Literatuurlijst Algemene Ouderdomswet (AOW)


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen

 

  • FNV
    Position paper FNV hoorzitting pensioenakkoord
    Amsterdam : FNV, 2011. 4 p.
    De FNV heeft op verzoek van de Tweede Kamer nogmaals haar standpunten over het pensioenakkoord op een rij gezet in een position paper. Dit document is op 9 augustus 2011 aan de Kamer gestuurd en is bedoeld ter voorbereiding op de hoorzitting over het akkoord op 15 en 16 september 2011. FNV wijst er in het position paper op dat het pensioenakkoord broodnodig is om de problemen van het huidige stelsel het hoofd te bieden. De schokken op de financiele markten laten zien dat de verplichtingen van pensioenfondsen op een veel trendmatiger en stabiele wijze moet worden beoordeeld. Niets doen is geen optie. (B30118)
     
  • Knoef, M. G.
    Essays on labor force participation, aging, income and health : proefschrift Universiteit Tilburg
    Tilburg : CentER, 2011. 211 p.
    CentER Dissertation Series, nr. 292
    Marike Knoef deed in vijf papers onderzoek naar inkomen rond pensionering, sociale zekerheid en mantelzorg. Ze vond onder andere dat een betere organisatie van mantelzorg binnen families de informele zorg met 50 procent kan doen toenemen en personeelstekorten in de gezondheidszorg kan verlichten. Knoef vond in haar verdere onderzoek ook dat mensen met lage inkomens 2,5 jaar korter leven dan mensen met hoge inkomens, en daardoor ook 2,5 jaar korter AOW en aanvullend pensioen ontvangen. Deze verschillen in levensverwachting en inkomen leiden tot verschillen in de gewenste AOW-leeftijd. Een flexibele AOW-leeftijd, die individuen de mogelijkheid biedt om de AOW eerder of later in te laten gaan dan de standaard leeftijd, komt tegemoet aan deze individuele verschillen. Ook blijkt dat onder andere door de toegenomen deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt het pensioen van de middeninkomens meer zal groeien dan het pensioen van de lage en hoge inkomens. Dat betekent dat zonder hervormingen de inkomensongelijkheid onder ouderen groeit aan de onderkant van de samenleving, maar afneemt in de hogere inkomenssegmenten. (B30061)
     
  • CPB, Analyse voorstel verhoging AOW-leeftijd
    Den Haag : CPB, 2010.
    CPB notitie
    De notitie ‘Houdbaarheidseffecten voorstel verhoging AOW-leeftijd’ van 4 december 2009 (B28316) gaf een eerste analyse van het wetsvoorstel voor verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Op dat moment waren de flankerende maatregelen, te weten de flexibilisering van de AOW-leeftijd, de overbruggingsregeling voor oudere werklozen en het ‘duurzaam inzetbaarheidsbeleid’ (de zwareberoepenregeling) nog niet uitgewerkt. Ondertussen zijn deze maatregelen grotendeels ingevuld, en daarom wordt in deze notitie de eerdere analyse uitgebreid en geactualiseerd. (B28416)
  • CPB, Houdbaarheidseffect voorstel verhoging AOW-leeftijd
    Den Haag : CPB, 2009.
    CPB-notitie
    Deze notitie bespreekt het wetsvoorstel voor verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, en daarmee samenhangend, verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar dezelfde leeftijd. Het CPB heeft de gevolgen van het wetsvoorstel voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën geanalyseerd. (B28316)

  • SP, Wetenschappelijk Bureau; Schouten, N., Verhoging AOW-leeftijd : ongewenst, onnodig en onzinnig
    Rotterdam : SP, Wetenschappelijk Bureau, 2009.
    Een AOW-uitkering op 65 jaar is betaalbaar en blijft dat ook in de toekomst. Dit stelt het Wetenschappelijk Bureau van de SP in het rapport ‘Verhoging AOW-leeftijd; ongewenst, onnodig en onzinnig’. Méér 65-plussers brengen niet alleen meer kosten, maar ook meer inkomsten met zich mee. Voorstanders van de verhoging van de AOW-leeftijd zien daarnaast over het hoofd dat er vroeger door een hoger geboortecijfer veel meer jongeren waren waarvoor kosten moesten worden gemaakt. Die zijn nu een stuk lager. (B28210)

  • FNV Bondgenoten; Schalkwijk, M.; Ettema, A.; Kanne, P.; TNS Nipo, Verhoging AOW-leeftijd en zware beroepen : een onderzoek onder werkgevers
    Amsterdam : TNS Nipo, 2009.
    Het kabinet wil de zware beroepen ontzien in de voorstellen om de AOW naar 67 jaar te tillen. In dit kabinetsvoornemen heeft een werkgever twee opties: na ongeveer 30 jaar aan werknemers in zware beroepen een aanbod doen voor minder zwaar werk; de werknemer financieel faciliteren zodat hij op zijn 65ste AOW kan ontvangen. De beroepen kraanmachinist, metselaar, verpleegkundige, plaatwerker en loodgieter worden in één of meerdere opzichten door het RIVM getypeerd als ‘zwaar beroep’. (Nationaal Kompas Volksgezondheid). Daarnaast wordt in andere EU-landen met ‘zwaar werk regelingen’, werken in nachtdienst ook erkend als ‘zwaar beroep’. FNV Bondgenoten heeft TNS NIPO gevraagd een onderzoek uit te voeren onder werkgevers. Centraal staat de vraag ‘kunnen en willen werkgevers meewerken aan de vraag van het kabinet werknemers met zware beroepen een aanbod te doen voor een ander, lichter beroep?’. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek besproken. (B28270)

  • Netspar; Sap, J.; Schippers, J.; Nijssen, J., Langer doorwerken en flexibel pensioen
    Tilburg : Netspar, 2009.
    NEA Papers, nr. 23
    Voor het rapport keken Schippers en zijn coauteurs naar de haalbaarheid van de AOW-plannen van het kabinet om de pensioenleeftijd te verhogen. De onderzoekers bestudeerden zowel de financiële haalbaarheid, als de evenwichtige verdeling van de lasten voor de samenleving bij een verhoging van de pensioenleeftijd. Gepleit wordt voor een gedifferentieerde benadering van ouderen als onderdeel van het Nederlandse beleid rond langer doorwerken en pensioen. De traditionele beeldvorming, die in de bedrijfspraktijk dominant is, stelt ouder worden gelijk aan zwakker worden. Tegenover dit generieke beeld stelt de overheid al een aantal jaren een even algemeen beeld van ouderdom als kracht — ‘senior power’. Het overheidsbeleid ontkent daarmee in feite het probleem van werkgevers en slaagt er niet in de kloof met de bedrijfspraktijk te dichten. Door dat probleem wel serieus te nemen en in het spoor daarvan een gedifferentieerde typologie van de oudere medewerker te ontwikkelen, ontstaat oog voor zowel de kracht als de zwakte van de ouder wordende medewerker. Een dergelijke typologie en maatregelen die aansluiten bij de diversiteit van ouderen, kunnen bijdragen aan een effectiever leeftijdbeleid. In dit rapport wordt een voorstel gedaan voor zo’n gedifferentieerde typologie. In het kader van maatregelen die aansluiten bij de diversiteit van ouderen wordt gepleit voor flexibilisering van de AOW en koppeling van de AOW aan het arbeidsverleden. (B28184)

  • Min. SZW; Marketresponse Nederland B.V., Verhoging AOW-leeftijd
    Den Haag : Min. SZW, 2009.
    Onderzoek naar de mate van draagvlak voor het verhogen van de AOW-leeftijd. Uit het onderzoek blijkt dat acht op de tien Nederlanders begrijpen dat het kabinet de AOW-leeftijd wil verhogen. De meest genoemde voorwaarden waaronder de AOW-leeftijd eventueel verhoogd kan worden, zijn maatregelen om het voor ouderen aantrekkelijker te maken langer door te werken en het rekening houden met zogenoemde zware beroepen. Het aantrekkelijker maken langer door te werken heeft voornamelijk betrekking op kortere en flexibele arbeidstijden en financiële voordelen. Ongeveer de helft van de Nederlanders is van mening dat –als de verhoging wordt doorgevoerd- deze invoering geleidelijk en stapsgewijs moet zijn. (B28134)

  • CPB, Houdbaarheidseffect verhoging AOW-leeftijd
    Den Haag : CPB, 2009. 8 p.
    CPB notitie, 19 juni 2009
    Verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar verbetert de lange-termijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën met 0,7% van het BBP. In deze notitie wordt ingegaan op de achtergronden van dit cijfer. (B27943)

  • Min. SZW, AOW-notitie
    Den Haag : Min. SZW, 2009.
    Het kabinet heeft in het aanvullend beleidsakkoord gekozen voor een pakket van houdbaarheidsmaatregelen waaronder het voornemen om de AOW-gerechtigde leeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. Aanleiding voor deze keuze is de verslechtering van de overheidsfinanciën als gevolg
    van de economische crisis. Verhoging van de AOW-leeftijd is ook nodig om voor toekomstige generaties een solide stelsel van publieke voorzieningen, sociale zekerheid en zorg voor de oude dag zeker te stellen. Met de sociale partners is afgesproken dat de Sociaal-Economische Raad (SER) tot 1 oktober 2009 een alternatief voor de verhoging van de AOW-leeftijd kan aanreiken. Deze notitie licht de achtergronden van het besluit en de mogelijke invulling van een hogere pensioenleeftijd toe. De notitie doet geen afbreuk aan de toezegging aan de sociale partners. De notitie bevat de volgende hoofdstukken: De verzorgingsstaat onder druk; Waarom de AOW-leeftijd verhogen als oplossing?; Varianten verhogen AOW-leeftijd; Zware beroepen en langer doorwerken. De bijlage bevat een overzicht van internationale ontwikkelingen in de pensioenleeftijd (B27890)

  • CNV; DUO Market Research; Grinsven, V. van; Westerik, H., Rapportage preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden
    Utrecht : CNV, 2009.
    Ledenraadpleging onder CNV-leden waarbij vragen werden gesteld rond drie thema's: Verbreding van de participatie; Financiering van de vergrijzing; Voorwaarden waaronder de AOW-leeftijd eventueel verhoogd kan worden. (B27891)

  • FNV, Samen werken voor de AOW
    Amsterdam : FNV Pers, 2009.
    Bevat FNV-alternatieven voor de kabinetsplannen met betrekking tot de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar. In het boekje laat de FNV zien wat de gevolgen zijn van een algemene verhoging van de AOW naar 67 jaar. Ook komen een aantal feiten en misverstanden over de AOW aan de orde. (B27824)

  • CNV, Omgaan met vergrijzing : discussienota
    [Utrecht] : CNV, 2009.
    Notitie over de vraag hoe het CNV omgaat met de vergrijzing. Welke problemen vloeien voort uit de demografische ontwikkeling en welke maatregelen vinden we vanuit onze principes gepast? Eerst wordt ingegaan op de 'grijze golf' en de maatschappelijke opgaven die deze met zich meebrengt. Vervolgens concentreert de nota zich op een aantal specifieke problemen en denkbare oplossingen daarvoor. In het bijzonder wordt ingegaan op de participatie van mensen en de relatie met de AOW. De discussienota geeft aan dat er twee hoofdwegen moeten worden bewandeld om de uitdagingen van vergrijzing het hoofd te bieden. De eerste is eerlijker delen. (overname van de aanbevelingen rond SER-advies over de AWBZ, meer intergenerationele ondersteuning, verdere fiscalisering AOW, afschaffen hypotheekrenteaftrek bij hypotheken boven een miljoen euro, invoering van een nieuwe belastingschijf van 60% voor inkomens boven de "Balkenendenorm". De tweede hoofdweg is het vergroten van de koek (meer uren gaan werken, werken tot 65 jaar bevorderen, flexibiliseren van de AOW, bevorderen van langer werken in een toegesneden uittredingsbeleid, verhogen van de AOW-leeftijd in combinatie met eerder uittreden bij lang arbeidsverleden). (B27811)

  • Heemskerk, M., De arbeidsdeelname van oudere werknemers : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2009.
    De arbeidsdeelname van oudere werknemers kan worden verbeterd door de AOW-leeftijd geleidelijk naar 67 jaar te verhogen en wettelijk vast te leggen wanneer en hoe de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de pensioenleeftijd. Dit zijn enkele van de aanbevelingen die Mark Heemskerk doet in zijn onderzoek naar praktische en juridische belemmeringen om langer door te werken en hoe die belemmeringen kunnen worden weggenomen. Het onderzoek van Heemskerk bevat een kritische analyse van wet- en regelgeving, rechterlijke uitspraken en bepalingen in (collectieve) arbeidsovereenkomsten en pensioenreglementen. Hij geeft antwoord op vragen zoals: worden arbeidsvoorwaarden voor oudere werknemers als seniorenregelingen en automatische loonperiodieken bedreigd door het verbod van leeftijdsdiscriminatie?, eindigt de arbeidsovereenkomst automatisch bij het bereiken van de pensioenleeftijd?, welke belemmeringen zijn er om door te werken na 65 jaar? welke belemmeringen en stimulansen bevatten de AOW en de aanvullende pensioenen (inclusief de fiscaal ‘afgeschafte’ VUT en prepensioen) om langer door te werken? Heemskerk eindigt zijn onderzoek met concrete aanbevelingen aan zowel wetgever als sociale partners om de arbeidsdeelname van oudere werknemers te verbeteren. Naast de eerder genoemde aanbevelingen pleit hij er onder meer voor om voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na pensionering mogelijk te maken. Tevens bepleit hij een onderzoek naar de veronderstelling van werkgevers dat oudere werknemers duur zijn om vervolgens effectieve maatregelen te kunnen nemen om de arbeidsmarktpositie van oudere werknemers te verbeteren. (B27774)

  • Actuarieel Genootschap & Actuarieel Inst.; Bosch, H. W. A. M. van den; Kullen, P. H. J. A. Damen, F. H. M.; Boeijen, T. A. H., De AOW in beweging : verhoging van de AOW-leeftijd en de gevolgen voor de pensioenen in de tweede pijler
    Utrecht : AG, 2009.
    AG-rapport
    Rapport over de gevolgen van het verhogen van de AOW-leeftijd voor de pensioenregelingen in de tweede pijler. Het rapport schetst een beeld op hoofdlijnen van de verschillende technische oplossingen waaruit, door de sociale partners, gekozen kan worden voor de pensioenen in de tweede pijler indien de AOW-leeftijd wordt verhoogd. Voorts vraagt het rapport alert te zijn op de omvangrijke operationele effecten die het verhogen van de AOW-leeftijd met zich mee brengen voor het pensioen in de tweede pijler. Het rapport heeft als uitgangpunt de aanname dat de AOW in stappen van 1 maand per jaar opschuift van 65 naar 67 jaar (commissie Bakker in juni 2008). (B27713)

  • LifeGuard, BedrijfsGezondheidsIndex 2008 : Nederland niet klaar voor verhoogde AOW-leeftijd
    [Utrecht] : Lifeguard, 2009.
    Een derde van de oudere Nederlandse werknemers (50+) is nog niet klaar voor een hogere AOW-leeftijd. Dit blijkt uit de LifeGuard BedrijfsGezondheidsIndex 2008 (BGI). Het doel van de BGI is om inzicht te krijgen in de gezondheid en inzetbaarheid (werkvermogen) van de Nederlandse beroepsbevolking. Naast de gezondheid van werknemers worden ook belangrijke determinanten van gezondheid en werkvermogen meegenomen zoals leefstijl en gedrag (o.a. bewegen, voeding, alcoholgebruik, tabakgebruik en omgaan met stress) en werkbeleving (o.a. werkdruk, samenwerking, leermogelijkheden, zelfstandigheid in het werk). Dit jaar belicht de BGI speciaal aandacht aan 50-plussers voor wie het langer doorwerken het snelst nadert. Van de onderzochte werknemers van 50 jaar en ouder heeft 34% een verminderd werkvermogen en is daardoor minder goed in staat om aan de fysieke en mentale eisen van het werk te voldoen. Deze werknemers zijn minder gezond, voelen zich minder productief, verzuimen vaker en zorgen voor meer medische kosten. Doorwerken tot 67 jaar is voor deze groep dan ook een lastige opgave. (B27702)

  • FNV, Driessen, C., Factsheet AOW-leeftijd
    [Amsterdam] : FNV, 2009.
    In deze notitie zet de FNV de feiten rond de AOW-leeftijd op een rijtje. De FNV vindt verhoging van de AOW-leeftijd niet alleen ongewenst maar acht deze ook onnodig. Wel voorziet de FNV dat de pensioenuittreding steeds verder zal flexibiliseren en dat zelfs met behoud van de huidige AOW-kwaliteit toenemende groepen werknemers in de verdere toekomst zullen besluiten om door te werken na de 65jarige leeftijd. De FNV sluit daarbij niet uit dat de arbeidsparticipatie van 65- en 66jarigen rond 2035 op 30 á 40% zal liggen. Op dit moment ligt deze op minder dan 10%. (B27595)

  • CPB; Bonenkamp, J.; Rele, H. ter, Verhoging AOW-leeftijd en dekkingsgraad pensioenen
    Den Haag : CPB, 2009.
    CPB Memorandum, nr. 215
    Dit memorandum beoogt te verduidelijken welke veronderstellingen het CPB heeft gehanteerd bij berekeningen van de effecten van verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. Er zijn op dit moment twee varianten voor een dergelijke verhoging; deze worden apart behandeld. Daarna volgt een korte analyse van de effecten van beleid en economische ontwikkelingen op de dekkingsgraad van pensioenfondsen. (B27584)

  • Mahieu, R. L. P., The changing role of premiums in the Dutch first pillar pension, AOW : a theory of economic equivalence tested
    [Amstelveen] : SVB, 2008.
    Onderzoek naar de veranderende rol van de AOW-premie in het belastingsysteem. De voornaamste conclusie is dat premies en inkomensbelasting zeker op de lange termijn equivalent zijn. Sinds 1990 is de heffing van de premies dan ook volledig geïntegreerd in het belastingsysteem. Het grote voordeel van integratie in het belastingsysteem is dat verhoging of verlaging van de premies het sociaal-economische beleid niet meer kan verstoren. Mensen kunnen wel een vals gevoel van veiligheid krijgen, doordat ze denken dat als ze AOW-premie betalen hun eigen rechten op AOW veilig zijn gesteld. Het is de vraag of dit een voordeel of een nadeel is. Het werk eindigt onder andere met een bespiegeling over de wenselijkheid van de Burgerpolis. Scriptie Universiteit Tilburg / Netspar (B27026)

  • Min. SZW, Men is zo oud als men zich voelt
    Den Haag : Min. SZW, 2008.
    Notitie waarin de positie van personen van 65 jaar en ouder centraal staat. In de notitie schetst het kabinet zijn visie op vergrijzing en arbeidsparticipatie van ouderen. Om doorwerken na 65 makkelijker te maken, wil het kabinet dat mensen zelf kunnen kiezen of ze hun AOW op 65 jaar laten ingaan of pas later. Een latere ingangsdatum zou dan tot een hogere AOW-uitkering leiden. De notitie gaat in op de bestaande mogelijkheden voor doorwerken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, flexibilisering van de ingang van de AOW, flexibilisering van de aanvullende pensioenen, mogelijkheden en belemmeringen voor doorwerken na 65, de sociale wetgeving en de arbeidsrechtelijke positie bij doorwerken na 65, oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden, en beeldvorming en voorlichting over doorwerken na 65 jaar. (B26898)

  • Meppelink, P.; RU Groningen, Wetenschapswinkel Economie en Bedrijfskunde; FNV Vrouwenbond; ENOVA, Een slimme meid is op haar pensioen voorbereid : wat de afschaffing van de partnertoeslag op de AOW betekent voor verschillende groepen vrouwen
    Groningen : RU Groningen, 2007.
    Publicatiereeks Wetenschapswinkel Economie & Bedrijfskunde, nr. EC 181
    Centraal in dit onderzoek staat de afschaffing van de zogenaamde ‘partnertoeslag op de AOW’ die gerealiseerd zal worden in het jaar 2015. Hoewel deze wetswijziging reeds in 1995 in het staatsblad is verschenen, zijn veel mensen hier nog niet van op de hoogte. Dit onderzoek geeft een indicatie van het effect van de afschaffing van de partnertoeslag op de AOW wanneer deze in 2015 wordt gerealiseerd. Op basis van gemiddelde kenmerken is het percentage financiële terugval voor verschillende groepen vrouwen en de daarbij behorende huishoudens berekend. Het percentage terugval is het hoogst voor autochtone huishoudens waarbij de vrouw geen inkomen heeft. Dit betreft 29% van alle huishoudens. Deze huishoudens worden geconfronteerd met een achteruitgang van 27%. Voor ZMV-huishoudens (zwarte, migranten en vluchtelingen huishoudens) geldt ook dat huishoudens waarbij de vrouw geen inkomen heeft geconfronteerd zullen worden met het grootste percentage terugval. Deze percentages zijn echter aanzienlijk lager dan voor autochtone huishoudens. Met behulp van een enquête wordt duidelijk dat zowel autochtone vrouwen als ZMV-vrouwen niet op de hoogte zijn van de afschaffing, waardoor er geen rekening wordt gehouden met de negatieve effecten. Uit de enquête komt ook naar voren dat het slecht gesteld is met de kennis van vrouwen met betrekking tot de eigen pensioensituatie. (B26193)

  • Jacobs, A. T. J. M., Pensioenrecht : de sociaalrechtelijke en sociaalpolitieke aspecten
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Het boek geeft een overzicht van de sociaalpolitieke en sociaaljuridische ontwikkelingen met betrekking tot de pensioenvoorziening. De nadruk ligt op de nieuwe Pensioenwet en de komende hervorming van de AOW. Tevens wordt gekeken naar de raakpunten vanuit het internationale recht met het nationaal pensioenrecht. (B26627)

  • Knook, D., Het Methusalem mysterie : vergrijzing: zegen of bedreiging?
    Amsterdam : Prometheus, 2008.
    Analyse van de vele aspecten van vergrijzing. Het zet de feiten op een rij en biedt een overzicht van mogelijke oplossingen, om ons goed voor te kunnen bereiden op de gevolgen van een vergrijzende maatschappij. Ingegaan wordt onder meer op: levensverwachting; de 'krimpmaatschappij' vol ouderen; ouderen, gezondheid en gezondheidszorg; de AOW (fiscalisering, verhoging AOW-leeftijd, spaarfonds AOW); pensioenleeftijd; middelloonregeling en pensioenindexatie; ouderen en arbeidsparticipatie; oudere werknemers; deeltijdpensioen en doorwerken na je 65ste; de nieuwe ouderen en generatieconflicten; solidariteit binnen generaties; het debat over de vergrijzing; de onzekere toekomst van de verzorgingsstaat; vergrijzing en de uitdaging voor de (gezondheids)zorg; zorgsparen voor later. Het slothoofdstuk gaat in op de vraag of vergrijzing een bedreiging of een zegen. (B26622)

  • Vleeming, H.; Sociale Verzekeringsbank, De groei van de rijksbijdrage in de financiering van de AOW
    [Amstelveen] : SVB, 2007.
    De laatste jaren is er steeds meer discussie gekomen over de financiering van de AOW. De AOW wordt gefinancierd door middel van premies en door Rijksbijdragen. Het deel dat uit Rijksbijdragen wordt betaald stijgt de laatste jaren sterk. Mensen die ouder zijn dan 65 jaar betalen mee aan Rijksbijdragen, terwijl zij niet meebetalen aan premies. Ouderen betalen dus mee aan een steeds groter gedeelte van de AOW. Deze rapportage geeft een analyse van de oorzaken van deze sterke groei van de Rijksbijdragen. Achtereenvolgens bevat het een kort overzicht van de historie van de financiering van de AOW, omschrijft het de ontwikkelingen van de Rijksbijdrage, analyseert het de verschillende oorzaken van de stijging van de Rijksbijdrage, gaat het in op de ontwikkelingen in de AOW-uitkeringslasten, en op de ontwikkelingen aan de inkomstenkant van het AOW-fonds. Verwacht wordt dat door de vergrijzing de sluipende fiscalisering van de AOW ook in de toekomst sterk toe zal blijven nemen. (B26398)

  • Smolenaars, E., Lang leve de AOW! : voor iedereen en door iedereen
    [Amsterdam] : Mediadam, 2007.
    Uitgave ter gelegenheid van 50 jaar AOW over de geschiedenis en de toekomst van de AOW. (B26167)

  • Verwey-Jonker Inst. Nederland, T.; [et al.], Verborgen armoede : de inkomenspositie van 65-plussers met een onvolledige AOW
    Utrecht : Verwey-Jonker Inst., 2007.
    Ruim tweehonderdduizend 65-plussers in Nederland hebben op dit moment een onvolledige AOW-uitkering. Zonder aanvullende inkomsten komen deze ouderen onder het bestaansminimum terecht. Deze verborgen armoede zal eerder toe- dan afnemen. Veel allochtone immigranten, vaak als volwassene naar Nederland gekomen, missen jaren in de opbouw van een AOW-pensioen. Maar ook autochtone Nederlanders die enkele jaren buiten Nederland hebben gewoond, hebben een onvolledige AOW. Onbekendheid met de regels, ingewikkelde procedures of beperkende voorwaarden leiden tot ondergebruik van aanvullende bijstand. Deze publicatie behandelt het inkomensprobleem van 65-plussers die moeten rondkomen van een inkomen onder het sociaal minimum en de gevolgen voor hun dagelijks leven. De auteurs beschrijven de voornaamste knelpunten waardoor mensen geen aanspraak maken op inkomensondersteuning. De aanbevelingen bieden houvast voor concrete maatregelen om de positie van 65-plussers met een onvolledige AOW te verbeteren. (B25809)

  • Sociale Verzekeringsbank; Boss, L.; [et al.], De AOW : veel gesproken, nu beschreven
    Den Haag : SDU, 2006.
    Kennis voor het leven, nr. 5
    Uitgave ter gelegenheid van 50 jaar AOW. Deel I 'Historische beschouwing', bevat de volgende bijdrage: De geschiedenis van de AOW en zijn voorgangers. Deel II 'Wettelijk stelsel', bevat de volgende bijdragen: Bronnen; De AOW in hoofdlijnen: De AOW in deelthema's (Ingezetenschap, leefvormen, de inkomensafhankelijkheid van de AOW-toeslag, de AOW en het internationale recht). Deel III 'Uitvoering' bevat de volgende bijdragen: De SVB en haar voorgangers; De inrichting van het uitvoeringsproces; De SVB en de AOW-klant; Handhaving. Deel IV 'Demografie en financiering' bevat de volgende bijdragen: De AOW-lasten en de betaalbaarheid daarvan; Ontwikkelingen in aantallen AOW'ers (Ontwikkeling van 65-plussers van 1830 tot 2050, gemiddelde leeftijd bij overlijden van verschillende groepen AOW'ers, AOW'ers in het buitenland; gekorte AOW'ers in Nederland); Uitkeringshoogte, pensioen, inkomen en koopkracht (Langetermijnontwikkeling AOW-uitkering, Het AOW-gat bij het verdwijnen van de toeslag in 2015, de AOW en aanvullende pensioenen, de inkomensontwikkeling van AOW'ers), Financiering en betaalbaarheid (Financiering van de AOW in verleden en heden, betaalbaarheid van de AOW in de toekomst). Deel V 'Toekomstbeschouwingen' bevat de bijdrage: De toekomst van de AOW: brede basis, soberheid en eenvoud. De publicatie bevat verder interviews met o.a. Alexander Rinnooy Kan (over de fiscalisering van de AOW), Mei Li Vos, Paul de Beer en Paul Schnabel. (B25403)

  • FNV, Naar een generatieproof pensioen : FNV-discussienota
    Amsterdam : FNV, 2006.
    In de nota presenteert de FNV een beleidspakket dat ingaat op de vormgeving van de AOW, alsmede op de wettelijke faciliëring van de aanvullende pensioenen. De nota gaat uitgebreid in op de vraag hoe het pensioenstelsel zich verder moet ontwikkelen. Uitgangspunt van de discussienota is een 'generatieproof' pensioen. Achtereenvolgens komen aan de orde: De invloed van de vergrijzing op de AOW en de aanvullende pensioenkosten; De FNV-opvattingen over de toekomst van de AOW; Het aanvullend pensioen als arbeidsvoorwaarde (o.a. vergrijzing en pensioenkosten, indexatiebeleid, solidariteit tussen en binnen generaties, collectieve pensioenregelingen en individuele keuzemogelijkheden, levensloopregeling en aanvullend pensioen); De uitvoering van de pensioenregeling (uitwerking van maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid; transparantie en zeggenschap, deelnemersgerichte communicatie, marktwaardering, IAS en pensioen); Wettelijke faciliëring van het aanvullend pensioen. (B24680)

  • Min. SZW; [et al.], Regelovertreding in de AOW, AKW en ANW in 2004
    Den Haag : Min. SZW, 2005. 62 p.
    Werkdocumenten, nr. 351
    Het rapport bevat de resultaten van het eerste onderzoek naar regelovertreding in de volksverzekeringen, te weten de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Het rapport geeft eerst de geschatte omvang van regelovertreding in de AOW, AKW en ANW en biedt vervolgens inzicht in de achtergronden van overtreding. Tot slot komt de kennis van sancties zoals die zijn vastgelegd in de Wet Boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Wet BMTi) aan de orde. (B24430)

  • Smolenaars, E.; LBL, expertisecentrum leeftijd en maatschappij, 65 jaar als uiterste houdbaarheidsdatum : een onderzoek naar de leeftijdsgrens van 65 jaar in wet- en regelgeving
    Utrecht : LBL, 2005.
    In Nederland in 2004 een debat op gang gekomen over verhoging en flexibilisering van de AOW-leeftijd. Wat opvalt in de discussie is dat het debat vooral gaat over de AOW zelf en dat er nauwelijks aandacht is voor de talloze regelingen die samenhangen met de AOW en ook een leeftijdsgrens van 65 jaar kennen. In het boek wordt uit de doeken gedaan in welke wetten, regelingen en besluiten de leeftijdsgrens van 65 jaar een rol van betekenis speelt. De motiveringen voor de leeftijdsgrens zijn verzameld en en een aantal 65-jaargrenzen wordt op hun houdbaarheid getoetst. Daarbij is niet alleen gekeken naar de juridische kant, maar ook naar de effecten van de leeftijdsgrens op de keuzemogelijkheden voor individuen om hun eigen levensloop naar eigen wensen in te richten. Uit die toetsing blijkt dat de onderbouwing vaak onder de maat is. Leeftijd blijkt lang niet altijd een goed criterium om rechten en plichten aan te koppelen. Vaak zijn er betere alternatieven voorhanden die uitgaan van kwaliteiten en kenmerken die mensen zelf kunnen beïnvloeden. Ten aanzien van de AOW zelf is de conclusie van de onderzoekster dat de leeftijdsgrens van 65 jaar voorlopig nog voldoende onderbouwd is. (B23527)

  • Sociale Verzekeringsbank; Min. SZW, Minimale premie maximaal
    Amstelveen : SVB, 2003.
    Op 26 April 2001 trad de wet in werking die de herziening van de vrijwillige verzekering AOW en Anw per 1 januari 2001 regelt. Een van de wijzigingen die deze herziening met zich meebracht was een verhoging van de minimumpremie voor personen zonder eigen inkomsten die zich vrijwillig willen verzekeren. Het oorspronkelijke premiepercentage voor deze groep ging hierdoor van 5 naar 10% van de maximale premie die iemand in enig jaar ingevolge de AOW of Anw verschuldigd kan zijn. Dit rapport beoogt inzicht te geven in de gevolgen van deze verhoging. Voor het verkrijgen van dit inzicht is een analyse gemaakt van het actuele bestand van minimum verzekerden medio augustus 2003. Omdat dit bestand slechts een beperkt aantal gegevens over de verzekerden bevat, is daarnaast een enquête gehouden die gericht was op het verzamelen van informatie over hun sociaal-economische achtergrond. De belangrijkste en algemene conclusie uit het onderzoek is dat veel vrijwillig verzekerden de verhoging van de minimumpremie van 5% naar 10% als buitenproportioneel hebben ervaren. Ondanks dat is het aantal opzeggingen beperkt gebleven. Dit maakt het aannemelijk dat de vrijwillige verzekering voor veel mensen een absolute noodzaak is, om te voorkomen dat zij na hun 65ste tot armoede zullen vervallen. De grens lijkt voor hen echter wel bereikt. (B22663)

  • Cie Nationaal Pensioendebat, Zorgen over morgen
    Z.P. : Cie Nat. Pensioendebat, 2002.
    Onderzoek van de Commissie Nationaal Pensioendebat onder leiding van prof. dr. Willem Vermeend Op verzoek van het Verbond van Verzekeraars onderzocht de Cie. de pensioenproblematiek in Nederland. Hoewel de constatering dat Nederland in vergelijking met veel andere Europese landen over een solide pensioenstelsel beschikt, stelt de commissie vast dat de meeste mensen die nu bezig zijn met hun pensioenopbouw bij pensionering minder dan 70% van hun laatst genoten inkomen zal ontvangen. De bestaande (fiscale) regelingen moeten naar de mening van de commissie dan ook worden aangepast om deze pensioentekorten tegen te gaan. De commissie is ook van mening dat op het gebied van informatieverstrekking, deregulering en flexibiliteit nog een wereld te winnen is. De overheid moet grotere verantwoordelijkheid dragen voor informatie over het pensioentekort van de burger. Een pensioenregister moet iedereen inzicht geven in zijn pensioenresultaat. Voorts moeten regels eenvoudiger worden. (B21177)

  • Min. SZW; Thio, V., De inkomenspositie van ouderen : toekomstige ontwikkelingen en fiscalisering van de AOW-premie
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 230
    In deze studie is met behulp van het microsimulatiemodel MICROS, een dynamische doorrekening gemaakt van de ontwikkeling van de inkomenspositie van ouderen tot en met 2020. In de analyse staan twee vragen centraal. Ten eerste, hoe ontwikkelt de inkomensverdeling van ouderen zich. Ten tweede, hoe zal de inkomenspositie van ouderen zich ontwikkelen ten opzichte van jongere, werkende generaties. Vervolgens wordt de robuustheid van de uitkomsten getoetst aan een aantal alternatieve scenario's, waarbij de veronderstellingen ten aanzien van de arbeidsparticipatie en de indexatie van het ingegane aanvullend pensioen worden losgelaten. tenslotte wordt voor twee modaliteiten het effect van fiscalisering van de AOW voor de inkomenspositie van ouderen doorgerekend. (B20475)