Literatuurlijst Vergrijzing
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken
- Europese Cie, The 2012 ageing report : underlying assumptions and projection methodologies
Luxemburg : EU, 2011. 322 p.
European economy, 2011, nr. 4
Dit rapport geeft de onderliggende veronderstellingen en projectie methodologieën om de economische en budgettaire gevolgen van de vergrijzing op de lange termijn te schatten. (B30823)
- Meijer, C. de, Studies of health and long-term care expenditure growth in aging populations : onderzoek naar de groei in curatieve en langdurige zorguitgaven in een vergrijzende samenleving : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
Rotterdam : C. de Meijer, 2012. 220 p.
Het stijgen van de levensverwachting draagt slechts beperkt bij aan de groei in zorguitgaven. De kostenstijging door nieuwe technologie en het toenemende aantal ouderen is veel groter. Dat stelt Claudine de Meijer in haar proefschrift.
Vergrijzing draagt maar beperkt bij aan de groei in zorguitgaven. Toch is de vergrijzing geen onbelangrijke factor voor de kostenstijging in de zorg. Veel belangrijke indicatoren van zorguitgaven (gezondheid, technologische vooruitgang, de ontwikkeling in lonen en prijzen, overheidsbeleid) hangen sterk samen met vergrijzing. Ouderen hebben bijvoorbeeld onevenredig geprofiteerd van technologische vooruitgang en het terugdringen van de wachtlijsten in de zorg. Bovendien speelt de vergrijzing een belangrijke rol in de toename van uitgaven voor verpleging en verzorging. Het onderzoek van De Meijer laat zien dat het stijgen van de levensverwachting relatief beperkt bijdraagt aan de groei in zorguitgaven. De kostenstijging door nieuwe technologie en het toenemende aantal ouderen is veel groter. De promovendus toont aan dat er een verschil bestaat tussen de factoren die bepalend zijn voor de stijging van de zorguitgaven in verpleging en verzorging en de medische zorg. Bij verpleging en verzorging speelt vooral de vergrijzing een rol. De jaarlijkse uitgaven aan deze vorm van zorg zullen de komende jaren aanzienlijk stijgen door een toename van het aandeel ouderen. De groei van uitgaven aan medische zorg, zoals het ziekenhuis en geneesmiddelen, wordt echter vooral verklaard door veranderingen in medisch handelen. Hier spelen medische technologische vooruitgang en gezondheids(zorg)beleid een belangrijke rol. (B30710)
- CEDEFOP, Working and ageing : guidance counselling for mature learners
Luxemburg : EU, 2011. 290 p.
Veroudering van de bevolking is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de komende decennia in Europa. Aandacht voor het belang van sturing en beoordeling bij ondersteuning van langere en meer bevredigende carrières in verouderende samenlevingen in Europa. Er wordt gekeken naar deelname aan het succes van actieve veroudering vanuit verschillende hoeken, tijdelijke benadering van begeleiding en voorbeelden van succesvolle maatregelen in EU lidstaten. (B30545)
- Universitair Medisch Centrum Groningen; Pomp, M., Gezond en actief ouder worden : healthy ageing
Groningen : UMCG, 2011. 34 p.
Investeren in kennis over Healthy Ageing - gezond en actief ouder worden - levert aanzienlijke maatschappelijke en economische baten op. Zo kan het gezondheidsverlies als gevolg van veroudering met een derde afnemen en kunnen de zorguitgaven in 2050 in het meest optimistische scenario beperkt worden tot een kleine 18% van het bruto binnenlands product (BBP). Bovendien draagt het bij aan extra arbeidsparticipatie, wat kan oplopen tot ruim 150.000 personen in 2050. Dit blijkt uit onderzoek van econoom Marc Pomp, in opdracht van het Universitair Medisch Centrum Groningen. (B30637)
- Europees Cie, Employment and social developments in Europe 2011
Luxemburg : EU, 2012. 286 p.
Sociale europe
De economische, financiële en soevereine schuldencrisis en de daarop volgende bezuinigingsmaatregelen onderstrepen de noodzaak van een meer geïntegreerde aanpak van werkgelegenheids- en sociaal beleid. Het rapport begint met een overzicht van de huidige Europese werkgelegenheid en de sociale situatie alvorens te kijken naar de recente verschuivingen in de werkgelegenheidsstructuur en de inkomensongelijkheid. Het rapport onderzoekt vervolgens patronen van armoede en sociale uitsluiting in Europa en het fenomeen van 'werkende armen'. Zaken als actief ouder worden, de mobiliteit van werknemers binnen de EU, en de gevolgen van de uitbreiding worden ook behandeld.
Samenvoeging van de rapporten: Employment in Europe; en Social situation report. (B30636)
- OECD; Stevens, B. [et al.], The future of families to 2030
Parijs : OECD, 2012. 279 p.
Sinds de jaren zestig is de samenstelling van huishoudens veranderd. Grote gezinnen zijn verdwenen. Door de vele echtscheidingen zijn er minder traditionele twee-oudergezinnen. Hertrouwen, samenwonen, alleenstaand ouderschap en relaties tussen hetzelfde geslacht zijn toegenomen. Door de stijgende migratie zijn culturen en waarden divers geworden. Meer moeders zijn aan het werk op de arbeidsmarkt, jongeren besteden meer tijd aan onderwijs en opleiding, en ouderen leven langer en steeds vaker alleen. De gevolgen van deze veranderingen op huisvesting, pensioenen, gezondheidszorg en langdurige zorg, de arbeidsmarkt, het onderwijs en de openbare financiën, zijn opmerkelijk. Recente demografische projecties wijzen erop dat de komende 20 jaar waarschijnlijk een voortzetting en zelfs een toename van veranderingen in de huishoudens- en gezinsstructuur te zien zal zijn. Dit rapport verkent mogelijke toekomstige veranderingen in het gezin en de samenstelling van huishoudens in OESO-landen, geeft aan wat de belangrijkste krachten lijken te zijn in het vormgeven van het familielandschap tussen nu en 2030, en gaat in op de langere termijn uitdagingen voor het beleid dat voortvloeit uit de te verwachte veranderingen.
Bevat de volgende hoofdstukken:
The future of families to 2030: an overview of projections, policy challenges and policy options; The future for low-income families and social cohesion; Work-family life balance: future trends and challenges; The role of the elderly as providers and recipients of care. (B30634)
- Eurostat; Europese Cie, Active ageing and solidarity between generations : a statistical portrait of the European Union 2012
Luxemburg : EU, 2011. 141 p.
De bevolkingsopbouw van de Europese Unie verandert. Het aantal ouderen neemt toe. Als antwoord op de demografische uitdagingen waar Europa mee geconfronteerd wordt, heeft de Europese Unie 2012 uitgeroepen als European Year for Active Ageing and Solidarity between Generations. Eurostat markeert dit Europese jaar door de publicatie van dit boek, dat statistieken bevat over demografie, ouderen op de arbeidsmarkt, de overgang van werk naar pensioen, gezondheidszorg, leefomstandigheden, inkomens en uitgaven van ouderen, participatie van ouderen in de samenleving.
- CPB; Ewijk, C. van; Volkerink, M., Will ageing lead to a higher real exchange rate for the Netherlands?
Den Haag : CPB, 2011. 27 p.
CPB Discussion Paper, nr. 197
Als gevolg van de vergrijzing zal op lange termijn de vraag naar binnenlandse diensten, met name in de zorg, toenemen in verhouding tot het aanbod. Omdat deze diensten niet internationaal verhandelbaar zijn, kunnen binnenlandse prijzen, en daarmee de reële wisselkoers, oplopen, waardoor het rendement op de besparingen wordt uitgehold. Dit paper verkent de mogelijke omvang van dergelijke prijseffecten op basis van een aangepaste versie van het twee-landen, vier-goederenmodel dat Obstfeld en Rogoff hebben ontwikkeld om de wisselkoerseffecten te onderzoeken van het tekort op de lopende rekening van de VS. Wanneer deze prijseffecten substantieel zijn, kan dat belangrijke gevolgen hebben voor het beleid dat erop is gericht om de toekomstige vergrijzing op te vangen door extra besparingen. (B30423)
- OECD; Anderson, G. [et al.], Health reform : meeting the challenge of ageing and multiple morbidities
Parijs : OECD, 2011. 221 p.
De gezondheidszorg is de afgelopen jaren sterk verbeterd, maar ze kunnen zich maar langzaam aanpassen aan nieuwe uitdagingen. Dit geldt met name de overweldigende last van ziektes waarvan genezing buiten bereik ligt. Het gezondheidsbeleid is als reactie hierop tot op zekere hoogte veranderd, maar misschien niet genoeg. De uitdaging van de toekomst is dat de ontvanger van de zorg oud zal worden en meerdere ziektes zal hebben. Dit rapport onderzoekt hoe de betalingssystemen, het innovatiebeleid en het human resource beleid moet worden gemoderniseerd, zodat de gezondheidszorg in de OECD-landen in de toekomst betere resultaten zullen blijven zal genereren tegen aanvaardbare kosten. (B30341)
- Netspar; Bovenberg, L.; Koelewijn, W.; Kortleve, N., Naar een dynamische toekomstvoorziening : integratie van werk, pensioen, zorg en wonen over de levensloop
Tilburg : Netspar, 2011. 63 p.
NEA Paper, nr. 40
Deze paper betoogt dat pensioenen in de tweede pijler dynamischer moeten worden. Zowel in de opbouw- als de uitkeringsfase is meer flexibiliteit en maatwerk nodig. Een belangrijke reden daarvoor is dat macrorisico’s steeds meer expliciet bij het individu komen te liggen. De manier waarop het individu op deze nieuwe risico’s inspeelt, hangt af van de individuele situatie en voorkeuren. Een dynamischer pensioen past ook bij de toegenomen heterogeniteit op de arbeidsmarkt en kan in de opbouwfase bijdragen aan het beter ontwikkelen, onderhouden en benutten van menselijk kapitaal. De vergrijzing en ontgroening van de samenleving vergroten het belang daarvan. Daarnaast biedt een dynamisch samenspel van pensioen met de domeinen zorg en wonen kansen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van goede zorg- en woonvoorzieningen tijdens de oude dag te vergroten. (B30028)
- SCP; Campen, C. van [et al.], Kwetsbare ouderen
Den Haag : SCP, 2011. 218 p.
SCP-publicatie, nr. 2011-10
De meeste ouderen voelen zich nog lang gezond en gelukkig. Een kleinere groep is meestal op hoge leeftijd afhankelijk geworden van zorg en ondersteuning. In de overgang tussen deze twee groepen bevinden zich de kwetsbare ouderen. Zij lijken op het eerste gezicht nog redelijk gezond, maar kleine lichamelijke en psychosociale problemen stapelen zich op, waardoor meestal te laat hulp gevraagd of geboden wordt als er ernstige problemen met de gezondheid ontstaan. Hoeveel kwetsbare ouderen zijn er in Nederland? Neemt hun aantal in de komende jaren sterk toe? Dit rapport biedt voor het eerst een landelijk beeld van ouderen met meervoudige problematiek die daardoor risico lopen binnen enkele jaren zorgafhankelijk te worden en hun zelfstandigheid te verliezen. Tevens verkent dit rapport de vraag wat ouderen zou kunnen beschermen tegen kwetsbaarheid. Enerzijds zijn kenmerken van de leefomgeving en de leefstijl van kwetsbare en gezonde ouderen vergeleken. Anderzijds is onderzocht welke zorg en ondersteuning kwetsbare ouderen ontvangen en voor wie dit ontbreekt. Het rapport wordt afgesloten met beleidsadviezen en een blik op de toekomst. (B29553)
- Centre for European Studies; CDA, Wetenschappelijk Inst.; [et al.], Health care reforms in an ageing European society, with a focus on the Netherlands
Brussel : Centre for European Studies, 2011.
Rapport over gezondheidszorg en langdurige zorg in Europa, met de nadruk op Nederland. Aan de orde komen onder meer de volgende vragen: Wat is de relatie tussen vergrijzing en gezondheidszorg?; Kunnen we beide hebben: solidariteit en betaalbaarheid van de gezondheidszorg?; Wat zijn noodzakelijke voorwaarden voor hervormingen van de gezondheidszorg, en hoe heeft Nederland het stelsel van gezondheidszorg hervormd?; Hoe kunnen we de kwaliteit van de gezondheidszorg verbeteren? (B29684)
- CBS; Duin, C. van; Garssen, J., Bevolkingsprognose 2010-2060 : sterke vergrijzing, langere levensduur
Den Haag : CBS, 2010. 20 p.
Recente demografische ontwikkelingen en enkele aanpassingen in het prognosemodel liggen ten grondslag aan een nieuwe CBS-bevolkingsprognose die op enkele punten afwijkt van de vorige prognose uit 2008. Het meest opvallend is een snellere vergrijzing en hogere levensverwachting dan eerder werd aangenomen. Het aantal 65-plussers groeit tussen nu en 2040 van 2,4 naar 4,6 miljoen, 143 duizend meer dan volgens de vorige prognose. De levensverwachting bij geboorte stijgt in de komende halve eeuw voor mannen van 78,8 naar 84,5 jaar. Bij vrouwen neemt deze levensverwachting toe van 82,7 naar 87,4 jaar. Met 17,8 miljoen mensen is het maximale inwonertal van ons land, in 2040, ongeveer 360 duizend hoger dan twee jaar geleden werd verwacht. (B29376)
- CPB; Horst, A. van der; Bettendorf, L.; [et al.], Vergrijzing verdeeld : toekomst van de Nederlandse overheidsfinanciën
Den Haag : CPB, 2010.
Bijzondere publicatie, nr. 86
Vergrijzing legt een claim op de overheidsfinanciën. De collectieve uitgaven aan AOW en zorg zullen stijgen, de inkomsten houden geen gelijke tred. Deze verslechtering van het begrotingssaldo is op termijn onhoudbaar, zodat de overheid haar beleid moet aanpassen. De benodigde aanpassing, het houdbaarheidstekort, is berekend op 4½% bbp. Dit tekort is 1½% bbp groter dan in de CPB-studie uit 2006, door stijging van de levensverwachting en doorwerking van de kredietcrisis. De overheid staat voor de keuze hoe zij haar begroting houdbaar maakt, via ombuigingen of lastenverzwaring, onmiddellijk of uitgesteld. Deze studie brengt de consequenties in beeld van alternatieve beleidshervormingen voor de houdbaarheid en overheidsschuld, voor de economie en voor de verdeling van lasten en lusten tussen generaties. (B28830)
- Pricewaterhousecoupers; Baars, G.; Offereins, A.; [et al.], Vergrijzing in Nederland : de visie van bestuurders in de publieke sector
Amsterdam : Reed Business, 2010.
Vergrijzing in Nederland: de visie van bestuurders in de publieke sector verbindt verschillende vragen en onderzoekt de onderlinge samenhang. Het boek geeft een dwarsdoorsnede van visies op de vergrijzing, vanuit de zorg, het onderwijs, lokale overheden, politie, justitie en veiligheid, en woningcorporaties. Daartoe interviewden de auteurs bestuurders uit deze verschillende domeinen van de publieke dienstverlening. Ze hanteerden hierbij een analysemodel waarin drie kernvragen centraal staan. Welke ontwikkelingen zien we in de markt: hoe veranderen vraag- en aanbodpatronen van (potentiële) cliënten?. Wat zijn noodzakelijke veranderingen in de organisatie van de productiecapaciteit en welke kansen zijn er voor optimalisatie en innovatie?. Welke nieuwe dienstverleningconcepten zijn er die inspelen op de behoefte- en vraagverandering van (potentiële) cliënten? (B28714)
- CESifo; Ours, J. C. van; Stoeldraijer, L., Age, wage and productivity
München : CESifo, 2010.
CESifo working paper, nr. 2965
Eerdere empirische studies over het effect van leeftijd op productiviteit en lonen vinden tegenstrijdige resultaten. Sommige studies concluderen dat wanneer werknemers ouder worden er een toenemende kloof tussen productiviteit en lonen is: lonen stijgen met de leeftijd, terwijl de productiviteit niet of niet in het zelfde tempo stijgt. Echter andere studies vinden geen bewijs voor een dergelijke leeftijd gerelateerde loon-productiviteitskloof. Het onderzoek voert een analyse uit van de relatie tussen leeftijd, loon en productiviteit met behulp van een matched werknemer-onderneming panel dataset van de Nederlandse industrie voor de periode 2000-2005. Het onderzoek vindt weinig bewijs voor een leeftijd gerelateerde loon-productiviteitskloof. (B28523)
- Planbureau voor de Leefomgeving; CBS; Jong, A. de; Duin, C. van, Regionale prognose 2009–2040: vergrijzing en omslag van groei naar krimp
Bilthoven : PBL, 2010.
In 'Vergrijzing en omslag van groei naar krimp' gaan Andries de Jong van het Planbureau voor de Leefomgeving en Coen van Duin van het Centraal Bureau voor de Statistiek in op de vergrijzing en de ontwikkeling van bevolking en huishoudens in verschillende regio's in Nederland tot 2040. Het artikel is gebaseerd op de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose van het PBL en CBS. (B28516)
- CESifo; Meier, V.; Werding, M., Ageing and the welfare state : securing sustainability
München : CESifo, 2010.
CESifo working paper, nr. 2916
In de komende vier decennia oefent het toenemende aantal ouderen in de meeste ontwikkelde landen een enorme opwaartse druk uit op de sociale uitgaven. Aangezien dit vooral te wijten is aan de bestaande ongedekte openbare pensioenregelingen, zijn veel landen begonnen met ingrijpende hervormingen op dit gebied. Van versterking van de actuariële billijkheid, tot wijziging van de indexering regels, het toevoegen van elementen van prefunding en, last but not least, een poging om de periode van economische activiteit te verlengen. De inspanningen om de kosten te beheersen kunnen ook relevant zijn met betrekking tot de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg en langdurige zorg, maar tot dusver is nog geen enkel land begonnen om echt om te gaan met deze kwesties. Toch hebben sommige landen aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het veiligstellen van de houdbaarheid op lange termijn van hun welzijnsystemen. Wat overblijft en moet worden onderzocht, is het reconstrueren van het systeem van intergenerationele transacties als een mogelijke manier om belemmeringen weg te nemen om kinderen op te voeden en te investeren in hun menselijk kapitaal op de lange termijn. (B28511)
- Europese Cie, 2009 Ageing report : economic and budgetary projections for the EU-27 member states (2008-2060)
Luxemburg : EG, 2009.
European economy, 2009, nr. 2
Het rapport presenteert de geplande uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg, langdurige zorg, onderwijs en werkloosheid voor alle lidstaten. Voorts is een hoofdstuk opgenomen op de totale kosten van de vergrijzing en de mogelijke invloed hiervan op de huidige economische crisis. De statistische bijlagen geven overzichten per lidstaat en bevatten onder meer: een overzicht van de pensioensystemen in de lidstaten, de regels voor indexering van pensioenen, gegevens over de invloed van technologie op de uitgaven in de gezondheidszorg, en de uitgaven aan werkloosheid per lidstaat. (B28190)
- Europese Cie, The 2009 ageing report : underlying assumptions and projection methodologies
Luxemburg : EG, 2009.
European economy, 2008, nr. 7
Beschrijving van macro-economische verwachtingen van leeftijdsgerelateerde toekomstvoorspellingen voor alle lidstaten. Met name aandacht voor pensioenen, gezondheidszorg, maatschappelijke zorg, onderwijs en werkloosheid. (B28043)
- Europese Cie, Demography report 2008 : meeting social needs in an ageing society
Luxemburg : EG, 2009.
SEC(2008) 2911
Demografierapport 2008. De nadruk in het rapport ligt op de vergrijzende samenleving en op de veranderingen in de gezins- en huishoudenssamenstelling. Het rapport bevat gegevens over demografische ontwikkelingen (geboortecijfers, sterftecijfers, trends in migratie). Voorts wordt ingegaan op de veranderingen in de samenstelling van huishoudens en de veranderingen in de arbeidsparticipatie van vrouwen. Vervolgens komt de vergrijzing aan bod. Met aandacht voor ouderen op de arbeidsmarkt, de betrokkenheid van ouderen bij vrijwilligerswerk en het beleid om actieve participatie van ouderen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij te bevorderen. Tot slot wordt ingegaan op de uitdagingen die de demografische veranderingen met zich meebrengen. (B27863)
- CNV, Omgaan met vergrijzing : discussienota
[Utrecht] : CNV, 2009.
Notitie over de vraag hoe het CNV omgaat met de vergrijzing. Welke problemen vloeien voort uit de demografische ontwikkeling en welke maatregelen vinden we vanuit onze principes gepast? Eerst wordt ingegaan op de 'grijze golf' en de maatschappelijke opgaven die deze met zich meebrengt. Vervolgens concentreert de nota zich op een aantal specifieke problemen en denkbare oplossingen daarvoor. In het bijzonder wordt ingegaan op de participatie van mensen en de relatie met de AOW. De discussienota geeft aan dat er twee hoofdwegen moeten worden bewandeld om de uitdagingen van vergrijzing het hoofd te bieden. De eerste is eerlijker delen. (overname van de aanbevelingen rond SER-advies over de AWBZ, meer intergenerationele ondersteuning, verdere fiscalisering AOW, afschaffen hypotheekrenteaftrek bij hypotheken boven een miljoen euro, invoering van een nieuwe belastingschijf van 60% voor inkomens boven de "Balkenendenorm". De tweede hoofdweg is het vergroten van de koek (meer uren gaan werken, werken tot 65 jaar bevorderen, flexibiliseren van de AOW, bevorderen van langer werken in een toegesneden uittredingsbeleid, verhogen van de AOW-leeftijd in combinatie met eerder uittreden bij lang arbeidsverleden). (B27811)
- NIDI Dijkstra, P. A.; Ewijk, C. van; Hublicsek, L.; Henkens, K.; Gesano, G.; Jacobs, T., Ageing, intergenerational solidarity and age-specific vulnerabilities
Den Haag : KNAW press, 2008.
Report 77
Verzameling papers van een workshop in 2002 over veroudering, solidariteit en leeftijdspecifieke kwetsbaarheid. Aandacht voor pensioenen, de arbeidsmarkt, gezondheidszorg en welvaart. De papers zijn verzameld uit zoveel mogelijk Europese landen. (B27691)
- Steen, M. van der, Een sterk verhaal : een analyse van het discours over vergrijzing : proefschrift Universiteit van Tilburg
[Den Haag] : Lemma, 2009.
De kabinetten Balkenende I-IV voerden bezuinigingen en hervormingen door in de verzorgingsstaat met het oog op de vergrijzing. Maar gedurende die jaren veranderde het beeld van 'vergrijzing'. Het sombere toekomstperspectief ontwikkelde zich van een centraal thema en een 'noodzaak' voor hervormingen in een onderwerp dat de samenleving 'mogelijkheden' bood in plaats van problemen. De 'grijze generatie' werd ineens 'zilver'. Bezuinigingen veranderden in investeringen, en bedreigingen werden kansen. Martijn van der Steen toont aan dat de evolueerde toekomstbeelden van problemen als de vergrijzing direct invloed hebben op beleid. Om dit te onderzoeken analyseerde hij officiële regeringsdocumenten (in het bijzonder de Miljoenennota's en Regeringsprogramma's), Kamerdebatten, (kranten)artikelen en gesproken bronnen uit de periode 2000-2007. Met als conclusie: iets wat niet bestaat, wat we ook niet kennen, kan leiden tot fundamentele hervormingen. Is de vergrijzing daarmee 'opgelost' of was de crisisversie een sterk verhaal om het doel (hervorming) te bereiken? Van der Steen stelt ook de vraag of de huidige financiële crisis zal resulteren in een nieuwe versie van het vergrijzingsverhaal of in reële beleidswijzigingen op basis van de huidige werkelijkheid. Op basis van de ontwikkelde theorie verwacht hij dat de financiële crisis zal fungeren als nieuw ondersteunend verhaal om vergaande hervormingen in de instituties van de verzorgingsstaat door te voeren. Recente ontwikkelingen rond de AOW-leeftijd en de hypotheekrenteaftrek lijken dat te onderschrijven. (B27648)
- CPB; Hek, P. de; Erp, F. van, Analyzing labour supply of elderly people : a life-cycle approach
Den Haag : CPB, 2009.
CPB document, nr. 179
Als bijdrage aan het beperken van de kosten van de vergrijzing, worden verschillende maatregelen overwogen om de arbeidsmarktparticipatie van 55-64-jarigen te vergroten. Om de gevolgen van deze maatregelen voor de arbeidsmarkt te analyseren, wordt in deze paper een gestileerd numeriek simulatiemodel, gericht op consumptie, besparingen en arbeidsaanbod over de levenscyclus, ontwikkeld. Gekeken wordt onder andere naar de gevolgen van een verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 67 jaar, van fiscalisering van de aow en van een premie op uitstel van de aow-uitkering. Via vermogenseffecten, inkomenseffecten en inter- en intratemporele substitutie-effecten heeft elk van deze maatregelen invloed op consumptie en arbeidsaanbod. Het gestileerde model biedt een theoretische onderbouwing waardoor de beleidseffecten over de gehele levenscyclus van individuen kunnen worden benoemd. Tegelijkertijd beperkt dit de mogelijkheid om harde conclusies aan de numerieke effecten te verbinden omdat verschillende mechanismen niet in het model zijn opgenomen. In het bijzonder betreft dit de inzichten van ‘behavioural economics’ zoals ‘framing effects’. (B27606)
- European Network of Economic Policy Research Institutes; CEPS; [et al.], What are the consequences of the AWG-projections for the adequacy of social security pensions?
Brussel : ENEPRI, 2009.
ENEPRI Research Reports, nr. 65. AIM, WP4
Europa wordt de komende decennia geconfronteerd met belangrijke demografische veranderingen. Veranderingen met belangrijke economische en budgettaire gevolgen. Het Economic Policy Committee (EPC) heeft de Ageing Working Group (AWG) opgericht, welke onder meer tot taak heeft de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn te beoordelen. Deze werkgroep doet dit door een reeks van openbare prognoses voor alle lidstaten, met inbegrip van de pensioenen. Deze prognoses zijn gebaseerd op de demografische voorspellingen van Eurostat en overeengekomen veronderstellingen over de belangrijkste economische variabelen. In het kader van een Europees zesde kaderprogramma gefinancierd project genaamd AIM (Adequacy of Old-Age Income Maintenance in the EU), is het dynamische microsimulatie model MIDAS ontwikkeld voor België, Duitsland en Italië. Dit rapport geeft een gedetailleerde beschrijving van het model MIDAS. vervolgens presenteert en bespreekt het simulatie-resultaten voor België, Duitsland en Italië. Tot slot resulteren de simulatie-uitkomsten in twee alternatieve beleidsscenario's die worden gepresenteerd en besproken. (B27547)
- RIVM; Wong, A.; Kommer G. J.; Polder, J., Levensloop en zorgkosten : achtergrondrapport
Bilthoven : RIVM, 2008.
Zorg voor euro's, nr. 7. RIVM Rapport, nr. 270082002/2008
Dit rapport gaat in op drie beleidsthema’s: solidariteit, vergrijzing en de samenhang tussen curatieve zorg en langdurige zorg. Voor het eerst zijn voor Nederland de zorgkosten op persoonsniveau diepgaand geanalyseerd. Daaruit blijk dat de kosten niet zo scheef zijn verdeeld als eerder werd gedacht. Uitgaven in de ziekenhuiszorg blijken in traditionele projecties overschat te worden, omdat er geen rekening wordt gehouden met het feit dat de kosten in de laatste levensjaren zeer hoog zijn, en bij een toename van de levensverwachting worden uitgesteld. De kosten blijken daarnaast samen te hangen met de doodsoorzaak, en het ziektebeeld. In een vergrijzende samenleving zijn solidariteit en de ontwikkeling van de zorgkosten erg belangrijk. Dit rapport toont aan dat zowel de solidariteit als de zorgkosten houdbaarder zijn dan doorgaans wordt gedacht. (B27058)
- Kemp, P. A.; Bosch, K. van den; [et al.], Social protection in an ageing world
Antwerpen : Intersentia, 2008.
International studies on social security, Vol. 13
De publicatie bevat een selectie van de papers gepresenteerd tijdens een seminar georganiseerd door de Foundation for International Studies of Social Security (FISS) over het thema sociale zekerheid en vergrijzing. Bevat de volgende bijdragen: A new comprehensive and international view on ageing: introducing the 'Survey of health, ageing and retirement in Europe'; New evidence on health, wealth and ageing in the UK: the English longitudinal study of ageing; Ageing in the US: the health and retirement study; The evolution of the public-private mix in pension provision: variable paths to solidarity in the Netherlands, Sweden and Denmark; Pension policy-making in ageing societies; Older workers under globalisation: a cross-national comparison of late careers and retirement; The impact of work disincentives in Canada's public pension system; Gradual retirement and lengthening of working life; Ageing, poverty and public policy in developing countries: new survey evidence; Universal non-contributory pension schemes for low-income countries: an assessment; Social protection and older people's livelihoods - a Bolivian study; Macroeconomic crises and private funds efficiency: the case of Argentina; The financial consequenses of divorce for later life. (B26947)
- Commissie Arbeidsparticipatie, Naar een toekomst die werkt : advies Commissie Arbeidsparticipatie
Z.P. : Z.U., 2008.
De Commissie Arbeidsparticipatie, onder voorzitterschap van dhr. Bakker, heeft in opdracht van de minister van SZW voorstellen geformuleerd die ertoe leiden dat in Nederland meer mensen meer aan het werk gaan en dat de werking van de arbeidsmarkt verbeterd wordt
Belangrijke conclusie van de Commissie is dat de arbeidsmarkt in Nederland aan de vooravond staat van een fundamentele verandering. Dit komt doordat er in de komende decennia meer werk is en er minder mensen zijn. En door de globalisering nemen de eisen aan het kennisniveau en aanpassingvermogen van de beroepsbevolking toe.
De Commissie ziet kansen en mogelijkheden om de discussie over werken er één van hoop in plaats van angst te maken. Om de talenten van iedereen te ontwikkelen, kwetsbare groepen aan het werk te helpen en mee te laten doen. Om deze kansen te benutten doet de Commissie voorstellen om:
• Nu meer mensen aan het werk te krijgen
• Structureel aan te sturen op inzetbaarheid en werkzekerheid
• Mensen geleidelijk langer te laten werken.
De Commissie pleit voor een cultuurverandering ondersteund door nieuwe maatregelen op het gebied van arbeidsmarkt en socialeverzekering. (B26930)
- Min. SZW, Men is zo oud als men zich voelt
Den Haag : Min. SZW, 2008.
Notitie waarin de positie van personen van 65 jaar en ouder centraal staat. In de notitie schetst het kabinet zijn visie op vergrijzing en arbeidsparticipatie van ouderen. Om doorwerken na 65 makkelijker te maken, wil het kabinet dat mensen zelf kunnen kiezen of ze hun AOW op 65 jaar laten ingaan of pas later. Een latere ingangsdatum zou dan tot een hogere AOW-uitkering leiden. De notitie gaat in op de bestaande mogelijkheden voor doorwerken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, flexibilisering van de ingang van de AOW, flexibilisering van de aanvullende pensioenen, mogelijkheden en belemmeringen voor doorwerken na 65, de sociale wetgeving en de arbeidsrechtelijke positie bij doorwerken na 65, oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden, en beeldvorming en voorlichting over doorwerken na 65 jaar. (B26898)
- Adema, Y., The international spillover effects of ageing and pensions : proefschrift Universiteit van Tilburg
Tilburg : Center, 2008.
Center dissertation Series
Veel westerse landen krijgen de komende decennia te maken met vergrijzing. De economische effecten daarvan verschillen echter van land tot land. Yvonne Adema onderzocht hoe landen met verschillende pensioenstelsels die in reactie op de vergrijzing ook verschillend spaargedrag zullen vertonen, elkaar beïnvloeden via kapitaalmarkten. Zeker in Europa, waar de landen met de euro hun kapitaalmarkt volledig hebben geïntegreerd, zullen de verschillende lidstaten merkbaar de gevolgen ondervinden van de wijze waarop andere lidstaten hun pensioenstelsel hebben ingericht of van de pensioenhervormingen die in het licht van de vergrijzing worden uitgevoerd. Landen met een groot kapitaalgedekt pensioensysteem zoals Nederland, waarbij mensen sparen voor hun oude dag, krijgen op termijn last van landen in de Economische en Monetaire Unie (EMU) die een omslagstelsel hanteren. Dat komt, analyseert Adema, doordat de besparingen in 'kapitaalgedekte' landen bij vergrijzing sterker stijgen dan in landen met een omslagstelsel zoals Italië en Duitsland, zodat per saldo een kapitaalstroom naar deze laatste landen resulteert. Bovendien lopen de kosten van de pensioenen in 'omslaglanden', waar de werkende beroepsbevolking de pensioenen van de ouderen betaalt, sterk op als door vergrijzing het aantal pensioengerechtigden stijgt ten opzichte van het aantal werkenden. Als deze landen overheidsschuld gebruiken om de kosten van vergrijzing op te vangen, zullen de 'kapitaalgedekte' landen voor een deel van de kosten opdraaien. Als de overheidsschuld erg hoog is, kan dat namelijk tot inflatie leiden, met directe gevolgen voor de rest van de gemeenschappelijke kapitaalmarkt. Volgens Adema is het daarom zaak dat alle landen in de EMU zich houden aan het Stabiliteits- en Groei Pact. Ook dient de Europese Centrale Bank onafhankelijk, geloofwaardig en transparant te zijn. Om de houdbaarheid van publieke omslagstelsels te verbeteren, wordt vaak voorgesteld om deze pensioensystemen te hervormen en naar een meer kapitaalgedekt stelsel over te stappen. Adema toont in haar proefschrift echter aan dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor kapitaalgedekte landen binnen de gemeenschappelijke kapitaalmarkt. Daarom pleit de econome voor enige coördinatie of zelfs centralisatie van de besluitvorming over pensioenhervormingen. (B26896)
- Knook, D., Het Methusalem mysterie : vergrijzing: zegen of bedreiging?
Amsterdam : Prometheus, 2008.
Analyse van de vele aspecten van vergrijzing. Het zet de feiten op een rij en biedt een overzicht van mogelijke oplossingen, om ons goed voor te kunnen bereiden op de gevolgen van een vergrijzende maatschappij. Ingegaan wordt onder meer op: levensverwachting; de 'krimpmaatschappij' vol ouderen; ouderen, gezondheid en gezondheidszorg; de AOW (fiscalisering, verhoging AOW-leeftijd, spaarfonds AOW); pensioenleeftijd; middelloonregeling en pensioenindexatie; ouderen en arbeidsparticipatie; oudere werknemers; deeltijdpensioen en doorwerken na je 65ste; de nieuwe ouderen en generatieconflicten; solidariteit binnen generaties; het debat over de vergrijzing; de onzekere toekomst van de verzorgingsstaat; vergrijzing en de uitdaging voor de (gezondheids)zorg; zorgsparen voor later. Het slothoofdstuk gaat in op de vraag of vergrijzing een bedreiging of een zegen. (B26622)
- Polder, J.; RIVM; Universiteit Tilburg, Veelkleurig grijs : economische aspecten van volksgezondheid en zorg : rede
Bilthoven : RIVM, 2008.
RIVM, rapportnr. 270166001
Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Economische aspecten van Volksgezondheid en Zorg aan de Universiteit van Tilburg op vrijdag 25 januari 2008. De gezondheidseconomie, een relatief nieuwe discipline binnen de wetenschap, is essentieel voor het maken van nieuw beleid in de gezondheidszorg. De zorgkosten van de vergrijzing worden bijvoorbeeld verkeerd ingeschat, betoogt Johan Polder. In zijn oratie 'Veelkleurig grijs' vult hij een deel van dit grijze gebied alvast in, en geeft hij overblijvende knelpunten aan. Een van de aannames die inmiddels is ontkracht binnen de gezondheidseconomie, is bijvoorbeeld dat de zorgkosten explosief toenemen met de vergrijzing. Onderzoek van Polder wijst namelijk uit dat de kostenstijging niet veroorzaakt wordt door hogere leeftijden op zichzelf, maar door het feit dat steeds meer mensen op latere leeftijd overlijden, waarbij in het laatste levensjaar de meeste kosten worden gemaakt. Het gaat dus eigenlijk om uitstel van de zorgkosten. Rekening houdend met dit effect, berekende Polder dat de invloed van de vergrijzing op de gezondheidszorg 17% goedkoper uitvalt dan gedacht. Een ander grijs gebied is de opbrengst van preventieve gezondheidszorg. Anders dan in het regeerakkoord wordt aangenomen, drukt preventieve zorg de zorgkosten niet, aldus Polder. Preventie kost geld, omdat gewonnen levensjaren extra zorgkosten met zich meebrengen. Aan de andere kant levert preventie ook weer maatschappelijk baten op: naast gezondheid gaat het om bijvoorbeeld een lager ziekteverzuim en hogere arbeidsproductiviteit. (B26505)
- Europese Cie, Pension systems, ageing and the stability and growth pact
Brussel : Europese Cie, 2007.
European Economy, economic papers, nr. 289
Onderzocht wordt hoe het groei- en stabiliteitspact het hoofd kan bieden aan de kosten van de vergrijzing van de bevolking in de Europese Unie. Duidelijk is dat de vergrijzing landen heeft gedwongen om hun pensioensystemen te hervormen, en dit zullen zij blijven doen, zowel door het verminderen van de vrijgevigheid van pensioenvoorzieningen als door het omschakelen naar financiering, in plaats van zich te baseren op pay-as-you-go pensioenvoorzieningen. Onderzocht wordt hoe dergelijke hervormingen de ruimte voor het naleven van het Pact beïnvloeden, maar ook hoe het Pact de stimulansen tot hervormingen beïnvloedt of belemmert. (B26319)
- Europese Cie, Europe’s demographic future : facts and figures on challenges and opportunities
Luxemburg : EG, 2007.
Het rapport presenteert de belangrijkste feiten en cijfers die ten grondslag liggen aan het debat over de Europese demografische toekomst met passende beleidsmaatregelen. Het gaat in op de belangrijkste drijvende krachten van demografische veranderingen - vruchtbaarheid, levensverwachting en migratie - en plaatst deze in een lange termijn en wereldwijd perspectief. Voorts wordt ingegaan op de economische gevolgen van de vergrijzing en het effect dat dit zal hebben op de toekomstige leefomstandigheden in Europa. (B26403)
- OECD, Ageing and the public service : human resource challenges
Parijs : OECD, 2007.
Het personeelsbestand in de collectieve sector vergrijst sneller dan in de rest van de maatschappij. Dit brengt specifieke uitdagingen en kansen met zich mee. Een vergrijzende rijksdienst verhoogt de fiscale lasten en verlaagt de beschikbare capaciteit om diensten te verlenen. Op de lange termijn echter biedt het strategische kansen om, indien nodig de omvang van de rijksdienst te reduceren en arbeidsvoorwaarden en het management van overheidspersoneel te veranderen waar dit redelijk wordt geacht. Deze publicatie kijkt naar de ervaringen op dit gebied in negen OESO-lidstaten, te weten: Australië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Nederland, en Portugal. Het rapport stelt strategieën voor die de landen zouden kunnen toepassen, om hun human resourcebeleid aan te passen aan de uitdagingen van de vergrijzing. (B26178)
- Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; [et al.], Jaarboek 2006/2007
Den Haag : SDU, 2007.
In het jaarboek komen de volgende thema's aan bod: 1. vergrijzing, 2. privatisering Schiphol, 3. Europa, 4. milieu en klimaat en 5. energiebedrijven. Thema 1: Vergrijzing, bevat de volgende bijdragen: Vergrijzing vraagt om aanvullend beleid; Heeft Nederland een serieus vergrijzingsprobleem?; Vele hervormingen nodig om vergrijzing op te vangen; Vergrijzing is een verborgen zege. Thema 2: Privatisering Schiphol, bevat de volgende bijdragen: Privatisering Schiphol is nog niet af; Privatisering loont voor luchthavens; Schiphol komt van de regen in de drup; Open brief aan de leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal; Houd strategische ontwikkeling Schiphol bij de overheid. Thema 3: Europa, bevat de volgende bijdragen: Naar een open economie; Kies voor meer in plaats voor minder Europa; Naar een eerlijker consumentenprijs voor landbouwproducten; Naar een Europees semester. Thema 4: Milieu en klimaat, bevat de volgende bijdragen: De economische impact van klimaatverandering; Drie verdedigingslinies in Nederlandse broeikas; Naar een effectieve klimaatstrategie; Keuzes voor energie en milieu: een analyse van verkiezingsprogramma's; Toewijzing emissierechten moet anders. Thema 5: Splitsing Energiebedrijven, bevat de volgende bijdragen: Conclusie uit: Kwantitatieve verkenning welvaartseffecten splitsing energiebedrijven; Samenvatting uit: "Rapport Bevindingen van de Commissie Validatie Splitsing energiebedrijven"; Splitsing energiebedrijven vermindert welvaart; Loop met energiesplitsing niet voor de muziek uit; Electriciteitswet leidt tot kortsluiting. (B26166)
- CBS, De Nederlandse samenleving 2007
Voorburg : CBS, 2007.
Op vele gebieden is de Nederlandse samenleving in beweging. De Nederlandse samenleving 2007 biedt een totaalbeeld van de meest relevante veranderingen. Voor de verschillende maatschappelijke terreinen is aangegeven welke veranderingen zich hebben voorgedaan en hoe die ontwikkelingen verschillen tussen bevolkingsgroepen. Tevens is de situatie in Nederland op de genoemde terreinen in hoofdlijnen vergeleken met die in de overige Europese landen. Het gaat onder meer over verkleuring en vergrijzing, de leefsituatie van niet-westerse allochtonen, trends in werk en uitkeringsafhankelijkheid, inkomenverdeling, sociale samenhang en (afnemende) gevoelens van onveiligheid. Bevat de volgende hoofdstukken: Meer kleur, meer grijs; Conjunctureel herstel zet door; Nederlandse economie groeit met 3,0 procent; Beroepsbevolking was nog nooit zo groot; Geringere uitkeringsafhankelijkheid; Meeste welvaart in het westen; Met 60 met pensioen; Landbouwinkomens blijvend onder druk; Door aardgas unieke positie op energiemarkt; Grotere sociale samenhang; Burgers voelen zich steeds veiliger; Positie allochtonen blijft kwetsbaar; Nederland verder verstedelijkt; Gezondheid en zorg: een wereld van verschil; Broeikasgassen wereldwijd milieuprobleem; Jeugd gezond en steeds beter opgeleid. (B26135)
- United Nations, World economic and social survey 2007 : development in an ageing world
New York : United Nations, 2007.
Analyse van de gevolgen van vergrijzing voor de sociale en economische ontwikkeling op de wereld. Een langer en gezonder leven brengt geweldige mogelijkheden met zich mee op economisch, sociaal en persoonlijk gebied. Maar om dat te realiseren moet de maatschappij verzekeren dat mensen van alle leeftijden de middelen en ondersteuning hebben voor een redelijk leefniveau. 6e ed. (B26117)
- Europese Cie, The social situation in the European Union 2005 - 2006 : the balance between generations in an ageing Europe
Luxemburg : Europese Cie, 2007.
De EU wordt geconfronteerd met grote economische en demografische veranderingen. Aandacht voor een nieuwe intergenerationele balans. Beschrijving van relevante demografische trends en analyse van de inkomenssituatie en leefcondities van mensen op verschillende leeftijden en gezins- en familieomstandigheden. (B26116)
- NIDI; Dalen, H. van; Henkens, K.; Hendrikse, W.; Schippers, J., Dealing with an ageing labour force : what do European employers expect and do?
Den Haag : NIDI, 2006.
Report, nr. 73
Rapport over de houding van werkgevers ten opzichte van oudere werknemers. Vier vragen staan in het rapport centraal: In welke mate is er sprake van een gevoel van urgentie onder werkgevers m.b.t. de vergrijzing van de bevolking en de gevolgen daarvan; Wat zien werkgevers als mogelijke gevolgen van een vergrijzende beroepsbevolking voor hun organisatie en welk beleid wordt ingezet; Welke beleidsmaatregelen worden op dit moment in organisaties uitgevoerd of overwogen als antwoord op de tekorten op de arbeidsmarkt; Welk beleid ter voorkoming van een krimpende beroepsbevolking heeft bij werkgevers de voorkeur? Om deze vragen te beantwoorden, is onderzoek uitgevoerd in het Groot-Brittannië, Nederland, Griekenland en Spanje. (B25806)
- Kon. Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen; Schraven, J.; [et al.], De zilveren eeuw : gouden kansen : verslag van de derde Jan Brouwer conferentie, 17 januari 2007 te Haarlem
Haarlem : KHMW, 2007. 76 p.
De uitgave vormt de neerslag van de Derde Jan Brouwer Conferentie gehouden op 17 januari 2007 te Haarlem. Het is de derde conferentie in een reeks over demografische transitie. Boodschap van de conferentie is: Maak beter gebruik van de kansen van de vergrijzing. Speel in op de werkkracht en de koopkracht van de zilveren generatie. Bevat de volgende bijdragen: De zilveren eeuw - gouden kansen?; Economische kansen van vergrijzing; Bouwen op mensen van alle leeftijden; Innovatieve en strategische inzet van ICT in economie en samenleving. (B25783)
- Stoffelsen, J. M.; Diehl, P. J., Handboek levensfasebewust personeelsbeleid : iedereen heeft hetzelfde recht op een verschillende aanpak
Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2007.
In deze uitgave wordt eerst stilgestaan bij de vergrijzing en ontgroening in Nederland: hoe staat Nederland ervoor? Wat zijn de oorzaken en gevolgen van vergrijzing. Vervolgens komen de verschillende levensfasen aan bod. Ook wordt stilgestaan bij de verschillende generaties die in Nederland aan het werk zijn. Om effectief met medewerkers om te gaan, is kennis van de verschillende levensfasen en van de generaties noodzakelijk. Waneer men hiermee rekening houdt, is het mogelijk om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Hierin hebben zowel de organisatie als de medewerker hun verantwoordelijkheden, rechten en plichten. Ten slotte wordt stilgestaan bij de in te zetten instrumenten en de mogelijke oplossingen. Alle geboden instrumenten en oplossingen zijn gericht op het duurzaam inzetbaar houden van medewerkers. Ook komen de verschillende valkuilen bij de implementatie aan de orde. De publicatie bevat verder praktijkvoorbeelden, opdrachten en checklists. (B25604)
- SEO; [et al.], ‘Mind the gap’ : international database on employment & adaptable labour (IDEAL)
Amsterdam : SEO, 2007.
SEO-report nr. 968
Onderzoek naar de effecten van vergrijzing en migratie op de toekomstige arbeidsmarkt in de Europese Unie. SEO concludeert dat de vergrijzing in 2050 zorgt voor werknemerstekort van ruim 30 miljoen personen. Vergrijzing is de belangrijkste oorzaak voor de toekomstige tekorten aan werknemers. Een tweede oorzaak zijn de relatief lage geboortecijfers; in bijna alle landen wordt een daling van de omvang van de eigen bevolking verwacht. Het zogenoemde ‘werkgelegenheidsgat’ dat door deze beide effecten ontstaat, kan echter voor een groot deel opgevuld worden met behulp van werknemers uit andere landen. Zonder migratie van arbeid zou het werknemerstekort bijna 55 miljoen personen bedragen. (B25552)
- Romp, W. E., Essays on dynamic macroeconomics : the role of demographics and public capital : proefschrift Rijksuniversiteit Groningen
Ridderkerk : W.E. Romp, 2007.
Onzekerheid over het moment van overlijden is door macro-economen altijd op een simpele wijze gemodelleerd: de kans op overlijden is constant, onafhankelijk van de leeftijd. In het eerste deel van zijn proefschrift ontwikkelt Ward Romp een macro-economisch model dat rekening houdt met een hogere kans op overlijden naarmate men ouder wordt. Met dit model analyseert hij de gevolgen van de vergrijzing op economische groei en het pensioenstelsel. Romp onderzocht de rol van de demografische opbouw en verandering van de bevolking in de verdeling van baten en lasten over de bestaande en toekomstige generaties. Daarbij tracht hij antwoord te geven op vragen als: hoe kunnen we in macro-economische zin rekening houden met de link die bestaat tussen verschillende generaties? Wat zijn de effecten van vergrijzing op de economische groei, de pensioenleeftijd en het pensioenstelsel? Hoe kunnen we ons pensioenstelsel aanpassen om de kosten van vergrijzing te beperken en wat zijn de welvaartseffecten voor de verschillende generaties? Het blijkt onder andere dat de pensioensystemen in de meeste West-Europese landen nog steeds dusdanig zijn dat het voor een "nutmaximaliserend" rationeel individu optimaal is om met pensioen te gaan in het eerste jaar waarin aanspraak kan worden gemaakt op een pensioenuitkering. Verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is daarom het beste alternatief om de kosten van de vergrijzing op te vangen, concludeert Romp. (B25550)
- ESVLA, Employment and labour market policies for an ageing workforce and initiatives at the workplace : national overview report: the Netherlands
Dublin : ESVLA, 2007.
Het rapport kijkt naar de ontwikkeling van initiatieven m.b.t. oudere werknemers die organisaties in de afgelopen tien jaar hebben ondernomen. De volgende punten komen aan de orde: de effecten van maatregelen/initiatieven op bedrijfsniveau; drijfveren voor het uitvoeren van 'good practices' op bedrijfsniveau; kenmerken van succesvolle maatregelen/initiatieven; de belangrijkste lessen die kunnen worden getrokken uit de uitgevoerde maatregelen en initiatieven; toekomstige aspecten van leeftijdsmanagement op bedrijfsniveau; de ontwikkeling van nationaal beleid m.b.t. tot de vergrijzende beroepsbevolking; relevante acties van sociale partners en andere sleutelactoren; beleid en uitvoering; en tot slot de opvattingen over oudere werknemers in het huidige beleid en publieke debat. (B25517)
- Europese Cie, The 2005 projections of age-related expenditure (2004-2050) for the EU-25 member states : underlying assumptions and projection methodologies
Luxemburg ; EG, 2006.
European Economy, special report, nr. 4/2005
Het rapport geeft een beschrijving van onderliggende veronderstellingen, projectiemethodologieën en achtergrondanalyse van de van de leeftijd afhankelijke uitgaven (2004-2050) voor de EU-25 lidstaten. (B25453)
- CDA, Wetenschappelijk Inst., Investeren in participeren
Den Haag : CDA, Wetenschappelijk Inst., 2006.
Perspectieven. Economie
Het rapport belicht tegen de achtergrond van ontwikkelingen zoals onder meer de vergrijzing en de globalisering in onderlinge samenhang arbeidsparticipatie, arbeidsmarktbeleid, financieel en fiscaal beleid. Op al deze terreinen worden ook beleidsaanbevelingen gedaan. De uitdagingen van globalisering en vergrijzing worden in dit rapport langs twee lijnen benaderd. Enerzijds ligt de nadruk op een goed financieel-economisch beleid. Schuldreductie draagt bij aan het opvangen van de kosten van de vergrijzing. Anderzijds is een goed arbeidsmarktbeleid nodig. Uiteindelijk gaat het om een goed benutten van de talenten van mensen, ook al om zo de collectieve voorzieningen in de toekomst voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. In de bijlage wordt ingegaan op het Scandinavisch model (lessen uit de Nordics). (B25435)
- Rijkschroeff, R.; [et al.], Generatie op komst : zorg nu voor later
Assen : Van Gorcum, 2006.
Nederland telt volgens de voorspellingen van het CBS in het jaar 2050 circa vier miljoen 65-plussers. In deze publicatie wordt bekeken hoe we kunnen omgaan met de aankomende generatie ouderen. Er is een groot potentieel aan talent en maatschappelijk kapitaal. Deze nieuwe generatie articuleert wensen en behoeften naar maatschappelijke ondernemers: woningcorporaties, verzekeraars, zorgaanbieders en (financiële) dienstverleners. Het is de kunst deze wensen, samen met het talent en kapitaal van de generatie op komst, te verzilveren. Dit boek opent de weg naar een omslag in ons denken over ouderen, gezondheid, participatie en arbeidsmarkt, en ondernemerschap. De auteurs bespreken hoe de combinatie van cultuurverandering, kansen voor ouderen op de arbeidsmarkt en meer dynamiek in de zorg een nieuw sociaal contract kan opleveren dat een verbond tussen generaties mogelijk maakt. (B25361)
- NIDI; [et al.], Social situation observatory : demography monitor 2005 : demographic trends, socio-economic impacts and policy implications in the European Union
Den Haag : NIDI, 2006
Report, nr. 72
De demografische monitor 2005. De monitor schetst allereerst de demografische ontwikkelingen in de Europese Unie. Daarna wordt ingegaan op onderwijs, werkgelegenheid tijdens de levensloop. Hierbij o.a. aandacht voor ontwikkelingen in arbeidsparticipatie, ontwikkelingen in vroegpensioen; arbeidsparticipatie van vrouwen van middelbare leeftijd, arbeid en zorg voor kinderen, vergrijzing van de beroepsbevolking, arbeidstijden. Voorts is een hoofdstuk gewijd aan sociale zekerheid. met hierbij aandacht voor pensioensystemen in Europa, ontwikkelingen in de pensioenleeftijd, pensioenhervormingen en de gevolgen van de vergrijzing op de gezondheidszorg. Verder wordt aandacht besteed aan patronen van tijdsbesteding gedurende de levensloop. Het slothoofdstuk is gewijd aan demografisch beleid en aan demografisch gerelateerd beleid in een aantal EU-landen. (B25278)
- Europese Cie, The long-term sustainability of public finances in the European Union
Luxemburg : EG, 2006.
Rapport over de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn in de Europese Unie. Volgens de studie zal er bij ongewijzigd beleid zowel in de EU als in het eurogebied sprake zijn van een houdbaarheidstekort. Door hun begrotingen op middellange termijn in evenwicht te brengen, zouden de EU-lidstaten de enorme pensioenkosten van een vergrijzende bevolking met veel meer vertrouwen tegemoet kunnen zien. Uit de studie blijkt tevens dat mocht de arbeidsparticipatie, en met name die van oudere werknemers, sneller stijgen dan verwacht, de houdbaarheid van de openbare financiën aanzienlijk zou verbeteren. Uit het onderzoek blijkt verder dat Nederland goed is voorbereid op de komende vergrijzing van de bevolking en nauwelijks nog aanvullende maatregelen hoeft te nemen. (B25177)
- Min. Financiën; Studiegroep Begrotingsruimte, Vergrijzing en houdbaarheid : 12e rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte
Den Haag : Min. Financiën, 2006.
De 12e Studiegroep begrotingsruimte adviseert een volgend kabinet over het begrotingsbeleid in het licht van de vergrijzingproblematiek. De demografische veranderingen zorgen de komende decennia voor uitdagingen voor de Nederlandse overheidsfinanciën. Nieuw in de komende kabinetsperiode is dat de vergrijzing niet langer nadert, maar daadwerkelijk begint. Het is van groot belang dat het volgende kabinet de beslissingen neemt om de overheidsfinanciën op het houdbare pad te brengen. Volgens de inzichten van de Studiegroep moet een inspanning worden verricht van circa 3 procent van het BBP (15 miljard euro). Het kabinet kan kiezen uit drie typen maatregelen: het aanpassen van de vergrijzinggerelateerde instituties (AOW- en zorgvoorzieningen), vergroten van het draagvlak, en versneld aflossen van de staatsschuld ('sparen'). De Studiegroep adviseert om aan te grijpen bij de kern van het probleem. Dit betekent dat de nadruk zou moeten liggen op het aanpakken van de vergrijzinggerelateerde instituties en het vergroten van het draagvlak (arbeidsparticipatie). Gegeven de omvang van het probleem van 3% van het BBP zal ook een deel van het probleem moeten worden opgelost via 'sparen'. De Studiegroep adviseert te streven naar een structureel overschot op de begroting van minimaal 0,5% BBP in 2011. (B24894)
- FNV, Naar een generatieproof pensioen : FNV-discussienota
Amsterdam : FNV, 2006.
In de nota presenteert de FNV een beleidspakket dat ingaat op de vormgeving van de AOW, alsmede op de wettelijke faciliëring van de aanvullende pensioenen. De nota gaat uitgebreid in op de vraag hoe het pensioenstelsel zich verder moet ontwikkelen. Uitgangspunt van de discussienota is een 'generatieproof' pensioen. Achtereenvolgens komen aan de orde: De invloed van de vergrijzing op de AOW en de aanvullende pensioenkosten; De FNV-opvattingen over de toekomst van de AOW; Het aanvullend pensioen als arbeidsvoorwaarde (o.a. vergrijzing en pensioenkosten, indexatiebeleid, solidariteit tussen en binnen generaties, collectieve pensioenregelingen en individuele keuzemogelijkheden, levensloopregeling en aanvullend pensioen); De uitvoering van de pensioenregeling (uitwerking van maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid; transparantie en zeggenschap, deelnemersgerichte communicatie, marktwaardering, IAS en pensioen); Wettelijke faciliëring van het aanvullend pensioen. (B24680)
- CPB; [et al.], Ageing and the sustainability of Dutch public finances
Den Haag : CPB, 2006.
Bijzonder publicatie, nr. 61
De vergrijzing van de Nederlandse bevolking brengt de houdbaarheid van de openbare financiën in gevaar. De verdubbeling van de verhouding tussen het aantal gepensioneerden en het aantal werkenden verstoort de balans tussen uitgaven en belastingopbrengsten. De stijging van uitgaven aan AOW en gezondheidszorg overtreft immers de stijging van belastingopbrengsten. Budgettaire hervormingen zijn dan ook nodig om te voorkomen dat toekomstige generaties worden genoodzaakt belastingen te verhogen dan wel op publieke uitgaven te bezuinigen. Er zijn drie richtingen denkbaar waarlangs houdbare arrangementen gerealiseerd kunnen worden. Ten eerste kunnen de overheidsfinanciën op orde worden gebracht via budgettaire maatregelen (lastenverzwaringen of bezuinigingen). In de tweede plaats kunnen de vergrijzinggerelateerde arrangementen worden hervormd, bijvoorbeeld door de AOW-leeftijd te verhogen, de groei van de uitgaven aan gezondheidszorg te beteugelen, of de vrijstelling van de AOW-premie voor ouderen in te perken. Niet voldoen aan de taakstelling voor de overheidsbesparingen betekent doorschuiven van de vergrijzingslasten naar toekomstige generaties - de derde mogelijkheid. Het netto profijt van de huidige generaties neemt dan toe ten laste van het netto profijt van toekomstige generaties. Dit rapport is niet alleen gebaseerd op recentere gegevens, maar ook op een meer geavanceerde modelmatige analyse waarbij rekening wordt gehouden met economische gedragseffecten van beleidsmaatregelen. Deze CPB-studie sluit in grote lijnen aan bij het gemeenschappelijke kader dat ten grondslag ligt aan internationale studies naar de gevolgen van de vergrijzing die op dit moment worden uitgevoerd door de EU en de OESO. (B24642)
- Derks, W.; [et al.], Structurele bevolkingsdaling : een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers
Den Haag : Raad voor Verkeer en Waterstaat, 2006.
De 21e eeuw wordt de eeuw van de overgang van groei naar krimp van de bevolking: de wereld als geheel rond 2075, het werelddeel Europa als eerste rond deze tijd, Nederland rond 2035, de provincie Limburg als eerste provincie in Nederland in 2002. Het doel van deze studie is politieke aandacht te vragen voor het verschijnsel van de bevolkingsdaling, omdat deze demografische ontwikkeling grote invloed zal hebben op vele beleidsdossiers. Het rapport beschrijft ontwikkelingen, algemene cijfers en feiten inzake resterende bevolkingsgroei en structurele bevolkingsdaling. Daarna volgt een nadere uitwerking van deze ontwikkelingen in Nederland, gezien op het niveau van provincies en de zogeheten Corop-regio. Voorts worden de effecten van de bevolkingsontwikkeling in relatie tot de arbeidsmarkt beschreven. Er wordt ingegaan op de nog resterende groei van de beroepsbevolking en met name de werkzame beroepsbevolking. Vervolgens komen de gevolgen van de bevolkingsdaling voor sectoren als woon-werkverkeer, bedrijventerreinen en woningbouw aan de orde. Tot slot worden de uitkomsten van het onderzoek toegepast op de gebieden van de zogeheten Noordvleugel en de Zuidvleugel van de Randstad. Met als doel bestaande plannen en projecten indicatief te toetsen aan de meest recente kennis omtrent de bevolkingsontwikkelingen in die gebieden. (B24623)
- OECD; Høj, J.; Toly, S., The labour market impact of rapid ageing of government employees : some illustrative scenario's
Parijs : OECD, 2005.
Economics department working papers, nr. 441
De paper bespreekt gevolgen voor de arbeidsmarkt van de snelle vergrijzing van het overheidspersoneel in een aantal OECD-landen (Australië, België, Canada, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië en Zweden). Geschetst worden vier mogelijke scenario's m.b.t. de toekomstige ontwikkelingen in de vraag naar overheidspersoneel. Voorts wordt gekeken naar de productiviteitsverhoging van de overheidssector, die nodig is wanneer de overheid haar dienstverlening op het zelfde niveau wil houden, zonder daarmee de toegang tot de arbeidsmarkt in de private sector negatief te beïnvloeden. (B24556)
- Brink, R. G. C. van den; [et al.], De vergrijzing leeft : kansen en keuzen in een verouderende samenleving
Amsterdam : Bert Bakker, 2006.
In 'De vergrijzing leeft' geeft een aantal gerenommeerde auteurs hun visie op de mogelijkheden en keuzes in een vergrijzende samenleving. Het boek behandelt ontwikkeldingen op het gebied van cultuur en politiek, arbeidsparticipatie, gezondheidszorg (cure en care), pensioenen en levensloop, sparen, investeren en economische groei, ouderenmarketing en ouderenhuisvesting. bevat de volgende bijdragen: De politieke economie van de vergrijzing en het conflict tussen generaties; Ouderen zorgen zelf voor een betaalbare AOW; Reddingsboeien voor de grijze golf; Modernisering van ons geroemde pensioenstelsel: niet onnodig duurder of schraler, maar weerbaarder; Pensioen met pensioen. Strategische opties voor de pensioenverzekeraar; Arbeid en vergrijzing: een kans op een betere verdeling; Vergrijzing en employability. Naar een activerend personeelsbeleid; Corporate Vitality, een nieuwe horizon voor ouderen in bedrijf. Op zoek naar een nieuwe match tussen mens en werk; Jongeren en ouderen hebben elkaar hard nodig; Een prettig gevuld bestaan. Hoe ouderen hun tijd besteden; Oud en gezond. Naar een gezond en solidair gezondheids(zorg)beleid voor langer levende Nederlanders; Naar een nieuwe architectuur van de zorg. Hoe waarborgen we de solidariteit voor de ouderenzorg in 2020? Vergrijzing en wonen; Vijftigplusmarketing: een kans op solidariteit; verlamming of St. Vitusdans?; Is een Nederlandse bevolkingspolitiek noodzakelijk?; Een frisse kijk op vergrijzing. (B24558)
- Administratie Planning en Statistiek, Demografische ontwikkelingen in Vlaanderen en de gevolgen van de veroudering voor meerdere levensdomeinen
Z.P. : APS, 2005.
Studie in opdracht van het Vlaamse Parlement over de gevolgen van de vergrijzing voor de Vlaamse economie, de zorg, de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën. De nota start met een beknopt overzicht van de maatregelen die de overheden op verschillende niveaus tot op heden hebben genomen op gebied van ouderenproblematiek. Daarna wordt d.m.v. een aantal demografische projecties voor Vlaanderen en de andere gewesten een aantal kengetallen berekend om een inschatting te maken hoe groot het probleem is en hoe snel het op Vlaanderen afkomt. Vervolgens worden de belangrijkste vaststellingen beschreven die over ouderen en de veroudering van de bevolking bekend zijn, op basis van de beschikbare studies. En worden de onderzoeksresultaten die betrekking hebben op aspecten van veroudering in de belangrijkste levensdomeinen zoals arbeid, gezondheid en welzijn, wonen, mobiliteit, leren, en inkomens samengevat. Uit beide benaderingen, de projecties en de documentanalyse, volgen slotbeschouwingen met aanbevelingen op het gebied van verder te onderzoeken thema’s en enkele voorstellen van thema’s waarover het Vlaams Parlement een maatschappelijk debat zou kunnen voeren. (B24568)
- SERV, Advies over het rapport “Demografische ontwikkelingen in Vlaanderen en de gevolgen van de veroudering voor meerdere levensdomeinen”
Brussel : SERV, 2006.
De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) vindt dit rapport een zinvolle eerste aanzet voor het parlementaire debat, maar voor een grondig debat zullen bijkomende onderzoeken nodig zijn. De SERV wijst op noodzakelijke aanvullingen bij de impactanalyses binnen de door APS vermelde beleidsdomeinen (arbeid, gezondheid, wonen, mobiliteit, leren en werken, middelen en inkomen) Het is essentieel dat voor alle beleidsdomeinen, ook deze die niet voorkomen in het APS-rapport (bijv. milieu, ruimte) voldoende wordt gedocumenteerd. (B24569)
- OECD, Ageing and employment policies Germany
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Duitsland. Het rapport kijkt naar de belangrijkste belemmeringen op de arbeidsmarkt voor ouderen, de bestaande maatregelen om deze belemmeringen weg te nemen. Verder doet het rapport beleidsaanbevelingen aan overheid en sociale partners voor verdere actie. (B24540)
- OECD, Ageing and employment policies Denmark
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Denemarken. Het rapport kijkt naar de belangrijkste belemmeringen op de arbeidsmarkt voor ouderen, de bestaande maatregelen om deze belemmeringen weg te nemen. Verder doet het rapport beleidsaanbevelingen aan overheid en sociale partners voor verdere actie. (B24541)
- Europese Cie, The impact of ageing on public expenditure: projections for the EU25 Member States on pensions, health care, longterm care, education and unemployment transfers (2004-2050)
Luxemburg : EG, 2006.
European economy, special report, nr. 1/2006
Rapport over de gevolgen van de vergrijzing voor de uitgaven aan pensioenen, gezondheidszorg, langdurige zorg, onderwijs en werkloosheidsuitkeringen in de 25 lidstaten van de EU. (B24501)
- Europese Cie; [et al.], The economic impact of ageing populations in the EU25 member states
Brussel : Europese Cie, 2005.
European economy, economic papers, nr. 236
De publicatie presenteert een raming van de economische invloed van de vergrijzing voor de lidstaten van de Europese Unie. Allereerst wordt op basis van literatuuronderzoek, gekeken naar de directe economische effecten van vergrijzing, d.w.z. de invloed van de vergrijzing: op het aanbod op de arbeidsmarkt; op de kwaliteit van het aanbod (productiviteit); op de kapitaalintensiteit, en de negatieve invloed op de totale factor productiviteit en innovatie. Vervolgens wordt gekeken naar de indirect effecten op de economie via de budgettaire effecten van vergrijzing. Het tweede deel van de publicatie bespreekt hoe de vergrijzing, de werkgelegenheid en groei in de EU zal beïnvloeden in de periode tot 2050. Tot slot worden beleidsaanbevelingen gedaan. (B24486)
- Europese Cie; Carone, G., Long-term labour force projections for the 25 EU member states : a set of data for assessing the economic impact of ageing
Brussel : Europese Cie, 2005.
European economy, economic papers nr. 235
De publicatie presenteert de methoden en resultaten van arbeidsmarktramingen op de lange termijn (tot 2050) voor elk van de 25 lidstaten van de EU. De ramingen zijn uitgevoerd om de mogelijke toekomstige economische en fiscale invloed van een vergrijzende bevolking te kunnen bepalen. Er wordt o.a ingegaan op de invloed van pensioenhervormingen op de arbeidsparticipatie. Verder worden cijfermatige prognoses gepresenteerd m.b.t. arbeidsparticipatie, pensioenleeftijd, migratiestromen, samenstelling van de beroepsbevolking en werkloosheid. (B24485)
- CPB; Euwals, R.; Vuuren, D. van, Arbeidsaanbod tot 2050 : een beleidsneutraal scenario
Den Haag : CPB, 2005.
In dit memorandum wordt een projectie gepresenteerd voor het arbeidsaanbod in de periode 2000 tot 2050. Cijfers voor de jaren tot en met 2004 zijn realisaties, terwijl cijfers voor de ramingsjaren 2005, 2006 en 2007 zijn overgenomen van de Macro Economische Verkenning 2006 (CPB, 2005). Voor de jaren na 2007 wordt aangenomen dat zich geen verdere beleidswijzigingen voordoen, zodat het een zgn. beleidsneutrale projectie betreft. Veranderingen in het arbeidsaanbod na 2007 worden veroorzaakt door demografie, de verdere groei van de arbeidsparticipatie van vrouwen, en het tot wasdom komen van de effecten van eerder ingezet beleid. In dit memorandum wordt nader ingegaan op de afzonderlijke effecten van deze drie factoren. (B24356)
- OECD, Ageing and employment policies : France
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Frankrijk. Het rapport kijkt naar de belangrijkste belemmeringen op de arbeidsmarkt voor ouderen, de bestaande maatregelen om deze belemmeringen weg te nemen. Verder doet het rapport beleidsaanbevelingen aan overheid en sociale partners voor verdere actie. Daarnaast doet het rapport onderzoek naar het evenwicht tussen inkomensondersteuning en arbeidsstimulansen, de methoden om werkgevers aan te sporen meer ouderen in dienst te nemen en te houden, en het beleid om werkgelegenheid voor ouderen te garanderen. (B24261)
- NIZW; [et al.], Vergrijzing in Nederland : naar een toekomstgericht ouderenbeleid
Utrecht : Lemma, 2005.
De publicatie presenteert de resultaten van een onderzoek naar de gevolgen van vergrijzing voor het (toekomstig) ouderenbeleid. Het onderzoek is verricht door het Kenniscentrum Ouderen van het NIZW. In de publicatie worden allereerst de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen beschreven. Vervolgens worden de mogelijkheden onderzocht van actief en ondernemend ouder worden, en wordt er een beeld geschetst van nieuwe opgaven op relevante domeinen van het ouderenbeleid (educatie, betaalde arbeid, vrijwilligerswerk, sociale netwerken en politiek). Uitgebreid wort ingegaan op de sociale en fysieke leefomgeving van ouderen. Tot slot wordt ingegaan op waardig ouder worden: hoe pakken we (preventief) gezondheidsproblemen aan, hoe organiseren we de professionele dienstverlening, hoe ontwikkelt zich de mantelzorg). Op basis van de resultaten doen de auteurs aanbevelingen voor het (toekomstig) ouderenbeleid. In de bijlagen is ook aandacht voor de toekomstverwachtingen van ouderen zelf. (B24235)
- OECD, Ageing and employment policies : Australia
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Australia. Met aandacht voor de arbeidsmarktsituatie van oudere werknemers, pensioenen en sociale voorzieningen voor ouderen, het stimuleren van werkgevers om ouderen in dienst te nemen en in dienst te houden, het verbeteren van de employability van ouderen. (B24169)
- OECD, Ageing and employment policies : Austria
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Oostenrijk. Met aandacht voor de arbeidsmarktsituatie van oudere werknemers, pensioenen en sociale voorzieningen voor ouderen, het stimuleren van werkgevers om ouderen in dienst te nemen en in dienst te houden, het verbeteren van de employability van ouderen. (B24170)
- OECD, Ageing and employment policies : Canada
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Canada. Met aandacht voor de arbeidsmarktsituatie van oudere werknemers, pensioenen en sociale voorzieningen voor ouderen, het stimuleren van werkgevers om ouderen in dienst te nemen en in dienst te houden, het verbeteren van de employability van ouderen. (B24171)
- OECD, Denmark : OECD economic surveys 2005
Parijs : OECD, 2005.
OECD economic surveys. Vol. 2005/1
OECD-landenstudie Denemarken. De studie richt zich op duurzame groei en behoud van de verzorgingsstaat tegen de achtergrond van de toenemende vergrijzing. Er wordt met name gekeken naar de overheidshervormingen op fiscaal gebied en de hervormingen op de arbeidsmarkt. Voorts wordt onderzocht hoe een verbeterde concurrentie de groei kan stimuleren en hoe een verbeterd onderwijssysteem de productiviteit kan verhogen. (B24072)
- OECD, Belgium : OECD economic surveys 2005
Parijs : OECD, 2005.
OECD economic surveys, Vol. 2005/5
OECD-landenstudie over België. Aandacht wordt besteed aan de gevolgen van de vergrijzing; openbare financiën, het inperken van de groei van de uitgaven aan de gezondheidszorg, het vergroten van de arbeidsparticipatie (ouderen langer aan het werk houden, daling werkloosheid), het verhogen van de economische impact van migratie (immigratiebeleid, immigranten op de arbeidsmarkt, fiscale invloeden), het middelbaar onderwijs, en het vergroten van de productiviteit. (B24075)
- Min. VWS, Ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing
Den Haag : Min. VWS, 2005.
Hoofdlijnen van het toekomstige ouderenbeleid. Daarnaast worden de basiswaarden ten aanzien van ouderen gedefinieerd. De waarden hebben betrekking op gezondheid, bijdragen aan de samenleving, koopkracht, huisvesting, zorgafhankelijkheid en het levenseinde. (B24054)
- CDA, WI, Pas 65 : ouderen zijn geen doelgroep maar en doe-groep
Den Haag : CDA, WI, 2004.
De vergrijzing heeft de westerse wereld in haar greep. Overal wordt uitvoerig gedebatteerd over de arbeidsmarkt, pensioenstelsels etc. Er moet meer nadruk komen te liggen op voorzorg en investeringen in mensen in de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. In dit beleidsadvies wordt aangegeven hoe de christen-democratie de ouderenpolitiek wil benaderen en op welke manier het de voorwaarden wil verbeteren voor een samenleving waarin ouderen en jongeren voor elkaar instaan en de zorg voor elkaar op zich nemen. (B23960)
- OECD, Ageing and employment policies : United States
Parijs : OECD, 2005.
Landenrapport over de vergrijzing en de werkgelegenheid in de Verenigde Staten. Het rapport beschrijft allereerst de demografische trends in de VS, en schetst een profiel van de oudere werknemers. Vervolgens wordt ingegaan op de sociale zekerheid en het bevorderen van de werkgelegenheid, het wegnemen van de belemmeringen op de arbeidsmarkt voor ouderen, en te zorgen voor toegang tot betere banen door middel van o.a. scholing en employability. (B23953)
- CPB; [et al.], Can we afford to live longer in better health?
Den Haag : CPB, 2005.
CPB document, nr. 85
Dit document analyseert de effecten van vergrijzing op de publieke financiën en meer in het bijzonder op de uitgaven aan gezondheidszorg (cure), verpleging en verzorging (care) en publieke pensioenen. Dit gebeurt voor 15 EU-landen. Het besteedt bijzondere aandacht aan drie nieuwe inzichten: 1. een groot deel van de uitgaven aan zorg is eerder gerelateerd aan de resterende levensduur dan aan leeftijd; 2. de levensverwachting zou in de toekomst veel harder kunnen stijgen dan veelal aangenomen, en 3. de gezondheid zou zich in de toekomst kunnen blijven verbeteren. Het analyse-instrument is een generational accounting model dat de zorguitgaven gedurende het laatste levensjaar meeneemt, gesplitst in een care en een cure deel. De projecties laten zien dat een stijging van de levensverwachting de leeftijdsgerelateerde uitgaven vergroot; een verbetering van de gezondheid heeft het tegenovergestelde effect. Het gezamenlijke effect van deze trends op de publieke financiën is beperkt. Dientengevolge blijft de beoordeling van de overheidsfinanciën in het EU15-gebied onveranderd: zelfs als een snellere toename van de levensverwachting gepaard zou gaan met een verbetering van de gezondheid, zijn de huidige fiscale en socialezekerheidsregelingen in de EU-15 onhoudbaar. (B23918)
- OECD, Ageing and employment policies United Kingdom
Parijs : OECD, 2004.
Landenrapport over vergrijzing en de werkgelegenheid voor ouderen in Groot-Brittannië. Met aandacht voor de arbeidsmarktsituatie van oudere werknemers, pensioenen en sociale voorzieningen voor ouderen, het stimuleren van werkgevers om ouderen in dienst te nemen en in dienst te houden, het verbeteren van de employability van ouderen. (B23827)
'
- Bonoli, G.; [et al.] , Ageing and pension reform around the world : evidence from eleven countries
Cheltenham : Edward Elgar, 2005.
In de verschillende bijdragen wordt ingegaan op de vergrijzing en de hervorming van de pensioenen in elf geïndustrialiseerde landen in West-Europa, Oost-Azië en Noord-Amerika, te weten: Italië, Duitsland, Frankrijk, Zweden, Groot-Brittannië, Zwitserland, Japan, Taiwan, Korea, de VS en Canada. Om te onderzoeken wat de vergrijzing betekent voor de houdbaarheid van de pensioenen wordt er een analyse gepresenteerd van het pensioenbeleid van de afgelopen twee decennia en wordt de huidige pensioenwetgeving geanalyseerd. Verder worden de factoren onderzocht die de aanpassing van pensioenregelingen vergemakkelijken of juist belemmeren, en wordt gekeken naar de onderdelen die de hervormingen bepalen en vorm geven. Benadrukt wordt dat de landen verschillende wegen volgen om de pensioenhervormingen te bereiken, maar dat de mate waarin het hervormingsproces zich ontwikkelt vaak identiek is. (B23817)
- Gezondheidsraad, Vergrijzen met ambitie
Den Haag : Gezondheidsraad, 2005.
Advies op verzoek van de Themacommissie Ouderenbeleid van de Tweede Kamer over middellange- en langetermijnontwikkelingen op het gebied van ‘zorg en vergrijzing’. Na een korte inleiding en een demografische beschouwing wordt eerst besproken wat veroudering biologisch gezien behelst en welke verbanden er bestaan tussen veroudering, levensduur, ziekte en beperkingen. Het volgende hoofstuk is gewijd aan gezondheid. Met de vergrijzing zal het aantal mensen met ziekten en functiestoornissen onvermijdelijk toenemen. Desondanks zijn er Volgens de Gezondheidsraad nog tal van kansen om gezondheidswinst te boeken. In de vervolghoofdstukken wordt het perspectief verruimd naar behoud van zelfstandigheid en welzijn. De Gezondheidsraad vindt dat in beleidsplannen zowel de korte als de lange termijn voor ogen moet worden gehouden, met aandacht voor: Toereikende capaciteit en kwaliteit van de verpleeghuiszorg; Innovatieve, op behoud van zelfstandigheid gerichte zorg- en woonvormen; De plaats van de mantelzorg in het zorgbestel en de praktische ondersteuning van mantelzorgers. (B23782)
- Brooks, R.; [et al.], Social security reform : financial and political issues in international perspective
Cambridge : Cambridge University Press, 2005.
Centraal staan de noodzakelijke hervormingen in de sociale zekerheid als gevolg van de toenemende vergrijzing. De publicatie bevat de volgende bijdragen: Part one. Aging populations and the need for sociale security reform: The developed world's demographic transition - the roles of capital flows, immigration, and policy; Will social security and medicare remain viable as the U.S. population is aging? an update. Part two. Understanding as a rationale for mandatory social security programs: Self-control and saving for retirement; Part three. Investing public pensions in the stock market: Social security investment in equities; Investing public pensions in the stock market: implications for risk sharing, capital formation, and public policy in the developed and developing world; The risk sharing implications of alternative social security arrangements. Part four. Financial markets and social security reform: Asset market effects of the baby boom and social security reform; demographic structure and asset returns; Will requests attenuate the predict meltdown in stock prices when baby boomers retire?. part five. political economy aspects of social security reform: Aging and the private versus public pension controversy: a political-economy perspective; How would you like to reform your pension system? The opinions of German and Italian citizens. (B23767)
- Nyce, S. A.; Schieber, S. J., Economic implications of aging societies : the costs of living happily ever after
Cambridge : Cambridge University Press, 2005.
De publicatie beschrijft de huidige trends in bevolkingsontwikkeling en arbeidsparticipatie en de gevolgen hiervan voor de economische welvaart. De studie schetst een toekomst met te weinig arbeiders, te veel gepensioneerden, hoge kosten van vergrijzing, en mogelijk te weinig economische goederen en diensten om de gewenste levensstandaard te voldoen. Het werpt een aantal vragen op m.b.t. arbeidsparticipatie en productiviteit, grensoverschrijdende kapitaalstromen, de globalisering van de arbeidsmarkten, de financiële uitvoerbaarheid van sociale zekerheidsprogramma's, en de manieren waarop de economische output wordt gedeeld door de beroepsbevolking en de gepensioneerden. (B23743)
- CESifo; [et al.], The decline of the welfare state : demography and globalization
Cambridge : MIT Press, 2005.
CESifo book series
Analyse van de effecten van vergrijzing, migratie en globalisering op de financiering van de verzorgingsstaat. Aangetoond wordt hoe de combinatie van demografische veranderingen en globalisering het voor de verzorgingsstaat onmogelijk maakt om zich op het huidige niveau te handhaven. (B23636)
- Sociale Verzekeringsbank, Leve de ouderen! : 65-plussers: sociaal uitgesloten of nog altijd actief
Amstelveen : SVB, 2004.
Gezondheidsproblemen en een laag inkomen vormen een risico op sociale uitsluiting van 65-plussers, zo blijkt uit onderzoek van de SVB. De verbondenheid die de SVB wil hebben met de samenleving was aanleiding voor dit onderzoek naar de sociale leefomgeving van haar klanten. Veel onderzoek naar sociale uitsluiting richt zich vooral op de (jongere) beroepsbevolking. Uitkomsten hiervan zijn maar beperkt van toepassing op 65-plussers, omdat bijvoorbeeld veel van hen niet meer werken en er meer risico is op een slechte gezondheid. De tijd en mogelijkheden die zij hebben om een ongunstige leefsituatie te verbeteren is voor hen ook veel korter dan voor jongere mensen. (B23590)
- Bovenberg, L.; Knaap, Th; CESifo, Ageing, funded pensions and the dutch economy
München : CESifo, 2005.
CESifo working paper, nr. 1403
De paper schetst een beeld van de invloed van vergrijzing op een kleine open economie met grote pensioenfondsen in verschillende institutionele settings. Geconcludeerd wordt dat vergrijzing leidt tot een schaarsere arbeidsmarkt, en zorg voor kostenstijgingen voor zowel de pensioenfondsen als de overheid, en de economie kwetsbaar maakt voor verdere financiële en demografische schokken. (B23502)
- Castles, F. G., The future of the welfare state : crisis myths and crisis realities
Oxford : Oxford University Press, 2004.
De publicatie gaat in op de gevaren voor de verzorgingsstaat, veroorzaakt door globalisering en demografische veranderingen. De auteur onderzoekt een aantal theorieën die veronderstellen dat de verzorgingsstaat in een crisis verkeert. Geconcludeerd wordt dat globalisering niet heeft geleid tot een 'race to the bottom', de uitgaven aan de verzorgingsstaat zijn niet verlaagd. (B23252)
- RWI, Vergrijzing en vervanging : een analyse van de gevolgen van het uitstromen van de babyboomgeneratie voor de arbeidsmarkt
Den Haag : RWI, 2004.
Wanneer vanaf 2006 de babyboomgeneratie met pensioen gaat, leidt dat in bepaalde sectoren en beroepsgroepen meteen al tot serieuze vervangingsproblemen. Dit geldt vooral voor de sectoren overheid, onderwijs, gezondheidszorg en chemie. Beroepen waar knelpunten verwacht worden, zijn onder andere leraren, ambtenaren, therapeuten, verpleegkundigen, elektromonteurs en procesoperators in de chemie. Het beeld is echter divers: voor andere sectoren levert de uitstroom van ouderen voordelen op. Zo betekent het voor bijvoorbeeld oudere industriële sectoren als de textiel een inkrimping van het personeelsbestand langs natuurlijke weg, zonder dat er ontslagen hoeven te vallen. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) concludeert dit in een analyse van de gevolgen van de vergrijzing op korte en middellange termijn voor de arbeidsmarkt. (B23245)
- Min. SZW, Dutch welfare state reforms : from a passive to an active welfare state?
Den Haag : Min. SZW, 2004.
Werkdocumenten, nr. 321
Beschrijving van de geschiedenis en de recente veranderingen in de Nederlandse verzorgingsstaat. Achtereenvolgens komen aan de orde: Het sociale zekerheidssysteem en het arbeidsmarktbeleid vanaf de jaren tachtig; vergrijzing, pensioenen en de verandering in de levensloop; debat over ziektekostenverzekeringen; immigratie; de toekomstige vormgeving van de verzorgingsstaat. (B23174)
- Economic and Social Research Inst.; [et al.], The economics of an ageing population : macroeconomic issues
Cheltenham : Edward Elgar, 2004.
Esri studies series on ageing
Publicatie over de economische gevolgen van de vergrijzing. Deel 1. Demographic transition and the impact on growth: the case of Japan bevat de volgende bijdragen: Economic growth under the demographic transition: a theory and some international evidence; The 1990s in Japan: a lost decade; Effects on information technology and ageing workforce on labor demand and technological progress in Japanese industries : 1980-1998. Deel 2. Demographic transition and pension systems bevat de volgende bijdragen: Distributional impact of social security reform; Asset accumulation and retirement income under individual retirement accounts: evidence from five countries; Pension reforms, tax incentives and saving in Italy; Deel 3. The impact of the demographic transition on the world economy bevat de bijdrage Incorporating demographic change in multi-country macroeconomic models: some preliminary results. (B23153)
- OECD, Ageing and employment policies Italy
Parijs : OECD, 2004.
Landenrapport over de vergrijzing en werkgelegenheid voor ouderen in Italië. Met aandacht voor de belangrijkste belemmeringen voor werkgelegenheid voor ouderen, de maatregelen die hier tegen worden genomen en aanbevelingen voor verder te ondernemen actie door overheid en sociale partners. (B23094)
- SCP; [et al.], Unequal welfare states : distributive consequences of population ageing in six European countries
Den Haag : SCP, 2004.
SCP-publicatie 2004/10
Rapport over de consequenties van de vergrijzing voor de inkomensongelijkheid en armoede in zes Europese landen (Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken). Met de volgende conclusies: In vrijwel alle Europese landen vergrijst de bevolking. Aangezien gepensioneerden gemiddeld minder inkomen hebben dan werkenden, zal de komende 25 jaar de inkomensongelijkheid in Europa licht stijgen. Ook de armoede loopt in de meeste landen iets op ; Indien vanaf 2010 alle EU-landen zouden voldoen aan de werkgelegenheidsdoelstellingen van het Lissabon-akkoord dan nemen de inkomensongelijkheid en armoede minder toe. In Frankrijk en Italië zou zo'n hogere arbeidsdeelname zelfs leiden tot een afname; Een beleid waarbij de pensioenen worden verlaagd komt de financierbaarheid van de sociale zekerheid ten goede, maar doet de armoede en ongelijkheid in de landen van de EU verder oplopen; Als landen de komende jaren maatregelen willen nemen om het sociale zekerheidsstelsel betaalbaar en tegelijkertijd de effecten op armoede en ongelijkheid beperkt te houden, lijkt het 'Scandinavische model' de beste keuze. Hierin staat een hoge arbeidsdeelname voorop. (B23032)
- Min. SZW; Min. EZ, Kiezen voor groei : welvaart voor nu en later
Den Haag : Min. EZ, 2004.
In ''Kiezen voor groei' wordt de hervormingsagenda uitgewerkt die Nederland moet voorbereiden op toenemende concurrentie uit het buitenland en op de naderende vergrijzing. Rode lijn is de noodzaak van activering en vernieuwing. Dit wordt nader uitgewerkt op drie hoofdterreinen: het versterken van de concurrentiepositie, slimmer werken en het activeren van mensen. (B23021)
- EIB; Klaver, A . M. J., Bouwen voor een vergrijzende samenleving
Amsterdam : EIB, 80 p.
Onderzoek naar de ontwikkeling van de bouwmarkt voor ouderenwoningen als gevolg van de toenemende vergrijzing. Allereerst wordt in het rapport de toekomstige bevolkings- en huishoudensontwikkeling van ouderen behandeld. Daarna staat de huisvesting voor ouderen centraal. Aandacht gaat uit naar de wensen van ouderen met betrekking tot woningen. Ook gaat aandacht uit naar factoren als de gezondheidstoestand, de levensfase, het opleidingsniveau en het inkomen die van invloed zijn op deze woonwensen. Er wordt aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de huidige woningvoorraad en het overheidsbeleid ten aanzien van ouderenhuisvesting. Vervolgens behandelt het rapport de noodzakelijke bouwkundige aanpassingen in woningen en woongebouwen, zodat ouderen hier langer kunnen blijven wonen. Ook wordt aandacht besteed aan bouwkundige aanpassingen in de woonomgeving van ouderen. Tot slot wordt voor de periode 2003-2015 de toenemende woningbehoefte weergegeven. Daarnaast wordt voor deze periode een raming gemaakt van de verbouwproductie en de nieuwbrouwproductie van nultredenwoningen en zorgsteunpunten. (B22954)
- OECD, Ageing and employment policies Norway
Parijs : OECD, 2004.
Landenrapport over de vergrijzing en werkgelegenheid voor ouderen in Noorwegen. Met aandacht voor de huidige arbeidsmarktsituatie voor ouderen, de pensioensituatie en alternatieven voor vervroegd pensioen, de maatregelen om werkgevers te stimuleren ouderen in dienst te nemen of te houden, employability en de Noorse arbeidsmarktmaatregelen in het algemeen. (B22923)
- OECD, Ageing and employment policies Japan
Parijs : OECD, 2004.
Landenrapport over de vergrijzing en werkgelegenheid voor ouderen in Japan. Met aandacht voor de huidige arbeidsmarktsituatie voor ouderen, het Japans pensioensysteem, de invloed van het pensioensysteem op de beslissing om met pensioen te gaan, de maatregelen om werkgevers te stimuleren ouderen in dienst te nemen of te houden, employability, de Japanse arbeidsvoorziening, en mogelijkheden voor flexibele arbeid. (B22924)
- Europese Cie; High Level Group on the future of social policy in an enlarged European Union, Report of the High Level Group on the future of social policy in an enlarged European Union
Luxemburg : EG, 2004.
Employment & social affairs
Rapport bedoeld als bijdrage ter overweging voor de sociale agenda tot 2010 van de nieuwe Europese Commissie. De publicatie gaat in op de drie belangrijkste uitdagingen voor de komende sociale agenda: uitbreiding, vergrijzing, en globalisering. De High Level Group is van mening dat de nieuwe sociale agenda moet worden ontworpen binnen de kaders van de Lissabon strategie, ondanks dat de strategie moet worden geactualiseerd. Verder definieert het rapport de belangrijkste beleidsoriëntaties, oa.: De focus van de Europese werkgelegenheidsstrategie op drie doelen: doorwerken tot op hogere leeftijd, implementatie van een leven lang leren, en economisch herstel; Hervorming van het systeem van sociale zekerheid; zorgen voor sociale insluiting; de ontwikkeling van een Europees immigratiebeleid. Tot slot wordt ingegaan op het combineren van alle Europese instrumenten om strategische doelen te bereiken. (B22874)
- NIZW; [et al.], Ouder worden we allemaal : trendstudies en toekomstdebatten over de vergrijzing in Nederland
Utrecht : NIZW, 2004.
Deze studie is op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verricht door het Kenniscentrum Ouderen van het NIZW. Het betreft een onderzoek naar de gevolgen van de vergrijzing voor het (toekomstig) ouderenbeleid. De resultaten ervan zijn bedoeld als input voor de Nota Visie op Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid dat de regering in het najaar van 2004 wil afronden. De publicatie is opgebouwd uit 5 delen, te weten: Deel 1: Ouder worden nu en straks (Over demografische ontwikkelingen en maatschappelijke trends); Deel 2: Ondernemend ouder worden : investeren in 'human capital' van ouderen (Over o.a. levensloopbewust en generatiebewust beleid, een leven lang leren, werk en inkomen, en vrijwilligerswerk); Deel 3: Leven in een uitnodigende sociale en fysieke leefomgeving, (Over de woonsituatie van ouderen); Deel 4: Waardig ouder worden met beperkingen (Over de gezondheidstoestand van ouderen, informele steun en zorg (in de toekomst), professionele dienstverlening en zorg en de ontwikkelingen hierin; Deel 5: Toekomstdebatten met ouderen. (B22827)
- OECD, Ageing and employment policies Finland
Parijs : OECD, 2004.
Landenrapport over de vergrijzing en werkgelegenheid voor ouderen in Finland. Met aandacht voor de belangrijkste belemmeringen voor werkgelegenheid voor ouderen, de maatregelen die hier tegen worden genomen en aanbevelingen voor verder te ondernemen actie door overheid en sociale partners. (B22674)
- OECD, Ageing and employment policies Spain
Parijs : OECD, 2003.
Landenrapport over de vergrijzing en werkgelegenheid voor ouderen in Spanje. Met aandacht voor de belangrijkste belemmeringen voor werkgelegenheid voor ouderen, de maatregelen die hier tegen worden genomen en aanbevelingen voor verder te ondernemen actie door overheid en sociale partners. (B22675)
- SEO; [et al.], Aan de slag met vergrijzing : gevolgen van vergrijzing voor de arbeidsmarkt in Zuidelijk Noord-Holland
Amsterdam : SEO, 2003.
SEO-rapport, nr. 694
Doel van dit onderzoek is om inzicht te bieden in de gevolgen van de vergrijzing en ontgroening voor het functioneren van de regionale arbeidsmarkt in Zuidelijk Noord-Holland. Het rapport gaat in op de ontwikkelingen in de vraag en het aanbod van arbeid, de knelpunten en gevolgen, mogelijke oplossingen (schoolverlaters, pendel en migratie, allochtonen, arbeidsmigranten en activeren van inactieven, het behouden van oudere werknemers, het in dienst nemen van ouderen). (B22501)
- OECD, Vieillissement et politiques de l'emploi : Ageing and employment policies : Luxembourg
Parijs : OECD, 2004.
Net als de andere landen van de EU heeft Luxemburg te maken met de vergrijzingsproblematiek. Dit rapport gaat in op de demografische situatie in Luxemburg, de positie van ouderen op de arbeidsmarkt, het pensioensysteem, welke obstakels uit de weg moeten worden geruimd en welk beleid moet worden gevoerd om ouderen aan het werk te houden. (B22496)
- CPB; [et al.], Ageing and international capital flows
Den Haag : CPB, 2004.
CPB documents, nr. 43
Het gevaar dat de opbrengsten van pensioensparen in de toekomst zullen tegenvallen, is niet denkbeeldig. Met het oog op toekomstige vergrijzing proberen alle ontwikkelde landen gelijktijdig meer te sparen voor pensioenen. Hierdoor kunnen goede beleggingsmogelijkheden uitgeput raken en kan het rendement op de besparingen onder druk komen te staan. Het is twijfelachtig of die spaargelden op grote schaal kunnen worden belegd in opkomende landen, waar de vergrijzing (nog) geen probleem is en nog goede beleggingsmogelijkheden zijn. Kapitaal is lang niet zo mobiel als vaak wordt gedacht. Bovendien zijn de besparingen in snel groeiende landen al vrij hoog, zodat deze landen niet om extra financieel kapitaal zitten te springen. (B22475)
- ESVLA; Molinié, A. F., Age and working conditions in the European Union
Dublin : ESVLA, 2003.
De vergrijzing zorgt er voor dat het aantal oudere werknemers in de EU toeneemt en nog zal toenemen. Dit vraagt om aanpassingen in de arbeidsomstandigheden van ouderen. Het rapport gaat achtereenvolgens in op leeftijd en de fysieke aspecten van werk; leeftijd en onregelmatige werktijden, leeftijd en werkdruk, leeftijd en de benadering van nieuwe werksituaties; opvattingen over gezondheid en werkhouding ten aanzien van werken boven de zestig. (B22481)
- SMO; [et al.], Vergrijzing als uitdaging : kansen en bedreigingen van een vergrijzende Europese bevolking
Den Haag : SMO, 2003.
SMO, nr. 2003-05
Wat zijn de gevolgen van een vergrijzende Europese bevolking op de overheidsfinanciën van de lidstaten van de Europese Unie? Welke invloed heeft de uitbreiding van de Europese Unie op de pensioenstelsels in de individuele lidstaten? Kan migratie een substantiële bijdrage leveren aan het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing voor de Europese arbeidsmarkt? Zijn oudere consumenten in Europa meer of minder merkentrouw? Vier deskundigen geven in deze publicatie hun visie op de vergrijzing in Europa. Prof. C. van Ewijk, onderdirecteur van het CPB, concludeert dat het Verdrag van Maastricht en het Pact voor Stabiliteit en Groei niet zijn toegesneden op de problemen die de vergrijzing in Europa met zich meebrengt. Om deze reden pleit hij voor een nieuw `Pact voor duurzaamheid´ met houdbaarheid als centraal thema. Prof E. de Gier, directeur van SISWO/instituut voor maatschappijwetenschappen, voorziet een verdere privatisering van de oudedagsvoorzieningen in Europa. Prof. E. van Imhoff, verbonden aan het NIDI, concludeert dat werkgevers, sociale partners en landelijke overheden in Europa gevangen zitten in een merkwaardige spagaat. Het collectieve belang vereist een omslag van vervroegde uittreding naar langer doorwerken, terwijl het individuele belang van werkgevers nog volledig is gericht op het binnenhalen van jonge werknemers en het geruisloos laten vertrekken van oude werknemers op kosten van het collectief. Drs. R. Hielkema, directeur van strategisch marktonderzoekbureau NFO Trendbox, constateert tot slot dat de verschillen tussen oudere en jongere Europese consumenten in zijn algemeenheid kleiner worden, maar dat er op het gebied van merkentrouw en prijsbewustheid nog wel degelijk verschillen zijn. (B22437)
- Eurostat; Europese Cie, The social situation of the European Union 2003
Luxemburg : EG, 2003.
Beschrijving van de sociale situatie in Europa. Deel 1 van de publicatie geeft een beknopte schets van de sociale situatie in Europa. Deel twee beschrijft de sociale dimensie van de gezondheidszorg in Europa. Deel 3 bevat statistische gegevens over de economische situatie, demografie, de vergrijzing van de bevolking, migratie en asielaanvragen, onderwijs en onderwijsresultaten, werkgelegenheid, ouderen op de arbeidsmarkt, werkloosheid, jeugdwerkloosheid, uitgaven aan sociale zekerheid, inkomensverdeling, minima, werkloze huishoudens en lage lonen, werkgelegenheid, mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen, levensverwachting, en bedrijfsongevallen en beroepsziekten. (B22397)
- NIDI; [et al.], Bevolkingsatlas van Nederland : demografische ontwikkelingen van 1850 tot heden
Rijswijk : Elmar, 2003.
In deze atlas wordt door middel van een groot aantal kaarten een beeld gegeven van de enorme demografische veranderingen die zich in de laatste anderhalve eeuw in Nederland hebben voorgedaan. De beperking van het kindertal, de toename van de levensduur, en de sterk wisselende migratiestromen deden zich in de verschillende delen van het land niet in identieke vorm en gelijk tempo voor. Mede hierdoor ontstonden grote regionale verschillen in de samenstelling en omvang van familienetwerken, in de gezondheid en levenskansen van manne, vrouwen en kinderen, en meer in het algemeen in de levenssituatie van de bevolking. De atlas illustreert hoe belangrijk de historisch gegroeide situatie is voor de huidige regionale verschillen in de bevolkingsontwikkeling en is daarmee onmisbaar voor eenieder die belang stelt in het moderne Nederland (B21507)
- OECD; [et al.], Ageing, housing and urban development
Parijs : OECD, 2003.
Rapport over de gevolgen van de vergrijzing in OECD-landen. Er wordt met name ingegaan op de huisvesting van ouderen, de benodigde (technologische) voorzieningen, de toekomst van het stedelijk gebied in een vergrijzende samenleving, en de financiële en fiscale aspecten van de huisvesting van ouderen. (B21269)
- Kuné, J. B., On global aging : old-age income systems in the EU and other major parts of the world
Heidelberg : Physica-Verlag, 2003.
Contributions tot economics
De publicatie beschrijft en analyseert de effecten van de vergrijzing. Ingegaan wordt op de gevolgen voor: de arbeidsmarkt, de financiële markten, pensioenen, uitgaven aan gezondheidszorg, de openbare financiën en het welzijn van mensen. Tevens wordt gekeken naar de in het kader van de vergrijzing genomen beleidsmaatregelen. Deze maatregelen zijn met name gericht op het vergroten van de arbeidsparticipatie en het stimuleren van de productiviteitsgroei. (B21628)
- Europese Cie; [et al.], Economic and financial market consequences of ageing populations
Brussel : EG, 2003.
Economic Papers, nr. 182
Aandacht voor de economische en financiële consequenties van de vergrijzing. Het rapport schetst een scenario voor de periode 2000-2050. Verder wordt besproken waar de speerpunten van het EU-beleid inzake vergrijzing zich op moeten richten. (B21629)
- Europese Cie; [et al.], Joint report by the Commission and the Council on adequate and sustainable pensions
Brussel : EG, 2003.
Het rapport bevat een analyse van de nationale strategieën op pensioengebied en bespreekt hoe lidstaten omgaan met het probleem van de vergrijzing, rekening houdend met de doelen van adequaatheid, duurzaamheid en modernisering. (B21657)
- OCFEB; Min. SZW; St. Pensioenwetenschap, Vergrijzing, aanvullende pensioenen en de Nederlandse economie
Rotterdam : OCFEB, 2003.
Studies in Economic Policy, nr. 9
Onderzoek naar de gevolgen van vergrijzing en aanvullende pensioenen voor de economie. Uit het onderzoek blijkt dat de gevolgen van de vergrijzing worden beperkt als pensioenfondsen het eindloonstelsel inruilen voor het middelloonstelsel. Het pensioen is dan niet meer gebaseerd op het laatstverdiende, maar op het gemiddeld verdiende loon. Uit het onderzoek komt naar voren dat de nettolonen stijgen door de lagere pensioenpremies waarmee bij het middelloonstelsel kan worden volstaan. Het onderzoek schetst dat ook kapitaalgedekte pensioenstelsels gevoelig zijn voor de vergrijzing, zij het in mindere mate dan de omslaggefinancierde stelsels. Door de vergrijzing neemt het aantal gepensioneerden toe, terwijl daar minder werkenden die pensioenpremie betalen tegenover staan. Hierdoor worden pensioenfondsen meer afhankelijk van de rendementen op het belegd vermogen, en als gevolg daarvan dus ook gevoeliger voor risico’s. Uit de studie van de onderzoekers blijkt dat de macro-economische risico’s opgevangen kunnen worden als overheid enerzijds en de pensioenfondsen en sociale partners anderzijds tijdig maatregelen nemen. Het rapport noemt het wenselijk dat het binnenlands arbeidsaanbod wordt verhoogd via onder meer een hogere ouderenparticipatie, en dat de kosten van de vergrijzing worden uitgesmeerd door het reduceren van de overheidsschuld. (B21740)
- NIDI; Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken; [et al.], Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2003
Den Haag : NIDI, 2003.
Rapport, nr. 65
Het zevende rapport van het Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken, het zogenoemde WPRB-rapport, geeft een actueel overzicht van de bevolkingsontwikkeling in Nederland, in Europa en op mondiaal niveau. Verder wordt ingegaan op de relatie tussen bevolkingsontwikkeling en bevolkingsbeleid. Deze keer besteedt het rapport speciale aandacht aan vraagstukken rond arbeid en zorg, waarbij Nederland centraal staat: werken en zorgen schuren op soms onaangename wijze tegen elkaar. In een vergrijzende samenleving leidt dit tot knelpunten. Opgenomen zijn de volgende hoofdstukken: Bevolkingsvraagstukken anno 2003; Demografische ontwikkelingen in de wereld en Europa; Demografische ontwikkelingen in Nederland; Het spitsuurgezin; De levensfase rondom pensionering; Ouderen en zorg; De economische gevolgen van beleid; Werken en zorgen over de levensloop: het beleid. (B21973)
- Groezen, B. J. A. M. van, The wealth of generations : pensions and welfare from a macroeconomic perspective : proefschrift Universiteit van Tilburg
Tilburg : Center, 2003.
Het proefschrift bevat een analyse van de economische gevolgen van vergrijzing. Vergrijzing leidt tot een tekort aan arbeidskrachten, waardoor de lonen zullen stijgen. Maar het leidt ook tot een overvloed van kapitaal, waardoor het rendement op investeringen zal dalen. Dat heeft gevolgen voor de pensioenfondsen. Er kan op twee manieren voor het pensioen worden gespaard. Via een omslagstelsel en via een kapitaaldekkingstelsel. Van Groezen waarschuwt de Nederlandse overheid tussen deze twee mogelijkheden niet de verkeerde keuze te maken: bouwt Nederland samen met andere grote landen het omslagstelsel verder af, dan zullen pensioenfondsen steeds meer moeite hebben een voldoende rendement te halen om aan hun verplichtingen te voldoen. Als vervolgens de lonen gaan stijgen, wordt het steeds lastiger om ook de inkomens van de ouderen te laten stijgen, willen deze gelijke tred houden. Dit treft ouderen dubbel aangezien zij relatief meer uitgeven aan dienstverlening die door de loonstijging duurder wordt. Van Groezen pleit dan ook voor enige terughoudendheid in het terugdringen van het omslagstelsel. Het verder stimuleren van besparingen is daarom niet gewenst in landen, zoals Nederland, waar de pensioenvermogens al aanzienlijk zijn. Wel pleit hij voor het voeren van een passende bevolkingspolitiek. (B22094)
- Kuné, J. B.; Wijffels, H. H. F.; [et al.], Leven in een ouder wordende samenleving : generatiebewust vooruitzien in de 21ste eeuw
Den Haag : SDU, 2003.
Bundel met als thema de ouder wordende samenleving. Het boek kan worden beschouwd als een vervolg op en als een verdieping van het congres 'Generatiebewust vooruitzien: werk, zorg en inkomen in een ouder wordende samenleving. Dit congres is gehouden onder auspiciën van de WRR, het SCP en de SER: de feitelijke organisatie lag in handen van de Stichting Pensioenfonds ABP. Deze bundel bevat de volgende bijdragen: Voorwoord / H.H.F. Wijffels (SER); Inleiding / J.B. Kuné (St. Pensioenfonds ABP; UVA); ' Old people are just young people who are around for years and years' / M. Berk; Schuivende verhouding tussen publiek, privaat en privé / R.M.A. Jansweijer. In deze bijdrage beziet de auteur vergrijzing primair als een verdelingsvraagstuk. Het driepijlersysteem, dat in de pensioenwereld zijn merites heeft bewezen, wordt als uitgangspunt gekozen voor het bredere systeem van oudedagsvoorzieningen, te weten inkomen en zorg. Vergrijzing, een financieel én verdelingsprobleem / D.A.G. Draper, C. van Ewijk, H.J.M. ter Rele en E.W.M.T. Westerhout (CPB). Deze bijdrage bouwt voort op eerder CPB-werk 'Ageing in the Netherlands'; Arbeidsdeelname van ouderen, draagvlak en het Europese vergrijzingsprobleem / B. van Riel (SER). Beklemtoond wordt dat de gevolgen van vergrijzing vooral problematisch zijn vanwege de gevolgen voor de verdeling van het nationaal inkomen. Het verdelingsvraagstuk en hoe hiermede ware om te gaan staan daarom in deze bijdrage centraal; Voorbij de grenzen van de premie? / L.S.C. van Eekelen, R. Olieman (SVB); In deze bijdrage wordt de AOW belicht; De rol van de gezondheidszorg in de ouder wordende samenleving / E. Borst-Eilers (oud minister van VWS). De gezondheidszorg kan, naar de verwachting van de auteur een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de onbalans tussen het aantal actieven en inactieven; Verleden, heden en toekomst van gezondheidsbeleid / A.J.P. Schrijvers, F. Jörg en J. Bruins Slot. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag welk macrobeleid van overheid, adviesorganen en zelfstandige bestuursorganen het beste de gezondheid kan bevorderen; De levensloopbenadering / A.L. Bovenberg (CentER). Deze bijdrage bespreekt de achtergrond van de levensloop. Een drietal ontwikkelingen wordt beschreven, die bijdraagt aan de actualiteit van het levensloopperspectief: de emancipatie van de vrouw, een langere verwachte levensduur en de daarmee gepaard gaande vergrijzing, en het grote belang van menselijk kapitaal in een moderne kenniseconomie; 'Wij groeien vast in tal en last': het begrip 'grijze last' theoretisch en empirisch beschouwd / J.B. Kuné. De bijdrage bespreekt een aantal pensioenonderwerpen. Centraal staat het begrip 'grijze last', i.e. de last van enigerlei pensioenvoorziening in het licht van een ouder wordende bevolking; Leviathan of laissez faire? / C.A. de Kam (RU Groningen). Deze bijdrage verkent de rol van de overheid in de komende decennia; Vergrijzing en het Belgisch regeringsbeleid: terugblik en vooruitblik / F. Vandenbroucke (minister van Werk en Pensioenen in de Belgische federale regering). Deze bijdrage neemt als normatief uitgangspunt dat de lasten van de vergrijzing verdeeld moeten worden met het in aanmerking nemen van de principes van intergenerationele en intragenerationele rechtvaardigheid; 'De twilight-zone - het schemergebied' / M. Berk (B22122)
- CPB; Mooij, R. de; Tang, P., Four futures of Europe
Den Haag : CPB, 2003.
Bijzondere publicaties, nr. 49
In dit rapport analyseren CPB-onderzoekers de internationale omgeving waarin Nederland haar beleid in de toekomst zal moeten uitstippelen. De onderzoekers schetsen de belangrijkste uitdagingen voor de Europese Unie èn voor de afzonderlijke lidstaten, om het hoofd te bieden aan uiteenlopende ontwikkelingen als de uitbreiding van de Unie, de vergrijzing en stijgende loonongelijkheid. De studie ontwikkelt vier scenario's voor de toekomst van Europa om de langetermijn-onzekerheden in beeld te brengen (Strong Europe, Regional Communities, Global economie, Transatlantic market) 'Four futures of Europe' is hiermee de opvolger van 'Scanning the Future' (B05342), de langetermijn-analyse van het CPB uit 1992. (B22127)
- ESVLA; Vielle, P.; Walthery, P., Flexibility and social protection
Dublin : ESVLA, 2003.
Dit rapport beziet de uitdagingen voor de sociale zekerheidssystemen die worden veroorzaakt door flexibele vormen van arbeid en veranderingen in de arbeidstijden. Gekeken wordt naar de problemen die ontstaan door de vergrijzing en de huidige pensioenhervormingen. De informatie in het rapport spitst zich toe op zes lidstaten van de EU: Duitsland, Spanje, Griekenland, Nederland, Verenigd Koninkrijk, en Zweden. Deze zes landen worden gezien als representanten van de huidige Europese welvaartsstaten. Onderzocht worden verschillende oplossingen voor de herschikking van sociale zekerheid in het licht van de huidige trends naar grotere flexibiliteit. (B22163)
- Europese Cie, Budgetary challenges posed by ageing populations : the impact on public spending on pensions, health and long-term care for the elderly and possible indicators of the long-term sustainability of public finances.
Luxemburg : EG, 2003.
European Economy, reports and studies, 2001, nr. 4
Rapport waarin wordt ingegaan op de toekomstverwachtingen m.b.t. de invloed van de vergrijzing op de overheidsuitgaven aan pensioenen, gezondheidszorg en de zorg voor ouderen. Het rapport bestaat uit vier delen. Deel 1 gaat in op demografische vooruitzichten tot 2050. Deel 2 presenteert voorspellingen over de invloed van vergrijzing op de openbare uitgaven. Het derde deel geeft ramingen die de directe invloed meten van de vergrijzing op gezondheidszorg en de zorg op de lange termijn. Het laatste deel tot slot gaat in op de duurzaamheid van de openbare uitgaven. (B22308)
- OECD, Netherlands : OECD economic surveys 2001-2002
Parijs : OECD, 2002.
OECD economic surveys, vol. 2002/3
OECD landenstudie over Nederland, waarin wordt ingegaan op de conjunctuur, de productiviteit, de invloed van ICT op de productiviteit, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de gezondheidszorg, en het begrotingsbeleid. Als speciaal onderwerp wordt dit keer ingegaan op de vergrijzing. Belangrijkste bevindingen van de OECD zijn: Het economische beleid van Nederland moet er op gericht zijn om het doorschieten van de contractloonontwikkeling te voorkomen. Onderdeel daarvan moet het versnellen van structurele hervormingen zijn (met name op de arbeidsmarkt) om de concurrentiekracht en de dynamiek van de economie te verbeteren. Het grote aantal inactieven blijft een zwaktepunt van de Nederlandse economie. Met het oog op de vergrijzing is het essentieel om productiviteitsgroei te stimuleren (B20138)
- Ned. Ver. voor Demografie; NIDI; SER, Donkere wolken boven sociaal Europa? : nationale en Europese aanpak van vergrijzing
Den Haag : NIDI, 2002.
Bevolking en gezin, 30 (2001) 2, Boekaflevering
Deze boekaflevering van Bevolking en Gezin bevat de uitgewerkte bijdragen aan het jaarcongres van de Nederlandse Vereniging voor Demografie (NVD) dat op 3 juli 2001 in samenwerking met de SER in het SER-gebouw in Den Haag plaats vond. Het congres besteedde aandacht aan de vraag hoe het staat met de vergrijzingsdruk, het sociaal-economisch beleid rond pensioenen en het afnemend arbeidsaanbod in de huidige en toekomstige landen van de Europese Unie (EU). De boekaflevering bevat de volgende artikelen: Bevolkingsveroudering en de arbeidsmarkt in Europa; Maastricht voorbij: economische aspecten van vergrijzing in Europa; Pensioenhervorming in Midden- en Oost-Europa: vergrijzing of transitie?; Vergrijzing en de EU: de Nederlandse inzet; De rol van de Europese Unie op pensioengebied: ondersteunend of corrigerend?; Aanpak vergrijzingslast: de werknemersvisie; Aanpak vergrijzingslast: de werkgeversvisie. (B20723)
- Siebert, H.; Bovenberg, L.; [et al.], Economic policy for aging societies
Heidelberg : Springer Verlag, 2002.
Bijdragen over de lange termijn gevolgen van de vergrijzing. Wat zijn de economische consequenties voor het consumptiepatroon, het aanbod van arbeid, kapitaalvorming, productiviteit en de internationale kapitaalstromen? Wat zijn de politieke consequenties voor het pensioensysteem, de gezondheidszorg, en het immigratiebeleid? Welke veranderingen in de politiek zijn nodig om te gaan met het vraagstuk van de vergrijzing? (B20998)
- CDA, Wetenschappelijk Inst., Investeren in solidariteit : de gevolgen van de vergrijzing en de kenniseconomie voor de arbeidsmarkt : een activerende benadering
Den Haag : CDA, Wetenschappelijk Inst., 2002.
De andere aanpak
In dit rapport staan de gevolgen van vergrijzing en kenniseconomie voor de arbeidsmarkt centraal. Het eerste deel is analyserend, en bevat een inventarisatie van de (te verwachten) knelpunten op de arbeidsmarkt op korte en middellange termijn. In het tweede deel worden de trends in een samenhangend kader geplaatst. Aangegeven wordt in welke richting het arbeidsmarktbeleid wèl en nìet moet worden uitgebouwd. Om arbeidsparticipatie beter over de levensloop te spreiden is een beleid nodig dat rekening houdt met de verschillende fasen gedurende de levensloop. Aangegeven wordt hoe de gezinsfase kan worden ontlast en hoe zuiniger met het menselijk kapitaal wordt omgegaan. Er wordt aparte aandacht gegeven aan de problemen voor minder opgeleiden op de arbeidsmarkt. Voor onderwijs en zorg worden in specifieke voorstellen gedaan. In een concluderend hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven en worden lijnen doorgetrokken naar de toekomst. (B21178)