Literatuurlijst Beroepsonderwijs


SER-publicaties    Boeken  Tijdschriftartikelen

 

  • Cedefop, The development of ECVET in Europe
    Luxemburg : EU, 2012. 64 p.
    Working paper, nr. 14
    De paper richt zich op de uitvoering van het Europese systeem voor studiepuntenoverdracht voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET) in de lidstaten van de Europese Unie, twee landen van de Europese Economische Ruimte (Liechtenstein en Noorwegen) en twee kandidaat-lidstaten (Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije). (B30852)

  • CEDEFOP, Empowering the young of Europe to meet labour market challenges : findings from study visits 2009/10
    Luxemburg : EU, 2011. 101 p.
    Studiebezoeken aan specialisten in het beroepsonderwijs en beleidsuitvoerders in het kader van het leven-lang-leren programma 2007-13. Aandacht voor verschillende vormen van beroepsonderwijs, leermethoden die helpen bij de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en het begeleiden van keuzes bij aanleg en beroepsbehoeften. Ze laten ook zien hoe programma's kunnen worden aangepast aan leerkrachtbehoeften en -competenties en de noodzaak van leerkrachtontwikkeling. (B30546)
     
  • Cedefop, The impact of vocational education and training on company performance
    Luxemburg : EU, 2011. 97 p.
    Research Paper, nr. 19
    Deze studie is een meta-analyse van de beschikbare gegevens in de literatuur over de economische voordelen van beroepsonderwijs en -opleiding op niveau van de onderneming. Het is gebaseerd op 62 studies en 264 geraamde effecten, op tal van verschillende bedrijfsprestatie- en scholingsindicatoren. Het rapport concludeert dat beroepsonderwijs en scholing een positief en significant effect heeft op de economische prestaties van bedrijven. (B30547)
     
  • ECBO; Gemeente Amsterdam, Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs; Meer, M. van der; Petit, R. W. Naar een verbindende leerarchitectuur : strategische verkenning van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
    's Hertogenbosch : ECBO, 2011. 61 p.
    In het beroepsonderwijs vindt een deel van het onderwijs plaats in de werkomgeving. Tussen scholen en bedrijven bestaan daarom allerlei soorten van samenwerking, die ze vanuit hun eigen verantwoordelijkheden vormgeven. Professionals in het onderwijs, het bedrijfsleven en bij de overheid buigen zich over het verbeteren van deze samenwerking. ECBO bracht, in samenwerking met het platform Arbeidsmarkt en Onderwijs van de gemeente Amsterdam een aantal van hen bijeen om kennis, ideeën en goede voorbeelden uit te wisselen. Vier thema's stonden centraal: 1. Risicojongeren en schooluitval; 2. Ethniciteit en participatie; 3. Kennis en innovatie; 4. Spelenderwijs leren met ict. De auteurs brengen deze thema's samen onder de noemer van een verbindende leerarchitectuur, waarbij onderwijsinstellingen en bedrijven van elkaar leren en het leerproces meer gezamenlijk vormgeven. De resultaten van de bijeenkomsten, aangevuld met nieuwe theoretische inzichten en actuele cases, zijn opgetekend in deze verkenning zodat ook anderen er hun voordeel mee kunnen doen. (B30102)
     
  • Expertisecentrum beroepsonderwijs; Huisman, H., Configuraties mbo-opleidingen
    Den Bosch : ECBO, 2010. 61 p.
    Deze publicatie laat zien dat er niet één model is, dat in alle opleidingen wordt gebruikt. Op basis van een groot aantal casestudies zijn vijf ‘configuraties’ ontwikkeld: ideaaltypische modellen voor de inrichting van beroepsopleidingen. Doel is opleidingsteams in het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen in het consistent ontwerpen van hun opleiding. Door de ideaaltypen met elk hun voor- en nadelen als volwaardige varianten van competentiegericht onderwijs naast elkaar te zetten, ontstaat ruimte om te kijken wat het best past bij een opleidingsteam; en bij de studenten die zij opleiden in verschillende beroepssectoren op een bepaald kwalificatieniveau. (B30073)
     
  • Expertisecentrum beroepsonderwijs; Westerhuis, A.; Wijk, B. van, Het Nederlandse onderwijs geketend : doorstroomroutes in en tussen vo en mbo
    Den Bosch : ECBO, 2011. 102 p.
    De publicatie brengt de bevindingen van een aantal ecbo-onderzoeken naar leerloopbanen in en rond het mbo samen en brengt het doorstroomgedrag van leerlingen in beeld. Ook wordt de vraag beantwoord hoe onderwijsinstellingen inspelen op een toenemende diversiteit in leerlingenstromen. Uit deze studie blijkt dat scholen invloed kunnen hebben op het studiesucces van doorstromende leerlingen. Dan gaat het niet alleen over de voorwaarden tot toelating, maar ook over de vormgeving van het onderwijs. Verder blijkt dat de belangen van scholen en deelnemers nog wel eens botsen als het om doorstroom gaat. (B29975)
     
  • Cedefop, The benefits of vocational education and training
    Luxemburg : EU, 2011. 24 p.
    Research Paper, nr. 10
    Cedefop heeft met de hulp van haar ReferNet partners uit heel Europa onderzoeksgegevens verzameld en geanalyseerd over de voordelen van beroepsonderwijs en scholing. Dit Europese overzicht bevat de resultaten van onderzoek gericht op de voordelen van beroepsonderwijs en scholing uitgevoerd in
    2005-2009 in de Tsjechische Republiek, Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Litouwen, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, evenals in Noorwegen en IJsland. De analyse geeft niet alleen een beoordeling van de invloed van het beroepsonderwijs op de samenleving als geheel, maar geeft ook theoretische ondersteuning aan het begrijpen van de basisbegrippen, de problemen en de uitdagingen in het beroepsonderwijs. Zowel in de economische als de sociale voordelen van het beroepsonderwijs worden beschouwd en waar mogelijk worden de verbanden tussen deze twee onderzocht. (B29723)
     
  • ROA, MBO-diploma 2010 : doorleren of werk zoeken
    Maastricht : ROA, 2011. 7 p.
    ROA Fact Sheet, nr. ROA-F-2011/1
    Onderzoek onder pas afgestudeerde schoolverlaters van het MBO. Om zicht te krijgen op de gevolgen van de economische crisis en om de activiteiten rondom het School Ex programma in kaart te brengen zijn 20.000 MBO-schoolverlaters benaderd die in het schooljaar 2009/2010 hun BOL- of BBL-diploma behaald hebben. In dit fact sheet worden de kernresultaten van het onderzoek samengevat. Belangrijke vragen die hierbij aan de orde komen zijn: Welke activiteiten hebben scholen ondernomen om leerlingen te helpen bij hun studie- of beroepskeuze? In hoeverre heeft men hierbij de meest kwetsbare groepen kunnen behoeden voor een moeilijke start op de arbeidsmarkt? Hoe succesvol zijn de schoolverlaters die toch voor de arbeidsmarkt kiezen en wat is de rol van het UWV? Uit het onderzoek blijkt dat 19% van de examenkandidaten zich door activiteiten van scholen laten beïnvloeden en a) is alsnog verder gaan leren (16%) of b) heeft zijn of haar voorkeur voor een bepaalde vervolgopleiding bijgesteld (3%). Van alle MBO-gediplomeerden (schooljaar 2009/2010) die zich op de arbeidsmarkt aanbieden is 12,2% werkloos. (B29570)
      
  • Min. BZK, Kerngegevens personeel overheid en onderwijs 2009
    Den Haag : Min. BZK, 2010. 75 p.
    Deze uitgave bevat de basisinformatie van werknemers bij Overheid en Onderwijs. Deze uitgave geeft een totaalbeeld van de 14 overheidssectoren. Deze sectoren omvatten de taakvelden: Openbaar Bestuur, Onderwijs en Wetenschappen en Veiligheid. In deze sectoren zijn ongeveer één miljoen werknemers. De publicatie is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt gekeken naar enkele kengetallen van de arbeidsmarkt in Nederland. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 wordt aandacht besteed aan: de werkgevers, de werknemers en de niet-actieven bij de Overheid en Onderwijs. In hoofdstuk 5 ten slotte worden de 14 arbeidsvoorwaardelijke sectoren afzonderlijk belicht.
    De publicatie is online te raadplegen op http://www.kosmos-kennisbank.nl (B29556) 
     
  • Expertisecentrum beroepsonderwijs; Kuijk, J. van; Vrieze, G.; Peek, S.; Smit, F., Flexibiliteit in het mbo : remmers en trekkers
    Den Bosch : ECBO, 2010. 142 p.
    Het mbo staat voor de opdracht om tegemoet te komen aan de wensen van een zeer diverse deelnemerspopulatie. Mbo's doen moeite om vormen van flexibiliteit toe te passen. Er zijn echter nog veel vragen en klachten. Wat wordt er onder flexibiliteit verstaan? Welke vormen van flexibiliteit komen in de praktijk in welke mate voor? Welke belemmeringen zijn er en welke oplossingen zijn hiervoor mogelijk? Zijn er verschillen tussen opleidingen en sectoren? Zijn er verschillen tussen reguliere opleidingen en Contractactiviteiten en Educatie en kunnen ze van elkaar leren? Wat is er nodig om het maatwerk te leveren dat gewenst wordt door de diverse groepen deelnemers in het mbo? Deze vragen komen aan de orde in de publicatie Flexibiliteit in het mbo; ze worden beantwoord door middel van literatuurstudie, gesprekken met diverse betrokkenen binnen en buiten het mbo, twee surveys en een aantal casestudies. Er gebeurt al veel en mbo's zijn aardig in de weer met flexibiliteit. Sommige instellingen ondervinden bij de vormgeving van een flexibeler leeraanbod belemmeringen in de wet- en regelgeving op het terrein van de jaarsystematiek, urennormering, cao en bekostiging. Andere scholen weten door verstandig beleid met dergelijke organisatorische vraagstukken om te gaan en docenten vrij te spelen om meer flexibele onderwijsvormen vorm te geven. (B29555)
  • Inspectie van het Onderwijs; Min. OC en W, Besturing en onderwijskwaliteit in het mbo
    Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2011. 88 p.
    Rapport van de Onderwijsinspectie, waarin staat dat er een verband is tussen het bestuurlijk vermogen van een mbo-instelling en het niveau van de onderwijskwaliteit. Instellingen met een hoger kwaliteitsniveau kennen vaker een goed functionerende kwaliteitszorg en een grotere effectiviteit van de organisatie. (B29549)
     
  • Zitter, I. I.; IVLOS, Designing for learning : studying learning environments in higher professional education from a design perspective = Ontwerpen voor leren : een studie naar leeromgevingen in het hoger (beroeps)onderwijs vanuit een ontwerpperspectief : proefschrift Universiteit Utrecht
    Utrecht : IVLOS, 2010. 152 p.
    Er wordt van het hoger (beroeps)onderwijs verwacht dat er competente en levenslang lerende beroepsbeoefenaren worden opgeleid. Professionals die niet alleen beschikken over een solide 'body of knowledge', maar ook vaardig zijn in processen zoals het creatief oplossen van complexe problemen en het inzetten van passende leerstrategieën. Deze verwachtingen stellen hoge eisen aan de leeromgevingen in het competentiegerichte onderwijs. Onderwijsonderzoek zou hieraan een bijdrage moeten leveren in de vorm van systematische ontwerpkennis waarmee de praktijk uit de voeten kan. Er wordt gezocht met een ontwerpbril naar ontwerpmodellen en ontwerplogica waarmee competentiegerichte leeromgevingen in het hoger (beroeps) onderwijs kunnen worden vorm gegeven. (B29345)
     
  • Ecbo, Cgo langs de meetlat
    's-Hertogenbosch : Ecbo, 2010.
    Hoe ingrijpend is het nieuwe, competentiegerichte onderwijs (cgo)? Wat levert het op? Is het werkelijk zo baanbrekend als voorstanders willen doen geloven? Of zo rampzalig als critici ons voorspiegelen? Stilletjes afwachten is riskant en hoeft ook niet. Bij deze vierde meting wordt gekeken naar de effecten van de invoering van cgo. Is er meetbaar verschil in opbrengsten, voor zover dat op dit moment al is vast te stellen, tussen experimentele en niet-experimentele opleidingen? (B29180)

  • ROA; Coenen, J.; Huijgen, T.; Meng, C.; Ramaekers, G., Kwaliteit van gediplomeerde schoolverlaters van creatieve MBO-opleidingen
    Maastricht : ROA, 2010. 29 p.
    ROA-R-2010/6
    Bevat de volgende bijdragen:
    Inleiding; Kwaliteit van schoolverlaters; Kwalificatie; Selectie; Kwalificerende vervolgtrajecten: Allocatie, Rendement; Intrede op de arbeidsmarkt: Allocatie, Extern rendement; Tevredenheid achteraf. (B28945) 
     
  • MBO Raad, Meer kwaliteit, minder bureaucratie, sterker beroepsonderwijs
    Woerden : MBO Raad, 2010.
    Mbo-position paper. De paper bevat de ambitie om het mbo naar een kwalitatief hoger niveau te tillen. Stappen om dit te bereiken zijn onder andere afschaffing van de drempelloze instroom, splitsing van de niveaus 1, en 2, 3 en 4 en een nauwere samenwerking met het bedrijfsleven om het onderwijs optimaal te kunnen laten aansluiten op de arbeidsmarkt. (B28839)

  • MBO Raad; Berenschot; Camps, Th.; Zwart, S. de; Bakker, H.; Gennip, P. van; Berg, C. van den, MBO en economie : impuls economische agenda vanuit mbo
    Utrecht : Berenschot, 2010.
    Investeringsagenda mbo. In het rapport wordt ingegaan op de economische agenda van Nederland, de bijdrage die het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) levert en onder voorwaarden nog sterker kan leveren aan de beschikbaarheid van goed opgeleid personeel en aan de Nederlandse en regionale economische agenda. De hoofdconclusie van het rapport is, dat het mbo een niet te onderschatten economische én maatschappelijke betekenis heeft en dat het loont om nú te investeren in extra samenwerkingsarrangementen van mbo-instellingen die bijdragen aan economisch herstel, innovatie, verhogen van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking en aan het oplossen van de verwachte personeelstekorten. (B28838)

  • Inspectie van het Onderwijs.; Min. OC en W., Zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij mbo-instellingen : resultaten van een verkennend onderzoek naar de relatie tussen het opleidingen- en informatieaanbod aan deelnemers en de arbeidsmarkt
    Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2010.
    Vanaf augustus 2008 hebben bve-instellingen de wettelijke zorgplicht tot het uitsluitend
    aanbieden van beroepsopleidingen met arbeidsmarktperspectief. Daarnaast dienen deelnemers goed te worden voorgelicht over de kans op werk die opleidingen bieden. Voor
    een eerste indicatie van hoe instellingen met deze zorgplicht omgaan en hoe de Inspectie
    van het Onderwijs in een later stadium hierop toezicht kan houden, deed de inspectie in
    2009 een verkennend onderzoek. Dit onderzoek bestond uit een analyse van het
    opleidingenaanbod en de voorlichting daarover, en gesprekken met instellingen. Dit
    rapport bevat de resultaten van het onderzoek (B28729)

  • ROA.; Meng, C.; Huijgen, T.; Ramaekers, G., MBO-diploma in tijden van crisis : doorleren of werk zoeken?
    Maastricht : ROA, 2010.
    ROA-R-2010/2
    Doorleren of zich aanbieden op de arbeidsmarkt? Jongeren die een mbo-diploma behalen staan voor deze keuze. Het rapport analyseert een aantal aspecten dat centraal staat in de keuze tussen doorleren en aanbieden op de arbeidsmarkt. Het gaat in op de omvang van de activiteiten die scholen hebben ondernomen. Ook stelt het de vraag of de scholen, gezien hun beperkt budget qua zowel tijd als geld, een effectieve aanpak van de activiteiten hebben laten zien, en wat de invloed van deze activiteiten is geweest op de afweging die jongeren maken. Zien jongeren die aangesproken zijn om door te leren de vervolgopleiding slechts als tussenpauze tot ze een betaalde baan aangeboden krijgen? Nagegaan wordt hoe het de jongeren die zich op de arbeidsmarkt hebben aangeboden is vergaan en welke ondersteuning is geboden aan jongeren die geen werk vonden. De resultaten in het rapport zijn afkomstig van een steekproef onder 20.000 gediplomeerden van het mbo (examenjaar 2009). (B28722)

  • ROA.; Meng, C.; Soudant, E.; Thor, J. van, MBO: tevredenheid en aansluiting met vervolgonderwijs en arbeidsmarkt
    Maastricht : ROA, 2010.
    ROA-R-2010/3
    Het rapport bespreekt hoe gediplomeerde schoolverlaters van het MBO hun opleiding achteraf beoordelen. Daarnaast komt aan bod hoe de transitie tussen de gevolgde MBO-opleiding en het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt verloopt. (B28723)

  • ECBO; Neuvel, J.; Esch, W. van, Van vmbo naar mbo: doorstroom en loopbaankeuzes : monitor doorstroom vmbo-mbo, cohort 4 en cohort 5
    Den Bosch : ECBO, 2010.
    Sinds 2003 doet ecbo in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de doorstroom van het vmbo naar het mbo. Rapport over de vraag of afspraken zoals bedoeld werken en wat de gevolgen zijn voor de schoolloopbaan als dat niet het geval is. Verder kot de vraag aan de orde of vmbo'ers bij de overstap naar het mbo voldoende beeld hebben van wat ze willen worden en hoe dat van invloed is op de schoolloopbaan. (B28546)

  • ECBO; Esch, W. van ; Neuvel, J., Een stukje van de Nederlandse droom. Doorstroom van vmbo naar havo
    Den Bosch : ECBO, 2010.
    Het onderzoek heeft twee hoofddoelen. Allereerst het in kaart brengen van de doorstroom van vmbo naar havo4 en de succesgraad van vmbo'ers in het havo. daarnaast wordt nagegaan hoe het havo zich opstelt tegenover de (toename in de) doorstroom en of er in de praktijk extra aandacht is voor de begeleiding van vmbo'ers. (B28547)

  • ECORYS; Kenteq, Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Kenteq 2009-2010
    Rotterdam : ECORYS, 2010.
    In opdracht van Kenteq, het kenniscentrum voor technisch vakmanschap, heeft ECORYS onderzoek gedaan naar de arbeidsmarkt van leerbedrijven in de werktuigbouw/metaal, elektrotechniek en installatietechniek. De nadruk ligt hierbij op werknemers op mbo-niveau. Het doel van het onderzoek is om de aantallen bpv-plaatsen en vacatures in deze sectoren en de (gediplomeerde) leerlingen vanuit het onderwijs in beeld te brengen. Leerbedrijven zijn gevraagd naar: plaatsingsmogelijkheden voor bol- en bbl-leerlingen voor schooljaar 2009/2010; vacatures voor recent gediplomeerde mbo-leerlingen met Kenteq kwalificaties. Ook zijn leerlingenaantallen in beeld gebracht. (B28551)

  • RWI; ROA; Coenen, J.; Cörvers, F.; Fouarge, D.; Meng, Ch.; Nelen, A., Onderbenutting bij MBO’ers : trends en verklaringen
    Den Haag : RWI, 2009.
    In tijden van laagconjunctuur zijn meer mensen bereid een baan aan te nemen onder hun niveau. Deze zogenaamde onderbenutting kan op den duur leiden tot productieverlies en verlies van competenties. Uit het onderzoek komt naar voren dat ongeveer een kwart van de mbo’ers een baan onder het eigen niveau heeft. Onderbenutting komt met name voor bij jongeren (15-29 jaar); 36% van hen is werkzaam onder hun niveau. Daarnaast komt uit het rapport naar voren dat bijna de helft van alle werkenden op mbo-niveau de aansluiting tussen de eigen opleiding en baan niet optimaal vindt. (B28439)

  • Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt; Schuit, H.; Hövels, B.; Kennis, R.; MBO Raad, Kiezen en delen : beleidsopties voor een toekomstbestendig mbo
    Nijmegen : KBA, 2009.
    In dit onderzoeksrapport wordt ingegaan op visies, kansen, gevolgen, succesfactoren en beleidsopties voor het mbo als stelsel in de toekomst en de aansluiting tussen het mbo en de arbeidsmarkt. Allereerst wordt geschetst wat de belangrijkste overwegingen zijn geweest die aan de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) ten grondslag liggen en wordt een overzicht gepresenteerd van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het mbo en zijn directe omgeving sinds de invoering van de WEB. Op basis hiervan worden een aantal cruciale uitdagingen (‘kernopgaven’) geformuleerd voor een toekomstbestendig mbo, die betrekking hebben op de intermediaire opdracht aan het mbo (missie) om een optimale aansluiting tussen individu en samenleving te bewerkstelligen. Vervolgens worden voor ieder van de geformuleerde kernopgaven een aantal beleidsopties voor het mbo gepresenteerd. (B28441)

  • Ecbo; Lieshout, H. van; Scholing, A., Marktordening in de bve-sector : een review
    Den Bosch : ECBO, 2009.
    Analyse van de werking van de markt voor het initieel beroepsonderwijs. Het brengt op hoofdlijnen in kaart hoe het bve-bestel op dit moment functioneert op de wettelijke basis die de Wet educatie en beroepsonderwijs in 1996 legde. Ingezoomd wordt op drie thema's die juist dat Nederlandse bve-bestel kenmerken (kwalificatiestructuur, de leerwegen en de rol van de sociale partners via de O&O-fondsen). (B28402)

  • Ecbo; Meijden, A. van der; Westerhuis, A.; Huisman, J.; Neuvel, J.; Groenenberg, R., Beroepsonderwijs in verandering : op weg naar competentiegericht onderwijs : de vierde meting van de CGO Monitor
    Den Bosch : Ecbo, 2009.
    Deze meting onderzoekt de effecten van de invoering van (competentiegerichte) kwalificatiedossiers op negen resultaatgebieden. Uit de resultaten wordt duidelijk dat het werken met de dossiers steeds meer voet aan de grond krijgt en dat betrokkenen, gebaseerd op hun eigen ervaringen, positieve verwachtingen hebben. Toekomstige metingen zullen uitwijzen of de positieve trend doorzet. (B28405)

  • Inspectie van het Onderwijs, Onderwijstijd bve 2009
    Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2009.
    Inspectierapport 2009-27
    Er is in 2007 onderzoek gedaan naar de naleving van de norm van 850 uur onderwijstijd in het mbo. Daaruit bleek dat 24 procent van de opleidingen te weinig onderwijstijd verzorgde. In 2009 is opnieuw een onderzoek uitgevoerd. Nog altijd schoot 17 procent tekort. Het zwaartepunt van de tekortkomingen ligt in de lagere leerjaren van de langere opleidingen. (B28339)

  • Max Goote BVE; Houtkoop, W. A.; Karsten, S.; [et al.], Controverse en perspectief in het beroepsonderwijs : kennisproductie op het terrein van het bve-systeem
    Antwerpen : Garant, 2008.
    Jaarboek van het Max Goote Kenniscentrum, 2005-2006
    Bevat de volgende bijdragen: Een weloverwogen beroepsonderwijs. Het hoofdstuk: 'Beroepsonderwijs : publiek en privaat domein' bevat de volgende bijdragen: De publieke waarde van het beroepsonderwijs; Doelgericht investeren in het onderwijs : publiek en privaat. Het hoofdstuk Competenties of geen competenties bevat de volgende bijdragen: Generiek of specifiek opleiden?; Adaptief beroepsonderwijs : leren en opleiden in transitie; Leerstijlen en leerprestaties in het beroepsonderwijs; Vormgeven van beroepsonderwijs : hoofd, hart en handen; Beroepsinwijding in het middelbaar beroepsonderwijs ; Vernieuwend vakmanschap : een drieluik over beroepsonderwijs en innovatie; Innovatieprocessen in het beroepsonderwijs. Het hoofdstuk 'Leren naast en na de school' bevat de volgende bijdragen : Het leerpotentieel van de werkplek; Beroepsonderwijs en bedrijven : uitbesteding of co-design?; Bedrijven en beroepsonderwijs : het betreden van de plek der moeite; Leerwerktrajecten leveren maatwerk : wat valt er van te leren en waarvoor zijn ze een oplossing?; De onbereikbaarheid van loopbaanleren. Het hoofdstuk : 'Beroepsonderwijs : publieke sturing' bevat de volgende bijdragen: Voortijdig schoolverlaten oplosbaar?. Een beschouwing over het beleidsprobleem voortijdig schoolverlaten; Veranderingen in de sturingsbalans tussen overheid en bve-instellingen; Rollen van raden van toezicht in de bve-sector; Volwaardige medezeggenschap in het beroepsonderwijs : het beleid en de feiten. (B28207)

  • Ecorys; FME-CWM; BOVAG; FOSAG; [et al.], Winst maken in het beroepsonderwijs
    Rotterdam : Ecorys, 2009.
    Zes technische (branche)organisaties hebben op 19 juni 2009 de werkconferentie ‘Winst maken van beroepsonderwijs’ georganiseerd. Dit rapport bevat de resultaten van deze werkconferentie. (B28175)

  • HBO-Raad, Kwaliteit als opdracht
    Den Haag : HBO-Raad, 2009.
    Hogescholen leggen zichzelf "Kwaliteit als opdracht' op als richtinggevend kader voor het beleid van de sector in de komende jaren. Een beleidsdocument waarin de prioriteiten van de hogescholen worden benoemd. (B28114)

  • Oord, J. van den, De beste mensen voor de klas : naar aantrekkelijke arbeidsrelaties in het middelbaar beroepsonderwijs
    Z.P. : J. van den Oord, 2008.
    Masterthesis waarin onderzoek wordt gedaan naar de kenmerken van de professionele leraar die het onderwijs nodig heeft en naar de arbeidsrelatie waarin de onderwijsprofessional het best tot zijn recht komt. (B28026)

  • Onderwijsraad, Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen
    Den Haag : Onderwijsraad, 2009. 100 p.
    Deze verkenning van de Onderwijsraad gaat in op de aanbodkant van een leven lang leren. De verkenning gaat na welke mogelijkheden de minister van OCW heeft om het aanbod van middelbaar (mbo niveau 4) en hoger onderwijs voor volwassenen te verbeteren en de effectiviteit van het onderwijs te vergroten. De raad gaat in op vier functies van het volwassenenonderwijs. In de eerste plaats de reparatiefunctie: degene die te weinig opleiding heeft gevolgd op jonge leeftijd, moet dat later kunnen inhalen; in de tweede plaats hulp bij de wisseling in loopbaan; in de derde plaats het bij de tijd blijven en vooruit willen komen in de samenleving; en ten slotte de sociaal-culturele en persoonlijke functie: mensen leren niet alleen voor hun arbeidsloopbaan maar ook om zich in algemene zin te blijven ontwikkelen. De raad wil een duidelijker aanbod van middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen. De raad wil dit zowel aan de private kant, waar het merendeel van de deelnemers zit, als aan de publieke kant die verzorgd wordt door roc’s, hogescholen en universiteiten. Aan de private kant stelt de raad voor dat het aanbod de lat van het Europees Kwalificatiekader volgt, zodat duidelijk is op welk niveau een aangeboden cursus staat. Aan de publieke kant wil de raad meer deeltijdaanbod, vooral in het hoger onderwijs. (B27968)

  • Cedefop; Descy, P.; Tchibozo, G.; Tessaring, M.;[et al.], Modernising vocational education and training : fourth report on vocational training research in Europe : background report : volume 1
    Luxemburg : EG, 2008.
    Het rapport bespreekt en analyseert sociaal-economische aspecten die van invloed zijn op de modernisering en hervormingen van het beroepsonderwijs, zoals de sociale mobiliteit, integratie en cohesie, vaardigheden, geografische mobiliteit. Bevat de volgende bijdragen: Introduction: Modernising vocational education and training - a fourth Cedefop report on VET research; Geographical mobility; Social mobility; The role of vocational education and training in enhancing social inclusion and cohesion; Skill shortages; The private benefits from vocational training: a new framework; The importance of information, advice and guidance over life-cycle. (B27825)

  • MBO-raad; PricewaterhouseCoopers, Derde benchmark middelbaar beroepsonderwijs
    De Bilt : MBO-raad, 2009.
    Brancherapport van de derde benchmark voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Deze derde benchmark omvat de bouwstenen succes, financiële prestaties en deelnemersoordeel. Uit de benchmark blijkt onder meer dat de financiële situatie van de mbo-instellingen in 2007 is verslechterd ten opzichte van 2006. (B27756)

  • MBO-raad, Goed bestuur in de bve-sector : branchecode over bestuur, toezicht en horizontale dialoog in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie
    [De Bilt] : MBO-raad, 2009.
    Afspraken en handreikingen op het terrein van bestuur, toezicht en horizontale dialoog, geldend voor de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. (B27652)

  • WRR, Vertrouwen in de school : over de uitval van 'overbelaste' jongeren
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2009.
    WRR-rapport, nr. 83
    Het advies gaat over de vraag wat scholen voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs kunnen doen om voortijdig schoolverlaten onder wat de WRR ‘overbelaste’ jongeren noemt te voorkomen. Dit zijn leerlingen die gebukt gaan onder een opeenstapeling van problemen, variërend van beperkte vaardigheden en gedragsproblemen tot gebroken gezinnen, schulden, verslaving of criminaliteit in de directe omgeving. Schooluitval is dan vaak de voorbode van algehele maatschappelijke uitval. De WRR vindt dat scholen aan dreigende schooluitvallers niet alleen onderwijs moeten geven, maar ook alle sociaal-emotionele zorg en steun die nodig is om een plaats in de samenleving te veroveren. Alleen op scholen met een dergelijke brede taakopvatting bestaat een reële kans om te voorkomen dat de meest kwetsbare jongeren volledig buiten de maatschappij komen te staan. De regering moet scholen en ROC’s actief stimuleren dit bredere ‘plus-pakket’ aan te bieden. (B27565)

  • Min. OC en W, Internationaliseringsagenda MBO
    Den Haag : Min. OC en W, 2009.
    Aanleiding voor deze agenda is dat ondernemers en werknemers met een mbo- achtergrond steeds meer te maken krijgen met de globalisering. In het mbo is een duidelijke trend zichtbaar dat de opleidingen in horeca en toerisme, handel, economische en financiële dienstverlening door de toenemende globalisering steeds internationaler worden en ook de opleidingen in zorg en welzijn, sport en bewegen, techniek en veiligheid steeds meer internationale componenten kennen. In deze internationaliseringsagenda worden achtereenvolgens de bestaande en de gewenste situatie beschreven op de korte (2008 – 2011) en de lange termijn. Dit gebeurt aan de hand van vier algemene uitgangspunten. Thema’s die kortweg worden aangeduid als ‘Internationale oriëntatie MBO’, ‘Mobiliteit’, ‘Samenwerking in Europa’, ‘ Versterking van de internationale concurrentie positie van het MBO’. Op elk van deze thema’s is, waar zinvol, een analyse toegepast op nationaal, Europees en mondiaal niveau. (B27517)

  • Max Goote Kenniscentrum; CINOP; [et al.], Prestaties gevraagd! : werkstukken over kansen, perspectieven en prestaties in veranderend beroepsonderwijs vanuit de leergang bve 2008
    Amsterdam : Max Goote Kenniscentrum, 2008.
    Werkstukken
    Bevat de volgende bijdragen: Kansen versterken; Lezen en schrijven in 2015; Bron en VSV-beleid; Perspectief geeft houvast; Loopbaanoriëntatie en -begeleiding is vakwerk!; De praktijk als kern van het beroepsonderwijs; Regionale samenwerking voor LLL: estafette of individuele krachtmeting?; Mbo: een markt in verandering, een markt in verwarring; Slimmer durven innoveren; Verantwoording door de jaren heen en het toezicht. (B27500)

  • MBO Raad; AOC Raad; COLO; Min. OC en W; Min. LNV, MBO, fundament onder de arbeidsmarkt : gemeenschappelijke agenda 2008-2011
    [De Bilt] : MBO Raad, 2008.
    Ministeries van OCW en LNV, MBO Raad, AOC Raad en Colo maken met deze agenda afspraken over: de vernieuwing in het mbo, goede aansluiting op het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt, de participatie in de samenleving en bestuurlijke randvoorwaarden. De afspraken sluiten nauw aan op de ambities uit de strategische agenda van Van Bijsterveldt, 'Werken aan vakmanschap', (B 26794) die eerder in 2008 is verschenen. Elke partij zal vanuit de eigen professionaliteit en verantwoordelijkheid inhoud geven aan een verdere versterking van het mbo. (B27331)

  • Bocken, I.; Buruma, Y.; Heuvel, F.A.M. van den; [et al.], Het is een mens : verkenningen over de menselijke waardigheid
    Vught : Radboudstichting : 2008.
    Deskundigen denken in deze bundel na over concrete aspecten van menselijke waardigheid in relatie tot de biomedische technologie, de grootschalige agrarische productie, de globalisering van economische verhoudingen, het hoger beroepsonderwijs en de rechtspleging.
    Bevat: De kwetsbare waardigheid van de mens; Menselijke waardigheid en het persoonsbegrip in de medische biotechnologie; Waardigheid en grootschalige agrarische productie; Mens en markt: Een economische visie op menswaardigheid in samenhang met globalisering; Mens en markt: een economische en maatschappelijke visie op menswaardigheid in samenhang met lokalisering; Onderwijs: vorming of misvorming?; Slechte mensen; Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid. (B27157)

  • Groeneveld, M. J.; Steensel, K. van; Hiteq; Kenteq; Platform Béta Techniek; Procesmanagement MBO 2010, Kenmerkend vmbo : een vergelijkend onderzoek naar de kenmerken van vmbo-leerlingen en de generatie Einstein
    Hilversum : Hiteq, 2008.
    Hiteq heeft, samen met haar partners Kenteq, Platform Bèta Techniek en het procesmanagement MBO 2010, een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de kenmerken van vmbo-leerlingen en generatie Einstein. Het onderzoek is georganiseerd door onderzoeksbureau Aetios. Voor dit onderzoek zijn ruim 1400 vmbo-leerlingen bevraagd over thema’s als leren en informatie verwerken, opleidingskeuzes, werk en beroepsbeeld en sociale factoren. Daarnaast is gesproken met docenten en ouders. De uitkomsten zijn vergeleken met algemene kenmerken die worden toegeschreven aan deze generatie jongeren, ook wel generatie Einstein genoemd. (B27100)

  • Onafhankelijke Cie Governance Code BVE, Goed bestuur in het mbo : rapport van de Onafhankelijke Commissie Governance Code BVE
    Amsterdam : onafhankelijke Cie Governance Code BVE, 2008.
    De commissie heeft in opdracht van de MBO Raad onafhankelijk onderzoek gedaan naar de invoering van de governancecode binnen de mbo-sector. De code is op 1 januari 2006 in werking getreden en mbo-instellingen hadden tot 1 januari 2008 de gelegenheid deze binnen de instelling te implementeren. De commissie is van mening dat het goed gaat met de ontwikkeling van governance in het mbo. De code is goed bekend en wordt in het algemeen prima nageleefd. Voor verdere ontwikkeling doet de commissie zeven hoofdaanbevelingen. De twee belangrijkste betreffen de status van de code en de rol van de raad van toezicht. De commissie stelt voor de status van de code te wijzigen in 'pas toe of leg uit'. Ook adviseert ze om de raden van toezicht sterker te betrekken bij vervolgstappen en deze ‘mede-eigenaar' te laten worden van een vervolgcode. (B27065)

  • Max Goote BVE; CINOP; Schoonhoven, R. van, Educatie: een tak apart? : deel II: Vavo en overige trajecten
    Amsterdam : MGK BVE, 2008.
    Educatie in het Nederlandse bve-stelsel, waarin een combinatie wordt gemaakt met het beroepsonderwijs, is een in internationaal opzicht unieke voorziening. Door tal van veranderingen in wet- en regelgeving wordt deze voorziening binnen de regionale opleidingencentra (ROC’s) momenteel bedreigd. Zo werd in 2007 de marktwerking geïntroduceerd op het gebied van inburgeringscursussen voor nieuwkomers. De educatie-units van de ROC’s boden tot voor kort in belangrijke mate deze cursussen aan. Vanaf begin 2007 is als gevolg van deze ontwikkeling lang niet alle ROC’s de aanbesteding van inburgeringscursussen volledig gegund. ROC’s die dat wél is gelukt, kregen echter in de loop van 2007 te maken met het uitblijven van cursisten. Daardoor lijkt het erop dat educatie als zelfstandige voorziening binnen de ROC’s steeds meer naar de marge wordt gedrongen. In dit tweede deel van de reeks Educatie: een tak apart? wordt niet alleen die ontwikkeling geschetst, maar wordt ook de positie van het nog resterende deel van educatie binnen de ROC’s, te weten het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) en de overige trajecten, geanalyseerd. (B27053) 

     
  • Max Goote BVE; CINOP; Voncken, E.; Breemer, F. , Een rol van betekenis : deelnemerbetrokkenheid bij de innovatie van het primaire proces in het mbo
    Amsterdam : Max Goote BVE, 2008. 88 p.
    Beleidsnota's staan vol met termen als 'de deelnemer centraal' en 'vraaggericht werken'. Maar lukt het ook dat in de praktijk gestalte te geven? En hoe en waar heeft de deelnemer dan invloed? MGK heeft een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de rol van de deelnemer bij (innovatie van) het primaire proces. In het onderzoek dat uitgevoerd is aan de hand van interviews en schriftelijke vragenlijsten onder deelnemers en docenten stonden vier rollen van deelnemers centraal. De rol van de deelnemer als kritisch consument, die van kwaliteitsbewaker, de deelnemer als regisseur van zijn/haar eigen leerloopbaan en de deelnemer als co-maker van het primaire proces. De geïnterviewden geven aan dat meer betrokkenheid van de deelnemers bij het primaire proces nodig en wenselijk is en nog te weinig gestalte krijgt. Ook deelnemers zijn doorgaans die mening toegedaan. Docenten zijn van mening dat deelnemers meer invloed hebben dan deelnemers zelf aangeven. Tegelijkertijd vindt minder dan de helft van de docenten de rol van co-maker belangrijk en denken docenten vaak van hun collega's dat die vinden dat deelnemers niet in staat zijn deze rol op zich te nemen. Eén van de aanbevelingen van het rapport is daarom deelnemerbetrokkenheid niet over te laten aan 'toevalligheden', maar een visie en beleid op deelnemerbetrokkenheid te ontwikkelen dat gedragen wordt door de instelling. Dat begint met het duidelijk maken van de bijdrage van deelnemerbetrokkenheid. (B26888)
      
  • Min. OC en W, Werken aan vakmanschap : strategische agenda beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 2008-2011
    Den Haag : Min. OC en W, 2008.
    Hoofddoel van de agenda is dat het aanbod van het beroepsonderwijs beter aansluit bij de vraag naar werknemers vanuit het bedrijfsleven. In de agenda 2008-2011 staan vijf beleidsdoelstellingen centraal: 1. Betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt 2. Verbetering van de onderwijskwaliteit; 3. Verbetering van de aansluitingen in de beroepskolom; 4. Actieve en duurzame participatie aan onderwijs en arbeidsmarkt; 5. Duidelijkere positionering van de educatie. (B26794)

  • MBO-Raad; PriceWaterhouseCoopers; Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt, Benchmark middelbaar beroepsonderwijs 2007 : brancherapport
    [De Bilt] : MBO-Raad, 2008.
    In de Benchmark MBO 2007 wordt gekeken naar hoeveel studenten een diploma behalen, wat de deelnemers zelf vinden van het onderwijs en hoe de instellingen hun budget besteden. In de benchmark worden dit bouwstenen genoemd, het gaat om de volgende drie bouwstenen: kwalificatiesucces, financiële prestaties, deelnemersoordeel. Uit de Benchmark 2007 blijkt dat het aantal gediplomeerden stijgt. Verder kiest 51,6% van de mbo'ers na het behalen van zijn mbo-diploma voor een vervolgopleiding op een hoger mbo-niveau, 43,3% kiest voor een hbo-opleiding. (B26765)

  • Max Goote Kenniscentrum; Adriaanse, W.; Wieringen, F. van, Beroepsvorming van toezichthouders in mbo, hbo en wo
    Amsterdam ; Max Goote BVE, 2007.
    Aangezet door problemen in de particuliere sector is ook in de publieke sector meer en meer aandacht voor controle, naleving, handhaving en toezicht. Het beroepsonderwijs is geen uitzondering op deze algemene ontwikkeling. In aanvulling op eerder onderzoek van MGK uit 2006 naar het functioneren van deze plaatselijke raden van toezicht, heeft MGK een studie uitgevoerd naar de wijze waarop deze plaatselijke raden van toezicht zich landelijk organiseren. Ontstaan er verenigingen van toezichthouders en toezichthoudende organen? Wat zijn de doelstellingen van dergelijke verbanden? Welke perspectieven zijn er voor deze verbanden? Is een sectorale opzet van landelijke verbanden wenselijk of is het beter te streven naar één verband of één steunpunt op landelijk niveau voor alle raden van toezicht en toezichthouders? In dit rapport worden verschillende beroepsgroeporganisaties van toezichthouders binnen en buiten de onderwijssector met elkaar vergeleken. De vergelijking vindt plaats op een aantal criteria zoals doelstellingen, activiteitenbreedte, financiering, sectorale of intersectorale opbouw,en formalisering. (B26694)

  • Inspectie van het Onderwijs, Competenties : kun je dat leren? Een inspectieonderzoek naar de onderwijskundige kwaliteit van de vernieuwing in het mbo
    Utrecht : IO, 2007.
    Onderzoek om inzicht te krijgen op de ontwikkeling van het competentiegericht onderwijs in de praktijk. Aandacht voor de inhoud van de opleidingen en de invoeringswijze van vernieuwingen. Het perspectief hierbij wordt nader belicht. (B26262) 

  • MBO Raad, Jaarbericht 2006 beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in beweging
    De Bilt : MBO Raad, 2007.
    Jaarboek over het Middelbaar Beroepsonderwijs (mbo) en volwasseneducatie. Het eerste deel van de publicatie bevat artikelen over de arbeidsmarkt voor mbo'ers, het onderwijs en de schooluitval, vernieuwing in het onderwijs, effectief en ondernemend onderwijs, werken en besturen in het mbo. Het tweede deel van de publicatie bevat feiten en cijfers over de sector. Met statistische gegevens over o.a. het aantal deelnemers, gemiddelde leeftijd van de deelnemers, competentiegericht onderwijs, leerbedrijven, onderwijsprestaties, doorstroom, voortijdig schoolverlaten, volwasseneneducatie, arbeidsmarkt voor mbo'ers, aansluiting tussen mbo en arbeidsmarkt, personeel in het mbo, en financiën. (B25995)

  • Schoonhoven, R. van ; Rooij, M. van ; MGK bve”, Educatie : een tak apart? Deel 1 : inburgering en marktwerking : inventarisatie : resultaten van onderzoek en studie van het bve-systeem
    Amsterdam : MGK bve, 2007.
    Het rapport beschrijft de resultaten van de eerste inventarisatie. Het behandelt de komst van de marktwerking in de inburgeringscursussen, hoe dit in eerste aanleg door de ROC's in reorganisaties is opgevangen en schetst op grond daarvan enkele vragen voor de toekomst. (B25970)

  • Berenschot; Basoski, I.; Wiegers, M.; Overmeer, V.; Min. OC en W; Min. LNV, De kracht van het herontwerp : onderzoek naar de succesfactoren en risico's van het herontwerp mbo
    Utrecht : Berenschot, 2007.
    Aanleiding voor het onderzoek is te bezien of er aanvullende maatregelen nodig zijn om de beloften van het competentiegerichte onderwijs te kunnen waarmaken. Het rapport levert een onafhankelijke inventarisatie en analyse van knelpunten en succesfactoren en sluit af met aanbevelingen voor versterking van de verdere aanpak. Hoofdconclusie van het onderzoek is dat, ondanks alle negatieve publiciteit, de urgentie en noodzaak van het herontwerp over het algemeen door alle betrokken actoren (bestuurders, uitvoerders en doelgroepen) wordt onderschreven. Het competentiegericht onderwijs vormt het adequate antwoord op de maatschappelijke problemen rond schooluitval en gebrekkige aansluiting tussen onderwijs en beroepspraktijk. Er zijn echter grote knelpunten in de uitvoering van, de regie en het toezicht op, en de communicatie over de operatie. Deze knelpunten moeten snel en krachtig ter hand worden genomen, voordat de toenemende negatieve publiciteit niet meer gekeerd kan worden en zowel uitvoerders als doelgroepen gaan afhaken. Gelet op deze knelpunten is wettelijk verplichte invoering van het herontwerp per 1 augustus 2008 naar het oordeel van Berenschot onhaalbaar. (B25900)

  • Procesmanagement herontwerp mbo; Bureau Keesie, De Balansschool : generatie Einstein over herontwerp mbo
    Ede : Procesmanagement herontwerp mbo, 2007.
    Onderzoek naar de ervaringen van mbo-leerlingen met het vernieuwde, competentiegerichte beroepsonderwijs. Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek: Leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs steunen de modernisering van hun opleidingen. Ze zijn enthousiast over de grote aandacht voor praktijkleren en willen zeker niet terug naar een klassikaal model. Wel hebben leerlingen behoefte aan meer theorie en structuur. (B25901)

  • CINOP; Baarda, R.; Berg, J. van den; Huisman, J., Leren langs nieuwe wegen : evaluatie-onderzoek experimenten ‘herontwerp kwalificatiestructuur/ mbo’ 2005-2006 : tweede onderzoeksjaar
    's-Hertogenbosch : CINOP, 2006.
    In het onderzoek wordt de invoering van competentiegericht onderwijs bij de mbo-instellingen gemonitored en geëvalueerd. De volgende onderwerpen en daaraan gerelateerde thema’s staan in het onderzoek 2005-2006 centraal: 1. Participatie: hoeveel onderwijsinstellingen en deelnemers nemen deel aan de experimentele opleidingen; hebben zich in de periode oktober 2005 en februari 2006 wijzigingen voorgedaan, en zo ja wat zijn daarvan de oorzaken?; 2. Voortgang innovatieproces: waar staan opleidingen in het ontwikkelingsproces richting competentiegericht onderwijs? Hoe krijgt competentiegericht beroepsonderwijs in de praktijk vorm?; 3. Samenwerking: hoe ontwikkelt zich de samenwerking met de verschillende samenwerkingspartners in de ontwikkeling en uitvoering van de opleidingen?; 4. Rol docent en praktijkopleider: hoe verandert de rol van de docent en de praktijkopleider in de ontwikkeling en uitvoering van de opleidingen?; 5. Beroepspraktijkvorming en overig praktijkgerichte onderwijs: welke veranderingen doen zich voor op het terrein van de beroepspraktijkvorming en overig praktijkgericht onderwijs?; 6. Resultaten en effecten: welke resultaten en effecten worden bereikt met de experimentele opleidingen? 7. De AKA-opleiding: welke specifieke ontwikkelingen doen zich voor in de opleiding arbeidsmarktgekwalificeerd assistent?; 8. EVC-trajecten: welke ervaringen doen experimentele opleidingen op met het erkennen van verworven competenties? (B25902)

  • Schoonhoven, R.; Max Goote Kenniscentrum, Op weg naar een nieuw bve-beleid : bijdragen aan een beleidsagenda vanuit de leergang Bve 2006
    Amsterdam : MGK BVE, 2006.
    Publicatie over de mogelijke contouren van het bve-bestel in 2010. De bundel is opgedeeld in vijf delen. Deel I 'Over de deelnemer' bevat de volgende bijdragen: De mbo-student in 2010: volgzame leerling of kritische regisseur; Doorlopende zorg? Leerlingenzorg in het (beroeps)onderwijs, nu en in de toekomst; ROC Leiden als centrum voor talent. Deel II 'Over de kwalificatiestructuur' bevat de volgende bijdragen: Over kwaliteitsbewaking examinering en de wensen van de branche over onderwijsoutput; De toekomst van AKA. Deel III 'Over het ROC en innovatie' bevat de volgende bijdragen: Zonder aandacht voor de omgeving is er in 2015 geen bve-sector; Innovatiemanagement: over ROC ASA, netwerkorganisaties, leiderschap en meer in relatie tot innovatieprocessen; Het ROC als het logistieke hart van de kenniseconomie. Deel IV 'Over de randvoorwaarden en personeelsbeleid': De rol van de dienst P&O binnen het ROC in 2010; Van trendvolger naar trendsetter? ICT-ontwikkelingen met betrekking tot het onderwijs van de toekomst; Er zit toekomst in het bve-leraarschap - Over proactief en preventief personeelsbeleid in het ROC van 2010; Ontslag en ontbinding in de bve-sector. Deel V 'Over landelijke kaders' bevat de volgende bijdragen: Arbeidsvoorwaardevorming in 2010; Tweede Kamerverkiezingen 2011: géén minister van Onderwijs; Financiële kaders van het mbo, nu en in 2010. (B25576)

  • MBO Raad; PricewaterhouseCoopers; [et al.], Eerste fase benchmark MBO afgerond : benchmark biedt stuurinformatie voor instellingen en versterkt inzicht in de MBO-sector
    [De Bilt] : MBO Raad, 2006.
    Benchmark middelbaar beroepsonderwijs. De eerste fase van de benchmark omvat drie bouwstenen: succes, financiële prestaties en deelnemersoordeel. Of met andere woorden: hoeveel deelnemers (leerlingen) behalen een diploma, hoe worden de daarmee gemoeide middelen ingezet en wat vinden de deelnemers zélf van het onderwijs? Het rapport beschrijft de resultaten op het niveau van de gehele MBO-sector. Uit de resultaten blijkt dat van de studenten op het hoogste niveau van het mbo, niveau 4, 70 procent een diploma haalt . Van de studenten op niveau 3 haalt 68 procent een diploma en van de studenten op niveau 2, 47 procent. Aan deze drie niveaus neemt in totaal 95 procent van de mbo’ers deel. Voor de studenten op niveau 1 is het succespercentage 37 procent. Aan dit niveau neemt 5 procent van het totale aantal mbo’ers deel. In de benchmark is ook onderzocht wat de redenen voor schooluitval zijn. In ongeveer een derde van de gevallen blijken de oorzaken niet of nauwelijks door de school zelf te beïnvloeden. De Benchmark MBO brengt ook de kostenstructuur van de scholen in kaart. Van de totale kosten wordt gemiddeld 74 procent ingezet voor personeel. In de benchmark is verder het deelnemersoordeel meegenomen. Mbo-studenten geven hun school gemiddeld een rapportcijfer van 6,4. (B25371)

  • Hövels, B., OECD-project 'The role of qualification systems in promoting life long learning' : Country report: The Netherlands
    Nijmegen: Kenniscentrum beroepsonderwijs Arbeidsmarkt, 2004.
    Overzicht van de belangrijkste karakteristieken van het kwalificatiesysteem in Nederland met betrekking tot leven lang leren. Speciale aandacht voor beroepsonderwijs en training. Belangrijkste conclusie is, dat het systeem in Nederland veel ingrediënten heeft om het leven lang leren te stimuleren. (B24833)

  • HBO-Raad, Het hbo ontcijferd 2006
    Den Haag : HBO-Raad, 2006.
    Jaarlijkse uitgave van de HBO-Raad over de ontwikkeling van de studentenaantallen in het hbo. De publicatie bevat een reeks van kengetallen op het gebied van instroom, inschrijvingen, diploma’s, studieduur en rendement. Naast de indeling van de kengetallen naar hogescholen en sectoren wordt in deze uitgave ook bekeken hoe de doorstroom vanuit een bacheloropleiding in het hbo naar een opleiding in het wo zich ontwikkelt. Daarbij wordt aandacht besteed aan de omvang van deze doorstroom, de sectorale aspecten die daarbij spelen en wordt kort ingegaan op samenwerkingsverbanden tussen hogescholen en universiteiten. Bij dit onderwerp zijn ook enkele detailtabellen opgenomen waarin de doorstroom per hogeschool te zien is. (B24693)

  • HBO-raad, Branchecode governance
    [Den Haag] : HBO-raad, 2006.
    Branchecode voor goed bestuur hogescholen. De code legt belangrijke spelregels vast voor bestuur en toezicht van de hogescholen. De code bouwt voort op de aanbevelingen van de Commissie Glasz "De raad van toezicht in het hbo" (augustus 2000). De branchecode bindt alle leden van de HBO-raad. De hogescholen verwachten dat met de branchecode aanvullende wet- en regelgeving ten aanzien van bestuur, toezicht en verantwoording overbodig wordt. (B24537)

  • CBS, Jaarboek onderwijs in cijfers 2006
    Voorburg : CBS, 2005.
    Achtste editie van het Jaarboek onderwijs in cijfers. Naast de vaste informatie over leerlingen, onderwijsinstellingen en onderwijsuitgaven wordt in iedere editie een aantal thema’s speciaal belicht. Een van die thema’s is dit jaar het mbo. Het mbo levert grote aantallen schoolverlaters af voor de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is het mbo niet alleen gegroeid qua aantal leerlingen, maar ook van karakter veranderd. Het accent is verschoven van technische opleidingen naar economische opleidingen en opleidingen in de zorg. De verhouding tussen mannen en vrouwen is in bepaalde sectoren al jaren bijzonder scheef. In de sector techniek is slechts één van de tien geslaagden een vrouw, bij zorg en welzijn zijn dat er negen van de tien. Verder komen aan bod het onderwijsniveau van de Nederlandse bevolking, de deelname aan het voortgezet onderwijs naar herkomstgroepering, de schoolkleur in het voortgezet onderwijs, het studierendement van brugklassers, post-initieel onderwijs en universitair onderzoek. (B24415)

  • Ver. VNO-NCW; Management Centrum Partners B.V.; FME-CWN; PAEPON; [et al.], Anders, maar ook beter? : verslag van een onderzoek naar effecten van publiek private samenwerkingsarrangementen in het MBO
    Den Haag : Management Centrum Partners B.V., 2005.
    Er bestaat een variëteit aan samenwerkingsvormen van publiek en privaat onderwijs binnen het MBO. Doelstelling van het onderzoek is om vast te stellen wat de resultaten zijn van deze samenwerking in de praktijk in het bijzonder waar het gaat om responsiviteit, kwaliteit en doelmatigheid. In het onderzoeksproject 'ander onderwijs' worden de bestaande ervaringen met de samenwerking tussen roc’s en private instellingen “gemonitord”. In totaal worden zestien cases beschreven. Het onderzoek is beperkt tot de vraag naar de effecten van publiek private samenwerking. Uit het onderzoek komt naar voren dat scholingsprojecten waarbij het middelbaar beroepsonderwijs samenwerkt met bedrijven en private opleidingsinstituten leiden tot een betere afstemming van vraag en aanbod, een hogere uitstroom en meer kennisuitwisseling tussen de partijen. De overheid moet dit soort projecten stimuleren. Uit het onderzoek blijkt verder dat ontwikkelingen in de beroepspraktijk sneller worden vertaald naar het onderwijs als bedrijven het initiatief tot samenwerking nemen. (B24386)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Werken aan leren : bijdragen aan een beleidsagenda bve vanuit de leergang 2005
    Amsterdam : MGK, 2005.
    Max Goote Werkstukken
    Jaarrapport van het Max Goote Kenniscentrum over de leergang met het thema "Kernopgaven voor het bve-stelsel 2005-2008'. Bevat de volgende bijdragen: Beschouwing van voortijdig schoolverlaten in Europees perspectief; Uitvalvermindering door een leven lang leren; Val niet van het dak af! Een leven lang leren als beste basis voor kwaliteit van je loopbaan; De loopbaan van de deelnemer centraal in het kader van competentiegericht leren en opleiden; Het nieuwe toetsen in de bve: if you don't measure, you don't care...; Competentiegericht leren: welke kaders in personeelsbeleid zijn nodig voor competente onderwijsgevenden?; Innovatie en kennisdeling. (B24346)

  • AWT, Ontwerp en ontwikkeling : de functie en plaats van onderzoeksactiviteiten in hogescholen
    Den Haag : AWT, 2005.
    AWT-advies, nr. 65
    In het advies staan de volgende vragen centraal: Hoe kunnen we de onderzoeksactiviteiten die we verwachten van hogescholen definiëren of omschrijven? Hoe kunnen we hen afbakenen van het universitaire onderzoek? Hoe kunnen onderzoeksactiviteiten van hogescholen een herkenbare plaats krijgen in financierings- en verantwoordingsregimes? De AWT adviseert onderzoeksactiviteiten van hogescholen te richten op de beroepspraktijk. De nadruk hoort te liggen op het ontwerp en de ontwikkeling van producten, processen of diensten. Volgens de AWT kan HBO-onderzoek de beroepspraktijk op twee manieren helpen. Het kan een omgeving bieden waarin vakmensen worden opgeleid. En HBO-onderzoek kan antwoord geven op concrete problemen. De AWT vindt het eerste aspect het belangrijkst. Goed geschoold personeel opleiden is de kerntaak van hogescholen. (B24206)

  • Lieshout, H. A. M. van ; [et al.], Flexicurity: recent developments in Dutch vocational education and training
    Amsterdam : Max Goote BVE, 2001.
    Er is buitenlandse belangstelling voor recente ontwikkelingen binnen de Nederlandse beroepsonderwijsmarkt. Vooral voor de flexibiliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt. Recent is de term flexicurity geïntroduceerd, een mengsel van flexibiliteit en zekerheid. Aandacht voor een aantal ontwikkelingen op dit gebied. En met name voor tijdelijk werk, ict en aanstellingen voor werklozen. (B23969)

  • CINOP ; [et al.], Van contacten naar vervlechting? : Bedrijven over hun relatie met het beroepsonderwijs, utkomsten van een verkennend onderzoek
    's-Hertogenbosch : CINOP, 2005.
    A00256
    Er is weinig bekend over de samenwerking tussen het beroepsonderwijs en bedrijven en instellingen. Dit was voor CINOP aanleiding voor een verkennend onderzoek vanuit het perspectief van bedrijven. De resultaten geven een goed beeld van de wijze waarop bedrijven tegen samenwerking aankijken. Wel is versterking wenselijk van het relatienetwerk: zowel op uitvoerend als tactisch-strategisch niveau. (B23966)

  • CEDEFOP; Descy, P.; Tessaring, M.; Rens, J. van, The value of learning evaluation and impact of education and training : third report on vocational training research in Europe : synthesis report
    Luxemburg : EG, 2005.
    Cedefop reference series, nr. 61
    Rapport over beroepsonderwijs en scholing in de EU. Het rapport bevat onder meer een evaluatie van onderwijs en scholing in de veranderde Europese context, en gaat in op de invloed en voordelen van onderwijs en scholing. (B23948)

  • CPB; [et al.], Een open bestel in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs
    Den Haag : CPB, 2005.
    CPB Document, nr. 70
    Dit onderzoek analyseert de gevolgen van de introductie van een open bestel in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. Onder een open bestel wordt verstaan een stelsel waarin voor alle aanbieders van onderwijs gelijke voorwaarden gelden voor toetreding tot en het opereren op de gereguleerde markt. De beleidsoptie 'open bestel' is op de beleidsagenda geplaatst door zorg over de kwaliteit van het onderwijs, vragen over het huidige onderscheid tussen instellingen die publieke subsidies ontvangen en instellingen die geen subsidies krijgen, de internationalisering in de onderwijsmarkt en de toenemende autonomie van instellingen. Dit document rapporteert over de voor- en nadelen van een open bestel. De voordelen bestaan uit meer efficiëntie en waarschijnlijk ook betere prestaties van leerlingen. De nadelen zijn een grotere kans op segregatie, de mogelijkheid dat opleidingen gaan verdwijnen en een groter beroep op publieke middelen. De laatste twee nadelen kunnen wel worden tegengegaan met flankerend beleid. De conclusie is dat het verstandig is om meer kennis te verwerven door goed ontworpen experimenten met het verruimen van mogelijkheden voor nieuw aanbod. Daarnaast lijkt het verstandig om nieuw voorgenomen fusies in het onderwijs te toetsen op mededingingseffecten. (B23917)

  • MKB-Nederland; Hoogendijk, C., Koers - MKB : vakmanschap onder druk
    Delft : MKB Nederland, 2005.
    Uit het onderzoek blijkt dat er de komende jaren een groot tekort aan bekwame vaklieden dreigt te ontstaan. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. In het rapport staan de volgende onderzoeksvragen centraal: Hoe groot is de vervangingsvraag ten gevolge van de vergrijzing?; Hoe groot is de uitbreidingsvraag ten gevolge van nieuwe ontwikkelingen (innovaties)?; Hoeveel gediplomeerden zullen er de komende jaren uit het onderwijs komen?; Komt het vakmanschap in Nederland daadwerkelijk onder druk te staan?; Hoe kijken ondernemers aan tegen deze ontwikkelingen. Delen zij de mening dat er een tekort aan vaklieden zal ontstaan. Zijn zij van mening dat de vraag naar hoger opgeleiden alsmaar stijgt. Zien zij een belangrijke rol weggelegd voor het beroepsonderwijs bij het oplossen van de problemen. Zijn zij tevreden over de resultaten van het huidige beroepsonderwijs. Zien zij zich genoodzaakt om personeel aan te nemen dat eigenlijk te laag geschoold is voor het werk in de bedrijven? (B23828)

  • Leijnse, F.; [et al.], Beroepswijs beroepsonderwijs : voorstellen voor vernieuwing van het beroepsonderwijs : eindrapportage werkgroep dynamisering beroepsonderwijs
    Z.p. : z.u, 2005.
    Analyse van de eisen die aan modern beroepsonderwijs in een kenniseconomie worden gesteld, en voorstellen voor vernieuwing van het beroepsonderwijs. (B23633)

  • B&A Groep; [et al.], Evaluatie Kenniscentrum EVC
    Den Haag : B&A Groep, 2004.
    Erkenning van verworven Competenties (EVC) is een belangrijk instrument in het kader van employability. In toenemende mate worden EVC-procedures ingezet in meerdere sectoren en op verschillende niveaus, waardoor de omgang met 'human capital' alsmede de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt worden geoptimaliseerd. De B&A Groep heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) vier jaar Kenniscentrum EVC (KC EVC) geëvalueerd. Dit evaluatieonderzoek is er op gericht inzicht te krijgen in de mate waarin het Kenniscentrum EVC effectief en efficiënt is geweest in het bereiken van haar doelstelling, namelijk het creëren van bewustwording, van nut, noodzaak en gebruik van EVC voor alle betrokken partijen op branche- of sectoraal niveau. Daarnaast wordt een aantal aanbevelingen gedaan over eventuele voorzetting van het kenniscentrum. (B23463)

  • Min. OC en W, IBO Open bestel
    Den Haag : Min. OC en W, 2004.
    Interdepartementaal Beleidsonderzoek 2003-3004, nr. 2
    Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) over een open bestel in het hoger onderwijs en de bve-sector. Onderzocht wordt welke bijdrage een open bestel kan leveren aan de kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en de beheersbaarheid van het onderwijs. Aan welke voorwaarden een open bestel dient te voldoen om de kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en de beheersbaarheid van de onderwijsuitgaven te kunnen waarborgen. En welke onderwijstypen bij uitstek in aanmerking komen voor een open bestel. (B23298)

  • CINOP; Visser, K., Responsiviteit en transparantie in de bve-sector
    's-Hertogenbosch : CINOP, 2004.
    Theoriereeks, nr. 14
    In deze bundel artikelen onder de titel Responsiviteit en transparantie in de bve-sector geven verschillende auteurs aan de hand van concrete topics een schets van (be)sturings- en verantwoordingsvragen die binnen de sector spelen, wil zij responsief kunnen zijn in de richting van deelnemers aan beroepsonderwijs - 'maatwerk' met het oog op ontwikkeling van talenten en loopbanen - en in de richting van afnemers als representanten van de beroepspraktijk die een grote mate van diversiteit kent. Die vragen spelen zowel op macro,- meso-, als microniveau en betreffen in wezen alle facetten van de inrichting van het beroepsonderwijs. Rode draad in de bundel is: meer ruimte voor de professionals in het beroepsonderwijs binnen heldere, gedragen beleidskaders (visie, missie en doelen) gekoppeld aan een resultatenverantwoording die open en transparant is; vooraf oftewel aan de inputzijde minder regelen dan tot nog toe, maar ook achteraf laten zien aan alle belanghebbenden wat bereikt is en feedback vanuit de instellingsomgeving met het oog op kwaliteitsverbetering bewust organiseren. (B23181)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Stakeholders in beeld : over instellingen voor beroepsonderwijs en hun stakeholders en over methoden om stakeholders te identificeren en te positioneren
    Amsterdam : MGK, 2004.
    De praktijk van de stakeholderbenaderingen staat nog in de kinderschoenen. In deze studie wordt zowel de theorie als de praktijk van deze benadering verder uitgediept. Hierbij komen vragen aan de orde zoals: Wat en wie zijn eigenlijk onze stakeholders? Hoe gaan we met ze om? Bij wie ligt het initiatief? Kunnen en mogen stakeholders invloed uitoefenen op onze instelling? Maken ze hun wensen en eisen duidelijk kenbaar en zijn deze gerechtvaardigd? Welke positie nemen stakeholders in ten opzichte van onze instelling? Wiens belangen worden gediend? Hoe schatten de stakeholders zelf hun belang en positie in en waar heeft dat mee te maken? Twee belangrijke conclusies komen naar voren. Ten eerste blijkt dat stakeholders zelden uit zichzelf op de deur kloppen van een instelling voor beroepsonderwijs. Ten tweede blijkt dat er geen blauwdruk bestaat voor het omgaan met stakeholders. De ROC's die in dit onderzoek zijn onderzocht gaan op heel verschillende wijze om met hun stakeholders. Bij het onderhouden van relaties met stakeholders is de strategische inzet van de instelling cruciaal. (B23126)

  • Onderwijsraad, Koers BVE : doelgericht zelfbestuur ; advies over Koers BVE : de regio aan zet
    Den Haag : Onderwijsraad, 2004.
    Advies, nr. 20040315/738
    De raad heeft de beleidsnota Koers BVE . De regio aan zet van commentaar voorzien op verzoek van staatssecretaris Rutte van OCenW. De Onderwijsraad beperkt zich in zijn advies tot een aantal van de belangrijkste thema’s. Hij heeft deze bekeken in het licht van de twee Europese doelen: verhoging van het opleidingspeil en vergroting van de sociale cohesie. Voorts vindt de raad dat de landelijke overheid ruimte moet geven aan de instellingen om zichzelf te besturen, waarbij soms corrigerend optreden noodzakelijk is vanuit overwegingen van publiek belang. (B24024)

  • Cedefop; [et al.], Learning for employment : second report on vocational education and training in Europe
    Luxemburg : EG, 2004.
    Cedefop reference series, nr. 51
    Rapport beroepsonderwijs en beroepsopleiding en de links met algemeen onderwijs en levenslang leren. Het doel is om het debat te stimuleren over het ontwikkelen en hervormen van het beleid voor beroepsonderwijs en -opleiding in Europa. Het rapport gaat achtereenvolgens in op: Het Europees beleidskader voor beroepsonderwijs en -opleiding; De bijdrage van de sociale partners en de sociale dialoog; Leren voor werkgelegenheid: arbeidsmarktanalyse; Deelname aan beroepsonderwijs en -opleiding; Gelijke kansen en sociale integratie; Verminderen van het aantal jongeren met onvoldoende onderwijskwalificaties; Vervroegde uittreding onder oudere werkenden verminderen; Integratie van kansarme groepen in het arbeidspotentieel; De hiaten in vaardigheden verkleinen; Stijging in de bereikte onderwijsniveaus; Toekomstige arbeidsbehoeften in 2010; Beroepsonderwijs- en opleiding verbeteren in de lidstaten. De analyse van het rapport toont aan dat trends op de arbeidsmarkt grote gevolgen hebben voor het beleid van beroepsonderwijs- en opleiding. Het Europese beleidskader voor beroepsonderwijs en -opleiding is veelomvattend. Het legt de nadruk op leren voor werkgelegenheid. Het wordt versterkt door het actiekader van de sociale partners en hun werk in verschillende sociale dialogen en in een trilaterale discussie met regeringen op Europees en nationaal niveau. Concluderend stelt dit rapport dat hervormingen moeten worden bespoedigd, dat deelname aan onderwijs en opleiding door belangrijke sectoren van het arbeidspotentieel moet worden gestimuleerd en nauwlettender moet worden gemonitord en dat mogelijke tekorten aan arbeidskrachten onderaan het vaardigheidsspectrum niet over het hoofd mogen worden gezien. (B23089)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], De waarde van de startkwalificatie
    Amsterdam : MGK, 2004
    Onderzoek naar de waarde van de Nederlandse niveau 2-opleidingen, ofwel startkwalificatie, zowel in nationale als in internationale context? Gekeken is naar de arbeidsmarktperspectieven en de vaardigheden van mensen met een opleiding op het niveau van de startkwalificatie. Daarnaast zijn de opleidingen op dit niveau internationaal vergeleken. (B22932)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Learning from the future
    Amsterdam : MGK, 2002.
    Rapport over scenario's en strategieën voor het beroepsonderwijs in internationaal perspectief. In dit rapport wordt verslag gedaan van de tweede fase van een Europees scenarioproject. In deze fase hebben de verschillende deelnemende landen scenario's ontwikkeld voor de mogelijke toekomst van het eigen nationale stelsel van beroepsonderwijs en scholing. Ondanks de grote variatie in nationale omstandigheden konden drie groepen van scenario's worden onderscheiden: beroepsonderwijs in een gefragmenteerd Europa; beroepsonderwijs in het Europa van het individu; beroepsonderwijs in Europa als netwerk. Daarnaast hebben de deelnemende landen strategieën ontwikkeld als antwoord op de verschillende scenario's. (B22933)

  • ROA; [et al.], De waarde van een startkwalificatie
    Maastricht : ROA, 2002.
    ROA-R-2002/14
    Deelonderzoek in het kader van een onderzoek naar de waarde van de Nederlandse startkwalificatie zowel in de nationale als in de internationale context. Dit deelonderzoek bevat een vergelijking van de externe rendementen van de startkwalificatie met opleidingen die qua niveau daar vlak onder zitten respectievelijk vlak boven zitten. (B22899)

  • Cinop; [et al.], Unravelling policy, power, process and performance : the formative evaluation of the dutch adult and vocational education act
    's-Hertogenbosch : Cinop, 2004.
    In de publicatie wordt verslag gedaan van de resultaten van een tweejaar durende evaluatiestudie van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs WEB (1996) die heeft plaatsgevonden in 1999-2001. De publicatie begint met een overzicht van de context, voorgeschiedenis, evaluatie, de responsiviteit en flexibiliteit van de Bve sector. Daarna wordt ingegaan op de kwaliteit van het leerproces, monitoring, rendementsmeting en het spanningsveld tussen autonomie en kwaliteit van de roc's. Na presentatie van de resultaten vindt een kritische reflectie op het evaluatieproces plaats. De publicatie eindigt met een beschrijving van de meest recente ontwikkelingen in de Nederlandse Bve sector. (B22660)

  • Min. EZ; Min. OC en W, De lerende centraal : naar meer keuzen in het onderwijs
    Den Haag : Min. EZ, 2002.
    In dit rapport is een transitietraject naar vraagsturing in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, in de vorm van differentiatie van collegegelden, vraagfinanciering, academicibelasting (equity participation) en een open bestel, uitgewerkt. In het rapport wordt onder meer aangegeven met welke knelpunten de genoemde onderwijssectoren kampen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de trends en oplossingen voor de knelpunten. Hieruit blijkt dat vraagsturing met name een bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten op het gebied van de kwaliteit van het onderwijs. Tevens blijkt dat vraagsturing aansluit op de trends van individualisering en internationalisering. (B21859)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Zin in de toekomst, loskomen van het verleden : verkenning toekomst beroepsonderwijs
    Amsterdam : Max Goote Kenniscentrum, 2003.
    Toekomstverkenning beroepsonderwijs als bouwsteen voor het proces Koers Bve 2. In de verkenning werd het vooral van belang geacht goed te luisteren naar hoe betrokkenen bij het beroepsonderwijs zelf over de toekomst van de sector oordelen. Gerapporteerd wordt over de onderdelen e-mail-interviews, veertig beweringen over de toekomst, werkplaatsbijeenkomsten met bve-studenten, elektronisch ondersteunende discussies tijdens drie werkplaatsen men bestuurlijk en inhoudelijk betrokkenen. Naar aanleiding van de waarnemingen in het verkenningsproces worden als thema's voor het beleidsdebat genoemd: Het innoveren; Wat betekent de loopbaan van de deelnemer centraal voor de identiteit als 'beroeps'-onderwijs?; Wat betekent de (loopbaan van de) deelnemer centraal stellen voor de instelling?; Hoe moeten 'uitval' en dreigende jeugdwerkloosheid worden aangepakt?; Hoe kan de beroepsonderwijskolom van zijn schotten worden ontdaan?; Naar een open bestel?; Zijn instellingen én de overheid voldoende voorbereid op maatschappelijk ondernemerschap en een meer competitieve omgeving?: Hoe belangrijk wordt Europa? (B21750)

  • Max Goote Kenniscentrum; [et al.], Nieuwe aansluitingen tussen onderwijs en arbeid : Jaarboek 1999/2000
    Amsterdam : Max Goote Kenniscentrum, 2000.
    Max Goote jaarboek '99/00 over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bevat de volgende bijdragen: Het beroepsonderwijs als spiegel van de samenleving; Het perspectief van de lerende regio: een verkenning in de zorg; ROC's als regionale kennisnetwerkers; De kwalificatiestructuur als schakel tussen onderwijs en samenleving; (Ver)beelden van de toekomst: scenario's en strategieën voor beroepsonderwijs in Europa; Verbeteren door zelfstandigen? De gevolgen van het verzelfstandigingsproces voor de centra vakopleiding; Temporary Employment Agencies and training in the Netherlands; Competenties een plaats geven; De responsiviteit van de responsieve kwalificatiestructuur; De werkplek als opleidingsplaats; Bestaat er een reserve aan bètatalent voor het technisch mbo?; Het tekort aan technisch opgeleiden; Bekostiging als beleidsinstrument: sturen op prestaties?; 'Corporate governance' in het beroepsonderwijs; Kostenimplicaties van de WEB; Fiscale faciliteiten voor onderwijs en scholing; De kennisproductie met betrekking tot het bve-systeem in 1997; Overzicht productie van MGK bve in 1998 en 1999. (B21682)

  • Max Goote Kenniscentrum; Kingma, J.; Rienstra, J., Kennismanagement in het beroepsonderwijs
    Amsterdam : MGK bve, 2003.
    Instellingen voor beroepsonderwijs, of preciezer, de mensen die in deze instellingen werken, worden geconfronteerd met een groot aantal sterk variërende en wisselende taken. Om deze optimaal te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om zo efficiënt mogelijk om te gaan met de kennis en vaardigheden van de medewerkers; het menselijk kapitaal van de onderneming. Kennis en vaardigheden moeten circuleren en op de juiste tijd en plaats beschikbaar zijn voor de juiste persoon. Kennismanagement (KM) is een manier om dat te realiseren. Het rapport gaat eerst in op de belangrijkste elementen van KM en zet de zes stappen uiteen die bij de opzet van een systeem van KM onderscheiden kunnen worden. In de verschillende stappen worden relevante kennisgebieden geïdentificeerd en worden kennisbehoeftes en kennisambities geformuleerd. Het stappenplan resulteert in de opzet van een kennisinfrastructuur om de kennisbehoeftes en -ambities te vervullen. Het afsluitende hoofdstuk gaat in op de rol van kennismanagement voor bve-/hbo-instellingen. (B21532)

  • MKB Nederland, Jong talent voor het mkb : beroepsonderwijs fundament van de samenleving
    Delft : MKB-Nederland, 2002.
    In de nota geeft MKB-Nederland vanuit de optiek van het midden- en kleinbedrijf een integrale visie op het beroepsonderwijs en doet voorstellen om de samenwerking tussen de instellingen voor beroepsonderwijs en het mkb zowel op sectoraal als regionaal niveau te versterken. (B21154)

  • Inspectie van het Onderwijs, Voortijdig schoolverlaten in het middelbaar beroepsonderwijs
    Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2002.
    Inspectierapport, nr. 2002-10
    Onderzoek naar het voortijdig schoolverlaten in het mbo. Onderzocht is de omvang van het voortijdig schoolverlaten en de samenhang tussen de omvang en opleidings- en instellingskenmerken. Bij de analyse zijn gegevens van 244 beroepsopleidingen van 33 regionale opleidingscentra (roc) en 20 beroepsopleidingen van negen vakinstellingen betrokken. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal deelnemers dat het middelbaar beroepsonderwijs verlaat zonder een diploma dat hen een goede start op de arbeidsmarkt biedt, ligt tussen de 12 en 25 procent. Gemiddeld is er sprake van een jaarlijkse uitval van 37 procent. Echter, van deze 37 procent gaat eenderde door met een andere opleiding, doorgaans aan dezelfde instelling. Het brede opleidingsaanbod van de regionale opleidingscentra (roc's) draagt ertoe bij dat deelnemers een keuze maken voor een nieuwe opleiding. (B21100)

  • Max Goote kenniscentrum; [et al.], Meervoudige publieke verantwoording : een aanzet tot conceptualisering en een verkenning van de praktijk
    Amsterdam : Max Goote Kenniscentrum, 2002.
    Verkenning naar de betekenis en mogelijke vormgeving van meervoudige publieke verantwoording (MPV). Onder MVP wordt verstaan het samenspel van activiteiten dat een maatschappelijke onderneming, zoals een ROC, ontplooit om naar de omgeving verantwoording af te leggen over zijn visie op de vervulling van zijn maatschappelijke opdracht, over de mate waarin en de kwaliteit waarmee het daarin succesvol is en over de bedrijfsvoering waarbinnen dat gebeurd is. Het rapport laat zien hoe MPV past in het geheel van bestuurlijke relaties, verantwoording en toezicht. Het schetst de veranderende bestuurlijke omgeving van de ROC's en de gevolgen daarvan voor de manier waarop instellingen worden bestuurd. Vervolgens wordt ingegaan op het ROC als lerende organisatie. Voorts wordt de empirie beschreven: hoe ontwikkelt het (denken over) meervoudige publieke verantwoording zich in de praktijk. Hierbij komen aan de orde de wijze waarop instellingen vorm geven aan MPV en de MPV in de jaarverslaglegging. Vervolgens staat de vraag centraal wat we kunnen leren van de ontwikkelingen en de bestuurlijke praktijk in andere branches waarin 'maatschappelijk ondernemerschap' aan de orde is. Dit heeft geleid tot een soort 'dwarskijkanalyse' van overeenkomsten en verschillen tussen de ROC's, thuiszorgorganisaties, woningcorporaties en instellingen in de kinderopvang. Tot slot wordt een beknopt overzicht gegeven van werkvormen en instrumenten die in het kader van MPV kunnen worden ingezet. (B21060)

  • ROA; [et al.], Het rendement van de opleidingskeuze van schoolverlaters van het VBO en de MAVO
    Maastricht : ROA, 2002.
    Schoolverlaters van het VBO en de MAVO staan, naast doorstroom in het algemeen voortgezet onderwijs, twee leerwegen open in het beroepsonderwijs: de beroepsopleidende en de beroepsbegeleidende leerweg. Daarnaast is het mogelijk dat de schoolverlaters de arbeidsmarkt betreden zonder verdere vorm van kwalificering. Uit maatschappelijk oogpunt wordt deze derde weg in het algemeen als ongewenst beschouwd en het overheidsbeleid is er dan ook in het bijzonder op gericht om deze jongeren alsnog een zogeheten startkwalificatie te laten behalen. Verwacht mag worden dat een goed inzicht in de gevolgen van een keuze voor de arbeidsmarkt, de bereoepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg pas na enkele jaren zichtbaar worden. Deze langere termijn effecten staan in dit rapport centraal. (B20802)

  • SEO; [et al.], Kennis over kosten : de beheersing van schoolkosten in het voortgezet onderwijs en de BOL : eindrapport
    Amsterdam : SEO, 2002.
    SEO rapport, nr. 613
    De overheid financiert het grootste deel van de kosten van het onderwijs in Nederland. Het andere deel wordt betaald door de leerlingen of hun ouders. Dit laatste deel bestaat uit het les- of cursusgeld en uit de kosten voor boeken, materiaal, excursies ed., ook wel de schoolkosten genoemd. In het onderzoek staan twee soorten onderwijs centraal, namelijk het voortgezet onderwijs (VO) en de beroepsopleidende leerweg (BOL) van het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) die aan BVE-instellingen wordt verzorgd. Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen welke reeds bestaande en potentiële mechanismen er bestaan om schoolkosten te beheersen, en welke mogelijke knelpunten eraan deze mechanismen zijn verbonden ('kennis over kosten'). Hiertoe zijn op basis van onderzoek onder bijna 80 VO-scholen en BVE-instellingen verschillende good practices geïdentificeerd. (B20768)

  • CINOP; [et al.], Leren met werkopgaven : competenties, kernopgaven en het vormgeven van beroepsopleidingen
    's-Hertogenbosch : CINOP, 2002.
    In deze publicatie, die de resultaten beschrijft van twee projecten die in opdracht van het Expertisecentrum van CINOP in 1999 en 2000 zijn uitgevoerd stonden twee thema’s centraal.
    In de eerste plaats is het competentiebegrip uitgewerkt als inspiratiebron voor pedagogisch-didactische vernieuwing van het beroepsonderwijs. Meer specifiek is gekeken naar de consequenties van het competentiedenken zoals ACOA dat heeft voorgesteld en dat ten grondslag ligt aan recente initiatieven rond de versterking van de kwalificatiestructuur. Er is tevens een beknopte studie uitgevoerd naar de wijze waarop het competentiebegrip in Duitsland in het beroepsonderwijs is geïntroduceerd en vormgegeven. In de tweede plaats wordt vanuit een specifiek perspectief gekeken naar kernopgaven en wordt vooral ingegaan op mogelijkheden en voorwaarden waaronder kernopgaven effectief ingezet kunnen worden als leidend principe voor inhoud en vormgeving van beroepsopleidingen. Er is gekeken hoe de formulering van kernopgaven kan bijdragen aan de vormgeving van competentiegericht opleiden. (B20730)

  • Min. OC en W, Over de aansluiting tussen vraag en aanbod in het middelbaar beroepsonderwijs : rapport van de werkgroep IBO beroepsonderwijs
    Den Haag : Min. OC en W, 2002.
    Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) over de aansluiting tussen vraag en aanbod in het
    middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Doelstelling is na te gaan op welke wijze deze aansluiting
    verbeterd kan worden. De publicatie beschrijft eerst de belangrijkste kenmerken van het MBO. Daarna komen de knelpunten in de aansluiting tussen vraag en aanbod aan de orde, alsmede de oorzaken van deze knelpunten, en het beleid dat reeds in gang is gezet om de knelpunten op te lossen. Vervolgens worden de dilemma’s (Startkwalificatie versus directe arbeidsmarktinstroom; Uniformiteit (standaardisatie) versus maatwerk; Landelijk versus regionaal) aangeduid die aan de knelpunten verbonden zijn (Startkwalificatie versus directe arbeidsmarktinstroom; Uniformiteit (standaardisatie) versus maatwerk; Landelijk versus regionaal) en die de mogelijkheden voor beleidsopties bepalen. Tot slot worden deze beleidsopties geformuleerd (Startkwalificatie en directe arbeidsmarktinstroom; sturing in het MBO). (B20558)

  • CINOP; [et al.], Exacte vakken en competenties in het beroepsonderwijs
    s'Hertogenbosch : CINOP, 2002.
    De publicatie behandelt allereerst kort de structuur van de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. Vervolgens zijn de volgende bijdragen opgenomen: Beroepscompetenties, kernproblemen en sociale vakken; Probleemgestuurd onderwijs (PGO) in het technisch beroepsonderwijs en variatie in een didactisch model; Wiskundig Vaardig, de bijdrage van wiskunde aan (technische) beroepscompetenties; Natuurkundig bekwaam, bijdrage aan competentiegericht technisch beroepsonderwijs in het ROC. (B20456)

  • CINOP, Esch, W. van, Beroepsonderwijs en scholing in de kennissamenleving
    's-Hertogenbosch : CINOP, 2002.
    In deze publicatie worden trends en dilemma’s geschetst inzake beroepsonderwijs en scholing. Ontwikkelingen in beroepsonderwijs en scholing worden daarbij in het perspectief geplaatst van ontwikkelingen in relevante omgevingen van beroepsonderwijs en scholing. Er worden ontwikkelingen in de contextuele en transactionele omgeving belicht die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vormgeving van beroepsonderwijs en scholing. Wat de contextuele omgeving betreft worden achtereenvolgens behandeld: economische, maatschappelijk-culturele, bestuurlijke en demografische ontwikkelingen. Inzake de transactionele omgeving wordt ingegaan op de veranderingen op de arbeidsmarkt, in arbeidsorganisaties en in de beroepspraktijk en op veranderingen in de afstemming tussen beroepsonderwijs en arbeid (o.a. kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs). In een hoofdstuk over ontwikkelingen in het beroepsonderwijs wordt o.a. ingegaan op competentiegericht beroepsonderwijs. In het hoofdstuk over de ontwikkelingen op het terrein van scholing komt onder meer de opkomst van bedrijfsopleidingen aan bod. De publicatie wordt afgesloten met spanningsbogen inzake: economie en samenleving; arbeidsmarkt; arbeidsorganisaties en beroepspraktijk; beroepsonderwijs en scholing. (B20378)

  • SCO-Kohnstamm Inst.; Venne, L. van de; Voncken, E., Start van de leerwegen in het VMBO 2001/2002
    Amsterdam : SCO-Kohnstam Inst., 2002. 22 p.
    Centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt: Hoe ziet de feitelijke start van de leerwegen in de scholen er uit? Met behulp van een monitorkring is de feitelijke uitvoering van de leerwegen in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat scholen bij de uitvoering van het VMBO op koers liggen. (B20223)