Literatuurlijst Leven lang leren
SER-publicaties
- Boeken - Tijdschriftartikelen
- RWI; Sanders, J.; Keijzer, L.; Wijk, E. van; Geuskens, G., Duurzame inzetbaarheid : inventarisatie van doelgroepen en de noodzaak tot scholing
Den Haag : RWI, 2011. 89 p.
De centrale doelstelling van dit rapport is vertaald naar een drietal hoofdvragen:
1) In welke branches en in welke beroepsgroepen hebben werknemers een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt als het gaat om duurzame inzetbaarheid? 2) Hoe is de actuele situatie/positie van deze werknemers te typeren, gezien persoonlijke kenmerken, baankenmerken en ontwikkelingen in de branche (bijv. werkgelegenheid)? 3) Wat is op het gebied van scholing (nog) nodig, wenselijk en haalbaar om deze werknemers blijvend inzetbaar te houden op de arbeidsmarkt en hen perspectief te bieden? (B30487)
- RWI; Gielen, P.; Neut, I. van der; Nijman, D. J., Vakkrachten in ontwikkeling : praktische mogelijkheden om lageropgeleiden tot scholing te bewegen
Den Haag : RWI, 2011. 91 p.
Lageropgeleiden vormen een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Gerichte scholing kan hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren, maar in de praktijk blijkt dat de deelname van lageropgeleide werknemers aan scholing achterblijft ten opzichte van hoger opgeleiden. RWI heeft IVA beleidsonderzoek en advies gevraagd te onderzoeken hoe bedrijven de scholing van werknemers aanpakken, welke werkzame aanpakken de scholingsdeelname van lageropgeleiden vergroten en wat er nodig is om binnen bedrijven een cultuurverandering op gang te brengen, bij zowel werkgevers als werknemers. Het onderzoek focust expliciet op het stimuleren van scholing van lageropgeleide werknemers. (B30486)
- RWI, We worden er beiden beter van : investeren in de ontwikkeling van werknemers met een lage en/of verouderde opleiding
Den Haag : RWI, 2011. 37 p.
Dit advies start met een analyse in hoofdstuk 2. Ingegaan wordt op de relevante kenmerken van lager opgeleiden, het werk wat ze doen en hun positie op de arbeidsmarkt. Duidelijk wordt dat het ook voor deze groepen belangrijk is om te investeren in scholing en ontwikkeling. Het hoofdstuk sluit af met een opsomming van de drempels voor werknemers en hun werkgevers om te investeren in scholing en ontwikkeling, en de beschrijving van een aantal specifieke aandachtsgroepen. Hoofdstuk 3 roept op tot een investering in het leren van lager opgeleiden. Het beschrijft op hoofdlijnen wat partijen kunnen doen om het leren van lager opgeleiden te versterken. Er wordt ingegaan op de rol van werknemers, werkgevers, sectoren, regio’s en de landelijke overheid. Er gebeurt ook al het nodige. Het hoofdstuk beschrijft voorbeelden die mogelijk inspiratie kunnen bieden voor andere partijen. Daarnaast wordt aangegeven hoe de effectiviteit van initiatieven is te optimaliseren. Hoofdstuk 4 bevat een samenvatting van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. (B30485)
- IVA; SEOR; Nieuwenhuis, L.; Gelderblom, A.; Gielen, P.; Collewet, M. [et al.], Groeitempo leven lang leren : een internationale vergelijking
Tilburg : IVA, 2011. 163 p.
De cijfers over deelname aan leven lang leren die Eurostat levert op basis van de European Labour Force Survey (ELFS) fungeren als een belangrijke benchmark voor het beleid op dit terrein. De cijfers voor Nederland vertonen het laatste decennium weinig groei en blijven bovendien achter bij enkele landen die duidelijk hoger scoren: Denemarken, Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk. In deze studie wordt ingegaan op twee hoofdvragen:
In hoeverre zijn de verschillen tussen Nederland en de andere genoemde landen betrouwbaar, in de zin dat deze niet veroorzaakt worden door definitieverschillen en andere verschillen in meetmethoden? Als genoemde landen daadwerkelijk hoger scoren, wat zijn de achtergronden hiervan en welke lering kan hieruit getrokken worden? Om deze vragen te beantwoorden is in het onderzoek vanuit drie perspectieven naar de participatie aan leven lang leren gekeken: databronnen over, de context van en het beleid gericht op een leven lang leren zijn geanalyseerd. (B30191)
- TNO; Hazelzet, A.; Sanders, J.; Langelaan, S.; Giesen, F.; Keijzer, L., Stimuleren van scholing bij lager opgeleide werknemers : duurzame inzetbaarheid
Hoofddorp : TNO, 2011. 76 p.
TNO-rapport
Eindrapportage van het onderzoeksproject 'Leren en werken van laagopgeleide werknemers'. Scholing volgen is voor lager opgeleide werknemers geen vanzelfsprekendheid. Dit geldt voor werknemers die lang bij dezelfde werkgever werken en zeker voor werknemers die lang in dezelfde functie werken. Scholing is echter een belangrijk middel om (laagopgeleide) werknemers duurzaam inzetbaar te houden. Het onderzoek legt de basis voor het begrijpen en beïnvloeden van scholingsdeelname van laagopgeleiden. TNO voerde longitudinaal onderzoek uit onder laagopgeleide werknemers bij drie bedrijven naar de vraag hoe zij geprikkeld kunnen worden om een opleiding of cursus te volgen. Wat zorgt ervoor dat zij zich willen of kunnen ontwikkelen? Welke individuele psychologische processen spelen een rol en door welke factoren worden deze beïnvloed? (B30117)
- ROA; Borghans, L.; Fouarge, D.; Grip, A. de, Een leven lang leren in Nederland
Maastricht : ROA, 2011. 77 p.
ROA-R-2011/5
Dit rapport brengt het formele en informele leren en de kennisontwikkeling in Nederland in beeld aan de hand van drie peilingen van de ROA Levenslang Leren Enquête (2004, 2007 en 2010). Bevat de volgende hoofdstukken: Trends in het leren in Nederland; Werkinhoud; Wie traint en wie leert?; Ervaring, opbouw van menselijk kapitaal en mobiliteit. (B29986)
- Ruud de Moor Centrum; Open Universiteit; Diepstraten, I.; Wassink, H.; Stijnen, S.; Martens, R.; Claessen, J. , Professionalisering van leraren op de werkplek : jaarboek Ruud de Moor Centrum 2010
Heerlen : Ruud de Moor Centrum, 2011. 166 p.
Jaarboek waarin vier thema's centraal staan. De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van leraren. Het onderwijs staat steeds voor nieuwe uitdagingen die voortdurende professionalisering vragen. Het eerste deel benadrukt het belang van de aandacht voor het professionaliseren van leraren. In deel twee kijken we scherp naar wat de mogelijkheden en belemmeringen voor professionalisering. In het derde deel draait het om het gebruik van nieuwe instrumenten voor professionalisering: Leraar24 en Wikiwijs. In het laatste deel bekijkt de Ruud de Moor Centrum de tot nu behaalde onderzoeksresultaten en blikt vooruit. (B29921)
- TNO, Defensie en Veiligheid; Korteling, J. E.; Emmerik, M. L. van, Learning for life in older professionals
Soesterberg : TNO, Defensie en Veiligheid, 2010. 37 p.
TNO report, TNO-DV 2009 B641
Door ontgroening en vergrijzing zullen werkgevers in de toekomst steeds meer afhankelijk zijn van de inzet van hun oudere personeel in het arbeidsproces. Op zich is dat laatste geen probleem als dit oudere personeel voldoende gemotiveerd en productief blijft. TNO bracht, op basis van Leven-lang Leren, de principes in kaart waarmee deze doelstelling kan worden gerealiseerd. (B29367)
- SEO; Baarsma, B.; Theeuwes, J., Vouchers voor vaardigheden : over de rol van de overheid op de markt voor postinitieel onderwijs
Amsterdam : SEO, 2010.
SEO-rapport, nr. 2010-48
Dit rapport van SEO Economisch Onderzoek analyseert vanuit economisch perspectief de rol van de overheid op de markt voor postinitieel onderwijs. Er is geen officiële definitie van postinitieel onderwijs beschikbaar. Postinitieel onderwijs is hier gedefinieerd als op-, her- en bijscholing voor werkenden en werkzoekenden. Het initiële onderwijs verzorgt de startkwalificatie, dat wil zeggen het onderwijs dat leidt tot een diploma op havo-, vwo of mbo-2 niveau. Waarom moet de overheid zich bemoeien met het onderwijs gericht op werknemers en werkzoekenden? Wat kan overheidsingrijpen op de markt voor postinitieel onderwijs rechtvaardigen? Faalt deze markt? Welk overheidsingrijpen is geschikt om dit falen te corrigeren? Leidt het huidige overheidsingrijpen tot een beter werkende markt voor postinitieel onderwijs? Deze vragen worden in het rapport beantwoord. Uit het onderzoek blijkt dat de markt voor postinitieel onderwijs goed functioneert. Private organisaties zorgen voor een breed aanbod van opleidingen. De rol van de overheid op deze markt is beperkt. De twee belangrijkste overheidstaken zijn het stellen en handhaven van kwaliteitseisen en het voorkomen van concurrentievervalsing door publiek bekostigde instellingen die postinitieel onderwijs aanbieden. (B29157)
- ECORYS; Kans, K.; Stuivenberg, M.; Lubberman, J., EVC gemeten : een onderzoek naar het aantal gerealiseerde EVC in de periode 2005-2009
Rotterdam : ECORYS, 2010.
Dit rapport beschrijft de aantallen gerealiseerde EVC trajecten in de periode 2005-2009 en blikt daarbij ook vooruit naar de verwachtingen voor de toekomst. Eerst komt aan de orde het aantal EVC trajecten dat gerealiseerd is in 2009 en in de jaren ervoor. Vervolgens gaat het rapport in op de factoren die volgens EVC-aanbieders een stimulerende danwel remmende invloed hebben op het aantal EVC-trajecten. Ook komen de toekomstverwachtingen omtrent het aantal EVC-trajecten hier aan bod. Voorts gaat het rapport in op de mate waarin EVC wordt gevolgd door diplomering en/of een aanvullende opleiding. (B28928)
- Hiteq; Bettinger, J.; Alberda, F.; Boezeman, E.; Koole, S., Een leven lang leren in de techniek : autonomie + ondersteuning = motivatie
Hilversum : Hiteq, 2010.
In het rapport staat de volgende vraag centraal: 'Wat zet een werknemer in de technische sector ertoe aan om deel te nemen aan een leven lang leren?' Naast literatuuronderzoek naar de definitie van een leven lang leren en de stand van zaken (deel 1 van de publicatie), heeft Hiteq onderzoek gedaan naar psychologische factoren die van invloed kunnen zijn op een leven lang leren. Met name is gekeken naar de motivatie voor een leven lang leren bij werknemers uit de technische sector (deel 2). De belangrijkste conclusie: Werknemers die zelfstandig mogen werken, zijn eerder bereid om te leren. Als hun leidinggevende ze daarbij keuzes, inspraak en feedbackmogelijkheden biedt, stijgt de motivatie van werknemers en staan zij meer open voor leren. (B28857)
- Berg, N. van den; Sprengers, M., Stu(de)ren op ontwikkeling : zes perspectieven op een 'Leven lang leren'
Utrecht : BenPo, 2010.
De discussie over een 'leven lang leren' is en blijft actueel. Bundeling van de rijke oogst van de colleges en de daaropvolgende discussies. Schets van een gemeenschappelijk referentiekader voor beleid en activiteiten. (B28664)
- Ecbo; Poortman, C.; Visser, K., Leren door werk : de match tussen deelnemer en werkplek
Den Bosch : Ecbo, 2009.
Werkplekleren staat in het kader van een leven lang leren hoog op de agenda. Uitgebreid aandacht voor het middelbaar beroepsonderwijs. De feitelijke gang van zaken voor wat betreft vormgeving, voorbereiding, inhoud, afstemming en aansturing van de beroepspraktijkvorming komt aan de orde alsook de opbrengsten. Veel onderzoek is gericht op het optimaliseren van werkplekleren. (B28404)
- RWI, Scholing in crisistijd : resultaten van een onderzoek onder bedrijven met WTV en deeltijd-WW : notitie van bevindingen
Den Haag : RWI, 2009.
Deze notitie gaat in op de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoek gaat over de belangrijkste knelpunten die naar voren kwamen. Er wordt door het RWI een aantal oplossingsrichtingen aangegeven. (B28288)
- RWI; Grijpstra, D.; Ruig, L. de; Uitert, K. van; Consult; Research voor Beleid, Scholing in crisistijd : ervaringen van bedrijven met werktijdverkorting, deeltijd-WW of VWNW
Den Haag : RWI, 2009.
De RWI gaat in op de belangrijkste knelpunten die in het onderzoek naar voren kwamen. Verder worden relevante oplossingsrichtingen aangegeven. Uit het onderzoek blijkt dat de scholingsverplichting bij WTV en deeltijd-WW een impuls geeft aan scholing. Bedrijven lopen echter tegen een aantal knelpunten aan. Zeker bij langere scholingstrajecten is bijvoorbeeld de financiering een probleem. Ook zouden de voorlichting en ondersteuning beter kunnen. (B28289)
- SEO ; Klaveren, C. van ; Heyma, A., Employability naar bedrijfsomvang
Amsterdam : SEO, 2008.
SEO-rapport, nr. 2008-57
Empirisch onderzoek naar het verschil in de employability van werknemers tussen grote en kleine bedrijven. Econometrische analyse van de invloed van bedrijfsgrootte op werkloosheidsduur, arbeidsloon, baanmobiliteit en uittredingsleeftijd als indicatoren van employability. (B28218)
- Onderwijsraad, Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen
Den Haag : Onderwijsraad, 2009. 100 p.
Deze verkenning van de Onderwijsraad gaat in op de aanbodkant van een leven lang leren. De verkenning gaat na welke mogelijkheden de minister van OCW heeft om het aanbod van middelbaar (mbo niveau 4) en hoger onderwijs voor volwassenen te verbeteren en de effectiviteit van het onderwijs te vergroten. De raad gaat in op vier functies van het volwassenenonderwijs. In de eerste plaats de reparatiefunctie: degene die te weinig opleiding heeft gevolgd op jonge leeftijd, moet dat later kunnen inhalen; in de tweede plaats hulp bij de wisseling in loopbaan; in de derde plaats het bij de tijd blijven en vooruit willen komen in de samenleving; en ten slotte de sociaal-culturele en persoonlijke functie: mensen leren niet alleen voor hun arbeidsloopbaan maar ook om zich in algemene zin te blijven ontwikkelen. De raad wil een duidelijker aanbod van middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen. De raad wil dit zowel aan de private kant, waar het merendeel van de deelnemers zit, als aan de publieke kant die verzorgd wordt door roc’s, hogescholen en universiteiten. Aan de private kant stelt de raad voor dat het aanbod de lat van het Europees Kwalificatiekader volgt, zodat duidelijk is op welk niveau een aangeboden cursus staat. Aan de publieke kant wil de raad meer deeltijdaanbod, vooral in het hoger onderwijs. (B27968)
- Denktank Leren en Werken; Min. OC en W; Min. SZW, Tijd voor ontwikkeling : advies van de Denktank Leren en Werken over het stimuleren van een leven lang leren in Nederland
Den Haag : Min. OC en W, 2009.
In het rapport doet de Denktank concrete aanbevelingen om leven lang leren in Nederland te stimuleren. De Denktank adviseert om zogenaamde werkleercontracten af te sluiten tussen werkgever en werknemer. De bedoeling is dat in dit contract voor het eerst wettelijk verplichtende afspraken over scholing worden gemaakt. Naast het werkleercontract levert de Denktank ook andere adviezen om de leercultuur te versterken. Zo moeten opleidingscheques voor werknemers het opleidingsniveau verder verhogen. Hiermee kunnen werknemers en werkzoekenden op eigen initiatief een passende opleiding volgen. In eerste instantie is de cheque bedoeld voor oudere werknemers, laagopgeleide werknemers en parttimers. Ook vindt de Denktank dat sociale partners meer mogelijkheden moeten scheppen voor leren op het werk. Zo zouden werknemers regelmatig van functie moeten wisselen. Deze oproep richt zij met name tot het midden- en kleinbedrijf waar scholing minder vaak plaatsvindt. Tot slot wil de Denktank scholingsmogelijkheden voor mensen met een uitkering verplichten.
Zie ook bijlagen B 27926 Leren en werken / ROA; B 27933 Instrumentarium om deelname aan postinitiële scholing te vergroten / SEOR; B 27934 Verschillen in leerculturen tussen sectoren / IVA; B 27935 Werkt het scholingsbudget? / TIER (B27932)
- SEOR; Gelderblom, A.; Collewet, M.; Koning, J. de; Erasmus Universiteit Rotterdam; Denktank Leren en Werken, Instrumentarium om deelname aan postinitiële scholing te vergroten : onderzoek voor de Denktank Leren en Werken
Rotterdam : SEOR, 2009.
Rapport in opdracht van de Denktank Leren en Werken over postinitiële scholing voor zowel werkenden als niet-werkenden. Het rapport bespreekt de knelpunten voor deelname aan scholing. Vervolgens geeft het een overzicht van het instrumentarium om scholing te bevorderen en de effectiviteit hiervan. De bespreking van dit instrumentarium is zo goed mogelijk geclusterd aan de hand van de meest beoogde doelgroep. Achtereenvolgens betreft dit werkgevers, werknemers, niet-werkenden en onderwijsinstellingen. Tot slot behandelt het rapport een aantal wat bredere randvoorwaarden die een duidelijke relatie hebben met de deelname aan post-initiële scholing, namelijk loopbaan- en beroepskeuzebegeleiding, erkenning van verworven competenties (EVC) en competentie test centra (CTC). Bijlage bij B 27932 Tijd voor ontwikkeling. Zie ook B 27926 leren en werken / ROA; B 27934 Verschillen in leerculturen tussen sectoren / IVA; B 27935 Werkt het scholingsbudget? / TIER (B27933)
- IVA; Gielen, P. M.; Woudstra, L. S. E.; Nieuwenhuis, A. F. M.; Kirschner, P.; Zantvliet, P. I. van, Verschillen in leercultuur tussen sectoren
Tilburg : IVA, 2009.
Onderzoek in opdracht van de Denktank Leren en Werken. Dit onderzoek betreft een vergelijking tussen bedrijfstakken / sectoren die gekenmerkt worden door een sterke dan wel een zwakke leercultuur met als doel te zoeken naar verklarende variabelen die een leven lang leren stimuleren. Welke institutionele factoren werken bevorderend dan wel belemmerend op een leven lang leren? En is hierbij een onderscheid te maken tussen specifieke en generieke interventies? Ook stelt men een internationale dimensie voor, door de vergelijking door te trekken naar een EU-land (Denemarken) dat bekend staat om zijn sterke leercultuur. Bijlage bij B 27932 Tijd voor ontwikkeling Zie ook: B 27926 leren en werken / ROA; B 27933 Instrumentarium om deelname aan postinitiële scholing te vergroten / SEOR; B 27935 Werkt het scholingsbudget? / TIER (B27934)
- Topinst. Evidence Based Education Research, TIER; UVA; Universiteit Maastricht; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Denktank Leren en Werken, Werkt het scholingsbudget?
Amsterdam : TIER, 2009.
Onderzoek in opdracht van de Denktank Werken en Leren. De Denktank wil een overzicht over wat er bekend is over individuele scholingsbudgetten. Dit literatuuroverzicht beoogt inzicht te verschaffen in drie vragen die de Denktank heeft gesteld: 1. Wat zijn de kenmerken van soortgelijke regelingen als een individueel scholingsbudget in het buitenland?; 2. Onder welke omstandigheden werkt een individueel scholingsbudget en voor wie?; 3. Dienen er speciale maatregelen genomen te worden om ervoor te zorgen dat specifieke groepen, in het bijzonder laagopgeleiden, ouderen en werknemers in het MKB, gebruik maken van het scholingsbudget? Het literatuuronderzoek bestaat uit drie onderdelen: a) een overzicht van vergelijkbare regelingen als een individueel scholingsbudget in het buitenland, b) een analyse van de voorwaarden waaronder een individueel scholingsbudget (kosten)effectief is en c) een analyse van de maatregelen die moeten worden genomen waaronder specifieke groepen gebruik maken van het scholingsbudget. Bijlage bij B 27932 Tijd voor ontwikkeling. Zie ook B 27926 Leren en werken / ROA; B 27933 Instrumentarium om deelname aan postinitiële scholing te vergroten / SEOR; B 27934 Verschillen in leerculturen tussen sectoren / IVA (B27935)
- ROA; Fouarge, D.; Grip, A. de; Nelen, A.; Denktank Leren en Werken, Leren en werken
Maastricht : ROA, 2009.
ROA-R-2009/3
De vraag is wat nodig is om ervoor te zorgen dat individuen en organisaties zich optimaal blijven ontwikkelen. De volgende vragen vormen de leidraad van dit rapport: Welke sociaaleconomische processen wekken bij mensen en bedrijven een leerbehoefte?; Hoe wordt in deze behoefte voorzien door informele leerprocessen en formele scholing en hoe zijn deze aan elkaar gerelateerd?; Welke persoonlijke factoren en kenmerken van het werk zijn van invloed op de participatie in formele en informele leeractiviteiten?; Zijn er verschillen in de effecten van het formele en informele leren tussen bepaalde typen werknemers en tussen het MKB en groot bedrijf?; Hoe worden bedrijven en individuen geprikkeld om zich optimaal te blijven ontwikkelen? Bijlage bij B 27932. Tijd voor Ontwikkeling Zie ook; B 27933 Instrumentarium om deelname aan postinitiële scholing te vergroten / SEOR; B 27934 Verschillen in leerculturen tussen sectoren / IVA; B 27935 Werkt het scholingsbudget? / TIER (B27926)
- Kroeger, P. G.; Zondag, J.; Benammar, K.; [et al.], Kennis loont 2007-2011 : 24 visies van lectoren op het regeringsbeleid
[Amsterdam] : Dutch University Press, 2007.
Adviezen voor het regeringsbeleid van lectoren van hogescholen. De adviezen hebben betrekking op de volgende thema's: levenlang leren; technologie voor de samenleving; veiligheid en recht; sociale innovatie; een slimmer, creatiever land; arbeid en zorg. (B27768)
- MBO-raad, Goed bestuur in de bve-sector : branchecode over bestuur, toezicht en horizontale dialoog in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie
[De Bilt] : MBO-raad, 2009.
Afspraken en handreikingen op het terrein van bestuur, toezicht en horizontale dialoog, geldend voor de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. (B27652)
- Heerma van Vos, G. J. J.; [et al.], Scholing in het sociaal recht
Deventer : Kluwer, 2008.
Monografieën sociaal recht, nr. 46
Tegen de achtergrond van het toenemende belang van employability van de werknemer voor zowel de werkgever als de werknemer zelf, beoogt het boek een analyse te bieden van de plaats van scholing in het Nederlandse sociaal beleid; in het bijzonder van de uitwerking daarvan in het sociaal recht. Onder scholing wordt in dit verband verstaan scholing van werknemers en werklozen met het oog op hun positie op de arbeidsmarkt. De publicatie verkent het scholingsbeleid, de praktische regelingen voor scholing in het arbeidsrecht en het sociale verzekerheidsrecht en de mogelijkheid om scholing als sociaal recht beter te regelen. (B27442)
- Europese Cie, European employment observatory review : autumn 2007
Luxemburg : EG, 2008.
Het thema van deze editie is een leven lang leren en ontwikkeling van vaardigheden, met de nadruk op gender en leeftijd. De uitgave bevat artikelen over dit onderwerp, per lidstaat. Alsmede over Kroatië, Turkije en Noorwegen. (B27293)
- CPB; Minne, B.; Steeg, M. van der; Webbink, D., Skill gaps in the EU : role for education and training policies
Den Haag : CPB, 2008.
CPB document, nr. 162
De Europese Commissie wil dat Europa de sterkste economische regio in de wereld wordt. Onderwijs is belangrijk om dat doel te bereiken. Tekorten in kennis en vaardigheden staan een economische structuur in de weg die past bij de productiviteit van de meest concurrerende regio in de wereld. Dit rapport gaat in op de volgende vragen: Wat is een tekort aan kennis en vaardigheden?; Wat is de rol van onderwijsbeleid vergeleken met andere vormen van economisch beleid om kennistekorten te voorkomen? Welke oplossingsrichtingen van onderwijsbeleid zijn effectief om die tekorten te voorkomen? (B26851)
- NTN Leren en Werken; EQUAL; Agentschap SZW; Hoedt, M. den; Vries, S. de; Metsemakers, W., Ruimte geven aan persoonlijke kracht en samenwerking in de keten leren en werken : resultaten van de tweede tranche EQUAL-projecten : eindrapport EQUAL Nationaal Thematisch Netwerk Leren en Werken
Den Haag : Agentschap SZW, 2007.
Het NTN Leren en Werken presenteert in deze eindrapportage de door de projecten ontwikkelde good practices en doet aanbevelingen over de mogelijkheden voor beleid en uitvoering om op het terrein van leren en werken te komen tot gelijke kansen. Om de geselecteerde good practices van de verschillende projecten op een gestructureerde manier te kunnen presenteren, heeft het NTN een viertal thema’s geformuleerd welke de rode draad vormen in de succesvolle aanpak van deze projecten: 1. Voortrajecten; 2. Regionale samenwerking en werkgeversperspectief; 3. (H)erkennen van competenties, o.a. de EVC methodiek en de rol van docenten; 4. Langer doorwerken van oudere medewerkers. (B26823)
- Haan, E. de, Leren met collega's : praktijkboek intercollegiale consultatie
Assen : Van Gorcum, 2006.
'Leren met collega’s' is geschreven vanuit de gedachte dat professioneel werken tegenwoordig steeds meer ‘permanent leren’ en ‘persoonlijke ontwikkeling’ vraagt. Het boek bestaat uit vier delen: Intercollegiale consultatie; Begeleiding; Leren van ervaringen; Van consultatie- naar leergroepen. 3e dr. (B26811)
- Min. OC en W, Werken aan vakmanschap : strategische agenda beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 2008-2011
Den Haag : Min. OC en W, 2008.
Hoofddoel van de agenda is dat het aanbod van het beroepsonderwijs beter aansluit bij de vraag naar werknemers vanuit het bedrijfsleven. In de agenda 2008-2011 staan vijf beleidsdoelstellingen centraal: 1. Betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt 2. Verbetering van de onderwijskwaliteit; 3. Verbetering van de aansluitingen in de beroepskolom; 4. Actieve en duurzame participatie aan onderwijs en arbeidsmarkt; 5. Duidelijkere positionering van de educatie. (B26794)
- RWI, Een open en flexibele infrastructuur voor Leven lang leren : gezamenlijke inzet van sociale partners en VNG/gemeenten - verenigd in de Raad voor Werk en Inkomen - en het publieke en private onderwijsveld, i.s.m. het Nationaal Initiatief ‘Lang Leve Leren’
Den Haag : RWI, 2008.
Een brede coalitie van publieke en private onderwijsorganisaties, sociale partners en gemeenten gaat actie ondernemen om het opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking te verhogen. Centraal in een gezamenlijk actieplan staat het ontwikkelen van een ‘tweede leerweg’ voor werkenden en werkzoekenden, die voorziet in de veranderende en – vooral ook kwalitatief – stijgende vraag van werkgevers naar goed opgeleid personeel. Leidend is hierbij de behoefte zoals die zich op de regionale en sectorale arbeidsmarkt manifesteert. (B26637)
- MKB-Nederland; TNS NIPO, Personeel op peil : onderzoek naar de positie van mkb-werknemers
Delft : MKB-Nederland, 2007.
Onderzoek onder werkgevers én werknemers naar de scholingsactiviteiten in bedrijven tot 100 medewerkers. Uit het onderzoek blijkt dat het vooral de werkgevers zijn die zich actief inzetten voor scholing. Werknemers zien wel het belang, maar hebben geen behoefte aan scholing. Werknemers van 46 tot 55 jaar springen er in negatieve zin uit. Zij vinden een leven lang leren het minst belangrijk. Uit het onderzoek blijkt verder dat ruim 80 procent van de werklozen die in dienst treden bij een bedrijf extra scholing nodig heeft om het werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Ook net afgestudeerde kunnen niet zonder meer aan de slag. Van hen heeft 60 procent aanvullende scholing nodig als zij voor het eerst aan het werk gaan. (B26274)
- Dungen, M. van den; Devekot, R.; Maes, M.; Pijls, T.; Reus, J. de; Kenniscentrum EVC, EVC op weg : ambities, ontwikkeling en issues
Utrecht : kenniscentrum EVC, 2007.
EVC (Elders verworven competenties) is een van de sleutelbegrippen in de ontwikkeling naar een kennissamenleving. De publicatie ‘EVC op weg’ geeft een beeld van de stand van zaken van EVC in Nederland. Dat gebeurt vanuit verschillende perspectieven: van beleid en regio’s tot organisaties en EVC-aanbieders. Naast goede voorbeelden worden ook hobbels en valkuilen genoemd die overwonnen moeten worden om van EVC een doorslaand succes te maken. (B26493)
- Colard, R.; Donners, M., Het O&O-fonds als loopbaanpartner
Amsterdam : Zeggenschap, 2007.
Doel van het onderzoek is om te kijken hoe O&O-fondsen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van werknemers om hun werkzekerheid te vergroten. Tien fondsen hebben deelgenomen. Er is onderzoek gedaan naar de invulling van de beleidscyclus, de invloed van de omgeving en de keuzes in beleid. Het onderzoek is ingevuld vanuit de invalshoek van de werknemers i.p.v. het onderwijs.
Gedeeltelijk gefinancierd door het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie. (B26459)
- Allen, J. ; Grip, A. de; ROA, Skill obsolescense, lifelong learning and labor market participation
Maastricht : ROA, 2007.
Research memorandum, nr. ROA-RM-2007/6
De vraag is of technologische verandering, veroudering van ervaring met zich mee brengt en in welk opzicht dat te maken heeft met levenlang leren. Het onderzoek spitst zich toe op oudere Nederlandse werknemers (tussen 40 en 62). Er wordt onderzoek gedaan met 2 modellen, een statisch en een dynamisch model. Met conclusies. (B26201)
- OSA; [et al.], Werkt scholing? het effect van opleiding en post-initiële scholing op arbeidsparticipatie en de loonvoet
Tilburg : OSA, 2006.
OSA-publicatie, nr. A219
Onderzoek naar het effect van scholing – zowel initiële (schoolse opleidingen) als postinitiële scholing (cursussen voor werkenden) – op de arbeidsparticipatie en de beloning van mensen. De centrale vraag is of een hogere initiële opleiding en (meer) post-initiële cursussen daadwerkelijk leiden tot een hogere arbeidsparticipatie en bijdragen aan een hogere beloning. Op het eerste gezicht lijkt meer scholing ertoe te leiden dat mensen vaker deelnemen aan betaalde arbeid (ook wat betreft het aantal uren) en een hoger gemiddeld loon bereiken. Dit effect is vooral zichtbaar bij vrouwen en oudere mannen. Uit een nadere analyse blijkt dat deze effecten niet zozeer het gevolg zijn van de genoten scholing, maar in sterke mate worden bepaald door verschillen in persoonlijke kenmerken tussen hoger en lager opgeleiden, waarbij bijvoorbeeld te denken valt aan verschillen in motivatie, doorzettingsvermogen, intelligentie en sociale vaardigheden. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de aard en de richting van het onderwijs en de cursussen van belang zijn. (B25275)
- OECD; [et al.], ICT and learning : supporting out-of-school youth and adults
Parijs : OECD, 2006.
Education and training policy
In zowel de geïndustrialiseerde landen als de ontwikkelingslanden hebben onderwijsgevenden hoge verwachtingen van ict. ICT wordt gezien als een krachtig hulpmiddel om onderwijsprestaties naar een hoger niveau te tillen en scholing voor achterstandsgroepen toegankelijker te maken. Kunnen deze verwachtingen worden waar gemaakt? En heeft het bijzondere relevantie voor de behoeften van de niet schoolgaande en voor volwassenen met ontoereikende onderwijskwalificaties en lage geletterdheidvaardigheden? De publicatie bevat de volgende bijdragen: ICT in adult education: defining the territory; Adult learning and ICT: how to respond to the diversity of needs; Connections between in-school and out-of-school ICT programmes for youth; Reaching the most disadvantaged with ICT: what works?; Lessons on the uses of ICT for out-of-school youth and adults in developing countries; ICT in non-formal and adult education: reflections on the roundtable (B24967)
- Hövels, B., OECD-project 'The role of qualification systems in promoting life long learning' : Country report: The Netherlands
Nijmegen: Kenniscentrum beroepsonderwijs Arbeidsmarkt, 2004.
Overzicht van de belangrijkste karakteristieken van het kwalificatiesysteem in Nederland met betrekking tot leven lang leren. Speciale aandacht voor beroepsonderwijs en training. Belangrijkste conclusie is, dat het systeem in Nederland veel ingrediënten heeft om het leven lang leren te stimuleren. (B24833)
- Stichting van de Arbeid, Naar brede en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt : aanbevelingen over scholing en employabilitybeleid
Den Haag : StvdA, 2006.
Publicatienr. 7/06
Sociale partners in de Stichting van de Arbeid hebben op 13 maart 2006 een nota vastgesteld over scholing en employability van werknemers onder de titel: 'Naar brede en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt'. De nota vloeit voort uit de afspraken die op 1 december 2005 met het kabinet zijn gemaakt tijdens de zogenaamde Werktop. Deze nota kan gezien worden als de bedoelde actualisering van de Stichtingsnota van 15 maart 2001: Werk maken van employabilitybeleid, publicatienr. 2/01 (B24722)
- PvdA, Scholing op de arbeidsmarkt
Z.p. : PvdA, 2006.
Scholingsplan van de PvdA. Het plan heeft als uitgangspunt dat iedereen in de gelegenheid moet zijn zich flexibel over de arbeidsmarkt te bewegen: jong en oud, laag en hoog opgeleid, werkend en werkzoekend. De PvdA kiest daarom voor een mix van maatregelen waarmee iedereen de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen. In de notitie wordt onderscheid gemaakt naar drie verschillende groepen (potentiële) werknemers: Mensen zonder startkwalificatie; Hoger opgeleiden (HBO en WO); en Overigen. Leden van deze groepen kunnen op de arbeidsmarkt in grofweg vier verschillende situaties behoefte hebben aan scholing: A. Vóór toetreding tot de arbeidsmarkt (initiële scholing); B. Als werknemer (zonder dreigend ontslag); C. Bij dreigend ontslag (bijvoorbeeld in een traject van-werk-naar-werk); D. Als werkzoekende. Samen leveren deze drie groepen en vier situaties twaalf combinaties op waarin werkgever, werknemer en overheid telkens een iets andere rol hebben. In de notitie worden deze combinaties besproken en wordt per combinatie vermeld welke extra acties nodig zijn om de scholingsactiviteiten op het gewenste hoge niveau te brengen. (B24477)
- CDA, Investeren in kenniseconomie : een discussienotitie over innovatie, arbeidsmarkt en onderwijs : discussienotitie
Den Haag : CDA, 2005.
De discussienotitie is een rechtstreeks gevolg van de zogeheten Fonteinavonden die het CDA najaar 2003 organiseerde. Tijdens deze ledenraadpleging plaatsten de leden het onderwerp kenniseconomie, arbeidsmarkt en onderwijs op de tweede plaats van de politieke agenda van het CDA. Centrale vraag in de discussienotitie is hoe in ons land de arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit kunnen worden verhoogd. In het rapport worden op de terreinen innovatie, arbeidsmarkt en onderwijs in totaal tien kernvraagstukken geformuleerd: Innovatie: 1. Van kennis naar kassa, 2. Keuze sleutelgebieden, 3. Innovatie in maatschappelijke sectoren, 4. Bevordering ondernemerschap; Arbeidsmarkt: 5. Levensloopbeleid, 6. Employability en ontslagrecht, 7. Sociale innovatie; Onderwijs: 8. Een leven lang leren, 9. Aansluiting onderwijs en bedrijfsleven, 10. Kennismigratie. (B24389)
- Stichting van de Arbeid, Werktop van kabinet en Stichting van de Arbeid d.d. 1 december 2005
Den Haag : StvdA, 2005.
Publicatienr. 8/05
Op 30 november jl. heeft een overleg plaatsgevonden tussen kabinet en Stichting van de Arbeid waar afspraken zijn gemaakt om de arbeidsdeelname onder diverse groepen te vergroten. De afspraken zijn vastgelegd in een 'Tripartiete Beleidsinzet' over scholing en werk met daaraan gekoppeld een door werkgevers en werknemers onderling overeengekomen Verklaring inzake reïntegratie bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. (B24406)
- SEOR; RWI; [et al.], Werkt scholing voor werklozen?
Den Haag : RWI, 2005.
Onderzoek uitgevoerd door SEOR in opdracht van het RWI. De centrale vraag luidt: Wat is uit de Nederlandse literatuur bekend over de effectiviteit van scholing bij reïntegratie van werkzoekenden, voor wie en onder welke condities? Deze vraag is uitgewerkt in drie deelvragen: Hoe is de scholing beleidsmatig ingezet bij reïntegratie in de afgelopen 10 tot 15 jaar en welke veranderingen zijn waar te nemen?; Wat is er bekend over de effectiviteit? Welke type scholing is effectief, en welke niet of minder? Hoe verschilt dit naar doelgroepen?; Onder welke beleidsmatige condities is de inzet van scholing bij reïntegratie effectief? In het onderzoek is gekeken naar de directe effecten voor degenen die geschoold worden, naar de effecten op de aansluiting tussen vraag en aanbod, de effecten op de ongelijkheid tussen groepen op de arbeidsmarkt en meer algemeen de effecten op de macro-economische ontwikkeling. De uitkomsten in termen van deelnemerskenmerken en (omvang van de) effectiviteit zijn redelijk constant in de tijd en lijken daarmee weinig gevoelig voor veranderingen in de context. Wel leiden de institutionele veranderingen tot aanpassingen in het type scholing dat de werklozen (kunnen) volgen en de beschikbare financiële middelen. Deze veranderingen worden echter niet ingegeven door factoren die niet rechtstreeks te maken hebben met de behoeften van de arbeidsmarkt of de effectiviteit. (B24345)
- Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Werken aan leren : bijdragen aan een beleidsagenda bve vanuit de leergang 2005
Amsterdam : MGK, 2005.
Max Goote Werkstukken
Jaarrapport van het Max Goote Kenniscentrum over de leergang met het thema "Kernopgaven voor het bve-stelsel 2005-2008". Bevat de volgende bijdragen: Beschouwing van voortijdig schoolverlaten in Europees perspectief; Uitvalvermindering door een leven lang leren; Val niet van het dak af! Een leven lang leren als beste basis voor kwaliteit van je loopbaan; De loopbaan van de deelnemer centraal in het kader van competentiegericht leren en opleiden; Het nieuwe toetsen in de bve: if you don't measure, you don't care...; Competentiegericht leren: welke kaders in personeelsbeleid zijn nodig voor competente onderwijsgevenden?; Innovatie en kennisdeling. (B24346)
- OECD, Education at a glance : OECD indicators 2005
Parijs : OECD, 2005.
Jaarlijkse rapportage met een internationale vergelijking van onderwijsstelsels in de OECD-landen op basis van een breed scala aan indicatoren. In de 2005 editie adviseert de OECD dat landen meer moeten doen aan onderwijs en training in alle fases van het leven (leven lang leren). Tot nu toe is scholing en training van werknemers te weinig gericht op laaggeschoolde werknemers en werkzoekenden. De studie geeft ook aan dat de salarisverschillen tussen beter opgeleide werknemers en mensen met lagere kwalificaties eerder groter dan kleiner worden. Verder komt uit de studie naar voren dat hogere uitgaven aan onderwijs niet noodzakelijkerwijs hogere kwaliteit met zich brengt. Zo kennen Australië, België, Finland, Japan en Nederland slechts gematigde uitgaven per student in lager en middelbaar onderwijs, maar boeken zij goede resultaten op het gebied van de prestaties van 15-jarigen. Wel heeft Nederland relatief veel voortijdige schoolverlaters. (B24102)
- CINOP; [et al.], De organisatie verandert mee : integraal herontwerp van onderwijs en organisatie vanuit het perspectief van teams
's-Hertogenbosch : CINOP, 2005.
Praktijkreeks, nr. 10
Publicatie over de implementatie van competentiegericht leren en opleiden (CLOP). Vier teams vertellen hoe zij hun organisatie aangepast hebben om een betere context voor CLOP te creëren. De aanpak in de vier casussituaties wordt naast elkaar gezet en met elkaar geconfronteerd. Overeenkomsten en verschillen worden zo zichtbaar. Aan de orde komen: het onderwijsproces, waarbij het ontwikkelingsstadium op weg naar competentiegericht leren in beeld wordt gebracht; de ambitie die het vertrekpunt vormde en op welke wijze de veranderaanpak vormgegeven is; het teamontwerp en de organisatie van werkprocessen; de samenwerking en het leren in teams; de stijl van leiding en management bij het aansturen van teams. (B24215)
- OSA; [et al.], Postinitiële scholing : van patsstelling naar pact
Tilburg : OSA, 2005.
OSA-publicatie, nr. A211
Dit rapport bevat een analyse van de ervaringen in Nederland met initiatieven ter stimulering van postinitiële scholing voor werkenden en werkzoekenden. In het rapport wordt in het bijzonder ingezoomd op de samenhang en synergie tussen de inspanningen van de overheid en de sociale partners om postinitiële scholing te stimuleren. De onderzoekers gaan na welke dilemma’s, kansen en beperkingen te onderscheiden zijn bij het bevorderen van postinitiële scholing. Geconcludeerd wordt dat de inspanningen van de overheid en de sociale partners bij het bevorderen van postinitiële scholing beter op elkaar moeten worden afgestemd. De combinatie werken en leren moet nog veel vanzelfsprekender worden. (B24058)
- TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Lager opgeleiden in beweging : employability van lager opgeleiden, aanbevelingen en praktijkvoorbeelden
Hoofddorp : TNO Arbeid, 2005.
De publicatie beschrijft tien voorbeelden van projecten en organisatiebeleid, waarbij met succes is geïnvesteerd in de employability van lager opgeleiden en/of in een aanpak om weerstanden tegen scholing en leren te doorbreken. Daarnaast bespreekt het rapport de achtergronden van weerstanden en diverse strategieën die werkgevers kunnen inzetten om invloed uit te oefenen op de beslissing van werknemers: strategieën gericht op een goede communicatie; strategieën die leren in een positieve sfeer plaatsen; strategieën gericht op effectief leren en blijven leren; strategieën gericht op een goede begeleiding gedurende het hele proces. (B24203)
- CDA, Wetenschappelijk Inst., De ontbrekende schakel : leerrechten als verbinding tussen arbeidsmarkt en onderwijs
Den Haag ; CDA, WI, 2004.
Rapport over leerrechten in het onderwijs. Leerrechten vormen een verbinding tussen arbeidsmarkt en onderwijs. Door het toekennen van leerrechten wordt levenslang leren bevorderd. Het rapport geeft een analyse van de leerbehoefte en het onderwijsaanbod. De conclusie luidt dat vraagsturing verbetering kan brengen in de aansluiting tussen vraag en aanbod van onderwijs en wel in de vorm van leerrechten. Daarna wordt het concept van leerrechten nader uitgewerkt, en bezien hoe het concept zich verhoudt tot nieuwe ontwikkelingen. Het rapport sluit aan bij eerdere WI-publicaties over levensloop en arbeidsmarkt. (B24000)
- CINOP; [et al.], Een leven lang leren in de praktijk : kansen voor ROC's
's-Hertogenbosch : CINOP, 2004.
Theoriereeks, nr. 12
Ondersteuning van een leven lang leren in werkorganisaties zal moeten aansluiten bij de veelvormigheid van werkgerelateerd leren. Dat kan niet alleen vanuit een traditionele onderwijsaanpak. Er zal een balans gevonden moeten worden tussen twee leermodellen: serieel - gestuurd door expliciete leerdoelen - en parallel - gestuurd door werk- en handelingsprocessen. Hier ligt een uitdaging voor ROC's: zij zijn goed in serieel leren maar nog onervaren in parallel leren. Het rapport beschrijft cases van leerprocessen binnen bedrijven die in verandering zijn en genereert aanbevelingen hoe dergelijke leerprocessen kunnen worden ondersteund met maatwerk vanuit een 'leerprofessionaliteit'. (B23180)
- Stichting van de Arbeid, Actieprogramma voor het leven lang ontwikkelen van competenties en kwalificaties
Den Haag : Stichting van de Arbeid, 2002.
Publicatienr. 01/02
De regeringsleiders van de Europese Unie hebben in 2000 in Lissabon afgesproken dat in 2010 de EU de leidende economie in de wereld dient te zijn. Nederland heeft daaraan toegevoegd dat het binnen de EU tot de top wil behoren. In de hedendaagse kenniseconomie betekent dit dat het maximale rendement gehaald moet worden uit onderwijs en scholing. De Stichting van de Arbeid is de afgelopen jaren al zeer actief geweest om handreikingen te doen aan het decentraal overleg om meer te investeren in employability. In de afgelopen twee jaar is er ook op Europees niveau in de Sociale Dialoog overleg geweest tussen de Europese federaties van werkgevers UNICE/UAPME en van werknemers ETUC (EVV). Het overleg in de Sociale Dialoog heeft geleid tot een actieprogramma ('framework of actions') bestaande uit een analyse van de context en een pakket van aanbevelingen. In het actieprogramma Leven Lang Leren wordt als een verantwoordelijkheid van drie partijen gezien: overheid, onderneming en werknemer. De overheid is primair aan zet voor het initieel onderwijs. Voor verdere scholing zijn de sociale partners primair verantwoordelijk, zowel individueel als collectief, maar de overheid is daarbij actief, zij stimuleert de andere actoren om te investeren in employability. Wat voor diverse landen met name vernieuwend is, is de verschuiving van employability beleid als uitsluitend een top down activiteit van de werkgever, naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij de werkgever deels richting geeft, maar ook condities schept voor de werknemer voor eigen verantwoordelijkheid en initiatief. Bij het initieel onderwijs hebben de sociale partners een inbreng bij het bepalen van startkwalificaties waaraan het basis- en voortgezet onderwijs en kwalificerende initiële opleidingen moeten voldoen. Verder worden nog de volgende punten behandeld: de evaluatie van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en met name de vernieuwing van de kwalificatiestructuur, het opzetten van profielen op basis van competenties, de verdere ontwikkeling van Erkenning Verworven Competenties (EVC) en scholing, assessment en loopbaanadvisering bij het employability-instrumentarium. Hierbij wordt ook de Nederlandse situatie geschetst. Er zijn 12 'good-practices' toegevoegd uit de diverse lidstaten met vermelding van één of meer contactpersonen en (mail)-adressen. Deze voorbeelden zijn in de Sociale Dialoog in Brussel gepresenteerd. Tenslotte is afgesproken dat de Europese federaties jaarlijks zullen monitoren hoe het staat met de implementatie van de gedane aanbevelingen. (B22966)
- OECD, Completing the foundation for lifelong learning : an OECD survey of upper secondary schools
Parijs : OECD, 2004.
Aandacht voor de vraag in welke mate de bovenbouw van het voortgezet onderwijs voldoet aan de vraag van de moderne samenleving, en welke obstakels ze tegen komen bij het begeleiden van jongvolwassenen bij de overgang van school naar werk. Dit rapport verschaft internationaal vergelijkbare gegevens op dit gebied. Het biedt informatie over het management, financiering, personeelsvoorziening, de voorbereiding van leerlingen op de toetreding tot de arbeidsmarkt, en het gebruik van ict in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd in de volgende landen: België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Korea, Mexico, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland. (B22530)
- Onderwijsraad, Werk maken van een leven lang leren
Den Haag : Onderwijsraad, 2003.
Advies, nr. 20030322/740
De raad onderzoekt in dit advies hoe binnen het concept van 'een leven lang leren' met name postinitieel leren (leren na het verlaten van de school) kan worden bevorderd. Het advies spitst zich toe op twee soorten maatregelen die voor de bevordering van een leven lang leren van belang zijn: financiering van leeractiviteiten die tijdens de levensloop ondernomen worden en certificering van dergelijke activiteiten. Essentieel bij financiering is om tot de juiste verhouding van publieke en private investering te komen, die het belang van de betrokkenen bij leren weerspiegelt. Zo kunnen duale opleidingen nog een veel prominentere rol spelen bij postinitieel leren: onderwijsinstellingen en bedrijfsleven die de handen ineenslaan bij gezamenlijke opleidingsprogramma’s. De raad pleit voor investeringen in procedures voor erkenning van elders, buiten het reguliere onderwijs, verworven vaardigheden (EVC). In aanvulling daarop beveelt de raad aan de totstandkoming van een netwerk van certificerende instellingen te bevorderen. (B22177)
- CEDEFOP ; [et al.], Lifelong learning in the Netherlands : the extent to which vocational education and training policy is nurturing lifelong learning in the Netherlands
Luxemburg : CEDEFOP, 2002.
Cedefop panorama series, nr. 21
Beoordeling van de stand van zaken met betrekking tot levenslang leren in Nederland. Levenslang leren is onderzocht vanuit drie verschillende perspectieven: a) de beleidsformatie, b) het pedagogisch ontwerp en c) ontwikkelingen bij de participatie in onderwijs en training. (B21922)
- Baars- van Moorsel, M. A. A. H., Leerklimaat : de culturele dimensie van leren in organisaties : proefschrift Universiteit van Tilburg
Delft : Eburon, 2003.
Onderzoek naar het leerklimaat in productiebedrijven. Een leven lang leren wordt alom aangemoedigd. In nieuwe CAO's is de hoogte van het scholingsfonds bijvoorbeeld een belangrijke onderwerp van onderhandeling. Maar in de praktijk en ook in de theorie wordt te veel nadruk gelegd op cursussen en trainingen, en te weinig op het leerklimaat, stelt de auteur. Mensen leren vaak meer en beter op de werkplek dan op een cursus, mits er een goed, exploratief leerklimaat heerst. Baars stelt dat het uiteindelijk meer loont om het leerklimaat te optimaliseren dan het scholingsfonds te vergroten. Dat kan door een aantal waarden op de werkvloer te beïnvloeden: meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling naast organisatiedoelen, voor brede vakbekwaamheid naast vaktechnische bekwaamheid, voor ervaringsleren naast kennisoverdracht, voor on-the-job leren versus off-the-job leren en voor gedeelde verantwoordelijkheid naast organisatieverantwoordelijkheid. (B21819)
- Min EZ, Werkdossier : financiering leven lang leren persoonlijke ontwikkelingsrekeningen
Den Haag : Min EZ, [2001].
Dit dossier is samengesteld naar aanleiding van de OECD-conferentie Lifelong Learning as an Affordable Investment in Ottawa en de discussie in de Werkgroep Wegnemen Knelpunten Arbeid op 31 januari 2001. Het dossier is bedoeld voor de discussie over de (on)mogelijkheid van de introductie van persoonlijke ontwikkelingsrekeningen in Nederland. (B21508)
- Cedefop; Loos, R., Innovations for the integration of low-skilled workers into lifelong learning and the labour market : case studies from six European countries
Luxemburg : EG, 2002.
Cedefop reference series, nr. 33
Het rapport presenteert innovatieve initiatieven voor scholing, die de integratie van lager opgeleiden in het proces van een leven lang leren en op de arbeidsmarkt moet verbeteren. (B21463)
- OECD, Beyond rhetoric : adult learning policies and practices
Parijs : OECD, 2003.
Aandacht voor het proces van volwasseneneducatie en een leven lang leren in Canada, Denemarken, Finland, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland en Groot-Brittannië. Ingegaan wordt op het beleid en de toepassingen in de verschillende landen, de mate van deelname, de motivatie voor deelname, verbetering van de leermethoden, bevordering van een betere aansluiting tussen vraag en aanbod, en wensen voor de toekomst. (B21345)
- Baert, H.; [et al.], Levenslang leren en de actieve welvaartsstaat
Leuven : Acco, 2002.
PAV-cahier, nr. 6
In dit boek wordt de positie en de rol van het levenslang leren en levensbreed leren in de actieve welvaartsstaat vanuit verschillende invalshoeken benaderd. Vijf thema's worden behandeld: Levenslang leren: dwang of drang?; Leren voor of leren over duurzaamheid?; Leren voor de arbeidsmarkt: remediëren of activeren?; Beleidsparticipatie in de volwasseneneducatie en het welzijnswerk: actieve burgers of passieve consumenten? Leerbereidheid in lerende organisaties mensen aanpassen of organisaties aanpassen? Deze thema's worden behandeld in dertien bijdragen van Vlaamse en Nederlandse auteurs die putten uit hun recente nationale en internationale onderzoekswerk. (B21296)
- Haan, E. de, Leren met collega's : praktijkboek intercollegiale consultatie
Assen : Van Gorcum, 2001.
Leren met collega’s is ontstaan vanuit de gedachte dat professioneel werken tegenwoordig steeds meer ‘permanent leren’ en ‘persoonlijke ontwikkeling’ vraagt. De publicatie bestaat uit vier delen. Het eerste deel, 'Intercollegiale consultatie, is een beknopte inleiding tot intercollegiale toetsing en intervisie, inclusief allerlei methodieken om dit instrument direct zelf vorm te geven in de eigen werkpraktijk. Het tweede deel 'Begeleiding', gaat nader in op de bijzondere rol van de begeleider van intercollegiale consultatie, dus op de aspecten van leren waar een begeleider op kan letten en soms ook voor moet zorgen. Het derde deel, 'Leren van ervaringen, biedt een theoretisch exposé over ervaringsleren met allerlei concepten en modellen. Het vierde deel tenslotte, 'Van consultatie naar leergroepen', geeft een bredere visie op leren met collega's, met inleidingen tot een aantal instrumenten en werkvormen die verder gaan en dus ook meer vragen van deelnemers, dan intercollegiale consultatie. (B21248)
- OECD, Reviews of national policies for education : lifelong learning in Norway
Parijs : OECD, 2002.
Noorwegen dient als voorbeeldland voor levenslang leren. Er is een brede en sterke politieke steun voor levenslang leren. Maar zelfs in Noorwegen schieten de institutionele regelingen en het beleid tekort voor een systematische benadering van een leven lang leren. Desalniettemin ligt Noorwegen in vergelijking met andere landen voorop in de ontwikkeling van nieuw beleid met betrekking tot de kennismaatschappij. Als levenslang leren ergens een goede kans van slagen heeft, is dit in Noorwegen. De lessen die uit het Noorse beleid kunnen worden getrokken, kunnen dienen als voorbeeld voor andere landen. Het eerste deel van deze publicatie bevat het Noorse achtergrondrapport. Deel twee bevat het landenexamen van de OECD. (B21022)
- Colardyn, D.; [et al.], Lifelong learning: which ways forward?
Utrecht : Lemma, 2002.
De relatie tussen formeel leren en non-formeel leren vormt de kern van de strategieën voor een 'leven lang leren'. Dit boek, resultaat van de samenwerking tussen vijftien auteurs uit verschillende landen en instituten, verricht een diepgaande studie naar dit idee. Drie delen onderzoeken respectievelijk de recente ontwikkelingen in het formele onderwijs; innovaties ter stimulering van leren in een non-formele omgeving op het werk, in de samenleving en in culturele en familiaire omstandigheden; en de beleidsgevolgen van een sterke koppeling tussen formeel en non-formeel leren voor onze maatschappijen. Deze brede aanpak, die een transversaal, transparanter en meer geïntegreerd beleid voorstaat, wordt geïllustreerd met voorbeelden uit Europa en transitielanden. (B20948)
- CINOP, Esch, W. van, Beroepsonderwijs en scholing in de kennissamenleving
's-Hertogenbosch : CINOP, 2002.
In deze publicatie worden trends en dilemma’s geschetst inzake beroepsonderwijs en scholing. Ontwikkelingen in beroepsonderwijs en scholing worden daarbij in het perspectief geplaatst van ontwikkelingen in relevante omgevingen van beroepsonderwijs en scholing. Er worden ontwikkelingen in de contextuele en transactionele omgeving belicht die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vormgeving van beroepsonderwijs en scholing. Wat de contextuele omgeving betreft worden achtereenvolgens behandeld: economische, maatschappelijk-culturele, bestuurlijke en demografische ontwikkelingen. Inzake de transactionele omgeving wordt ingegaan op de veranderingen op de arbeidsmarkt, in arbeidsorganisaties en in de beroepspraktijk en op veranderingen in de afstemming tussen beroepsonderwijs en arbeid (o.a. kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs). In een hoofdstuk over ontwikkelingen in het beroepsonderwijs wordt o.a. ingegaan op competentiegericht beroepsonderwijs. In het hoofdstuk over de ontwikkelingen op het terrein van scholing komt onder meer de opkomst van bedrijfsopleidingen aan bod. De publicatie wordt afgesloten met spanningsbogen inzake: economie en samenleving; arbeidsmarkt; arbeidsorganisaties en beroepspraktijk; beroepsonderwijs en scholing. (B20378)
- Gorard, S.; Rees, G., Creating a learning society? : learning careers and policies for lifelong learning
Bristol : Policy Press, 2002.
Levenslang leren is een zowel in Groot-Brittannië als internationaal bezien een speerpunt van het overheidsbeleid. Met als doel de economische groei te bevorderen en sociale uitsluiting te bestrijden. De publicatie presenteert een studie naar de deelname aan een leven lang leren en de problemen die overwonnen moeten worden om het beleid inzake een leven lang leren succesvol te maken. Het rapport verschaft een analyse van de sociaal-economische feiten die de deelname aan een leven lang leren bepalen; toont welke factoren van invloed zijn op de beslissing van werknemers om wel of niet deel te nemen aan het proces van een leven lang leren; en biedt nieuwe inzichten in het proces van een leven lang leren, die van belang zijn voor de ontwikkeling ven een meer effectief beleid. (B20639)
- Vlaamse onderwijsraad, Elders verworven competenties : vergelijkende studie van systemen voor erkenning in Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland en Finland : met bijzondere aandacht voor de relatie met het onderwijssysteem
Apeldoorn : Garant, 2002.
De school is nog steeds de leerplaats bij uitstek. Maar ook buiten de schoolmuren valt heel wat te leren, een leven lang. In onze maatschappij ontwikkelen zich nieuwe ideeën over leren. Zo groeit de waardering voor kennis en ervaring die niet op school is verworven. Meteen rijst de vraag of die elders verworven competenties tastbaar gemaakt kunnen worden. Hoe kun je kennis en kunde die iemand niet met een diploma kan bewijzen toch (h)erkennen en valoriseren? Enkele Europese landen hebben eigen systemen om elders verworven competenties te erkennen. Een vergelijking van Duitse, Nederlandse, Britse, Franse en Finse aanpak is in de ontluikende EVC-discussie bijzonder relevant. (B20833)
- OSA; [et al.], Werken en leren in arbeidsorganisaties : bevindingen en analyses op het onderzoek 'contextontwikkelingen en competenties' vanuit het perspectief van employability en een leven lang leren
Tilburg : OSA, 2002.
OSA-publicatie, nr. A187
In 1999 heeft het ITS een enquête gehouden onder bijna 1200 werknemers in zes beroepsgroepen en onder ruim 300 van hun werkgevers over veranderingen in werk en leren. In het eerste rapport dat op basis van dit onderzoek is verschenen zijn de resultaten in vogelvlucht beschreven (B18105 Contextontwikkelingen en competenties). In dit tweede rapport wordt meer in detail beschreven in hoeverre er sprake is van samenhang tussen ontwikkelingen in omgeving, veranderingen in de arbeidsorganisatie en het werk en veranderingen in vereiste competenties. Naar aanleiding van de resultaten waarschuwen de onderzoekers voor te deterministische en symplistische visies op veranderingen in werk en leren. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat perspectieven van werkgevers en werknemers op werk en leren nogal verschillen. Werknemers hebben bijvoorbeeld vooral oog voor het toenemend belang van vaktechnische competenties, terwijl werkgevers juist het toenemend belang van meer algemene competenties onderstrepen. (B20587)
- OSA; [et al.], Bedrijfsscholing en arbeidsmobiliteit
Tilburg : OSA, 2002.
OSA-publicatie, nr. A186
In dit onderzoek is de relatie tussen scholing en het veranderen van baan of functie onderzocht door middel van analyses van het OSA-arbeidsaanbodpanel (een enquête onder de Nederlandse beroepsbevolking). De resultaten laten zien dat de kans dat werknemers van baan veranderen niet groter is wanneer in het jaar daarvoor scholing heeft plaats gevonden. Het voeren van een scholingsbeleid lijkt juist een middel om werknemers aan het bedrijf te binden. De kans dat een werknemer van baan verandert is kleiner wanneer een werknemer bij een bedrijf werkt dat cursussen organiseert. Kennelijk zijn bedrijven die scholing organiseren aantrekkelijke werkgevers. (B20586)