Literatuurlijst Emancipatie


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen 

  • EIM; Bleeker, D.; Bruins, A.; Braaksma, R., Monitor vrouwelijk en etnisch ondernemerschap 2010
    Zoetermeer : EIM, 2011. 119 p.
    De Monitor Vrouwelijk en Etnisch Ondernemerschap 2010 geeft een reëel en eigentijds beeld van het ondernemerschap binnen deze groepen. Beide groepen zijn meer gaan ondernemen waardoor hun economische betekenis toeneemt. Verder is een sterkere spreiding over sectoren ontstaan. Allochtonen ondernemen bijvoorbeeld niet langer overwegend in traditionele sectoren, zoals de detailhandel en de horeca. De monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen en stand van zaken, kenmerken, gedrag, prestaties en achtergronden van beide groepen.(B29615)
     
  • SCP; CBS; Merens, A.; Brakel, M. van den; Hartgers, M.; Hermans, B., Emancipatiemonitor 2010
    Den Haag : SCP, 2011. 258 p.
    SCP-publicatie, nr. 2011-4
    De Emancipatiemonitor 2010 geeft een beeld van de positie van vrouwen en mannen in Nederland. Dat gebeurt door de meest recente gegevens te presenteren over onderwijs, betaald werk, combinatie arbeid en zorg, inkomens, vrouwen in de top en geweld. Zo kan worden nagegaan of de doelstellingen van het emancipatiebeleid bereikt (kunnen) worden. In deze monitor is er verder specifieke aandacht voor jongeren, vooral voor hun studie- en beroepskeuze en hun financiële en arbeidsmarktpositie. (B29581)  
     
  • Europese Cie, More women in senior positions : key to economic stability and growth
    Luxemburg : Europese Cie, 2010.
    Vrouwen blijven ondervertegenwoordigd in hogere posities op veel gebieden ondanks het feit dat zij bijna de helft uitmaken van het arbeidspotentieel en meer dan de helft van afgestudeerden in de EU. Onderzoek naar de huidige situatie en recente ontwikkelingen rond de participatie van vrouwen bij besluitvorming in Europa. Het benadrukt het belang van het hebben van meer vrouwen op topposities in de private sector. (B28579)

  • Intern. Trade Union Confederation; IDS; Warberg, A.; Withers, L., Decisions for work : an examination of the factors influencing women’s decisions for work
    Londen : IDS, 2010.
    ITUC rapport onderzoek hoe vrouwen beslissingen nemen over hun arbeidsleven. Het rapport bevestigt dat de zorg voor het huishouden en de kinderen nog steeds grotendeels op vrouwen neerkomt. Dit heeft een enorme invloed op hun carrièremogelijkheden en op werkpatronen. Het rapport is gebaseerd op onderzoek in 7 landen die deel uitmaken van het zogenaamde ‘Decisions for Life’-project van de ITUC en op online vragenlijsten uit 43 landen. (B28540)

  • SCP; CBS; Merens, A.; Hermans, B.; [et al.], Emancipatiemonitor 2008
    Den Haag : SCP, 2009.
    SCP-publicatie, nr. 2009/2
    In de Emancipatiemonitor 2008 wordt nagegaan of het emancipatieproces in de richting gaat die het emancipatiebeleid voor ogen staat. Dit gebeurt door het presenteren van de meest recente cijfers over de positie van vrouwen en mannen op de volgende terreinen: onderwijs, betaalde en onbetaalde arbeid en de combinatie van arbeid en zorg, inkomen, politieke en maatschappelijke besluitvorming, geweld tegen vrouwen en – voor het eerst in deze monitor – gezondheid. Deze Emancipatiemonitor laat zien dat er weer vaart zit in het emancipatieproces. Niet op alle terreinen even veel. De arbeidsdeelname van vrouwen bijvoorbeeld is flink gestegen. Maar de economische zelfstandigheid van vrouwen ontwikkelt zich slechts langzaam. Ook de doorstroom van vrouwen naar topfuncties verloopt nog traag. (B27591)

  • Versantvoort, M., Ouderschapsverlof; carrièrestop of -stap? : een schets van de sociaal-economische effecten van verlof en de beleidsmatige dilemma’s die daaruit volgen
    Leiden : Universiteit Leiden, 2007. 17 p.
    Onderzoeksmemorandum 2007.03. Hervorming Sociale Zekerheid
    Streven naar een toename van de arbeidsparticipatie en emancipatie van vrouwen staat reeds geruime tijd hoog op de beleidsagenda in Nederland. In het regeerakkoord worden verlenging van de duur van het recht op ouderschapsverlof en een verdere subsidiëring van dit verlof middels de levensloopregeling genoemd als mogelijke doeltreffende maatregelen. Dit onderzoeksrapport poogt - op basis van internationale vergelijkingen van welvaartsstaten en inzichten uit de theoretische en empirische literatuur over de gevolgen van loopbaanonderbrekingen - een beeld te geven van de te verwachten effecten van deze maatregelen voor participatie, inkomen en emancipatie van vrouwen. Het schetst een niet uit te sluiten trade-off: uitbreiding van het recht op ouderschapsverlof zou onder voorwaarden kunnen leiden tot verhoogde baankansen van vrouwen, maar dit mogelijke positieve effect gaat naar verwachting samen met een lagere beloning en verminderde carrièremogelijkheden voor vrouwen in algemeenheid. (B26014)

  • Mees, H., Weg met het deeltijdfeminisme : over vrouwen, ambitie en carrière
    Amsterdam : Nieuw Amsterdam, 2007.
    In 'Weg met het deeltijdfeminisme! wordt het meest urgente uit Mees' columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht. Niet alleen mogen mannen in de ogen van Mees best wat meer zorgtaken op zich nemen, ook moeten vrouwen reëel uitzicht krijgen op topfuncties. (B25989)

  • E-Quality; Plantenga, J.; Kok, L., Nederland werkt en moeder ook
    Den Haag : E-Quality, 2007.
    Emancipatie in Nederland heeft een nieuwe impuls nodig. De arbeidsparticipatie van vrouwen stijgt weliswaar, maar de groei blijft achter bij de streefcijfers uit het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010. Het nieuwe kabinet heeft in zijn regeerakkoord onder andere financiële prikkels voorgesteld om de arbeidsparticipatie van vrouwen te bevorderen. Vanuit economisch perspectief toetsen de auteurs de voorstellen uit het regeerakkoord en geven zij antwoord op de volgende vragen: Wat moet er gebeuren om de arbeidsparticipatie van vrouwen te bevorderen?; En wat moeten we vooral niet doen?; Wat schieten vrouwen (en mannen) ermee op als ze meer gaan werken?; Worden ze daar gelukkiger van? (B25849)

  • SCP; CBS; [et al.], Emancipatiemonitor 2006 : veranderingen in de leefsituatie en levensloop
    Den Haag : SCP, 2006.
    SCP-publicatie, nr. 2006/22
    In deze vierde editie van de Emancipatiemonitor zijn wederom de cijfers bijeengebracht over onderwerpen als: arbeidsparticipatie, economische zelfstandigheid, geweld tegen vrouwen, het aandeel vrouwen op hogere en besluitvormende functies en het aandeel van mannen in de onbetaalde arbeid. In drie verdiepende hoofdstukken wordt een aantal veelvoorkomende veronderstellingen over emancipatie nader onderzocht: de veronderstelling dat de voorzieningen om arbeid en zorg te combineren in Nederland minder goed zijn dan in andere westerse landen, en dat dit het grote aantal in deeltijd werkende vrouwen verklaart. Ten tweede dat het emancipatieproces in de stad sneller verloopt dan op het platteland. En de veronderstelling dat nieuwe generaties vrouwen en mannen geëmancipeerder zijn dan oudere generaties. In de epiloog ten slotte wordt ingegaan op de vraag waarom het emancipatieproces niet sneller verloopt. (B25382)

  • SCP; [et al.], Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2006.
    De atlas biedt een breed en diepgaand zicht op de maatschappelijke positie en participatie van deze vrouwen. De volgende thema’s komen aan de orde: onderwijs, betaalde arbeid, de combinatie van betaalde arbeid en zorg, inkomens, gezondheid, geweld tegen meisjes en vrouwen, vrijetijdsbesteding, deelname aan de ‘civil society’ en politieke participatie. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar vrouwen uit de vier grootste groepen allochtonen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Maar bij sommige onderwerpen komen ook enkele grote, zogenoemde ‘nieuwe’ groepen aan bod: Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Joegoslaven en Somaliërs. De groepen vrouwen worden steeds onderling én met autochtone vrouwen vergeleken, evenals met de mannen uit de eigen etnische groep.
    De atlas levert beschrijvingen en verklaringen van verschillen tussen groepen. Er is nagegaan of de huidige situatie verschilt met wat de Nederlandse regering in haar emancipatiebeleid voor ogen heeft. Samenvattende reportage ook aanwezig. (B24583)

  • Min. SZW; [et al.], De glazen muur : vijf essays over nut en noodzaak van het doorbreken van de schotten tussen vrouwen- en mannenberoepen
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    De bundel bevat vijf essays van acht wetenschappers over seksesegregatie op de arbeidsmarkt en drie interviews. Lex Borghans en Andries de Grip, betogen in hun essay 'Beroepensegregatie op de Nederlandse arbeidsmarkt: een economisch perspectief' dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in de afgelopen decennia flink is gestegen en dat de beroepensegregatie tussen mannen en vrouwen is afgenomen. Zij zien vooral nog knelpunten in de arbeidsvoorwaarden, die nu nog voornamelijk zijn afgestemd op de voorkeuren van de dominante groep in bepaalde bedrijven en arbeidsmarktsectoren. Dat heeft tot gevolg dat ‘mannenberoepen’ voor vrouwen minder aantrekkelijk zijn, en omgekeerd. Jolande Sap en Joop Schippers vinden in hun essay 'Moderne levenslopen bieden kans voor doorbreken beroepensegregatie' dat ontschotting van mannen- en vrouwenberoepen geen doel op zich moet zijn. Zij zien meer in het aanpakken van de verouderde levenslooppatronen en pleiten voor een samenhangend levensloopbeleid met als kern een goede infrastructuur voor arbeid, zorg en scholing, die toegankelijk is voor vrouwen en mannen van alle opleidingsniveaus. Ruben Gowricharn zegt in zijn essay "Culturele diversiteit in horizontale beroepensegregatie' dat aan de beroepenscheiding tussen de seksen zowel collectieve cultuurpatronen als individuele voorkeuren ten grondslag liggen. Remke Klapwijk en Els Rommes vinden in hun essay 'Voorbij de twee seksen: inspelen op uiteenlopende loopbaanoriëntaties van middelbare scholieren' dat meisjes te veel als homogene groep worden behandeld bij de voorlichting over profielen en sectoren in het voortgezet onderwijs, en bèta/technische vervolgopleidingen. Judith de Ruijter gaat in haar bijdrage 'Genderaspecten in beroepscompetentieprofielen' na in hoeverre genderaspecten een rol spelen bij de opstelling van de profielen. Er blijkt wel degelijk sprake te zijn van ‘genderruis’. Zo blijken er voor ‘vrouwenberoepen’ beduidend minder vakmatige competenties te worden beschreven dan voor ‘mannenberoepen’, (B24550)

  • Visitatiecie Emancipatie; Min. SZW, Werkplan 2004 – 2007
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Op 25 juni 2004 is de Visitatiecommissie Emancipatie (VCE) ingesteld. Deze commissie zal in de periode tot 2007 de voortgang van het zogenoemde gender mainstreamingproces bij de Rijksoverheid beoordelen en stimuleren. Volgens het instellingsbesluit van 29 juni 2004 heeft de Visitatiecommissie Emancipatie de volgende taken: a. Het toetsen van de integratie van het man/vrouw-perspectief in beleidsontwerp en beleidsuitvoering; b. Het inzicht geven aan de verantwoordelijke bewindspersonen in verbeteringsmogelijkheden en het aanwijzen van de beleidsdomeinen die bij voorrang extra aandacht behoeven; c. Het in kaart brengen van goede voorbeelden en deze ter beschikking stellen aan bewindspersonen; d. Het inzicht geven in de algehele voortgang van de uitvoering van de gender mainstreaming en het zonodig doen van voorstellen tot bijstelling daarvan aan de coördinerend bewindspersoon voor emancipatie. Op 14 juni 2004 heeft de minister in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de visitatiecommissie gevraagd zal worden haar taken uit te breiden met een onderzoek naar de rol en positie van de basisorganisaties op het gebied van emancipatie. De visitatiecommissie heeft dit verzoek aanvaard en in dit werkplan verwerkt. (B23228)

  • Min. SZW; Min. BUZA, The Netherlands : ten years after Beijing : second national implementation report
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    De rapportage bevat de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van emancipatiebeleid in Nederland en de aandachtsgebieden uit het slotdocument Platform for Action, dat in 1995 op de VN-Wereldvrouwenconferentie te Beijing tot stand kwam. (B23069)

  • SCP; [et al.], Emancipatie in estafette : de positie van vrouwen en meisjes uit etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2004.
    SCP-onderzoeksrapport, nr. 2004/1
    In deze uitgave wordt de positie van in Nederland woonachtige Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Molukse vrouwen beschreven. Hun positie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt staat centraal. Ook wordt aandacht besteed aan hun inkomenspositie. Ook maakt dit rapport duidelijk dat sociaal-culturele aspecten een rol spelen bij de emancipatie van vrouwen uit de minderheden. Veel van de onderzochte groepen vrouwen bevinden zich in een kansarme positie. Vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen uit de eerste generatie, maar ook de veel jongere huwelijksmigrantes staan op aanzienlijke achterstand. Een kwetsbare groep is bovendien de groep alleenstaande Antilliaanse moeders. Niet vergeten worden dat er ook veel vrouwen uit de minderheden wel succesvol zijn in de Nederlandse samenleving. Surinaamse vrouwen redden zich bijvoorbeeld goed op de Nederlandse arbeidsmarkt. (B22502)

  • Min. SZW, Mannen worden er beter van. En vrouwen ook! : aanbevelingen
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Resultaten van de interactieve discussie 'Mannen worden er beter van. En vrouwen ook!'. De discussie ging op 16 januari 2003 van start en had als doel ideeën te verzamelen voor een vernieuwend emancipatiebeleid. In totaal is er tien weken gediscussieerd; ruim 18.000 mensen bezochten de website en er zijn bijna 1600 discussiebijdragen geplaatst. Na een aantal meningspeilingen en commentaarrondes zijn uiteindelijk de ideeën en suggesties verwerkt tot aanbevelingen aan de overheid. De aanbevelingen betreffen de volgende thema's: 'Je werk of je leven! Keuzevrijheid?'; 'Participatie. De waarde van werk'; 'Rechten en Veiligheid'. (B22166)

  • Min. SZW; [et al.], Doorwerking van Emancipatie-effect-rapportages in beleidsprocessen
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 278
    In het rapport is de vraag aan de orde hoe emancipatie-effectrapportages doorwerken in beleidsvorming en beleidsuitvoering. Voor een viertal beleidsprocessen is onderzocht of en hoe doorwerking van emancipatie-effectrapportages heeft plaatsgevonden. (B21501)

  • Min. SZW; [et al.], Emancipatie-effectrapportage Commissie Donner
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Emancipatie-effectrapportage op het rapport van de Cie Donner 'Werk maken van arbeidsgeschiktheid' (B19437). De rapportage is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. Overwegingen bij dit verzoek waren het feit dat een toenemend aantal vrouwen in de WAO komt, dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in sectoren met een hoog ziekteverzuim en dat de commissie Donner aan deze problematiek geen aandacht besteedt. De thema’s waarop de rapportage zich richt zijn: alleen volledige arbeidsongeschikten in de WAO, positie van arbeidsongeschikten, invoering referte-eis en afschaffing van de laagste wao-klassen. (B20896)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Integratie van gendergelijkheid : een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit
    Den Haag : AIV, 2002.
    Advies, nr. 25
    De sociale, economische en culturele positie van vrouwen en mannen vertoont wereldwijd nog grote verschillen. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft de (AIV) om advies gevraagd over de integratie van gendergelijkheid binnen ontwikkelingssamenwerking. In het advies worden lessen getrokken uit ervaringen van andere organisaties bij de integratie van gendergelijkheid. De meest succesvolle strategie blijkt het gelijkwaardig samenbrengen van het algemeen ontwikkelingsbeleid en het genderbeleid. De AIV doet vervolgens aanbevelingen over de institutionele voorwaarden voor duurzame integratie op het ministerie in Den Haag en de ambassades. Ook over de samenwerking met en in partnerlanden en met andere donoren worden
    aanbevelingen gedaan, waarna ter gedachtenbepaling enkele actuele thema ’s uit het buitenlands beleid worden belicht. De aanbevelingen zijn tenslotte uitgewerkt in een vragenlijst die elke organisatie en overheid zichzelf of anderen kan voorleggen als graadmeter voor de integratie van gendergelijkheid. (B20189)