H. F., De rationele ondernemer : motieven van zelfstandig ondernemers en dga’s om zich te verzekeren tegen het risico van arbeidsongeschiktheid
    Den Haag : Verbond van Verzekeraars, 2007.
    Onderzoek naar de motieven van zelfstandigen om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, en naar de verzekeringsmogelijkheden. Uit dit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft (47 procent) van de zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit. De beslissing om zich al dan niet te verzekeren, blijkt vooral op basis van rationele overwegingen te worden genomen. (B26742)

  • Regioplan Beleidsonderzoek; Horssen, C. van;Stichting van de Arbeid, Geen WIA, wel werk? : vervolgmeting van het onderzoek naar de re-integratie van werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan Beleidsonderzoek, 2008.
    Vervolgonderzoek uitgevoerd door Regioplan in opdracht van de Stichting van de Arbeid naar de zogenaamde 35-minners. Het onderzoek naar de re-integratie van zieke werknemers met minder dan 35 procent verlies van verdiencapaciteit heeft tot doel na te gaan in hoeverre werknemers bij de eigen werkgever in dienst blijven en welke oplossingen werkgever en werknemer vinden voor de re-integratie bij de eigen dan wel een andere werkgever. Dit is uitgewerkt in onderzoeksvragen gericht op: de omvang en samenstelling van de populatie; de succesfactoren en problemen die werkgevers en werknemers benoemen; de ondersteuning en de maatregelen bij re-integratie; een vergelijking met de meting uit het najaar van 2006; een vergelijking tussen werknemers die voor de WIA zijn beoordeeld en werknemers die vóór de WIA-beoordeling zijn hersteld. Het onderzoek beschrijft de resultaten van drie enquêtes: een schriftelijke enquête onder werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard; een webenquête en aanvullende telefonische interviews onder werkgevers van deze werknemers; een schriftelijke enquête onder werknemers die zes of achttien maanden ziek zijn geweest alvorens te re-integreren. In het slothoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen en worden de belangrijkste verklaringen gegeven voor het wel of niet hervatten van werk. Uit dit onderzoek komen vier belangrijke verklarende factoren voor werkhervatting naar voren: gezondheid, (deels) blijven werken, beschikbaarheid van passend werk en de werkgever-werknemerrelatie. Deze laatste factor omvat de motivatie van de werknemer, het begrip van de werkgever voor de situatie van de werknemer, de gedeelde verantwoordelijkheid van werknemer en werkgever en de tevredenheid van werkgever en werknemer over elkaars inspanningen. Een belangrijk verschil met het onderzoek dat een jaar eerder is uitgevoerd is dat een groter aandeel van de werknemers na de WIA-beoordeling weer werkt. De meeste succesvol gere-integreerde werknemers werken nog bij hun eigen werkgever. (B26547)

  • Nikkels-Agema, M., De WIA en de marktwerking in de WGA : WGA-eigenrisicodragerschap of juist niet
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Behandeld wordt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Zowel de regeling Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) als de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) komen daarbij aan bod. Wanneer geldt welke regeling? Hoe ziet het inkomensplaatje van een medewerker eruit mocht hij onverhoopt in de WIA komen. De grootste groep die twee jaar ziek is geweest en bij de WIA beoordeling komt, die heeft in het geheel geen recht op de WIA omdat ze niet voldoen aan de norm om tenminste voor 35% arbeidsongeschikt te zijn. Dit boek behandelt daarom ook de situatie omtrent het mogelijk ontslag en het recht op Werkloosheidswet. Voorts wordt ingegaan op de gevolgen van toe- of afname van ao voor een WIA-uitkering, marktwerking in de WGA, Premiestructuur van de WAO/WIA, het WGA-eigenrisicodragerschap, reïntegratiesubsidies voor arbeidsgehandicapten en personen met structureel functionele beperkingen. (B25660)

  • UWV, De groei van de Wajonginstroom : een onderzoeksrapport in het kader van het dossieronderzoek Wajong 2007
    Amsterdam : UWV, 2007.
    Kenniscahier, nr. 07-01
    Het rapport presenteert de resultaten van een omvangrijk dossieronderzoek naar de instroom in de Wajong. De centrale onderzoeksvraag is: waarom stijgt de instroom en wie zijn die nieuwe jonggehandicapten? (B26223)

  • Min. SZW ; Gils, G. van; Frank, L.; Heijden, P. van der, Regelovertreding in de WAO, WW en WWB in 2006
    Den Haag : Min SZW, 2007.
    Werkdocumenten , nr. 387
    De belangrijkste uitkomsten van de vierde meting van het periodiek onderzoek naar regelovertreding in de sociale zekerheid zijn in de navolgende paragrafen samengevat. Bij de beoordeling van deze resultaten moet rekening worden gehouden met de beperkte representativiteit en vergelijkbaarheid van de uitkomsten. (B26113)

  • MKB Nederland; LangmanEconomen; Achmea Interpolis, Niet wachten op de WIA : 35-min in het MKB: knelpunten en oplossingsrichtingen
    Amsterdam : LangmanEconomen, 2007.
    Rapport waarin knelpunten en mogelijkheden voor snellere reïntegratie van arbeidsgehandicapten zijn onderzocht. Allereerst wordt in het rapport kort uiteengezet wat de wettelijke verplichtingen zijn van werkgever en werknemer bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Daarbij worden een aantal conclusies over de gevolgen van deze verplichtingen voor werkgevers in het MKB. Voorts laat het rapport zien wat de effecten van de wetgeving zijn op ziekteverzuim en instroom in de WAO/WIA en wat dit betekent voor kleine en middelgrote bedrijven. Daarna wordt ingegaan op de belangrijkste knelpunten die werkgevers in het MKB ervaren bij de re-integratie van 35-min. Deze knelpunten worden geïllustreerd met voorbeelden uit de praktijk. Tot slot worden een aantal oplossingsrichtingen geschetst die de verschillende betrokken partijen kunnen oppakken. Daarbij beperkt het onderzoek zich niet tot bestaande instrumenten die individuele werkgevers en werknemers nu reeds kunnen inzetten om de re-integratie van de groep 35-min te bevorderen. Ook gaat het rapport in op nieuwe instrumenten die aan werkgevers en werknemers kunnen worden aangeboden door de overheid, marktpartijen (verzekeraars, arbodiensten en re-integratiebedrijven) en brancheorganisaties. (B25608)

  • Bureau AStri; Deursen, C. G. L. van; Min. SZW, Herbeoordeeld, ..... en dan? : stand van zaken vier maanden na de uitslag 2005 en 2006
    Leiden : Bureau AStri, 2007.
    Eerste deelonderzoek van het tweede cohort. Deze groep is vervolgens 4 maanden na het moment van herbeoordeling geënquêteerd. Onderzocht is wat er qua arbeidsmarkt- en inkomenspositie gebeurt met de WAO'ers die na herbeoordeling meer of volledig arbeidsgeschikt worden verklaard en wat de succes- en faalfactoren zijn die van invloed zijn op het vinden en aanvaarden van werk. Deze factoren zijn te onderscheiden naar vier categorieën factoren, gelegen in de persoon, de (potentiële) werkgever, de re-integratiedienstverlening en de wet- en regelgeving? (B25564)

  • Bureau AStri; [et al.], Herbeoordeeld, ..... en dan? : stand van zaken 2005-cohort, 18 maanden na de uitslag
    Leiden : Bureau AStri, 2007.
    Derde deelonderzoek van het eerste cohort. Deze groep is 18 maanden na de uitslag geënquêteerd. Onderzocht is wat er qua arbeidsmarkt- en inkomenspositie gebeurt met de WAO'ers die na herbeoordeling meer of volledig arbeidsgeschikt worden verklaard en wat de succes- en faalfactoren zijn die van invloed zijn op het vinden en aanvaarden van werk. Deze factoren zijn te onderscheiden naar vier categorieën factoren, gelegen in de persoon, de (potentiële) werkgever, de re-integratiedienstverlening en de wet- en regelgeving? (B25565)

  • Inspectie Werk en Inkomen, De WIA-claim beoordeeld : Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 2006-2008
    Den Haag : IWI, 2007.
    R06/24
    De inspectie volgt gedurende twee jaar de implementatie en uitvoering van de Wia door UWV. In deze periode brengt de inspectie hierover vier rapporten uit. In deze eerste rapportage komt de claimbeoordeling aan de orde: het proces waarin wordt beoordeeld of een verzekerde aanspraak kan maken op een Wia-uitkering. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de proces- en systeemondersteuning van de Wia. (B25472)

  • OECD, Sickness, disability and work : breaking the barriers : Norway, Poland and Switzerland
    Parijs : OECD, 2006.
    Te veel werknemers verlaten voor permanent de arbeidsmarkt wegens gezondheidsproblemen. Te veel arbeidsongeschikten wordt de kans ontnomen om te werken. Dit is een probleem wat in bijna alle OESO-landen voorkomt en zorgt voor een paradox. Aan de ene kant worden de gezondheidszorg en de volksgezondheid steeds beter, aan de andere kant zijn er steeds meer mensen langdurig afhankelijk van een arbeidsongeschiktheids- of ziektewetuitkering. Dit OECD-rapport kijkt specifiek naar de situatie in Noorwegen, Polen en Zwitserland. Het rapport belicht de rol van instellingen en van het beleid, en doet aanbevelingen voor hervormingen. In alle drie de landen wordt te weinig gedaan om instroom naar een uitkeringssituatie te beperken en de uitstroom uit een uitkeringssituatie te bevorderen. Tevens zijn er te weinig financiële prikkels voor arbeidsongeschikten om aan het werk te gaan, en voor werkgevers om arbeidsongschikten aan te nemen. (B25374)

  • Kronenburg-Willems, E. J., De wet WIA : alles over de opvolger van de WAO
    Deventer : Kluwer, 2006. 269 p.
    PS-special (2006) nr. 5. De wet WIA : alles over de opvolger van de WAO
    In deze Special wordt de WIA uitvoerig behandeld naar de stand van zaken per 1 oktober 2006. Daarnaast is de volledig herziene tekst opgenomen, waarbij elk artikel is voorzien van een uitvoerige toelichting. Ook de nadere regelgeving komt uitgebreid aan de orde. (B25315)

  • Breed Platform Verzekerden & Werk; [et al.], Herbeoordeling re-integratie werk? : een praktijksignalement
    Z.P. : BPV, 2006.
    In het rapport staan ervaringen van 380 WAO'ers die volgens de nieuwe keuringscriteria zijn herbeoordeeld. Driekwart had een volledige uitkering waarvan bij de helft na een 'gezondverklaring' de uitkering werd beëindigd. (B25261)

  • Bureau AStri; Deursen, C. L. van; UWV, Werken na herbeoordeling? : onderzoek onder 1.783 herbeoordeelden waarvan de uitkering verlaagd of beëindigd is
    Leiden : Bureau AStri, 2006. 104 p.
    Onderzoek naar arbeidsmarkt- en inkomenspositie van WAO’ers na de herbeoordeling. In deze eerste meting staan de eerste stappen naar het vinden van werk en werkuitbreiding centraal. De volgende onderzoeksvragen komen aan bod: 1. Wat zijn de kenmerken van de herbeoordeelden (werken en arbeidsgeschiktheid, demografisch, gezondheid en bezwaar tegen uitslag)?; 2. Hoeveel werkende herbeoordeelden hebben het aantal uren uitgebreid, welke niet, en welke ondersteuning krijgt men?; 3. Hoeveel herbeoordeelden zonder werk kunnen en willen het werk hervatten en hoeveel niet? Welke activiteiten ondernemen ze zelf om werk te vinden en verwachten ze binnen anderhalf jaar werk te vinden?; 4. Welke cliënten krijgen begeleiding via UWV, welke cliënten niet en waarom niet?; 5. Hoe is de financiële positie van cliënt, in hoeverre is deze veranderd sinds de herbeoordeling en welke uitkeringen ontvangt de cliënt?; 6. Hoe ervaren en beoordelen de herbeoordeelden de uitvoering van de herbeoordeling door UWV? (B24773)

  • Bureau AStri; Deursen, C. G. L. van; UWV, Herbeoordeeld ..... en dan? : stand van zaken 8 maanden na de uitslag
    Leiden : Bureau AStri, 2006. 80 p.
    De tweede enquête heeft plaatsgevonden vier maanden na de eerste meting, en daarmee acht maanden na ontvangst van de uitslag van de herbeoordeling. In deze tweede meting wordt de (tussen)stand gegeven wat functie-uitbreiding van werkenden en werkhervatting van niet-werkenden betreft en wordt ingegaan op de ontvangen begeleiding en het inkomen. Daarnaast is een aantal extra thema’s opgenomen met als doel bevindingen uit de eerste meting nader te duiden. Deze extra onderwerpen zijn: r realisatie verdiencapaciteit van werkenden; werkhervatting door de niet-werkenden; bezwaar en beroep; reden van inkomensverslechtering en -verbetering; aanvraag WW- ot TRI-uitkering. (B24774)

  • Min. SZW; Verman, T. J.; Molenaar-Cox, P. G. M.; AStri, De meerwaarde van de arboconvenanten : update van verzuim- en WAO-cijfers tot en met 2004 : een onderzoek naar de ontwikkeling van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid in branches met een arboconvenant vergeleken met die in branches zonder convenant
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    In dit rapport wordt de ontwikkeling van het ziekteverzuim en de WAO-instroom vergeleken tussen "convenantbranches" (branches c.q. sectoren waar arboconvenanten zijn afgesloten) en andere branches. De vergelijking strekt zich uit over de jaren tot en met 2004. Uit het onderzoek blijkt dat het ziekteverzuim het snelst daalt in sectoren met een arboconvenant. Het rapport is van update van het rapport uit 2004 'De meerwaarde van het arboconvenanten-aanpak : een eerste evaluatie op basis van beschikbare databronnen' (B23160). (B24800)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Tussen oordeel en advies : uitvoering van het deskundigenoordeel 'geschiktheid tot werken' door UWV
    Den Haag : IWI, 2005. 23 p.
    R05/23
    Als zieke werknemers een meningsverschil hebben met hun werkgever over hun reïntegratie, kunnen ze een second opinion aanvragen bij UWV: het deskundigenoordeel. Een arts van UWV beoordeelt of de werknemer in staat is om de werkzaamheden te doen die zijn opgenomen in het reïntegratieplan. De second opinions moeten ervoor zorgen dat werknemers niet gedwongen worden om werk te doen dat niet goed is voor hun gezondheid. Daarnaast kunnen de deskundigenoordelen, als de werkgever en werknemer er samen niet uitkomen, het reïntegratieproces weer op gang helpen. De inspectie vindt dat UWV de second opinions goed uitvoert en noemt enkele punten die nog verbeterd kunnen worden. (B24600)

  • Barentsen, B., Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Actualiteiten Sociaal Recht, deel 22
    Introductie van de WIA op hoofdlijnen. Achtereenvolgens komen aan bod: de opbouw van de wet; inkomen bij ziekte onder de WIA; het arbeidsongeschiktheidsbegrip en de claimbeoordeling; de loonsanctie; de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA); de verschillende uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA), de loongerelateerde en loonaanvullings- en vervolguitkering; verandering in de mate van arbeidsongeschiktheid en de gevolgen daarvan voor het recht op uitkering; reïntegratie; de verhouding tussen de WIA en de WW; de uitvoering van de WIA. Verder is de actuele wettekst opgenomen, waarin de eerste reparatiewetgeving al is verwerkt. (B24571)

  • SMO; [et al.], Internetsturing in de zelfredzame samenleving : een case study uit de WAO
    Den Haag : SMO, 2005.
    SMO, nr. 2005-S3
    Deze publicatie gaat over het versterken van (verborgen) kracht, kennis en probleemoplossend vermogen van mensen met het doel hun zelfredzaamheid te bevorderen. Het is een case study van een innovatief internetinstrument, de WAO Zelfverkenner. Dit is gebouwd rond een ervaringsverhalenbank waarin verhalen verzameld zijn van WAO'ers en ex-WAO'ers. Het achterliggende idee is dat mensen geactiveerd worden door kennis te nemen van vergelijkbare ervaringen van anderen en door contact te leggen met anderen die in een vergelijkbare situatie verkeren. De WAO Zelfverkenner is in wezen een zelfhulpinstrument waarmee WAO'ers kennis, hulp en steun kunnen krijgen tijdens hun reïntegratie. De publicatie is de weergave van een onderzoek naar de haalbaarheid van het internetinstrument dat onder zowel de professionals van UWV en enkele reïntegratiebedrijven is verricht als onder hun cliënten. (B24532)

  • UWV, Januarinota financiële ontwikkeling UWV-fondsen 2005-2006
    Amsterdam : UWV, 2006.
    De Januarinota geeft inzicht in de ontwikkeling van de programmakosten (uitgaven voor uitkeringen, sociale werkgeverslasten en reïntegratiebudgetten) en de uitvoeringskosten van UWV, waarbij de nadruk op de ontwikkeling van de programmakosten ligt. Allereerst worden de Aok en de Aof behandelt. Deze vormen samen de prognoses voor de WAO (exclusief de eigen risicodragers) en WAZ. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de prognoses voor de WIA. En komt het arbeidsongeschiktheidsfonds AfJ aan de orde. Het AfJ betaalt de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan Jonggehandicapten (Wajong). Vervolgens worden de prognoses voor het Rf weergegeven. Dit fonds financiert de kosten van de wet op de Reïntegratie (REA). De fondsen die de WW financieren, de sectorale wachtgeldfondsen en het AWf, komen daarna aan de orde. Deze fondsen financieren tevens de ZW-vangnetuitkeringen. Het volgende hoofdstuk bevat de prognoses ten behoeve van het Uitvoeringsfonds voor de Overheid (UfO). Het UfO financiert de vangnetuitkeringen van de Ziektewet, de zwangerschapsuitkeringen en de WW voor overheidspersoneel. Voorts is de begroting van het Tf. Het slothoofdstuk beschrijft de ontwikkeling van de beroepsbevolking en grondslagen. Uit de Januarinota komt naar voren dat het aantal WW-uitkeringen in 2006 afneemt tot 280.000. Dit is een daling van 34.000 ten opzichte van eind 2005. Ook het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, dat al sinds 2003 aan het afnemen is, daalt verder in 2006. (B24483)

  • Kronenburg-Willems, E. J.; Ridder, N., Wet financiering sociale verzekeringen, financiering WIA en uitkeringsloon vanaf 2006
    Deventer : Kluwer, 2006. 320 p.
    PS-special (2006) 1. Wfsv, financiering WIA en uitkeringsloon vanaf 2006
    Op 1 januari 2006 treedt de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) in werking. Deze wet vormt het sluitstuk van de zogenaamde operatie Walvis, waarbij de heffing en inning van premies werknemersverzekeringen is overgegaan van het UWV naar de Belastingdienst. De invoering van de wet financiering sociale verzekeringen valt samen met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de in werking treding van Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
    In deze PS-special is alle informatie over de Wfsv, de I-Wfsv, het ontwerp-besluit Wfsv en de nieuwe Dagloonregels opgenomen. De bijlagen bevatten de relevante teksten met per artikel een toelichting. (B24455)