Literatuurlijst Technologie


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen 


  • World Economic Forum; Dutta, S.; Bilbao-Osorio, B. [et al.], The global information technology report 2012 : living in a hyperconnected world
    Geneve : World Economic Forum, 2012. 413 p.
    Het rapport besteedt aandacht aan de grootschalige effecten van informatie- en communicatietechnologie (ICT) op economie en maatschappij. 142 landen zijn meegenomen in het rapport. Deel 1 bevat de volgende bijdragen: The Networked Readiness Index 2012: Benchmarking ICT progress and impacts for the next decade; The convergence of information and communication technologies gains momentum; Emerging issues for our hyperconnected world; Network neutrality: an opportunity to create a sustainable industry model; Mobile broadband: redefining internet access and empowering individuals; Reaching the Third billion: arriving at affordable broadband to stimulate economic transformation in emerging markets; Harnessing the power of big data in real time through in-memory technology and analytics; The wisdom of the cloud: hyperconnectivity, big data, and real-time analytics; On the value of digital traces for commercial strategy and public policy: telecommunications data as a case study; The promise and peril of hyperconnectivity for organizations and societies; Maximizing the impact of digitization; Trusting the unknown: The effects of technology use in education. Deel 2 bevat de volgende case-studies: Big ambitions in a rapidly changing world: Azerbaijan; The making of a digital nation: toward i-Mauritius. Het derde deel bevat landenstudies, en in deel 4 zijn statistische gegevens opgenomen. (B30819)

  • OECD, Main science and technology indicators 2011/2
    Parijs : OECD, 2011. 158 p.
    Publicatie met cijfers over wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen in OECD-landen. Met cijfers over uitgaven aan R&D, personeelskosten, patenten, en internationale handel in intensieve R&D-industrie. (B30760)

  • OECD, Improving agricultural knowledge and innovation systems : OECD conference proceedings
    Parijs : OECD, 2012. 369 p.
    Discussie over ervaringen en benaderingen van AKS (landbouwkundige kennissystemen) met aandacht voor ontwikkelingen op institutioneel niveau, privé- en overheidsdeelnemingen, regelgeving, innovatie, technologie en beleid. (B30766)
     
  • VNCI ; Deloitte, The chemical industry in the Netherlands: world leading today and in 2030-2050
    Den Haag : VNCI, 2012. 38 p.
    Visie van VNCI op de chemische industrie in Nederland tussen 2030 en 2050. De verschillende onderdelen van het rapport richten zich op achtergronden van het project, de huidige positie van de industrie, trends op de wereldmarkt, toekomstige scenario's en het antwoord van de industrie. (B30765)
     
  • OECD, Improving agricultural knowledge and innovation systems : OECD conference proceedings
    Parijs : OECD, 2012. 369 p.
    Discussie over ervaringen en benaderingen van AKS (landbouwkundige kennissystemen) met aandacht voor ontwikkelingen op institutioneel niveau, privé- en overheidsdeelnemingen, regelgeving, innovatie, technologie en beleid. (B30766) 
      
  • Universiteit Twente; Center for e-Government Studies; Deursen, J. A. M. van; Dijk, J. A. G. M.
    Ctrl alt delete : productiviteitsverlies door ICT-problemen en ontoereikende digitale vaardigheden op het werk
    Enschede : Universiteit Twente, 2012. 55 p.
    In dit rapport worden de resultaten van een onderzoek besproken dat het productieverlies door ICT-problemen en ontoereikende digitale vaardigheden op het werk in kaart heeft gebracht. Productiviteitsverlies is hier verdeeld in twee aspecten. Aan de ene kant zijn dit ICT‐problemen op het werk bestaande uit een niet functionerende omgeving (hard‐ en software) en niet functionele software. Aan de andere kant gaat het over problemen met ICT die ontstaan door een tekort aan digitale vaardigheden. (B30740)
     
  • Rabobank, Hoe rekbaar is de wereld? : de rol van technologie en innovatie
    Utrecht : Rabobank, 2011. 43 p.
    Themabrochure over de rol van technologie en innovatie. bevat de volgende bijdragen: Groeimotor van de toekomst; Hoe groot is de innovatiekracht van Nederland?; China: van producent tot innovator? - Interview Weiming Jiang, president-directeur DSM; Hoe kan technologische vooruitgang helpen bij de wereldvoedselvoorziening in 2050? - Interview drs. Ben Tax RA en dr. Kees Reinink, beiden directeur van Rijk Zwaan; Sociale media: meer binding met de markt of nieuwe bubbel? - Interview Frank Volmer, directeur Telegraaf Media Nederland. (B30508) 
     
  • Toonen, Th.; TU Delft, Technologie, Bestuur, Management Biobased governance, onderhoudend bestuur
    Delft : TU Delft, 2011. 60 p.
    Gedeeltelijk uitgesproken als Oratie ter gelegenheid van zijn ambtsaanvaarding als Decaan en tevens Hoogleraar Institutionele Bestuurskunde in de Faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) van de Technische Universiteit Delft op vrijdag 18 november 2011. Hoogleraar institutionele bestuurskunde en decaan van de faculteit Techniek, Bestuur en Management Theo Toonen maakt een tijdreis aan de hand van enkele voorwerpen: een antiek stoeltje, een Staatsalmanak uit 1933, een stapel rapporten van het kabinet Rutte en een kubus van een Kroonprins. Zijn wetenschappelijke helden Thorbecke, Van Poelje en Buijs komt hij onderweg tegen, evenals de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal, de Haarlemmermeerpolder, de Riedgletscher, Wifi, Skype en het Elektronisch Patiëntendossier. Hierdoor geïnspireerd ontvouwt Toonen een model voor het domein van zijn faculteit TBM: de studie van de openbare dienst en de relatie tussen samenleving, technologie, bestuur en management. Hij formuleert de lessen die de tijdreis hem als wetenschapper en faculteitsbestuurder brengen, en bevrijdt de mascotte van de TU Delft, Prometheus. (B30472)
     
  • WRR; Griffioen, H., Privacy en vormen van 'intelligente' mobiliteit : de impact van ict - applicaties voor de weg en het spoor
    Den Haag : WRR, 2011. 71 p.
    In dit essay staat de invloed centraal van digitalisering op de levenssfeer van het onderweg zijn, op de mobiliteit. Onderzocht wordt welke implicaties dit heeft voor de relatie overheid-burger. De notie en het belang van privacy – dat eigenlijk niet sterk is toegesneden op locatie-informatie – wordt naast de verschillende ict-ontwikkelingen op mobiliteitsgebied gelegd. Na een bespreking van de betekenis van locatie-informatie binnen de privacybescherming in dit hoofdstuk, geeft het tweede hoofdstuk daarom de meest relevante applicaties kort weer: real-timeverkeersinformatie in de auto, de ov-chipkaart, de kilometerprijsregistratie, en automatische kentekenherkenning. Ook politiek-bestuurlijk gezien ‘kleinere’ toepassingen als eCall worden daarbij aangestipt. Wat alle applicaties gemeenschappelijk hebben, is dat ze mensen meer traceerbaar maken dan in het verleden het geval was. Om de implicaties daarvan op waarde te schatten is kennis nodig van de technieken in kwestie, van de manier waarop zij het fenomeen mobiliteit ‘programmeren’ , en van de beleidsterreinen waarin ze figureren of de publieke belangen waaraan zij raken. Hoofdstuk 3 analyseert daarom hoe het bij deze applicaties staat met verschillende factoren – zoals accountability en technologische betrouwbaarheid – die de sterkte of zwakte van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in een digitale setting bepalen. Hoofdstuk 4 biedt enkele conclusies. (B30390) 
     
  • RVZ; Duchatteau, D. C.; Vink, M. D. H., Medisch-technologische ontwikkelingen zorg 20/20 : achtergrondstudie
    Den Haag : RVZ, 2011. 71 p.
    Publicatie nr. 11/06
    Deze achtergrondstudie schetst een overzicht van medische en technologische ontwikkelingen die raken aan het concentratie / deconcentratie vraagstuk in het ziekenhuislandschap. Om op hoofdlijnen na te gaan wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn, zijn enkele informele gesprekken gevoerd en boeken, rapporten en artikelen over de toekomst van de zorg bestudeerd. Op basis van deze gesprekken en publicaties worden de belangrijkste ontwikkelingen geïnventariseerd, zowel medisch inhoudelijk als technologisch. Als belangrijkste medisch inhoudelijk (medisch technologische) ontwikkelingen wordt geïdentificeerd: genomics, tissue re-engineering & regenarative medicine, vaccins en nanomedicine. Als belangrijkste technologische ontwikkelingen: intelligent devices, home diagnostics, health 2.0 & telemedicine en imaging. (B30343)
     
  • Ver. VNO-NCW; MKB-Nederland; St. Platforms VMBO, Toekomst voor techniek
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2011. 8 p.
    Met het manifest 'Toekomst voor Techniek' breken ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland een lans voor het technische vmbo. Het aantal leerlingen dat een technische opleiding volgt binnen het vmbo is sinds 2004 met 30 procent gedaald. De techniek en technische studies kampen nog steeds met een imagoprobleem, constateren de ondernemingsorganisaties. Ondanks het feit dat een technische opleiding meestal een garantie is voor een baan met carrière perspectieven en een goede boterham. Een bijkomend probleem is, volgens VNO-NCW en MKB-Nederland, de sterk dalende belangstelling voor docenten die onderwijs kunnen verzorgen in de sector techniek. In het manifest wordt een aantal maatregelen genoemd die het tij moeten keren. (B30337)
     
  • OECD, The role of internet intermediaries in advancing public policy objectives
    Parijs : OECD, 2011. 199 p.
    Alle internetvoorzieningen en -voorzieners zorgen voor essentiële middelen om ervoor te zorgen dat internet zich ontwikkelt op economisch, sociaal en politiek gebied. Toch kunnen deze platforms ook misbruikt worden voor schadelijke en illegale doeleinden. Overzicht van een project om een uitvoerig overzicht te krijgen van intermediairs, hun economische en sociale functies, ontwikkelingen en vooruitzichten, kosten en baten, hun rol en verantwoordelijkheden. (B30256)
     
  • OECD, Invention and transfer of environmental technologies
    Parijs : OECD, 2011. 233 p.
    OECD studies on environmental innovation
    Het is bekend dat de karakteristieken van milieubeleid de omvang en richting van innovatie kunnen beïnvloeden bij milieutechnologie. Het onderzoek in deze publicatie beoordeelt de rol van overheidsbeleid bij milieu-innovatie op een breed vlak zoals lucht- en watervervuiling, afvalmanagement, verontreinigende stoffen, verkeersvervuiling en chemicaliën. (B30255)
     
  • OECD, Future prospects for industrial biotechnology
    Parijs : OECD, 2011. 137 p.
    Toekomstverkenning voor industriële biotechnologie in OECD-landen en sommige van hun belangrijkste partners. Het beschouwt de belangrijkste technologische ontwikkelingen en knelpunten, analyseert ontwikkelingen op nationaal en internationaal niveau en identificeert een aantal mogelijke gebieden van hoge groei waar actief beleid nodig is (zoals bioplastics). Tot slot kijkt het rapport naar de mogelijkheden voor financiering van nieuwe ontwikkelingen in biotechnologie en gaat het kort in op de recente innovaties in bussinessstrategie (B30254)
     
  • OECD, OECD science, technology and industry scoreboard 2011 : innovation and growth in knowledge economies
    Parijs : OECD, 2011. 204 p.
    Tweejaarlijkse publicatie waarin recente ontwikkelingen m.b.t. kenniseconomie, innovatie en concurrentie in de wereldeconomie worden onderzocht. (B30212)
     
  • OECD, Main science and technology indicators 2011/1
    Parijs : OECD, 2011. 156 p.
    Tweejaarlijkse publicatie met indicatoren over het niveau en de structuur van pogingen door OECD-lidstaten op het gebied van wetenschap en technologie. Het gaat hierbij om resultaten en voorspellingen door de overheid. (B30126)
     
  • Rathenau Inst; Hof, Ch. van 't ; Est, R. van; Daemen, F., Chek in / chek uit : de digitalisering van de openbare ruimte
    Rotterdam : NAi Uitgevers, 2010. 269 p.
    Het boek stelt kritische vragen ten aanzien van de digitalisering van de openbare ruimte. Hoeveel persoonlijke informatie willen we prijsgeven en wat moet er tegenover staan? Hoe ver willen we daar in gaan? Willen we van onze stad een 'virtuele vesting met een digitale slotgracht' maken? Is privacy straks nog wel een houdbaar begrip? Of groeit de behoefte aan digitale stiltezones waar je nog anoniem kunt zijn? Formulering van 12 ontwerp-principes van deze nieuwe fase in onze informatiesamenleving. (B30079) 
     
  • CBS; Min. EL&I; TNO, ICT, kennis en economie 2011
    Den Haag : CBS, 2011. 264 p.
    Deze publicatie is een voortzetting van de publicatiereeksen De digitale economie en Kennis en economie, zoals die tot voor kort jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek werden uitgebracht. In deze nieuwe publicatie beschrijft het CBS de Nederlandse kenniseconomie aan de hand van de pijlers R&D, innovatie en ICT. Voor een kenniseconomie zijn onderzoek en onderwijs cruciale elementen. ICT speelt hierbij als faciliterende factor een onmisbare rol. Nederland blijft goed presteren op het terrein van ICT-gebruik. De voorwaarden voor een intensieve kenniseconomie zijn op dit punt aanwezig. Het boek bevat een ruime hoeveelheid informatie over telecommunicatie, het gebruik van ICT, R&D en kennispotentieel. (B29980)
     
  • CPB; Grevers, W.; Zwaneveld, P. , Een kosteneffectiviteitsanalyse naar de toekomstige inrichting van de Afsluitdijk
    Den Haag : CPB, 2011. 174 p.
    Deze kosteneffectiviteitsanalyse naar de toekomstige inrichting van de Afsluitdijk beschrijft de voor- en nadelen van een zestal varianten om de Afsluitdijk weer tot het jaar 2100 te laten voldoen aan minimale functie-eisen. Zo schrijft de huidige wettelijke veiligheidsnorm voor dat de dijk waterstanden moet kunnen keren die eens in de tienduizend jaar voorkomen. Vele (welvaarts)effecten worden in kaart gebracht zoals aanlegkosten, onderhoudskosten, energiekosten, CO2-uitstoot, natuur en landschap. Speciale aandacht gaat uit naar de effecten op de zoetwatervoorraad, de waarde van (extra) veiligheid van omwonenden rond het IJsselmeer en het Markermeer en de opties om zo verstandig en flexibel mogelijk om te gaan met toekomstige onzekere ontwikkelingen rond de zeespiegelstijging. Een belangrijke conclusie is dat bij de besluitvorming niet een keuze uit een van de zes onderzochte varianten zou moeten worden gemaakt, maar dat beter uit de verschillende elementen van deze varianten een zo goed mogelijke combinatie kan worden samengesteld. De voor- en nadelen van deze individuele elementen worden hiertoe overzichtelijk gepresenteerd. Vooral de keuze om nu te investeren in nieuwe capaciteit voor spuien onder vrij verval, dan wel direct (gedeeltelijk) over te stappen op het wegpompen van overtollig IJsselmeerwater, behoeft aandacht en kan wellicht leiden tot belangrijke besparingen. (B29949)
     
  • Thoma, D. ; Seely Brown, J., A new culture of learning : cultivating the imagination for a world of constant change
    Lexington / USA : z. n., 2011. 135 p.
    Er worden flinke veranderingen aangebracht door de digitale technologie, die hoop geven voor de toekomst. De nieuwe cultuur van het leren krijgt energie van massieve informatienetwerken. Onderzoek naar hoe mensen van alle leeftijden leren door doen, stellen van nieuwe vragen en samenwerken om problemen op te lossen en mogelijkheden aan te grijpen. (B29639)
     
  • Egmond, H. van, Het nieuwe werken : van visie naar praktijk
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2010.
    Organisaties worstelen op dit moment met het tempo van de verandering. Vaak opgejaagd door technologie, nieuwe macht van medewerkers en ongekende concurrentie uit onverwachte hoek, staat veel ter discussie. Eén ding is zeker: de oude manier van werken, bedacht in de 20ste eeuw als gevolg van de industriële revolutie, voldoet niet meer. De zoektocht naar een nieuwe manier van werken is begonnen. In dit boek gaat Henny van Egmond in op de belangrijkste aanleidingen voor een nieuwe manier van werken. Hij neemt de lezer mee en laat hem kennismaken met succesvolle manieren van ontwikkelen van een moderne werkstijl en de invoering ervan: van visie naar praktijk. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Welkom in de 21ste eeuw!; Het werk verandert; Waarom we werken; Leidinggeven met gevoel voor betekenis; Aan de slag met een visie op het werken; Een nieuwe, integrale werkstijl; Hebben we eigenlijk nog wel een kantoor nodig?; De niet te sluiten opmars van ICT; Kan HR het aan?; Veranderen: dialoog en cocreatie. (B29477)

  • OECD; Centre for Educational Research and Innovation, Are the new millennium learners making the grade? : technology use and educational performance in PISA
    Parijs : OECD, 2010.
    Met behulp van gegevens van PISA 2006, wordt in dit boek onderzocht in hoeverre investeringen in technologie, onderwijsresultaten verbeteren. Een van de meest opvallende bevindingen van deze studie is dat de digitale kloof in het onderwijs verder gaat dan de kwestie van de toegang tot technologie. Een nieuwe, tweede vorm van een digitale kloof is ontstaan: de kloof die er bestaat tussen degenen die de juiste competenties hebben om te profiteren van de computergebruik, en degenen die dat niet hebben. Deze competenties en vaardigheden zijn nauw verbonden met het economische, culturele en sociale kapitaal van de student. (B28919)

  • Frissen, V.; Slot, M.; Adrichem, L.; [et al.], De duurzame informatiesamenleving : jaarboek ict en samenleving 2010
    Gorredijk : Media Update, 2010.
    Dit jaarboek is opgezet als een kritische analyse van de Lissabonagenda. Auteurs uit de wereld van technologie, wetenschap en beleid verdiepen zich in de vraag wat de afgelopen tien jaar met ICT is gerealiseerd in economisch en sociaal opzicht en termen van duurzaamheid. Hoe staat de Europese Kenniseconomie ervoor en waar heeft ICT ons in het licht van de Lissabon-ambities gebracht? En wat betekent dat voor een nieuwe Europese agenda?. (B28852)

  • SEO; Min. EZ; Kok, L.; Tempelman, C.; Werff, S. van der; Koopmans, C., ICT in zorg en onderwijs
    Amsterdam : SEO, 2010.
    SEO-rapport, nr. 2010-10
    Onderzoek naar het rendement van ICT-investeringen in zorg en onderwijs. Zowel de overheid als partijen in de zorg en het onderwijs investeren in ICT om de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid te verbeteren. Om meer inzicht te krijgen in wat dat oplevert heeft SEO Economische Onderzoek in opdracht van het ministerie van EZ, 16 maatschappelijke kosten-batenanalyses uitgevoerd op case- en literatuurstudies over ICT-projecten in de zorg en in het onderwijs. Uit dit onderzoek blijkt dat ICT investeringen door de overheid in de zorg en het onderwijs die de communicatie tussen instellingen onderling of met de cliënt verbeteren, goed zijn voor het maatschappelijk rendement. Deze investeringen leiden namelijk tot minder reiskosten, een grotere kwaliteit van zorg en onderwijs, kortere doorlooptijden en het doelmatiger aanwenden van capaciteit. Bovendien kunnen door ICT-toepassingen nieuwe groepen worden bereikt die anders niet behandeld of geschoold zouden worden. De onderzochte projecten waarbij ICT als hulpmiddel in de klas wordt ingezet, leveren geen eenduidig positief maatschappelijk rendement op. Dit komt volgens de onderzoekers doordat deze investeringen niet leiden tot een fundamentele verandering van het proces van lesgeven. (B28800)

  • St. Management Studies; Baane, R.; Houtkamp, P.; Knotter, M., Het nieuwe werken ontrafeld : over bricks, bytes & behavior
    Den Haag : Van Gorcum, 2010.
    Het nieuwe werken staat synoniem voor innovatieve manieren van werken. Werkvormen die organisaties nieuwe kansen bieden om zich te onderscheiden. In opdracht van Stichting Management Studies hebben de auteurs gekeken naar de verschillende verschijningsvormen van het nieuwe werken in de Nederlandse bedrijfspraktijk. Zij hebben diepgaand onderzoek gedaan bij ruim twintig toonaangevende organisaties naar nieuwe werkvormen en hebben daarmee de ware betekenis van het nieuwe werken 'ontrafeld'. Door in kaart te brengen wat de beweegredenen zijn voor organisaties om ermee aan de slag te gaan, krijgt het concept daadwerkelijk kleur. Maar ook door te kijken naar de werkvormen die daarbij worden gekozen, wat geleerde lessen zijn en wat het concreet oplevert. Het nieuwe werken, zo wordt in dit boek uiteengezet, is geen tovermiddel maar tegelijkertijd is 'niets doen' al lang geen serieus alternatief meer. Want in een snel veranderende organisatiecontext, waarin kennis en creativiteit als hefbomen naar concurrentievoordeel aan belang winnen, wordt het steeds belangrijker om nieuwe manieren van organiseren te verkennen. Juist omdat organisaties te maken hebben met
    een nieuwe 'generatie' medewerkers die andere voorkeuren en preferenties koestert ten aanzien van werk en werkomgeving. Een werkomgeving die bovendien snel van karakter verandert door de ongekende mogelijkheden die nieuwe 'sociale' toepassingen van ICT bieden. Ontwikkelingen die steeds meer dwingen tot wezenlijke aanpassing van de organisatie van werk. (B28750) 


  • CBS; Min. EZ, De digitale economie 2009
    Den Haag : CBS, 2009.
    Beschrijving van de digitalisering van de Nederlandse samenleving. Verspreiding en gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) staan hierbij centraal. In deze publicatie zijn gegevens over Nederland - waar mogelijk- in een internationaal perspectief geplaatst. Op de meeste terreinen presteert Nederland vrij goed. Achtergronden, kennis en toetsingskaders voor beleidsmakers, onderzoekers en bedrijfsleven. Met veel grafieken en tabellen. (B28396)

  • Arthur, W. B., The nature of technology : what it is and how it evolves
    Londen : Allen Lane, 2009.
    Publicatie over de oorsprong en evolutie van technologie. De auteur legt uit hoe transformatieve nieuwe technologieën ontstaan en hoe innovatie echt werkt. (B28280)

  • Oortmerssen, G. van, Darwin en het Internet : rede bijzonder hoogleraarschap
    Tilburg : Un. van Tilburg, 2009.
    Korte schets van de geschiedenis van de ICT en de te verwachten ontwikkelingen. Bespreking van kenmerkende aspecten van de ontwikkeling en de plaats van ICT in de geschiedenis van de mensheid en van de evolutie. Met opmerkingen over onderzoek en onderwijs op het gebied van ICT. (B28145)

  • OECD, Main Science and Technology Indicators : Principaux indicateurs de la science et de la technologie
    Parijs : OECD, 2009.
    Vol. 2009/01
    Publicatie met cijfers over wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen in OECD-landen. Met cijfers over uitgaven aan R&D, personeelskosten, patenten, en internationale handel in intensieve R&D-industrie. (B28141)

  • OECD, Environmental policy, technological innovation and patents
    Parijs : OECD, 2008.
    OECD studies on environmental innovation
    Technologische innovatie kan milieu helpen op een goedkopere manier. Daarom is dit belangrijk voor beleidsdebatten. Toch is de verhouding tussen beide begrippen niet ideaal. De OECD probeert de verschillen te overbruggen en gebruikt patentactiviteiten als een maatregel van technologische innovatie. Er zijn drie casestudies verricht. (B27448)

  • Frissen, V.; Mul, J. de; [et al.], De draagbare lichtheid van het bestaan : het alledaagse gezicht van de informatiesamenleving
    Kampen : Klement, 2008.
    De informatiesamenleving is in zeer korte tijd van een hysterische toekomstvisie tot een maatschappelijke realiteit geworden. De ICT is alomtegenwoordig en alledaags geworden. Zij heeft ons leven in korte tijd ingrijpend veranderd. Tegelijkertijd zien we dat de technologie in toenemende mate door de samenleving wordt 'getemd'. Wij zijn geen louter speelbal van de ICT, maar zetten deze voortdurend naar onze hand. Dit boek handelt over de alledaagse praktijken van de digitale autochtonen, de 'multitasking generation', die haar tijd - het liefst gelijktijdig - verdeelt tussen mobiel telefoneren, blogs, wiki's, podcasts, sociale netwerk sites en Youtube en waarvan ieder lid recht heeft op '15 Megabyte of Fame'. Bevat de volgende bijdragen: Digitaal knutselen. De doorbraak van het wilde denken; Geven en nemen. Mobiele telefonie als giftcultuur; Ik ga op reis en ik neem mee... Over de toekomst van het begrip 'persoonlijke ruimte'; Uit je dak gaan. De draadloze meent als vrijplaats voor innovatie; De ontwerper is dood. Leve de ontwerper!; Hobbyisten, bandieten en digitale reclamezuilen. Nieuwe verhoudingen in de media- en entertainmentsector; 15MB of fame; Van big brother naar little sister. Over mijn eigen ruimte en de kleine dingen die het doen; De bureaucraat als dompteur. De domesticatie van de digitale overheid, Overlast en overleven. Kleine psychopathologie van Homo Zappens Junior; Data morgana? Pleidooi voor een rimpelloos bestaan. (B27460)

  • OECD, OECD science, technology and industry outlook 2008
    Parijs : OECD, 2008.
    Tweejaarlijks rapport waarin de belangrijkste ontwikkelingen in wetenschap, technologie en innovatie in de OECD-landen worden besproken. alsmede in een aantal belangrijke niet-lidstaten: Brazilië, Chili, China, Israel, Rusland en Zuid-Afrika. Op basis van de recentste beschikbare gegevens en indicatoren, behandelt het rapport onderwerpen die hoog de agenda van wetenschap- en innovatiebeleid staan: wetenschap- en innovatieprestaties; tendensen in nationale wetenschap, technologie- en innovatiebeleid; en praktijken ter beoordeling van de sociaal-economische effecten van openbaar onderzoek. Het rapport verstrekt ook een individueel profiel van de wetenschap en de innovatieprestaties van elk land in relatie tot zijn nationale context en huidige beleidsuitdagingen. (B27354)

  • CPB; Wiel, H. van der; Creusen, H.; Leeuwen, G.; Pijll, E. van der, Cross your border and look around
    Den Haag : CPB, 2008.
    CPB document, nr. 170
    De studie kijkt naar innovatie, menselijk kapitaal, technologietransfers en concurrentie als belangrijke bronnen van productiviteitsgroei bij bedrijven. Ze integreert de bestaande theoretische noties als twee gezichten van R&D, convergentiediscussie en heterogeniteit van bedrijven. Gebruikmakend van Nederlandse bedrijfsdata uit 127 bedrijfstakken kijkt de studie welke determinanten het belangrijkst zijn bij het leren van andere bedrijven en daarmee voor de productiviteitsprestaties van bedrijven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen leren van de nationale productiviteitsgrens en de internationale productiviteitsgrens. Deze grenzen zijn gebaseerd op het hoogste productiviteitsniveau. De studie verschaft econometrisch bewijsmateriaal dat technologietransfers van vooral de nationale productiviteitsgrens van belang zijn. R&D bevordert de inhaalslag van bedrijven naar de hoogste productiviteitsniveaus binnen Nederland. Daarnaast geeft meer concurrentie ook een hogere productiviteit. Ten slotte lijkt de inzet van menselijk kapitaal belangrijk te zijn voor productiviteit. (B27234)

  • Min. EZ, Beleidsbrief convergentie : de consument aan het roer in veranderende markten voor ICT, telecommunicatie en audiovisuele media
    Den Haag : Min. EZ, 2008.
    De ICT-sector, de telecommunicatiesector en de audiovisuele (content)industrie groeien steeds meer naar elkaar toe. Op delen vloeien zij samen tot één ‘multimediasector’. Deze ontwikkeling, die ook wel convergentie wordt genoemd is onderwerp van dit rapport. Het rapport bevat een analyse die aangeeft wat de gevolgen zijn van convergentie voor de consument en de markt en welke rol de overheid hierbij voor zichzelf ziet. (B27232)

  • Min. EZ, ICT Agenda 2008-2011 : de gebruiker centraal in de digitale dienstenmaatschappij
    Den Haag : Min. EZ, 2008.
    In de ICT-Agenda geeft het kabinet haar ambitie op het terrein van ICT aan, alsook een uitwerking daarvan in speerpunten en activiteiten. Het kabinet heeft de ambitie om Nederland in 2015 te doen behoren tot de koplopers in het beschikbaar zijn en het gebruik van ICT-toepassingen en nieuwe digitale dienstverleningsconcepten. Het fundament hiervoor wordt gelegd in de periode tot 2011. Van het grootste belang daarvoor is een bevolking die kan omgaan met digitale diensten, deze vertrouwt, waardeert en gebruikt om eigen welvaart en welzijn te bevorderen en daardoor bijdraagt aan duurzame economische groei. De maatschappelijke meerwaarde van ICT-gebruik is gelegen in de verbetering van dienstverlening, de verhoging van de arbeidsproductiviteit en het vergroten van het innovatieve vermogen van de publieke en private sectoren. Om de ambitie te halen acht het kabinet het noodzakelijk dat ICT-toepassingen en -diensten meer dan op dit moment de behoeften van de gebruiker centraal stellen. Om dit te bereiken zijn de volgende prioritaire onderwerpen geagendeerd: eVaardigheden, Elektronische dienstverlening door de overheid, Interoperabiliteit en standaarden, Maatschappelijke domeinen en ICT en Diensteninnovatie en ICT. Ook randvoorwaarden zoals: het fundament van infrastructuur en ICT-onderzoek, het aanbieden van diensten en de betrouwbaarheid van ICT en werking van de markt blijven van belang. (B27095)

  • SEO; Weda, J. N. T.; Theeuwes, J. J. M.; Nooij, M. de, Maatschappelijke baten van eVaardigheden. : een verkenning
    Amsterdam : SEO, 2008.
    SEO-rapport, nr. 2008-21
    De digitale vaardigheden of eVaardigheden van de individuele burgers zijn in een kenniseconomie van groot belang voor de prestaties van de economie en de welvaart van de burgers. Investeringen in eVaardigheden brengen kosten en baten met zich mee. Met behulp van een verkenning, bestaande uit een breed literatuuronderzoek en interviews met deskundigen, worden in dit onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken de economische effecten van individuele eVaardigheden in beeld gebracht (B27073)

  • Min. EZ; ECORYS, Handreiking voor kosten-batenanalyses voor ICT projecten
    Rotterdam : ECORYS, 2007.
    Deze handreiking, opgesteld vanuit het actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT,heeft als doel handvaten te bieden voor het uitvoeren van kosten-batenanalyses voor ICT projecten. Daarnaast kan de handreiking hulp bieden bij het opstellen van een business case. (B27022)

  • Ned. Observatorium van Wetenschap en Technologie; Tijssen, R.; Hollanders, H.; [et al.], Wetenschaps- en technologie- indicatoren 2008
    Den Haag : Min. OC en W, 2008.
    Hoe is het gesteld met ons kennissysteem? En zijn de huidige prestaties wel toereikend om onze ambities en toekomstverwachtingen te verwezenlijken? Loopt Nederland voorop ten opzichte van concurrerende landen? Waar liggen de knelpunten en ondervinden we problemen? Informatie en inzichten om tot antwoorden te komen. Compacte kwantitatieve en actuele beschrijving van prestaties en ontwikkelingen binnen het Nederlandse kennissysteem vanuit een breed internationaal vergelijkend perspectief. (B26706)

  • Tapscott, D.; Williams, A. D., Wikinomics : hoe samenwerking door iedereen met iedereen alles verandert
    Amsterdam : Business Contact, 2007.
    Open samenwerking op massale schaal is bezig de traditionele samenwerking van een beperkt en gesloten team voorbij te streven. Vandaag de dag ontstaan nieuwe creatieve ideeën en producten door de wereldwijde samenwerking van duizenden of zelfs miljoenen mensen via het internet. Sommige bedrijven zien in de groei van deze massale online gemeenschappen een grote bedreiging. 'Wikinomics' daarentegen bewijst aan de hand van een grootschalig onderzoek dat die vrees ongegrond is en niet productief. Moderne technologie maakt het mogelijk om buiten de traditionele lijnen om, en vaak veel sneller en effectiever dan voorheen, nieuwe diensten te produceren en realtime beschikbaar te stellen. De “consumer” wordt een “prosumer”. Ervaringen met wikinomics zijn gebundeld in boek van Tapscott en Williams. De auteurs beschrijven de belangrijkste succesfactoren van de web 2.0 economie: wees open, wissel informatie uit, deel informatie en producten met iedereen, werk wereldwijd zonder grenzen. De grote kracht van dit boek is de veelheid aan praktijkvoorbeelden van bijvoorbeeld Linux, Flickr, Second Life, Wikipedia, YouTube en Proctor & Gamble. Vert. van Wikinomics. How mass collaboration changes everything (B26365)

  • OECD, The space economy at a glance 2007
    Parijs : OECD, 2007.
    De ruimte toepassingen worden een meer en meer belangrijk deel van het dagelijkse leven. Weersvoorspellingen, controle van het luchtverkeer, wereldwijde communicatie, deze activiteiten zouden vandaag zonder satelliettechnologie bijna ondenkbaar zijn. De ruimte-industrie zelf is relatief klein in vergelijking met andere industriële sectoren, maar de technologische dynamiek en strategische betekenis ervan zorgen ervoor dat ze een steeds belangrijkere rol in de moderne samenleving speelt. Deze publicatie schetst een beeld van de ruimte-industrie. Wat zijn de economische en sociale gevolgen, wat zijn de opbrengsten, hoeveel werkgelegenheid biedt de sector? Hoeveel wordt uitgegeven aan R&D? (B26406)

  • CPB; Pomp, M.; Brouwer, W.; Rutten, F.; IMTA, Qaly-tijd : nieuwe medische technologie, kosteneffectiviteit en richtlijnen
    Den Haag : CPB, 2007.
    CPB-documenten, nr. 152
    Nieuwe medische technologie is een belangrijke bron van gezondheidswinst, maar leidt verder tot hogere zorguitgaven. Zorgvuldige besluitvorming rond de toelating van nieuwe medische technologie tot het basispakket is daarom van groot maatschappelijk belang. Het criterium kosteneffectiviteit kan hierbij een belangrijke rol spelen. Het meewegen hiervan bij het opstellen van praktijkrichtlijnen van artsen lijkt dan een kansrijke optie. (B26207)

  • OECD; [et al.], Science, technology and innovation indicators in a changing world : responding to policy needs
    Parijs : OECD, 2007.
    Het rapport bevat de bijdragen van het tweede OECD Blue Sky Forum. Het Forum was gericht op het ontwikkelen van indicatoren op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie, die kunnen worden gebruikt bij beleidsvorming. (B26338)

  • Ruimtelijk Planbureau; Frenken, K.; Hoekman, J.; Oort, F. van, Towards a European research area
    Rotterdam : NAi Publischers, 2007.
    Backgrounds, nr. 03
    Studie naar de onderzoekssamenwerking binnen Europa op het gebied van wetenschap en technologie. In het rapport wordt geconcludeerd dat de Europese Unie (EU) er nog niet in is geslaagd om een Europese onderzoeksruimte te creëren. De EU doet er daarom goed aan in te blijven zetten op een dergelijke intensivering van de onderzoekssamenwerking, met als doel het creëren van toponderzoekscentra die op wereldwijde schaal kunnen concurreren. Een dergelijk beleid zal er niet alleen toe leiden dat kunstmatige barrières zoals geografische ligging en grenzen worden weggenomen, maar ook dat excellerende regio’s en hun netwerken worden bevoordeeld. Op EU-niveau moet daarom meer aandacht worden besteed aan de mogelijke strijdigheid van het EOR-beleid met het cohesiebeleid. Op nationaal niveau kunnen beleidsmakers profiteren van kennis over de ‘best practices’ van andere lidstaten op het gebied van onderzoek en technologische innovatie. (B26352)

  • EIM; Jong, J. P. J. de; Braaksma, R. M.; Jansen, B. H. G., Technologiebedrijven in het MKB : hoe werken zij samen met kennisinstellingen?
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Verslag van een onderzoek naar de samenwerking tussen technologiebedrijven en kennisinstellingen. Technologiebedrijven doen zelf R&D en ontwikkelen en/of vercommercialiseren producten met behulp van nieuwe technologie. Zij zijn in het MKB vooral te vinden in high-tech sectoren, zoals de machine- en apparatenindustrie, de chemische industrie, ingenieurs- en architectenbranche, ICT-branche en technische groothandel. Technologiebedrijven dragen in belangrijke mate bij aan de private R&D, verbetering van de arbeidsproductiviteit en economische groei in Nederland. Gezien hun achtergrondkenmerken (innovatief, kennisintensief, zelf R&D doen) lijken technologiebedrijven een logische samenwerkingspartner voor kennisinstellingen. In hoeverre zij samenwerken met kennisinstellingen, en welke knelpunten en problemen zij daarbij ervaren, is nog niet expliciet in kaart gebracht. (B26483)

  • Min. EZ; Min. BZK; Min. OC en W, Vervolg rijksbrede ICT-agenda 2006-2007 : acties voor 'Nederland in verbinding'
    Den Haag : Min. EZ, 2007.
    De Rijksbrede ICT-Agenda geeft samenhang en focus in het ICT beleid aan door: een analyse van de (internationale) ICT-positie van Nederland; een totaalbeeld van het interdepartementale ICT-beleid; het benoemen van speerpunten hierbinnen. Nieuwe speerpunten zijn: ict en gezondheid; e-vaardigheden; effectief markttoezicht. (B25749)

  • OECD, OECD communications outlook 2007
    Parijs : OECD, 2007.
    Information and communications technologies
    Cijfers en indicatoren over de ontwikkeling van verschillende communicatienetwerken. Verder over opbrengsten, investeringen, werkgelegenheid en prijzen voor diensten. (B26065)

  • OECD, Integrating science and technology into development policies : an international perspective
    Parijs : OECD, 2007.
    Wetenschap en technologie kunnen een belangrijke rol spelen bij het maken van meer duurzame economische-, sociale- en milieudimensies. Verder bij onderwerpen als terugdringen van vervuiling, klimaatverandering, gezondheid en de kwaliteit van leven. Bespreking van de resultaten van een workshop over internationale samenwerking van genoemde onderwerpen. (B25946)

  • Steyaert, J.; Haan, J. de; [et al.], Gewoon digitaal : jaarboek ict en samenleving
    Amsterdam : Boom, 2007.
    Deze vijfde editie van het Jaarboek ICT en samenleving toont de veranderingen in het leven van mensen in relatie tot technologische ontwikkelingen. Rond de eeuwwisseling leefden hierover diverse wetenschappelijke en beleidsmatige vragen zoals: ontstaat er een nieuwe tweedeling op basis van toegang tot internet, worden mensen eenzamer met technologie en zullen laaggeschoolden nog kansen krijgen op de arbeidsmarkt? Deze vragen vormen het uitgangspunt van dit jaarboek. In tien hoofdstukken wordt beschreven hoe en in welke mate het recent wetenschappelijk onderzoek deze vragen heeft beantwoord en gewijzigd. De auteurs komen tot de conclusie dat niet alleen de samenleving, maar ook de sociale wetenschap 'gewoon digitaal' wordt. Bevat de volgende bijdragen: Gewoon digitaal; De e-surfende burgers: is de digitale kloof gedicht?; Senioren en internet: aansluiting of kortsluiting?; De digitalisering van media- en informatiegebruik; E-werkenden in netwerken; ICT en arbeid: oververwachtingen van tijdwinst, tijdsoevereiniteit en leuker werk; Van gemeenschap via webnetwerk naar datawolk; Op zoek naar e-democratische burger; De e-lerende burger; ICT en de gezondheidszorg. (B25843)

  • Min. EZ, Nederland in verbinding : beleidskader voor de elektronische communicatie
    Den Haag : Min. EZ, 2006.
    06ET13
    Het beleidskader bestaat uit twee delen. Deel 1 biedt een overzicht van de trends voor de komende jaren en de visie van het Kabinet op deze ontwikkelingen. In deel 2 worden nieuwe vraagstukken geagendeerd en worden de beleidlijnen en opties verkend die nodig zijn om op de verwachte ontwikkelingen te kunnen anticiperen. (B25782)

  • Inspectie Werk en Inkomen, IWI en de elektronische overheid : verkennende studie
    Den Haag : IWI, 2006.
    V06/15
    Om de publieke dienstverlening te verbeteren, is de inzet van ICT van belang. De overheid heeft dan ook beleid geformuleerd voor de totstandkoming van de elektronische overheid. Ook voor het terrein van de sociale zekerheid zijn doelen gesteld: de overheid wil de dienstverlening aan burgers verbeteren en de administratieve lasten verminderen, onder andere door de invoering van het digitaal klantdossier, de persoonlijke internetpagina en het burgerservicenummer. De inspectie bundelt in deze verkennende studie de kennis die binnen de inspectie aanwezig is over de elektronische overheid. Daarnaast verkent de inspectie, door middel van een omgevingsanalyse, op welke manier zij kan bijdragen aan de totstandkoming van de elektronische overheid op het terrein van de uitvoering van de sociale zekerheid. (B25452)

  • Min. EZ; ITS; [et al.], Ict-competenties in de beroepsomgeving : vraag en aanbod, nu en in de toekomst
    Den Haag : Min. EZ, 2006.
    Publicatienr. 06ET21
    ICT-competenties zijn van groot belang voor de kenniseconomie in het algemeen en de innovatiekracht en concurrentiekracht van organisaties in het bijzonder. EZ heeft aan ITS Radboud Universiteit Nijmegen de opdracht gegeven om een kwantitatief onderzoek uit te voeren op het gebied van ICT-competenties. Een onderzoek bij het Nederlands bedrijfsleven èn openbaar bestuur naar de competenties van drie categorieën van medewerkers: ict-professionals, modale ict-gebruikers en ict-vernieuwers. Hiervoor zijn ruim 8.000 HR-managers en directeuren benaderd uit 16 sectoren. Het onderzoek maakt duidelijk waar, welke problemen en knelpunten bestaan ten aanzien van de kwaliteit en kwantiteit met betrekking tot ict-competenties en welke oplossingen mogelijk en wenselijk worden geacht vanuit de respondenten. (B25370)

  • OECD; [et al.], ICT and learning : supporting out-of-school youth and adults
    Parijs : OECD, 2006.
    Education and training policy
    In zowel de geïndustrialiseerde landen als de ontwikkelingslanden hebben onderwijsgevenden hoge verwachtingen van ict. ICT wordt gezien als een krachtig hulpmiddel om onderwijsprestaties naar een hoger niveau te tillen en scholing voor achterstandsgroepen toegankelijker te maken. Kunnen deze verwachtingen worden waar gemaakt? En heeft het bijzondere relevantie voor de behoeften van de niet schoolgaande en voor volwassenen met ontoereikende onderwijskwalificaties en lage geletterdheidvaardigheden? De publicatie bevat de volgende bijdragen: ICT in adult education: defining the territory; Adult learning and ICT: how to respond to the diversity of needs; Connections between in-school and out-of-school ICT programmes for youth; Reaching the most disadvantaged with ICT: what works?; Lessons on the uses of ICT for out-of-school youth and adults in developing countries; ICT in non-formal and adult education: reflections on the roundtable (B24967)

  • Europese Cie, Thematic study to analyse policy measures to promote access to information technologies as a means of combating social exclusion : final report
    Luxemburg ; EG, 2006.
    De ontwikkeling van de kennismaatschappij, en de toepassing van ict brengt risico's maar ook kansen met zich mee met betrekking tot sociale cohesie. Het rapport gaat in op de risico's en kansen die worden geassocieerd met ict-ontwikkeling. Aan de orde komt de digitale kloof. Verder wordt het begrip E-insluiting geïntroduceerd, in samenhang met sociale insluiting en de kennismaatschappij. Besproken worden maatregelen op het gebied van e-insluiting die kunnen bijdragen aan de sociale insluiting in de lidstaten. (B24887)

  • Europese Cie; Information Society Technologies, Coordination of national and European R&D policies and programmes in ICT
    Luxemburg : EG, 2006.
    Dit rapport geeft de stand van zaken weer m.b.t. de verbetering van de coördinatie van nationaal en Europees R&D beleid en R&D programma's op het gebied van ict. De bijlage bevat informatie over de verschillende IST ERA (Information Society Technologies - European Research Area) coördinatieprojecten. (B24647) 
     

  • Ned. Observatorium van Wetenschap en Technologie; Min. OC en W; Centrum voor Wetenschaps- en Technologie-studies; MERIT, Wetenschaps- en technologie- Indicatoren 2005
    Den Haag : Min. OC en W, 2005.
    Het rapport beschrijft de kwantitatieve ontwikkelingen op het terrein van wetenschap en technologie in Nederland en zet deze af tegen internationale ontwikkelingen. Het rapport geeft een breed overzicht van de positie van de Nederlandse kennisinfrastructuur, zoals de zoals de investeringen in R&D van overheid, bedrijven en andere partijen, de uitvoering van onderzoek en ontwikkeling door universiteiten, researchinstellingen en bedrijven, de wetenschappelijke productie in de vorm van publicaties, de invloed en productiviteit van deze publicaties, de technologische productie in de vorm van octrooien, de wetenschappelijke samenwerking binnen en buiten Nederland en het gebruik van wetenschappelijke kennis. (B24387)

  • EIM; [et al.], Transsectorale innovatie door diffusie van technologie : theorie, praktijk en toekomst
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Innovaties zijn van grote invloed op het concurrentievermogen van individuele bedrijven en organisaties, op markten, op ontwikkeling van bedrijfstakken en op ontwikkelingen in de economie en maatschappij. EIM heeft de theorie en praktijk van 'transsectorale innovatie' onderzocht. Transsectorale innovatie houdt onder andere in dat partijen uit geheel verschillende branches tot baanbrekende innovaties komen. Kenmerkend voor transsectorale innovatie is: inspiratie buiten de eigen bedrijfskolom, betrokkenheid van ongebruikelijke partijen, risicovol, leidend tot een ander paradigma, en veelal gebaseerd op technologische kennis. Het vestigt de aandacht op de eerste toepassingen van nieuwe technologie in een bedrijfstak, die tot enorme veranderingen kunnen leiden omdat ze bij succes op grote schaal worden nagevolgd door andere bedrijven. Naast de definitie van transsectorale innovatie en voorbeelden ervan wordt ook nader ingegaan op de sectoren en technologiegebieden waar transsectorale innovatie in de komende tien jaar met de grootste waarschijnlijkheid zal gaan optreden. (B24233)

  • OECD, Research and development expenditure in industry : 2004 edition
    Parijs : OECD, 2005.
    Statistische gegevens over uitgaven aan R&D in OECD-landen. (B23954)

  • EUROSTAT; Europese Cie, Science and technology in Europe : statistical pocketbook : data 1993-2003
    Luxemburg : EG, 2005.
    Bevat statistieken over: uitgaven aan R&&D personeel; wetenschap en technologie in de regio's; uit de overheidsbegroting toegewezen middelen voor onderzoek en ontwikkeling (GBAORD); human resources in wetenschap en technologie; innovatie; patenten; high-tech; informatiemaatschappij. (B23742)

  • OECD, e-Government for better government
    Parijs : OECD, 2005.
    e-Government studies
    e-Government moet de functie van overheidsadministratie verbeteren en de verhouding tot het publiek. Het goede nieuws is dat ICT hiertoe veel mogelijkheden biedt. Het slechte nieuws is dat de werkelijkheid nog niet voldoet aan de belofte. (B24436)

  • RWI; [et al.], Offshoring in de Nederlandse ICT : grenzeloze kansen?
    Doetinchem : Reed Business Information, 2005.
    Het uitbesteden of verplaatsen van arbeid naar lagelonenlanden (offshoring) heeft zich in het verleden vooral voorgedaan in de industrie. In de laatste jaren doet dit fenomeen zich echter ook in toenemende mate voor in de zakelijke dienstverlening, zoals de ICT-sector. Dit onderzoek richt zich op de omvang en de effecten van offshoring van ICT-diensten voor de Nederlandse arbeidsmarkt en economie. (B23955)

  • Ver. VNO-NCW, E-werken : een modelgedragscode voor het gebruik van (mobiele) telefoon, internet, e-mail, en andere huidige en toekomstige elektronische informatie- en communicatiemiddelen
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2005.
    VNO-NCW heeft in samenwerking met de meest betrokken sectoren uit het Nederlandse bedrijfsleven een nieuwe modelgedragscode opgesteld voor het gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen op de werkplek. De code heeft betrekking op het gebruik van e-mail, internet, (mobiele) telefoon en andere elektronische hulpmiddelen. Ze vervangt een eerdere code uit 2001 (weergegeven in de VNO-NCW-brochure 'Surfen op de werkplek'). De tekst is aangepast aan recente jurisprudentie. Zaken als spam, blogging en e-winkelen zijn ook opgenomen. (B23945)

  • Innovatieplatform, ICT als innovatie-as : kansen pakken met ict
    Den Haag : Innovatieplatform, 2005.
    ICT is door het Innovatieplatform benoemd als een innovatie-as in alle sectoren van de economie. Het doel van dit advies is acties te schetsen die de bijdrage van ICT aan de kenniseconomie kunnen versterken. Het Innovatieplatform doet voorstellen ter verbetering langs verschillende pijlers: de benutting van ICT-toepassingen, ICT-bedrijvigheid, ICT-onderwijs en -onderzoek, en ICT-infrastructuur. De eerste twee pijlers worden door het Innovatieplatform als de belangrijkste beschouwd. (B23922)

  • Haan, J. de; [et al.], Jaarboek ict en samenleving 2005 : kennis in netwerken
    Amsterdam : Boom, 2005.
    Dit derde Jaarboek ICT en samenleving bundelt onderzoek naar de samenhang tussen ict en het functioneren van publieke en private organisaties en de competenties van werkenden. Ook is er aandacht voor de beleidsgevolgen. In het eerste deel gaan de auteurs in op de ontwikkeling van de kennis- en netwerkeconomie. Dit deel bevat de bijdragen: ICT in de kennis- en netwerkeconomie; ICT en innovatievermogen: internationale trends; ICT-starters en hun netwerken. In het tweede deel staan ontwikkelingen in organisaties centraal. Dit deel bevat de bijdragen: Warme relaties en koele kanalen: sociale cohesie en ICT-gebruik in organisaties; Innovatief human resource management door ICT - e-hrm als hoop of vrees?; Kennisdeling in online groepen: de sociale inbedding van online interactie in offline relaties; Taakherschikking en ICT in de zorg. Het derde deel behandelt de competenties van (toekomstige) werkenden. Met de bijdragen: Leren en ICT; ICT-competenties en computerangst van werknemers; Scholing van werkenden via ICT. (B23701)

  • CBS; [et al.], The EU-15’s new economy : a statistical portrait
    Voorburg : CBS, 2005.
    Het CBS heeft in de publicatie vijftig indicatoren geselecteerd op het gebied van de Nieuwe Economie en de kenniseconomie met ICT als de dominante technologie. Aan de indicatoren is af te meten hoe ons land het er in vergelijking met andere Europese landen vanaf brengt met betrekking tot de Nieuwe Economie. Daarnaast wordt op een aantal indicatoren, zoals productiviteit, gewerkte uren, betekenis van de ICT-sector en de openheid van de economie, de EU-15 vergeleken met de VS en Japan. De publicatie is onderdeel van het onlangs afgesloten Europees NESIS-project. Dit New Economy Statistical Information System is gericht op het ontwikkelen van betrouwbare indicatoren om na te gaan of de doelstellingen van Lissabon 2000, de EU als de meest concurrerende en dynamische economie ter wereld, worden bereikt. Uit het onderzoek blijkt dat Nederland tot de middenmoters hoort op het gebied van de Nieuwe Economie, en dat de Scandinavische landen het beter doen dan de andere EU-15 landen. (B23659)

  • OECD, ICT diffusion to business: : peer review : country report : the Netherlands
    Parijs : OECD, 2005.
    DSTI/ICCP/IE(2004)4/final
    Dieptestudie van de OECD naar het ICT-gebruik in het Nederlandse bedrijfsleven. De OECD concludeert dat Nederland een goede ICT infrastructuur heeft, een goed functionerende marktgeoriënteerde benadering en een stabiel platform voor meer specifiek ICT beleid. Ook het beleid gericht op het gebruik en de verspreiding van ICT in het bedrijfsleven, met name het MKB, krijgt een goede beoordeling. Maar uit het rapport blijkt ook dat er door beperkingen van het budget mogelijkheden blijven liggen. Dit terwijl het MKB de grootste efficiëntie en productiviteitswinst kan behalen. Het rapport benadrukt de gevaren van het stringente budgetbeleid waardoor de inzet van overheidsmiddelen beperkt wordt. Tevens is geconstateerd dat de Nederlandse positie in internationale ‘e-rankings’ daalt. Dat geeft aan dat er ruimte voor verbetering en noodzaak tot actie is. (B23596)

  • ESVLA, Outsourcing of ICT and related services in the EU
    Dublin : ESVLA, 2004.
    De internationale migratie van werkgelegenheid in de ict-sector en de daaraan gerelateerde diensten neemt toe. Zowel tussen de EG-lidstaten als wereldwijd gezien. Dit fenomeen wordt vaak aangeduid als 'ict outsourcing' of 'ict offshoring'. In deze publicatie wordt ingegaan op 'outsourcing' van ict. Het gaat in op de spreiding van werkgelegenheid in de ict-sector binnen Europa, de drijvende factoren achter ict outsourcing (verschillen in arbeidskosten, beschikbaarheid van arbeid en kennis, kostenbesparing, reorganisatie binnen de onderneming) en trends in offshore outsourcing (o.a. de zoektocht naar nieuwe locaties, voortdurende groei van het belang van tussenpersonen). (B23424)

  • Min. EZ, De breedbandnota : een kwestie van tempo en betere benutting
    Den Haag : Min. EZ, 2004.
    Breedband is belangrijk voor de groei van de economie en kan substantieel bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. De ambitie is dat Nederland in 2010 op het terrein van breedband in Europa en wereldwijd voorop loopt. Om de ambitie te realiseren wil het kabinet stevige impulsen geven aan: A: de ontwikkeling en toepassing van diensten en kansrijke breedbandtoepassingen in het private en publieke domein. B: de ontwikkeling van (een) hoge capaciteit aansluitnetwerk(en) met een substantiële landelijke dekking in 2010. Op deze wijze kan optimaal geprofiteerd worden van breedbanddiensten, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de versterking van het groeivermogen en aan het oplossen van maatschappelijke problemen waardoor de welvaart en welzijn in Nederland zullen toenemen. De nota is de invulling van Nederlandse strategie in het kader van de e-Europe Lissabondoelstellingen op het terrein van Breedband. In de nota worden die zaken behandeld die tot het overheidsdomein behoren. Hierbij gaat het om zaken als marktordening, toegangsregulering en stimulering van dienstontwikkeling in de semi-publieke sfeer. (B23237)

  • CPB; Rensman, M., Eenheid of verscheidenheid in onderzoeksagenda's? : over de bèta-gerichte R&D-specialisatiepatronen van wetenschap en bedrijven in Nederland
    Den haag : CPB, 2004.
    CPB document, nr. 74
    De zogenaamde kennisparadox (goed wetenschappelijk onderzoek maar weinig benutting door bedrijfsleven) is een van de belangrijkste onderwerpen van debat in innovatie- en wetenschapsbeleid. Een goede wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven kan de innovatiecapaciteit van de economie vergroten. Als de wetenschap echter op heel andere gebieden actief is dan het bedrijfsleven, zijn de mogelijkheden tot wisselwerking hoe dan ook beperkt. Dit rapport beschrijft in welke bètagerichte technologiegebieden bedrijven, universiteiten en researchinstellingen in Nederland R&D uitvoeren. Het empirische onderzoek toont aan dat de R&D-specialisatiepatronen van de bedrijven en de (semi-)publieke kennisinstellingen sterk verschillen. Soortgelijke verschillen zijn ook in het buitenland te constateren. Tenminste drie overwegingen kunnen bij de beoordeling van deze bevindingen betrokken worden: potenties voor publiek-private wisselwerking in R&D, kennisontwikkeling ten bate van publieke taken, en verschillen tussen technologiegebieden in de omvang van externe effecten van kennis. Of de huidige wetenschappelijke onderzoeksagenda vanuit maatschappelijk perspectief juist is of aanpassing behoeft, kan met deze overwegingen niet zonder meer worden vastgesteld. (B23547)

  • OECD, Research and development expenditure in industry 1987-2001
    Parijs : OECD, 2004.
    Statistische gegevens over uitgaven aan R&D in OECD-landen. (B22930)

  • CPB; Cornet, M.; Ven, J. van de, Incentives for technology transfer institutes
    Den Haag : CPB, 2004.
    CPB Document, nr. 58
    Dit rapport onderzoekt hoe intermediaire kennisinstellingen te prikkelen hun overheidsfinanciering effectief om te zetten in maatschappelijke meerwaarde. Vier van zulke instellingen zijn onderwerp van case studie: TNO, DLO, Fraunhofer (Duitsland) en VTT (Finland). Het rapport stelt dat de overheid intermediaire kennisinstellingen scherper kan aansturen op prestaties, door de omzet uit relevant contractonderzoek te gebruiken als prestatie-indicator voor het toekennen van overheidsfinanciering. Met 'relevant contractonderzoek' wordt bedoeld contractonderzoek dat niet door private kennisintermediairs - bijvoorbeeld ingenieursbureau's - kan worden uitgevoerd. Intermediaire kennisinstellingen worden op deze manier geprikkeld om de hen toegewezen overheidsmiddelen zo effectief mogelijk aan te wenden ten bate van een innovatief bedrijfsleven en een innovatieve (semi-)overheid. Een andere mogelijkheid is om overheidsfinanciering afhankelijk te maken van het oordeel van een onafhankelijke visitatiecommissie over de kwaliteit van de kennis en kunde van de instelling. In de huidige situatie ontbreken expliciete prikkels tot effectiviteit. (B22718)

  • Min. EZ; PricewaterhouseCoopers; [et al.], Rethinking the European ICT agenda : ten ict-breakthroughs for reaching Lisbon goals
    Den Haag : Min. EZ, 2004.
    In het rapport worden tien doorbraken voor vernieuwing van het Europese ICT-beleid gepresenteerd. Deze doorbraken moeten een nieuwe impuls geven aan de Lissabon-doelstelling van de Europese Unie om in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te zijn. De conclusies van het onderzoek zijn gebaseerd op een uitvoerige desk-research en bijna 100 interviews met thought leaders in het ICT-veld, waaronder veel PwC-cliënten. Tevens is de Europese ICT-sector en het Europese ICT-beleid vergeleken met die van vijf referentielanden: de Verenigde Staten, India, China, Zuid Korea en Japan. Uit het PwC-rapport blijkt onder andere dat Europa ver achterligt op de gestelde Lissabon-doelstellingen en dat ICT een belangrijke motor is om deze doelstellingen alsnog te halen. Daarnaast toont het onderzoek aan dat de genoemde referentielanden op veel terreinen meer uit ICT weten te halen dan de EU. Om de Lissabon-doelstellingen alsnog te halen is een continuering van het huidige beleid onvoldoende. Volgens het rapport moeten duidelijke keuzes worden gemaakt binnen het Europese ICT-beleid. In het onderzoek worden tien doorbraken gesignaleerd die hiervoor een eerste aanzet vormen. Enkele doorbraken zijn: Het leggen van meer nadruk op praktisch gebruik van internet in plaats van ontsluiting hiervan; Het standaardiseren van ICT-omgevingen in Europa om nieuwe 'business' aan te trekken; Het versnellen van de introductie van baanbrekende nieuwe technologieën; Het realiseren van de doelstelling om alle informatie en content op elke plaats, op elk tijdstip en op elk platform beschikbaar te hebben; Het geven van een strategisch antwoord op de verplaatsing van ICT-werkgelegenheid naar lagelonenlanden. (B23117)