Literatuurlijst Financiële Dienstverlening
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel, Verloren krediet II : de balans opgemaakt : parlementaire enquête financieel stelsel : verslagen openbare verhoren deel C
Den Haag : SDU, 2012. p. 1257-1883
Verslagen openbare verhoren bij het eindrapport van de Commissie De Wit van de parlementaire enquête naar de overheidsmaatregelen tijdens de kredietcrisis van 2008.
Tweede Kamer der Staten Generaal, K31980, nr. 62 (B30830)
- Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel, Verloren krediet II : de balans opgemaakt : parlementaire enquête financieel stelsel : verslagen openbare verhoren deel B
Den Haag : SDU, 2012. p. 619-1255
Verslagen openbare verhoren bij het eindrapport van de Commissie De Wit van de parlementaire enquête naar de overheidsmaatregelen tijdens de kredietcrisis van 2008.
Tweede Kamer der Staten Generaal, K31980, nr. 62 (B30829)
- Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel, Verloren krediet II : de balans opgemaakt : parlementaire enquête financieel stelsel : verslagen openbare verhoren deel A
Den Haag : SDU, 2012. 618 p.
Verslagen openbare verhoren bij het eindrapport van de Commissie De Wit van de parlementaire enquête naar de overheidsmaatregelen tijdens de kredietcrisis van 2008.
Tweede Kamer der Staten Generaal, K31980, nr. 62 (B30828)
- Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel, Verloren krediet II : de balans opgemaakt : parlementaire enquête financieel stelsel : eindrapport
Den Haag : SDU, 2012. 709 p.
Eindrapport van de Commissie De Wit van de parlementaire enquête naar de overheidsmaatregelen tijdens de kredietcrisis van 2008.
Tweede Kamer der Staten Generaal, K31980, nr. 60-61. (B30827)
- CPB; Bijlsma, M.; Zwart, G.; Boone, J., Competition for traders and risk
Den Haag : CPB, 2012. 22 p.
Discussion Paper, nr. 204
De financiële crisis is gedeeltelijk toegeschreven aan perverse prikkels van handelaren bij banken. Dit heeft beleidsmakers ertoe aangezet om regulering voor te stellen van de beloningspakketten die banken aanbieden. In de paper wordt uitgelegd waarom verkeerde prikkels voor handelaren niet volledig gecorrigeerd kunnen worden door alleen de beloning van het management van banken te reguleren en waarom directe interventie in de beloningspakketten van handelaren nodig is. (B30690)
- EIB; Hoek, T. van; Koning, M., Situatie op de Nederlandse hypotheekmarkt : gevolgen voor de woningmarkt
Amsterdam : EIB, 2012. 48 p.
In welke mate worden starters beperkt in hun mogelijkheden om toe te treden tot de woningmarkt? Wat is hierbij de invloed van de aangescherpte kredietnormen op de leencapaciteit? Hoe kan het beleid worden beoordeeld vanuit het perspectief van risicobeheersing en risicoselectie? Zal beperking van de hypotheekrenteaftrek de dynamiek op de woningmarkt verbeteren en bijdragen om overcreditering te beperken? Worden woonconsumenten te hoge hypotheekrentes in rekening gebracht? Wat is hier de rol van de banken en hoe kunnen de pensioenfondsen een grotere rol gaan spelen op de Nederlandse hypotheekmarkt? Zijn er aangrijpingspunten voor beleid om de hypotheekmarkt beter te laten functioneren richting de woningmarkt en kunnen risico’s hierbij goed worden beheerst? Deze vragen staan centraal in de ‘Situatie op de Nederlandse hypotheekmarkt'. (B30672)
- Janssen, R., Wellink aan het woord
Amsterdam : De Bezige Bij, 2011. 317 p.
Nout Wellink waarschuwt dat het eurostelsel uit elkaar valt als Europa op korte termijn geen verdergaande stappen zet om de monetaire unie te versterken. Hij is beducht voor een bankroet van Griekenland en andere landen. Dit zegt Wellink in de geactualiseerde editie van Wellink aan het woord. Voor het eerst sinds zijn afscheid als president van De Nederlandsche Bank spreekt hij zich openhartig uit over de eurocrisis. Wellink levert ongezouten kritiek op het mismanagement van de crisis door de Europese overheden en op het geschipper van het Nederlandse kabinet, dat hij een verkapte oproep tot een run op het Griekse bankwezen verwijt. Vervolgens in acht indringende gesprekken over de nationalisatie van Fortis en ABN Amro, Icesave, DSB, de Europese Centrale Bank en het Bazels Comité deed Wellink zijn verhaal aan financieel-economisch journalist Roel Janssen, die het met oog voor detail optekende. Openhartig geeft de voormalige president van De Nederlandsche Bank zijn mening, vertelt hij wat er achter de schermen gebeurde en verklaart hij het gevoerde beleid. Deze geactualiseerde editie bevat een nieuw hoofdstuk over de eurocrisis. (B30437)
- CPB; Antony, J.; Broer, P., Linkages between the financial and the real sector of the economy : a literature survey
Den Haag : CPB, 2010. 114 p.
CPB document, nr. 216
Dit document biedt een overzicht van de literatuur over de interactie tussen de financiële markten en de reële economie. Het richt zich op transmissiekanalen die van belang zijn in het licht van de financiële crisis. Belangrijke kanalen, die samenhangen met de balansen van banken en bedrijven zijn de financiële accelerator en het ‘bank lending channel.’ Besproken wordt het belang van deze kanalen in het licht van de bestaande empirische kennis en geprobeerd wordt het kwantitatieve belang van deze kanalen te destilleren uit de literatuur. Het blijkt dat beide kanalen een belangrijke rol hebben gespeeld in de nasleep van de financiële crisis. Daarnaast wordt de rol van handelskredieten bij de ineenstorting van de wereldhandel in 2008-2009 als gevolg van de crisis besproken. Het blijkt dat weliswaar handelskredieten belangrijk zijn voor de internationale handel, maar dat het nog niet mogelijk is duidelijke conclusies te trekken over de rol die deze kredieten hebben gespeeld bij de teruggang van de wereldhandel. Rendementsrisico’s nemen sterk toe aan het begin van een financiële crisis. De kanalen waarlangs deze risico’s de reële economie beïnvloeden, worden besproken. Het blijkt dat er zowel theoretische als empirische argumenten zijn waarom de toegenomen rendementsrisico’s het herstel vertragen. (B29372)
- CBS; Bie, R. J. van der, Assurantiejaarboek 2009
Deventer : Kluwer, 2009. 91 p.
Het Assurantiejaarboek 2009 biedt informatie over de plaats van de verzekeringsbranche in de Nederlandse economie, over het aantal verzekeringsbedrijven, de bedrijfsresultaten van de verzekeraars en de premiestromen van het particuliere verzekeringsbedrijf. Het boek verschaft ook informatie over zaken die voor een oriëntatie op de verzekeringsmarkt onontbeerlijk zijn, zoals over inkomens en consumptie, over de omvang en ontwikkeling van de bevolking, en van schadegebeurtenissen. (B27986)
- DNB, The Dutch financial system : an investigation of current and future trends
Amsterdam ; DNB, 2009. 57 p
Dit rapport brengt de veranderende omgeving waarin Nederlandse financiële spelers zich moeten positioneren in kaart. Met ondersteuning van een extern organisatie adviesbureau heeft DNB de belangrijkste ontwikkelingen per onderdeel van de financiële sector ('business lines', zoals retail banking, corporate banking, investment banking, levensverzekeren, schadeverzekeren, vermogensbeheer en pensioenfondsen) geïnventariseerd. Ook is gekeken welke combinaties van business lines synergievoordelen opleveren. Het samenvoegen van verschillende typen bancaire activiteiten in één concern (universele bank) blijft een aantrekkelijk bedrijfsmodel. Ten slotte gaat het rapport in op de mogelijkheden tot groei van financiële instellingen. (B27976)
- DNB, Het Nederlandse financiële stelsel : een onderzoek naar huidige en toekomstige trends
Amsterdam : DNB, 2009. 85 p.
Nederlandse vertaling van B 27976 The Dutch financial system : an investigation of current and future trends (B27977)
- Kragt, J., De kredietcrisis : de implosie op de financiële markten van binnenuit bekeken
Delft : Eburon, 2008. 188 p.
De opbouw van de kredietcrisis en de financiële producten die hierin een rol spelen worden
verklaard. Het boek beschrijft de geldstromen, de mechanismen en de haperingen daarin die deze
kredietcrisis hebben veroorzaakt. De belangrijkste partijen en financiële instrumenten komen
daarbij aan bod, in een opbouw die een voor dit doel volledig overzicht geeft van het financiële
systeem. Aan de orde komen de Amerikaanse hypotheekmarkt en het uitpersen van rendement door
instrumenten met hefboomwerking (B26969)
- Borgesius, J., Economisch ordeningsrecht en verzekeringsbedrijf : overheidsbeleid op basis van het ontwerp van wet op het financieel toezicht, de Wet financiële dienstverlening, de Zorgverzekeringswet en EG-richtlijnen voor financiële dienstenmarkten, getoetst aan het marktbeginsel (artikel 4 EG) : rede
Groningen : Europa Law Publishing, 2005.
Oratie uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in het recht van de economische ordening aan de RU Groningen 7 december 2004. In deze rede worden de achtergronden van het marktrecht voor financiële instellingen, en met name voor het verzekeringsbedrijf, belicht. Welke ruimte laat het marktrecht aan de overheid bij haar beleid? Diverse richtlijnen passeren de revue. Het Actieplan voor financiële markten van Eurocommissaris Bolkestein, en met name de Richtlijn inzake verkoop op afstand van financiële diensten en de Richtlijn verzekeringsbemiddeling, worden besproken. Vervolgens wordt de dynamiek van het marktrecht voor de financiële dienstensector in Nederland belicht. Na een algemene inleiding over branchevervaging en ‘kanteling’ van toezicht, met als onderwerpen: de strijd tegen het ‘witwassen’ van gelden die uit criminele activiteiten afkomstig zijn, integriteit op financiële markten, informatieverstrekking aan afnemers van financiële diensten en toezicht op financiële conglomeraten, wordt een globaal onderzoek ingesteld naar de positie van het marktbeginsel in het ontwerp van Wet op het financieel toezicht, in de Wet financiële dienstverlening en in de Zorgverzekeringswet. (B24553)
- Min. EZ; Stratix Consulting; Innopay Rebelgroup, Analyse van kansen betalen via nieuwe media
Den Haag : Min. EZ, 2005.
In het project "Betalen via Nieuwe Media" hebben marktpartijen samen met een projectteam de kansen voor het betalen via Internet en de mobiele telefoon onderzocht. Uit het onderzoek komt naar voren dat nieuwe instrumenten voor betalingen via deze media voordelen voor marktpartijen op kunnen leveren. Dergelijke instrumenten kunnen niet alleen nieuwe afzetkanalen creëren voor bestaande producten en diensten, maar ook geheel nieuwe diensten mogelijk maken. Wel zijn er nog bottlenecks voor een succesvolle implementatie te identificeren. Om nieuwe betaalinstrumenten succesvol te implementeren zullen marktpartijen samen moeten werken. Voor de vorm van die samenwerking zijn verschillende opties mogelijk, waarbij banken, mobiele operators, en aanbieders van alternatieve betaalinstrumenten in diverse combinaties met elkaar kunnen werken. Het rapport beschrijft de meest reële opties, en analyseert de gevolgen voor diverse spelers. (B23834)
- Berg, J. E. van den; Looze, M. L. de, Wetteksten financiële dienstverlening 2005
Deventer : Kluwer, 2005.
Bundel met de meest relevante onderdelen uit de Nederlandse wetgeving m.b.t. financiële dienstverlening. Achtereenvolgens zijn drie delen opgenomen: - Burgerlijk Wetboek en aanverwante wetten; Belastingwetten ( inkomstenbelasting, loonbelasting, vennootschapsbelasting, dividendbelasting, successiewet, belastingen van het rechtsverkeer, invorderingswet, waardering onroerende zaken); Sociale zekerheid en Toekomstvoorzieningen (AOW, Anw, Wet arbeid en zorg, Ziektewet, Ziekenfondswet, Akw, Wajong, WAO, WW, Pensioen- en spaarfondsenwet, Regelen verzekeringsovereenkomsten pensioen- en spaarfondsenwet, wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Ook de voorlopige tekst van de Wet financiële dienstverlening (Wfd) is opgenomen. (B23598)
- Giesen, I., Toezicht en aansprakelijkheid : een rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging voor de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van toezichthouders ten opzichte van derden
Deventer : Kluwer, 2005.
Recht en praktijk, nr. 132
Het toezicht en de toezichthouders staan in Nederland op dit moment sterk in de belangstelling. Tot op heden is er echter minder aandacht voor de eventuele civielrechtelijke aansprakelijkheid van die toezichthouders. Deze (rechtsvergelijkende) studie beoogt die aansprakelijkheid nader te belichten. Daarbij staat centraal de vraag welke argumenten er voor of tegen aansprakelijkheid van toezichthouders aangevoerd worden of zouden kunnen worden en of het huidige systeem van aansprakelijkheid voldoet. In dat kader passeren diverse vragen van toezicht en aansprakelijkheid de revue, zoals: Wat is toezicht eigenlijk en wie zijn er dan toezichthouder, en wat is het doel en de ratio van toezicht? Daarnaast wordt aandacht besteed aan: de (afgeleide) aansprakelijkheid van de zijdelingse dader, de aansprakelijkheid wegens een nalaten, de invloed van het bestuursrecht en de positie van de overheid, de grondslag voor de aansprakelijkheid en de (invulling van de) zorgvuldigheidsnorm, de relativiteit, de causaliteit en de eventuele eigen schuld, aan mogelijke vrijwaringen en aan het proces- en bewijsrecht, inclusief de 'omkeringsregel'. In de slotbeschouwing worden de diverse resultaten op een rij gezet en wordt besproken in hoeverre het geldende systeem van Nederlands aansprakelijkheidsrecht voldoet als het gaat om de bepaling van de aansprakelijkheid van toezichthouders. (B23523)
- Brandt, M.; Meinders, R.; Verzekeringsblad, Gevolmachtigd assurantiebedrijf, een bedrijf apart! : voor- en nadelen van een volmacht realistisch op een rij
Deventer : Kluwer, 2004.
Ondernemen in de financiële dienstverlening
Wat zijn de overwegingen die worden gemaakt bij het opstarten van een volmachtbedrijf, of wat zouden die overwegingen moeten zijn? Een volmachtrelatie tussen een verzekeraar en een gevolmachtigd assurantiebedrijf is het meest vergaande bewijs van onderling vertrouwen. Daarnaast spelen actuele thema's, zoals ketenintegratie, de Wet Financiële dienstverlening (Wfd), verdergaande regelgeving van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) en de Kwaliteitsnormering van de NVGA (Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantiebedrijven) een rol in de afweging wat de toegevoegde waarde van een volmachtbedrijf voor een onderneming is. (B23492)
- EIM; [et al.], Ondernemen in de diensten 2004
Zoetermeer : EIM, 2004.
Sectorscoop
De rapportage schetst een beeld van de dienstensector in Nederland. Deel I van deze sectorscoop spitst zich toe op een aantal centrale onderwerpen en geeft inzicht in de structuur van de Nederlandse dienstensector. Dit deel geeft een beschrijving van de kenmerken en de classificatie van deze sector. Vervolgens worden de kerngegevens van de dienstensector en het belang daarvan binnen de Nederlandse economie belicht. Vervolgens worden kerngegevens, trends en prognoses voor de jaren 2003 en 2004 gegeven voor de subsectoren: de financiële diensten, de zakelijke diensten, de onderhouds- en reparatiediensten, de toeristisch-recreatieve diensten, de persoonlijke diensten, de transportdiensten en de communicatiediensten. Tegen de achtergrond van de huidige laagconjunctuur wordt in deel II van dit rapport ingegaan op de strategieën die het MKB en de dienstensector hanteren als preventie voor, of in reactie op de bezuinigingsoperaties van consumenten. (B22430)
- Schilperoort, W. O.; NIBE-SVV, De consument op de financiële markten : een overzicht en analyse van consumentenwaarborgen in de financiële sector
Amsterdam : NIBE-SVV, 2003.
Financiële & Monetaire studies, 21 (2002-2003) 3
Deze studie gaat in op de redenen voor consumentenbescherming en het spanningsveld tussen zelfregulering en regelgeving dat daarbij bestaat. De toenemende consumentenbescherming in de financiële sector wordt gerelateerd aan de economische literatuur, politieke factoren en structurele ontwikkeling op de financiële markten. Aan de hand van vijf actuele onderwerpen wordt een beeld geschetst van de drijfveren achter consumentenwaarborgen. Deze vijf onderwerpen zijn: garantieregelingen, de financiële bijsluiter, terrorismeverzekering, bemiddeling in financiële diensten en het betalingsverkeer. De situatie wordt vergeleken met die in de andere lidstaten van de Europese Unie. (B22092)
- Ver. voor Bestuursrecht; [et al.], Toezicht op markten
Den Haag : Boom Juridische uitgevers, 2003.
VAR-reeks, nr. 130
In deze preadviezen wordt het thema 'toezicht op markten' besproken in het kader van het algemene publiekrecht en vanuit twee verschillende invalshoeken en met twee verschillende benaderingen. Het preadvies 'Marktautoriteiten' zoekt in de breedte een vergelijking tussen verschillende financiële en economische toezichthouders. Het is gericht op een wederzijdse verzoening tussen het marktgerichte overheidsbestuur en het algemene publiekrecht. Het preadvies 'Het verschil tussen duivenhokken en telecommunicatie' gaat in de diepte van één bijzonder rechtsgebied, het telecommunicatierecht. Centraal staan de bestuurs(proces)rechtelijke obstakels bij het toezicht op de telecommunicatiemarkt. (B21634)
- SEO; [et al.], Toegang van consumenten tot financiële diensten
Amsterdam : SEO, 2002.
SEO-rapport, nr. 636
Bepaalde groepen consumenten ondervinden belemmeringen in de toegang tot de financiële diensten. Het betreft ondermeer mensen met een verhoogd medisch risico, mensen met een laag inkomen, dak- en thuislozen en geïsoleerd levende ouderen. Zij hebben moeite met bijvoorbeeld het afsluiten van verzekeringen of het afsluiten van leningen. Ook de fysieke toegang tot financiële diensten kan voor deze groepen een probleem zijn. In opdracht van het ministerie van Financiën is onderzoek gedaan naar de mate en in welke branche kwetsbare groepen hinder ondervinden van het acceptatiebeleid van financiële instellingen in Nederland, en wat de rechtvaardiging daarvan is en hoe eventuele drempels kunnen worden weggenomen? Het onderzoek behelst een inventarisatie naar de omvang en ontwikkeling van de problematiek. Vervolgens wordt gekeken naar de rechtvaardigheidsgronden van de beperking van de toegang tot financiële diensten door de aanbieders. Ten slotte wordt onderzocht op welke manier de toegang tot financiële diensten kan worden verruimd. Uit het onderzoek blijkt dat de toegankelijkheid in het algemeen goed is. Knelpunten die er zijn, worden grotendeels ondervangen door lopende (wets)trajecten. (B21513)
- Min. EZ; KPMG Bureau voor Economische Argumentatie, De markt voor bemiddeling in financiële diensten : CMT met oorzaakanalyse : eindrapportage
Hoofddorp : KPMG BEA, 2002.
KPMG BEA heeft in opdracht van het ministerie van EZ voor vijf risicovolle markten de consumentenontevredenheid in kaart gebracht met behulp van de ConsumentenMarktToets (CMT). Deze rapportage gaat in op de markt voor bemiddeling financiële diensten. Door middel van een enquête (CMT) wordt onder consumenten inzicht verkregen in de mate van ontevredenheid over de markt voor bemiddeling financiële diensten, én op welke aspecten van de markt de ontevredenheid zich dan in het bijzonder richt. Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit het verklaren van de ontevredenheid uit de kenmerken van de markt in het algemeen en uit de structuur en werking van de markt in het bijzonder. (B21215)
- Raad van Financiële Toezichthouders, Tussenpersonen in de financiële sector : rapport inzake een toezichtstructuur en regulerend kader voor bemiddelingsactiviteiten in de financiële sector
Z.P. : RFT, 2001.
De Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) heeft aanbevelingen geformuleerd voor een toezichtstructuur en regelgevend kader inzake tussenpersonen die actief zijn in de financiële sector. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de resultaten van een onderzoek door het onderzoeksbureau van de Vrije Universiteit (ESI-VU) waarbij de marktordening van tussenpersonen in kaart is gebracht, op eigen expertise en aan de hand van een inventarisatie van incidenten en risico’s. De Raad beveelt in het rapport de volgende toezichtstructuur en regulerend kader aan: introductie van een duaal stelsel, waarin een tussenpersonen hetzij op basis van een vergunning zelfstandig mag bemiddelen in financiële producten, hetzij onder verantwoording van de onder toezicht staande financiële instelling bemiddelingsactiviteiten verricht; een registratie van alle tussenpersonen (zelfstandige tussenpersonen en bemiddeling door of onder verantwoordelijkheid van een onder toezicht staande aanbieder) in één centraal register; ten aanzien van bemiddelingsactiviteiten minimumeisen stellen aan deskundigheid, integriteit, transparantie en klachtafhandeling; de financiële bijsluiter-plicht opleggen aan tussenpersonen die bemiddelen bij de afzet van complexe producten dan wel deze zelf creëren; introductie van een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor tussenpersonen; realiseren dat de consument van zijn betalingsverplichting jegens de aanbieder is gekweten zodra hij aan de tussenpersoon heeft betaald en realiseren dat de aanbieder verantwoordelijk is voor enige uitbetaling aan de consument via een tussenpersoon; voor aanbieders een meldplicht introduceren inzake incidenten waarbij tussenpersonen betrokken zijn; een toezichtstructuur opzetten die minimaal borgt dat er wordt 'getoetst aan de poort' en er op basis van incidenten repressief wordt opgetreden. (B20360)
- Oostwouder, W. J.; [et al.], Veranderend toezicht
Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 2002.
O&F Onderneming & Financiering, nr. 52
Special over het toezicht in de financiële sector. Opgenomen zijn de volgende artikelen: W.J. Oostwouder, De race naar één Europese financiële markt: sprint, marathon of slakkengang? (Over de voortgang van het Financial Services Action Plan; M.A. Donker en H.M. Prast, Bankwezen en toezicht in Nederland van 1814 tot heden; M.J. Bloot, Nieuwe taken van de Autoriteit Financiële Markten (Autoriteit FM); G.P. Roth, De relevantie van de Algemene wet bestuursrecht voor het effectenrecht; C.W.M. Lieverse, Aspecten van geschillenbeslechting door de Klachtencommissie DSI; M. van Schuppen, Meldingsverplichtingen in een veranderend toezicht (over openheid versus privacy); D.R. Doorenbos, Voorwetenschap en Koersmanipulatie (over het voorstel voor de Richtlijn marktmisbruik; A.E. den Tex, De financiële bijsluiter; A.N. Krol, Financieringsmaatschappijen (over de nieuwe vrijstellingsregeling voor financieringsmaatschappijen; J.B.A. Hoyinck, Veranderend toezicht vanuit werknemersperspectief (over het toezicht op de naleving van de Fusiegedragsregels); K.L.H. van Mens, en M. Bouallouch, De Wet MOT: meldplicht voor vrije beroepsbeoefenaren. (B20974)
- Pennink, J.; Verzekeringsblad, De nieuwe Wabb in (uw) bedrijf : vrije beloningsstructuur door nieuwe Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
Deventer : Kluwer, 2000.
Ondernemen in de financiële dienstverlening, nr. 3
De publicatie gaat in op de praktische consequenties van de afschaffing van het begunstigingsverbod. Naast voor de ondernemer praktische invalshoeken wordt er ook aandacht besteed aan het historisch kader van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) en de voorganger ervan, de Wet Assurantiebemiddeling (Wab). Vervolgens wordt ingegaan op de nieuwe Wet assurantiebemiddelingsbedrijf 2000 en de MDW-operatie. In het laatste hoofdstuk volgt een bespreking van de strategische gevolgen van de bedrijfsvoering van assurantiekantoren en andere financiële dienstverleners. De bijlagen bevatten onder meer de teksten van de nieuwe Wet assurantiebemiddelingsbedrijf en de Gedragscode Retourprovisie. (B20043)
- Min. Financiën; Min. EZ; CentER Applied Research, Marktwerking en concurrentie in het assurantietussenpersonenkanaal : rapportage tweede meting (2001) en vergelijking met nulmeting (2000)
Den Haag : Min. Fin., 2001.
Evaluatie-onderzoek naar de gevolgen van de afschaffing per 1 januari 2000 van het begunstigingsverbod ex artikel 16 van de Wabb. Centraal in het onderzoek staan de marktwerking en concurrentie in het assurantietussenpersonenkanaal en de markteffecten van de afschaffing van het verbod voor tussenpersonen om aan hun cliënten retourprovisie te verlenen. Het door CentER opgestelde rapport gaat o.a. in op de structuur van de distributie van verzekeringen in Nederland en in het buitenland; de mate van differentiatie in prijs en dienstverlening tussen assurantietussenpersonen en de perceptie door consumenten van deze differentiatie; de factoren die een rol spelen bij de keuze voor een bepaalde tussenpersoon; het inzicht dat de consument wordt gegeven in de dienstverlening door het intermediair en de prijs die daaraan is verbonden. Voornaamste conclusie van de onderzoekers is dat de structuur van de distributie van verzekeringen in de onderzochte periode nauwelijks is gewijzigd. Assurantietussenpersonen blijven het overheersende distributiekanaal bij verzekeringen van particulieren en bedrijven. Daarnaast is geconstateerd dat de afschaffing van het begunstigingsverbod voor consumenten (nog) nauwelijks effect heeft gesorteerd en dat deze weinig kennis hebben van de verruimde mogelijkheden tot onderhandelen over de hoogte van de door assurantietussenpersonen te berekenen provisie. Een andere belangrijke conclusie in het evaluatierapport is dat de door de bedrijfstak verwachte excessen als gevolg van de afschaffing van het begunstigingsverbod zijn uitgebleven. (B20002)
- Min. Fin., Bemiddeling in financiële diensten : consultatienota
Den Haag : Min. Fin., 2001.
De nota legt één kader neer voor het toezicht op alle bemiddelaars in financiële diensten. Dit kader sluit aan bij een markt waarin bemiddelaars vaak actief zijn met verschillende financiële producten zoals verzekeringen, effecten en hypotheken. In alle gevallen zijn gelijke concurrentievoorwaarden en een goed niveau van consumentenbescherming nodig. In dit kader gaat het bijvoorbeeld om informatieverstrekking door bemiddelaars, om hun deskundigheid en hun integriteit. Er wordt in de nota een basismodel voor toezicht langs drie lijnen geschetst, waarin financiële instellingen, bemiddelaars en consumenten ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het ministerie van Financiën biedt tot 1 oktober 2001 de gelegenheid te reageren. De precieze vormgeving van het toezicht op bemiddelaars wordt bepaald na ontvangst van de reacties. (B19451)
- Ru, H. J. de; [et al.], Toezicht en regulering van nieuwe markten : opstellen over de juridische aspecten van regulering
Den Haag : SDU, 2000.
Tijdschrift voor privatisering, special
Door het ontstaan van nieuwe markten als gevolg van privatisering en liberalisering neemt de behoefte aan toezicht toe. Toezien is meer dan omkijken, maar kan het ook een nieuwe vorm van overheidsbemoeienis worden? Hoe intensief moet het toezicht van de overheid zijn op nieuwe, ontluikende markten? Moet er sprake zijn van onafhankelijk toezicht door een zelfstandig bestuursorgaan of is volledige ministeriële verantwoordelijkheid vereist? Moet het toezicht specifiek zijn of is generiek toezicht afdoende, moet het nationaal zijn of Europees of beide? De samenstellers beogen de mogelijkheden en beperkingen van toezicht in kaart te brengen. Centraal hierbij staat het juridische kader van toezicht. Ook worden bestuurskundige aspecten besproken en komen visies van belangrijke toezichthouders, zoals de NMa, de Opta, de DTe, het Ctsv, de STE en de Verzekeringskamer aan de orde. De bundel bevat de volgende opstellen: Toezicht als nieuwe vorm van overheidsbemoeienis ingekaderd; Taken en bevoegdheden van onafhankelijke toezichthouders: mogelijkheden en beperkingen; Toezicht in praktijk; Tussen generiek en specifiek: het rapport-Visser in de praktijk; Toezicht op marktwerking; algemeen of specifiek? Toezicht als bestuurlijke strategie: Vormgeving, groei en ontwikkeling van het toezicht in veranderend openbaar bestuur; Toezicht op twee niveaus: Convergentie samenwerking en decentralisatie in het Europees en nationaal mededingingsrecht; Toezichthouders en het publiek: Zoektocht naar eenheid onder verscheidenheid; Regels en toezicht op telecommunicatiemarkten; Markten en toezicht: Vijf stellingen; De Dienst uitvoering en toezicht Energie; Inzake toezicht; Toezicht, werk en inkomen; het Ctsv en verder. De Verzekeringskamer. (B19014)
- Plasmeijer, P. W. J., The influence of the Internet on prepurchase external search for financial services : de invloed van Internet op extern informatiezoekgedrag bij de aankoop van financiële diensten : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
Rotterdam : Erasmus Univ., 1999.
Aan de hand van de vragen 'Wat is de invloed van het Internet op het extern zoekgedrag van consumenten ten behoeve van een koopbeslissing voor financiële diensten? en 'Hoe kan de financiële dienstverlening het Internet in haar marketing communicatie integreren? is in dit proefschrift onderzoek verricht. Resultaten van onderzoek en analyse geeft aan dat de invloed van het Internet betrekking heeft op een verhoogde intensiteit van het zoekgedrag, een verandering van zoekrichting, zowel met betrekking tot informatie behoefte als tot het mediagebruik Financiële dienstverleners kunnen anticiperen op deze verandering teneinde consumenten adequaat van informatie te voorzien op de door hen gewenste wijze en daarmee de koopbeslissing positief te beïnvloeden. (B17467)