Literatuurlijst Hoger onderwijs
SER-publicaties
- Boeken - Tijdschriftartikelen
- Onderwijsraad, Welverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs
Den Haag : Onderwijsraad, 2011. 42 p.
Advies, nr. 20110275/992
In dit advies staat de vraag centraal hoe overheid, onderwijsinstellingen en andere actoren in het onderwijs een evenwichtig taalbeleid kunnen voeren. Dit beleid dient de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engelstalige opleidingen te bevorderen. Daarbij is het wel van belang de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap te waarborgen. (B30295)
- Rathenau Inst; Verbree, M., Dynamics of academic leaderschip in research groups : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
Den Haag : Rathenau Inst, 2011. 212 p.
In deze studie wordt onderzoek gedaan naar de dynamiek van academisch leiderschap en hoe dit de prestaties van onderzoeksgroepen beïnvloedt. Academisch leiderschap is gedefinieerd als het managen en leiden van onderzoekers en de onderzoeksgroep; het verwijst naar een verscheidenheid aan meningen, taken en werkwijzen van academische groepsleiders. Op basis van de literatuur zijn vier componenten van academisch leiderschap onderscheiden: Leiderschap in strikte zin: hoe onderzoekers worden aangestuurd en gestimuleerd door de visie en de inspiratie van de leider. Groepsmanagement: de tools die de leider gebruikt om het onderzoeksproces te managen. Netwerkmanagement: de activiteiten die de leider onderneemt om de onderzoeksgroep te positioneren in de academische en maatschappelijke omgeving om legitimiteit, reputatie en zichtbaarheid te verkrijgen. Resourcestrategie: de taak om middelen voor de groep te verwerven en te combineren. (B30261)
- Min. OC en W, Kwaliteit in verscheidenheid : strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap
Den Haag : Min. OC en W, 2011. 56 p.
In deze Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap gaat het in het bijzonder om kwaliteit van onderwijs, profilering en specialisatie van instellingen en samenwerking in de driehoek onderwijs, onderzoek en ondernemerschap. Hierover worden afspraken gemaakt met de instellingen. Op deze wijze worden zij veel meer aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor maatschappelijk gewenste prestaties. De volgende maatregelen in de agenda zijn daarvoor de kern: Het kabinet investeert een bedrag oplopend tot € 230 miljoen voor een kwaliteitsimpuls in het hoger onderwijs. De besparingen die de langstudeerdersmaatregel en de invoering van het sociaal leenstelsel in de masterfase opleveren, worden hiervoor geherinvesteerd; Er zal een principiële koerswijziging in de financiering van het hoger onderwijs worden doorgevoerd. Een groeiend deel van de bekostiging wordt bestemd voor ‘kwaliteit en profiel’; Met de universiteiten en hogescholen worden collectieve en individuele prestatieafspraken gemaakt over kwaliteit, profilering en valorisatie. Dit moet resulteren in reductie van het aantal opleidingen, versterking van de relevantie van het onderwijsaanbod voor de arbeidsmarkt, en ook in zwaartepuntvorming in het onderzoek en versterking van de impact van onderzoek; De lat in het hoger onderwijs gaat omhoog. De wet- en regelgeving wordt hiertoe aangepast om de maatregelen voor borging van de diplomakwaliteit, studiesucces, onderwijskwaliteit en –intensiteit, selectie, differentiatie in het onderwijsaanbod en de bekostiging te effectueren; Het hoger onderwijs, het onderzoek en de wetenschap ondersteunen de topsectorenaanpak van dit kabinet krachtig. De valorisatietaak van de instellingen wordt beter verankerd. (B30188)
- Onderwijsraad, Hoger onderwijs voor de toekomst
Den Haag : Onderwijsraad, 2011. 44 p.
In dit advies reageert de Onderwijsraad op de strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek. De raad staat achter de ambitie van de agenda voor meer kwaliteit en differentiatie. Hij is echter van mening dat de innovatieve kracht van de samenleving door ons hoger onderwijs nog verder versterkt kan worden. Uitstekend hoger onderwijs is nodig voor economische groei en heeft een intrinsieke waarde zowel voor de deelnemers als voor de maatschappij. Vanuit deze visie formuleert de raad vier aanbevelingen. (B30182)
- PvdA; Jadnanansing, T., Met ambitie voor iedereen : PvdA speerpunten voor het Nederlands hoger onderwijs
[Den Haag] : PvdA, 2011. 3 p.
De Partij van de Arbeid wil dat het hoger onderwijs in Nederland van topkwaliteit en toegankelijk is, omdat iedereen recht heeft op goed onderwijs. Hoger onderwijs moet bereikbaar en betaalbaar zijn, en staat ten dienste van de maatschappij als geheel. De PvdA heeft daarvoor een eigen strategische agenda, met tien speerpunten voor een eerlijk en sociaal hoger onderwijs.
Tienpuntenplan. (B30179)
- HBO-raad; ROA, Feiten en cijfers : HBO-Monitor 2010 : de arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo
Den Haag : HBO-raad, 2011. 7 p.
In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden van het examenjaar
2008-2009 centraal. Uit de monitor blijkt dat bijna negen op de tien afgestudeerde hbo’ers (bachelor en master) binnen drie maanden een baan hebben. Driekwart heeft zelfs binnen een maand werk gevonden. Bijna acht op de tien afgestudeerden hebben na anderhalf jaar een functie waarvoor minimaal een hbo-opleiding is vereist. Ook de aansluiting tussen opleiding en werk is goed: 79% werkt in een functie binnen het eigen vakgebied.( B30065)
- Werkgroep Profilering en Bekostiging; Min. OC en W, Naar een meer geprofileerd hoger onderwijs en onderzoek : een procesaanpak voor profilering en profielgebonden bekostiging
Den Haag : Werkgroep Profilering en Bekostiging, 2011. 34 p.
De werkgroep Profilering en Bekostiging heeft op verzoek van staatssecretaris Zijlstra van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, advies gegeven over de wijze waarop profilering in het hoger onderwijs en onderzoek op gang gebracht kan worden. De werkgroep bouwt voort op het rapport van de commissie-Veerman, Differentiëren in drievoud, waarin profilering van instellingen een centrale rol speelt. De werkgroep onderscheidt twee vormen van profilering: Sectorgewijs: daarbij gaat het primair om taakverdeling op sectorniveau, zowel op het gebied van onderwijs als onderzoek; Instellingsgewijs: hoe profileert de instelling zich - nationaal en internationaal - ten opzichte van andere instellingen?
Bijlage bij B29983: Kwaliteit in verscheidenheid: strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap (B29984)
- Min. OC en W, Kwaliteit in verscheidenheid : strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap
Den Haag : Min. OC en W, 2011. 81 p.
Deze strategische agenda 'kwaliteit in verscheidenheid' schetst een langetermijnperspectief voor het hoger onderwijs, het onderzoek en de wetenschap. Als vertrekpunt schetst deze strategische agenda het perspectief voor het hoger onderwijs en de wetenschap in 2025. In deze Strategische Agenda gaat het in het bijzonder om kwaliteit van onderwijs, profilering en specialisatie van instellingen en samenwerking in de driehoek onderwijs, onderzoek en ondernemerschap. De volgende maatregelen in de agenda zijn daarvoor de kern: Het kabinet investeert een bedrag oplopend tot 230 miljoen euro voor een kwaliteitsimpuls in het hoger onderwijs; Er zal een principiële koerswijziging in de financiering van het hoger onderwijs worden doorgevoerd; Met de universiteiten en hogescholen worden collectieve en individuele prestatieafspraken gemaakt over kwaliteit, profilering en valorisatie; De lat in het hoger onderwijs gaat omhoog; Het hoger onderwijs, het onderzoek en de wetenschap ondersteunen de topsectorenaanpak van dit kabinet krachtig. (B29983)
- Haag, E., Stagelopen in stappen : handboek voor stages in het hoger onderwijs
Den Haag : Boom Lemma uitgevers, 2010. 186 p.
Stagelopen in stappen is geschreven vanuit de dagelijkse praktijk. Waar lopen studenten tegenaan als ze voor het eerst gaan nadenken over de functies die ze met hun studie kunnen gaan vervullen? Hoe vind je een droomstage? Kun je een bedrijf zomaar benaderen of moet er eerst een vacature zijn? Wie moet je benaderen, en hoe? Stuur je een e-mail of kun je ook bellen? Hoe weet je wat voor soort opdracht de docent zal goedkeuren? En hoe regel je dat in een contract? Wie betaalt de extra onkosten en hoe weet je of je de taal van de organisatie voldoende spreekt? (B29408)
- Inspectie van het Onderwijs, Competent erkend? : over het erkennen van verworven competenties in het hoger onderwijs
Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2009. 48 p.
Inspectierapport, nr. 2009-33
Evc, het erkennen van verworven competenties, is een relatief nieuw fenomeen in het hoger onderwijs. Het gaat om de erkenning van competenties die niet via formele scholing of opleiding zijn verworven. In 2009 onderzocht de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van de evc-voorzieningen in het hoger onderwijs. De conclusie luidt dat de kwaliteit van de evc kan en moet verbeteren. Dat geldt voor evc-procedures, voor de ervaringscertificaten die er het tasbare resultaat van zijn en voor het werk van de externe beoordelaars die het geregistreerde evc-aanbod periodiek beoordelen. In het hoger onderwijs doorliepen in 2008 enkele duizenden kandidaten een evc-procedure (dit betrof met name het hbo). Het streven van de overheid is dit aantal fors te laten toenemen, hetgeen de noodzaak van kwaliteitsverbetering onderstreept. (B28976)
- Cie Maatstaf; Min. OC en W, Meer mogelijk maken : studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs : advies van de commissie maatstaf
Den Haag : Min. OC en W, 2010.
Het advies Meer Mogelijk Maken is opgesteld door de commissie Maatstaf, onder voorzitterschap van Mevrouw M. Vliegenthart. Het advies bevat voorstellen voor de verbetering van de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking. (B28848)
- HBO-Raad; Topinst. Evidence Based Education Research; Aarts de Jong Wilms Goudriaan Public Economics [et al.], Kosten-batenanalyse van het investeringsplan ‘Kwaliteit als opdracht’
[Den Haag] : HBO-raad, 2010.
De Kosten-batenanalyse van TIER / APE is de cijfermatige onderbouwing van de Strategische agenda ‘Kwaliteit als opdracht’ (B 28114) en het daarbij horende Investeringsplan van de HBO-raad. (B28749) De centrale vraag luidt: Wat is het rendement van de investeringen in het kader van Kwaliteit als opdracht? Het rapport geeft daartoe eerst een review van de internationale
literatuur van de baten van de kwantiteit en de kwaliteit van onderwijs. Op basis van gegevens van hogescholen worden de resultaten van een aantal berekeningen gegeven. Vervolgens komt de kwantificering van de kosten en baten aan de orde. Besproken worden de kosten en baten gerelateerd aan de kwaliteit van onderwijs; dat komt tot uitdrukking in meer hoger opgeleiden en een hoger niveau van de opleidingen. Vervolgens gaat het rapport in op de kosten en baten van praktijkgericht onderzoek. Het slothoofdstuk identificeert de extra baten van sectorale investeringsimpulsen. Uit het onderzoek naar de kosten en de baten van het Investeringsplan van de Nederlandse hogescholen blijkt dat de opbrengsten de kosten overtreffen met een factor 3. Iedere geïnvesteerde euro levert uiteindelijk drie euro op. De meerwaarde is soms al binnen enkele jaren merkbaar, maar soms ook pas na een wat langere periode. In alle gevallen is er een duidelijke extra opbrengst voor de afgestudeerden zelf en vervolgens ook voor de samenleving als geheel. (B28748)
- HBO-Raad, Investeringsagenda bij Kwaliteit als opdracht
Den Haag : HBO-Raad, 2010.
De hogescholen hebben de opdracht de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs op een hoger plan te brengen. De hogescholen hebben daarom in het verlengde van ‘Kwaliteit als Opdracht’ (B 28114) een investeringsplan opgesteld dat uitgaat van een additionele investering die oploopt tot m€ 632 in 2015. (B28749)
- SEO; Tieben, B.; Cie Experimenten Open Bestel, Wegen naar dynamiek in het hoger onderwijs
Amsterdam : SEO, 2010.
SEO-rapport, nr. 2008-86
Dit rapport bespreekt de haalbaarheid van verschillende scenario's voor het realiseren van een opener bestel in het hoger onderwijs. De kern van dit rapport bestaat uit twee mogelijke voorkeursscenario's. De eerste voorkeursvariant betreft de vormgeving van een tweede leerweg voor een leven lang leren als de meest haalbare variant voor een opener bestel in het hoger onderwijs. Als 'next best' scenario beveelt het rapport een variant aan waarbij het bestel wordt geopend voor specifieke onderdelen van het hoger onderwijs. Dit betreft de professional master, maar het is ook mogelijk dat het bestel opener wordt gemaakt voor de gerichte aanpak van specifieke knelpunt in het onderwijsaanbod. Dit zijn knelpunten waarbij ernstige arbeidsmarkttekorten verwacht worden als gevolg van het onvoldoende aansluiten van onderwijsaanbod op de ontwikkeling van de arbeidsvraag. Beide varianten worden in dit rapport uitgewerkt en toegelicht, waarbij de nadruk ligt op de meerwaarde van een opener bestel en de vraag hoe specifieke knelpunten bij de invoering kunnen worden aangepakt. Dit rapport is geschreven in opdracht van de commissie Experimenten Open Bestel. (B28692)
- Cie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel, Differentiëren in drievoud : advies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel
Den Haag : Min. OCW, 2010.
Advies van de Commissie Veerman aan de minister van OCW. Het advies onderbouwt de noodzaak van een kwaliteitsagenda voor het hoger onderwijs. Hogere kwaliteit, meer profilering door universiteiten en hogescholen en meer differentiatie in het onderwijs, zijn drie kernboodschappen uit het advies. De commissie houdt een pleidooi voor een door alle betrokkenen — instellingen, studenten, overheid, werkgevers en werknemers — gedragen visie op het hoger onderwijs. De commissie wil de juiste student op de juiste plaats. Selectie helpt daarbij. Daarom stelt de commissie voor dat de overheid het mogelijk maakt dat elke instelling het recht krijgt om te selecteren. Het wederzijdse commitment tussen student en opleiding moet beter. Gemotiveerde studenten halen meer uit zichzelf en vallen minder snel uit. De commissie stelt ook voor de Associate degree definitief in te voeren en om het aanbod van bekostigde professionele masteropleidingen – vooral bij de hogescholen – te verruimen. Tevens moet de titulatuur tussen universiteiten gelijk worden getrokken om Nederlandse studenten en afgestudeerden beter op de internationale arbeidsmarkt te positioneren. (B28683)
- Min. Financiën, Studeren is investeren : hoger onderwijs : rapport brede heroverwegingen
Den Haag : Min. Financiën, 2010.
Brede heroverwegingen 7. De heroverweging met als thema "hoger onderwijs" betreft het geheel aan collectief gefinancierde instrumenten in het hoger onderwijs die samenhangen met het publiek bekostigde onderwijsdeel van het hoger onderwijs; het bieden van financiële mogelijkheden voor studenten om deel te nemen aan het hoger onderwijs. Belangrijke doelstellingen bij al deze collectief gefinancierde instrumenten zijn het waarborgen van de kwaliteit van het hoger onderwijs en van de financiële toegankelijkheid tot dit onderwijs voor studenten. In totaal zijn de relevante netto uitgaven aan hoger onderwijs in 2010 circa 5,8 miljard euro. (B28631)
- PriceWaterhouseCoopers, Hoger onderwijs en onderzoek in perspectief
Amsterdam : PWC, 2010.
PwC signaleert een aantal ontwikkelingen die op de korte en lange termijn het functioneren van een hogeschool of universiteit sterk (gaan) beïnvloeden. Het gekozen beleid op deze thema's bepaalt de komende jaren het succes van een hoger onderwijsinstelling. Nederland zal, wil het internationaal blijven meetellen, de aansluiting tussen hoger beroepsonderwijs en universiteiten moeten verbeteren. (B28580)
- Min. OC en W, Kennis in kaart 2009 : hoger onderwijs en onderzoek
Den Haag : Min. OC en W, 2009.
‘Kennis in Kaart’ geeft in figuren en tabellen een overzicht van de stand van het hoger onderwijs en onderzoek in Nederland. Waar mogelijk worden deze gegevens ook vergeleken met de gegevens van andere landen. De publicatie bevat informatie over deelname aan het hoger onderwijs en de verschillende aspecten van toegankelijkheid, de verschillende kanten van kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap, en de doelmatigheid. 'Kennis in kaart' bevat ook een speciaal hoofdstuk over de voortgang van de meerjarenafspraken uit de Strategische Agenda “Het Hoogste Goed”. (B28499)
- HBO-Raad; ROA; RU Groningen; [et al.]., Afgestudeerden van het hbo tijdens een crisis : geen verloren generatie : HBO-monitor 2008
Den Haag : HBO-Raad, 2009.
Uit het onderzoek blijkt dat hbo-afgestudeerden, die tijdens de 2009 recessie de arbeidsmarkt betreden op de lange termijn geen verhoogde kans op werkloosheid hebben, niet op een lager baanniveau hoeven te werken en ook geen lager salaris zullen ontvangen. De werkloosheid onder pas afgestudeerde hbo'ers kan op korte termijn wel tijdelijk toenemen. Uit het rapport blijkt ook dat de toegevoegde waarde van een hbo-diploma bovenop een mbo-diploma aanhoudt tijdens een crisis. Daarnaast zullen de hbo-afgestudeerden in hbo-functies niet verdrongen worden door academici. Dit komt doordat zij in tijden van crises een relatieve daling van hun salaris sneller accepteren dan recent afgestudeerde academici. De negatieve gevolgen op korte termijn komen vooral voor rekening van afgestudeerden van de technische hbo-opleidingen (en daarmee mannen), terwijl veel vrouwelijke afgestudeerden profiteren van de beschermende factor van de gevolgde opleidingssector (bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs). Zij zullen hun carrière door de crisis wel vaker in een deeltijdbaan starten.
Statistisch supplement; http://www.hbo-raad.nl/component/content/article/29/567 (B28490)
- Inspectie van het onderwijs, Werken aan een beter rendement : casestudies naar uitval en rendement in het hoger onderwijs
Utrecht : Smeets, 2009.
Inspectierapport 2009-21
De Inspectie van het Onderwijs signaleert dat lage opbrengsten een hardnekkig probleem vormen in het hoger onderwijs. De uitval van studenten is te hoog. Daarom is een onderzoek gestart naar verklaringen voor uitval en diplomarendement. Werken aan een beter rendement vraagt om een integrale aanpak. In de kern gaat het om aandacht voor en binding van de individuele student. Er valt nog veel te verbeteren. (B28215)
- Inspectie van het Onderwijs, Aandacht voor diversiteit in het hoger onderwijs
Utrecht : Smeets, 2009.
Inspectierapport 2009-17
Hoewel deelname en studiesucces van allochtone studenten al sinds vele jaren aandacht krijgt, blijkt dat een integrale beleidsaanpak ontbreekt bij het merendeel van de opleidingen. De aandacht voor allochtone studenten zou een structureel onderdeel moeten zijn van het beleid van alle instellingen voor hoger onderwijs. De vraag is hoe instellingen en opleidingen de participatie en het studiesucces van niet-westers allochtone studenten kunnen bevorderen. Beleidsaandacht voor diversiteit is nog steeds geboden. (B28216)
- ITS; Gier, E. de; Warmerdam, J., Reforms in higher education and active labour market policies : within the context of a European knowledge society
Nijmegen : ITS, 2009.
Synthese verslag van verschillende Nederlandse nationale verslagen die zijn gemaakt in het kader van het EU Socrates-project 'Globalised Knowledge Society, New social risks and higher education'. De belangrijkste doelstelling van het rapport is te bepalen hoe instellingen van hoger onderwijs omgaan met de volgende drie problemen: De Europese kennismaatschappij en de Lissabon-strategie; Nieuwe sociale risico's en het Europees sociaal model; De Europese dimensie en de mondiale verantwoordelijkheid. Het rapport bevat een overzicht van het debat over de opkomst van een op kennis gebaseerde maatschappij en aanverwante sociale risico's. Vervolgens worden de bevindingen samengevat met betrekking tot beleidsstrategieën, die door sociaal-politieke actoren en instellingen voor hoger onderwijs worden gebruikt, gericht op verminderen van sociale risico's. Tevens wordt ingegaan op de rol van een leven lang leren. Voorts wordt het hoger onderwijs in Nederland in een bredere internationale context geplaatst, niet alleen door aandacht te besteden aan het Bologna-proces, maar ook aan internationale mobiliteit van studenten en institutionele reacties op internationalisering. (B27852)
- CPB; Elk, R. van; Steeg, M. van der; Webbink, D., The effect of early tracking on participation in higher education
Den Haag : CPB, 2009.
CPB document, nr. 182
Dit paper onderzoekt het effect van vroege selectie op de deelname aan en het afronden van het hoger onderwijs. Hiervoor worden leerlingen vergeleken die vroeg geselecteerd zijn (d.w.z. direct naar een categorale mavo gaan) met leerlingen die 1 of 2 jaar later geselecteerd worden door het volgen van een gecombineerde brugklas. Uit het onderzoek blijkt dat het selecteren van leerlingen direct na het basisonderwijs negatieve gevolgen heeft voor de deelname aan het hoger onderwijs (HBO en universitair) in Nederland. Voor leerlingen met een mavo-advies leidt uitstel van keuze voor een bepaald type vervolgonderwijs met één of twee jaar tot een toename van de kans op het behalen van een hoger-onderwijsdiploma van 22 naar 26 procent. De deelname aan het hoger onderwijs door leerlingen met een havo-advies wordt hierdoor niet negatief beïnvloed. (B27706)
- Inspectie van het Onderwijs, Buitenlandse studenten in het hoger onderwijs : risico's bij werving en toelating
Den Haag : Onderwijsinspectie, 2008.
Inspectierapport, nr. 2008-26
De Inspectie van het Onderwijs heeft naar aanleiding van klachten van buitenlandse studenten en een aantal andere signalen onderzoek gedaan naar buitenlandse studenten bij acht instellingen met een hoog risico-profiel. Het onderzoek legde problemen bloot bij de werving, toelating en het onderwijs. Conclusie is, dat er onvoldoende waarborgen zijn, maar dat een en ander inmiddels is verbeterd. De inspectie blijft kritisch en doet aanbevelingen. (B27685)
- OECD; CERI; Bras, H. le; Vincent-Lancrin, S.; Willekens, F., Higher education to 2030 : vol 1 demography
Parijs : OECD, 2008.
In het hoger onderwijs zijn demografische veranderingen van invloed op de omvang en samenstelling van de studentenpopulatie, maar ook op de leeftijdsstructuur en samenstelling van de academische onderwijsstaf. Wat zijn er voor demografische uitdagingen aan te gaan en wat voor invloed hebben die op hoger onderwijssystemen en beleid? (B27660)
- Nuffic, Jaarbericht internationalisering 2008
Den Haag : Nuffic, 2008.
Overzicht van de stand van zaken van internationalisering in het hoger onderwijs in Nederland in 2008. De nadruk ligt sterk op het ontwikkelen van een passend conceptueel kader om de stand van zaken mbt de internationalisering van het hoger onderwijs in kaart te brengen. (B27636)
- HBO-raad, Green paper : naar een nieuwe verenigingsagenda
HBO-raad, 2009.
Discussienota met een aanzet voor een nieuwe strategische agenda. Ingegaan wordt op dilemma's en uitdagingen, waarbij het met name gaat om de relatie tussen volume en kwaliteit. Achtereenvolgens wordt ingegaan wordt ingegaan op: Trends; Gevarieerd hoger onderwijs met een sterke standaard; Emancipatie, kwaliteit en differentiatie; Masters, leven lang leren en versterken praktijkgericht onderzoek; De docent en de hogeschoolorganisatie (B27524)
- OECD, Encouraging student interest in science and technology studies
Parijs : OECD, 2008.
Global science forum
Onderzoek naar trends in het hoger onderwijs en de ontwikkeling van wetenschap en technologie (S&T) in vergelijking tot andere disciplines. Hoewel resultaten een hoger absoluut aantal in toename suggereren, is de relatieve deelname kleiner. Er moet actie ondernomen worden. (B27450)
- Ernst&Young, Hoger onderwijs 2015 : vier verkennende scenario's
Rotterdam : Ernst&Young, 2008.
Sectorgroep Onderwijs
Sectoranalyse en gedetailleerde beschrijving van de scenario's voor het hoger onderwijs. Er is gekozen voor een duidelijke afbakening van het onderzoeksgebied. Er is vooral gericht op onderwijs en slechts in beperkte mate op de specifieke vormgeving van onderzoek. Om input te verzamelen voor het onderzoek is gebruik gemaakt van deskresearch en semigestructureerde interviews. (B27182)
- Inspectie van het Onderwijs, Aandacht voor allochtone studenten in het hoger onderwijs
Den Haag : IO, 2008.
De veranderende samenleving vraagt om een actieve aanpak van de instellingen voor hoger onderwijs, deels om meer allochtoon talent te interesseren voor een opleiding in het hoger onderwijs, deels om deze groep onderwijs op maat te kunnen bieden. Daarvoor is het van belang te weten welke activiteiten binnen de universiteiten en hbo-instellingen worden ontplooid voor allochtone studenten. Activiteiten zijn in kaart gebracht. Bijdrage aan het vergroten van de aandacht voor allochtone studenten in het hoger onderwijs. (B26841)
- Waslander, S., Leren over innoveren : overzichtsstudie van wetenschappelijk onderzoek naar duurzaam vernieuwen in het voortgezet onderwijs
Utrecht : VO-project Innovatie, 2007.
Beschrijving van wat er zoal te leren valt uit ruim 200 recente publicaties over wetenschappelijk onderzoek in binnen- en buitenland naar innovaties op scholen. (B26197)
- Max Goote Kenniscentrum; Adriaanse, W.; Wieringen, F. van, Beroepsvorming van toezichthouders in mbo, hbo en wo
Amsterdam ; Max Goote BVE, 2007.
Aangezet door problemen in de particuliere sector is ook in de publieke sector meer en meer aandacht voor controle, naleving, handhaving en toezicht. Het beroepsonderwijs is geen uitzondering op deze algemene ontwikkeling. In aanvulling op eerder onderzoek van MGK uit 2006 naar het functioneren van deze plaatselijke raden van toezicht, heeft MGK een studie uitgevoerd naar de wijze waarop deze plaatselijke raden van toezicht zich landelijk organiseren. Ontstaan er verenigingen van toezichthouders en toezichthoudende organen? Wat zijn de doelstellingen van dergelijke verbanden? Welke perspectieven zijn er voor deze verbanden? Is een sectorale opzet van landelijke verbanden wenselijk of is het beter te streven naar één verband of één steunpunt op landelijk niveau voor alle raden van toezicht en toezichthouders? In dit rapport worden verschillende beroepsgroeporganisaties van toezichthouders binnen en buiten de onderwijssector met elkaar vergeleken. De vergelijking vindt plaats op een aantal criteria zoals doelstellingen, activiteitenbreedte, financiering, sectorale of intersectorale opbouw,en formalisering. (B26694)
- Onderwijsraad, Een succesvolle start in het hoger onderwijs : advies
Den Haag : Onderwijsraad, 2008.
In dit advies doet de Onderwijsraad een aantal aanbevelingen die kunnen leiden tot minder uitval in de eerste jaren van het hoger onderwijs. In het eerste jaar van de bachelorfase is de uitval aanzienlijk. In het hoger beroepsonderwijs (HBO) stopt circa 30% van de studenten na het eerste jaar met de studie; in het wetenschappelijk onderwijs (WO) is dat ongeveer 25% (inclusief de studenten die switchen). De Onderwijsraad vindt dat de eerste periode in het hoger onderwijs kan en beter moet worden benut. Aanbevelingen aan de minister zijn: bevorder afspraken over het minimale aanvangsniveau in het hoger onderwijs, bevorder financieel kleinschaligheid, stel een landelijk spreidingsplan op voor university colleges en beloon opleidingen die succesvol zijn in het afronden van de eerste periode met een afrondingspremie. (B26479)
- Min. OC en W, Het hoogste goed : strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid
Den Haag : Min. OC en W, 2007.
De Strategische agenda geeft een visie op het hoger onderwijs en onderzoek aan de hand van de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen en presenteert de beleidsvoornemens voor het hoger onderwijs en het wetenschapsbeleid. (B26557)
- Daale, H.; Asselt, R. van; Landelijk Informatie- en expertiseCentrum Aansluiting, Inrichting eerste fase van hogescholen en universiteiten met als doel : voorkomen van uitval en het verhogen van rendementen
Enschede : LICA, 2007.
Op verzoek van de Onderwijsraad heeft het Landelijk Informatie- en expertiseCentrum Aansluiting (LICA) onderzoek gedaan naar de inrichting van de eerste fase van hogescholen en universiteiten met het oog op het voorkomen van uitval uit de opleiding i.c. het verhogen van de rendementen. Door middel van cases wordt gezocht naar instrumenten die door hogescholen en universiteiten worden gebruikt om hun uitval te beperken. (B26480)
- Jong, U. de; Veen, I. van der; SCO-Kohnstamm Inst., Waarom niet (meteen) verder studeren? : oud leerlingen van Havo, Vwo en Gymnasium die na diploma niet kiezen voor studeren in het hoger onderwijs
[Amsterdam] : SCO-Kohnstamm Inst., 2007.
Onderzoek onder leerlingen die in 2006 hun havo- of vwo-diploma hebben behaald, maar niet meteen verder zijn gaan studeren in het hoger onderwijs. De volgende vragen zijn onderzocht: Welke leerlingen besluiten om niet verder te studeren? (samenstelling naar sociale achtergrond en geschiktheid); 2. Is de beslissing om niet verder te studeren permanent of tijdelijk, anders gezegd is er sprake van uitstel of afstel?; 3. Wat zijn de motieven om niet verder te studeren? (B26481)
- OECD, Thematic review of tertiary education : the Netherlands : country note
Parijs : OECD, 2007.
OECD-rapport over het Nederlandse hoger onderwijs- en onderzoekbeleid. Het rapport noemt sterke punten van het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek, zoals een adequate publieke financiering, sterke instellingen en een goed kwaliteitszorgsysteem. Daarnaast benoemt het reviewteam een aantal zwakke punten. Het belangrijkste kritiekpunt van het reviewteam van de OESO is dat het beleid te veel is gericht op jonge studenten met een goede vooropleiding. Er is te weinig aandacht voor etnische minderheden en lagere sociale milieus. Dit wordt bovendien onvoldoende gecompenseerd door beleid voor een leven lang leren. Andere kritiekpunten zijn: te lage deelname van 30-plussers aan het Nederlandse hoger onderwijs; het lage aandeel opgeleiden in bèta en techniek; het niet goed lopen van de samenwerking tussen OCW en EZ. (B25892)
- Paulissen, A.; [et al.], Werken om te leren, leren om te werken : verkenningen van nieuwe samenwerkingsscenario's tussen hbo en MKB
Antwerpen : Garant, 2007.
Fontys reeks educatief, nr. 5
MKB en hogescholen hebben elkaar nodig in een wereld die in rap tempo verandert. Door gebruik te maken van elkaars kennis, faciliteiten en netwerken ontstaat nieuwe kennis. Die kennis is hard nodig in de competitieve wereldeconomie. Dat samenwerking tussen MKB en hogescholen achterblijft is dan ook een zorgelijk gegeven. In het Unikum-project van de Digitale Universiteit zijn nieuwe scenario’s besproken en ontwikkeld voor een intensievere samenwerking tussen het hoger beroepsonderwijs en het MKB. In de scenario’s wordt er de nadruk op gelegd dat toenadering mogelijk is als het onderwijs en het bedrijfsleven meer begrip voor elkaars rol op gaan brengen. Flexibiliteit, maatwerk, halen en brengen en win-win zijn daarbij de kernwoorden. Gedeelde verantwoordelijkheid voor de vorming van toekomstige beroepsbeoefenaren is een ander belangrijk uitgangspunt. Daarbij gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om leren samenwerken, ook over de grenzen van het beoogde beroep, creatief omgaan met nieuwe vraagstukken en kritisch leren reflecteren op de eigen ontwikkeling. Dit alles zou vorm moeten krijgen in nieuwe vormen van stages binnen het MKB. De publicatie bevat de opbrengsten van en conclusies uit het project, aangevuld met interviews met pioniers en praktische aanbevelingen voor het vormgeven van samenwerking tussen MKB en hogescholen. (B25787)
- MKB-Nederland; VNO-NCW, Hogescholen en branches : partners in professie : uitdagingen voor mkb en hbo
Delft : MKB-Nederland, 2006.
In deze nota beschrijven VNO-NCW en MKB-Nederland de grote behoefte aan hbo-opgeleiden en de belangrijke rol van hogescholen ter ondersteuning van bedrijven bij innovatie en bij verdere scholing van werkenden. Ook worden voorstellen gedaan voor verdere versterking van de samenwerking tussen hogescholen en bedrijfsleven. (B25464)
- VSNU, Kansen voor kennis : prioriteiten van de universitaire branche voor de kabinetsperiode 2007-2011
Den Haag : VSNU, 2006.
Position Paper
In deze paper verwoorden de universiteiten hun prioriteiten voor de komende kabinetsperiode. De universiteiten zijn van mening dat als Nederland zijn sterke internationale concurrentiepositie in de toekomst wil behouden, het nadrukkelijk in kennis moet investeren. Voor de komende kabinetsperiode zien de universiteiten drie belangrijke kansen om onze goede positie in de 'kenniswedloop' te behouden. Die kansen zijn: het afleveren van meer hoogwaardige hoger opgeleiden, het investeren in een toename van jonge, talentvolle onderzoekers, het investeren in toponderzoek. In de paper wordt uitgewerkt hoe deze kansen daadwerkelijk benut kunnen worden en wat daar voor nodig is. (B25388)
- Boston Consulting Group, The; [et al.], Meer banen voor talent : perspectieven 2006
Baarn : BCG, 2006.
Het hoger onderwijs staat in Nederland hoog op de politieke agenda. er wordt van diverse kanten gewaarschuwd voor een tekort aan hoogopgeleiden. iedereen lijkt het erover eens dat HBO’s en universiteiten meer afgestudeerden moeten afleveren en dat de kwaliteit van de opleidingen omhoog moet. Dat is nodig om van Nederland een kenniseconomie te maken. The Boston Consulting Group onderzocht ook de andere kant van dit vraagstuk: hoe ontwikkelt de vraag naar hoogopgeleiden zich? De studie leidt tot verrassende uitkomsten. Er is geen tekort aan hooggeschoolden op de arbeidsmarkt, maar een overschot. Er melden zich meer afgestudeerden op de arbeidsmarkt dan er banen vrijkomen en bijkomen voor academici en HBO'ers. En dat zal de komende jaren niet veranderen. Veel hoogopgeleiden werken beneden hun niveau en verdringen zo laagopgeleiden op de arbeidsmarkt. Om de kennisintensiteit van de Nederlandse economie verder te laten groeien, moet niet alleen het aanbod maar vooral ook de vraag naar hoogopgeleiden worden gestimuleerd. (B25174)
- Witte, J., Change of degrees and degrees of change : proefschrift Universiteit Twente
Enschede : Cheps/UT, 2006.
De studie is gericht op hervormingen op nationaal niveau bestudeerd met behulp van een internationale comparatieve benadering waarin nationale gradenstructuren in de context van andere relevante dimensies van nationale HO systemen wordt bestudeerd en de convergentie tussen landen wordt geanalyseerd. Een belangrijk deel van deze studie bestaat uit gedetailleerde en rijke casestudies van beleidsverandering in de context van het Bolognaproces in Duitsland, Nederland, Frankrijk en Engeland. (B25069)
- Boezerooij, P., e-learning strategies of higher education institutions : proefschrift Un. Twente
Enschede : Cheps/UT, 2006.
De vraag is: hoe verschillen hoger onderwijsinstellingen in hun strategische keuzes met betrekking tot de integratie va e-learning in hun onderwijsleerproces en ondersteunende processen en hoe kunnen deze verschillen worden verklaard? Hiervoor is een raamwerk ontwikkeld en de reacties kunnen worden bepaald door zowel externe als interne omgevingsfactoren. (B25059)
- Vlk, A., Higher education and GATS : regulatory consequences and stakeholders' responses : proefschrift Universiteit Twente
Enschede : Un. v Twente, 2006.
Onderzoek naar hoe en in hoeverre de toevoeging van diensten in de GATS invloed hebben op de sturingscapaciteit van een nationale staat met speciale aandacht voor reguleringsgevolgen en het antwoord van aandeelhouders. (B25054)
- CPB; Thissen, L.; Ederveen, S., Higher education : Time for coordination on a European level
Den Haag : CPB, 2006.
CPB discussion paper, nr. 68
Het in Europa heersende subsidiariteitsprincipe stelt dat Europese coördinatie van het hoger onderwijs alleen zin heeft als er gegronde argumenten zijn dat dat welvaartsverhogend werkt. Dit paper onderzoekt of die argumenten bestaan. Schaalvoordelen blijken in het hoger onderwijs geen belangrijke rol te spelen: grotere landen of grotere onderwijsinstellingen leveren niet noodzakelijkerwijs een hogere kwaliteit onderwijs. We vinden weinig empirisch bewijs voor het bestaan van externe effecten. Wel vinden we een indicatie dat studentenmobiliteit leidt tot meer arbeidsmobiliteit. Daardoor kan Europese samenwerking op het gebied van hoger onderwijs - zoals de invoering van het Bachelor-Masterstelsel - op termijn voordelen met zich meebrengen. Door informatie voor studenten transparanter te maken en studieprogramma's beter vergelijkbaar, kunnen studenten beter gefundeerde keuzes maken. Dit kan gunstige gevolgen hebben voor studentenmobiliteit en daaropvolgende arbeidsmobiliteit. (B25048)
- CPB; Oosterbeek, H.; Webbink, D., Assessing the returns to studying abroad
Den Haag : CPB, 2006.
CPB discussion paper, nr. 64
De markt voor hoger onderwijs wordt steeds internationaler. Nederlandse studenten studeren steeds vaker enige tijd aan een buitenlandse instelling. De internationale mobiliteit van studenten wordt bevorderd door het beschikbaar stellen van beurzen. Over de opbrengsten van studeren in het buitenland is echter weinig bekend. Het vaststellen van deze opbrengsten is lastig omdat de groep die gaat studeren in het buitenland, selectief is. In deze studie wordt een nieuwe methode beproefd om de opbrengsten van studeren in het buitenland vast te stellen. Uit de studie blijkt dat studenten die na hun afstuderen in Nederland nog enige tijd in het buitenland gaan studeren, in de eerste jaren na afloop van deze studie vaak in het buitenland gaan wonen. De kans op vestiging buiten Nederland neemt toe met de duur van de studie en lijkt het directe gevolg te zijn van de studie in het buitenland. Door het verkrijgen van een beurs neemt de kans op studeren in het buitenland aanmerkelijk toe en stijgt ook de duur van deze studie. (B24807)
- ROA ; [et al.], Brug of kloof? : de ervaringen van HAVO- en VWO-schoolverlaters over de aansluiting tussen VO en HO vóór en ná de invoering van de tweede fase VO
Maastricht : ROA, 2005.
ROA-R-2005/8
Centraal staat de vraag hoe HAVO- en VWO-schoolverlaters de aansluiting tussen het voortgezet en hoger onderwijs ervaren voor en na de invoering van de tweede fase. Geconcludeerd kan worden dat op de meeste terreinen HAVO- en VWO-schoolverlaters nieuwe stijl positiever zijn in hun oordeel over de aansluiting dan schoolverlaters oude stijl. Ook lijkt de uitval in de vervolgopleiding iets te zijn afgenomen. Dit wijst in de richting van een verbeterde aansluiting tussen VO en HO als gevolg van de invoering van de tweede fase. (B24443)
- MKB-Nederland; [et al.], Onderbouwing arbeidsmarktrelevantie Ad-opleidingen : een kader voor de uitwerking
Delft : MKB-Nederland, 2006. 12 p.
MKB-Nederland en een negental brancheorganisaties hebben gezamenlijk een kader ontwikkeld waarmee de arbeidsmarktrelevantie van zogenoemde ad-opleidingen kunnen worden getoetst. Een ad-opleiding is een verkorte hbo-studie die opleidt tot een afzonderlijke graad: de associate degree. Vanaf het studiejaar 2006-2007 wordt hiermee geëxperimenteerd. Hogescholen die een ad willen starten, moeten aantonen dat deze opleiding relevantie heeft met de behoeften van het werkveld. Dit wordt, tesamen met de kwaliteit van de studie, getoetst door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). MKB-Nederland en de branches vinden dat zij te weinig betrokken zijn bij het hoger beroepsonderwijs in het algemeen en de ad-toets in het bijzonder. Ook willen ze meer invloed op de toets van de NVAO. Het gemeenschappelijk kader moet helpen de arbeidsmarktrelevantie aan te tonen en het overleg met de hogescholen op te starten. Ook geeft het kader aandacht aan de wijze waarop het werkveld structureel meer samen kan werken met de ad-opleidingen. De negen branches zijn: Koninklijke Metaalunie, Recron, NOvAA, Uneto-VNI, NVM, Jong MKB-Nederland, AGF Detailhandel Nederland, CBW/WoonWerk en VBW. (B24432)
- HBO-Raad, De flexibele hogeschool : branchejaarverslag hogescholen 2002
Den Haag : HBO-Raad, 2003.
Het branchejaarverslag geeft informatie over de prestaties van hogescholen op een breed vlak. De informatie is gegroepeerd rond vier invalshoeken, die ieder een hoofdstuk beslaan: 1. Innoveren: dit hoofdstuk gaat in op de vele gebieden waarop hogescholen werken aan de vernieuwing van het hbo; 2. Student en arbeidsmarkt: studenten, opleidingen en arbeidsmarkt staan hier centraal; 3. Maatschappelijk ondernemen: over de manier waarop hogescholen invulling geven aan hun maatschappelijke taak; 4. Werkkapitaal: de wijze waarop financieel en arbeidsvoorwaardenbeleid bijdragen aan het bereiken van centrale doelstellingen. (B22017)
- Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt, Effectief investeren in onderwijs en onderzoek
Den Haag : SBO, 2003.
De regeringspartijen zijn een extra investering in het onderwijs van 700 miljoen euro overeengekomen. Het SBO ziet dit als ondersteuning voor zijn opvatting dat investeren in onderwijs juist in economisch moeilijke tijden belangrijk is. Uit dit bedrag moet zoveel mogelijk profijt gehaald worden. Daarom stellen de sociale partners voor dat het Innovatieplatform de regie krijgt over de besteding van de extra investeringen. Onderwijs- en kennisinstellingen moeten voor goede, innovatieve ideeën aanspraak kunnen maken op middelen uit zo’n fonds, zonder dat ze daarvoor een lange bureaucratische weg hoeven te bewandelen. De sociale partners stellen drie speerpunten voor innovatie voor: bestrijding van het voortijdig schoolverlaten, ‘empowerment’ van onderwijs- en onderzoekinstellingen en het ontwikkelen van ‘centers of excellence’. Deze voorstellen staan in de nota 'Effectief investeren in onderwijs en onderzoek' . (B21989)
- OECD, The PISA 2003 assessment framework : mathematics, reading, science and problem solving knowledge and skills
Parijs : OECD, 2003.
Studie die het mogelijk maakt onderwijssystemen van andere landen met elkaar te vergelijken. Speciaal op het gebied van wiskunde, taal, wetenschap en probleem oplossing. Er wordt aandacht besteed aan de inhoud die studenten zich eigen moeten maken, hun vaardigheden op het gebied van lezen en die op het gebied van wiskunde en wetenschap en hun capaciteit om problemen op te lossen. Tot slot wordt onderzocht wat de gevolgen zijn voor beleidsontwikkeling. (B21933)
- Onderwijsraad, Bekostiging hoger onderwijs
Den Haag : Onderwijsraad, 2003.
Advies, nr. 20030213/724
In het advies beschrijft de raad onder meer welke criteria de overheid zou moeten hanteren bij de bekostiging van opleidingen in het hoger onderwijs. Op basis van deze criteria valt een onderscheid tussen bachelor- en masteropleidingen te rechtvaardigen. Bij bacheloropleidingen is een ruim aanbod wenselijk, terwijl bij masteropleidingen meer concentratie voor de hand ligt. Daar komt bij dat van studenten een substantiële eigen bijdrage mag worden verlangd voor het volgen van een masteropleiding, gezien het grote profijt voor de student zelf. (B21954)
- Min. EZ; Min. OC en W, De lerende centraal : naar meer keuzen in het onderwijs
Den Haag : Min. EZ, 2002.
In dit rapport is een transitietraject naar vraagsturing in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, in de vorm van differentiatie van collegegelden, vraagfinanciering, academicibelasting (equity participation) en een open bestel, uitgewerkt. In het rapport wordt onder meer aangegeven met welke knelpunten de genoemde onderwijssectoren kampen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de trends en oplossingen voor de knelpunten. Hieruit blijkt dat vraagsturing met name een bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten op het gebied van de kwaliteit van het onderwijs. Tevens blijkt dat vraagsturing aansluit op de trends van individualisering en internationalisering. (B21859)
- ROA; Borghans, L.; Hensen, M., De inrichting van de onderzoeksmaster en de consequenties voor de onderwijs- en arbeidsmarkt
Maastricht : ROA, 2002.
ROA-R-2002/12
De invoering van de bachelor-masterstructuur betekent dat de toekomstige wetenschappelijke bacheloropleidingen een breder en meer algemeen karakter zullen hebben. De noodzakelijke verdieping en specialisatie, nu nog geïntegreerd in de bestaande opleidingen, zal moeten plaatsvinden tijdens de masteropleiding. Eén van deze masteropleidingen zou een onderzoeksgeoriënteerde masteropleiding kunnen zijn. In dit rapport worden afwegingen bij de inrichting van een onderzoeksgeoriënteerde masteropleiding in kaart gebracht en wordt nagegaan welke implicaties deze afwegingen hebben voor de potentiële deelname aan de onderzoeksmaster. (B20989)
- Crul, M.; [et al.], Talent gewonnen. Talent verspild?
Utrecht : ECHO, 2002.
Onderzoek naar de omvang van en de deelname en uitval van allochtonen in het hoger onderwijs. Gepresenteerd worden instroom- en uitvalgegevens in het HBO en het WO, waarbij de groep allochtone studenten wordt vergeleken met de groep autochtone studenten. (B21202)
- Center for Higher Education Policy Studies; [et al.], Alle begin is moeilijk : evaluatie van de proefaccreditering HBO
Enschede : Cheps, 2002.
Evaluatierapport over de proefaccreditatie in het hbo. De proefaccreditatie had tot doel de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs op een meer objectieve en inzichtelijke wijze vast te stellen dan bij het reguliere visitatiestelsel. De HBO-raad ontwikkelde hiertoe een methodiek waarin het begrip hbo-niveau een centrale plaats inneemt. De onderzoekers van het CHEPS constateren dat het streven naar objectiviteit slechts ten dele is gelukt; men is te ver doorgeschoten. De methodiek is te gedetailleerd en staat te ver van de realiteit af. Het CHEPS concludeert dat de methodiek die is gebruikt bij de proefaccreditatie in het hbo zich niet zonder meer leent voor landelijke invoering van het accreditatiestelsel. Op belangrijke punten zijn aanpassingen nodig. Daarentegen kunnen de onderliggende principes wel op brede steun van de opleidingen rekenen. (B20602)
- Onderwijsraad; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Verbruggen, M. L. W., Het Europa van het hoger onderwijs : studie
Den Haag : Onderwijsraad, 2002.
Op verzoek van de raad geven de hoogleraren Wim Groot, Henriëtte Maassen van den Brink en dr. Machteld Verbruggen hun visie op het hoger onderwijs in de context van de Europese Unie. Groot en Maassen van den Brink belichten in hun bijdrage de concurrentie tussen instellingen voor hoger onderwijs en de daarmee samenhangende mobiliteit van studenten en afgestudeerden. Verbruggen gaat in op de zogenoemde Bolognaverklaring, waarin wordt gestreefd te komen tot één Europees stelsel voor hoger onderwijs met vergelijkbare structuren (Bachelor-Master systeem) en diploma's. (B20459)
- CPB ; Canton, E. ; Jong, F. de, The demand for higher education in the Netherlands, 1950-'99
Den Haag : CPB, 2002.
CPB discussion paper, nr. 12
Onderzoek naar de rol van economische factoren bij de beslissing tot toelating tot de universiteit in de na-oorlogse periode in Nederland. Opleiding is een investering. Econometrische resultaten suggereren dat studenten niet ingaan op schoolgelden, maar op financiële ondersteuning, de universiteitspremie op toekomstige arbeidsmarktverdiensten en het alternatieve inkomen. (B20855)