Literatuurlijst Innovatie
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- Es-Saghir, A., Innovative on trade : an empirical analysis of the relationship between trade innovation and productivity
Amsterdam : VU, 2012. 50 p.
Abdessalam Es-Saghir (algemene economie, Vrije Universiteit Amsterdam) bestudeerde de economische betekenis van handelsinnovatie versus technische innovatie. Een belangrijk onderwerp, zeker voor Nederland. Volgens de auteur kunnen landen als Nederland, Denemarken, Oostenrijk en Ierland met name meer groei realiseren door handelsinnovaties in de productieketen en in de organisatie van de handel.
Genomineerde SER-Scriptieprijs 2012. (B30848)
- KIA-coalitie; AcTI-NL; AOb [et al.], Kennis en Innovatie Foto 2012 : tweede voortgangsrapportage over de Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020
Den Haag : KIA, 2012. 70 p.
Deze KIA-foto is de tweede voortgangsrapportage van de in juni 2010 verschenen ‘Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020’ (KIA). De KIA geeft aan wat de komende jaren nodig is om Nederland weer in de top van de kennissamenlevingen te krijgen. Deze foto is een momentopname van de Nederlandse kennissamenleving en meet in hoeverre Nederland op koers ligt bij de uitvoering van de KIA. Dit gebeurt door aan zeventien cruciale indicatoren voor de Nederlandse kennissamenleving een kleur toe te kennen: rood waar we de in de KIA gestelde doelen dreigen te missen, oranje waar extra inzet noodzakelijk is om het doel te halen en groen waar we goed op koers liggen. Deze inkleuring van de foto is gebaseerd op zestig indicatoren op de terreinen onderwijs, onderzoek en innovatief ondernemen. Vergeleken met vorig jaar laten de kleuren een positiever beeld zien met meer groene indicatoren. Het duidt er dus op dat we op de goede weg zijn. Hierbij dient wel in ogenschouw te worden genomen dat veel indicatoren gebaseerd zijn op cijfers van voor de intrede van de huidige economische crisis. (B30825)
- AWT, De Chinese handschoen : hoe Chinese en Nederlandse kennis elkaar kunnen versterken
Den Haag : AWT, 2012. 142 p.
De opkomst van China als kennis- en innovatieland is indrukwekkend. Nederland kan profiteren van de snelle ontwikkeling van de Chinese kennis, wetenschap, talenten, innovatieve kracht en onderzoeksinfrastructuur. Maar naast kansen zijn er ook mogelijke nadelen. De AWT (Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid) adviseert de regering om de samenwerking met China op het terrein van kennis en innovatie te intensiveren en daarbij aandacht te hebben voor een aantal uitdagingen. (B30787)
- OECD, Improving agricultural knowledge and innovation systems : OECD conference proceedings
Parijs : OECD, 2012. 369 p.
Discussie over ervaringen en benaderingen van AKS (landbouwkundige kennissystemen) met aandacht voor ontwikkelingen op institutioneel niveau, privé- en overheidsdeelnemingen, regelgeving, innovatie, technologie en beleid. (B30766)
- Rathenau Inst; Slob, M.; Staman, J., Beleid en het bewijsbeest : een verkenning van verwachtingen en praktijken rond evidence based policy
Den Haag : Rathenau Inst., 2012. 44 p.
Wetenschappers vertellen de waarheid aan machthebbers. Dat stelt machthebbers in staat om hun beleid te onderbouwen. Het resultaat: evidence based policy. Dat is het idee. De werkelijkheid is echter heel anders, betoogt deze verkenning van het Rathenau Instituut. Zo spreekt de wetenschap niet met één mond. Niet omdat wetenschappers hun werk slecht doen, maar omdat de werkelijkheid talloze interpretaties toelaat – interpretaties die tegelijk waar kunnen zijn. Wetenschap kan een beladen maatschappelijke kwestie dan ook niet zomaar neutraliseren. Het omgekeerde is eerder het geval: machthebbers kunnen kiezen uit verschillende wetenschappelijk onderbouwde visies. Politici gaan daarnaast anders met taal om dan wetenschappers. Wetenschappers proberen met hun woorden de werkelijkheid te beschrijven. Policiti willen met hun woorden een nieuwe werkelijkheid scheppen. Dit verschil kan leiden tot onbegrip over en weer. Wat zijn in deze situatie de gewenste omgangsvormen tussen wetenschap en macht? Beleid en het bewijsbeest verkent deze leidende vraag door enkele vooraanstaande politici en wetenschappers naar hun ervaringen te vragen. Het essay eindigt met bevindingen en aanbevelingen. Met als belangrijkste conclusie: evidence based policy zit er niet in. Maar evidence informed policy is een realistisch en nastrevenswaardig ideaal. (B30697)
- Europese Cie; UNU-MERIT, Innovation union scoreboard 2011 : the innovation Union's performance scoreboard for research and innovation
Maastricht : UNU-MERIT, 2012. 100 p.
Volgens het Innovatie-Uniescorebord 2011 hebben bijna alle lidstaten betere innovatieprestaties neergezet. Toch vertraagt de groei van de innovatieprestaties en slaagt de EU er niet in om de aanhoudende kloof met innovatieleiders zoals de VS, Japan of Zuid-Korea te dichten. De grootste achterstand blijft in de EU-27 bestaan in de particuliere sector. De EU behoudt nog steeds een duidelijke voorsprong op de opkomende economieën van China, Brazilië, India, Rusland en Zuid-Afrika. Maar China verbetert zijn innovatieprestaties en maakt geleidelijk zijn achterstand goed. Binnen de EU bevestigt Zweden zijn leiderspositie in de algemene rangschikking, op de voet gevolgd door Denemarken, Duitsland en Finland (zie volledige rangschikking hieronder). De innovatie-activiteiten van bedrijven zijn duidelijk een belangrijke factor voor het behalen van topposities op Europees en internationaal niveau. Nederland steeg afgelopen jaar overigens van plaats 8 naar 7, maar hoort nog wel steeds bij de “innovatievolgers” in Europa. (B30661)
- Nijkamp, G. J., De invloed van het internet op de Nederlandse export : hoe houden wij onze voorsprong vast?
Malaga : G. J. Nijkamp, 2012. 142 p.
Met meer dan 15 jaar ervaring in export & internet ziet Geert Nijkamp kansen en bedreigingen die er ook de opkomst van het wereldwijde web voor de Nederlandse export ontstaan. Dit boek laat zien hoe en waar de Nederlandse export concurrentie kan verwachten en geeft praktische oplossingen hoe exporteurs de concurrentie voor kunnen blijven. Niet vanuit de theorie, maar geschreven vanuit concrete ervaring en passie om de Nederlandse export te versterken. (B30659)
- Vermeend, W.; Brussen, B., De onstuitbare opmars van de digitale wereld : het nieuwe leren, werken, ondernemen en geld verdienen
Den Haag : Einstein Books, 2012. 202 p.
De razendsnelle digitalisering van de hedendaagse samenleving heeft ingrijpende maatschappelijke en economische gevolgen en zal leiden tot nieuwe manieren van leren, werken, ondernemen en geld verdienen. In Nederland wordt echter onvoldoende ingespeeld op de onstuitbare opmars van het internet, zo vinden Willem Vermeend en Bert Brussen. En dat terwijl het internet met een optimale inzet de economie kan moderniseren en aanjagen. Dat is hard nodig; naar verwachting wordt Nederland de komende jaren immers geconfronteerd met een lage economische groei. Dit boek is een pleidooi voor een nieuw beleid, waarmee Nederland kan uitgroeien tot het meest toonaangevende internetland van de wereld. (B30646)
- Adecco Group Nederland; Kusters, A., De essentie van de nieuwe organisatie : hoe organisaties vernieuwen en Human Capital ontwikkelen in de kenniseconomie: Organic Learning
Zaltbommel : Adecco Group Nederland, 2011. 53 p.
Zaltbommel, 15 september 2011 - en ontwikkelingsinspanningen dragen vaak onvoldoende bij aan de verandering die organisaties voor ogen staat. Ze staan te ver af van de werkvloer, leggen teveel nadruk op kennis die in een mum van tijd verouderd is, en zijn onvoldoende afgestemd op wat medewerkers werkelijk willen. Tot die conclusie komt Agnès Kusters-Mathey, bedrijfseconoom en veranderspecialist, in een white paper die zij op verzoek van Adecco Group Nederland heeft samengesteld. (B30629)
- OECD; Cusmano, L.; Dean, B., Intellectual assets and innovation : the SME dimension
Parijs : OECD, 2011. 157 p.
Intellectuele eigendomsrechten kunnen een grote rol spelen voor het MKB in het beschermen van en voortbouwen op hun innovaties om zich in een concurrerende positie ten opzichte van grotere ondernemingen in de wereldwijde markten te brengen. Hoewel er steeds meer erkenning is van hun belang, evenals van de noodzaak van adequaat intellectueel vermogensbeheer voor kleine en middelgrote ondernemingen in OESO-landen, zijn er weinig regelgeving of specifieke instrumenten gericht op het MKB. Dit is gedeeltelijk te wijten het tempo van de technologische innovatie, die vaak hoger is dan de tijd die nodig is voor de beleidsmakers om passende antwoorden te creëren om het veranderende landschap van intellectuele eigendom. Deze studie verkent de relaties tussen het MKB intellectueel eigendomsmanagement, innovatie en concurrentievermogen in verschillende nationale en sectorale contexten. Het geeft inzicht in het vermogen van het MKB om toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de voor hen beschikbare protectiesystemen en identificeert de belangrijkste uitdagingen voor het MKB om zich de volledige waarde van intellectuele eigendomsrechten toe te eigenen. Het onderzoekt ook de effectiviteit van regelgevende kaders en beleidsmaatregelen ter ondersteuning van MKB-toegang tot intellectuele eigendomsrechten. (B30633)
- Rabobank, Hoe rekbaar is de wereld? : de rol van technologie en innovatie
Utrecht : Rabobank, 2011. 43 p.
Themabrochure over de rol van technologie en innovatie. bevat de volgende bijdragen: Groeimotor van de toekomst; Hoe groot is de innovatiekracht van Nederland?; China: van producent tot innovator? - Interview Weiming Jiang, president-directeur DSM; Hoe kan technologische vooruitgang helpen bij de wereldvoedselvoorziening in 2050? - Interview drs. Ben Tax RA en dr. Kees Reinink, beiden directeur van Rijk Zwaan; Sociale media: meer binding met de markt of nieuwe bubbel? - Interview Frank Volmer, directeur Telegraaf Media Nederland. (B30508)
- CBS, Het Nederlandse ondernemingsklimaat in cijfers 2011
Den Haag : CBS, 2011. 183 p.
Een goed ondernemingsklimaat heeft een positieve invloed op economische groei. Bedrijven zijn en blijven – ook in tijden van recessie – de primaire bron voor welvaart. Beslissingen over waar te investeren worden door bedrijven in toenemende mate op mondiaal niveau genomen. Overheden van individuele landen stellen zich hierdoor vaker de vraag: Hoe concurrerend is mijn land eigenlijk voor zittende bedrijven en eventuele nieuwe bedrijvigheid? Deze publicatie beschrijft aan de hand van een honderdtal indicatoren de economische prestaties en het bijbehorende ondernemingsklimaat van twintig landen. De meeste aandacht gaat hierbij uiteraard uit naar de situatie in Nederland. Nederland komt hieruit naar voren als een land met relatief goede macro-economische prestaties, groeiend ondernemerschap, maar matige prestaties op het terrein van R&D en innovatie. Het CBS heeft de publicatie op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie samengesteld. (B30504)
- Toonen, Th.; TU Delft, Technologie, Bestuur, Management Biobased governance, onderhoudend bestuur
Delft : TU Delft, 2011. 60 p.
Gedeeltelijk uitgesproken als Oratie ter gelegenheid van zijn ambtsaanvaarding als Decaan en tevens Hoogleraar Institutionele Bestuurskunde in de Faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) van de Technische Universiteit Delft op vrijdag 18 november 2011. Hoogleraar institutionele bestuurskunde en decaan van de faculteit Techniek, Bestuur en Management Theo Toonen maakt een tijdreis aan de hand van enkele voorwerpen: een antiek stoeltje, een Staatsalmanak uit 1933, een stapel rapporten van het kabinet Rutte en een kubus van een Kroonprins. Zijn wetenschappelijke helden Thorbecke, Van Poelje en Buijs komt hij onderweg tegen, evenals de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal, de Haarlemmermeerpolder, de Riedgletscher, Wifi, Skype en het Elektronisch Patiëntendossier. Hierdoor geïnspireerd ontvouwt Toonen een model voor het domein van zijn faculteit TBM: de studie van de openbare dienst en de relatie tussen samenleving, technologie, bestuur en management. Hij formuleert de lessen die de tijdreis hem als wetenschapper en faculteitsbestuurder brengen, en bevrijdt de mascotte van de TU Delft, Prometheus. (B30472)
- Volbreda, H.; Bosma, M.; Rinnooy Kan, A., Innovatie 3.0 : slimmer managen, organiseren en werken
Amsterdam : Mediawerf, 2011. 135 p.
Het boek geeft een aantal tips hoe het innovatievermogen van Nederlandse bedrijven verhoogd kan worden, met voorbeelden van innovatiekoplopers in Nederland. Aan de hand van bezoeken aan sociaal innovatieve bedrijven en gesprekken met deskundigen wordt uiteengezet hoe sociaal innoveren werkt en wat het oplevert. De conclusie: met simpele ingrepen zijn enorme winsten te boeken. Met het voorwoord van Alexander Rinnooy Kan. (B30438)
- Netwerk Onderwijsinnovatie, Onderwijs kan zoveel slimmer : aanzet tot een dialoog
Den Haag : Netwerk Onderwijsinnovatie, 2010. 35 p.
Het Netwerk Onderwijsinnovatie wil bijdragen aan de kracht van het onderwijs door een dialoog op gang te brengen met alle partijen in het onderwijs: leerlingen, ouders, docenten, schoolleiders, bestuurders, bedrijfsleven, vertegenwoordigers van onderwijspersoneel en werkgevers, en de overheid. Een dialoog over hoe de sector meer ruimte kan krijgen en beter ondersteund kan worden om zelf te verbeteren en te vernieuwen. Een dialoog over hoe het onderwijs slimmer te organiseren om de kwaliteit te verbeteren en het lerarentekort te helpen bestrijden. (B30376)
- VO-raad; Bakker, D.; Kingma, M., Durven, delen, doen en ... doorgeven : aanpak van het innovatieproject
Utrecht : VO-raad, 2011. 76 p.
Innovatieproject van de VO-raad
Durven, delen, doen … en doorgeven is een van de slotpublicaties van het Innovatieproject van de VO-raad. Een project waarvan het hele voortgezet onderwijs veel kan leren over innoveren binnen scholen. In dit boekje gaat het Innovatieteam nog een stap verder, door terug te kijken op het hele Innovatieproject. Hoe kwam het tot stand? Hoe hebben het project en het team zich verder ontwikkeld? Wat ging goed en wat kon beter? De lessen van het Innovatieteam zijn hier opgetekend, om ook die ervaringen door te geven. (B30375)
- VO-raad; Laman, M.; Wensink, J.; Put, J.; Schouten, E., Verder na Slasch21 : het menselijke gezicht van een innovatieproces
Utrecht : VO-raad, 2011. 56 p.
Innovatieproject van de VO-raad
Verder na Slash21 is een van de slotpublicaties van het Innovatieproject van de VO-raad, dat op allerlei manieren innovaties in het onderwijs in beeld heeft gebracht. In dit boekje gaat het slechts over één
school. Maar wel een heel bijzondere: Slash21. In Nederland is Slash21 nog altijd hét voorbeeld van een baanbrekend experiment. Deze publicatie gaat ook over een bijzondere innovatiestrategie, namelijk het opzetten van een aparte, nieuwe school die vervolgens wordt ingebed in de ‘moederschool’. Deze
bijzondere school en de bijzondere innovatiestrategie verdienen bijzondere aandacht, want er valt veel van te leren. Bovenal laat het onderzoek naar Slash21 zien hoe complex vernieuwingsprocessen zijn. Onderwijs is mensenwerk en dat betekent dat bij vernieuwingen emoties een niet te onderschatten rol spelen. (B30373)
- OECD, Business innovation policies : selected country comparisons
Parijs : OECD, 2011. 155 p.
Deze studie houdt zich bezig met de trends in en de belangrijkste kenmerken van het beleid en de programma's die worden gebruikt door overheden ter ondersteuning van innovatie in het bedrijfsleven. In aanvulling op het identificeren van goede praktijken in een heel scala van programmatypes, vergelijkt het innovatiebeleid van bedrijven in Australië, Canada, Denemarken, Finland, Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. (B30372)
- OECD, Invention and transfer of environmental technologies
Parijs : OECD, 2011. 233 p.
OECD studies on environmental innovation
Het is bekend dat de karakteristieken van milieubeleid de omvang en richting van innovatie kunnen beïnvloeden bij milieutechnologie. Het onderzoek in deze publicatie beoordeelt de rol van overheidsbeleid bij milieu-innovatie op een breed vlak zoals lucht- en watervervuiling, afvalmanagement, verontreinigende stoffen, verkeersvervuiling en chemicaliën. (B30255)
- AWT
Scherp aan de wind : handvat voor een Europese strategie voor Nederlandse (top)sectoren
Den Haag : AWT, 2011. 100 p.
Advies, Nr. 77
De centrale rol van onderzoek en innovatie in de nieuwe Europese strategie biedt grote kansen voor Nederland. Dat schrijft de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in zijn advies Scherp aan de Wind! - Handvat voor een Europese strategie voor Nederlandse (top)sectoren. Het vergt wel een aantal aanpassingen in het overheidsbeleid: Nederland moet voluit gaan bijdragen aan het versterken van de Europese positie. Maar Nederland moet tegelijkertijd aan de eigen positie denken. Dat kan door ‘scherp aan de wind’ te gaan varen en strategischer met Europees beleid om te gaan. (B30116)
- INSEAD ; Dutta, S.
The global innovation index 2011 : accelerating growth and development
Fontainebleau : INSEAD, 2011. 359 p.
Overzicht van innovatie. Meting van innovatie-potentie en resultaten, innovatie ontwikkelingen in Latijns Amerika en India. Het maken van slimme en duurzame steden. Wereldwijd overzicht van innovatie en kijk op de creativiteit en wat de problemen hierbij zijn. (B30111)
- AWT ; Perez, C. ; Schenk, H. ; Boot, A.
Let finance followd and flow : essays on finance and innovation
Den Haag : AWT, 2010. 92 p.
AWT advies, nr. 37
De bundel bevat 3 essays: C. Perez: The financial crisis and the future of innovation: a view from technology with the aid of history; H. Schenk: Corporate predilections, rational speculation and innovation; A. Boot: Financial innovation, economic growth versus instability. Ze bevestigen alle drie de intense interactie tussen ontwikkelingen in de financiële sector en de economie en dat er ernstige transities ondergaan zijn. (B30075)
- Stan Ackermans Inst; TU Delft; TU Eindhoven; Universiteit Twente; Rinnooy Kan, A. H. G., The innovation degree : 25 years of technological designer programs
Eindhoven : Stan Ackermans Inst, 2011. 71 p.
Dit jubileumboek is verschenen naar aanleiding van het gelijknamige symposium in verband met het vijfentwintigjarig bestaan van de technologische ontwerpersopleidingen en bevat onder meer presentaties van succesvolle ontwerpprojecten. Met een voorwoord van SER-voorzitter Rinnooy Kan. (B29955)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Hajer, M., De energieke samenleving : op zoek naar een sturingsfilosofie voor een schone economie
Den Haag : PBL, 2011. 78 p.
PBL-publicatienummer: 500246001
Nederland kan zijn internationale concurrentiekracht via ‘groene groei’ versterken. Voor het vergroenen van de economie moet alle in de maatschappij aanwezige creativiteit en innovatiekracht van burgers en bedrijven worden benut. Het inzetten van deze energieke samenleving vraagt een aanpassing in het denken en doen van de Rijksoverheid. Het Planbureau voor de Leefomgeving, geeft in het signalenrapport ‘De energieke samenleving. Op zoek naar sturingsfilosofie voor een schone economie’ handvatten voor die nieuwe rol van de overheid. Het uitdragen van een motiverend perspectief dat mensen stimuleert, dynamische regelgeving die innovatie beloont en storende regels weghaalt en het continue willen leren van de maatschappij, zijn enkele centrale elementen. (B29940)
- Vaas, F.; Oeij, P. [et al.], Innovatie die werkt : praktijkvoorbeelden van netwerk-innoveren
Den Haag : Boom Lemma, 2011. 318 p.
Dit boek beschrijft de bevindingen en uitkomsten van het TNO programma Innovatie die Werkt (2006-2010). Uit onderzoek werd duidelijk dat een succesvol innovatieproces voldoet aan vijf kenmerken: het is open, participatief, iteratief, het absorbeert unieke kennis en is multidisciplinair. In proeftuinen is onderzocht hoe kennis in dat dynamische proces kan worden ingebracht en wat dan het beste werkt. Die bevindigen zijn vastgelegd in instrumenten, aanpakken en middelen (tools). Het heeft geresulteerd in toepasbare kennis over innoveren in netwerken. (B29673)
- SMO; Brennenraedts, R.; Maltha, S.; Smeets, S., Nederland: mediaknooppunt van Europa : perspectieven in kaart gebracht
Den Haag : SMO, 2011. 86 p.
In deze publicatie staat het concept ContentHub centraal. Analoog aan de Rotterdamse haven (good movers) en Schiphol (people movers) wil de Noordvleugel van de Randstad zich ontwikkelen tot een hub voor audiovisuele content (content movers). De Nederlandse (multi) media-industrie wil zich internationaal profileren als de plaats waarlangs internationale partijen hun diensten Europa binnenloodsen. Een digitale poort naar Europa. Uit een eerder uitgevoerde handelsmissie kwamen sterke signalen naar voren dat de Noordvleugel hiervoor een goede uitgangspositie heeft. De gedachte is dat een Nederlandse ContentHub een belangrijke impuls zou betekenen voor de multimedia-industrie in Nederland. Deze publicatie beschrijft het onderzoek naar de haalbaarheid van het concept in een internationaal perspectief. Daarnaast wordt de wijze waarop de ContenHub het beste kan worden neergezet (soorten diensten, profilering, et cetera) in dit onderzoek nader uitgewerkt. Uit het onderzoek blijkt dat er kansen voor Nederland zijn om een dergelijke hub te faciliteren. Maar het initiatief zal zich dan moeten concentreren op zaken die de grote internationale spelers laten liggen (zoals het bedienen van het Europese achterland), en/of met deze spelers samen gaan werken (bijvoorbeeld door als schakel voor Londen met het continent te gaan fungeren). (B29664)
- SEO; Kerste, M.; Weda, J.; Rosenboom, N., Innovations in financing environmental and social sustainability
Amsterdam : SEO, 2010.
SEO-report, nr. 2010-66
Aandacht voor belangrijke literatuur en empirisch onderzoek naar 'Innovations in financing environmental and social sustainability.' Beschrijving en analyse van een aantal instrumenten bij financiële innovatie, met tabellen en grafieken. (B29620)
- Min. EL&I; Besseling, B.; Mesu, S.; [et al.], Strategische Kennis- en Innovatieagenda van de Kenniskamers
Den Haag : Min. EL&I, 2010.
Deze Strategische Kennis en Innovatie Agenda (SKIA) is een neerslag van de discussies en gesprekken in de Kenniskamers op de 3 domeinen van het voormalige ministerie van LNV: Agrocluster, Natuur en Landschap en Voeding en Consument. Uitgangspunt voor de gesprekken waren: Wat zijn de grote opgaven waarop de komende jaren een passend antwoord moet worden gevonden? Hoe kan kennis en onderzoek daar bij helpen? Welke innovaties zijn daarvoor nodig? Deze SKIA geeft een overzicht van al deze vragen, geordend onder 10 speerpunten. De 10 speerpunten de ambities uit het sleutelgebied ‘Flowers and Food’. Deze SKIA gaat echter ook over gezonde voeding en andere grondstoffen die het agro-food-complex kan voortbrengen, natuur en biobased economy. Er liggen ook grote kansen voor én economie én ecologie. (B29537)
- TNO Kwaliteit van Leven; Vaas, F. [et al.], Innovatie die werkt : praktijkvoorbeelden van netwerk-innoveren
Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2010.
Boek met bijdragen in het kader van het TNO programma Innovatie die werkt (2006-2010). Bevat de volgende delen en hoofdstukken:
Innovatie die werkt : de uitdaging voor innovatiemanagement / Fientje Vaas en Peter Oeij;
Deel 1 Proeftuinen:
Innovatie van de samenwerking tussen inleners en flexleveranciers / Jan de Leede en Anneke Goudswaard; Aan de slag met open en sociale innovatie in het MKB / Freek Bomhof, Pepijn Vos, Arno Maris, Gu van Rhijn en Bart de Graaf; Sociale ict medicijn voor de thuiszorg / Erik Franck en Bas Kotterink; Innovatie in de publieke sector: goede instrumenten zijn (slechts) het halve werk / Pim Piek, Nicole de Koning, Pepijn Vos, Bart de Graaf, Dagmar Beudeker en Jan de Leede; Het Nieuwe Werken laten werken bij de publieke instellingen / Pepijn Vos en Bas Kotterink; Multidisciplinair samenwerken en beslissen in de sector maatschappelijke veiligheid / Kees van Dongen, Mirjam Huis in 't Veld en Lisette de Koning.
Deel 2 Capita selecta, generalisatie en lessen:
Innoveren door dialoog / Marc Steen en Pepijn Vos; Duurzaam leren voor innovatieve werknemers / Nicolet Theunissen en Hester Stubbé; Informatievoorziening die werkt! / Lottie Kuijt-Evers, Dianne Commissaris en Anita Cremers; Innovatieve instrumenten om het werken in netwerken te ondersteunen / Kees van Dongen, Mirjam Huis in 't Veld, Lisette de Koning, Peter Oeij en Fietje Vaas; Meten van innovatie: surveys en kernindicatoren / Karolus Kraan en Tanja de Jong; Leren van innovaties die werken / Peter Oeij en Fietje Vaas. (B29508)
- RVZ, Ruimte voor arbeidsbesparende innovaties in de zorg : door slimmer werken meer kwaliteit met minder mensen
Den Haag : RVZ, 2010.
RVZ, nr. 10/13
Vergrijzing leidt tot een groter beroep op de zorg en een complexere zorgvraag en daarmee tot een groot arbeidstekort in de zorg in de nabije toekomst. Eén van de oplossingen hiervoor is het toepassen van arbeidsbesparende innovaties: zorg op afstand, domotica, diverse product- en procesverbeteringen en bijvoorbeeld Buurtzorg. Er zijn veel innovaties succesvol ingevoerd. Dan verwacht je een olievlek werking. Maar de verspreiding van arbeidsbesparende innovaties in de zorg blijft beperkt, doordat de financiële prikkels verkeerd staan en zorgverleners vasthouden aan 'oude' zorgverlening. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) onderzocht de belemmeringen die de verspreiding van deze innovaties tegenhouden. De Raad komt in het advies met een aantal aanbevelingen om innovaties te bevorderen. Zie ook: achtergrondstudies B29499, B29500 en B29501 (B29498)
- CEAN Consulting, Eindrapport : arbeidsbesparende innovaties in de zorg : arbeidsbesparende verbeteringen motiveren personeel en leiden tot betere zorg
Z.P. : Cean Consulting, 2010.
CEAN Consulting is door de RVZ gevraagd om samen met het veld te identificeren waarom succesvolle arbeidsbesparende innovaties uit andere sectoren nog niet doordringen in de zorg. CEAN Consulting heeft een onderzoek verricht dat in twee fases ia uitgevoerd. De eerste fase (december 2009 t/m februari 2010) bevatte onder meer: een bureaustudie naar internationale best practices in de zorg en succesvolle arbeidsbesparende innovaties uit andere sectoren. De tweede fase (maart 2010 t/m mei 2010) bevatte workshops bij het Medisch Centrum Alkmaar en Alysis Zorggroep in huis en met de RVZ klankbordgroep (deelnemers uit de hele keten: care, cure, thuiszorg, huisartsen). In de workshops werd er een toets ontwikkeld voor de aanpak voor procesinnovatie en er werden barrières, aanbevelingen en oplossingen verzameld. Tenslotte is dit eindrapport uitgegeven met conclusies en aanbevelingen. Achtergrondstudie bij B29498. Zie ook B29500 en B29501 (B29499)
- TNO Kwaliteit van leven; RVZ; Blanson Henkemans, O. A. [et al.], Zelfmanagement als arbeidsbesparende innovatie in de zorg
Leiden : TNO Preventie en Zorg, 2010.
TNO-rapport, nr. KvL/P&Z 2010.017
In het adviestraject Arbeidsbesparende innovaties verkent de RVZ hoe innovaties in de zorg een middel vormen om het dreigende arbeidstekort dat ontstaat in de zorg te voorkomen. De RVZ is ook geïnteresseerd in de rol van innovaties aan de zorgvraagzijde, waarbij zelfmanagement als mogelijke kerninnovatie wordt gezien. Zelfmanagement is er op gericht het gedrag van de zorgvrager en zijn directe omgeving te beïnvloeden, zodanig dat zelfstandig gezonder gedrag wordt vertoond, ook gezonder ziekte-gedrag. Om een beter inzicht te krijgen in de mogelijke specifieke bijdrage van zelfmanagement aan arbeidsbesparing in de zorg heeft de RVZ aan TNO de opdracht gegeven onderzoek te verrichten met de hoofdvraag: Wanneer de patiënt meer zelfmanagement uitoefent, zal dit dan, bij een gelijk blijvend niveau van kwaliteit van zorg leiden tot een verminderde zorgvraag en leidt dit dan uiteindelijk tot arbeidsbesparing bij de zorgprofessionals op korte en lange termijn? Achtergrondstudie bij B29498. Zie ook: B29499 en B29501 (B29500)
- Erasmus Universiteit; Inst. Beleid en Management Gezondheidszorg; Breejen, E. den, Arbeidsbesparende innovaties in de gezondheidszorg : een theoretische verkenning naar kansen en belemmeringen voor arbeidsbesparing in de gezondheidszorg
Rotterdam : Erasmus Universiteit, 2009.
Notitie waarin wordt onderzocht wat de arbeidsbesparende innovaties zijn en wat de randvoorwaarden zijn om huidige mogelijkheden van arbeidsbesparende innovaties in de zorg te benutten. Achtergrondstudie bij B29498. Zie ook: B29499 en B29500 (B29501)
- KIA-coalitie; AcTI-NL; AIM; AOb; CNV; CNV Onderwijs; FNV; Rinnooy Kan, A. [et al.], Kennis en innovatie foto 2011 : eerste voortgangsrapportage over de kennis en innovatie agenda 2011-2020
Amsterdam : KIA-secretariaat, 2011. 59 p.
Eerste voortgangsrapportage (KIA Foto) van Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020. De voortgangsrapportage schetst eerst de belangrijkste ontwikkelingen in binnen en buitenland. Bijzondere aandacht is er daarbij voor het nieuwe regeerakkoord. vervolgens licht het de eigenlijke foto toe. Hoe staan het Nederlandse onderwijs, onderzoek en innovatief ondernemen ervoor? In de bijlagen onder meer een uitgebreide verantwoording van de verwachtingen en oordelen van de KIA-coalitie. De rapportage laat een gemengd beeld zien van vooruitgang van de Nederlandse kennissamenleving. Er zijn meer startende ondernemers en ook meer snelle groeiers. Onderzoek en delen van het onderwijs behoren nog tot de wereldtop. Het merendeel van de doelstellingen wordt echter nog niet gehaald. Op sommige terreinen verliest Nederland posities. (B29470)
- Syntens; Koudstaal, P.; Bijloo, G.; Rinnooy Kan, A., Nieuwe verbindingen : inspiratie voor innovatie
Schiedam : De Boekfabriek, 2010.
Hoe ziet onze samenleving in 2025 eruit? Dit weet niemand. Maar de auteurs geven een verrassende en inspirerende kijk op onze toekomst. Door als het ware door de top van de Maslow-behoeftepiramide te kijken - die dan een zandloper wordt - ontstaan talloze kansen voor innovaties. Het is voor organisaties belangrijk om de gebaande paden te verlaten en met veelal onverwachte partners 'nieuwe verbindingen' aan te gaan. Met een voorwoord van Alexander Rinnooy Kan. http://www.nieuweverbindingen.nl (B29468)
- Agentschap NL; Min. EL&I, Werken aan de innovaties van de toekomst
Den Haag : Agentschap NL, 2010.
Publicatie met de jaarrapportage innovatieprogramma's 2009/2010. De publicatie bevat de volgende onderwerpen: programmatisch Innoveren; sleutelgebied High Tech Systemen en Materialen; sleutelgebied Flowers en Food; sleutelgebied Water; innovatieprogramma Life Sciences & Health; sleutelgebied Chemie en Energie; sleutelgebied Creatieve Industrie; sleutelgebied Logistiek en Diensteninnovatie; sleutelgebied Pensioenen en Sociale verzekeringen; sleutelgebied Den Haag Internationale Stad van Recht, Vrede en Veiligheid. (B29458)
- Johnson, S., Where good ideas come from : the natural history of innovation
Londen : Allen Lane, 2010. 326 p.
Hoe komen goede ideeën tot stand? Hoe ontstaan baanbrekende innovaties? Wat maakt het brein van sommigen toch zo briljant? In dit boek verkent Steven Johnson, een van onze meest innovatieve denkers de geheimen van inspiratie.
- OECD; CERI, Inspired by technology, driven by pedagogy ; a systematic approach to technology-based school innovations
Parijs : OECD, 2010. 160 p.
Aandacht voor een systematische benadering van op technologie gebaseerde schoolinnovaties. Deze kunnen bijdragen aan kwaliteit, terwijl ze een gelijkwaardig en effectief opleidingssysteem stimuleren. En de nadruk ligt op mogelijkheden om innovaties te genereren die uit Web 2.0 komen en andere digitale bronnen. (B29309)
- OECD; International Development Research Centre; Kraemer-Mbula, E.; Wamae, W. [et al.], Innovation and the development agenda
Parijs : OECD, 2010. 151 p
Onderzoek naar de rol van innovatie bij ontwikkelingslanden, vooral in Afrika. Onderzoek naar systemen en toepassingen, de sleutelrol van kennis over innovatie bij ontwikkeling, het belang van vergelijkbare landenstudies en officiële statistieken over innovatie. Innovatie moet een deel zijn van een ontwikkelingsagenda en er zijn aanbevelingen om activiteiten te bevorderen die tot doel hebben landbouw om te vormen tot een kennisindustrie die economische groei moet stimuleren.
Op de omslag staat de titel: OECD innovation strategy (B29187)
- Nooteboom, B., A cognitive theory of the firm : learning, governance and dynamic capabilities
Cheltenham : Edward Elgar, 2010.
Interdisciplinair boek waarin inzichten worden geïntegreerd uit economie, management en organisatie, cognitieve wetenschap, sociale psychologie en sociologie. Bart Nooteboom ontwikkelt en hanteert een sociaal-cognitieve theorie van bedrijven en organisaties met een focus op leren en innovatie. Het boek is winnaar van de Schumpeter prijs 2010. (B29076)
- OECD, Measuring innovation : a new perspective
Parijs : OECD, 2010. 125 p.
De publicatie presenteert nieuwe maatregelen en nieuwe manieren van kijken naar traditionele indicatoren. Het bouwt voort op 50 jaar ontwikkeling van indicatoren door de OECD en gaat verder dan R&D om de bredere context waarin innovatie plaatsvindt te beschrijven. Het bevat een aantal experimentele indicatoren die inzicht geven in nieuwe gebieden van politiek belang. De publicatie begint met een beschrijving van innovatie vandaag de dag. Het kijkt naar wat innovatie stimuleert in bedrijven en hoe het wetenschaps- en onderzoekslandschap wordt geconfigureerd door de convergentie, interdisciplinariteit en de nieuwe geografie van innovatie hot spots. Het presenteert een breed scala aan maatregelen van innovatie, bijvoorbeeld door gebruik te maken van nieuwe indicatoren van investeringen in immateriële activa en handelsmerken. Menselijk kapitaal is de fundamentele input van innovatie, een reeks van indicatoren kijkt naar hoe goed onderwijssystemen bijdragen bij aan de kennis- en onderzoeksbasis. (B28996)
- OECD, The OECD innovation strategy: getting a head start on tomorrow
Parijs : OECD, 2010. 222 p.
Goed getimede en doelgerichte innovatie verhoogt de productiviteit, verhoogt de economische groei en draagt bij aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Maar hoe kunnen overheden ervoor zorgen dat meer mensen meer innoveren? En hoe kan de overheid zelf meer innovatief zijn? De OECD-Innovatiestrategie biedt een set van principes om innovatie te stimuleren in mensen (werknemers en consumenten), in bedrijven en bij de overheid. Het vereist een diepgaande blik op de reikwijdte van innovatie en hoe het verandert, evenals waar en hoe het zich voordoet. Het resultaat is het formuleren van vergaand beleid voor innovatie met behulp van recent onderzoek en gegevens. (B28995)
- KIA
Kennis en innovatie agenda 2011 . 2020
Den Haag : KIA, 2010. 70 p.
Bijna dertig organisaties uit de kenniswereld en het bedrijfsleven, waaronder VNO-NCW, de FNV en CNV, hebben een nieuwe Kennis en Innovatie Agenda gelanceerd. Deze zogeheten KIA-coalitie zet het werk voort van het onlangs opgeheven Innovatieplatform dat eerder de kennisinvesteringsagenda 2006-2016 uitgaf. Doel van de KIA-coalitie is om Nederland terug te brengen in de mondiale top 5 van hoogwaardige kennislanden. Gekozen is voor een nieuwe naam om uit te drukken dat er niet alleen investeringen nodig zijn maar ook acties genomen moeten worden en resultaten geboekt. Het rapport bespreekt de rol van kennis en innovatie in de Nederlandse samenleving, beschrijft kort de stand van zaken en benoemt de vijf Kennis en Innovatie prioriteiten voor de komende jaren. Vervolgens benoemt het de belangrijkste graadmeters voor de gezondheid van de Nederlandse Kennissamenleving en formuleert ambitieuze maar haalbare doelen voor 2020. Daarna komt de eigen agenda van de KIA-partijen aan bod en de resultaten die KIA wil boeken in 2015. Tot slot wordt gekeken naar de agenda van de overheid, inclusief een investeringsopgaaf voor 2020. Deze wordt voor 2015 nader uitgewerkt. (B28943)
- AWT, Kennis zonder grenzen : kennis en innovatie in mondiaal perspectief
Den Haag : AWT, 2010.
Advies, nr. 74
Het ontwikkelingsbeleid en het kennis- en innovatiebeleid moeten nauwer op elkaar aansluiten. Dat stelt de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in een advies aan regering en parlement. Dat is beter voor ontwikkelingslanden, voor de Nederlandse wetenschap en voor het Nederlandse bedrijfsleven. In dit advies formuleert de AWT een reeks aanbevelingen die het traditionele wetenschaps- en technologiebeleidskader overstijgen en betrekking hebben op het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking. De vraag die de raad in dit advies beantwoordt, luidt: Waar liggen mogelijkheden voor meer samenhangend (nationaal en/of mondiaal) kennis en innovatiebeleid, waarbij recht wordt gedaan aan oplossingen die leiden tot armoedevermindering en duurzame ontwikkeling in de minst ontwikkelde landen en aan het streven naar een gelijk speelveld en het stimuleren van maatschappelijk verantwoord ondernemen? En door wie en hoe kunnen die mogelijkheden worden vormgegeven? (B28854)
- TNO Kwaliteit van Leven; Have, K. ten.; Dorenbosch, L.; Moonen, H.; Oeij, P., Management door vertrouwen : naar zelfmanagement en innovatief gedrag
Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2010.
'Management door vertrouwen: Naar zelfmanagement en innovatief gedrag' veronderstelt dat wederkerige relaties en vertrouwenscheppende interacties onmisbare wapens zijn voor innovatie. In hedendaagse kennisintensieve processen van productie en dienstverlening wordt de traditionele hiërarchische organisatie vervangen door produceren en dienstverlenen in een 'sociaal interactienetwerk' van mensen. Uit dit boek spreekt dat innoveren vooral een sociaal proces is waarin relaties en interacties centraal staan. Daarbij is leidinggeven wel degelijk zeer cruciaal. Niet top-down maar door participatie van
medewerkers te stimuleren waardoor medewerkers zelfmanagend worden en de organisatie lerend vermogen ontwikkelt. Rollen en posities veranderen, volwassen arbeidsverhoudingen doemen op. Een innovatieve cultuur die duurzaam innoveren
toestaat, ontstaat niet zomaar, maar met ups en downs. Visie, ambitie en volharding gaan samen met oog voor de menselijke maat. Deze publicatie belicht uitkomsten van surveyonderzoek. literatuurstudie over 'best cases' en biedt een toolbox voor het versterken van zelfmanagement en vertrouwen. (B28751)
- Hekkert, M.; Ossebaard, M., De innovatiemotor : het versnellen van baanbrekende innovaties
Assen : Van Gorcum, 2010.
De huidige manier van produceren en consumeren loopt tegen zijn eigen grenzen aan. Via de media worden we dagelijks geconfronteerd met de effecten van ons economisch systeem, zoals uitputting van fossiele brandstoffen, ontbossing, erosie, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Er lijkt echter steeds meer consensus te ontstaan over het feit dat het roer om moet. We zullen het huidige pad van produceren en consumeren moeten verlaten en moeten zoeken naar nieuwe duurzame alternatieven. Dit vraagt om baanbrekende innovaties: nieuwe producten en diensten die sterk afwijken van de producten zoals we die nu op grote schaal gebruiken. Elektrische auto's, huizen die energieneutraal zijn en duurzaam opgewekte energie zijn voorbeelden. Ondanks de stijgende belangstelling voor duurzame ontwikkeling blijken zulke baanbrekende innovaties moeilijk door te breken. Dit boek is het resultaat van vele jaren wetenschappelijk onderzoek en behandelt de vraag waarom baanbrekende innovaties zo moeizaam doorbreken. Tevens wordt een wetenschappelijke theorie gepresenteerd die ingezet kan worden om baanbrekende innovatieprocessen te versnellen. Het boek sluit af met concrete aanbevelingen voor mensen die baanbrekende innovatieprocessen willen versnellen. (B28710)
- Min. Financiën, Innovatie en toegepast onderzoek : rapport brede heroverwegingen
Den Haag : Min. Financiën, 2010.
Brede heroverwegingen 8. Deze heroverweging omvat het geheel aan instrumenten en uitgaven met betrekking tot innovatiebeleid en toegepast onderzoeksbeleid. Het betreft uitgaven die beogen vernieuwing en verbetering bij bedrijven en andere organisaties te bevorderen. Bij deze heroriëntatie ligt de nadruk op effectiviteit en focus. Verder wordt fundamenteel onderzoek buiten beschouwing gelaten vanwege het eigenstandige karakter. In totaal zijn de uitgaven op dit terrein circa 1,7 miljard euro in 2010. (B28632)
- Koudstaal, P.; Bijloo, G., Nieuwe verbindingen : inspiratie voor innovatie
Schiedam : Boekfabriek, 2010.
Kijk op de toekomst. Gebaande paden zullen verlaten moeten worden om nieuwe verbindingen tussen organisaties te kunnen leggen. Zo ontstaan er talloze kansen voor innovaties. Hoe werkt deze manier van innoveren, wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen en trends en hoe kan de toekomst er op behoefteniveau er uit gaan zien. (B28595)
- Min. EZ, Innovatieprogramma's ; de motor achter het innovatienetwerk
Den Haag : Min. EZ, 2009.
Voortgangsrapportage. Doel van het beleid is het innovatievermogen van de Nederlandse economie te versterken. Aandacht voor ontwikkelingen op dit gebied bij high-tech systemen en materialen, flowers & food, water, life sciences & health, chemie en energie, de creatieve industrie, logistiek en diensten, pensioenen en sociale verzekeringen en Den Haag, internationale stad van recht, vrede en veiligheid. (B28548)
- OECD, Eco-innovation in industry : enabling green growth
Parijs : OECD, 2010.
Eco-innovatie zal een sleutelrol spelen bij industriële pogingen om klimaatveranderingen aan te pakken en groene groei te realiseren. Er moet een snellere doorbraak komen van nieuwe technologieën en mogelijke oplossingen. Met mogelijkheden voor nieuwe spelers, nieuwe industrieën en toename van concurrentie. De komende decennia moeten structurele veranderingen opleveren. Onderzoek naar en analyse van ontwikkelingen op het gebied van eco-innovatie. (B28543)
- AWT, Briefadvies kredietcrisis, recessie en kenniseconomie
Den Haag : AWT, 2010.
De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) adviseert het kabinet om vast te houden aan de bestaande kennis- en innovatiestrategie, en om de uitvoering hiervan te versnellen en te intensiveren. In zijn aanbevelingen pleit de raad onder andere voor een verruimde toepassing van financiële instrumenten, voor de ontwikkeling van publiek-private constructies om innovatiecapaciteit te behouden en voor vergroting van het publieke aandeel in de onderzoeksuitgaven. De raad formuleert in zijn advies een achttal aanbevelingen, veelal in de vorm van concrete maatregelen, om de gevaren voor onze kennisbasis het hoofd te bieden. (B28526)
- OECD, European Union : OECD economic surveys 2009
Parijs : OECD, 2009.
OECD economic surveys, vol. 2009/13
De financiële crisis en de globale recessie vormen een grote uitdaging. Het is belangrijk dat beleid om economische activiteiten te ondersteunen de vooruitzichten voor herstel niet in gevaar brengen. Met name aandacht voor het versterken van innovatie, verbreding van de interne markt, toepassing van energiebeleid en overgang naar economie met lage uitstoot en verdere verbetering van externe toegang tot Europese markten. (B28281)
- AWT; Tilburg, R. van, Finance for innovation : policy options for improving the financial component of the dutch innovation system
Den Haag : AWT, 2009.
AWT-background study, nr.36
Een goed functionerende financiële sector is van belang is voor een gezonde economie. Dat is niet alleen het geval in tijden van crisis. Uit deze studie blijkt dat de vormgeving van het financiële landschap in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het tempo en de richting van innovatie in een economie.
De studie brengt in kaart hoe de Nederlandse overheid ons innovatief vermogen kan versterken met beleid gericht op de financiële sector. Veelal gaat het hierbij om het aanpakken van problemen die door de huidige crisis verder zijn versterkt. De hoge concentratie van de Nederlandse bankensector vormde al vóór de fusie tussen ABN-AMRO en Fortis een probleem voor het innovatieve MKB. Auteur betoogt verder dat beursgenoteerde bedrijven steeds minder in innovatie durfden te investeren uit angst voor (kortzichtige) aandeelhouders en dat het Nederlandse aanbod van risicokapitaal al jaren achterblijft bij de mondiale koplopers.
De AWT zal deze studie betrekken bij zijn advies over de rol van de financiële sector voor innovatieve snelgroeiende bedrijven in Nederland. (B28251)
- CPB; Huizinga, F.; Verrips, A., Beoordeling projecten innovatie en onderwijs 2008 : analyse ten behoeve van toewijzing FES-gelden
Den Haag : CPB, 2009.
CPB document, nr. 183
Op verzoek van het kabinet heeft het CPB 23 projecten getoetst die zijn ingediend voor financiering vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Het CPB heeft 15 projectvoorstellen zelf beoordeeld en de overige acht onder verantwoordelijkheid van het planbureau laten beoordelen door onderzoeks- en adviesbureau ECORYS. De projecten zijn ingedeeld in de volgende categorieën: researchinfrastructuur, maatschappelijke innovatie en aanpak lerarentekorten in het onderwijs. Centraal in de analyse staat de vraag in hoeverre de beoordeelde projecten de maatschappelijke welvaart vergroten. Het CPB en ECORYS kijken daarbij niet alleen naar financieel-economische effecten, maar ook naar andere zaken waar mensen waarde aan toekennen, zoals natuur, milieu en gezondheid. Het doel van de beoordeling is om informatie aan te dragen voor een afweging door het kabinet. Vijf projecten zijn als gunstig beoordeeld, zeven projecten als gemengd (tot gunstig) en elf projecten kenden een ongunstig eindbeeld. (B27845)
- Europese Cie, European employment observatory review : spring 2008
Luxemburg : EG, 2009.
Deze editie bevat landenartikelen over innovatiebeleid en -praktijken. Bevat de volgende artikelen: Belgium: The Service voucher system; Bulgaria: Policies to promote the reconciliation of work and raising children; Czech Republic: Reforms to sickness benefits and sickness insurance; Denmark: Early intervention and intensive counselling of newly unemployed; Germany: Self-employment programmes for the unemployed – an update to a successful programme; Estonia: Response service to collective redundancies; Ireland: The Skillnets initiative; Greece: Vocational guidance services for young people; Spain: An overview of policies promoting geographical mobility of labour; France: The Labour Market Modernisation Law; Italy: The value of the Difference – the female resource in business creation in the Marche Region; Cyprus: Initiatives for the development of the system of professional qualifications Latvia: The Summer Internship Programme for school children; Lithuania: Integration of specific target groups of unemployed persons using complex labour market policy interventions; Luxembourg: The single status in the private sector; Hungary: The Start+ and Start Extra programmes; Malta: Training and Employment Exposure Scheme ; Netherlands: Can labour force participation growth and productivity growth be combined?; Austria: Innovative Policies and Practices: 'fFORTE: Frauen in Forschung und Technologie' - 'fFORTE: Women in Research and Technology'; Poland: Lifelong learning in enterprises (SMEs and large corporations) - the role of the corporate training fund; Portugal: The modernisation of the social protection system; Romania: Increasing investment in human capital, strengthening the relationship between education and the labour market and improving the transition from school to work via the route of apprenticeships; Slovenia: Guidance for unemployed people as an Active Labour Market Policy; Slovakia: One-stop shops for entrepreneurs; Finland: The renewal of public administration and new activation measures for long-term unemployed; Sweden: Plus Job scheme for the long-term unemployed people; UK: City Strategy Pathfinders; Croatia: Adjustment of the mismatch between the demand and supply on the labour market; Turkey: Non-governmental Initiatives in vocational education; Norway: Qualification programmes for groups at risk. (B27842)
- Duin, P. van der; Graaf, R. de; Langeler, T., Innovatie in de polder : hoe Nederland kan vernieuwen
Amsterdam : Business Contact, 2009.
Dat innovatie de sleutel is tot duurzaam succes, zowel voor bedrijven en sectoren als voor landen, is inmiddels wel bewezen. Helaas lijkt Nederland achter te blijven op innovatief gebied; we zijn zelfs al aan een daling begonnen in allerlei internationale 'innovatiehitparades'. Een zorgwekkend feit is ook dat in verhouding maar weinig Nederlanders zich geroepen voelen om de weg van de innovatie in te slaan en zelfstandig ondernemer te worden. Gaat het echt zo slecht met ons? En is het 'polderen' de oorzaak van ons behoudende gedrag of zijn er nog andere oorzaken aan te wijzen? Dit boek is een zoektocht naar antwoorden op deze en vele andere vragen rond innovatie uit de polder, waarvoor de auteurs diepgaande vraaggesprekken hebben gevoerd met vijftien Nederlandse innovatie-experts. Willen we internationaal weer meedoen op innovatief gebied, dan moeten we een vijftal uitdagingen aangaan: meer ondernemerschap en leiderschap inzetten, inspirerende toekomstvisies ontwikkelen, beter samenwerken, innovatieve ict-systemen inzetten en ten slotte: zorgen dat innovatieve ideeën de eindstreep halen en werkelijk in de markt worden gezet. (B27806)
- Kroeger, P. G.; Zondag, J.; Benammar, K.; [et al.], Kennis loont 2007-2011 : 24 visies van lectoren op het regeringsbeleid
[Amsterdam] : Dutch University Press, 2007.
Adviezen voor het regeringsbeleid van lectoren van hogescholen. De adviezen hebben betrekking op de volgende thema's: levenlang leren; technologie voor de samenleving; veiligheid en recht; sociale innovatie; een slimmer, creatiever land; arbeid en zorg. (B27768)
- CBS, Kennis en economie 2008
Den Haag : CBS, 2009.
Jaarlijks rapport waarin het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) statistische gegevens over de Nederlandse kenniseconomie presenteert. Deze editie gaat uitgebreid in op de thema’s Research and Development (R&D) en Innovatie. Het beeld dat uit deze publicatie naar voren komt is niet onverdeeld positief. De R&D-uitgaven in Nederland bedroegen in 2007 bijna 10 miljard euro; hiermee blijft Nederland relatief achterlopen op andere EU-landen. De R&D-uitgaven van bedrijven zijn sinds 1995 jaarlijks gegroeid, maar minder dan de rest van de economie. In Nederland is ongeveer een kwart van de bedrijven innovatief. Deze groep heeft hun producten en processen vernieuwd. Innovatie is voornamelijk een zaak van de industrie. De dienstensector kenmerkt zich door het vooral realiseren van niet-technologische innovaties. Geldgebrek en een gebrek aan gekwalificeerd personeel zijn de belangrijkste knelpuntenvoor innovatie in Nederland. In het hoofdstuk Capita selecta wordt dieper ingegaan op enkele specifieke onderwerpen die aan de kenniseconomie zijn gerelateerd: Patenten en biotechnologie; De organisatie van R&D; De innovatieschaal. (B27767)
- Jacobs, D., Creatief innovatiebeleid? : rede
Amsterdam : Vossiuspers UvA, 2009.
Dany Jacobs stelt dat er sinds de Tweede Wereldoorlog in het innovatiebeleid grofweg vier periodes te onderscheiden zijn: de wederopbouw, de crisis en noodzakelijke herstructurering van sectoren in neergang (backing losers), het generiek technologiebeleid (picking winners) en het toekomstgericht versterken van bestaande sterke specialisaties (backing winners). In zijn oratie gaat hij in op de vraag hoe creatief en innovatief het innovatiebeleid was in elk van deze periodes en of een creatief innovatiebeleid wel nodig is. Jacobs stelt zich ook de vraag wat de implicaties van dit alles zijn nu de economie zich steeds meer ontwikkelt tot een creatieve economie.
Oratie uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Industriële ontwikkeling en innovatiebeleid aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) op 19 maart 2009. (B27727)
- CEPS; Uppenberg, K., R&D in Europe : expenditures across sectors, regions and firm sizes
Brussel : CEPS, 2009.
Door de wereldwijde financiële crisis zijn de Europese groeivooruitzichten verzwakt. Beleidsmakers zijn begrijpelijkerwijs bezig met het realiseren van een herstel op korte termijn. Maar duurzame groei kan alleen worden bereikt door ook de structurele oorzaken van de geringe groei aan te pakken. Een onderdeel hierin is Europa's relatief lage uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling. Dit vormt een belemmering voor innovatie en productiviteitsgroei. Deze studie werpt een licht op dit tekort door R&D-uitgaven langs verschillende dimensies te leggen. Hieruit blijkt dat de Europese onderinvestering in R&D ongelijk verdeeld is over landen, regio's en sectoren. Sterke economische krachten die ten grondslag liggen aan deze differentiatie impliceren dat ondoordacht R&D-beleid daardoor zeer verkwistend kan zijn. Een andere belangrijke conclusie is dat, door zijn enorme omvang, de dienstensector goed is voor een substantieel deel van Europa's achterstand ten opzichte van de Verenigde Staten voor wat betreft R&D-uitgaven en productiviteitsgroei. Dit wijst op een voortdurende noodzaak om concurrentie en deregulering in dit beschermde segment van de economie te bevorderen, als hogere economische groei moet worden bereikt. (B27633)
- Min. EZ, Innovatie in dialoog : over de grens
Den Haag : Min. EZ, 2009.
Deze brochure geeft een beknopt overzicht van de innovatieprogramma’s en de lopende internationale activiteiten. Aangegeven wordt op welke landen (en op welke hoofdlijnen) men zich vanuit de programma’s allereerst zal richten. (B27602)
- St. Management Studies; Jacobs, D.; Snijders, H., Innovatieroutine : hoe managers herhaalde innovatie kunnen stimuleren
Assen : Van Gorcum, 2008.
Innoveren is meer dan ooit voorwaarde voor succes. Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om grote uitzonderlijke vernieuwingen, maar meestal om verbeteringen van bestaande producten en diensten. Die stelling wordt in dit boek bewezen aan de hand van de innovatieroutines van 22 Nederlandse bedrijven en organisaties die bij herhaling succesvol zijn geweest met hun innovaties. Bekende industriële bedrijven als Philips, Shell, ASML, DSM, Siemens, Unilever werden onderzocht, naast minder bekende als Koning & Hartman, Ten Cate en Intervet. Een evenredig deel van het onderzoek richtte zich op de dienstensector en de creatieve industrie met ondernemingen als Achmea, HEMA, MEXX, Albert Heijn, Rabobank, Effectory, de Efteling, Stage Entertainment en KesselsKramer, aangevuld met het Groninger Museum, de Kunsthal en de gemeentes Amsterdam en Dordrecht. Achter de innovatieroutines ontdekten de auteurs een tiental disciplines waarin deze organisaties excelleren. Hiermee was het idee van de innovatietienkamp geboren: tien heel verschillende disciplines waarop een onderneming hoog moet scoren om blijvend succesvol te zijn met innovaties. (B27406)
- OECD, Open innovation global networks
Parijs : OECD, 2008.
Geconfronteerd met de toenemende wereldwijde concurrentie en de stijging van R&D-kosten en -risico's, keren bedrijven naar andere manieren van innoveren terug. Om de mondiale vraag en aanbod van innovatie met elkaar in overeenstemming te brengen, internationaliseren bedrijven steeds meer hun innovatie-activiteiten, door bij het starten van hun innovatieproces samen te werken met externe partners (zoals leveranciers, klanten, en universiteiten). Wat drijft deze wereldwijde innovatienetwerken tussen verschillende bedrijfstakken? Hoe zijn ze gerelateerd aan de algemene ondernemingsstrategie? Zijn ze toegankelijk zijn voor kleine en middelgrote bedrijven? En ten slotte, wat zijn de gevolgen? (B27362)
- Min. EZ; SenterNovem, Innovatieprogramma’s op koers : samen investeren in groeikracht
Den Haag : Min. EZ, 2008.
In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van de voortgang van de innovatieprogramma’s op de verschillende (sleutel)gebieden en innovatie-assen. Eerst wordt een korte omschrijving gegeven van het gebied en de initiatieven die daarbinnen bestaan. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de voortgang van initiatieven die ondersteund worden door EZ. Per programma is een kader opgenomen waarin de economische betekenis, de visie en ambities, het doel en de opzet van het programma kort samengevat zijn. (B27350)
- Erken, H., Productivity, R&D and entrepreneuship : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
Rotterdam : ERIM, 2008.
ERIM Phd Series Research in Management, nr. 147
Voor onze toekomstige welvaart is het van belang dat de arbeidsproductiviteit blijft toenemen. In het proefschrift Erken tot verschillende nieuwe inzichten over innovatie en de ontwikkeling van productiviteit. Zo levert hij het bewijs dat ondernemerschap grote invloed heeft op de lange termijnontwikkeling van productiviteit. Erken buigt zich over de vraag hoe arbeidsproductiviteit verhoogd kan worden om duurzame economische groei te garanderen. Erken berekent dat 40 procent van de arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland het gevolg is van innovatie. Van deze groei nemen binnenlandse bedrijven en kennisinstellingen de helft voor hun rekening. De andere helft is toe te schrijven aan R&D-inspanningen in het buitenland. De bijdrage van buitenlandse R&D-investeringen is voor een open economie als de Nederlandse dus erg belangrijk. Erken laat ook zien dat er forse welvaartseffecten gepaard gaan met het verhogen van de R&D-investeringen in een land. De Nederlandse investeringen in Research & Development door bedrijven lopen al jaren achter ten opzichte van het OESO-gemiddelde. Deze achterstand wordt veroorzaakt door de structuur van de Nederlandse economie en gebrekkige R&D-investeringen door buitenlandse bedrijven, aldus Erken. Om de R&D-uitgaven te verhogen is het noodzakelijk het vestigingsklimaat voor R&D-bedrijven verder te verbeteren. Erken onderzocht ook de belangrijkste factoren om het R&D-vestigingsklimaat van een economie te verbeteren. De beschikbaarheid van hooggekwalificeerd personeel is hierbij verreweg het belangrijkst. Een tweede factor waar buitenlandse bedrijven op letten bij de locatie van hun onderzoeksactiviteiten is de opgebouwde kennisvoorraad. Tot slot komt uit zijn onderzoek naar voren dat R&D voor een deel nog steeds sterk gerelateerd is aan andere bedrijfsactiviteiten, zoals productie en distributie. (B27327)
- Min. EZ, Kennis bij de buren
Den Haag : Min. EZ, 2008.
Het overheidsinitiatief Kennis bij de Buren maakt het voor kennisinstellingen, ondernemers en intermediairs in Nederland mogelijk om nieuwe, grensoverschrijdende contacten aan te gaan met bedrijven, kennisinstellingen en branche- en belangenverenigingen in Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. Kennis bij de Buren fungeert als spin in het web en organiseert netwerkbijeenkomsten, workshops, congressen en bedrijfsbezoeken. Economische Zaken heeft daarnaast verschillende programma’s en financiële regelingen opgezet om innovatieve projecten te ondersteunen. Nu, na 3 jaar wordt de balans opgemaakt en komen de hoofdrolspelers aan het woord. Wat zijn de resultaten? Welke samenwerkingsverbanden en concrete projecten schuilen er achter de theorie? Hoe staat het met die projecten? Waar lopen mensen tegenaan in de samenwerking? Zijn cultuur en taalverschillen nu echt aanwezig? In hoeverre staat de verschillende wet- en regelgeving in de drie buurstaten goede samenwerking in de weg? (B27288)
- OECD, OECD reviews of innovation policy : China
Parijs : OECD, 2008.
OECD Reviews of innovation policy
China heeft over een periode van meer dan twee decennia een spectaculair hoog tempo van economische groei bereikt. Niettemin, staat China nu vanuit sociale-, economische-, ecologische- en milieu-standpunten voor de uitdaging van het maken van de overgang van aanhoudende naar duurzame groei. Innovatie wordt gezien als hoofdmotor voor dit nieuwe groeimodel, en de Chinese overheid heeft een nationale strategie gelanceerd voor het opbouwen van een door innovatie gedreven economie en samenleving in 2020. Zal China hierin kunnen slagen? Wat vraagt dit in termen van beleid en institutionele veranderingen? Hoe zal de opkomst van China als toekomstige innovatie-economie van invloed zijn op de OECD-landen, en wat betekent dit voor de wereldwijde systemen voor productie, verspreiding en gebruik van kennis? Dit rapport werpt een licht op deze kwesties door een beoordeling van de huidige status van China's nationale innovatiesysteem en innovatiebeleid, en door aanbevelingen te doen over welke meest belangrijke verbeteringen nodig zijn in zowel de beleids- als de institutionele omgevingen voor China om te slagen in de bevordering van innovatie door middel van een op de markt gebaseerde benadering. (B27270)
- CPB; Wiel, H. van der; Creusen, H.; Leeuwen, G.; Pijll, E. van der, Cross your border and look around
Den Haag : CPB, 2008.
CPB document, nr. 170
De studie kijkt naar innovatie, menselijk kapitaal, technologietransfers en concurrentie als belangrijke bronnen van productiviteitsgroei bij bedrijven. Ze integreert de bestaande theoretische noties als twee gezichten van R&D, convergentiediscussie en heterogeniteit van bedrijven. Gebruikmakend van Nederlandse bedrijfsdata uit 127 bedrijfstakken kijkt de studie welke determinanten het belangrijkst zijn bij het leren van andere bedrijven en daarmee voor de productiviteitsprestaties van bedrijven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen leren van de nationale productiviteitsgrens en de internationale productiviteitsgrens. Deze grenzen zijn gebaseerd op het hoogste productiviteitsniveau. De studie verschaft econometrisch bewijsmateriaal dat technologietransfers van vooral de nationale productiviteitsgrens van belang zijn. R&D bevordert de inhaalslag van bedrijven naar de hoogste productiviteitsniveaus binnen Nederland. Daarnaast geeft meer concurrentie ook een hogere productiviteit. Ten slotte lijkt de inzet van menselijk kapitaal belangrijk te zijn voor productiviteit. (B27234)
- WRR; Nooteboom, B.; Stam, E., Micro-foundations for innovation policy
Den Haag : WRR, 2008.
WRR Verkenning, nr. 18
Multidiciplinaire benadering van innovatie. Bevat de volgende bijdragen: Innovation, the economy an policy; Innovation and macroeconomics; Learning, discovery, and collaboration; Research, higher education, and innovation; Entrepreneurship and innovation; Barriers to innovation; Collaboration, trust, and the structure of relationships; Innovation and organisation; Innovation and creativity in organisations: individual and work team research findings and implications for government policy; Inter-organisational networks and innovation; Regional innovation policy; Conclusions for innovation policy: Opening in fours. (B26952)
- WRR, Innovatie vernieuwd : opening in viervoud
Den Haag : WRR, 2008.
In dit rapport geeft de WRR aanbevelingen voor verbetering van het innovatieproces in Nederland op micro- en mesoniveau: in bedrijven, tussen bedrijven en in netwerken. Het innovatiebeleid dat de WRR voorstelt, biedt openingen: over grenzen heen, voor samenwerking, voor verrassingen en voor uitdagers. Innovatie over grenzen heen van landen, sectoren, technologieën en regio's. Samenwerking en uitwisseling bevorderen in en tussen bedrijven en instellingen. Vormen van organisatie en toezicht die innovatie stimuleren, obstakels wegnemen en ruimte geven aan uitdagers. In de verschillende hoofdstukken komen achtereenvolgens aan de orde: de noodzaak van innovatie, bronnen van innovatie, principes voor beleid, productie en gebruik van kennis, ondernemerschap en innovatie, organisatie en innovatie, netwerk en regionaal beleid. Het rapport wordt afgesloten met conclusies. (B26945)
- Min. V&W, Strategische kennis- en innovatieagenda : Mobiliteit en Water : nu denken voor morgen
Den Haag : Min. V&W, 2008.
De SKI-agenda is de actualisatie van de in 2006 uitgebrachte agenda en het innovatieprogramma. Bijdrage aan de toekomstige maatschappelijke uitdagingen op het gebied van mobiliteit en water. Overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven zullen moeten samenwerken. Strategische overwegingen, lopende en voorgenomen innovatieactiviteiten en openstaande kennisvragen worden samengebracht. (B26838)
- Centre for European Reform; Barysch, K.; [et al.], The Lisbon scorecard VIII : is Europe ready for an economic storm?
Londen ; CER, 2008.
Na meer dan een half decennium van economische somberheid, hebben de jaren 2006 en 2007 weer enig optimisme naar Europa gebracht. Een snellere groei van het BBP en een dalende werkloosheid waren minstens gedeeltelijk toe te schrijven aan de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen. Maar overheden kunnen niet zelfgenoegzaam achterover leunen. Vooral niet in een tijd waar de recessie Europa's economische veerkracht test. De achtste Lissabon Scorekaart toont hoeveel lidstaten van de EU nog moeten doen om innovatie bevorderen, mensen te laten toetreden tot het arbeidsproces, uitstoot van broeikasgassen verminderen en te voldoen aan hun vele andere Lissabon-doelstellingen. (B26753)
- AWT, Meer laten gebeuren : innovatiebeleid voor de publieke sector
Den Haag : AWT, 2008.
AWT-advies, nr. 73
De vraag die het advies beantwoordt, luidt: hoe kan de overheid innovatie in het publieke domein stimuleren? Het advies gaat over innovatie in de dienstverlening van de overheid aan burgers. Het advies gaat over diensten geleverd door overheidsinstellingen of door privaatrechtelijke organisaties. Met aanbevelingen voor hoogwaardige dienstverlening en versterking van leervermogen in de publieke sector. (B26707)
- Bolck, Ch.; Harmsen, P.; Wageningen UR; [et al.], Doorbreken van de innovatieparadox : 9 voorbeelden uit de biobased economy
Wageningen : Wageningen UR, Agrotechnology & Food Sciences Group, 2007.
Groene grondstoffen, nr. 8
De publicatie geeft een beschrijving van 9 innovatietrajecten waarbij Wageninge UR betrokken is geweest. Dit zijn allemaal technologische innovaties op het terrein van de "biobased economy". De 9 innovaties worden beschreven aan de hand van een korte technische beschijving en de voordelen van de innovatie voor het bedrijfsleven en samenleving. De voorbeelden beschrijven welke lastige processen en bottlenecks een rol spelen bij het traject van het ontwikkelen van een product tot aan het in de markt zetten ervan. (B26701)
- Pro Inno Europe, European innovation scoreboard 2007 : comparative analysis of innovation performance
Z.P. : Pro Inno Europe, 2008.
De European Innovation Scoreboard (EIS) is een benchmark van de innovatieprestaties van de EU27 lidstaten plus Kroätie, Turkije, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, Japan, de VS, Australië, Canada en Israël. (B26669)
- Min EZ ; Kalff, D.; Ahout, W.; [et al.], What is your dream? : innovation lecture 2007
Den Haag : Min EZ, 2008.
De jaarlijkse Innovation Lecture van 2007. Thema was: 'what is your Dutch dream'? Spreker was de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin en 32 andere vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven, kennis- en onderzoeksinstellingen, branche- en maatschappelijke organisaties. Bundeling van essays en columns. (B26619)
- Min. EZ, Innovatieprogramma's : volop in bedrijf
Den Haag : Min. EZ, 2007.
In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van de voortgang van de innovatieprogramma's op de verschillende (sleutel)gebieden en innovatie-assen. Per gebied wordt eerst een korte omschrijving gegeven van de initiatieven die afgelopen jaar zijn ontwikkeld binnen dit gebied. Vervolgens wordt uitvoerig aandacht besteed aan de voortgang van de initiatieven die ondersteund worden door EZ. Per programma worden de economische betekenis, die visie en ambities, het doel en de opzet van het programma kort toegelicht. Tot slot wordt de stand van zaken weergegeven. (B26257)
- AWT, Weloverwogen impulsen : strategisch investeren in zwaartepunten
Den Haag : AWT, 2007. 106 p.
Advies over de recente impulsen die de overheid aan wetenschappelijk onderzoek en innovatie heeft gegeven. Geconcludeerd wordt dat de overheid de afgelopen jaren vaak te impulsief heeft gehandeld bij het geven van impulsen aan onderzoek en innovatie. De overheid heeft de afgelopen jaren grote sommen geld geïnvesteerd in het stimuleren van zwaartepunten in onderzoek. De AWT onderschrijft de noodzaak van extra investeringen maar vindt dat dit zorgvuldiger en interdepartementaal moet worden aangepakt.
De AWT pleit voor een nationale onderzoeks- en innovatiestrategie voor de lange termijn voordat we investeren in zwaartepunten. Bovendien zou de overheid moeten zorgen voor meer beleidsrust door voorlopig geen nieuwe impulsen te introduceren. (B26324)
- Min. EZ; Donselaar, P.; Erken, H.; Heuvel, J. van den, Determinanten van kernindicatoren op de terreinen innovatie en ondernemerschap : kwantificeringen op basis van empirisch onderzoek, in relatie tot beleidsambities
Den Haag : Min. EZ, 2007.
Onderzoeksreeks
EZ heeft een aantal stevige ambities geformuleerd op het gebied van innovatie en ondernemerschap (o.a. in de begroting). Waar de doelstellingen in veel gevallen duidelijk zijn, is een belangrijke vraag hoe de doelstellingen ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Wat is de invloed van de overheid op de uitkomsten van de indicatoren? Breder bezien kan de vraag worden gesteld: wat zijn de determinanten die de uitkomsten van de indicatoren bepalen en hoe groot is het effect van de verschillende determinanten op de doelen? Het doel van dit onderzoek is een overzicht te geven van het belang van verschillende determinanten voor een aantal kernindicatoren op het terrein van innovatie en ondernemerschap. Hierbij is uitgebreid gebruik gemaakt van empirische literatuur. Het resultaat van het onderzoek is een ‘handboek’ over de determinanten van kernindicatoren op de terreinen innovatie, ondernemerschap (in het algemeen) en innovatief ondernemerschap. Determinanten van de kernindicatoren op het terrein van innovatie zijn: determinanten van de private R&D-intensiteit; determinanten van de publieke R&D-intensiteit; Determinanten van het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten. Determinanten van de kernindicatoren op het terrein van ondernemerschap zijn: socialezekerheidsstelsel, regeldruk, onderwijs, ervaring, arbeidsmarktregulering, sociaal kapitaal, ondernemerschapscultuur, individuele persoonskenmerken, macro-economische variabelen, financiering, faillissementswetgeving, belastingen, technologische vooruitgang, ondernemerschapscyclus, ondernemerschapsinfrastructuur. Als determinanten van de kernindicatoren op het terrein van innovatief ondernemerschap worden onder meer besproken: menselijk kapitaal, R&D-uitgaven, regeldruk, totaal aantal starters, ambitie van ondernemer om snel te groeien, innovativiteit van bedrijven. (B26309)
- Min. EZ; Min. BUZA; Min. van Financiën; Min. SZW, Voortgangsrapport 2007 van het Nationaal Hervormingsprogramma Nederland 2005 - 2008 : in het kader van de Lissabonstrategie
Den Haag : Min. EZ, 2007.
Het Voortgangsrapport 2007 bericht over de stand van zaken van hervormingen aangekondigd in het Nationaal Hervormingsprogramma 2005-2008 en de ambities van het nieuwe kabinet ten aanzien van het bevorderen van groei en werkgelegenheid. Het Voortgangsrapport sluit nauw aan bij het beleidsprogramma en de Miljoenennota 2008. Aan de orde komen ambities en initiatieven op het terrein van o.a. arbeidsparticipatie, ondernemingsklimaat, kennis en innovatie en energie en duurzaamheid. (B26299)
- OECD; Giguère, S., Local innovations for growth in Central and Eastern Europe
Parijs : OECD, 2007.
Twintig jaar na de val van de Berlijnse muur is het tijd om te evalueren wat voor vorderingen er zijn gemaakt en wat er gedaan moet worden om welvaart in Centraal en Oost-Europa te bevorderen. Het succes van ontwikkelingsbeleid hangt af van de capaciteit van de overheid en partners om binnen beleid te veranderen en aspecten van economische en sociale ontwikkeling. (B26385)
- OECD, OECD reviews of innovation policy Chile
Parijs : OECD, 2007.
OECD reviews of innovation policy
De laatste tien jaar is Chili het meest succesvolle Latijns-Amerikaanse land geweest bij het terugdringen van het verschil in inkomen met welvarende landen. Maar om hiermee door te gaan moet Chili vooral zijn innovatiesysteem verder versterken. Beoordeling van het systeem en vaststelling van de behoefte aan verbeteringen. (B26386)
- Eriksson, P.; Rawlins, D.; Brenier, P.; Gulda, K.; Min. EZ; Europese Cie, OMC policy mix review report country report : the Netherlands
Den Haag : Min. EZ, 2007.
Rapport van een groep Europese experts die op initiatief van de Europese Commissie het Nederlandse innovatie- en wetenschapsbeleid tegen het licht hebben gehouden. Volgens de Europese experts presteert de Nederlandse economie goed en heeft Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De onderzoekers zijn positief over het Innovatieplatform, de kwaliteit van de wetenschap, de innovatievouchers, de fiscale ondersteuning van innovatie (WBSO) en de aanwezigheid en rol van grote multinationals. Ook ondersteunen zij de sleutelgebiedenaanpak, waarmee Nederland gericht investeert in nieuwe gebieden. Verder doen de experts een aantal aanbevelingen voor verbeteringen in het innovatie- en wetenschapsbeleid. (B25822)
- Zevenbergen, L., En nu laat ik mijn baard staan
Amsterdam : Business Contact, 2006.
'En nu laat ik mijn baard staan' is een onorthodoxe titel voor een inspirerende verzameling verhalen en sferen waarmee mensen hun eigen organisatie leuker kunnen maken. De fun moet terug, stelt Leen Zevenbergen. En dat lukt als ondernemers weer speelruimte krijgen. Hij beschrijft in zijn boek een geheel eigen visie op de noodzaak van Creatief Ondernemen en Sprankelend Inspireren. 3e dr.Verkozen tot managmeentboek van het jaar 2007. (B25729)
- CPB; Cornet, M.; Steeg, M. van der; Vroomen, B., De effectiviteit van de innovatievoucher 2004 en 2005
Den Haag : CPB, 2007.
De innovatievoucher heeft tot doel de interactie te versterken tussen bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (MKB) en kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en TNO. De innovatievoucher is een tegoedbon van 7.500 euro waarmee een MKB-bedrijf bij een kennisinstelling naar keuze een onderzoeksvraag kan uitzetten. Dit document meet het effect van de innovatievoucher-pilots uit 2004 en 2005 op innovativiteit. Het maakt daarbij gebruik van het feit dat de vouchers verloot zijn. Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat MKB-bedrijven door de innovatievoucher vaker een verbetering in het productieproces realiseren. Het effect op andere typen innovatie - productvernieuwing, productverbetering en procesvernieuwing - is onduidelijk. Bedrijven verstrekken vanwege de voucher wel vaker een opdracht aan een kennisinstelling. Dit laatste effect lijkt eenmalig te zijn: MKB’ers met een voucher verlenen in de ruim anderhalf jaar daarna geen extra opdrachten. (B25599)
- Jong, J. de; Bodewas, W.; Harkema, S., Winst door innovatie : hoe ondernemers kansen zien en kansen pakken
Den Haag : SDU, 2007.
Innovatie biedt kansen voor iedereen, en is niet alleen weggelegd voor grote ondernemingen. Winst door innovatie laat zien hoe ondernemers zich kunnen verbeteren, welke rol medewerkers spelen en welke verschillen van belang zijn tussen de diverse sectoren van het bedrijfsleven. (B25581)
- ABN AMRO; [et al.], Van brains naar baten : breng brainport in balans!
[Amsterdam] : ABN AMRO, 2007
Rapport over de Brainport Eindhoven. In het rapport staan twee vragen centraal. In de eerste plaats probeert het rapport antwoord te geven op de vraag of de kenniseconomie in de regio Eindhoven zich voldoende succesvol ontwikkelt. In de tweede plaats richt het zich op de vraag of er verbeterpunten zijn aan te geven in het regionaal economisch beleid ten aanzien van de regio Eindhoven, opdat de ontwikkeling van de kenniseconomie in deze regio kan worden bevorderd. Daartoe besteedt het rapport allereerst kort aandacht aan de toenemende economische relevantie van kennis en innovatie. Daarna wordt op basis van enkele statistieken het belang van de regio Eindhoven voor de Nederlandse kenniseconomie gekwalificeerd en passeert op hoofdlijnen de inhoud van de belangrijkste beleidsagenda’s de revue. Vervolgens wordt ingegaan op de perceptie van het bedrijfsleven ten aanzien van de ontwikkelingen en het beleid in de regio. In het kader is een enquête gehouden onder een honderdtal (voornamelijk mkb-) ondernemers in de regio Eindhoven. Daarnaast is een zestiental diepte-interviews afgenomen met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. (B25530)
- AWT, Bieden en binden : internationalisering van R&D als beleidsuitdaging
Den Haag : AWT, 2006.
Adviesnr. 69
Het AWT laat zien dat de internationalisering van R&D kansen biedt als Nederland hier tijdig op inspeelt. Nederland kan meer private R&D aantrekken en vasthouden door aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden te scheppen en door een hechtere relatie aan te gaan met bedrijven. Beleid moet zich richten op de behoeften van kennisintensieve bedrijven die passen binnen onze sleutelgebieden. (B25490)
- InnovatiePlatform, Ontdek innovatief Nederland
Den Haag : Innovatieplatform, 2006.
Het Innovatieplatform wil laten zien hoe de regio's hun innovatiebeleid vormgeven. Wat hun ambitie is en welke keuze de regio's maken en hoe de innovatienetwerken zijn georganiseerd. Ook hoe ze samenwerken met andere netwerken. en welke mogelijkheden ze zien voor de toekomst. Een aantal opvallende voorbeelden wordt uitgelicht. (B25332)
- CPB; Horst, A. van der; [et al.], Innovation policy : Europe or the member states?
Den Haag : CPB, 2006.
CPB document, nr. 132
Dit rapport evalueert de economische argumenten voor een Europees innovatiebeleid en neemt daarbij het subsidiariteitprincipe als uitgangspunt. Verkennend empirisch onderzoek geeft aan dat publieke onderzoek en ontwikkeling (O&O) en publiek gefinancierde private O&O onderhevig zijn aan schaalvoordelen en externe effecten. Dit kan een reden zijn voor een Europees innovatiebeleid, maar ondermeer de verscheidenheid in sociaal-economische doelstellingen van publieke onderzoeksuitgaven tussen de lidstaten pleit voor een grote betrokkenheid van de nationale lidstaten. Daarnaast komen schaalvoordelen voor bij de bescherming van intellectueel eigendom en bij de ontwikkeling van standaarden. Geconcludeerd wordt dat op deze gebieden een Europees innovatiebeleid substantiële voordelen kan hebben, of al heeft, ten opzichte van het voeren van uitsluitend nationaal beleid. Voor innovatiebeleid gericht op het midden- en kleinbedrijf vinden we geen schaalvoordelen of externe effecten. Het lijkt efficiënt dat dit beleid vooral op nationaal niveau wordt uitgevoerd. (B25265)
- AWT, Opening van zaken : beleid voor een open innovatie
Den Haag : AWT, 2006.
AWT-advies, nr. 68
Advies over de trend van Open innovatie en de beleidsconsequenties die daaraan verbonden dienen te worden. Open innovatie betreft het verschijnsel dat innovatieprocessen in het bedrijfsleven steeds meer tot stand komen door samenwerking van verschillende soorten partijen (kennisinstellingen, starters, afnemers en leveranciers, of concurrerende bedrijven) en door betrokkenheid van gebruikers bij de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. In dit advies staan twee vragen centraal: 1. Wat zijn trends in de innovatiepraktijk van bedrijven in Nederland; is er sprake van een toename in Open innovatie?; 2. Welke aanpassingen in (innovatie)beleid zijn gewenst om goed in te spelen op de ontwikkelingen in de innovatiepraktijk van bedrijven? De AWT stelt in zijn advies dat het huidige innovatiebeleid verbreed moet worden om in te spelen op de trend van Open innovatie. Niet alleen concentreren op kennisontwikkeling, maar op alle aspecten van innovatieprocessen, inclusief de inbreng van gebruikers en het benodigde ondernemerschap. Tot slot wil de AWT dat de overheid meer aandacht besteedt aan het mededingingsbeleid, het intellectuele eigendomsrecht en hun verband met de innovatiekracht in de Nederlandse economie. (B25003)
- AWT; EIM; Jong, J. P. J. de, Meer open innovatie : praktijk, ontwikkelingen, motieven en knelpunten in het MKB
Den Haag : AWT, 2006.
AWT-achtergrondstudie, nr. 33
Ter ondersteuning van het AWT-advies 'Opening van zaken : beleid voor een open innovatie' heeft EIM onderzoek uitgevoerd naar 1. hoe Open Innovatie is te operationaliseren, 2. de mate waarin MKB-bedrijven in Nederland op open wijze innoveren, 3. de ontwikkeling in het gebruik van Open Innovatie door MKB-bedrijven, en 4. hun motieven voor en knelpunten bij het open innoveren. (B25004)
- Europese Cie; [et a;.], Innovations in services : issues at stake and trends : 2004 final report
Luxemburg : EG, 2006.
INNO-studies 2001: Lot 3 (ENTR-C/2001); Innovation papers, nr. 40
Het rapport geeft een beeld van innovatie in de dienstensector met behulp van twee datasets. Allereerst wordt met behulp van de Innobarometer survey de omvang en situering van innovatie in diensten in Europa vergeleken. Vervolgens wordt met behulp van de tweede EG innovation survey gekeken naar de patronen van innovatie in diensten waarbij de nadruk ligt op de verschillen binnen en tussen verschillende sectoren. Vervolgens wordt ingegaan op innovatie in de volgende sectoren: Wegvervoer en logistiek; Informatieverwerking; Ontwerp en daaraan gerelateerde activiteiten; en Ouderenzorg. (B24987)
- SEO; Aalbers, R.; Baarsma, B.; Koopmans, C.; Min. EZ, Maatschappelijke kosten en baten van innovatiebeleid : essay
Amsterdam : SEO, 2006.
SEO-rapport, nr. 881
Essay over de toepasbaarheid van een Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) in het beleidsproces rond innovatieprogramma’s. Het instrument MKBA kan bijdragen aan het optimaliseren van dat proces, niet alleen of primair vanwege de inventarisatie van monetaire en kwantificeerbare effecten, maar vooral vanwege de ordening in kosten- en batenposten en het schetsen van een generiek MKBA kader, waardoor de afweging tussen kosten en baten van de verschillende alternatieven meer wordt gestroomlijnd. (B24905)
- Hagoort, G., Internoveer! : innovaties realiseren door interactiviteit
Den Haag : Reed, 2004.
Beschouwingen, casestudies, methodieken en instrumenten laten zien hoe op interactieve wijze innovaties zijn gerealiseerd. Een twintigtal schrijvers neemt een speciaal thema rond innovatie voor zijn of haar rekening. Het ontbreekt bedrijven en instellingen aan fantasierijke ideeën om radicaal te bresken met traditionele aanpakken. Dit boek helpt de koers te verleggen naar meer interactieve manieren van innoveren. (B24839)
- Innovatieplatform, Kennisinvesteringsagenda 2006 – 2016
[Den Haag ] : Innovatieplatform, 2006.
Discussienotitie van de Werkgroep kennisinvesteringsagenda (KIA) van het Innovatieplatform. De werkgroep die onder leiding stond van Herman Wijffels adviseert om in de komende tien jaar de overheidsinvesteringen in kennis en innovatie te laten toegroeien naar een bedrag dat op jaarbasis zes miljard euro hoger ligt dan nu. De Kennisinvesteringsagenda die de werkgroep heeft opgesteld is gericht op de hele keten van onderwijs en scholing tot onderzoek, innovatie en ondernemerschap. (B24825)
- Min. EZ; Dialogic; Donselaar, P.; Segers, J., Determinanten van R&D, innovatiekracht en arbeidsproductiviteit : een panelanalyse voor 20 OECD-landen over de periode 1971-2001
Den Haag : Min. EZ, 2006.
Dit onderzoek heeft als doel om het empirisch inzicht in de determinanten van de innovatiekracht en de arbeidsproductiviteit te vergroten. Hiertoe zijn zo veel mogelijk lange tijdreeksen benut voor de empirische schatting van drie vergelijkingen: een vergelijking ter verklaring van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling, een vergelijking ter verklaring van het aantal toegekende Amerikaanse patenten (in verhouding tot de omvang van de beroepsbevolking) en een vergelijking ter verklaring van de R&D-uitgaven van bedrijven (in verhouding tot de omvang van het bruto binnenlands product). De vergelijkingen zijn geschat door een panelanalyse uit te voeren voor 20 OECD-landen over de periode 1971-2001. (B24799)
- OECD, Innovation and knowledge-intensive service activities
Parijs : OECD, 2006. 179 p.
De publicatie onderzoekt de bijdrage van kennisintensieve diensten aan het verwerven en groei van innovatievermogen in bedrijven en organisaties in de publieke sector. De publicatie richt zich op de activiteiten van kennisintensieve diensten in vier sectoren: software, gezondheidszorg, toerisme en recreatie, en de op hulpbronnen gebaseerde sectoren zoals mijnbouw en bosbouw. De analyse is gebaseerd op onderzoeken en case-studies die zijn gehouden in negen OECD-landen, namelijk: Australië, Denemarken, Finland, Ierland, Japan, Korea, Nieuw-Zeeland en Spanje. (B24787)
- OECD, Innovation in energy technology : comparing national innovation systems at the sectoral level
Parijs : OECD, 2006. 326 p.
Onderzoek naar innovatie in energietechnologie. De nadruk ligt op waterstofbrandstofcellen. Het rapport vergelijkt energie innovatiesystemen in Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Korea, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Gekeken wordt naar de rol van overheid, industrie, universiteiten en andere publieke onderzoeksinstituten in het innovatieproces. Voorts wordt gekeken welk beleid overheden hanteren om de benodigde R&D te financieren en de vraag naar innovatieve energietechnnologie te stimuleren. (B24788)
- CPB, Investeren in kennis en innovatie : analyse van ICRE-projecten tweede tranche 2005
Den Haag : CPB, 2006. 218 p.
CPB document, nr. 115
Het CPB heeft op verzoek van de Interdepartementale Commissie voor de Ruimtelijke Economie (ICRE) een aantal projecten getoetst naar aanleiding van een FES-meevaller (Fonds Economische Structuurversterking) voor 2005, waarvan 140 mln euro is gereserveerd voor het onderdeel toponderzoek/innovatie. Deze publicatie bevat de beoordeling van 24 projecten in het kennisdomein. Voor 8 projecten zijn, naar aanleiding van de eerste beoordeling van het CPB en die van de Commissie van Wijzen, aangepaste projectvoorstellen ter beoordeling ingediend. De resultaten van deze herbeoordelingen zijn in deze publicatie opgenomen. Uitgangspunt voor een beoordeling vormt de vraag of een project naar verwachting bijdraagt aan de maatschappelijke welvaart. Het doel van de beoordeling is om informatie aan te dragen voor afweging door het Kabinet. Gezien de beperkte tijdspanne van het project, heeft de analyse het karakter van een quick scan. De beoordeling levert een vrij mager resultaat op: ruim de helft van de ingediende projecten kan, ook na een serieuze aanpassing, niet voldoen aan de basiscriteria om tot een gunstig maatschappelijk rendement te komen. B24770
- Europese Cie; [et al.], The link between product market reform, innovation and EU macroeconomic performance
Brussel : EG, 2006.
European economy, economic papers, nr. 243
Het rapport analyseert de invloed van de hervormingen op de producentenmarkten in de EU op de omvang op de concurrentie en de daarop volgende effecten van concurrentie op innovatie en productiviteitsgroei. (B24703)
- FNV, Agenda 2007 : manifest van de FNV over het sociaaleconomisch beleid en de inzet voor het SER-advies over het middellangetermijnbeleid
[Amsterdam] : FNV, 2006. div. p.
In tien punten - gericht op gezond werken, sociale cohesie en duurzame economische groei - formuleert de FNV haar inzet in het debat over het toekomstige sociaal-economische beleid. De punten hebben betrekking op: sociale innovatie en kenniseconomie; arbeidsparticipatie, sociale zekerheid, privatisering en liberalisering, gelijke beloning, sociale cohesie, het overlegklimaat, levensloop en spaarloon, en arbeidsomstandigheden en arbeidstijden. (B24497)
- OECD, Going for growth 2006 : economic policy reforms
Parijs : OECD, 2006. 160 p.
In het rapport beoordeelt de OECD het beleid dat de OECD-landen hebben gevoerd om de economische groei te stimuleren. In de tweede editie van deze jaarlijkse uitgave wordt aan de hand van een aantal benchmark indicatoren gekeken in welke mate overheden, de beleidsaanbevelingen van vorig jaar hebben opgevolgd. Het rapport toont gemengde resultaten. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit is redelijk geslaagd. Veel landen hebben initiatieven genomen tot wetgeving om concurrentie te bevorderen en beperkingen m.b.t. bedrijfsactiviteiten op te heffen (bv de dienstenrichtlijn in de EU). Pogingen om meer mensen aan het werk te helpen bleven veelal echter zonder resultaat. De publicatie rapporteert wel de grote vooruitgang in een aantal landen (waaronder Nederland) voor wat betreft de hervormingen in de ziekte- en arbeidsongeschiktheidswetgeving. Verder presenteert het rapport een aantal indicatoren waaraan kan worden afgemeten in welke mate landen innoveren. De themahoofdstukken gaan dit keer over: de relatie tussen regulering van de financiële markten en economische groei; en over de vraag of het BBP per hoofd van de bevolking gebruikt kan worden als meetinstrument voor welzijn en welvaart. (B24496)
- OECD, Governance of innovation systems : Volume 3 : case studies in cross-sectoral policy
Parijs : OECD, 2005. 319 p.
Beschrijving van case-studies mbt beleid in de informatie-sector en duurzame ontwikkeling. Aandacht voor belangrijke lessen uit deze beleidssectoren voor het sturen van innovatiebeleid met mechanismen en praktijkvoorbeelden voor betere coördinatie en integratie. (B24439)
- SEO; [et al.], Kennisverwerving in de maakindustrie : najaarspaper 2005
Amsterdam : SEO, 2006.
SEO-rapport, nr. 856
Deze paper tracht antwoord te geven op de vraag hoe het gesteld is met de kennisververving binnen de Nederlandse maakindustrie. Daartoe worden verschillende bronnen met gegevens over innovatie en kennisoverdracht bijeengebracht. Aan de ene kant interpreteert de paper zogenaamde ‘harde’ gegevens zoals de omvang van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling, en het aantal patentaanvragen en -toewijzingen. Daarnaast worden de resultaten van verschillende enquêtes besproken, die enige duidelijkheid brengen in wat bedrijven op het gebied van innovatie en met name op het gebied van het vergaren van kennis ondernemen en welke percepties er leven over deze onderwerpen. Uit het onderzoek blijkt dat Nederland op het gebied van patenten verrassend hoog scoort. De verhouding tussen het aantal aangevraagde en het aantal toegewezen patenten is met iets meer dan 30 % echter opmerkelijk laag. De maakindustrie is de belangrijkste drager van de innovatie in Nederland, afgemeten aan patenten, R&D-uitgaven en kenniswerkers. Bijna driekwart van de R&D-uitgaven in het bedrijfsleven komt voor rekening van industriële ondernemingen. (B24468)
- OECD, Governance of innovation systems : volume 2: case studies in innovation policy
Parijs : OECD, 2005.
Aandacht voor case-studies over innovatiebeleid in geselecteerde OECD-landen. Overzicht van veranderingen en aandacht voor analyses van uitdagingen, institutionele veranderingen en praktijkervaringen van beleid. Inzicht in het ontstaan van een derde generatie innovatiebeleid en hoe overheden proberen innovatiebeleid meer te laten aansluiten. (B24438)
- OECD, Oslo manual : guidelines for collecting and interpreting innovation data : the measurement of scientific and technological activities
Parijs : OECD, 2005.
Uitgangspunt voor uitvoering en analyse van beleid om innovatie aan te moedigen is de mogelijkheid om de schaal van innovatie-activiteiten te bepalen en karakteristieken van innoverende bedrijven en interne en systematische factoren die innovatie kunnen beïnvloeden. Deze uitgave is vernieuwd en aangevuld. En voor de eerste keer is niet-technische innovatie onderzocht en de verhouding tussen verschillende innovatie-types. Met een bijlage over de implementatie van innovatie-overzichten in ontwikkelingslanden. 3rd ed. (B24435)
- Milieu en Natuur Planbureau; MERIT; [et al.], Nederlands beleid voor milieu-innovatie
Bilthoven : MNP, 2005.
Rapport nr. 500051001/2005
Innovatie wordt vaak gezien als een middel om milieudoelen te bereiken. Milieudoelstellingen raken dan ook steeds verder geintegreerd in het innovatiebeleid. Deze beleidsintegratie van milieu en innovatie kan vanuit de reguliere economische theorie onderbouwd worden: overheidsingrijpen wordt in dit kader gelegitimeerd door marktfalen en door systeemfalen. De overheid kan daarbij verschillende rollen spelen. Milieu-innovaties kunnen worden gestimuleerd door aanbodgestuurd beleid (technology push), door het versterken van de vraag naar dergelijke innovaties (demand pull) of door als een makelaar het innovatiesysteem soepeler vorm te geven, bijvoorbeeld door verschillende partijen samen te brengen. Een groot aantal beleidsinstrumenten is ontwikkeld om aan deze verschillende rollen invulling te geven. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar generiek innovatiebeleid en naar specifiek milieugericht beleid. In de laatste jaren is een verschuiving zichtbaar van specifiek beleid naar steeds generieker innovatiebeleid. Dit rapport probeert de effecten van deze verschuiving te duiden. Daarnaast is de voorzichtige opkomst zichtbaar van systeeminstrumenten, zoals in het kader van het transitiebeleid. Dit rapport biedt twee case studies over windturbineproductie en anaerobe waterzuivering in Nederland, om de barrieres en kansen in het innovatiesysteem aan te kunnen tonen. (B24374)
- CDA, Investeren in kenniseconomie : een discussienotitie over innovatie, arbeidsmarkt en onderwijs : discussienotitie
Den Haag : CDA, 2005.
De discussienotitie is een rechtstreeks gevolg van de zogeheten Fonteinavonden die het CDA najaar 2003 organiseerde. Tijdens deze ledenraadpleging plaatsten de leden het onderwerp kenniseconomie, arbeidsmarkt en onderwijs op de tweede plaats van de politieke agenda van het CDA. Centrale vraag in de discussienotitie is hoe in ons land de arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit kunnen worden verhoogd. In het rapport worden op de terreinen innovatie, arbeidsmarkt en onderwijs in totaal tien kernvraagstukken geformuleerd: Innovatie: 1. Van kennis naar kassa, 2. Keuze sleutelgebieden, 3. Innovatie in maatschappelijke sectoren, 4. Bevordering ondernemerschap; Arbeidsmarkt: 5. Levensloopbeleid, 6. Employability en ontslagrecht, 7. Sociale innovatie; Onderwijs: 8. Een leven lang leren, 9. Aansluiting onderwijs en bedrijfsleven, 10. Kennismigratie. (B24389)
- TrendChart; Europese Cie, European innovation scoreboard 2005 : comparative analysis of innovation performance
Z.P. : Z.U., [2006]. 46 p.
Vijfde editie van de Europese internationale vergelijking op het gebied van innovatie. Uit het vergelijkend onderzoek blijkt dat Zweden, Finland, Zwitserland, Duitsland en Denemarken de kopgroep vormen qua prestaties op innovatief gebied. Nederland scoort in de middenmoot. Het rapport bevat innovatie indicatoren en trend analyses voor alle EU-lidstaten evenals voor de volgende landen: Bulgarije, Roemenië, Turkije, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, de VS en Japan. Het rapport onderscheidt vijf sleutelfactoren op het gebied van innovatie; aanjagers van innovatie, kennis, innovatie en ondernemerschap, toepassing en intellectueel eigendom. (B24417)
- Ruimtelijk Planbureau; [et al.], De atlas van kennis en innovatie
Z.P. : NAi Uitgevers, 2005.
De atlas biedt een overzicht van de innovatieve plekken in Nederland. Bevat de volgende hoofdstukken: Te eenzijdige technologische focus; Ruimtelijke spreiding van sectoren; Locatie van kennis en innovatie in Nederland; Relatie tussen kennis en economische groei; Samenwerkingsrelaties in de biotechnologie en de halfgeleidertechnologie. (B24410)
- OECD; [et al.], Governance of innovation systems : vol. 1 : synthesis report
Parijs : OECD, 2005.
Het stimuleren van innovatie is de sleutel tot duurzame economische groei. De laatste tijd echter, zijn geldende praktijken en het regeringsbeleid, onder druk komen te staan. De publicatie onderzoekt de oorzaak hiervan en bespreekt hoe overheden een betere samenhang en coördinatie van innovatiebevorderend beleid kunnen bereiken. De veranderingen wijzen op de noodzaak van een "derde generatie" van innovatiebeleid: een breed gebaseerd, strategisch beleidsgebied die de traditionele ministeriële grenzen doorkruist. (B24201)
- AWT, Diensten beter bedienen
Den Haag : AWT, 2005.
AWT-advies, nr. 66
Advies met betrekking tot innovatie in diensten. De vraag is of het huidige innovatiebeleid innovatie in diensten goed faciliteerd, of dat bijstellingen nodig zijn. In eerdere adviezen rond innovatie in bedrijven heeft de AWT als algemene lijn voor beleidsontwikkeling al gewezen op het feit dat innovatie meer is dan kennisontwikkeling en meer is dan alleen technische ontwikkeling. Van innovatie is pas sprake als kennis wordt toegepast. Niet-technische aspecten worden steeds belangrijker voor het welslagen van innovaties. De AWT heeft naar aanleiding van de adviesvraag gekeken of deze algemene lijn ook van toepassing is voor innovaties in diensten en of er eventueel extra acties nodig zijn. De hoofdstellingname van de AWT is dat niet-technische kennis bij uitstek van belang is voor innovaties in diensten. Zij vormt meestal de kern van diensteninnovaties. De AWT adviseert een verbreding van het huidige innovatiebeleid: de beperking tot technische innovaties, bijvoorbeeld in de WBSO, moet vervallen. Verder adviseert de AWT de mix van beleidsinstrumenten aan te passen om diensten beter te bedienen. Meer beleidsinspanningen moeten zich richten op het omzetten van bestaande kennis naar concrete innovaties.n (B24207)
- CPB; [et al.], De effectiviteit van de innovatievoucher 2004
Den Haag : CPB, 2005.
CPB document, nr. 95
De innovatievoucher is een in 2004 geïntroduceerd beleidsinstrument om ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf (MKB-ers) meer in contact te brengen met kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en TNO. Dit document meet de effectiviteit (output) van dit beleidsinstrument en maakt daarbij gebruik van het feit dat de vouchers door middel van loting zijn toegekend. De centrale conclusie is dat de innovatievoucher MKB-ers aanzet tot veel extra opdrachten aan kennisinstellingen. Van elke tien beschikbaar gestelde innovatievouchers worden er acht gebruikt voor opdrachten die zonder voucher niet verleend zouden zijn, wordt er één gebruikt voor een opdracht die zonder voucher ook verleend zou zijn, en wordt één voucher niet gebruikt. Of innovatievouchers MKB'ers ook stimuleren tot structurele interactie met kennisinstellingen, en tot meer innovatie, moet blijken uit vervolgonderzoek. (B24151)
- SEO ; SIC, Vooruit met procesinnovatie
Amsterdam : SEO, 2005.
SEO-rapport, nr. 814
Wat is de rol van procesinnovatie in de maakindustrie en hoe kan deze worden gestimuleerd? Deze paper beschrijft het belang van procesinnovatie en knelpunten die bedrijven kunnen weerhouden om in procesinnovatie te investeren. Tot slot wordt gereflecteerd op het beleid van de overheid en sociale partners met betrekking tot procesinnovatie. (B23965)
- Innovatieplatform, ICT als innovatie-as : kansen pakken met ict
Den Haag : Innovatieplatform, 2005.
ICT is door het Innovatieplatform benoemd als een innovatie-as in alle sectoren van de economie. Het doel van dit advies is acties te schetsen die de bijdrage van ICT aan de kenniseconomie kunnen versterken. Het Innovatieplatform doet voorstellen ter verbetering langs verschillende pijlers: de benutting van ICT-toepassingen, ICT-bedrijvigheid, ICT-onderwijs en -onderzoek, en ICT-infrastructuur. De eerste twee pijlers worden door het Innovatieplatform als de belangrijkste beschouwd. (B23922)
- Innovatieplatform, Kennisambitie en researchinfrastructuur : investeren in grootschalige kennisinfrastructuur
Den Haag : Innovatieplatform, 2005.
Dit rapport richt zich op een steeds belangrijker onderdeel van een hoogwaardige kennisinfrastructuur, te weten grootschalige geavanceerde researchfaciliteiten. Nederland heeft de laatste twintig jaar geen gericht en systematisch beleid op dit terrein gevoerd en slechts bescheiden geïnvesteerd. Het Innovatieplatform pleit voor een concreet actieplan met de volgende onderdelen: 1. Ontwikkel voor Nederland een stelsel van strategische Road Maps voor elk van de drie grote wetenschapsdomeinen, parallel aan de ESFRI Road Maps; 2. Creëer BIG Facilities: een structureel Budget voor Investeringen in Grootschalige Researchfaciliteiten, waaruit concrete voorstellen die passen bij de Road Maps gefinancierd kunnen worden; 3. Ontwikkel een flankerend inhaalbeleid, gericht op versterking van bestaande infrastructuurvoorzieningen bij universiteiten en onderzoeksinstituten; 4. Ontwikkel een transparante, niet-bureaucratische beoordelings- en besluitvormingsprocedure voor grootschalige researchinfrastructuurplannen; 5. Richt een Task Force op met de taak om voor het einde van 2005 met een concreet uitwerkingsplan gericht op besluitvorming te komen. (B23923)
- Innovatieplatform, Grenzen zoeken, grenzen verleggen : veertien acties voor de overheid om maatschappelijke innovaties te bevorderen
[Den Haag] : Innovatieplatform, 2005.
Onderzoek naar de rol van de rol van de overheid in het innovatieproces. Daarbij is vooral gelet op de overheid als dienstverlener, als investeerder en als inkoper en niet op de overheid als beleidmaker. De overheid kan innovaties aanjagen. Maar dan moet haar werkwijze wel veranderen. Minder toezicht op maatschappelijke organisaties, departementsoverstijgend investeren in het oplossen van maatschappelijk problemen, 'onhollands' omgaan met de aanbestedingsregels van de EU en bovenal… méér economisch risico nemen. Vaker durven falen bevordert innovatie. Dat is de kern van de veertien acties die het Innovatieplatform in het rapport voorstelt. (B23815)
- Min. EZ, Onderscheidend vermogen
Den Haag ; Min. EZ, 2005.
Publicatienummer, 05OI13
Op 5 oktober 2004 heeft het Innovatieplatform haar rapport over de sleutelgebieden-aanpak uitgebracht. Dit rapport was het resultaat van een bottom-up proces waarbij partijen in Nederland waren uitgenodigd aan te geven op welke gebieden Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen gezamenlijk kunnen excelleren. Het IP heeft vier sleutelgebieden benoemd: Food & Flowers, High Tech Systemen en Materialen, Water en Creatieve Industrie. In het rapport heeft het IP 40 specifieke en 11 generieke acties geformuleerd verdeeld over verschillende gebieden als stimulans voor die partijen om de kansen te verzilveren. Het IP heeft de sleutelgebieden-aanpak overgedragen aan EZ. Dit rapport bevat de halfjaarlijkse, informatieve terugkoppeling door EZ aan het Innovatieplatform over de stand van zaken, waarin de geboekte voortgang op de (sleutel)gebieden en acties centraal staat. De verschillende hoofdstukken beschrijven de talrijke activiteiten die betrokken partijen op dit moment uitvoeren. (B23711)
- Haan, J. de; [et al.], Jaarboek ict en samenleving 2005 : kennis in netwerken
Amsterdam : Boom, 2005.
Dit derde Jaarboek ICT en samenleving bundelt onderzoek naar de samenhang tussen ict en het functioneren van publieke en private organisaties en de competenties van werkenden. Ook is er aandacht voor de beleidsgevolgen. In het eerste deel gaan de auteurs in op de ontwikkeling van de kennis- en netwerkeconomie. Dit deel bevat de bijdragen: ICT in de kennis- en netwerkeconomie; ICT en innovatievermogen: internationale trends; ICT-starters en hun netwerken. In het tweede deel staan ontwikkelingen in organisaties centraal. Dit deel bevat de bijdragen: Warme relaties en koele kanalen: sociale cohesie en ICT-gebruik in organisaties; Innovatief human resource management door ICT - e-hrm als hoop of vrees?; Kennisdeling in online groepen: de sociale inbedding van online interactie in offline relaties; Taakherschikking en ICT in de zorg. Het derde deel behandelt de competenties van (toekomstige) werkenden. Met de bijdragen: Leren en ICT; ICT-competenties en computerangst van werknemers; Scholing van werkenden via ICT. (B23701)
- EIM; Jong, J. P. J. de, De bron van vernieuwing : rol van netwerken bij innovaties in het MKB
Zoetermeer : EIM, 2005.
Het gebruik van netwerken is voor innoverende MKB-bedrijven zeer belangrijk. Van alle innovaties wordt in het MKB bij 91% ten minste één andere partij betrokken. Dat blijkt uit een studie van EIM naar het netwerkgebruik bij innovatie in het MKB, op basis van een literatuuronderzoek en een telefonische enquête onder ruim 1000 ondernemers in het MKB. Leveranciers zijn voor MKB-bedrijven de belangrijkste bron van innovatie. Ook klanten spelen een voorname rol, meestal door behoeften of wensen te uiten die MKB-bedrijven ertoe aanzetten om nieuwe producten of diensten te ontwikkelen. (B23545)
- Twynstra The Bridge; [et al.], Innovatie-monitor 2004 : jaarlijks onderzoek naar product- en dienstinnovatie bij bedrijven in Nederland
Amersfoort : Twynstra The Bridge, 2005.
De innovatie-monitor 2004 bevat succesfactoren, best practices en cijfers over product- en dienstinnovatie in Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd onder 15 sectoren. In 2004 zijn in het onderzoek ook de zelfstandige bestuursorganen (zbo's) meegenomen. Dit rapport beschrijft de resultaten voor Nederland als geheel. De resultaten per sector zijn uitgewerkt in separate sectorrapporten. Het rapport is opgebouwd uit drie delen: Deel 1. Kernvragen Innovatie-monitor (wat is het belang van innovatie bij bedrijven in Nederland?, wat zijn de innovatieprestaties?, wat zijn de belemmeringen bij het innoveren?). Deel 2. Thema 2004: de internationale dimensie bij innovatie (in hoeverre is innoveren een internationale activiteit?, zijn er plannen om de innovatie-activiteiten naar het buitenland te verplaatsen?) Deel 3. Slotvragen (waarin excelleert Nederland over 10 jaar?, wat zijn de best practices op het gebied van product-en dienstinnovatie in Nederland?). (B23521)
- OECD, Public-private partnerships for research and innovation : an evaluation of the dutch experience
Parijs : OECD, 2003.
OECD-rapport over de Nederlandse aanpak van bevordering van publiek-private samenwerking voor onderzoek en innovatie. Het rapport besteedt met name aandacht aan de Technologische Topinstituten als instrument van innovatiebeleid. Tevens wordt in het rapport ingegaan op het Nationale Regieorgaan Genomics en het Katalyse-programma ACTS. (B23392)
- EIM; Jong, J. P. J. de; Marsili, O., How do firms innovate? : a classification of Dutch SME's
Zoetermeer : EIM, 2004.
Research Report, nr. H200407
In deze studie wordt een typologie ontwikkeld van innovatieve Nederlandse MKB-bedrijven, gebaseerd op verschillen tussen MKB-bedrijven in de manier waarop zij innoveren. De typologie bestaat uit vier groepen: leveranciersgedreven-, klantgedreven-, kennisgedreven- en input-intensieve bedrijven. Tussen industriële en dienstverlenende bedrijven blijken geen significante verschillen te bestaan in de aanwezigheid van de vier typen. Ook binnen sectoren blijken bedrijven zeer divers in de manier waarop zij innoveren. (B23378)
- Werkgroep dynamisering van het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem; Wijffels, H. H. F.; [et al.], Vitalisering van de kenniseconomie : het beter ontwikkelen en benutten van de mogelijkheden van mensen als de sleutel voor een dynamische kenniseconomie. Advies Werkgroep dynamisering van het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem
Den Haag : Innovatieplatform, 2004.
Meer en anders investeren, instituties vernieuwen en partijen verbinden. Dat zijn de sleutelwoorden in het derde grote advies van het Innovatieplatform, dat zich richt op 'de noodzakelijke herzieningen in het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem'. Het advies brengt de voorgestelde acties, inclusief eerdere voorstellen samen in een overkoepelende visie. De lijst van nieuwe acties concentreren zich op het onderzoeksbestel. Het innovatieplatform doet op dit terrein onder andere stevige voorstellen voor het invoeren van prestatiebekostiging in het universitair onderzoek -nog deze periode mee beginnen via de smartmix-, het krachtiger maken van de uitvoering van het beleid en het wegnemen van de bureaucratie en versnippering in het bestel. Het Innovatieplatform stelt tevens een Innovatieakkoord voor. Het rapport bevat ook een aantal thema's voor de werkzaamheden van het platform voor 2005 en een voorstel voor het vervolg. (B23263)
- Ad hoc Cie 'Brugfunctie TNO en GTI's, De kracht van directe verbindingen
Den Haag : B&A, 2004.
De kern van het rapport is dat er directe verbindingen dienen te komen tussen de kennisvraag bij overheid en bedrijfsleven en het kennisaanbod van TNO en de Grote Technologische Instituten (GTI’s), waarbij de vraag leidend is. De Commissie Wijffels geeft daarbij aan dat de overheid een strategische visie dient te ontwikkelen op de rol van de instituten en dat de inhoudelijke vraagsturing bij de overheid een stevige impuls behoeft. Dat houdt volgens de commissie in dat de overheid zich vooral inhoudelijk meer met de genoemde toepassingsgerichte kennisinstellingen bezig moet houden. Verder zouden deze instituten nadrukkelijker een rol moeten spelen in het gehele Nederlandse innovatiesysteem door inhoudelijk meer af te stemmen met de universiteiten en andere kennisinstellingen en de vragende partijen. De rol van de kennisinstellingen is volgens de commissie Wijffels van groot belang als het gaat om het versterken van de innovatiekracht van het bedrijfsleven en de overheid. (B24018)
- SMO; [et al.], Sturen op productiviteit in de kenniseconomie : opmaat voor een nationale actieagenda
Den Haag : SMO, 2004.
SMO, nr. 2004-3
Het boek is geschreven als een nieuwe aanzet om de kansen van de kenniseconomie onder de aandacht te brengen. Met dit doel voor ogen is een actuele weergave samengesteld van de theoretische inzichten in de betekenis van kennis en er is een collage gemaakt van praktische toepassingen op verschillende gebieden. Bevat de volgende hoofdstukken: De productiviteit van kennis; Nederland efficiencyland; Innovatie: de rol van bedrijven, kennisinstellingen en de overheid; Wetenschap, technologie en innovatie. (B24016)
- Berenschot; [et al.], Sterktes, zwaktes kansen en bedreigingen van industrie en diensten : kwalitatieve swot-analyse voor de industriebrief
Utrecht : Berenschot, 2004.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft Berenschot opdracht gegeven om een kwalitatieve SWOT-analyse uit te voeren voor twintig sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven, die samen een afspiegeling vormen van het overgrote deel van de Nederlandse economie. De resultaten van deze analyse zullen door het ministerie gebruikt worden in het komen tot nieuw industriebeleid. Dit alles speelt tegen de achtergrond van een verslechterende economische situatie en het daarmee gepaard gaand verlies van werkgelegenheid. De gedachte is dat conjuncturele en structurele elementen beide een rol spelen. Hierbij komt de vraag op hoe dit te pareren. De gedachte is dat het nodig is om per sector aandacht te besteden aan de kansen en bedreigingen en aan de manier waarop de overheid in samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstellingen hierop zal inspelen. In die zin vormt de SWOT-analyse die in dit stuk wordt weergegeven, een bouwsteen voor de industriebrief. Bijlage bij B23119 Industriebrief : hart voor de industrie (B23120)
- Min. EZ, Industriebrief : hart voor de industrie
Den Haag : Min. EZ, 2004.
De Industriebrief geeft de visie van het kabinet op het belang van de industrie voor de Nederlandse economie en op de ontwikkelingen waar de sector op het ogenblik mee te maken krijgt. De uitbreiding van de Europese Unie, de verdieping van de Europese economische integratie en de opkomst van landen als China en India bieden zowel kansen als bedreigingen. Ondernemers geven aan dat zij niet genoeg ruimte hebben om kansen te benutten. Zij lopen tegen te veel barrières aan. De Industriebrief bevat maatregelen om die knelpunten weg te nemen of te verminderen en om de kansen die er zijn beter te kunnen benutten. Besproken worden de volgende knelpunten die ondernemers ondervinden: Steeds meer druk van wet- en regelgeving; Kosten en inflexibiliteit van arbeid; 3. Gebrek aan fysieke ruimte en afnemende kwaliteit infrastructuur; Relatieve verslechtering fiscaal ondernemingsklimaat; Te weinig kwalitatief goede arbeid (onvoldoende aansluiting onderwijs op arbeidsmarkt); Onvoldoende wisselwerking tussen de publieke kennisinfrastructuur en het bedrijfsleven; Specifieke knelpunten per sector of doelgroep. Zie ook B23120: Sterktes, zwaktes kansen en bedreigingen van industrie en diensten : kwalitatieve swot-analyse voor de industriebrief (B23119)
- Ver. VNO-NCW; HBO-Raad, Aan de slag met innovatie : versterking rol HBO in de kenniscirculatie met het MKB
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2004.
Aanleiding voor het gezamenlijk rapport is om iets te doen aan de zogeheten kennisparadox: er wordt veel kennis ontwikkeld, maar we slaan er te weinig munt uit. In aanvulling op de rol van universiteiten en de technologische topinstituten bepleit het rapport om meer gebruik te maken van de know how van hogescholen, met name als het gaat om het ondersteunen van MKB-bedrijven bij hun ontwikkeling. In het rapport worden twee pijlers voor die ondersteuning uitgewerkt. Stages en afstudeeropdrachten moeten beter worden afgestemd op de innovatievragen die bedrijven hebben. Daarnaast moeten hogescholen zelf meer kijken hoe zij kunnen helpen om praktische problemen van bedrijven op te lossen. VNO-NCW en de HBO-Raad willen voor de uitwerking een convenant laten sluiten tussen werkgeversorganisaties, hogescholen en de overheid. Ook zou elke hogeschool een 'Raad van advies voor de kenniscirculatie' moeten oprichten met belanghebbende partijen. (B23068)
- Min. EZ; [et al.], Snelle groeiers & innovatie
Den Haag : Min. EZ, 2004.
Snel groeiende ondernemingen zijn bepalend voor het innovatievermogen van de Nederlandse economie. Uit het onderzoek blijkt dat snel groeiende bedrijven innovatiever zijn dan andere bedrijven en vaker nieuwe diensten en producten introduceren. In vergelijking met andere ondernemingen lopen snelle groeiers vaker tegen knelpunten aan op het gebied van het aantrekken van financiering en het vinden van voldoende goed gekwalificeerd personeel. (B23077)
- Min. EZ; [et al.], ICT innovatie in Nederland : een strategische analyse van het Nederlandse ICT-innovatiesysteem
Den Haag : Min. EZ, 2004.
Strategische analyse van het Nederlandse ICT-innovatiesysteem in internationaal perspectief. Uitgevoerd door Cap Gemini Ernst & Young, Strategy Academy en Zenc, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. De uitkomsten van de studie zijn input geweest voor het opstellen van het actieplan Concurreren met ICT- Competenties, regie en rendement in de ICT-kennisketen. (B22941)
- Min. EZ, Actieplan concurreren met ICT-competenties : regie en rendement in de ICT-kennisketen
Den Haag : Min. EZ, 2004.
Om versterking en focus aan te brengen in het Nederlandse ICT-onderzoek richt het kabinet een Regieorgaan voor ICT-onderzoek en -innovatie op. Het Actieplan Concurreren met ICT-Competenties, "Regie en rendement in de ICT-kennisketen" schetst de context waarin het Regieorgaan ICT-onderzoek en -innovatie zal opereren en een aantal flankerende actielijnen die beogen innovatie in ICT te versnellen, ICT-toepassingen in het MKB te bevorderen en het Nederlandse ICT-onderzoek beter in te bedden in het Europese landschap. Zo wordt een toolkit met o.a. roadmaps ontwikkeld om de behoeften aan innovatieve oplossingen bij toepassers en gebruikers van ICT boven tafel te krijgen. Voorts zal een samenwerkingsverband van Syntens, Media Plaza en Senter seminars en workshops organiseren om nieuwe ICT-toepassingen binnen het MKB te stimuleren. Dat gebeurt aan de hand van strategische toekomstvisies en inspirerende voorbeeldprojecten. Daarnaast stimuleert de overheid intensievere Nederlandse deelname aan baanbrekend ICT-onderzoek in Europese samenwerkings-verbanden zoals IST en Eureka, de European Research Area en de European Technology Platforms, en meer bilaterale samenwerking. Van dit laatste vormt de recente overeenkomst over technologische samenwerking met Vlaanderen over de as Eindhoven-Leuven een goed voorbeeld. (B22944)
- OECD, Measuring knowledge management in the business sector : first steps
Parijs : OECD, 2004.
Kennismanagement wordt in het bedrijfsleven steeds meer toegepast. Derhalve is er ook meer behoefte aan mogelijkheden om het gebruik van kennismanagement te meten. Deze publicatie biedt een eerste systematisch overzicht m.b.t. kennismanagement uitgevoerd door de nationale statistische bureaus van Canada, Denemarken en Frankrijk. (B22922)
- CPB; [et al.], Op zoek naar productiviteitsgroei : effecten van ICT en innovatie op bedrijfsniveau in Nederland
Den Haag : CPB, 2003.
CPB Document, nr. 41
Het document analyseert de Nederlandse productiviteitsprestaties op bedrijfsniveau. Specifiek wordt gekeken wat informatie- en communicatietechnologie (ICT) en innovaties afzonderlijk en in combinatie kunnen betekenen voor de productiviteit in Nederland. Het Nederlandse bedrijfsleven kan nog steeds productiviteitsverbeteringen behalen door meer gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en innovaties. Daar veel bedrijven tot op heden relatief weinig in ICT hebben geïnvesteerd, lijkt deze technologie nog steeds groeipotentieel te hebben voor de toekomst. Bedrijven kunnen zelfs meer profiteren door ICT en innovaties te combineren, aangezien deze elkaar versterken. Innoveren is bovendien een kwestie van lange adem, want regelmatig innoveren loont meer dan een ad-hoc strategie. (B22908)
- AWT, Tijd om te oogsten : vernieuwing in het innovatiebeleid
Den Haag : AWT, 2004.
AWT-advies, nr. 59
Advies over de knelpunten en kansen in het innovatiebeleid. De AWT vindt dat Nederlandse bedrijven sterker moeten inzetten op innovatie om op het internationale speelveld overeind te blijven. De overheid moet deze strategie veel krachtiger ondersteunen. (B22832)
- Europese Cie; Jungmittag, A., Innovations, technological specialisation and economic growth in the EU
Brussel : EG, 2004.
European economy, economic papers, nr. 199
De paper analyseert de effecten van innovatie, technologische specialisatie en technologische spreiding op economische groei en convergentie van de EU-landen in de periode 1968 - 1998. (B22673)
- EIM; [et al]., The national systems of innovation approach and innovation by SMEs
Zoetermeer : EIM, 2003.
Research Report, nr. H200309
Rapport over het Nationale Systeem van Innovatie (NSI). De NSI benadering is een nieuwe en succesvolle benadering om te begrijpen hoe innovatie en het interactief leerproces zich ontwikkelen in de nationale economie en hoe ze de economische voorspoed en internationale concurrentie stimuleren. Het rapport gaat in op het concept van de NSI-benadering, de toegevoegde waarde en de tekortkomingen van NSI. (B22569)
- AWT, Nederlands kompas voor de Europese onderzoeksruimte : strategisch kader voor de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid
Den Haag : AWT, 2004.
AWT-advies, nr. 57
De ministers van EZ en OCW hebben de AWT gevraagd hen te adviseren over de internationalisering van het onderzoeks- en innovatiebeleid: hoe de nationale activiteiten op dit terrein op een effectieve manier in te bedden in een internationale context? In dit advies staan drie deelvragen centraal: Wat zijn voor overheidsbeleid in Nederland de belangrijke uitgangspunten ten aanzien van internationalisering van onderzoek en het onderzoeks- en innovatiebeleid? Welke koers moet het nationale onderzoeks- en innovatiebeleid varen zodat Nederland een sterke positie kan innemen in een Europese onderzoeks- en innovatieruimte? Welke Nederlandse inzet en inspanning is wenselijk ten aanzien van Europese beleidsvoornemens en nieuwe beleidsinstrumenten? De AWT vindt dat Nederland zijn eigen koers moet uitzetten als het gaat om onderzoeks- en innovatiebeleid. De overheid moet zich niet te zeer laten leiden door Europese initiatieven. In tijden van mondialisering van onderzoek en intensivering van Europees beleid is het juist belangrijk nationale zwaartepunten te creëren. Bepaalde kennis moeten wij ‘dicht bij huis’ houden. (B22405)
- AWT, Netwerken met kennis : kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven
Den Haag : AWT, 2003.
AWT-advies, nr. 56
De ministers van OCW en EZ hebben, naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer, de AWT gevraagd advies uit te brengen over hoe in bedrijven de absorptie en benutting van de resultaten van (fundamenteel) wetenschappelijk onderzoek verricht in publieke kennisinstellingen verbeterd kan worden. Centrale vraag in het advies is welke mechanismen bedrijven hiertoe hanteren, welke verbeteringen mogelijk zijn en op welke manier de overheid bedrijven daartoe kan faciliteren en stimuleren. De AWT vestigt in dit advies de aandacht op de rol van bedrijven. Veel bedrijven kunnen zich actiever opstellen om de benutting van kennis uit publieke kennisinstellingen te verbeteren. Het is voor hen bij uitstek een mogelijkheid om de eigen innovatiekracht en daarmee de concurrentiepositie te versterken. De 'menselijke factor' is de kern in het stimuleren van kennisabsorptie en kennisbenutting. Mensen zijn namelijk de belangrijkste pijlers voor netwerken en effectieve samenwerkingsverbanden. Het Nederlands (innovatie)beleid moet méér werk maken van dit uitgangspunt. Verder benadrukt de AWT om bedrijven niet over één kam te scheren. Succesvol innovatiebeleid houdt rekening met verschillen in innovatiestrategie en uiteenlopende kennisbehoeften van bedrijven. Zie ook bijbehorende rapporten B22399 en B22400 (B22398)
- EIM; [et al.], Wat doen innovatieve bedrijven zelf om aan kennis voor innovatie te komen? : onderzoek naar de benutting van de publieke kennisinfrastructuur
Zoetermeer : EIM, 2004.
Onderzoek naar welke activiteiten kennisintensieve ondernemingen ondernemen bij de benutting van de kennisinfrastructuur voor innovatie van hun processen en producten? En als zij dergelijke activiteiten niet ondernemen, wat daarvan dan de reden is, en hoe zij komen aan de voor innovatie noodzakelijke kennis?. Uit het onderzoek blijkt dat de ondervraagde bedrijven die in de afgelopen jaren contact hebben gehad met een of meerdere publieke kennisinstellingen innovatiever zijn dan bedrijven die geen contact hebben gehad. De bedrijven zonder contact halen geen kennis bij de publieke kennisinstellingen omdat zij de voor innovaties noodzakelijke kennis zelf in huis hebben of deze kennis elders halen, zoals bijvoorbeeld bij leveranciers. De contacten hebben vooral plaats met universiteiten. Bijna de helft van de bedrijven met contact beschouwt de universiteiten als belangrijkste instelling. HBO-instellingen en TNO volgen op afstand. Belangrijkste doel van de contacten vormt de beantwoording van vragen rond innovaties, gevolgd door (vragen rond) samenwerking in een specifiek project. Rapport behorend bij het AWT-advies B22398: Netwerken met kennis : kennisabsorptie en kennisbenutting door bedrijven (B22399)
- HBO-Raad, Innovatieagenda hogescholen : maximale participatie en kenniscirculatie
Den Haag : HBO-raad, 2004
In de Innovatieagenda hebben de hogescholen hun visie geformuleerd op de gewenste koers voor het hoger onderwijs. Allereerst moet selectieve deelname aan het hoger onderwijs vervangen worden door maximale deelname. Vanaf 2012 moet de helft van alle jongeren een diploma in het hoger onderwijs hebben behaald. Het aantal werkenden dat studeert moet in 2008 zijn verdubbeld. De Innovatieagenda gaat achtereenvolgens in op de wijze waarop de hogescholen inhoud kunnen en willen geven aan maximale participatie en aan een intensivering van de kenniscirculatie. Daarbij wordt ook aangegeven welk stimulerend overheidsbeleid noodzakelijk is. Voorts beschrijft de agenda de positie van de hogescholen in internationaal opzicht en de positie van de hogeschool als maatschappelijke onderneming, waarbij verantwoording en rekenschap wezenlijke kenmerken zijn. In de tweede plaats willen hogescholen een sterke partner zijn in de regionale kennisinfrastructuur. Hogescholen willen voor de MKB-bedrijven de motor voor innovatie kunnen zijn. De hogescholen doen een beroep op de overheid tot steun bij het realiseren van hun innovatieagenda. (B22360)
- SEO; St. voor Industriebeleid en Communicatie, Innovatie : wie het weet mag het zeggen : feiten, onzekerheden en beleid
Amsterdam : SEO, 2003. 42 p.
SEO-rapport, nr. 706 A
Dit beleidsadviespaper gaat over de zorg van SIC met betrekking tot innovatie in Nederland. De paper schetst een beeld van de innovatieprestaties van de Nederlandse economie en gaat in op beleidsopties om deze prestaties te verbeteren. De rode draad in het paper is dat veel onbekend is over innovatie: In welke sectoren, bedrijven en technologieën liggen de kansen voor de toekomst? Hoe presenteren we op dit moment werkelijk? Wat gaat er precies mis en waarom? Wat zijn de determinanten van innovatie? Hoe effectief is innovatiebeleid? Het rapport gaat in op de do's en dont's van innovatiebeleid. Achtereenvolgens komen aan de orde: Innovatiebeleid tussen marktfalen en overheidsfalen; Het innovatieplatform; Het Finse model : lessen voor Nederland; Niet-technologische innovatie en overheidsbeleid; Moet de overheid keuzes maken?; De ondernemende universiteit : het ei van Columbus?; Mededingingsbeleid en innovatie; Loonmatiging en innovatie; R&D-subsidies : de WBSO. (B22279)
- EIM; [et al.], Innovation in service firms explored : what, how and why? : literature review
Zoetermeer : EIM, 2003.
Strategic study, B200205
De dienstensector heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen van innovatie-onderzoekers. Meer innovatie in dienstverlenende bedrijven kan een belangrijke impuls geven aan de economische ontwikkeling. Dit rapport geeft een breed overzicht van wat innovatie in de dienstensector is, hoe het tot stand komt, welke succes- en faalfactoren daarbij gelden, en wat innovatie een dienstverlenend bedrijf oplevert. (B22106)
- Min. EZ, In actie voor innovatie : aanpak van de Lissabon-ambitie
Den Haag : Min. EZ, 2003.
Deel I van de Innovatiebrief. De Innovatiebrief geeft aan welke stappen het kabinet wil zetten om te komen tot een versterking van het innovatievermogen van het Nederlandse bedrijfsleven. Deel I presenteert de nieuwe beleidsstrategie met bijbehorende oplossingsrichtingen. (B22056)
- Min. EZ, Analyse van de Nederlandse innovatiepositie
Den Haag : Min. EZ, 2003.
Deel II van de Innovatiebrief. De Innovatiebrief geeft aan welke stappen het kabinet wil zetten om te komen tot een versterking van het innovatievermogen van het Nederlandse bedrijfsleven. Deel II geeft een analyse en onderbouwing van deze strategie. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: De Nederlandse uitgangspositie; De sterke en zwakke punten van de kenniseconomie; Nadere analyse van de knelpunten; Conclusies en afbakening van de rol van de overheid. (B22057)
- Min. EZ, Uitwerking van de oplossingsrichtingen
Den Haag : Min. EZ, 2003.
Deel III van de Innovatiebrief. De Innovatiebrief geeft aan welke stappen het kabinet wil zetten om te komen tot een versterking van het innovatievermogen van het Nederlandse bedrijfsleven. Deel III gaat nader in op de oplossingsrichtingen van het te voeren innovatiebeleid. Zo wordt ingegaan op de status en denkrichting van de acties die EZ voor ogen heeft. (B22058)
- AWT, 'Backing winners' : van generiek technologiebeleid naar actief innovatiebeleid
Den Haag : AWT, 2003.
AWT, nr. 53
Dit advies richt zich op de basiskeuzen in het innovatiebeleid van de overheid. Het advies speelt tegen de achtergrond van een verslechterende concurrentiepositie van Nederland. Nederland zal toe moeten naar vormen van bedrijvigheid die productiviteitsstijging bereiken door verhoging van toegevoegde waarde; naar een kennisintensieve, innovatiegedreven economie. Versterken van het innovatievermogen van het bedrijfsleven, ondersteund door een actief en voortvarend beleid van de overheid, is daarbij een belangrijke sleutel. De AWT geeft 5 elementen aan voor een dergelijk effectief en voortvarend innovatiebeleid. Een nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschap en overheid, gericht op het benutten van kansen rond sterktes, is daarbij de leidraad. (B21940)
- Min. EZ; [et al.], Innovatie en productiviteit : een analyse op macro-, meso- en microniveau
Den Haag : Min. EZ, 2003.
EZ onderzoeksreeks, nr. 3
Dit rapport geeft een overzicht van de empirische literatuur waarin de bijdrage van innovatie aan de productiviteit wordt geanalyseerd. Het rapport is een van de bouwstenen voor een vernieuwd innovatiebeleid, waarover in 2003 een Innovatiebrief zal verschijnen. Naast een literatuuroverzicht geeft deze studie ook een cijfermatige analyse van de productiviteitsontwikkeling. Door gegevens uit diverse bronnen te combineren wordt een overzicht gegeven van de productiviteitsgroei. (B21931)
- Min. EZ; [et al.], De positie van Nederlandse bedrijven in innovatienetwerken
Den Haag : Min. EZ, 2003.
EZ onderzoeksreeks
Dit onderzoek is een vervolg op een eerdere literatuurstudie naar het verband tussen samenwerking en innovatie. Uit die studie kwam naar voren dat technologie-allianties een positieve impact hebben op innovativiteit. Er bleek ook dat verschillende netwerkstrategieën een andere innovatie-effect te teweegbrengen. Deze feiten vormden de aanleiding om de stand van zaken rondom de innovatienetwerken van Nederlandse bedrijven nader te onderzoeken. De centrale vraag is of Nederlandse bedrijven goed zijn ingebed in innovatienetwerken, zodat hun innovatiekracht voldoende is gewaarborgd. (B21925)
- Castells, M.; Himanen, P., The information society : the Finnish model
Oxford : Oxford University Press, 2003.
Aandacht voor het Finse model waarin technologie en economisch succes worden gecombineerd met sociale rechtvaardigheid en gelijkheid. Getoond wordt hoe Finland er in is geslaagd een virtuoze cirkel te creëren: de succesvolle informatiemaatschappij maakt een continue financiering van de welvaartsstaat mogelijk, en de welvaartsstaat zorgt voor goed opgeleide mensen die op hun beurt zorgen voor het voortdurend succes van de informatiemaatschappij. (B21396)