Literatuurlijst Levensloopbewust beleid


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Parlementaire Informatie

 

  • Houben, P.
    Interactief levensloopbeleid: vensters en gereedschap om de tweede levenshelft vorm te geven
    Amsterdam : Uitg. SWP, 2011. 221 p.
    Het boek bevat nieuw materiaal afkomstig uit projecten, literatuurstudie en brainstorms. Auteur bespreekt de specifieke methodische uitgangspunten voor sociale innovatie in bedrijven, instellingen en maatschappelijke voorzieningen die met en voor mensen in de tweede levenshelft werken. (B30120)
     
  • Min. SZW, Evaluatie Levensloopregeling
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 39 p.
    Evaluatie van de levensloopregeling. De levensloopregeling is op 1 januari 2006 ingevoerd en werkt anno 2009 ruim drie jaar. Ingegaan wordt op wat is beoogd met de levensloopregeling. Ingegaan wordt op het traject dat leidde tot de levensloopregeling en op de doelstellingen, kenmerken en verwachtingen bij de start van de levensloopregeling. Verder komt aan de orde wat is bereikt met de levensloopregeling. Hierbij komen de deelname en kosten van de regeling aan bod, evenals de karakteristieken van de deelnemerspopulatie. vervolgens vergelijkt de evaluatie de resultaten, en laat zien in hoeverre is bereikt wat is beoogd. Het slothoofdstuk toont de inzichten van de wetenschappers met deskundigheid op het gebied van de levensloopregeling. De conclusie van dit rapport is dat de levensloopregeling een behoefte vervult bij specifieke groepen. De levensloopregeling heeft evenwel geen invulling kunnen geven aan de hooggespannen verwachtingen vooraf. De wetenschappelijke begeleiders geven naar aanleiding van het evaluatierapport aan dat de levensloopregeling containerbeleid is geworden en het de vraag is of de doelstelling 'vermindering van de druk in het spitsuur van het leven' realistisch was. (B29977)
     
  • Netspar; Bovenberg, L.; Koelewijn, W.; Kortleve, N., Naar een dynamische toekomstvoorziening : integratie van werk, pensioen, zorg en wonen over de levensloop
    Tilburg : Netspar, 2011. 63 p.
    NEA Paper, nr. 40
    Deze paper betoogt dat pensioenen in de tweede pijler dynamischer moeten worden. Zowel in de opbouw- als de uitkeringsfase is meer flexibiliteit en maatwerk nodig. Een belangrijke reden daarvoor is dat macrorisico’s steeds meer expliciet bij het individu komen te liggen. De manier waarop het individu op deze nieuwe risico’s inspeelt, hangt af van de individuele situatie en voorkeuren. Een dynamischer pensioen past ook bij de toegenomen heterogeniteit op de arbeidsmarkt en kan in de opbouwfase bijdragen aan het beter ontwikkelen, onderhouden en benutten van menselijk kapitaal. De vergrijzing en ontgroening van de samenleving vergroten het belang daarvan. Daarnaast biedt een dynamisch samenspel van pensioen met de domeinen zorg en wonen kansen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van goede zorg- en woonvoorzieningen tijdens de oude dag te vergroten. (B30028)
     
  • Bonneux, L.; Bodegom, D. van; Charafeddine, R.;[et al.], De gezonde levensloop : een geschenk van vele generaties
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2010.
    In De gezonde levensloop: een geschenk van vele generaties wordt er aandacht besteedt aan de sociale ongelijkheid in gezondheid, maar ook aan wat de Hongerwinter deed met een vrucht in de baarmoeder, of hoe je prille jeugd en je schooltijd je kansen bepalen op een gezonde oude dag. Het is geen oproep tot nihilisme: hoe meer kansen kinderen krijgen, hoe langer en hoe gezonder zij zullen leven. (B29628)

  • Ester, P.; Muffels, R.; Schippers, J.; Wilthagen, T.; [ET AL.], Innovating European labour markets : dynamics and perspectives
    Cheltenham : Edward Elgar, 2008.
    Publicatie over de ontwikkelingen op de Europese arbeidsmarkt. Het accent ligt op levensloop, de transitionele arbeidsmarkt and flexicurity. (B27859)

  • Ester, P. ;Vinken, H.; Diepstraten, I., Mijn generatie, tien jaar later : generatiebesef, jeugdervaringen en levenslopen in Nederland
    Amsterdam : Rozenberg, 2008.
    Beschrijving van het generatiebesef, de jeugdervaringen en de levenslopen van generaties in de afgelopen tien jaar. Drie generaties worden onderscheiden: de oorlogsgeneratie (geboren tussen 1910 en 1940), de babyboomgeneratie (geboren tussen 1940 en 1960) en de keuzegeneratie (geboren na 1960). Na een historische schets van de jeugdjaren van drie generaties, maken we de generationele balans van de twintigste en begin eenentwintigste eeuw op door de generaties zelf aan het woord te laten. (B27422)

  • Bruinsma, G.; Brake, A.; Dun, Z. van; [et al.], Leeftijd en arbeid
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2008.
    OR strategie en beleid, optiek 5
    Het thema leeftijd en arbeid wordt vanuit verschillende invalshoeken belicht. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Vier jaar WGBL: leeftijdsonderscheid blijkt hardnekkig te zijn; Levensfasebewust beleid in de praktijk; Levensfasenbeleid op de agenda van bestuurder en ondernemingsraad? Bevrijding; Groeien en boeien bij de GGZ. Een voorbeeld van leeftijdsfasebewust personeelsbeleid in de zorg; Levensfasenbeleid (als thema) in or-trainingen. Ken de wensen van je mensen. Organisaties zetten focusgroepen in om levensfasebewust beleid vorm te geven; Leeftijdbeleid in organisaties: van ontzien naar investeren; Loopbaantransities als bijdrage aan werkzekerheid. (B27159)

  • Versantvoort, M., Studying time use variations in 18 countries applying a life course perspective
    Leiden : University, 2008. 14 p.
    Dep. of economics research memorandum, 2008.01
    Om inzicht te krijgen in levensloop gedurende de laatste decennia, lijken tijdsdata gepast. Het gaat om betaald werk, werk in de huishouding, vrijwilligerswerk, zorg en opleiding in het menselijk leven. De relevantie van een geïntegreerd inzicht in de relatie tussen betaald werk en andere bezigheden is gegroeid met de introductie van het idee van transitionele arbeidsmarkten. Er blijkt een niet te verwaarlozen gevoeligheid voor economische omstandigheden en welvaartsbeleid. (B27146)

  • Versantvoort, M., Time use during the life course in the USA, Norway, and the Netherlands : HAPC-analysis
    Leiden : Universiteit, 2008. 30 p.
    Research memorandum, 2008.02
    Er wordt via analyse inzicht verkregen in het (relatieve) belang van verschillende levenssferen als betaald werk, huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk, zorg en opleiding. Er wordt geprobeerd de relevantie van leeftijd aan te geven bij veroudering en verandering. Er is een duidelijk verschil in tijdpatronen gedurende de levensloop tussen welvaartsstaten. (B27147)

  • RIVM; Wong, A.; Kommer G. J.; Polder, J., Levensloop en zorgkosten : achtergrondrapport
    Bilthoven : RIVM, 2008.
    Zorg voor euro's, nr. 7. RIVM Rapport, nr. 270082002/2008
    Dit rapport gaat in op drie beleidsthema’s: solidariteit, vergrijzing en de samenhang tussen curatieve zorg en langdurige zorg. Voor het eerst zijn voor Nederland de zorgkosten op persoonsniveau diepgaand geanalyseerd. Daaruit blijk dat de kosten niet zo scheef zijn verdeeld als eerder werd gedacht. Uitgaven in de ziekenhuiszorg blijken in traditionele projecties overschat te worden, omdat er geen rekening wordt gehouden met het feit dat de kosten in de laatste levensjaren zeer hoog zijn, en bij een toename van de levensverwachting worden uitgesteld. De kosten blijken daarnaast samen te hangen met de doodsoorzaak, en het ziektebeeld. In een vergrijzende samenleving zijn solidariteit en de ontwikkeling van de zorgkosten erg belangrijk. Dit rapport toont aan dat zowel de solidariteit als de zorgkosten houdbaarder zijn dan doorgaans wordt gedacht. (B27058)

  • Anxo, D.; Erhel, C.; Schippers, J.; [et al.], Labour market transitions and time adjustment over the life course
    Amsterdam : Dutch University Press, 2007.
    De standaard levensloop verliest terrein. Meer dan voorheen zijn mannen en vrouwen actief op de arbeidsmarkt. Maar werk is niet hun enige doel in het leven. In het spitsuur van hun leven, maar ook aan het einde van hun carrière werken mensen parttime, combineren ze arbeid met zorg of scholing, of willen ze meer vrije tijd. In de transitionele arbeidsmarkt benadering in wetenschap en beleid wordt gekeken naar de manier waarop mensen overgangen maken tussen de verschillende domeinen van het leven en naar het combineren van activiteiten in de verschillende domeinen. Het boek geeft antwoord op vragen als: Kunnen mannen zorg net zo makkelijk aan als vrouwen? Welke regelingen helpen vrouwen om terug te keren naar de arbeidsmarkt nadat zij een aantal jaren hebben besteed aan fulltime moederschap? Is deeltijdpensioen te verkiezen boven fulltime pensioen? En: wie profiteert van regelingen op het gebied van verlof en andere levensloop regelingen? (B26942)

  • ESVLA; [et al.], Flexicurity and security over the life course
    Luxemburg : EG, 2008.
    In de afgelopen jaren is 'flexicurity' - het handhaven van een evenwicht tussen de behoeften van bedrijven aan meer flexibiliteit in de arbeidscontracten en de behoeften van de werknemers voor flexibele werktijden en continuïteit van de werkgelegenheid - verschoven naar de centrumfase in de politieke arena. In dit rapport wordt gekeken naar de gevolgen van de aanhoudende trend naar meer flexibiliteit op de Europese arbeidsmarkt. Onderzocht wordt of deze trend heeft bijgedragen tot een beter evenwicht tussen werk en privéleven van werknemers en toont de lange-termijn effecten van het werken in niet-gestandaardiseerde contracten en van het parttime werken op iemands carrière, inkomen en werkzekerheid. (B26807)

  • Eurostat, The life of women and men in Europe : a statistical portrait : 2008 edition
    Luxemburg : EG, 2008. 243 p.
    Het rapport bevat een statistisch portret van de overeenkomsten en verschillen tussen mannen en vrouwen in de verschillende levensfases: in hun vormende jaren wanneer ze opgroeien en naar school gaan, in de jaren waarin ze werken en de zorg voor hun gezin hebben, en in de later jaren wanneer ze gepensioneerd zijn. Deze drie fasen vormen de drie belangrijkste delen van het rapport. Het eerste deel heeft betrekking op kinderen en jongeren vanaf de geboorte tot begin twintig. Het kijkt naar verschillende demografischa aspecten, de leeftijd waarop jongeren uit huis gaan, en hun deelname aan onderwijs en aan de informatiemaatschappij. Het tweede deel richt zich op vrouwen en mannen in de werkende leeftijd, hun verschillende posities op de arbeidsmarkt, inkomens in deze fase, hun gezondheid en hun tijdsbesteding. Het derde deel gaat over vrouwen en mannen, zowel in de aanloop naar het pensioen en als gepensioneerden, de leeftijd waarop zij stoppen met werken, hun levensverwachting, hun gezondheid en hun tijdsbesteding en deelname aan de informatiemaatschappij. (B26697)

  • OECD, Babies and bosses : reconciling work and family life : synthesis of findings for OECD countries
    Parijs : OECD, 2007.
    Het vinden van een geschikte werk/gezin balans is een uitdaging waar alle ouders mee te maken hebben. Als ouders niet het gewenste evenwicht tussen werken en gezin kunnen bereiken, is niet alleen hun welzijn lager maar de economische ontwikkeling is ook beperkt, door lagere aanbod van arbeidskrachten door de ouders. Een daling van het geboortecijfer heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de toekomst van het arbeidsaanbod evenals voor de financiële houdbaarheid van de systemen van sociale zekerheid. De 'Babies and Bosses' beoordelingen van het combineren van werk en gezin hebben het beleid en de resultaten geanalyseerd in Australië, Denemarken, Nederland, Oostenrijk, Ierland, Japan, Nieuw Zeeland, Portugal, Zwitserland, Canada, Finland, Zweden, en Groot-Brittannië. Dit laatste rapport in de serie bevat een synthese van de bevindingen en een uitbreiding van het toepassingsgebied tot andere OECD-landen. Gebaseerd op OECD-brede indicatoren, onderzoekt het rapport de belasting- en uitkeringsstelsels en de arbeidskeuze van ouders, systemen van ouderschapsverlof, kinderopvang, naschoolse en buitenschoolse opvang, en gezinsvriendelijk beleid van werkgevers. (B26472)

  • OECD; D'Addio, C.; Whiteford, P.; Bovenberg, A. L.; [et al.], Modernising social policy for the new life course
    Parijs : OECD, 2007.
    Voor vele decennia, waren sociaal beleid interventies beperkt tot het verzekeren tegen een beperkt aantal duidelijk omschreven risico's. Echter als gevolg van verschillende sociale ontwikkelingen is de sociale orde, gebaseerd op standaard arbeidsverhoudingen, het mannelijk kostwinnersmodel en de bestaande sociale zekerheid, veranderd. Nieuwe sociale risico's zijn ontstaan en verschillende groepen van individuen reageren op verschillende manieren op deze risico's. De nieuwe sociale risico's en de toenemende complexiteit van bestaande sociale risico's werpen belangrijke vragen op voor het sociaal beleid. Op 31 mei en 1 juni 2007 hield de OECD een seminar over dit onderwerp. De fundamentele beleidskwestie waarop het seminar was gericht was of de huidige modellen van de stelsels voor sociale zekerheid in de OECD-landen geschikt zijn voor de hedendaagse levenslopen. Het seminar keek in detail naar de recente ontwikkelingen in OECD-landen om meer flexibel, op tijd gebaseerd, sociaal beleid te ontwikkelen. Alsmede naar daarmee samenhangende vraagstukken, zoals op middelen gebaseerde welvaartprogramma's evenals het beleid ter bevordering van herverdeling van inkomen en/of tijd tijdens de levensloop en hoe deze het meest effectief kunnen worden gestructureerd.
    Bevat de volgende bijdragen: From seperated life phases to interrelated life risks. A life-course approach to social policy; The life-course perspective and social policies: an overview of the issues; The role and effectiveness of time policies for reconciliation of care responsibilities; Ageing and life-course issues: the case of the career break scheme (Belgium) and the life-course regulation; Ins and outs of the Dutch life-course savings scheme; Life-course policies and the labour market; Asset-based programmes: a critical analysis of current initiatives; Redistribution across the life course in social protection systems: an overview. (B26471)

  • AWVN; Verhoef, A.; Acht, M. van; [et al.], Handboek levensfasebeleid : visie, instrumenten en praktijk
    Haarlem : AWVN, 2007.
    Levensfasebeleid betekent rekening houden met de levensfase, gezinssituatie en persoonlijke situatie van werknemers. In dit naslagwerk worden alle aspecten van levensfasebeleid behandeld, van theoretische en beleidsmatige achtergrond tot praktische uitvoering inclusief praktijkvoorbeelden. Bevat de volgende bijdragen: Voorwoord: Ouderen aan het werk - investeren in de toekomst. Deel I. Visie op het levensfasebeleid: In welke richting aan de slag?; Langer werken, nodig en haalbaar; OR-leden over levensfasebeleid; Vakbondsvisie op levensfasen; De bal is gaan rollen; Werkgevers, werknemers en de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid: een cultuuromslag; CAO-bepalingen met onderscheid naar leeftijd; Wat zijn levensfasen?. Deel II. Agenda van levensfasebeleid: Hoe op de agenda zetten, en houden; Levensfasebeleid op de agenda; Als arbeidsmobiliteit gewenst is; Cultuur en levensfasebewust personeelsbeleid; Levensfasebewust personeelsbeleid: een zoektocht; Active aging, over leven en werken bij de overheid; Blijven bewegen; Leeftijdsbewust personeelsbeleid in het onderwijs; Levensfasen en branchebeleid in het mkb; Van studie naar actie; De scan van bespreekpunten over levensfasen. Deel III. Doelen, instrumenten en acties: Beleidscyclus levensfasebeleid; Welk instrument werkt echt; Gezond en innovatief in alle levensfasen; Van project naar proces; De juiste vragen stellen over levensfasen; Van ouderenbeleid naar levensfasebeleid; Levensfasen en ploegendienst; Samen beter, samen ouder; Er zijn maar weinig managers met geitenwollen sokken...; Van afwachten naar doen; Ervaringen met de levensloopregeling; Gezondheid en levensfasen; Het perspectief van de werknemer; Promotie en demotie. Deel IV. Leren van ervaringen: Levensfasen en sociaal kapitaal; Scholing met groter leereffect voor alle levensfasen; Het bewaken van de individuele inzetbaarheid; Een leven lang EVC; Levensfasebeleid: Meten is weten; Leven door doen; Levensfasebeleid weer rond maken; Kennis ontwikkelen en borgen in de procesindustrie; De onderzoeksagenda. (B25842)

  • Román, A.; Schippers, J.; OSA, Evolving patterns on the Dutch transitional labor market
    Tilburg : OSA, 2007.
    OSA-publicatie, A225
    Nieuwe levenslooppatronen komen geleidelijk aan in de plaats van de traditionele patronen die het leven van de Nederlanders in de 20e eeuw kenmerkten. Meer dan mannen die nog grotendeels in hun oude patronen gevangen zitten, zijn vrouwen de dragers van deze vernieuwing. Zeker onder jongere generaties is de voltijdse huisvrouw rap aan het verdwijnen. Temidden van de vele nieuwe patronen is er voorlopig nog niet één dat er uitspringt en zich kandideert om het nieuwe standaardpatroon te worden. (B25831)

  • Bruinsma, G.; [et al.], Leeftijd, levensfasen en arbeid
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2007.
    De thema's leeftijd en levensfase komen de laatste jaren in toenemende mate op in het overheidsbeleid, de arbeidsvoorwaardevorming, het personeelsbeleid en het OR-werk. De afbouw van VUT-regelingen, het langer aan het werk houden van oudere werknemers, het kunnen combineren van werk en zorg vragen om leeftijdsbewust of levensfasegericht personeelsbeleid (LPB). De aandacht voor de thema's leeftijd en levensfasen wordt ook door recente wetgeving gestimuleerd (levensloop, het niet meer toestaan van seniorenregelingen in CAO's). De publicatie biedt een overzicht van deze thema's, geeft informatie over relevante wetgeving en brengt de eerste ervaringen van de sociale partners op dit terrein in beeld. (B25555)

  • Lippe, T. van der; [et al.], De maakbaarheid van de levensloop
    Assen : Van Gorcum, 2007.
    In dit boek staan levenslopen op de terreinen van gezin, onderwijs, arbeid en gezondheid centraal. Een van de prangende kwesties daarbij is of de levensloop daadwerkelijk maakbaar is. In de verschillende hoofdstukken wordt daarom nagegaan of en in welke mate gebeurtenissen en ervaringen in de levensloop gevolgen hebben op langere termijn, en of beslissingen op individueel niveau (micro) gevolgen hebben op maatschappelijk niveau (macro).
    Bevat de volgende bijdragen: Perspectief op de levensloop; De maakbare levensloop?: Kinderen en de veranderingen in de gezinsstructuur in de afgelopen anderhalve eeuw; Herhaald huwen - een historische studie naar heterogamie; De invloed van scheiding en verweduwing op intergenerationele relaties: vaders en moeders vergeleken; Epidemiologie vanuit levensloopperspectief; Kinderen en de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen - de invloed van timing en spacing in levensloopperspectief; De levensloop van voltijd werkende paren in Nederland; Organisaties in verandering - gevolgen voor werknemers. (B25556)

  • EIM; [et al.], Behoefte aan een regeling voor levensloopverlof bij zelfstandigen
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    Het rapport doet verslag van een behoeftepeiling onder zelfstandigen aan een levensloopachtige regeling. Hierbij is extra aandacht besteed aan twee specifieke varianten van de levensloopregeling: het toekennen van de levensloopverlofkorting bij het inzetten van het levenslooptegoed bij de start van een eigen bedrijf en het openstellen van de ouderschapsverlofkorting voor zelfstandigen. (B25417)

  • OSA; [et al.], Dynamiek en levensloop : de arbeidsmarkt in transitie
    Assen : Van Gorcum, 2006.
    Een keur van gezaghebbende wetenschappers bestudeert in dit boek met behulp van de benadering van de transitionele arbeidsmarkt de overgangen of transities die mensen gedurende hun levensloop doormaken. Welke overgangen maken zij tussen welke domeinen op verschillende momenten in hun levensloop? Hoe waarderen ze de veranderingen? Welke combinaties worden nagestreefd en welke effecten hebben die voor de levensloop? Beleidsmatig richt de transitionele arbeidsmarktbenadering zich op het bevorderen van 'goede' transities, zoals die rond arbeid en zorg, of hernieuwde scholing op latere leeftijd. Ook wil ze 'slechte' transities voorkomen, zoals volledige uittreding op te jonge leeftijd of 'uitval' uit het onderwijs. Dit boek verschaft daartoe een aantal belangrijke nieuwe inzichten die het levensloopbeleid hopelijk inspireren. Bevat de volgende bijdragen: Levensloop, vrijekeuzebiografie en arbeidsmarkttransities; Het transitionele arbeidsmarktmodel: theorie, empirie en beleid; Moederschap, arbeidsmarkt en de dynamiek der generaties; Arbeid, levensloop en generaties : jong en oud en hun lotgevallen op de arbeidsmarkt; Transitioneel arbeidsmarktgedrag en de kans op (echt)scheiding; Gaanders en staanders op de arbeidsmarkt : baanmobiliteit in Nederland; Gaanders en staanders op de arbeidsmarkt : de mobiliteit van jongeren en ouderen; Loopbaanonderbrekingen worden gestraft! De gevolgen van vrijwillige en onvrijwillige non-participatie; Vervroegde uittreding : determinanten en inkomensgevolgen; Arbeidswaarden en de transitionele arbeidsmarkt : Nederland in intergenerationeel en Europees perspectief; Dynamisering van de levensloop : arbeidswaarden, toekomstbeelden en loopbaanoriëntaties van jongeren; Levensloopbeleid : van papier naar praktijk; Werk maken van de transitionele arbeidsmarkt. (B25320)

  • AWVN, De levensloopregeling een praktische benadering
    Haarlem : AWVN, 2006.
    Brochure met een op de praktijk gerichte uitleg van de levensloopregeling. De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel is nog niet afgerond. De komende tijd zullen nog veel meer praktische vragen over levensloop worden beantwoord. AWVN zal daarom over dit onderwerp blijven informeren. (B25074)

  • ESVLA; [et al.], Working time options over the life course : changing social security structures
    Dublin : ESVLA, 2005.
    Onderzoek naar de keuze die werknemers moeten maken gedurende hun levensloop met betrekking tot tijdsbesteding aan arbeid, het maken van een carrière, gezinsleven, zorg, scholing in relatie tot de beschikbare sociale zekerheidsvoorzieningen. De studie richt zich op zes Europese landen - Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. (B24643)

  • Wapperom, L.; Boskemper, M.; Schouten, E., Levensloop of spaarloon?
    Deventer : Kluwer, 2006.
    In deze uitgave worden de spaarloonregeling en de levensloopregeling uitgelegd aan de hand van voorbeelden en praktische uitwerkingen. De overgangsregelingen zijn in deze uitgave opgenomen. Daarnaast wordt de belastingheffing over de zogenoemde gouden handdrukken beschreven. (B25005)

  • Schuurman, B., Algemene beschrijving van Wet fiscale behandeling van pensioenen in de praktijk en Wet VPL
    's-Gravenhage : Reed Business Information, 2005.
    Praktijkreeks pensioenrecht in de 21e eeuw, nr. 1B
    De publicatie geeft een algemene beschrijving van de Wet fiscale behandeling van pensioenen en de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling. Achtereenvolgens komen aan de orde: Korte historie van de Wet fiscale behandeling van pensioenen; De wet in grote lijnen; Plaatsbepaling van het fiscale-pensioenbegrip; Pensioendefinities; Ouderdomspensioen; Omvang van het nabestaandenpensioen; Omvang van het wezenpensioen; Flexibilisering en individualisering; Omvang van het (tijdelijk) overbruggingspensioen; Omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen; Diensttijd, pensioengevend loon, demotie en deeltijd; Pensioenregelingen in eigen beheer; Artikelen 18i tot en met 19b Wet LB; rechtsbescherming; Aanwijzing; Adviescommissie fiscale behandeling van pensioenen; Samenloop van verschillende pensioenstelsels; Prepensioenregelingen; Overgangsregeling Wet fiscale behandeling van pensioenen; Algemene beschrijving Wet VPL; Artikelsgewijze beschrijving wet VPL. (B24396)

  • Schuurman, B., Beleidsvorming rond de Wet fiscale behandeling van pensioenen en Wet VPL
    's-Gravenhage : Reed Business Information, 2005.
    Praktijkreeks pensioenrecht in de 21e eeuw, nr. 1C
    Dit deel beschrijft de beleidsbesluiten naar aanleiding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen. Achtereenvolgens komen aan de orde Beleidsvorming rondom de artikelen 18 en 18a Wet LB; beleidsvorming rondom de artikelen 18b tot en met 18f Wet LB; Beleidsvorming rondom de artikelen 18g tot en met 19c Wet LB; Beleidsvorming rondom artikelen 19d tot en met 19f en artikel 38a en b Wet LB (B24397)

  • SEO; Groot, I.; Korteweg, J. A. ; SNS Reaal Groep, Hoe verloopt de levensloop? : update literatuuronderzoek naar de nieuwe levensloopregeling
    Amsterdam : SEO, 2005.
    SEO-rapport, nr. 832
    Eind 2004 heeft SEO Economisch Onderzoek in opdracht van Reaal een literatuurstudie
    uitgevoerd naar de nieuwe levensloopregeling. De resultaten van dat onderzoek zijn samengevat
    in het rapport ‘Hoe gaat de levensloop lopen?’ (B23616). Uit dit onderzoek bleek dat de vragen over de levensloop met de toen beschikbare informatie niet allemaal konden worden beantwoord. De uiteindelijke behoefte aan en het gebruik van de levensloopregeling is afhankelijk van antwoorden op de volgende vragen: Hoe ontwikkelt zich de “concurrentiestrijd” met spaarloon?; Wat wordt er in de CAO afgesproken over de levensloopregeling?; Gaan de werkgevers bijdragen leveren aan de levensloopregeling? Op deze vragen wordt in het rapport ingegaan. (B24319)

  • Jansen, J. J. M., De levensloopregeling : het antwoord op ons verouderd sociaal stelsel?
    Amersfoort : SDU Fiscale & Financiële Uitgevers, 2005.
    Fiscale geschriften
    In dit boek wordt de levensloopregeling uitvoerig besproken en worden de gevolgen voor de praktijk becommentarieerd. De auteur gaat onder andere in op de vraag wie aan de levensloopregeling kunnen deelnemen, voor welke bedragen en hoe het levenslooptegoed kan worden aangewend. Tevens wordt aandacht besteed aan de vraag of deelname aan de levensloopregeling aantrekkelijk is en welke afwegingen daarbij een rol spelen. (B24251)

  • Ver. VNO-NCW; Ver. FME-CWM; AWVN, Ondernemers en de levensloopregeling : praktische handleiding voor werkgevers
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2005.
    Brochure met een beschrijving van de levensloopregeling als onderdeel van het arbeidsvoorwaarden- en personeelsbeleid De brochure bevat praktische handvatten voor ondernemers en zet de fiscale en administratieve consequenties op een rij. (B24183)

  • Min. SZW ; [et al.], Een EER voor de Levensloopregeling
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    11.443/04
    Er is veel te doen geweest over de invoering van een levensloopregeling en de afschaffing van fiscale faciliteiten voor vervroegd uittredings- en prepensioen regelingen. Op verzoek van de minister van SZW heeft het SCP een Emancipatie-effectrapportage uitgevoerd om de emancipatie-effecten van de voorgestelde levensloopregeling in beeld te brengen. (B23983)

  • Waaijen, E. van, Levensloopregeling
    Amersfoort : SDU Fiscale & Financiële Uitgevers, 2005.
    Fiscale Praktijkreeks
    In 2006 wordt de levensloopregeling van kracht. De publicatie belicht naast de fiscaliteit ook de sociale verzekeringsaspecten en civielrechtelijke aspecten van de levensloopregeling, waaraan alle werkgevers moeten meewerken. Verder besteed het boek aandacht aan verschillende andere vormen van verlof, de verlofspaarregeling, sabbatical leave en de met de levensloopregeling concurrerende spaarloonregeling. (B23928)

  • Beek, J. van, Vut, prepensioen en levensloopregelingen
    Deventer : Kluwer, 2004.
    Fed fiscale actualiteiten, nr. 54
    In dit boek wordt het huidige fiscale en juridische stelsel voor vervroegde pensionering uitgebreid behandeld. Tevens wordt ingegaan op de achtergronden van de discussie die door alle betrokken partijen sedert jaar en dag gevoerd wordt omtrent dit stelsel en die geleid hebben tot het Kabinetsbesluit van 25 juni 2004. Er wordt inzicht gegeven in de problematiek, de voorgestelde oplossingen en de gevolgen daarvan. Ook de ontstaansgeschiedenis, inhoud en gevolgen van Levensloop I en II en de relatie van deze regelingen met Vut en prepensioen komt uitgebreid aan bod. (B23714)

  • WRR; [et al.], De transitie naar volwassenheid en de rol van het overheidsbeleid : een vergelijking van institutionele arrangementen in Nederland, Zweden, Groot-Brittannië en Spanje
    Den Haag : WRR, 2005.
    Webpublicatie, nr. 11
    Deze studie handelt over de transitie naar volwassenheid en de wijze waarop de overheid die transitie beïnvloedt. Er worden feiten gepresenteerd over de transitie naar volwassenheid zoals die gestalte krijgt in de vijftien lidstaten van de Europese Unie voor haar uitbreiding in mei 2004. Het betreft informatie over scholing - zoals de duur van de opleiding, de gevolgde richting, het percentage schoolverlaters zonder kwalificatie -, werk - zoals percentage werkende jong volwassen mannen en vrouwen, percentage werklozen, percentage jongeren dat in deeltijd en met een tijdelijk arbeidscontract werkzaam is -, gezinsvorming - zoals het percentage zelfstandigen, samenwonenden en jongeren met kinderen naar leeftijd - en combinatie werk en ouderschap. Verschillen binnen Europa worden besproken, met een duidelijk accent op de verschillen tussen Nederland, Zweden, Groot-Brittannië en Spanje. Daarna wordt aandacht besteed aan de institutionele arrangementen die de transitie naar volwassenheid beïnvloeden. Eerst wordt de typologie van Esping-Andersen besproken en worden verwachtingen geformuleerd over de verschillen in institutionele arrangementen tussen Nederland, Zweden, Groot-Brittannië en Spanje. Vervolgens worden deze institutionele arrangementen zelf uitgebreid besproken. Aan bod komen de beleidsterreinen: scholing, werk en werkloosheid, huisvesting, gezinsvorming en de combinatie van arbeid en ouderschap. Opnieuw ligt het accent op de overeenkomsten en verschillen tussen de vier landen die centraal staan in deze studie. (B23734)

  • SEO; Groot, I.; Korteweg, J. A.; Reaal, Hoe gaat de levensloop lopen? : literatuuronderzoek naar de nieuwe levensloopregeling
    Amsterdam ; SEO, 2005.
    SEO-rapport, nr. 781
    In het licht van de nieuwe levensloopregeling heeft Reaal een aantal onderzoeksvragen neergelegd bij de SEO. Deze vragen zijn: Hebben werknemers behoefte aan een levensloopregeling?; Op welke momenten in de levensloop zullen de werknemers hun spaarpotje inzetten?; Hoe ziet de levensloopregeling er idealiter uit volgens werknemers?; Wat willen de werkgevers?; Gaan mensen hun prepensioentegoeden inzetten voor de levensloopregeling? Dit rapport beschrijft de uitkomsten van een literatuurstudie naar de antwoorden op deze vragen. Allereerst wordt ingegaan op de theorie van het consumentengedrag. Vervolgens komen in hoofdstuk drie de onderzoeksvragen aan de orde. (B23616)

  • Schouten, E. A. P., Alles over VUT, prepensioen en levensloopregeling
    Deventer : Kluwer, 2004.
    PS Special (2004) nr. 7 VUT, prepensioen en levensloopregeling
    Het kabinet wil de arbeidersparticipatie van ouderen verhogen en heeft op 16 september 2004 het wetsvoorstel Aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit boek is verdeeld in vier gedeelten. Het eerste deel bevat een kort overzicht van de inhoud van het wetsvoorstel en geeft een historisch overzicht van de totstandkoming van het wetsvoorstel. De hoofdstukken in het tweede deel richten zich op de onderdelen van het wetsvoorstel die betrekking hebben op de oudedagsvoorzieningen. De aandacht gaat met name uit naar de voorgestelde aanpassingen van de fiscale behandeling van VUT- en prepensioenregelingen. Eerst worden de achtergronden van het wetsvoorstel geschetst en komt de invloed van Europa aan de orde. Er wordt gekeken naar de maatregelen die enkele andere lidstaten van de Europese Unie hebben genomen om hun pensioensystemen aan te passen als reactie op de (financiële) dreiging van de vergrijzing. De gevolgen van het wetsvoorstel voor werknemer, werkgever en adviseur zijn in de hoofdstukken verwerkt. Het derde gedeelte van het boek, heeft de voorgestelde levensloopregeling als onderwerp. Eerst wordt een overzicht gegeven van de verlofregelingen die momenteel in de Wet arbeid en zorg zijn opgenomen. De inhoud van het wetsvoorstel betreffende de introductie van de levensloopregeling komt uitgebreid aan bod. Er wordt aandacht besteed aan het financiële voordeel (of nadeel) dat een werknemer heeft bij deelname aan de levensloopregeling en wordt een inschatting gemaakt van het gebruik van de levensloopregeling. Ook wordt aandacht besteed aan de rol van de werkgever binnen de levensloopregeling. Dit gedeelte van het boek wordt, net als het pensioendeel, afgesloten met commentaar ten aanzien van het wetsvoorstel. In het laatste deel wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken per 9 november 2004. Er wordt uiteengezet wat de veranderingen zijn van het sociaal akkoord ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel en de meest relevante onderdelen van de Nota naar aanleiding van het verslag worden besproken. De overige tekst van deze Special is niet aangepast aan het sociaal akkoord en de Nota naar aanleiding van het verslag. Er wordt echter aangegeven wanneer er in het laatste deel op het betreffende onderdeel wordt teruggekomen. (B23369)

  • Min. SZW, Dutch welfare state reforms : from a passive to an active welfare state?
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 321
    Beschrijving van de geschiedenis en de recente veranderingen in de Nederlandse verzorgingsstaat. Achtereenvolgens komen aan de orde: Het sociale zekerheidssysteem en het arbeidsmarktbeleid vanaf de jaren tachtig; vergrijzing, pensioenen en de verandering in de levensloop; debat over ziektekostenverzekeringen; immigratie; de toekomstige vormgeving van de verzorgingsstaat. (B23174)

  • Brug, J. van der; Locher, K., Ondernemen in de levensloop : een route naar inspiratie en vernieuwing in het werkleven
    Zeist : Indigo, 2004.
    Ondernemen in de levensloop is een 'workshop in boekvorm'. Het doel van deze workshop is de eigen werkmotieven zichtbaar te maken en vaardigheden aan te spreken die een nieuwe ontwikkeling in werk en leven mogelijk maken. Een reeks van 37 opdrachten vormt de ruggegraat van het geheel. De opdrachten worden afgewisseld met methodische aanwijzingen, creatieve oefeningen en inhoudelijke bijdragen. 3e dr. (B23166)

  • Regioplan Beleidsonderzoek; [et al.], Afschaffen prepensioen : nut en noodzaak
    Amsterdam : Regioplan Beleidsonderzoek, 2004.
    De kleine reeks, nr. 4
    Regioplan Beleidsonderzoek heeft in de aanloop naar de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel waarmee het kabinet de fiscale aftrekbaarheid van VUT- en prepensioenpremies wil afschaffen een onderzoek uitgevoerd naar de directe effecten en neveneffecten van de kabinetsplannen. Tevens heeft Regioplan onderzocht wat er gebeurt wanneer afgezien wordt van de voorgenomen plannen. In het rapport laat Regioplan zien dat er in de arbeidsparticipatie wel verschillen ontstaan, maar dat die minder groot zijn dan men op het eerste gezicht zou verwachten. Met andere woorden doorvoeren van de kabinetsplannen heeft een veel minder groot effect op de groei van de arbeidsparticipatie dan verwacht wordt. Redenen hiervoor zijn een net te voorkomen weglek naar werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsregelingen en het individueel of collectief dichten van het prepensioengat. Regioplan laat zien dat de kosten van dit dichten relatief laag zijn, zodat verwacht kan worden dat velen hiertoe zullen over gaan. (B23135)

  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde, Jaarboek 2003/2004
    Amsterdam : Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde, 2004.
    Aan de orde komen de Tinbergenlezing 2003 met het artikel van J. P. Balkenende: De maakbaarheid voorbij: versterking van de fundamenten van samenleving en economie. Vervolgens komen vijf thema's aan de orde: Thema I : Arbeidsmigratie na de EU-uitbreiding met de volgende artikelen: Het is óf de EU-grondwet óf de welvaartsstaat; De mythe van de Poolse golf; Poolse horden en de PvdA-struisvogelpolitiek; Arbeidsmigratie uit de Midden- en Oost-Europese toetredingslanden; Maak Nederland onaantrekkelijk voor migratie; Prikkelend Duits migratiebeleid. Thema 2: Nederland kennisland, bevat de volgende artikelen: Prikkel of presentje; De treurnis van Nederland kennisland; Deugt er helemaal niets? De WBSO : redelijk succes of pover resultaat? Van Stanford naar Zandvoort; De risico's van kiezen; Prijsbepaling is ook belangrijk bij innovatie; Midassen. Thema 3: Aandeelhouders aan de macht bevat de volgende artikelen: Persbericht bij definitieve code Commissie Tabaksblat; Hoe effectief is ons corporate governancesysteem? Aandeelhouders eisen de macht terug; Weinig aandeelhouders houden serieus toezicht; De essentie van prestatiemaatstaven; Marktwerking of zelfverrijking? Kritiek op het bedrijfsleven is gevaarlijk : boekhoudfraude is laakbaar en moet leiden tot aansprakelijkheid. Thema 4 Boekhoudschandalen bevat de volgende artikelen: Resultaatsturing en kapitaalmarkten : een overzicht van de academische literatuur; De conjunctuur van boekhoudschandalen; Accountant en machtsverhoudingen in ondernemingsraad. Thema 5 Levensloop bevat de volgende artikelen: Levensloopregeling : van ad hoc regelingen naar een integrale regeling; Zorgen in en om de levensloop; Tegen de storm in. Tenslotte wordt het artikel Focus op Tinbergenlezing 2004 behandeld en het artikel Pensions and the path to gerontocracy in Germany. (B23101)

  • SISWO; Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming; [et al.], Diversiteit in levenslopen : consequenties voor de arbeidsmarkt
    's Gravenhage : Reed Business Information, 2003.
    Een levensloopbewust beleid dient rekening te houden met een grote diversiteit aan activiteiten en voorkeuren van de bevolking: van zorg, arbeid en de besteding van de vrije tijd tot huisvesting en gezondheid. In deze publicatie richten de vragen van onderzoekers zich op de veranderingen en keuzes in de levenslopen van burgers die te maken hebben met de arbeidsmarkt en loopbanen van individuen. Wat verwachten individuen ten aanzien van hun eigen levensloop en welke speelruimte is er bij het maken van keuzes ten aanzien van de arbeidsmarkt en employability? Bieden het huidige arbeidsbestel en de bestaande regeling in de sociale zekerheid voldoende mogelijkheden en bescherming aan huishoudens en individuen om keuzes te maken die rekening houden met de verschillende levenssferen en levensfasen? Op basis van de bijeengebrachte onderzoeksresultaten bespreken de auteurs een aantal beleidsimplicaties in het licht van de diversiteit van levenslopen. Bevat de volgende bijdragen: Diversiteit in levenslopen en consequenties voor de arbeidsmarkt; Arbeidsmarkt en levensloop : theorie, empirie en beleid; Arbeidsmarkttransities en aanboddiscrepanties; Van baan tot loopbaan : op weg naar een werkbare transitionele arbeidsmarkt; Van ouder op kind : de arbeidsmarktkansen van tweede generatie allochtone jongeren; De zilvervloot, klaar voor het ruime sop?; De functie van de ID-baan voor de levensloop van de toezichthouder; Levenslopen tussen zorg en zekerheid : zorg in het pensioenstelsel internationale vergeleken; Het oneigenlijke gebruik van werkloosheidsuitkeringen als zorguitkering. Een evaluatie van de impact van schorsing op herintredegedrag van werkloze vrouwen in België; Levensloop, arbeid en zorg : het OSA toekomst van de arbeid survey. (B24011)

  • Winnubst, J. A. M.; [et al.], Baas in eigen loopbaan
    'sGravenhage : Reed Business Information, 2004.
    Levensloop, loopbaan en persoonlijke kansen worden voor een groot deel bepaald door de stand van de economie op enig moment. In een tijd van hoogconjunctuur wordt er om personeel gevochten; in mindere tijden moet de werknemer zich actief opstellen en zich weten te onderscheiden om een baan te vinden (en te houden). Dit boek laat zien hoe men zich kan wapenen in de strijd om werk en hoe men sturing kan geven aan de eigen loopbaan. Het accent ligt daarbij op de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden van de werknemer. Een sleutelbegrip is employability, de kunst van het zich kunnen handhaven op het werk. Daarbij komen eigenschappen als assertiviteit en stressbestendigheid goed van pas. Men moet kunnen netwerken, communiceren en omgaan met moeilijke mensen. Coaching is bij dit alles een krachtige methodiek om zich te laten bijstaan in lastige perioden van de loopbaan. Het werk kan als zinvol worden ervaren, maar dat vereist regelmatige reflectie op wat men tot nu toe bereikt heeft. En ten slotte krijgt elke werknemer eens te maken met de specifieke moeilijkheden van de midcareer en stoppen met werken. ( B24010)

  • FNV; PvdA; SP; GroenLinks; LPF, Een maatschappelijk appèl op de regering en werkgevers om te komen tot een samenhangend prepensioen/levensloopbeleid
    Z.P. : z.u., 2004.
    Voorstel van FNV, PvdA, GroenLinks, LPF en de SP aan het kabinet voor één geïntegreerd stelsel voor levensloop en prepensioen. Als vorm willen de vijf een verplichte collectieve basisvoorziening, die ook aantrekkelijk is voor lage inkomens. Dit kan worden aangevuld met een collectieve regeling via de CAO en eventueel individuele regelingen. In totaal kunnen mensen 5 keer 70 procent van het jaarinkomen sparen. De vijf organisaties kiezen bewust voor een ruime regeling, waarin mensen kunnen kiezen tussen prepensioen of tussentijds verlof. Op die manier wordt de regeling ook aantrekkelijk voor jongeren. In het voorstel van de vijf kan een werknemer al vanaf 60 jaar met prepensioen. Dit geldt alleen als ze nog geen gebruik hebben gemaakt van allerlei vormen van tussentijds verlof. Mensen met lichamelijk zwaar belastend werk, zouden na 40 werkjaren moeten kunnen stoppen. (B22659)

  • CDA, Wetenschappelijk Inst., Zekerheid op maat : van nazorg naar voorzorg in de sociale zekerheid
    Den Haag : CDA, WI, 2004.
    In dit rapport wordt de modernisering van de verzorgingsstaat toegespitst op de arbeidsmarkt en de levensloop. In het rapport worden de achtergronden van het levensloopbeleid op een rij gezet en wordt aangegeven waarom deze regeling aansluit bij een moderne vormgeving van solidariteit. Trefwoorden daarbij zijn: van nazorg naar voorzorg. Daarmee wordt aangegeven dat bedrijven, sociale partners en de overheid hun arrangementen en regelingen zo zouden moeten inrichten dat zij mensen toerusten om actief te blijven op de snel veranderende arbeidsmarkt. Investeren in menselijk en daarmee sociaal kapitaal is daarbij van wezenlijk belang. De levensloopregeling komt aan die moderne vormgeving van sociale zekerheid tegemoet. (B22600)

  • Nyfer; [et al.], Een mooie eindsprint : het belang van financiële prikkels voor de verhoging van ouderenparticipatie
    Breukelen : Nyfer, 2003.
    Werknemers die niet worden betaald, houden op met werken. Dit fundamentele economische principe blijkt ook uit het pensioneringsgedrag in veel landen. Ouderen gaan er financieel vaak niet of nauwelijks op vooruit als ze blijven werken. In dat geval geven ze de voorkeur aan meer vrije tijd. Andere financiële prikkels dan het ontmoedigen van de gebruikelijke uittreedroutes zijn nog nauwelijks aan de orde geweest, hoewel bijvoorbeeld belastingprikkels een manier zouden kunnen zijn om de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen. In deze studie worden andere financiële prikkels onderzocht. Het gaat dan om een versnelde overgang naar een defined contribution-systeem, de invoering van een ‘vlaktaks’ en een ouderenkorting en het inpassen van pensioenregelingen in een levensloopregeling. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre werkgevers bereid zijn in ouderen te investeren. Tot slot wordt gekeken naar de hervorming van pensioenstelsels in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Singapore teneinde best practices en risico’s in kaart te brengen. (B22573)

  • MKB-Nederland, Vroegpensioen en verlof : de levensloop voorbij : voorstellen MKB-Nederland
    Delft : MKB-Nederland, 2004.
    MKB-Nederland wil twee fiscaal gefacilieerde regelingen: een collectieve voor vroegpensioen en een individuele voor verlofsparen. Daarmee legt ze een beter werkbaar en goedkoper alternatief op tafel, met meer draagvlak, dan de kabinetsvoorstellen. Die gaan uit van afschaffen van de fiscale faciliteit voor prepensioen en vut en de introductie van een levensloopregeling. De mkb-organisatie gaat uit van een collectieve regeling voor vroegpensioen, fiscaal gefacilieerd door de overheid en met een maximale werkgeversbijdrage van 50 procent. De bestaande verlofspaarregeling moet worden omgebouwd, zo stelt MKB-Nederland voor, naar een individuele, mits bescheiden van omvang. Sparen kan in tijd en/of geld. Gedacht wordt aan een periode van maximaal 15 dagen per jaar, en dat niet meer dan vier jaar achter elkaar. Deze nieuwe regeling moet alle bestaande (voorzover ze niet onder het Burgerlijk Wetboek vallen) bundelen en vervangen. (B22548)

  • FNV [et al.], Levenshoop : de levensloop van jongeren : een kwantitatief online onderzoek naar het thema 'Levensloop'
    Amsterdam : FNV, 2003.
    Onderzocht is in hoeverre jongeren zich bezighouden met onderwerpen die betrekking hebben op het thema levensloop. De vragen hebben betrekking op de onderwerpen levensloop algemeen, opleiding, werk, zorg, en vrije tijd. Uit het onderzoek blijkt dat maar liefst 67 procent van de jongeren tussen de 18 en 35 jaar bewust bezig is met het plannen van hun toekomst, en dan vooral op het gebied werk, zorg, opleiding en vrije tijd. Niet meer dan 5 procent van de jongeren kent het begrip levensloop. Toch is een flinke meerderheid van hen op onderdelen feitelijk al doende met de invulling ervan. Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de jongeren zich zelf niet tot hun 65ste ziet werken. Een even groot aantal is niet tevreden over de invloed die ze kunnen uitoefenen op de balans tussen werk en privé. Opleiding en ontwikkeling zijn belangrijke thema’s voor jongeren. Een ruime meerderheid (71 procent) vindt dat werkgevers voor iedere werknemer een persoonsgebonden opleidingsbudget moeten hebben. Meer dan de helft (58 procent) vindt dat er te weinig verlofdagen voor werknemers met een zieke partner of familieleden zijn. En bijna evenveel jongeren (56 procent) vinden dat álle werkgevers zouden moeten bijdragen aan kinderopvang. (B22333)

  • ESVLA; [et al.], A new organisation of time over working life
    Dublin : ESVLA, 2003.
    Een heroverweging van de conventionele werk-leef patronen is nodig vanwege de veranderingen in de traditionele man-vrouw rollen en de wijzigingen op de arbeidsmarkt. Individuen vragen om een betere kwaliteit van leven, terwijl werkgevers een grotere flexibiliteit op het werk vereisen. Het idee tot reorganisatie van tijd over de hele manier van werken is een mogelijk antwoord op dit vraagstuk. Dit rapport biedt een conceptueel kader om tijdindeling en arbeid te overwegen, gerelateerd aan maatregelen om de kwalitieit van leven te verbeteren, Het rapport bespreekt de veranderde patronen en voorkeuren voor tijdsbesteding, evenals een serie van maatregelen zoals de mogelijkheden voor betaald verlof gedurende 'stressperioden' ter compensatie voor het verhogen van de pensioenleeftijd, en de introductie van sociale zekerheidsstructuren die passen in nieuwe tijdsbestedingspatronen. (B22160)

  • Kuné, J. B.; Wijffels, H. H. F.; [et al.], Leven in een ouder wordende samenleving : generatiebewust vooruitzien in de 21ste eeuw
    Den Haag : SDU, 2003.
    Bundel met als thema de ouder wordende samenleving. Het boek kan worden beschouwd als een vervolg op en als een verdieping van het congres 'Generatiebewust vooruitzien: werk, zorg en inkomen in een ouder wordende samenleving. Dit congres is gehouden onder auspiciën van de WRR, het SCP en de SER: de feitelijke organisatie lag in handen van de Stichting Pensioenfonds ABP. Deze bundel bevat de o.a. de volgende bijdrage: De levensloopbenadering / A.L. Bovenberg (CentER). Deze bijdrage bespreekt de achtergrond van de levensloop. Een drietal ontwikkelingen wordt beschreven, die bijdraagt aan de actualiteit van het levensloopperspectief: de emancipatie van de vrouw, een langere verwachte levensduur en de daarmee gepaard gaande vergrijzing, en het grote belang van menselijk kapitaal in een moderne kenniseconomie. (B22122)

  • FNV, Van prepensioen naar levensloop : het FNV alternatief : discussienota
    Amsterdam : FNV, 2003.
    In deze discussienota presenteert de FNV een alternatief voor levensloopbeleid van het kabinet. De FNV kiest voor een verlofkoffer met volop mogelijkheden om arbeid, zorg, scholing, vrije tijd, pensioen et cetera toe te snijden op de wensen van de individuele werknemers. Jongeren kunnen verlof vroeg in de loopbaan financieren, maar desgewenst kan het ook worden ingezet voor prepensioen. De FNV wil een brede levensloopregeling waarbij werknemers in totaal voor vijf jaar aan verlof kunnen sparen. Met het tegoed kunnen zij bijvoorbeeld een sabbatical, scholing, zorgverlof of een prepensioen financieren. Daartoe gaan prepensioen en de bestaande verlofspaarregelingen op in de nieuwe levensloopregeling. Voorwaarde is dat het kabinet niet tornt aan de fiscale ondersteuning van verlofspaarregelingen. (B22019)

  • NIDI; Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken; [et al.], Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2003
    Den Haag : NIDI, 2003.
    Rapport, nr. 65
    Het zevende rapport van het Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken, het zogenoemde WPRB-rapport, geeft een actueel overzicht van de bevolkingsontwikkeling in Nederland, in Europa en op mondiaal niveau. Verder wordt ingegaan op de relatie tussen bevolkingsontwikkeling en bevolkingsbeleid. Deze keer besteedt het rapport speciale aandacht aan vraagstukken rond arbeid en zorg, waarbij Nederland centraal staat: werken en zorgen schuren op soms onaangename wijze tegen elkaar. In een vergrijzende samenleving leidt dit tot knelpunten. Opgenomen zijn de volgende hoofdstukken: Bevolkingsvraagstukken anno 2003; Demografische ontwikkelingen in de wereld en Europa; Demografische ontwikkelingen in Nederland; Het spitsuurgezin; De levensfase rondom pensionering; Ouderen en zorg; De economische gevolgen van beleid; Werken en zorgen over de levensloop: het beleid. (B21973)

  • CEDEFOP ; [et al.], Lifelong learning in the Netherlands : the extent to which vocational education and training policy is nurturing lifelong learning in the Netherlands
    Luxemburg : CEDEFOP, 2002. 115 p.
    Cedefop panorama series, nr. 21
    Beoordeling van de stand van zaken met betrekking tot levenslang leren in Nederland. Levenslang leren is onderzocht vanuit drie verschillende perspectieven: a) de beleidsformatie, b) het pedagogisch ontwerp en c) ontwikkelingen bij de participatie in onderwijs en training. (B21922)

  • E-Quality; Ipek-Demir, F., De illusie doorbroken : informatie over voorwaarden voor een levensloopbestendig pensioen voor (zmv) vrouwen : deel II
    Den Haag : E-Quality, 2002.
    Hoofdstuk 1 gaat in op het Nederlandse pensioensysteem: de drie pijlers waarmee een volledig pensioen kan worden opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt uiteengezet dat diverse levenslopen verschillende gevolgen voor het pensioen hebben. Gevolgen van deeltijd werken, onbetaald verlof, scheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en migratie worden beschreven. Ook wordt ingegaan op oplossingen om deze gevolgen te voorkomen of te verzachten, zoals waardeoverdracht. In hoofdstuk 3 tenslotte wordt stilgestaan bij de meest recente ontwikkelingen op het gebied van pensioenbeleid. Zoals de nieuwe maatregelen die het kabinet Balkenende had aangekondigd: de afschaffing van de fiscale stimulering van het spaarloon en de lijfrente, en de verlaging van fiscale stimulering voor pensioenopbouw van 2 procent naar 1,75 procent. Ook wordt ingegaan op langer doorwerken, de financiële positie van pensioenfondsen, eindloon of middelloonstelsel en verplicht pensioen. (B21872)

  • OSA; [et al.], Arbeidswaarden, toekomstbeelden en loopbaanoriëntaties : een pilot-study onder jonge Nederlanders
    Tilburg : OSA, 2003.
    OSA-publicatie, nr. A195
    In het rapport wordt ingegaan op de arbeidswaarden van jongeren in Nederland, hoe ze hun loopbaan zien, hoe ze zich voorbereiden op de toekomst, welke beelden ze van hun toekomst hebben, welke arbeidsidealen zij hebben en hoe ze arbeid- en zorgtaken denken te kunnen combineren. Uit de studie blijkt dat jongeren tamelijk optimistisch zijn over hun toekomst in het algemeen en hun loopbaan in het bijzonder. (B21643)

  • OSA; [et al.], De overstap naar het ondernemerschap : levensloop, beweegredenen en obstakels
    Tilburg : OSA, 2003.
    OSA, nr. A192
    Onderzoek waarin de ontwikkelingen van het moderne ondernemerschap in beeld worden gebracht. Wat zijn de beweegredenen om een eigen bedrijf te starten en welke hindernissen moeten daarbij worden overwonnen? Daarbij is in het bijzonder aandacht besteed aan hybride vormen van ondernemerschap en de invloed van aspecten van de individuele levensloopbaan. Uit het onderzoek komt naar voren dat vier op de tien startende ondernemers zijn aan te duiden als 'hybride' starters: een ondernemer die het ondernemerschap combineert met een baan in loondienst, met zorgstaken of met een opleiding. De zogenoemde klassieke starter, die start met een hoog startkapitaal, een eigen bedrijfsruimte en geen nevenactiviteiten heeft, komt tegenwoordig minder vaak voor. Veel van de in het onderzoek bekeken starterstypen - de zelfstandige zonder personeel (zzp’er), starters met nevenactiviteiten, vrouwelijke starters, oudere starters en de starters met een partner in loondienst - blijken voor hun levensonderhoud vaak relatief onafhankelijk van het bedrijf te zijn. Vaak hebben zijzelf of hun partner inkomsten uit loondienst. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt in het onderzoek een aantal beleidsaanbevelingen gedaan om de overgang naar het ondernemerschap te bevorderen, o.a. : Heroverweging van het sociale verzekeringspakket van ondernemers (en werknemers); Meer aandacht voor het ondersteunen van de overstap naar het ondernemerschap binnen de discussies over levensloopregelingen. (B21550)

  • Stuurgroep Dagindeling, Ruimte voor ritme : eindadvies van de Stuurgroep Dagindeling
    Den Haag : Stuurgroep Dagindeling, 2003.
    Eindadvies van de Stuurgroep Dagindeling, met in het hoofdstuk 'Werk op Maat' aanbevelingen rond arbeidstijdenmanagement, telewerken en werk/privé-beleid als onderdeel van arboconvenanten. In het hoofdstuk 'Zorg en Diensten op Maat' worden drie hoofdaspecten uitgewerkt: 1. De ontwikkeling van de brede school en dagarrangementen, inclusief het overblijfvraagstuk en de noodzaak van nieuwe combi(natie)functies in het onderwijs; 2. Aanpassing van de sociale infrastructuur in het landelijk gebied en voorzieningen voor ondersteuning van mantelzorgers; 3. De verdere ontwikkeling van persoonlijke dienstverlening. In het hoofdstuk 'Tijd en Ruimte op Maat'is er aandacht voor het stimuleren van lokale tijdbureaus, een betere samenwerking tussen “hard” (fysiek) en “zacht” (sociaal) bij het ontwerpen van nieuwe en de herstructurering van oude wijken, kindlinten en over meergeneratiewoningen. Het hoofdstuk 'Het Proces' gaat over activiteiten van de Stuurgroep en over de manier van werken binnen de Stimuleringsmaatregel: beleid maken via experimenten waar een groot aantal mensen bij betrokken is. De slothoofdstukken bevatten samenvattingen van een aantal veelbelovende oplossingen uit de experimenten. (B21510)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW, Levensloopbestendige afspraken : een overzicht van afspraken samengesteld op basis van verschillende door de Arbeidsinspectie uitgevoerde onderzoeken.
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2002.
    CAO-afspraken kunnen bijdragen aan een individuele invulling van de eigen levensloop door het bieden van faciliteiten dan wel het wegnemen van belemmeringen. Deze levensloopbestendige afspraken worden teruggevonden op meerdere beleidsterreinen. In dit onderzoek worden de afspraken met betrekking tot de volgende onderwerpen geïnventariseerd: verlof; kinderopvang; scholing; leeftijdsbewust personeelsbeleid; loopbaanbeleid, en pensioenmogelijkheden. De afspraken zijn gerangschikt naar drie thema’s: arbeid en zorg, employability en ouderenbeleid. Hiermee is vooralsnog een ruime definitie van ‘levensloopbestendige afspraken’ gehanteerd. Uit het onderzoek blijkt dat in 85 procent van de CAO’s afspraken staan die het combineren van werken en zorg makkelijker maken, bijvoorbeeld over ouderschapsverlof, zorgverlof of kinderopvang. In 96 procent van de CAO’s zijn afspraken gemaakt over scholing en 98 procent kent afspraken over leeftijdsbewust personeelsbeleid. (B21411)

  • Nyfer; Oosterhout, D. van, Even pauze in de levensloop : internationale ervaringen met verlofregelingen en lessen voor Nederland
    Breukelen : Nyfer, 2003.
    Dit rapport brengt in beeld op welke wijze in diverse landen (België, Zweden, Denemarken, Engeland, Spanje, Duitsland en Frankrijk) oplossingen worden gezocht om de spreiding van arbeid en zorg over de levensloop te ondersteunen, inclusief de financiering en de organisatie daarvan. Daarnaast wordt geanalyseerd in hoeverre en aantal beleidsdoelstellingen is bereikt. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van internationale literatuur en statistische gegevens. Vervolgens worden voorstellen gedaan voor een andere aanpak in Nederland. Deze voorstellen worden door middel van een aantal berekeningen verder uitgewerkt om de (maatschappelijke) kosten en baten van een levensloopbewuste regeling in kaart te brengen. Nyfer stelt voor dat er één algemene regeling moet komen die mensen in staat stelt om in het spitsuur van het leven meer tijd vrij te maken voor de zorg voor kinderen, ouders of studie, zonder dat dit gepaard gaat met een groot inkomensverlies. Compensatie kan plaatsvinden door aan het einde van de loopbaan langer door te werken. Zo’n regeling moet een individueel karakter krijgen – werknemers moeten er zelf voor sparen – en maximale keuzevrijheid bieden. Doordat de inzet van arbeid beter wordt gespreid over de levensloop en er minder mensen uitvallen, zal zo’n regeling zich zelf bedruipen. (B21287)

  • FNV; MuConsult, Levensloopenquête : de keuzes van je leven : onderzoeksrapport
    Amersfoort : MuConsult, 2003.
    Vijf thema's staan in het onderzoek centraal: Werken en leren; Werken en zorgen; Werken en vrije tijd; Van uitkering naar werk; Van werknemer naar zelfstandige. De FNV onderzocht de vrijwillige en gedwongen keuzes van werknemers. Gekeken werd of bestaande regelingen voldoen en waar knelpunten en verantwoordelijkheden liggen. Uit het onderzoek blijkt dat werknemers nog onvoldoende kans zien werk te combineren met scholing, vrije tijd en zorg. Het onderzoek wijst uit dat er vooral behoefte is aan scholingsmogelijkheden en mogelijkheden om arbeid en zorg te combineren. Tevreden over de huidige faciliteiten is men niet. Scholing krijgt een 5,9 tegen een 5,1 voor zorg voor kinderen en een 5,0 voor mantelzorg. Als mogelijke oplossingen noemen werknemers: flexibele arbeidstijden, mogelijkheden om thuis te werken, opleidingen onder werktijd en een persoonlijk opleidingsbudget. Laag (6,5) scoort ook 'een spaarregeling voor verlof'. Werknemers vinden 'levensloopbeleid' een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werknemer, werkgever, sector en overheid. (B21286)

  • Eurostat; Europese Cie, The life of women and men in Europe : a statistical portrait : data 1980-2000
    Luxemburg : EG, 2002.
    Panorama of the European Union, theme 3, Population and social conditions
    Statistisch portret van mannen en vrouwen in de Europese Unie, wat een overzicht geeft van hun situatie tijdens drie verschillende levensfasen: jeugd, volwassenheid en na pensionering. Het rapport bevat gegevens over demografie, gezinsomstandigheden, onderwijs, levensstijl, arbeid en zorg, arbeidsparticipatie, toegang tot scholing, inkomens, armoede, en gezondheid. (B21186)

  • CDA, Wetenschappelijk Inst., Investeren in solidariteit : de gevolgen van de vergrijzing en de kenniseconomie voor de arbeidsmarkt : een activerende benadering
    Den Haag : CDA, Wetenschappelijk Inst., 2002.
    De andere aanpak
    In dit rapport staan de gevolgen van vergrijzing en kenniseconomie voor de arbeidsmarkt centraal. Het eerste deel is analyserend, en bevat een inventarisatie van de (te verwachten) knelpunten op de arbeidsmarkt op korte en middellange termijn. In het tweede deel worden de trends in een samenhangend kader geplaatst. Aangegeven wordt in welke richting het arbeidsmarktbeleid wèl en nìet moet worden uitgebouwd. Om arbeidsparticipatie beter over de levensloop te spreiden is een beleid nodig dat rekening houdt met de verschillende fasen gedurende de levensloop. Aangegeven wordt hoe de gezinsfase kan worden ontlast en hoe zuiniger met het menselijk kapitaal wordt omgegaan. Er wordt aparte aandacht gegeven aan de problemen voor minder opgeleiden op de arbeidsmarkt. Voor onderwijs en zorg worden in specifieke voorstellen gedaan. In een concluderend hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven en worden lijnen doorgetrokken naar de toekomst. (B21178)

  • Nyfer; [et al.], Overstag : slagvaardige oplossingen voor ons land
    Amsterdam : Balans, 2002.
    Publicatie van de onderzoekers van Nyfer met voorstellen om de knelpunten in de samenleving aan te pakken. Een handreiking voor het nieuwe kabinet, of munitie voor de oppositie. Bevat de volgende bijdragen: Werk voor inkomen; Doorrijden zonder schuldgevoel (bijdrage over de problematiek van de files); Enkeltje WAO; Even pauze in de levensloop; De strijd om de ruimte; Recht op zorg; Marktwerking is maatwerk; Onderwijs moet meer afkijken; Geld uit de grond. (B21144)

  • Min. SZW; [et al.], Levensloop en arbeidsmarkt : wensen, knelpunten en verwachtingen
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocument, nr. 255
    Het onderzoek geeft vanuit verschillende vraagstellingen en met gebruikmaking van verschillende bronnen een antwoord op de vraag naar de aard van de transities van en naar de arbeidsmarkt gedurende de levensloop en in het spoor daarvan tevens op de vraag naar omvang en samenstelling van verschillende stomen van en naar de arbeidsmarkt. Gelet op het in de 'Verkenning Levensloop' geformuleerde kabinetsstandpunt is daarbij de nadruk gelegd op het signaleren van knelpunten en belemmeringen. Allereerst wordt nagegaan hoe het staat met de opvattingen van individuele Nederlanders op het punt van de inrichting van hun levensloop, de wijze waarop zij betaalde arbeid daarin willen integreren en de knelpunten die zij daarbij ervaren. Vervolgens geeft het rapport een aantal analyses van feitelijke stromen en transities. Gepresenteerd worden een aantal Capita selecta op het punt van de binnen het model van de transitionele arbeidsmarkt onderscheiden transities. Tot slot wordt aan de hand van het OSA Toekomst van de Arbeid Survey ingegaan op de rol die betaalde arbeid volgens de verwachting van de Nederlanders van nu rond 2025 in de levensloop zal spelen en hoe zij de verwachte ontwikkelingen appreciëren. (B21009)

  • Min. SZW; [et al.], Anders denken over zekerheid : levenslopen, risico en verantwoordelijkheid
    Den Haag : Ministerie SZW, 2002.
    Rapport van de denktank 'Anders denken over zekerheid' onder leiding van prof. dr. F. Leijnse. De denktank presenteert in zijn rapport een lange termijn denkraam voor een te ontwikkelen levensloopbeleid. De denktank pleit ervoor om de levensloopdiscussie op een zo integraal mogelijke manier te voeren. Een verbreding van de gedachtenwisseling betekent dat de levensloopdiscussie zowel over de financiering van perioden van verlof zou moeten gaan, als ook dat meer integraal wordt gekeken naar de samenhang tussen het levensloopbeleid en het stelsel van sociale zekerheid. De individuele levensloop van mensen verandert, stelt de denktank. De huidige inrichting van de maatschappij is nog voornamelijk gebaseerd op het standaard arbeidspatroon van de modale werknemer. Er is een strikte scheiding in de sociale zekerheid tussen ‘datgene dat je overkomt’ (externe risico’s) en ‘datgene waarvoor je kiest’ (nieuwe risico’s). De denktank heeft een driepijlermodel opgesteld, met als uitgangspunt dat voor ieder sociaal risico een mengvorm van sparen en verzekeren geldt. De eerste pijler bestaat uit algemene en verplichte regelingen voor alle burgers, die een basisdekking geven wanneer een risico zich voordoet. Het gaat hierbij voornamelijk om werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. De tweede pijler wordt gevormd door een mengvorm van sparen en verzekeren. Het gaat vooral om verplichte verzekeringen voor alle werknemers in een bepaalde sector, CAO of concern. De derde pijler bestaat uit individuele spaarvormen en verzekeringen voor mensen die een verdere aanvulling willen verzekeren. (B20953)

  • Ned. Gezinsraad, Social indicators : the next generation
    Den Haag : NGR, 2002.
    Het rapport gaat in op indicatoren m.b.t. levensloop. Aan de orde komen indicatoren m.b.t huishoudenstypes, inkomens, lastendruk. Vervolgens wordt ingegaan op het besluitvormingsproces binnen jonge gezinnen over de levensloop. Tevens vindt er vindt een vergelijking plaats met ander EU-landen. Zie ook bijlage B20887. The family burden scale (B20661)

  • Ned. Gezinsraad, The family burden scale
    Den Haag : NGR, 2002.
    Bijlage bij het rapport van de Nederlandse Gezinsraad over levensloop indicatoren. In deze bijlage worden vergelijkingen gepresenteerd m.b.t. de wijze waarop het gezinsinkomen is verkregen. Er worden vergelijkingen gemaakt tussen de verschillende gezinstypen binnen een land en tussen landen. Bijlage bij B20661. Social indicators : the next generation (B20887)

  • Arbeidsinspectie; [et al.], Arbeid en zorg in CAO's 2000 : een update van de resultaten van het over 1999 uitgevoerde onderzoek
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2002.
    In navolging van het over 1999 uitgevoerde onderzoek op het gebied van arbeid en zorg wordt met het uitgevoerde herhalingsonderzoek een totaalbeeld over 2000 geschetst. Centraal staan twee onderwerpen: verlof en kinderopvang. M.b.t. onderwerp verlof wordt aandacht besteed aan in CAO’s gemaakte afspraken ten aanzien van aan arbeid en zorg gerelateerde vormen van verlof, sparen voor verlof en loopbaanonderbreking. Het gaat hierbij zowel om concrete als om intentionele afspraken met betrekking tot: zwangerschaps- en bevallingsverlof; terugkeerregeling; adoptieverlof / verlof in het kader van pleegouderschap; kraamverlof; calamiteitenverlof; zorgverlof; ouderschapsverlof; rouwverlof; verlof ten behoeve van vrijwilligerswerk. M.b.t. kinderopvang wordt nagegaan in hoeveel CAO’s afspraken zijn gemaakt en op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan onderstaande aspecten: toegankelijkheid voor de werknemers; leeftijdscategorieën kinderen; vorm van de opvang (kinderdagverblijven, gastouderopvang, buitenschoolse opvang); uitvoering: een werkgeversregeling of het uitbesteden ervan; financieringsstructuur; ouderbijdrage; budget; kinderopvangregeling als à la carte regeling; regeling voor kostendeling tussen de werkgevers van de ouders. (B20642)

  • CDA; [et al.], Werk, welvaart & geluk : Christen Democratische Verkenningen Themanummer 2001
    Den Haag : Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, 2001.
    Christen Democratische Verkenningen, nr. 7, 8, 9 Themanummer 2001
    Dit themanummer bevat de volgende artikelen: Naar een slimmer en socialer participatiebeleid; Arbeidsproductiviteit is geen slimmer alternatief; Productiviteitsgroei schept werk en creëert welvaart; Arbeidsproductiviteit verhogen, door slim organiseren; Zonder loonmatiging hogere productiviteit en meer kwaliteit; Een filosofische visie op het verband tussen arbeid en geluk; Honderd jaar sociale zekerheid en de kwaliteit van arbeid; Arbeid, zorg en tijd: naar de transitionele arbeidsmarkt?; CDV in gesprek met Günther Schmid, bedenker van het concept 'transitionele arbeidsmarkt'; CDV in gesprek met Luc Soete 'Een zo hoog mogelijke arbeidsparticipatie mag toch geen doel zijn!'; Koester menselijk kapitaal: een agenda voor institutionele hervorming; Beter gemotiveerde werknemers door levensloopverzekering; (CNV) CDA-voorstellen levensloopverzekering veelbelovende voorzet; (VNO-NCW) Spitsuur in de levensloop: tijd voor verscheidenheid; Werken in het paradijs?; Revitalisering van de non-profitsector, Dr. A. Klink, prof. dr. P. Dekker en S. de Waal; Gezin en economie/arbeidsmarkt als gelijkwaardige sferen benaderd; CDV in gesprek over de geestelijke gezondheidszorg: prof. dr. Giel Hutschemaekers; CDV in gesprek over werken in de sociale sector; 'Je werkt om te leven en niet andersom'; 'ICT is nog echt een mannenbusiness!'; Fukuyama, Winsemius en het CDA: 'de eindgebruiker centraal'; 'Bemoeizucht staat laat geen diversiteit en flexibiliteit toe'; Employability in de Nederlandse polder; WAO-ers en overheid: de splinter en de balk; VNO-NCW: 'Arbeidsmarkt verruimen en capaciteit van mensen beter benutten'; 'Aandachtspunten arbeidsmarktbeleid voor de komende kabinetsperiode de visie van MKB Nederland; 'Het arbeidsmarktbeleid van de CNV: toetreden én volhouden'; FNV: Arbeidsmarkt 21ste eeuw vraagt ander beleid. (B20828)

  • RMO, Levensloop als perspectief : kanttekeningen bij de Verkenning Levensloop Beleidsopties voor leren, werken, zorgen en wonen
    Den Haag : SDU, 2002.
    Advies, nr. 20
    In de Verkenning Levensloop inventariseert het kabinet de gevolgen van veranderende levenslopen op de terreinen onderwijs, sociaal stelsel en werken, wonen, zorg en gezondheid. Deze bezinning juicht de RMO. Mensen leven anders dan vroeger; instituties moeten zich aanpassen. Het kabinet onderscheidt vijf levensfasen. De Raad wijst erop dat de veranderende levenslopen van mensen niet voor iedereen gelden. In de praktijk is er een veel grotere differentiatie in de levenslopen van mensen. De RMO doet in dit advies ondermeer de volgende aanbevelingen: Meer goede en meer flexibele kinderopvang; De 65-jarige leeftijd als ontslaggrond moet worden opgeheven; Ook ouders met zorgtaken moeten onderwijs kunnen volgen; Investeer in oudere werknemers; Een in te stellen Stuurgroep Levensloop kan belemmeringen opsporen en praktische oplossingen stimuleren. (B20682)

  • NIDI; [et al.], Meaning and choice : value orientations and life course decisions
    Den Haag : NIDI, 2002.
    NIDI/CBGS Publications, nr. 37
    Rapport over keuzes die individuen maken ten aanzien van hun levensloop, relaties, gezinsvorming, en ouderschap. (B20665)

  • Min. SZW; [et al.], Verkenning levensloop : achtergronddeel : analyses van trends en knelpunten
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    In dit achtergronddeel van de Verkenning Levensloop zijn de analyses van vijf deskundigen opgenomen. Zij gaan over trends en knelpunten die mensen tegenkomen in verschillende stadia van het leven op de terreinen sociaal stelsel en werken, onderwijs, wonen, en zorg en gezondheid. Aan deze vier gaat een integrale analyse vooraf waarin ondermeer de overgang van standaardbiografie naar keuzebiografie wordt besproken en het leven van mensen op grond van aantoonbare feiten in vijf, in plaats van in de tot nu toe gebruikelijke drie, levensfases wordt ingedeeld. Achtergrondstudie bij B20266 (B20267)

  • Min. SZW, Verkenning levensloop : beleidsopties voor leren, werken, zorgen en wonen
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Leidraad voor deze Verkenning is hoe de destandaardisering van de levensloop zich vertaalt in de vraag van burgers aan de overheid op het gebied van onderwijs, sociaal stelsel en werken, wonen en zorg en gezondheid en welke beleidsopties hier een antwoord op kunnen zijn. De Verkenning bestaat uit twee delen. Het eerste, algemene deel bestaat uit een analyse en een synthese. In de analyse staan de destandaardisering van de levensloop, de vraagpatronen die daaruit voortvloeien en de beleidsuitdagingen voor de collectieve sector centraal. In de synthese wordt een palet aan beleidsopties beschreven die voortkomen uit de vier verkenningen op deelterreinen. Op basis daarvan wordt een drietal integrale beleidsrichtingen uitgewerkt, te weten: overbelasting, onderbenutting en onderhoud, oftewel de 3 O’s die in het kader van het levensloopperspectief om aandacht vragen. Het tweede deel van de Verkenning bevat de integrale tekst van de vier verkenningen op deelterreinen die speciaal voor de Verkenning Levensloop zijn uitgevoerd. De beleidsopties die daaruit naar voren komen sluiten aan bij en bouwen voort op de vijf verkenningen die het kabinet al heeft laten verrichten. Zie ook het bijbehorende achtergronddeel: B20267 (B20266)

  • Min. Financiën, Deelrapportage arbeidsmarkt en armoedeval
    Den Haag : Min. Financiën, 2001.
    Het doel van deze rapportage is om een aantal beleidsopties op fiscaal terrein te verkennen die, binnen de structuur van het huidige belastingstelsel, kunnen bijdragen aan het oplossen of beperken van de knelpunten op de arbeidsmarkt, mede met het oog op de beleidsuitdagingen die voortvloeien uit bepaalde trends. Deze trends zijn op het gebied van de demografie (met name vergrijzing), technologie, welvaartsontwikkeling en individualisering en internationalisering. Na een inleiding wordt ingegaan op de relatie tussen fiscaliteit en de (werking van de) arbeidsmarkt, gevolgd door een analyse van trends en beleidsuitdagingen op de arbeidsmarkt. Daarna volgt een analyse van de arbeidsmarktknelpunten. Vervolgens wordt verkend in welke mate het fiscale stelsel hierbij een rol speelt of een oplossing kan bieden. Tenslotte komen er enkele capita selecta aan bod, waaronder levensloopbenadering, fiscale behandeling flexibele beloningsvormen en arbeidsmarkteffecten spaarloon.
    Hoort bij 'Belastingen en premies : een verkenning naar nieuwe mogelijkheden vanuit het belastingstelsel 2001' (B19748). (B19782)

  • CDA, Wetenschappelijk Inst., De druk van de ketel : naar een levensloopstelsel voor duurzame arbeidsdeelname, en tijd en geld voor scholing, zorg en privé
    Den Haag : CDA, Wetenschappelijk Inst., 2001.
    In dit rapport staan de gerichte lastenverlichting (voor ouders met jonge kinderen) en delen van het arbeidsmarktbeleid (gericht op het vereenvoudigen van combinaties van werken, zorgen en opvoeden, werken en leren) centraal. Het Wetenschappelijk Instituut (WI) voor het CDA stelt voor om het besteedbaar inkomen van huishoudens met kinderen flink te verhogen. Dit om het de financiële gevolgen van het grootbrengen van kinderen op te vangen. Daarnaast introduceert het WI een levensloopverzekering die het mogelijk maakt om zonder substantieel inkomensverlies zorgtaken, scholing, vrije tijd met een baan te combineren. Via één verzekering is het mogelijk om in verschillende fases van iemands levensloop betaald verlof op te nemen voor studie en scholing, zorgverlof en ouderschapsverlof alsmede voor andere soorten van verlof, zoals een sabbatical of opfrisverlof. Het rapport schetst een beeld van de veranderde levensloop van mensen en laat zien hoe met name voor jongeren en ouderen nieuwe levensfasen zijn ontstaan. Daarbij constateren zij dat, ondanks de toegenomen verscheidenheid aan levenslopen, het gezin – het huishouden met kinderen – de kern blijft vormen van vrijwel alle levenslopen. (B19757)

  • Heuvel, N. van den; [et al.], De transitionele arbeidsmarkt : contouren van een actief arbeidsmarktbeleid
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 2001.
    De essentie van het model van een transitionele arbeidsmarkt is dat de arbeidsmarkt nadrukkelijk wordt bezien in relatie tot andere levenssferen. Het concept van de transitionele arbeidsmarkt tracht de problematiek van arbeidsmarktparticipatie en sociale integratie op integrale wijze in kaart te brengen. Het gaat in op de opgave de arbeidsdeelname van mensen af te stemmen op hun persoonlijke levensloop en ook oog te hebben voor de kwaliteit van de participatie door kwalificering en 'employability'. Deze publicatie bevat de bijdragen van het Vlaams Nederlands Arbeidsmarkt congres. Centraal stond de vraag op welke wijze bij de modernisering van de arbeidsmarkt een evenwichtige balans tussen werk, zorg, onderwijs en vrije tijd tot stand kan komen. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: De transitionele arbeidsmarkt. Een modern en dynamisch perspectief op de arbeidsmarkt en het arbeidsmarktbeleid?; De mobiele arbeidsmarkt. Kwantitatieve analyse van transities op de arbeidsmarkt in Europese landen; Tijdelijke arbeid en transities op de Nederlandse arbeidsmarkt; Tijdelijke werknemers en hun transitiekansen naar verschillende arbeidsmarktsituaties in België; De transitionele arbeidsmarkt en 'flexicurity'; De actieve welvaartsstaat: sociale zekerheid en activerend arbeidsmarktbeleid in Europa en de VS; Het 'poldermodel' in Nederland en België; Kansen voor werklozen op werk door actief arbeidsmarktbeleid?; Onderwijs, scholing en arbeidsmarkttransities; De integratie van schoolverlaters op de arbeidsmarkt in de Europese Unie: de rol van institutionele factoren; Gezinsleven en beroepsleven in Vlaanderen. Het volledige combinatiemodel als basis voor een actief arbeidsmarktbeleid?; Het combinatiescenario en de noodzakelijke veranderingen in het emancipatiebeleid. (B19739)

  • Nyfer; [et al.], Tijd voor arbeid en zorg : spreiding van de arbeidstijd over de levensloop
    Breukelen : Nyfer, 2001.
    Het rapport schetst de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de levensloop van mannen en vrouwen en beschrijft op welke wijze het stelsel van arbeidstijden zich heeft ontwikkeld. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of de huidige organisatie van de arbeidstijd aansluit bij de wensen en voorkeuren van werknemers die arbeid en zorg combineren. Ook wordt stilgestaan bij het fenomeen tijdsdruk. Het rapport sluit af met een alternatief voor de huidige organisatie van de arbeidstijd: de uitruil van (pre)-pensioen voor zorgverlof. (B19622)

  • CBS; Ned. Gezinsraad, Levensloop en gezin
    Voorburg : CBS, 2001.
    Brochure met kwantitatieve gegevens over de ontwikkelingen op het gebied van huishoudens. De brochure geeft een overzicht van de levensloop van 16 miljoen inwoners van Nederland.Zie ook bijbehorende rapporten B19267 Gezin: beeld en werkelijkheid en B19268 Experts over het gezin (B19269)

  • WRR; Liefbroer, A. C.; Dykstra, P. A.; NIDI, Levenslopen in verandering : een studie naar ontwikkelingen in de levenslopen van Nederlanders geboren tussen 1900 en 1970
    Den Haag : SDU, 2000.
    Voorstudies en achtergronden, nr. V107
    In de studie beschrijven de auteurs de levenslopen van Nederlanders die in de twintigste eeuw volwassen zijn geworden en de veranderingen die zich daarbij op verschillende levensdomeinen, zoals arbeid, relaties en gezin, hebben voorgedaan. Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlander enerzijds een traditioneler leven leidt dan vaak wordt gedacht. Anderzijds kan worden geconstateerd dat zich ingrijpende veranderingen in de levensloop hebben voorgedaan, vooral voor vrouwen. Zo blijkt dat het opleidingsniveau in de afgelopen eeuw spectaculair is gestegen, vooral van vrouwen. Ook is het aantal jaren dat vrouwen in een betaalde baan werken toegenomen. Met name onder vrouwen geboren na 1950 neemt de arbeidsdeelname fors toe. De studie is uitgevoerd in het kader van het WRR-rapport 'Generatiebewust beleid'. (B18305)