Literatuurlijst Europees sociaal beleid
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- Delfani, N., Experts versus politicians : on the influence of government ideology on the European Strategy for Growth and Jobs
Amsterdam : VU, 2010. 52 p.
In de scriptie van Neda Delfani (politicologie, Vrije Universiteit Amsterdam) staat de volgende vraag centraal: worden EU-beleidsaanbevelingen in het kader van de European Strategy for Growth and Jobs door een lidstaat gevolgd omdat ze rationeel-logisch zijn of omdat ze passen bij de ideologie van de regering van die lidstaat? Neda Delfani toetst twee theorieën hierover aan de hand van het arbeidsmarktbeleid van Denemarken, Nederland en Zweden: landen die de afgelopen tien jaar een verschillende politieke kleur hadden. Haar conclusie is dat regeringen aan cherry-picking doen: ze volgen vooral aanbevelingen op die passen bij de ideologie van de regerende partijen.
Winnaar SER-Scriptieprijs 2012. (B30847)
- European Commission, The social dimension of the Europe 2020 strategy : a report of the social protection committee (2011)
Luxemburg : EU, 2011. 55 p.
Dit rapport biedt een eerste analyse van de sociale dimensie in de Europa 2020 strategie. De meest recente ontwikkelingen over armoede en sociale uitsluiting op EU-niveau worden geanalyseerd en besproken in licht van de voorgestelde beleidsmaatregelen. Het rapport analyseert acties gericht op duurzame en adequate hervormingen van de stelsels voor sociale bescherming, strategieën voor actieve inclusie, goed ontworpen algemene en specifieke uitkeringen voor gezinnen en risicogroepen, de toekomstige adequaatheid van pensioenen en de financiële houdbaarheid op lange termijn van de pensioenstelsels evenals de verhoogde effectiviteit van de gezondheidszorg en de langdurige zorg. In de huidige economische context, moedigt het rapport de lidstaten en de Europese Commissie aan om hun capaciteit om de sociale effecten van belangrijke beleidsvoorstellen en uitgavenbeslissingen te beoordelen, te versterken.(B29982)
- OECD, Society at a glance 2011 : OECD social indicators
Parijs : OECD, 2011. 99 p.
Overzicht van sociale indicatoren die inzicht geven in de sociale ontwikkelingen in OECD-landen. Het themahoofdstuk is gewijd aan onbetaalde arbeid. Opgenomen zijn onder meer indicatoren over: inkomens van huishoudens, vruchtbaarheid, migratie, gezinsleven, ratio beroepsbevolking - aantal gepensioneerden, werkgelegenheid, werkloosheid, onderwijsprestaties, verwachtingen m.b.t. het aantal jaren pensioen, verwachte pensioenleeftijd; uitgaven aan onderwijs, inkomensongelijkheid, armoede, problemen om rond te komen met het huidige inkomen; uitgaven aan sociale zekerheid, levensverwachting, uitgaven aan gezondheidszorg, sociale cohesie, vertrouwen in sociale instituties, sociaal en a-sociaal gedrag, tolerantie ten aanzien van minderheden. (B29703)
- Europese Cie; University of York; Bradshaw, J.; Mayhew, E., The measurement of extreme poverty in the European Union
[Luxemburg] : EU, 2011. div. p.
De Europese Commissie heeft opdracht gegeven voor een studie die de haalbaarheid van het meten van extreme armoede op EU-niveau moet onderzoeken. Na een herziening van de bestaande benaderingen van het meten van extreme armoede, doen de auteurs aanbevelingen inkomens- en deprivatie-maatregelen te combineren. Hieruit zou blijken dat er in alle landen extreme armoede voorkomt maar de nadruk komt dan te liggen op daar waar de extreme armoede groot is. Deze aanpak zou zich meer richten op de ongelijkheid tussen de rijkere en armere landen van de EU, en op de EU als een gemeenschap van landen die zich wil inzetten voor de uitbanning van sociale uitsluiting. (B29546)
- Research voor Beleid; Min. SZW; Boer, L.; Bouma, S.; Folkeringa, M.; Ruig, L. de, Tussentijdse evaluatie ESF : acties A en D : eindrapport
Zoetermeer : Research voor Beleid, 2010. 95 p.
Nu de helft van de looptijd van het ESF-programma 2007-2013 verstreken is, valt te constateren dat gemeenten terughoudend zijn met het aanvragen van subsidie voor Actie A (re-integratie van ouderen, gedeeltelijk arbeidsgeschikten en nuggers) en bovendien de beschikte middelen in beperkte mate uitgeven. Het laatste geldt ook voor O&O-fondsen, die subsidie mogen aanvragen voor Actie D (scholing van werkenden). Het ministerie van SZW heeft Research voor Beleid gevraagd onderzoek te doen naar knelpunten in de uitvoeringspraktijk die leidden tot het niet-aanvragen of uitgeven van ESF-middelen. Daarnaast wil het ministerie op basis van de huidige resultaten van het programma een prognose van de mate waarin de doelstellingen te behalen zijn. EIM voert deze prognoses uit. Op basis van het onderzoek kan het ministerie bepalen of een aanpassing van de subsidieregeling wenselijk is. (B29544)
- ETUI; Degryse, C.; Schwenninger, S. R.; Defraigne, P.; [et al.], Social developments in the European Union 2009 : eleventh annual report
Brussel : ETUI, 2010.
Onderzoek naar de middelen waarop het Europese sociale model de klap van de economische crisis heeft verwerkt in vergelijking tot de USA, de ILO en de rol van de EU bij de G20. Verder analyse van de gevolgen voor sociaal beleid: werkgelegenheid, pensioenen, de sociale dialoog.
Bevat de volgende bijdragen: US/Europe: shaping a new model of economic development / Sherle R. Schwenninger;
European financial sovereignty and multilateral governance / Pierre Defraigne; The ILO and its role in responding to the financial, economic and social crisis, promoting decent work and strengthening the social dimension of globalisation / Rudi Delarue; What should be the European Union’s priorities in 2009-2014? / Pierre Jonckheer; Europe’s employment and social inclusion policies amidst the crisis: an opportunity for the future? / Ramón Peña-Casas; Pensions in turmoil owing to the crisis: key messages from the EU / David Natali; Main developments in European cross-industry social dialogue in 2009: ‘bargaining in many shadows’ / Stefan Clauwaert; EU pharmaceutical policies: direct-to-consumer advertising /Rita Baeten; The European Court of Justice and EU social policy: a brief look at recent case law /Dalila Ghailani; Future prospects / Christophe Degryse; Chronology 2009. Key events in European social policy / Christophe Degryse. (B28827)
ETUI; Pochet, Ph.; Keune, M.; Natali, D.; [et al.], After the euro and enlargement: social pacts in the EU
Brussel : ETUI, 2010.
Diverse sociale afspraken hebben geleid tot hervormingen op het gebied van werkgelegenheid, lonen en welvaart gedurende de afgelopen tien jaar. Hiermee is aangetoond dat deze afspraken door beleidsmakers en sociale partners worden gebruikt om tot sociaal-economische en politieke uitdagingen te komen. Maar dat is nog erg breekbaar. Ofschoon dit soms kan leiden tot lange periodes van sociale samenwerking vermindert de complexiteit het uitzicht op volledige stabilisering. Bevat de volgende bijdragen: Introduction: The last wave of social pacts in Europe: problems, actors and institutions, David Natali and Philippe Pochet; Corporatism(s) and pacts: changing functions and structures under rising economic liberalism and declining liberal democracy, Franz Traxler; ‘Odysseus or Sisyphus’ revisited: failed attempts to conclude social-liberal pacts in Greece, Christos A. Ioannou Social pacts in Portugal: still uneven?, António Dornelas; The evolution of social pacts in Italy: crisis or metamorphosis?, Serafino Negrelli and Valeria Pulignano Social pacts in Spain: from post-EMU boom to bust, Sofia A. Pérez; Ireland: the evolution of social pacts in the EMU era, Rory O’Donnell, Noel Cahill and Damian Thomas; Finland – four decades of incomes policy agreements coming to an end?, Aleksi Kuusisto; ‘Doing together what is possible’ Social pacts and negotiated welfare reform in the Netherlands, Marc van der Meer and Jelle Visser; The recent evolution of social dialogue in Cyprus and Malta: any scope for social pacts?, David Natali and Philippe Pochet;
Social pacts in Slovenia, Miroslav Stanojevic; Slovakia and Hungary: successful and failed euro entry without social pacts, Dorothee Bohle and Béla Greskovits; Keep trying? Polish failures and half-successes in social pacting, Juliusz Gardawski and Guglielmo Meardi Conclusions: trade union structures, the virtual absence of social pacts in the new Member States and the relationship between sheltered and exposed sectors, Maarten Keune and Philippe Pochet. (B28828)
- ETUI; Magnusson, L., After Lisbon : social Europe at the crossroads?
Brussel : ETUI, 2010.
Working Paper, nr. 2010.01
De paper is het resultaat van de resultaat van de kritische discussies gehouden in het kader van het project SALTSA-project over de voortzetting van het Lissabon-proces na 2010. De algemene conclusie is dat Europa in de toekomst een gemeenschappelijke strategie voor groei en duurzame ontwikkeling nodig zal blijven hebben, die voortbouwt op de ervaringen van de 'oude' Lissabon-strategie. De paper begint met het analyseren van het Lissabon-procesen het bespreken van de tekortkomingen. De auteur betoogt dat een werkelijk nieuwe strategie bij het stellen van prioriteiten, een andere aanpak moet aannemen. Economische groei is namelijk een middel tot meer welzijn, niet een doel op zich. Sociale integratie en gemeenschappelijk gedeelde welvaart zijn niet de ontwikkelingen die automatisch zullen gebeuren, ze moeten worden gestimuleerd door een positief beleid en door de oprichting van politieke platforms voor verdere initiatieven. Sociale gelijkheid en rechtvaardigheid moet het voorfront worden van de nieuwe post-Lissabon-strategie. De zoektocht naar passende en duurzame oplossingen is vooral een politieke kwestie die Europa eerst moet eerst erkennen en waarvoor zij vervolgens passende strategieën moet ontwikkelen. (B28806)
- Europese Cie, Joint report on social protection and social inclusion 2009
Luxemburg : EG, 2009.
Verslag sociale zekerheid en sociale integratie 2009. Het rapport onderzoekt de geïntegreerde nationale strategieën van de lidstaten inzake sociale integratie, pensioenen, gezondheidszorg en langdurige zorg. Het geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de EU en op nationaal niveau. Het 2009 rapport geeft een duidelijk signaal over de noodzaak om brede strategieën voor actieve integratie te voeren, om te zorgen voor toereikende en duurzame pensioenen op lange termijn, de ongelijkheden in de gezondheidszorg te verminderen en de kosten-efficiëntie in de gezondheidszorg te verbeteren.
- Europese Cie; Eurostat, The social situation in the European Union in 2008 : new insights into social inclusion
Luxemburg : EG, 2009.
Jaarlijkse uitgave over de sociale situatie in de EU. Het rapport presenteert belangrijke indicatoren in 17 statistische portretten die zich richten op het sociaal beleid van de Europese Unie: bevolking, onderwijs en scholing, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, inkomens, sociale integratie en levensomstandigheden, gendergelijkheid en gezondheid en veiligheid. Zestien van de gekozen vijfentwintig indicatoren behoren tot de structurele indicatoren die worden gebruikt om de voortgang ten aanzien van de afgesproken doelstellingen op basis van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid te monitoren. (B28200)
- ETUI-REHS; ETUC; Observatoire Social Européen; Degryse, C.; [et al.], Social developments in the European Union 2007 : ninth annual report
Brussel : ETUI-REHS, 2008. 288 p.
Jaarrapport over de sociale ontwikkelingen in Europa. Bevat de volgende bijdragen: The fundamental injustice of climate change; Governance for sustainable development; The need for capital regulation in Europe; New frontiers of trade unionism; Economic Partnership Agreements (EPAs): redefining relations between the EU and the ACP countries; Asylum and immigration: how consistent are the EU's policies?; Flexicurity: the new cure for Europe' s labour market problems?; Sectoral social dialogue: a review of the past three years; The full opening of postal services to competition: a fool's bargain?; How can trade union rights and economic freedoms be reconciled in the EU? The Laval and Viking cases; Future prospects: a paradigm shift; Chronology 2007. Key events in social policy. (B27537)
- Europese Cie; Eurostat, The social situation in the European Union 2007
Luxemburg : EG, 2008.
Het rapport beschrijft de belangrijkste sociale ontwikkelingen. De nadruk ligt dit keer op twee onderwerpen: 1. Inkomensongelijkheid, lage inkomens en de levensstandaard in de EU; 2. Vraagstukken m.b.t. gelijke kansen. Het tweede deel van het rapport bevat 18 door Eurostat opgestelde statistische portretten over: De economische situatie; Demografie, huishoudens en familie; Vergrijzing en bevolking; Internationale migratie en asiel; Onderwijs en onderwijsresultaten; Een leven lang leren; Werkgelegenheid; Werkloosheid; Uitgaven aan arbeidsmarktbeleid; Uitgaven en inkomsten sociale zekerheid; Sociale uitkeringen; Inkomensverdeling; Huishoudens met een laag inkomen; Werklozen en werkende armen; Vrouwen en mannen in besluitvorming; Inkomens van mannen en vrouwen; Gezondheid en levensverwachting; Aan ongevallen en aan het werk gerelateerde gezondheidsproblemen. (B27404)
- Europese Cie, Joint report on social protection and social inclusion 2008 : social inclusion, pensions, healthcare and long-term care
Luxemburg : EG, 2008.
Verslag sociale bescherming en sociale integratie 2008. De editie 2008 gaat onder meer in op armoede onder en sociale uitsluiting van kinderen, financiering van sociale zekerheid, arbeidsparticipatie van ouderen en het bevorderen van een langer beroepsleven, flexibilisering van de pensioenleeftijd, het veilig stellen van particuliere pensioenvoorzieningen, ongelijkheid in de gezondheidstoestand, de toegang tot de gezondheidszorg en de langdurige zorg. Tot slot wordt ingegaan op de bijdragen van de structuurfondsen aan de open coördinatiemethode (OCM) voor de periode 2007-2013. De OCM helpt bij het bevorderen van een gemeenschappelijk begrip van de prioriteiten voor het sociale beleid. (B27088)
- Europese Cie, Corporate social responsibility : national public policies in the European union
Luxemburg : EG, 2007.
Het beleid binnen de lidstaten op het gebied van sociale verantwoordelijkheid wordt tegen het licht gehouden. Het overheidsbeleid ontwikkelt zich flexibel en innovatief met het oog op de huidige uitdagingen. Ook de bijdragen van nieuwe lidstaten zijn belangrijk. Overeenkomsten en verschillen worden vergeleken. (B26732)
- CEPS; Begg, I.; Draxler, J.; Mortensen, J.; Europese Cie, Is social Europe fit for globalisation? : a study of the social impact of globalisation in the European Union
Brussel : EG, 2008.
Deze studie onderzoekt de sociale gevolgen van de globalisering voor de economieën van de EU en de uitdagingen die zich voordoen. Allereerst wordt gekeken naar de conceptuele achtergrond, dan biedt het een uitgebreide analyse van de verschillende facetten van de globalisering en haar sociale dimensie. Voorts worden aspecten van beleid besproken. De belangrijkste boodschap in de studie is dat de EU als geheel baat zal hebben bij de globalisering, maar dat deze winst niet gelijkmatig wordt verdeeld over individuen, regio's en landen. Evenmin zal succes automatisch tot stand komen, maar zal in plaats daarvan afhangen van succesvolle aanpassing en goed-geoordeelde beleidsreacties. In het bijzonder zal de EU een evenwicht moeten vinden tussen haar inspanningen ter bevordering van het concurrentievermogen en de transformatie van de economie door de vaststelling en uitvoering van beleid dat het aanpassingsproces soepel laat verlopen en voldoende bescherming biedt aan hen die kwetsbaar zijn voor de veranderingen en onzekerheden die de globalisering zal brengen. (B26723)
- Pelkmans, J., How social is European integration?
Brugge : College of Europe, 2007.
BEEP briefing, nr. 18
De sociale dimensie van de interne markt is nogal fundamenteel aangevallen. Er wordt herhaaldelijk geroepen om een meer sociaal Europa. Getuige de gepolariseerde debatten over de dienstenrichtlijn, onrust over het vrije verkeer van werknemers en de neo-liberale agenda in Brussel. Analytische benadering van deze onderwerpen en mogelijke gevolgen. De analyse komt tot een heel andere uitkomst dan de negatieve kleur in de debatten. Er is niets asociaals over de interne markt of over de EU. Dit wordt hierna nader uitgelegd en verdiept. (B26388)
- Giddens, A., Europe in the global age
Camebridge ; Polity Press, 2007.
De afgelopen jaren is het sociaal model in veel Europese lidstaten onder druk komen te staan - onder meer omdat de werkloosheid hoog blijft. Dit heeft geresulteerd in spanningen, wat uitmondde in de verwerping van de Europese grondwet. Hervorming van het sociaal model is derhalve noodzakelijk. Deze hervorming moet hand in hand gaan met de zoektocht naar herstel van economische groei. De slecht presterende Europese lidstaten hebben de afgelopen jaren kunnen leren van de lidstaten die het wel goed hebben gedaan. Maar meer radicale veranderingen zijn nodig in het licht van de invloed van globalisering, de snel veranderende culturele diversiteit en de demografische veranderingen. Giddens beargumenteert dat de traditionele welvaartsstaat moet worden heroverwogen. Verandering van leefstijl moet de kern vormen van wat 'welzijn' betekent. Milieu-aspecten moeten meer direct worden gekoppeld aan andere verplichtingen van de burgers. Deze innovaties moeten samengaan met het bevorderen van de Europese concurrentiepositie. (B25814)
- Giddens, A.; [et al.], Global Europe, social Europe
Cambridge : Polity Press, 2006.
Sociaal Europa - de verzorgingsstaat - ligt onder vuur. Hoe moeten pro- Europeanen hierop reageren? Welke toekomst is er voor het Europees sociaal model? Hoe moet Europa omgaan met de concurrende druk vanuit India, China en andere industrialiserende landen? In deze publicatie wordt antwoord gegeven op deze vragen in de volgende bijdragen: A social model for Europe; Globalization: a European perspective; East versus West? The European economic and social model after enlargement; Migrating workers and jobs: a challenge to the European social model?; The vulnerability of the European project; Social change and welfare reform; The European socioeconomic model; The European social model - gender and generational equality; Social justice reinterpreted: new frontiers for the European welfare state; A knowledge economy paradigm and its consequenses; The environment in the European social model; Immigration: a flexible framework for a plural Europe; Economic reform, further integration and enlargement: can Europe deliver?; Friends, not foes: Europan integration and national welfare states; A common social justice policy for Europe. (B25813)
- Ver. VNO-NCW, Rondje Europa : actuele onderwerpen in het kader van het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2007.
Overzicht van actuele onderwerpen in het kader van het Duits voorzitterschap van de Europese Unie van 1 januari 2007 tot 1 juli 2007, alsmede de VNO-NCW-standpunten terzake. Achtereenvolgens komen aan de orde: Toekomst van de Europese Unie; Versterking Europese concurrentiekracht; Versterking interne markt; Handelspolitiek; Mededinging; Belastingen en accijnzen; Vennootschapsrecht; Energie; Milieu; Onderzoek, ontwikkeling en onderwijs; Verkeer en vervoer; Informatiebeleid; Arbeidsmarkt en arbeidsrecht (o.a. vrij verkeer werknemers binnen de EU, immigratie van buiten de EU, Europese ondernemingsraden, Arbeidstijdenrichtlijn, coördinatie sociale zekerheid); Pensioenen (o.a. grensoverschrijdende mobiliteit pensioenen, de pensioenfondsenrichtlijn, open coördinatie inzake pensioenen, vergrijzing); Arbeidsomstandigheden; Consumentenbeleid (o.a. EU-strategie consumentenbeleid 2007-2013, small claims procedure, herziening EU consumer acquis); Criminaliteitsbeheersing. (B25508)
- Europese Cie, Industrial relations in Europe 2006
Luxemburg : EC, 2006.
Er is een ambitieus plan om economische groei en (meer) banen tot stand te brengen. Europa moet een dynamische, concurrerende en op kennis gebaseerde economie krijgen met duurzame ontwikkeling, met meer en betere banen en meer sociale cohesie. Hierbij moeten sociale partners een grotere rol gaan spelen en meer samenwerken. (B25487)
- Europese Cie, European employment and social policy : special Eurobarometer
Luxemburg : EG, 2006.
Enquête naar de opvattingen van Europeanen over de rol van de Europese Unie (EU) bij werkgelegenheid en sociale zekerheid en hun verwachtingen ten aanzien van hun vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Uit de enquête blijkt dat het merendeel van de Europeanen een positief beeld heeft van de rol van de EU op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken. Ook zeggen drie van de vier Europeanen dat de Europese Unie positieve invloed uitoefent op de toegang tot onderwijs en scholing, de schepping van nieuwe werkgelegenheid en de bestrijding van de werkloosheid. Uit de enquête komt tevens naar voren dat de overgrote meerderheid [84%] van de Europese werknemers er alle vertrouwen in heeft dat zij op korte termijn aan de slag blijven. Een even groot aantal gaat ervan uit dat een “baan voor het leven” verleden tijd is. De meeste respondenten wijzen met nadruk op het grote belang van regelmatige scholing en aanpassingsvermogen om voor nieuw werk inzetbaar te zijn. In dit verband spreekt een groot aantal waardering uit voor het Europees Sociaal Fonds, dat mensen die hun vaardigheden en vooruitzichten op de arbeidsmarkt willen verbeteren steun verleent. (B25258)
- Europese Cie, Social inclusion in Europe : implementation and update reports on 2003-2006 national action plans on social inclusion and update reports on 2004-2006 national action plans on social inclusion
Luxemburg : EG, 2006.
Dit rapport beoordeelt de vooruitgang die in de implementatie van de Open Methode van de Unie van Coördinatie op armoede en sociale insluiting wordt geboekt. Het gaat in op belangrijke prioriteiten voor beleidsactie, benadrukt manieren waarop de tenuitvoerlegging van nationale actieplannen verder zou kunnen worden verbeterd en bespreekt innovatieve benaderingen en goede praktijken van gemeenschappelijk belang voor de lidstaten. (B24903)
- European commission, Joint report on social protection and social inclusion
Luxemburg : EG, 2006.
Verdere uitwerking van de Lissabon-strategie om de sociale dimensie te versterken. Met name over de plannen en politieke uitspraken van lidstaten over sociaal beleid, pensioenen en gezondheidszorg. (B25061)
- ESVLA, Social inclusion: role of the social partners
Dublin : ESVLA, 2004.
Foundation paper, nr. 5/2004
Aandacht voor toenemende betrokkenheid van de sociale partners in zaken van sociaal beleid. Daarbij wordt vooral geput uit onderzoek van de ESVLA over de afgelopen 10 jaar. Het is nodig dat alle betrokkenen uitstijgen boven traditionele structuren naar effectieve interactie op alle niveaus in dit complexe en multi-dimensionale veld. Aandacht voor armoede, minimumloon, werkloosheid, ongelijkheid, de positie van sociale partners en sociale cohesie. (B23967)
- Adnett, N.; Hardy, S., The European social model : modernisation or evolution?
Cheltenham : Edward Elgar, 2005.
Analyse van de ontwikkeling van het Europees sociaal model. Centraal staat de vraag of het relatieve hoge niveau van de sociale zekerheid, zowel wat betreft sociale voorzieningen als de rechten van werknemers en de arbeidswetgeving, op de lange termijn op dit zelfde niveau kan worden gehandhaafd. Achtereenvolgens zijn hoofdstukken opgenomen over de ontwikkeling van het Europees sociaal model; de context van Europese wetgeving en - besluitvorming; arbeidswetgeving; ontwikkelingen op de Europese arbeidsmarkt (o.a. werkgelegenheid, lonen, sociale zekerheid, arbeidsverhoudingen); arbeidsomstandigheden; gelijke kansen; herstructurering van ondernemingen in Europa; medezeggenschap; de toekomst van het Europees sociaal model. (B23818)
- ETUI, Benchmarking working Europe 2005
Brussel : ETUI, 2005.
Deze publicatie geeft aan de hand van statistieken en korte toelichtingen een overzicht van de verschillende aspecten van arbeid in de lidstaten van de Europese Unie. Aan de orde komen: Sociaal Europa als kern van het Lissabon proces; Werkgelegenheid; Inkomens, lonen en arbeidskosten in de EU 25; Arbeidstijden; Sociale zekerheid en vergrijzing; Een leven lang leren; Medezeggenschap en de Europese ondernemingsraad; Europese sociale dialoog, Macro-economische dialoog; Buitenlandse directe investeringen. (B23666)
- SISWO; Nuys, O., Sociaal beleid met twee gezichten : Europa en de Verenigde Staten
Amsterdam : SISWO, 2004.
SISWO Cahiers Sociale Wetenschappen en Beleid, nr. 8
De houdbaarheid van het Europese sociale model staat ter discussie. Het lijkt erop dat het voornamelijk publiek gefinancierde sociale zekerheidsstelsel in de Europese Unie zijn langste tijd heeft gehad. Het daarvoor noodzakelijke financiële draagvlak is aangetast door ontgroening en vergrijzing en de aanhoudende hoge werkloosheid. Hervormingen kunnen volgens de Europese Commissie dan ook niet uitblijven. De meningen zijn verdeeld over welke kant de hervormingen moeten uitgaan. Vaak wordt naar de Verenigde Staten gekeken, als -soms afschrikwekkend - voorbeeld voor een Europees model . Dit cahier beschrijft de geschiedenis van het Amerikaans sociaal model en de verschillen en overeenkomsten met Europa. De conclusie is, dat Europa zich kan blijven onderscheiden door sociale cohesie en solidariteit, mits de Oude Wereld nieuwe eigen vormen van sociale zekerheid en participatie weet te ontwikkelen. (B23458)
- FNV, Koersbepaling Europa 2004
Amsterdam : FNV, 2004.
Het FNV beleid ten aanzien van Europa is vastgelegd in de nota 'Koersbepaling Europa 2004'. De nota gaat in op de ontwikkeling van een democratische en doorzichtige Europese Unie, de Strategie van Lissabon en de open methode van coördinatie, de uitbreiding van de EG , de interne markt en de EMU, het Europees werkgelegenheidsbeleid, een leven lang leren, de coördinatie van sociale regelingen, het Europese sociale tekort, globalisering en medezeggenschap, de Europese CAO, en de Europese vakbeweging van de toekomst. (B22563)
- RMO; [et al.], Europa als sociale ruimte : open coördinatie van sociaal beleid in de Europese Unie
Den Haag : RMO, 2004.
Advies, nr. 28
In het advies Europa als sociale ruimte verkent de RMO het Europees sociaal beleid en doet hij voorstellen om de kansen die de Europese eenwording biedt op sociaal terrein beter te benutten. Europa hoeft daarbij niet gezien te worden als een bedreiging, omdat de wijze waarop aanpassingen in de verzorgingsstaat worden aangebracht terug te voeren zijn op nationale politieke voorkeuren. Voor de ontwikkeling van Europees sociaal beleid (werkgelegenheid, sociale uitsluiting, armoede en pensioenen) wordt de open coördinatiemethode gebruikt. De lidstaten spreken gezamenlijk af welke doelen zij nastreven. Elke lidstaat werkt dit uit in een nationaal actieplan. Evaluaties van de open coördinatiemethode op het terrein van sociale uitsluiting laten een gebrek aan scherpte en focus zien. De RMO beveelt drie ontwikkelingslijnen aan, namelijk: 1. Horizontale netwerken versterken. Er moet beter gebruik worden gemaakt van maatschappelijke organisaties door ze te betrekken bij de planvorming en de evaluatie van beleid; 2. Leervermogen verhogen. Lidstaten kunnen veel leren van ervaringen in andere landen; 3. Politiseren. Het is nodig om de rol van de politiek op sleutelmomenten in het beleidsproces te versterken. De bijlagen bevat de volgende studies: Betrokkenheid bij Europa; Europeanisering van het maatschappelijk middenveld in Nederland; Lobby- en participatiestrategieën van Europese NGO's : een verkenning van mogelijkheden en praktijken; Maatwerk in Europees sociaal beleid. (B22829)
- Europese Cie; High Level Group on the future of social policy in an enlarged European Union, Report of the High Level Group on the future of social policy in an enlarged European Union
Luxemburg : EG, 2004.
Employment & social affairs
Rapport bedoeld als bijdrage ter overweging voor de sociale agenda tot 2010 van de nieuwe Europese Commissie. De publicatie gaat in op de drie belangrijkste uitdagingen voor de komende sociale agenda: uitbreiding, vergrijzing, en globalisering. De High Level Group is van mening dat de nieuwe sociale agenda moet worden ontworpen binnen de kaders van de Lissabon strategie, ondanks dat de strategie moet worden geactualiseerd. Verder definieert het rapport de belangrijkste beleidsoriëntaties, oa.: De focus van de Europese werkgelegenheidsstrategie op drie doelen: doorwerken tot op hogere leeftijd, implementatie van een leven lang leren, en economisch herstel; Hervorming van het systeem van sociale zekerheid; zorgen voor sociale insluiting; de ontwikkeling van een Europees immigratiebeleid. Tot slot wordt ingegaan op het combineren van alle Europese instrumenten om strategische doelen te bereiken. (B22874)
- Employment Taskforce; Kok, W., Jobs, jobs, jobs : creating more employment in Europe
Z.P. : Employment Taskforce, 2003.
Het rapport begint met een analyse van de uitdagingen waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd. Als belangrijkste uitdagingen worden de globalisering en economische integratie alsook de vergrijzing van de bevolking genoemd. Het rapport is opgebouwd rond vier inhoudelijke hoofdpunten, waarbij gebruik wordt gemaakt van goede voorbeelden uit individuele lidstaten om te laten zien welke maatregelen effectief zouden kunnen zijn. De eerste drie hebben betrekking op de belangrijkste terreinen waar de lidstaten beleid moeten voeren om de werkgelegenheidsgroei te bevorderen en de productiviteit te verhogen (vergroting van het aanpassingsvermogen, vergroten van het arbeidsaanbod, meer en effectiever investeren in menselijk kapitaal). Het vierde punt betreft de daadwerkelijke implementatie van hervormingen.
inclusief kabinetsreactie. (B22480)
- Europese Cie; Independent High-Level Study Group; [et al.], An agenda for a growing Europe : making the economic system deliver : report of an high-level study group established on the initiative of the President of the European Comission
Brussel : Independent High-Level Study Group, 2003.
Studie naar hoe de Europese Unie in de periode tot 2010 haar twee belangrijkste economische doelstellingen kan realiseren. Het gaat daarbij om de zogeheten Lissabon-strategie om de Unie op te stuwen tot 's werelds meest concurrerende en dynamische kenniseconomie. Het rapport is bedoeld als discussiestuk voor een naderend debat over de Europese begrotingen tussen 2007 en 2013 wanneer de unie uitgebreid zal worden tot tenminste 25 leden. Het rapport is opgesteld door een groep van zeven hoogleraren, onder leiding van André Sapir. Momenteel besteedt de Unie jaarlijks circa 40% van de totale begroting van euro 100 mrd aan landbouw. In het rapport-Sapir wordt voorgesteld het leeuwendeel van de landbouwsubsidies te schrappen. Het geld moet naar een Europees groeifonds voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling, onderwijs en opleiding en transportroutes. De groep stelt vast dat de gemiddelde economische groei in de Unie al tientallen jaren gestaag afneemt. Deze 'onbevredigende' situatie schrijft Sapir toe aan het falen van Europa om zich te transformeren in een op innovatie gebaseerde economie. Verder concludeert de groep dat de houdbaarheid van het 'Europese model', waarvan een relatief hoog niveau van sociale zekerheid een belangrijk kenmerk is, onder druk staat door de vergrijzing en de globalisering van de economie. (B21862)
- Observatoire Social Européen; [et al.], The social dimension of the changing European Union
Helsinki : Sittra, 2003.
Working paper, Sitra's publication series, publication nr. 256
Centraal staat het sociaal beleid van de Europese Unie. Het eerste deel van de publicatie is gewijd aan de uitbreiding van de EU en de gevolgen voor het sociaal beleid, de sociale dialoog en de sociale zekerheid. Deel twee gaat in op de ontwikkeling van het sociaal beleid binnen de EU en de rol die het beleid speelt in het integratieproces. Deel drie tot slot bespreekt de nieuwe vormen van EU-bestuur, de werkgelegenheidsstrategie, pensioenen, sociale uitsluiting en gezondheidszorg. (B22224)
- Pieters, D., The social security systems of the states : applying for membership of the European Union
Antwerpen : Intersentia, 2003.
Social Europe series, vol. 6
Vergelijking van de verschillende systemen van sociale zekerheid van de kandidaat lidstaten van de Europese Unie: Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Turkije. Per land wordt ingegaan op de verschillende sociale verzekeringswetten en sociale voorzieningen voor o.a. ouderen, nabestaanden, arbeidsongeschikten, en werklozen. Sociale wetgeving op het gebied van gezondheidszorg en ziektekosten, kinderbijslag en bijstand. Tevens wordt ingegaan op de financiering en mogelijkheden om in beroep te gaan. (B21754)
- Pieters, D., The social security systems of the member states of the European Union
Antwerpen : Intersentia, 2002.
Social Europe Series, nr. 1
Vergelijking van de verschillende systemen van sociale zekerheid van Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden. Per land wordt ingegaan op de verschillende sociale verzekeringswetten en sociale voorzieningen voor o.a. ouderen, nabestaanden, arbeidsongeschikten, en werklozen. Sociale wetgeving op het gebied van gezondheidszorg en ziektekosten, kinderbijslag en bijstand. Tevens wordt ingegaan op de financiering en mogelijkheden om in beroep te gaan. (B21619)
- ETUI; [et al.], Social developments in the European Union 2001 : third annual report
Brussel : ETUI, 2002.
Jaarrapport over de sociale ontwikkelingen in Europa. Aan de orde komen de Europese werkgelegenheidsstrategie; sociale dialoog en ontwikkelingen in sociale wetgeving; het beleid tegen armoede en sociale uitsluiting; pensioenen; de aandacht voor de sociale dimensie van de uitbreiding van de EU; economische dialoog; de toekomst van de Unie na het verslag van Laken. (B20946)
- Europese Cie, EU employment and social policy, 1999-2001 : jobs cohesion productivity
Luxemburg : Europese Cie, 2001.
Employment & social affairs
Rapport over de werkgelegenheid en sociaal beleid in de EU. Met bijdragen over de Europese werkgelegenheidsstrategie; de wisselwerking tussen economisch, werkgelegenheids- en sociaal beleid; het verbeteren van de toegang tot de arbeidsmarkt voor kansarme groepen; mobiliteit en nieuwe Europese arbeidsmarkten; banen in de informatiemaatschappij; de sociale dialoog; gelijke behandeling; moderne en betaalbare sociale zekerheid; de voorbereiding op de uitbreiding van de EU. (B20026)
- Daly, M.; [et al.], Toegang tot sociale rechten in Europa : aangenomen door het Europees Comité voor Sociale Cohesie (CECS) tijdens zijn 8ste vergadering (Straatsburg, 28-3- mei 2002)
Brussel : Min. van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, 2003.
De Raad van Europa is ervan overtuigd dat een betere toegang tot sociale rechten essentieel is om armoede en sociale uitsluiting tegen te gaan en om sociale cohesie te bevorderen. Dit is de reden waarom een betere toegang tot sociale rechten een basiselement is van de Strategie voor Sociale Cohesie die door het Comité van Ministers van de Raad van Europa werd goedgekeurd. Het rapport over Toegang tot Sociale Rechten in Europa is in hoofdzaak gebaseerd op de resultaten van de activiteiten inzake toegang tot arbeid, sociale bescherming en huisvesting, alsook op het werk dat in dit verband werd uitgevoerd binnen de Raad van Europa met betrekking tot gezondheid en onderwijs. Het rapport geeft aan waarom sociale rechten in Europa zo relevant zijn en beklemtoont de noodzaak van duurzame ontwikkeling op basis van de mensenrechten, waar ook de wettelijke instrumenten en de activiteiten van de Raad van Europa zich op richten. Het rapport analyseert de obstakels die toegang tot sociale rechten in tal van domeinen hinderen en reikt beleidsrichtlijnen aan die de verschillende beleidsdomeinen overstijgen en erop gericht zijn om de toegang tot sociale rechten te vergemakkelijken. (B22978)
- Kleinman, M., A European welfare state? : European Union social policy in context
Basingstoke : Palgrave, 2002.
Besproken wordt in hoeverre de Europese Unie een Europese welvaartsstaat creëert. Allereerst wordt gekeken naar de verschillende types van welvaartsstaat in Europa en wordt gekeken in welke mate er een Europees sociaal model bestaat. Vervolgens wordt ingegaan op de invloed van globalisering in het algemeen, en van de Europese integratie in het bijzonder, op het vermogen van overheden om aan de behoeften van burgers aan welvaart te kunnen voldoen. Voorts wordt ingegaan op vragen als: waarom is de Europese werkloosheid zo hoog?; hoe kunnen overheden armoede verminderen en sociale betrokkenheid bevorderen?; Is er een zwaartepunt voor het concept van Europees burgerschap. (B20064)
- Eurostat; Europese Cie, De sociale situatie in de Europese Unie : in kort bestek
Luxemburg : EG, 2002.
Verslag over de sociale situatie in de EU. Het rapport geeft een overzicht van de belangrijkste sociale ontwikkelingen aan de hand van de meest recente feiten en cijfers op Europees niveau. Bevat verder een korte analyse van de ontwikkelingen in de uitgaven voor de sociale bescherming in de afgelopen tien jaar. Tenslotte gaat het nader in op de geografische mobiliteit, het speciale thema van dit jaar, en op de wisselwerking tussen de verschillende vormen van mobiliteit, van forenzenverkeer tot migratie, en de sociale structuur van de Europese samenleving. (B20640)
- Muffels, R. J. A.; [et al.], Social exclusion in European welfare states
Cheltenham : Edward Elgar, 2002.
Centraal staan de onderlinge relaties in de driehoek economische prestaties, arbeidsmarktprestaties, en sociale uitsluiting. Deze publicatie onderzoekt de rol en de resultaten die de verzorgingsstaten hebben behaald bij de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting en het stimuleren van de arbeidsmarkt en het bevorderen van sociale integratie. De publicatie bestaat uit drie delen: Het eerste deel handelt over de arbeidsmarkt en bevat de volgende bijdragen: Macroeconomic factors, policies and the development of social exclusion; Employment regimes and labour market attachment: evidence from the ECHP; Flexibilisation of labour markets: does it resolve long-term unemployment? Finland, Germany and the UK compared; The proliferation of part-time work, family employment and household income security. Deel twee over armoede en sociale uitsluiting bevat de volgende bijdragen: Identifying population groups at high risk of social exclusion: evidence from the ECHP; The nature of social exclusion - spiral of precariousness or statistical category?; Income and deprivation approaches to the measurement of poverty in the European Union; Do European welfare regimes matter in explaining social exclusion?; Deel drie 'Lessen voor het Europees sociaal beleid' bevat de volgende titels: How well do European employment regimes manage social exclusion; Employability and social exclusion : a capabilities approach; Workfare and social exclusion - evidence form the recent welfare reform in the USA; Conclusions: Social exclusion at the crossroads of EU employment and inclusion policies. (B21071)
- Europese Cie, Promoting a European framework for corporate social responsibility
Luxemburg : EG, 2001.
Publicatie gebaseerd op COM(2001) 366 def. : groenboek : de bevordering van een Europees kader voor de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven. Het groenboek wil een aanzet geven tot een debat over de mogelijkheden die de Europese Unie heeft om verantwoord ondernemen in Europa en op internationaal niveau te promoten. (B19829)
- Min. SZW; NEI; Moor, I.; Vossen, I.; Arents, M., Benefit dependency ratios by gender : an international comparison : final report
Rotterdam : NEI, 2002.
Het rapport bevat de actualisatie van de i/a-ratio’s met cijfers voor 1999. In het rapport wordt het aantal socialezekerheidsuitkeringen vergeleken met het aantal voltijdbanen in de landen Denemarken, Oostenrijk, België, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland, Zweden, de Verenigde Staten, Spanje, Frankrijk en Japan. In Nederland is de verhouding tussen vrouwen met een socialezekerheidsuitkering en werkende vrouwen verbeterd van 61,3 procent in 1994 tot 50,2 procent in 1999. Voor mannen zag de ratio een vooruitgang van 34,3 naar 22,2 procent. Meer dan de helft van de socialezekerheidsuitkeringen bestond voor vrouwen uit een ziekte- of
arbeidsongeschiktheidsuitkering, namelijk ongeveer 60 procent in 1999. In Nederland nam het ziekteverzuim onder werkende vrouwen toe van 9,3 procent in 1994 tot 12,0 procent in 1999. Vergeleken met andere landen werken relatief veel vrouwen in Nederland, vaak in een deeltijdbaan. In 1999 werkten alle Nederlandse vrouwen met een deeltijdbaan samen ongeveer evenveel uren als alle vrouwen met een voltijdbaan. In geen van de onderzochte landen legt deeltijdarbeid zo’n groot gewicht in de schaal. (B20584)