Literatuurlijst Concurrentie/Mededinging

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken

 

  • Nijkamp, G. J., De invloed van het internet op de Nederlandse export : hoe houden wij onze voorsprong vast?
    Malaga : G. J. Nijkamp, 2012. 142 p.
    Met meer dan 15 jaar ervaring in export & internet ziet Geert Nijkamp kansen en bedreigingen die er ook de opkomst van het wereldwijde web voor de Nederlandse export ontstaan. Dit boek laat zien hoe en waar de Nederlandse export concurrentie kan verwachten en geeft praktische oplossingen hoe exporteurs de concurrentie voor kunnen blijven. Niet vanuit de theorie, maar geschreven vanuit concrete ervaring en passie om de Nederlandse export te versterken. (B30659)
     
  • Rijken, T. van der, Samenwerkende brancheorganisaties : kies de sterkste strategie
    Lelystad : VM, 2012. 115 p.
    Grenzen tussen branches vervagen. Brancheorganisaties komen daardoor in elkaars vaarwater terecht. Dat brengt voor hen een strategische opgave met zich mee: hoe om te gaan met deze nieuwe concurrenten? Op basis van zijn dissertatie in december 2011 heeft Tim van der Rijken een boek geschreven over dit strategisch vraagstuk. Hij laat zien dat de vereniging zichzelf drie strategische vragen moet stellen als ze te maken krijgt met branchevermenging. Daaruit blijkt of samenwerking wel of niet geboden is en dat fuseren niet per se het best is. De allereerste vraag is: hoe is onze concurrentiepositie? Daarna: hoe willen we verder groeien? En pas dan: gaat dat beter als we met een aanpalende brancheorganisatie samenwerken? Fusie is dan hooguit een van de mogelijke uitkomsten. (B30610) 
      
  • Europese Cie, Product market review 2010-11 : the microeconomic roots of growth performance and trade competitiveness in the EU
    Luxemburg : EU, 2010. 251 p.
    European Economy, nr. 8 (2010)
    Het rapport bevat een analyse en feitelijke basis specifiek voor de ontwikkeling van structurele hervormingen ontworpen om structurele economische uitdagingen aan te pakken. Aandacht voor die gebieden die bijgedragen hebben aan de groei, de externe concurrentie van de EU, investeringen en innovatie en tabellen. (B30611) 
     
  • ESVLA; Hurley; J.; Mandl; I., ERM report 2011 : public instruments to support restructuring in Europe
    Luxemburg : EU, 2011. 94 p.
    Door zich aan te passen aan een veranderende economische omgeving, ondergaan bedrijven herstructurering om zo hun concurrentiepositie en daarmee hun duurzaamheid te handhaven of te verbeteren. Terwijl de herstructurering essentieel is voor de dynamiek van de Europese economie, kan het leiden tot problemen voor werknemers. Het ERM jaarverslag 2011 kijkt naar het hele scala van instrumenten die beschikbaar zijn in de EU om de negatieve effecten die het kan hebben voor zowel bedrijven als werknemers te beperken. (B30558)
     
  • Planbureau voor de Leefomgeving; Thissen, M.; Ruijs, A.; Oort, F. van; Diodato, D., De concurrentiepositie van Nederlandse regio's : regionaal-economische samenhang in Europa
    Den Haag : PBL, 2011. 122 p.
    Een sterke concurrentiepositie van Nederland vraagt om regionaal beleid. Het zijn niet landen die met elkaar concurreren, maar bedrijven in specifieke regio’s. Iedere regio kan haar concurrentiepositie versterken door in te zetten op die kenmerken die van belang zijn voor de markten waarop deze bedrijven actief zijn. Europese, nationale, regionale en stedelijke overheden hechten veel waarde aan benchmarks: studies die regio’s en steden rangschikken op prestatiematen, locatiefactoren en vestigingscondities. Van concurrenten kan geleerd worden. Dergelijke benchmarkstudies zijn echter alleen zinvol voor regio’s die actief zijn op vergelijkbare markten. Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt dit voor het eerst in beeld. (B30534)
     
  • Dicke, W.; Steenhuisen, B.; Veeneman, W., Graaiers of redders? : wat marktwerking heeft aangericht en klaargespeeld in de zorg, het openbaar vervoer en de energievoorziening
    Amsterdam : Atlas, 2011. 208 p.
    Stijgende prijzen. Graaiende bestuurders. Geschrapte buslijnen. Meer bureaucratie in de zorg. Omslachtige keuzevrijheid zonder dat er echt iets te kiezen valt. Marktwerking leek in de jaren negentig de verlossing, maar vijftien jaar later steekt de belofte schril af bij de realiteit. Politici doen er goed aan het woord marktwerking te vermijden. Al zijn er ook mooie resultaten : duurzamere bussen, meer invloed voor consumenten en spectaculair gedaalde wachtlijsten in de zorg. In het debat over marktwerking bestoken voor- en tegenstanders elkaar nog altijd met principiële argumenten. Graaiers of redders? verlaat die loopgraven. De winnaars en verliezers van marktwerking voor het openbaar vervoer, de zorg en de energielevering blijken niet eenduidig. Buschauffeurs, verplegers en monteurs, maar ook managers, toezichthouders, oud-ministers en klanten laten met al hun ervaringen en voorbeelden zien hoe gevarieerd en ambivalent marktwerking eigenlijk is. Tegenover het dominante pessimisme van tegenwoordig stellen de auteurs een voorzichtig optimisme over de toekomst van marktwerking. (B30465)
     
  • Planbureau voor de Leefomgeving; Thissen, M.; Oort, F. van; Ruijs, A.; Declerck, S., De concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad in Europa : beleidsstudies
    Den Haag : PBL, 2011. 22 p.
    In deze notitie vergelijkt het PBL de Noordvleugel (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland) met die Europese regio‟s waarin zich concurrerende bedrijven bevinden. Dit in tegenstelling tot internationale benchmarkstudies waarin doorgaans alle regio‟s ongewogen met elkaar worden vergeleken. In dit onderzoek zijn dus alleen die regio‟s met elkaar vergeleken die economisch relevant zijn voor de bedrijvigheid in de Noordvleugel. (B29947)
     
  • Chang, H.-J.; Lavreijsen, A., 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme
    Amsterdam : Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2010.
    Econoom Ha-Joon Chang maakt in dit boek korte metten met de grootste mythes over de economie in het algemeen en het vrijemarktdenken in het bijzonder. Niet iedereen wordt rijker van marktwerking, duurbetaalde managers leveren niet persé betere prestaties en we leven niet in een postindustriële economie. Chang weet elk idee dat wij over economie hebben op z'n kop te zetten. Het boek, dat veel informatie bevat over geld, gelijkheid, vrijheid en hebzucht, laat zien dat de vrije markt veel verliezers kent en vaak leidt tot een inefficiënte manier van economie bedrijven. In dit boek legt de auteur, die in de traditie staat van John Kenneth Galbraith en Joseph Stiglitz, uit hoe de economie echt werkt en waarom verstandig overheidsbeleid meestal tot betere resultaten leidt dan pure marktwerking. Vert. van: 23 things they don't tell about capitalism (B29495)

  • FNV; FNV Bondgenoten ; Abvakabo; TNS NIPO; Kanne, P., Marktwerking in de publieke sector : marktwerking in de thuiszorg, de postsector en de taxi-branche
    Amsterdam : TNS NIPO, 2010.
    Kiezers willen niet meer marktwerking in de publieke sector. Dit blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de FNV Vakcentrale en haar aangesloten bonden FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV. Het grote publiek staat vooral negatief tegenover marktwerking in de thuiszorg. Over marktwerking in de postsector is de kiezer evenmin positief. Tweederde van de ondervraagden vindt dat marktwerking in de postsector heeft geleid tot slechtere arbeidsvoorwaarden en minder werk voor de werknemers. De meningen over marktwerking in de taxisector lopen uiteen. En zes op de tien Nederlanders vindt dat door de invoering van marktwerking de dienstverlening onpersoonlijker is geworden. (B28837)

  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; Damme, E. van; [et al.], Marktwerking en publieke belangen : preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde 2009
    Amsterdam : Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde, 2009.
    De uitgave bevat de volgende preadviezen: Marktwerking en de borging van publieke belangen / Eric van Damme en Maarten Pieter Schinkel; Publiek belang en marktwerking: argumenten voor een welvaartseconomische aanpak / Barbara Baarsma en Jules Theeuwes; Marktwerking en algemeen belang in de Europese Unie / Jacques Pelkmans; Marktwerking, staatssteun en diensten van algemeen economisch belang: De rol van Artikel 86 EG / Vincent Verouden; Liberalisering in telecom: missie geslaagd, operatie afgerond? / Paul W.J. de Bijl; Borging van publieke belangen in de energievoorziening / Machiel Mulder, Bert Willems; Over het borgen van publieke belangen in de zorg: de rol van markten en toezicht / Maarten C.W. Janssen, Krijn Schep en Jarig van Sinderen. (B28306)

  • Houdijk, J. C. A., Publieke belangen in het mededingingsrecht : een onderzoek in vijf domeinen : het Europese en Nederlandse antitrustrecht in botsing met belangen van intellectuele eigendom, vrije beroepen, cultuur, gezondheidszorg en milieubescherming : proefschrift Radboud Universiteit Universiteit
    Deventer : Kluwer, 2009.
    Onderneming en recht, deel 52
    Het mededingingsrecht geeft de spelregels voor een effectieve concurrentie. Zo staat het doorgaans kritisch tegenover prijsafspraken binnen beroeps- of bedrijfssectoren. Prijsbindingsystemen voor bijvoorbeeld de boekenverkoop, notaris- of vertalerstarieven kunnen strijdig zijn met het mededingingsrecht, omdat ze de concurrentie beperken. Maar prijsafspraken kunnen ook een maatschappelijk doel dienen. Jurist Joost Houdijk ontwikkelde criteria die juridische beslissers helpen om een zorgvuldiger afweging te maken èn om het maatschappelijke belang daarin een belangrijke plaats te geven. De door hem uitgewerkte procedure, ook wel genoemd Rule of reason, bestaat uit een aantal voorwaarden en drie toetsen die betrekking hebben op geschiktheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit. Rule of reason kan een oplossing bieden voor juridische problemen binnen het mededingingsrecht in diverse zaken die draaien om de botsing tussen mededingings- en andersoortige belangen. (B28233)

  • Canoy, M., Marktwerking in de zorg: ondernemende zorg of zorgende ondernemers : rede
    Tilburg : Universiteit Tilburg, 2009.
    De marktwerking in de zorg kan betere toegankelijkheid, betere betaalbaarheid en hogere kwaliteit opleveren. Maar het is niet evident om baten aan marktwerking toe te schrijven. Hoogleraar economie en regulering van de zorg Marcel Canoy stelt daarom voor om tussendoelen te definiëren, waarvan wel duidelijk is hoe ze bijdragen aan een betere zorg. Eén daarvan is het zorgvuldig vormgeven van ondernemerschap. Ondernemerschap kan de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg namelijk zowel positief als negatief beïnvloeden. Negatief bijvoorbeeld als dure behandelingen alleen nog toegankelijk zijn voor rijke patiënten, maar positief als er meer keuze komt voor iedereen. Daarom moet steeds worden getoetst of het ondernemerschap inderdaad het gewenste effect heeft. Vervolgens kunnen de risico's worden beperkt. Het tweede tussendoel dat Canoy voor ogen heeft, is zorgen dat informatie over zorgprestaties beschikbaar komt zonder dat daar misbruik van kan worden gemaakt. Misschien wel het belangrijkste tussendoel is echter het hoog houden van de motivatie van werknemers in de zorg, aldus de hoogleraar. Alleen ondernemerschap dat in dienst staat van de zorg, zal de motivatie om in de zorg te werken kunnen behouden. Hoe dat kan, schetst hij aan de hand van de situatie in ziekenhuizen. Oratie in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar op het terrein van “Concurrentie en regelgeving in de Zorg”, aan de Universiteit van Tilburg, vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoelen UvT, op vrijdag 6 februari 2009. (B27700)

  • Sauter, W., Marktwerking in de zorg : toezicht: met oog op de consument : rede
    Tilburg : Universiteit van Tilburg, 2009.
    Wolf Sauter zet in zijn rede over de marktwerking in de zorg uiteen dat het consumentenbelang bij het toezicht in het nieuwe zorgstelsel centraal staat. Dit consumentenbelang wordt vertaald in kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, en wordt ermee gediend dat deze begrippen meetbaar en dus vergelijkbaar gemaakt worden. Daarnaast stelt Sauter dat de Europese regelgeving voor grensoverschrijdende zorg kansen biedt voor het nieuwe Nederlandse stelsel. De positie van de consument wordt versterkt, het publieke belang wordt helder gedefinieerd en de EU biedt mogelijkheden voor alternatieve financierings- en samenwerkingsvormen binnen de richtlijnen. Oratie in verkorte vorm uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar op het terrein van “Marktordening gezondheidszorg” aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Tilburg (UvT), vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoelen UvT, op vrijdag 6 februari 2009. (B27701)

  • WODC; Erp, J. G. van [et al.], Toezicht op markt en mededinging
    Boom Juridische Uitgevers, 2008. 131 p.
    Justitiële Verkenningen, 34 (2008) 6 (okt)
    Themanummer over toezicht op markt en mededinging: Bevat de volgende artikelen:
    Lessen voor toezicht in de 21e eeuw; actuele inzichten van Braithwaite en Sparrow / J. G. van Erp. In het openingsartikel gaat Van Erp in op de belangrijkste kenmerken van het moderne bedrijfsleven en de consequenties daarvan voor het werk van toezichthouders;
    De ontmanteling van kartelparadijs Nederland: Tien jaar Mededingingswet en NMA / P. Amador Sanchez, M.N. Dijkman, E. Lamboo, R. Smits. In deze bijdrage laten de auteurs zien hoe toezicht op mededinging zich in Nederland heeft ontwikkeld en welke rol de NMa daarbij de afgelopen tien jaar heeft gespeeld;
    Keuzes in gedragstoezicht: de casus kredietverstrekking / T. Brosens, W.O. Bijkerk, J. Gevaert. De AFM en de financiële markten waarop zij toezicht houdt, staan in dit artikel centraal.
    De Consumentenautoriteit: nieuwkomer op druk speelveld / E.L.M. Vos, S.W. Ammerlaan. Het artikel schetst een beeld van het veld waarin de Consumentenautoriteit opereert en de bevoegdheden die zij tot haar beschikking heeft. Aan de hand van enkele concrete zaken waarin een boete of een dwangsom werd opgelegd of een waarschuwing werd uitgedeeld, laten de auteurs zien op welke wijze deze bevoegdheden worden ingezet en welke strategische keuzes daaraan ten grondslag liggen.
    Onbegrensd toezicht? / M.G. Faure. De geschetste dilemma’s waarvoor toezichthouders staan, worden in het afsluitende artikel van Faure bezien in het licht van rechtseconomische inzichten en buitenlandse ervaringen. Allereerst gaat de auteur in op de vraag onder welke omstandigheden publiek toezicht onmisbaar is. Verschillende handhavingsstijlen en vormen van sanctionering worden besproken. Een nieuw type sanctie als naming and shaming dient volgens de auteur met grote voorzichtigheid te worden ingezet vanwege de grote schade die deze kan berokkenen voor ondernemingen. Met het oog daarop worden tevens de voor- en nadelen van wettelijke aansprakelijkheid van toezichthouders besproken. (B27310) 

     
     
  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; Gelauff, G.; Boot, A.; [et al.], Jaarboek 2007/2008
    Den Haag : SDU, 2008.
    In het jaarboek komen de volgende thema's aan bod: Kredietcrisis; Ontslagrecht; ABN AMRO; Onderwijs en economie; Mededinging. Onder het thema kredietcrisis zijn de volgende bijdragen opgenomen: Financiële stabiliteit: raakt de hypotheekcrisis in de VS de financiële stabiliteit?; Zwartepieten in de financiële markt; De macro-economie van de kredietcrisis; Tijd voor een gezonde recessie; Macro-economische stimulering lost de huidige crisis niet op. Het thema Ontslagrecht bevat de volgende bijdragen: De economie van de ontslagbescherming. Lessen voor Nederland; Ontslagrechtversoepeling mist doel; Het einde van de discussie over het ontslagrecht; Werknemers goedkoper ontslaan zal geen nieuwe banen opleveren; De schijnbescherming van het ontslagrecht; De maxima ontslagvergoeding ondoordacht. Rechtsgelijkheid; Oordeel ontslag hoort bij de rechter. Het thema ABN AMRO bevat de volgende bijdragen: Activistische aandeelhouders een zegen?; Hefbomen van het moderne financieringskapitalisme; Gedragstoezicht op hedgefondsen in Nederland; Bank oogst wat hij gezaaid heeft; Roofridder? Vuilnisman in krijtstreep; Weer is het een achterkamertjesdeal; Concurrentie op de Nederlandse bancaire markt. Het thema Onderwijs en economie bevat de volgende bijdragen: Zonde van de tijd> Leren in Nederland vanuit economisch perspectief; Excellentie voor productiviteit; Concurrentie leidt tot excellentie; Samenvatting eindrapport Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwing; Kan Nederland onderwijs aan? Aan de informateur het antwoord; Reactie op; Kan Nederland het onderwijs aan?; Scholing alleen werkt niet. Thema 5 Mededing bevat de volgende bijdragen: Markten in beweging; Marktwerking: time-out of intensivering?; Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal betreffende Onderzoek Marktwerkingsbeleid; Tien jaar mededingingswet: van 'Paradise Lost' naar 'Met recht Macht'; De welvaartseffecten van mededinging: wie profiteert?; 10 jaar NMa: en nu verder.... Tot slot bevat het jaarboek als Focus op de Tinbergenlezing 2008 de bijdrage: Competition, financial discipline and growth: niet-technische samenvatting. (B27227)

  • CPB; Bijlsma, M.; Elk, R. van, Opportunistic competition law enforcement
    Den Haag : CPB, 2008.
    CPB discussion paper, nr. 110
    De theoretische literatuur over het handhaven van de mededingingswet gaat er meestal vanuit dat een mededingingsautoriteit alwetend, standvastig en welwillend is. Ze handelt niet opportunistisch, kent geen informatieasymmetrie, en kiest haar acties om de maatschappelijke welvaart te maximaliseren. Deze paper laat één van deze aannames los en bestudeert een mededingingsautoriteit die zich niet kan committeren aan een bepaalde onderzoeksstrategie. Als gevolg hiervan laat de mededingingsautoriteit zich bij haar onderzoeksbeslissingen leiden door het (ex post) oppakeffect in plaats van het (ex ante) afschrikeffect van een onderzoeksstrategie. Dit opportunistische gedrag kan leiden tot een suboptimale onderzoeksstrategie. We bestuderen het samenspel tussen de onderzoeksstrategie, het afschrikken en het pakken van kartels voor een mededingingsautoriteit die de mededingingswet met een beperkt budget in meerdere sectoren tegelijk moet handhaven. We vinden dat opportunistisch gedrag leidt tot een suboptimale allocatie van mensen en middelen. Een sectorspecifiek beloningssysteem voor de mededingingsautoriteit gebaseerd op het aantal gepakte kartels kan de allocatie verbeteren. (B27205)

  • WRR; Arts, G.; [et al.], New perspectives on investment in infrastructures
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2008.
    WRR verkenningen, nr. 19
    De essays in deze bundel analyseren de effecten van lange-termijn investeringen in verschillende infrastructuren vanuit verschillende perspectieven en disciplines. Bevat de volgende bijdragen: Stuck on the tracks? Empirical study for investments in the Dutch railway infrastructure; Regulering en investeringen in infrastructuur; Planning van weginfrastructuur: enkele aanknopingspunten voor verbetering; European regulators in the network sectors: revolution or evolution?; Investments in infrastructures: strategic behaviour; The impact of technical characteristics of network industries upon the governance of infrastructure adequacy; Europe and investment in infrastructure with emphasis on electronic communications; Private Equity Funds and public utilities: where incentive structures collide; Publieke belangen, overheidsbeleid en investeringen in infrastructuur; Infrastructure investments on the edge of public and private domains; Concessiestelsel en overheidsaandeelhouderschap. (B26985)

  • Lierop, W. A. J. van; Pijnacker Hordijk, E. H.; Ver. voor Burgerlijk Recht, Privaatrechtelijke aspecten van het mededingingsrecht : preadvies voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Private handhaving van het mededingingsrecht staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Volgens de Europese Commissie staat de private handhaving nog in de kinderschoenen, wat mede zou zijn toe te schrijven aan hindernissen in de nationale rechtsstelsels. De preadviseurs menen dat de Commissie, in ieder geval voor wat betreft Nederland, een te somber beeld schetst. Er is sprake van een levendige handhavingspraktijk. Het ontbreken van zaken over mededingingsrechtelijk ingewikkelder casusposities is vooral toe te schrijven aan - mede door de Commissie zelf gecreëerde - onduidelijkheid over de inhoud van de materiële normen. Het Nederlandse civiele (proces)recht vormt daarentegen geen belemmering voor een effectieve private handhaving. Aan een (partiële) Harmonisatie van het nationale civiele (proces)recht ter bevordering van schadeclaims in mededingingszaken bestaat in de opvatting van de preadviseurs dan ook geen behoefte. Na een tweetal inleidende hoofdstukken waarin de private en de publieke handhaving tegen elkaar worden afgezet en waarin wordt stilgestaan bij materieelrechtelijke vraagstukken rond de toepassing van het mededingingsrecht door de burgerlijke rechter, gaan de preadviseurs dieper in op een aantal meer en minder controversiële civielrechtelijke vraagstukken die bij de private handhaving van het mededingingsrecht aan de orde komen. Tot slot wordt bijzondere aandacht besteed aan de positie van partijen bij civiele schadevergoedingsacties. (B26641)

  • Korsten, L. E. J.; Wanroij, M. van, Nederlands mededingingsrecht
    Deventer : Kluwer, 2008. 391 p.
    Serie praktijkhandleidingen
    De uitgave geeft een overzicht van de mededingingspraktijk in Nederland. Behalve op de materiële onderdelen van het mededingingsrecht - kartelverbod, verbod op misbruik van een economische machtspositie, concentratietoezicht en begrippen als "onderneming", "merkbare mededingingsbeperking", "misbruik", "concentratie" en "zeggenschap" - wordt ook uitvoerig ingegaan op de handhaving van de Mededingingswet: toezicht, onderzoek en beboeting door de NMa en de toetsing daarvan door de bestuursrechter. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de handhaving van het mededingingsrecht via het civiele recht en aan de verhouding tussen het Nederlandse en het Europese mededingingsrecht. De meest recente ontwikkelingen in wet- en regelgeving (wijziging van de Mededingingswet per 1 oktober 2007 naar aanleiding van de evaluatie van die wet), in beleidsregels van de NMa en de Nederlandse en Europese jurisprudentie zijn in de tekst verwerkt. Ook actuele ontwikkelingen in marktwerking, liberalisering en toezicht, de eventuele invoering van strafrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, de markt en overheid-problematiek en recente beleidsinitiatieven van de Europese Commissie komen aan de orde. Voortzetting van Memo Mededinging. (B26581)

  • CPB; Bijlsma, M.; Kocsis, V.; Shestalova, V.; Zwart, G., Vertical foreclosure : a policy framework
    Den Haag : CPB, 2008.
    CPB document, nr. 157
    Als je naar huis belt, het licht aandoet, of een zorgverzekering koopt, neem je een product af van een verticale keten van toeleveranciers en verkopende bedrijven. Aanbieders van deze producten hebben toegang nodig tot een telecommunicatienetwerk, een elektriciteitsnetwerk en zorgdiensten. Integratie en exclusieve contracten tussen bedrijven in zo'n verticale keten kunnen belangrijke welvaartsverhogende effecten hebben, maar ook de toegang van concurrenten tot input of klanten beperken. In het laatste geval leiden ze tot uitsluiting. Uitsluiting kan schadelijk zijn voor de welvaart als dit de concurrentie vermindert. Dit document biedt beleidsmakers een raamwerk om het risico te bepalen van welvaartverlagende uitsluiting door integratie of exclusieve contracten en beschrijft mogelijke oplossingen. (B26567)

  • Veraart, M., Sturing van publieke dienstverlening : privatiseringsprocessen doorgelicht : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    Assen : Van Gorcum, 2007.
    Hervormingen binnen de publieke sector zorgen niet vanzelf voor een betere dienstverlening aan de burgers. De introductie van marktwerking leidt niet tot meer tevreden burgers, de privatisering van overheidsbedrijven leidt tot veel weerstand. Hoe komt dat? Liggen de vruchten van de hervormingen in het verschiet en zijn de burgers te ongeduldig? Reorganisaties zorgen immers altijd voor een tijdelijke terugval in de dienstverlening. Een feit is dat hervormingen in de publieke dienstverlening complex zijn. Het gaat om meer dan de vraag wie de eigenaar is. Hervormingen gaan ook over de mogelijkheden van marktwerking, de effectiviteit van overheidsbeleid en percepties van de samenleving. Centraal staat de vraag hoe publieke dienstverleners tot betere prestaties kunnen worden geprikkeld. In dit boek wordt voor de lezer de complexiteit van de hervormingen ontleed, mede aan de hand van de privatiseringsprocessen bij de NS en in de elektriciteitsector. De analyse beperkt zich niet alleen tot terugkijken. Er worden ook kaders aangereikt om toekomstige hervormingen te beoordelen en in te richten. Deze kaders zijn niet alleen relevant voor de in het boek behandelde netwerksectoren, maar ook voor hervormingen in andere delen van de publieke dienstverlening. In sectoren als onderwijs, gezondheidszorg en sociale woningbouw komen marktprikkels, regulering en het eigendom volop aan de orde. (B26158)

  • Wirtz, M. S., Collisie tussen CAO's en mededingingsrecht : proefschrift Universiteit Utrecht
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Monografieën sociaal recht, nr. 39
    CAO's en mededingingsrecht kunnen botsen. Een CAO is immers niets anders dan een prijsafspraak op de arbeidsmarkt. Zonder CAO's zou echter het Nederlandse loonstelsel instorten en zouden weinig werknemers nog zekerheid hebben over hun arbeidsvoorwaarden. Binnen de Europese jurisprudentie is voor CAO’s met betrekking tot het kartelverbod een uitzondering gemaakt. In haar proefschrift heeft Monica Wirtz onderzocht wanneer deze uitzondering van toepassing kan zijn. Zij concludeert dat de uitzondering ook voor het verbod op misbruik van machtspositie moet gelden. (B25334)

  • Min. EZ; [et al.], De mogelijkheden voor civielrechtelijke handhaving van de mededingingsregels in Nederland : een inventarisatie in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken
    Den Haag : Min. EZ, 2005.
    Onderzoeksreeks
    Welke obstakels treft een benadeelde van een mededingingsovertreding in Nederland aan op zijn weg ingeval hij terzake schadevergoeding wil vorderen. Welke mogelijke oplossingen kunnen deze obstakels wegnemen of mitigeren. Houthoff Buruma beoogt met dit rapport de Minister van Economische Zaken een raamwerk te bieden op basis waarvan het beleid voor civiele handhaving verder kan worden vormgegeven. De wens van de Europese Commissie civiele handhaving van de mededingingsregels te bevorderen geldt derhalve als uitgangspunt van dit rapport. (B25239)

  • Europese Cie; [et al.], Study on methods to analyse the impact of state aid on competition
    Brussel : EG, 2006.
    European economy. economic papers, nr. 244
    Studie naar methoden om de invloed van staatssteun op mededinging te analyseren. Een van de mogelijke voordelen van een economische benadering van het beheersen van de staatssteun is het verband tussen de kosten en de voordelen van staatssteun meer transparant te maken om op deze manier een leidraad te bieden om het beheersen van de staatssteun te concentreren op die gebieden waar de schade van staatssteun het grootst is. (B24705)

  • Zondag, W. A.; [et al.], Het concurrentiebeding
    Den Haag : SDU, 2005.
    Arbeid Integraal, nr. 2005/2
    Themanummer van Arbeid Integraal over concurrentiebeding. Bevat de volgende artikelen: Bevordering van de rechtszekerheid: een sterke vestingmuur? Wetsvoorstel wijziging concurrentiebeding getoetst aan de rechtszekerheidsdoelstelling / A. R. Houweling; Hoofdlijnen actuele rechtspraak inzake het concurrentiebeding (oude stijl) / E.G. Hoorn en J.L.M.W. Louwers; De concurrentiebedingboete / M.B.M.C. van den Berg; De ontbindingsvergoeding en de concurrentiebedingvergoeding: never the twain shall meet? / R. J. van der Ham; 'Als je van mijn klanten maar afblijft'. De (on)rechtmatigheid van concurrentie door de ex-werknemer bij gebreke van een non-concurrentiebeding / A.J.C. van Bemmel; De rechtseconomische benadering van het concurrentiebeding / A.S. Vandenberghe; Het relatiebeding, concurrentie voor het concurrentiebeding? / E.W. Kingma; Concurrentie door de ex-werknemer. Een vergelijking met Groot-Brittannië en Canada / P. Boezeman. Tot slot bevat de rubriek actualiteiten een bijdrage van R. Blanpain getiteld; Bolkestein: Sociale dumping? Fabel of waarheid. (B23710)

  • EIM; SCALES; [et al.], Perception of competition : a measurement of competition from the perspective of the firm
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    Research report, nr. H200406
    In dit rapport wordt concurrentie bestudeerd vanuit het perspectief van de cognitieve psychologie, de marketing en het strategisch management. In de studie wordt een cognitieve concurrentie theorie. Besproken wordt een nieuwe methode om concurrentie te meten, die is gebaseerd op deze psychologische inzichten. (B23242)

  • Gerbrandy, A.; [et al.], Mededingingsrecht voor decentrale overheden in hun rollen als onderneming en als overheid
    Deventer : Kluwer, 2004.
    Europees recht voor decentrale overheden, nr. 4
    In dit boek worden de Europese en Nederlandse mededingingsregels besproken die de decentrale overheden in acht moeten nemen wanneer zij in hun rol ‘als onderneming’ economische activiteiten verrichten. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan het beleid van de NMa en aan de rechtspraak. Maar ook in hun rol ‘als overheid’ moeten decentrale overheden in hun relatie met ondernemingen rekening houden met Europees en nationaal mededingingsrecht. Die mededingingsregels voor overheden worden eveneens behandeld. Tenslotte wordt afzonderlijk stilgestaan bij de complexe en actuele problematiek rond diensten van algemeen economisch belang en de procedurele kanten van het mededingingsrecht, die met ingang van 1 mei 2004 door de inwerkingtreding van Verordening 1/2003 belangrijke wijzigingen hebben ondergaan. (B23240)

  • Appeldoorn, J. F., Eenheid in verscheidenheid : de gespreide toepassing van artikel 81 EG : proefschrift RU Groningen
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2004.
    Verordening 1/2003 treedt op 1 mei 2004 in werking. Deze datum, die ook de grootste uitbreiding van de Europese Unie ziet, signaleert voor specialisten in het Europese mededingingsrecht de belangrijkste hervorming op dat gebied sinds de inwerkingtreding van de Fusieverordening in september 1990. Deze studie gaat over de verenigbaarheid van deze Verordening met het Gemeenschapsrecht. In een reeks kritische en wetenschappelijke scherpe beschouwingen behandelt hij de totstandkoming van Verordening 1/2003, de theorieën over de verhouding tussen het Gemeenschapsrecht en het nationale recht, in het bijzonder op het gebied van mededinging, en het vraagstuk subsidiariteit. Hier staat hij stil bij de twee oorsprongen van dit beginsel: Quadragesimo Anno en economische theorieën over de afweging van belangen. Ten slotte neemt hij een stap vooruit: hij extrapoleert het mogelijke standpunt van het Hof van Justitie over de huidige modernisering naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van vóór het vaststellen van Verordening 1/2003. (B23178)

  • Min. of Economic Affairs; Oxford Economic Research Associates, Costs and benefits of market regulators : part I : conceptual framework = Kosten en baten van markttoezichthouders : deel I raamwerk
    Oxford : Oxera, 2004.
    Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) heeft OXERA gevraagd om een raamwerk te ontwikkelen voor het beoordelen en meten van de kosten en baten van markttoezichthouders. Dit rapport is het eindproduct van deze studie en bestaat uit twee delen (het raamwerk en een praktische toepassing). De behoefte aan een dergelijk raamwerk komt voort uit de Motie Heemskerk. Hierin wordt de regering verzocht een helder standpunt in te nemen over toezichthouders in Nederland, en in het bijzonder over de markttoezichthouders. In deze categorie vallen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), de Dienst Toezicht energie (DTe), de Vervoerskamer (VK), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Zorgautoriteit in oprichting (ZA i.o.). Het raamwerk dat OXERA heeft ontwikkeld biedt de mogelijkheid om een zorgvuldige en zoveel mogelijk kwantitatieve inschatting te maken van de kosten en baten van de verschillende markttoezichthouders. Het OXERA raamwerk is te gebruiken voor verschillende beleidsvragen die zich in Nederland kunnen voordoen. Mogelijke toepassingen zijn een beoordeling van de voor-en nadelen van het oprichten van een nieuwe toezichthoudende instantie of van het uitbreiden of beperken van de taken van bestaande toezichthouders. Zie B23.235 Costs and benefits of market regulators : part II practical application (B23234)

  • Houthoff Buruma; Falkena, F. B.; [et al.], Markten onder toezicht
    Deventer : Kluwer, 2004.
    Verschillende aspecten van het toezicht komen in deze bundel aan bod. Belangrijke vraagstukken vormen daarbij onder meer de handhaving (opleggen van sancties), het afdwingen van toegang tot infrastructuren, aansprakelijkheden van autoriteiten en aspecten van zelfregulering door de markt. Deze bundel geeft een bescheiden aanzet tot enige (rechts)vergelijking tussen de verschillende toezichthouders. De bundel bestaat uit drie delen. Deel I 'Toezichthouders en handhaving' bevat de volgende bijdragen: Marktautoriteiten in een democratische rechtsstaat; De spagaat van de marktautoriteit. Naar een centralisering van de sanctiebevoegdheid?; Over boetes, bestuursdwang en dwangsommen, bestuursrechtelijke sanctionering door toezichthouders; Het boetebeleid van de NMa ten aanzien van kartelinbreuken sinds de Boeterichtsnoeren. Deel II 'Gevolgen voor marktpartijen' bevat de volgende bijdragen: Regulering van de automotive markt: Who's in the driver's seat?; Energie-infrastructuur en third party access; Regulering door 'unbundling'; Capaciteitstoedeling bij transportinfrastructuur; De regulering van Breedband Internet onder de telecommunicatiewetgeving; Liberalisering van de postmarkt in Nederland: bezorging door de melkboer?; Aansprakelijkheid van de Autoriteit Financiële Markten in het kader van de Wet toezicht financiële verslaggeving; Groen beleggen, of: wie door de individuele bomen het collectieve teakhoutbos nog kan zien...; Toezichthervorming en verzekeraars; Marktwerking in pensioenland; De zorg ge(de)reguleerd; Over nut en noodzaak van een nationale aanbestedingsautoriteit; Het arbeidsovereenkomstenrecht: zelfregulering?; Het rechtskarakter van de Code Tabaksblat. Deel III 'Marktautoriteiten' bevat de volgende bijdragen: De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa); De Dienst uitvoering en toezicht Energie (DTe); De Vervoerkamer; Toezicht op de telecommunicatiemarkt: OPTA; Commissariaat voor de Media; De Autoriteit Financiële Markten (AFM); De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) / De Nederlandsche Bank (DNB); PVK en AFM: toezicht op pensioenfondsen; De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa); De Zorgautoriteit; De Consumenten Toezichthouder. (B23368)

  • Ned. Mededingingsautoriteit, Monitor financiële sector 2004
    Den Haag : NMA, 2004.
    De MFS doet economisch onderzoek naar de concurrentie in de verschillende deelmarkten van de financiële sector. Hierbij worden kenmerken van deze markten in kaart gebracht en wordt geanalyseerd in hoeverre er op een bepaalde deelmarkt sprake is van risico’s voor de mededinging. Achtereenvolgens komen aan de orde: Concurrentie bij assurantietussenpersonen; Vraag- en aanbodsituatie in schadeverzekeringsmarkten; Concurrentie op aandelenmarkten; Productkoppelingen als overstapdrempel in de markt voor bankdiensten aan het MKB; Internationale vergelijking van pinmarkten; Verwevenheid in de Nederlandse financiële sector en de mededingingswetgeving; Economische winst van Nederlandse banken. (B23409)

  • Bergeijk, P. A. G. van; [et al.], Modelling European mergers : theory, competition policy and case studies
    Cheltenham : Edward Elgar, 2006.
    De publicatie schetst een uitgebreid beeld van de economische analyse van fusies. Het boek bespreekt vanuit een historisch en theoretisch perspectief, de voor en tegens van het gebruik van speltheorie modellen bij fusiecontrole. Case studies over het huidige gebruik van geavanceerde technieken en modellen bij wettelijke procedures geven een perspectief vanuit de nationale mededingingsauthoriteiten van België, Denemarken, Italië, Nederland en Zweden over verschillende markten, variërend van basisproducten zoals brood tot complexe producten als elektriciteit en software. Bevat de volgende bijdragen: How to merge with law and economics. In het deel 'European policy perspectives': Economic analyses and competition policy enforcement in Europe; European merger control: a case of second mover advantage? In het deel 'Strengths and weaknesses of simulation models': Merger simulation - potentials en pitfalls; On the use of economic modelling in merger control; Merger simulation analysis - an academic perspective; mergers and the new guideliness: Lessons from Hachette-Editis. In het deel 'European case studies': Simulating merger price effects using PCAIDS with Nests - the Italian aperitif market; Stimulating the effect of oracle's takeover of Peoplesoft; Modelling the Electricity market: Nuon-Reliant; Modelling Danish mergers: approach and case studies; On simulation and reality: a Swedish example; What merger simulation is not: Hessenatie-Noord Natie in retrospect. (B24567)

  • Ned. Mededingingsautoriteit; [et al.], NMa-Overdrukkenreeks 2004
    Den Haag : NMa, 2004.
    NMa-Overdrukkenreeks
    Bundeling van artikelen die geschreven zijn door medewerkers van de NMa. Bevat de volgende bijdragen: The Netherlands Competiition Authority and its policy on fines an leniency / M. van Oers en B. van de Meulen, in World Competition 26 (1) 2003; Regulatory issues surrounding merchant interconnection, Proceedings of market design 2003 Conference, "Methods to regulate unbundled transmission and distribution business on electricity markets / K. Kuijlaars en G. Zwart; Heeft de Mededingingswet al effect? / P. van Bergeijk en M. Verkoulen, in: ESB, 88 (4400) 18 april 2003. (B23065)

  • Sluijs, J. J. M., Gereguleerde marktwerking van sociale zekerheidsbelangen : het mededingingsrecht en vrij verkeer van diensten voor zorg- en pensioenbelangen : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    Deventer : Kluwer, 2004.
    Europese monografieën, deel 75
    In zijn proefschrift geeft mr. J.J.M. Sluijs inzicht in hoeverre de overheid haar doelstellingen met betrekking tot sociale zekerheid kan blijven garanderen in een markt die aan concurrentie onderhevig is. Sluijs doet onder meer aanbevelingen voor de Nederlandse wetgevings- en beleidspraktijk. Centraal in zijn onderzoek stond de vraag wat de juridische gevolgen zijn van het mededingingsrecht en het vrij verkeer van diensten, in geval van marktwerking voor instellingen die zijn belast met een taak op het gebied van sociale zekerheid. Het antwoord is niet alleen relevant voor de betrokken instellingen, het bepaalt ook in hoeverre de overheid de markten voor deze organisaties kan reguleren. Sluijs richtte zich specifiek op zorg- en pensioenbelangen, behartigd door ziekenfondsen en verplichte bedrijfstakpensioenfondsen. In de loop van de twintigste eeuw is Nederland uitgegroeid tot een omvangrijke welvaartsstaat. Het leek haast vanzelfsprekend dat sociale zekerheid op basis van solidariteit en zonder marktprikkels moesten worden uitgevoerd. Het waarborgen van die sociale zekerheidsbelangen ging via overheidsregulering. Ook ontwikkelde de sector zelf beleid, dat werd vastgelegd in overeenkomsten en besluiten van ondernemingsverenigingen. In de jaren negentig introduceerde de overheid evenwel meer elementen van marktwerking in de uitvoering van socialezekerheidsbelangen. Sluijs onderzocht de gevolgen voor de waarborgen hiervan. (B22838)

  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; [et al.], Locatie en concurrentie
    Amsterdam : Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, 2003.
    Preadviezen van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, nr. 2003
    Bevat de volgende preadviezen: Locatie en concurrentie : inleiding tot de preadviezen; Economische concentratie : de empirie; Transportkosten, locatie en economie; Agglomeratie(s) in evenwicht?; In de slag om bedrijvigheid : theorie en praktijk van vestigingsplaatsconcurrentie; Clustering, optimale valutagebieden en macro-economisch beleid. (B22249)

  • Ned. Mededingingsautoriteit, Monitor financiële sector 2003 : inzichten van de NMa over de mededinging in de financiële sector
    Den Haag : NMa, 2003.
    De Monitor Financiële Sector (MFS) doet economisch onderzoek naar de werking van financiële markten en brengt risico's voor de mededinging in kaart. De Monitor bevat een overzicht van economische onderzoeken waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn dat de concurrentie in de Nederlandse financiële sector achterblijft, zowel in vergelijking tot andere Nederlandse sectoren als tot andere Europese landen. Deze conclusie geldt niet voor alle deelmarkten. Specifieke aandacht is er in de Monitor voor twee belangrijke deelmarkten: de betaalmarkt en de markt voor schadeverzekeringen. De Nederlandse betaalmarkt typeert zich door een hoge concentratiegraad en aanzienlijke toetredingsdrempels, zoals de hoge overstapkosten voor klanten, waardoor het voor nieuwkomers moeilijk is om klanten van andere banken te winnen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de structuur van de schadeverzekeringsmarkt als geheel de concurrentie belemmert. Uitzondering hierop vormen echter bijvoorbeeld de markten voor rechtsbijstand en exportkredietverzekeringen. (B22242)

  • Larouche, P., The role of the market in economic regulation : lecture delivered on the official acceptance of the office of Professor of competition law sat Tilburg University on November 14, 2003
    Tilburg : Universiteit van Tilburg, 2003.
    Is er een patroon herkenbaar in de wijze waarop een aantal markten (post, telecom, media, energie en banken) is gereguleerd? Pierre Larouche, hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit van Tilburg meent van wel. In zijn oratie stelt hij voor dat juristen zich intensiever met algemene vraagstukken van economische regulering gaan bezighouden. Dat betreft dan onderwerpen als toegangsrechten voor nieuwe aanbieders, waarborgen van de dienstverlening aan alle burgers en het oprichten van toezichthoudende instanties. Er moet volgens Larouche worden gestreefd naar een ‘horizontale benadering’ van economische regulering, die de ervaringen uit alle sectoren samenbrengt en als basis dient voor de verdere reguleringen. Larouche wil onderzoek verrichten naar de algemene ervaringen die op Europees niveau zijn opgedaan bij het mededingingsrecht en de regulering van markten. Op juridisch niveau zijn verschillende aanpakken gevolgd, met soms positieve, soms negatieve uitkomsten. Hij verwijst daarbij naar de opening van de telecommunicatiemarkten in vergelijking met de (deel)liberalisatie van het spoorvervoer. (B22209)

  • CPB; Canoy, M.; Onderstal, S., Tight oligopolies : in search of proportionate remedies
    Den Haag : CPB, 2003.
    CPB document, nr. 29
    Voor het effectief aanpakken van markten met weinig bedrijven, zogeheten oligopolies, bepleit het Centraal Planbureau (CPB) een integraal beleid, waarbij mededingingsrechtelijke en andere instrumenten in samenhang worden bezien. Het is niet nodig om de bevoegdheden van de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) daarvoor uit te breiden. De onderzoekers wijzen erop dat niet iedere ongewenste marktuitkomst met de Mededingingswet kan of moet worden aangepakt. Er is ook ander overheidsbeleid mogelijk om oligopolies in bedwang te houden. Te denken valt aan consumentenbeleid, verlaging van toetredingsdrempels en het periodiek herverdelen van licenties. (B21893)

  • MKB-Nederland; Langman Economen, De laagste prijs. Tegen welke prijs?
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Onderzoek naar inkoopconcentraties. Uit het onderzoek blijkt dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) benadeeld wordt door mededingingsregels. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) moet meer doen voor het midden- en kleinbedrijf. Een minder juridische en meer economische houding zou al een stap in de goede richting zijn. Het mkb (als leverancier tegenover machtige inkopers) moet meer middelen krijgen om samen de vuist te ballen. (B21827)

  • OECD, Hard core kartels : recent progress and challenges ahead
    Parijs : OECD, 2003.
    Voortgangsrapportage over de strijd tegen de zogenaamde 'hard core' kartels (B21730)

  • Montangie, Y., Transparantie in concentratiecontrole : een onderzoek in Europees, Brits, Frans en Duits mededingingsrecht : proefschrift Universiteit Antwerpen
    Antwerpen : Intersentia, 2003.
    In dit proefschrift wordt onderzocht of de transparantie in de besluitvorming van de concentratiecontrole kan worden verbeterd door (1) expliciet toe te laten dat autoriteiten zich op mogen beroepen op mededingingsoverwegingen, en (2) een opsplitsing van de beoordeling op mededingingsgronden, en andere overwegingen over verschillende autoriteiten. Om deze vragen te beantwoorden wordt het Europese concentratietoezicht vergeleken met het Franse en Britse systeem, waarin het in overweging nemen van niet-mededingingsoverwegingen expliciet is toegelaten. Vervolgens wordt het Europese systeem vergeleken met het Duitse concentratietoezicht, waarin de beoordelingsbevoegdheid is opgesplitst. Het antwoord op beide gestelde vragen is negatief. In geen van de onderzochte systemen worden niet-mededingingsoverwegingen duidelijk zichtbaar gemaakt; als zij besluitvorming beïnvloeden gebeurt dit achter de schermen. Het opsplitsen van het concentratietoezicht naar Duits voorbeeld is evenmin een wondermiddel om een toegenomen transparantie in het concentratietoezicht te realiseren. De promovendus concludeert dat in de praktijk de verschillende vormen van concentratietoezicht naar elkaar toegroeien; de oplossingen in de verschillende rechtsstelsels verschillen nauwelijks. Voorts stelt hij vast dat wijzigingen in het institutionele en procedurele kader van het concentratietoezicht de transparantie in de besluitvorming niet verhogen. Concentratie is en blijft onderdeel van de mededingingspolitiek. (B21397)

  • Min. EZ, Benchmarken om te groeien : toets op het concurrentievermogen 2002
    Den Haag : Min. EZ, 2002.
    De 'Toets op het Concurrentievermogen 2002' plaatst de prestaties van de Nederlandse economie in een internationaal perspectief. De prestaties van de Nederlandse economie zijn vergeleken met die van de economieën van Duitsland, Denemarken, Zweden, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Japan en Australië. Op zes deelgebieden is gekeken hoe Nederland het ervan af brengt in vergelijking met andere landen: menselijk kapitaal, marktordening, ondernemingsklimaat, ruimtelijke ordening, innovatie en duurzaamheid zijn die zes bakens. De Nederlandse economie krijgt in de concurrentietoets op tal van onderdelen een goed rapportcijfer. De werkloosheid is momenteel laag. De economische groei in Nederland is met name voortgekomen uit een toegenomen inzet van kapitaal en arbeid. Maar het is tegelijkertijd de factor arbeid die nu en in de toekomst een knelpunt is. Dat betekent niet dat Nederland het alleen maar slecht zou doen. Uit de vergelijkingen met eveneens goed presterende landen blijkt dat we op een aantal belangrijke terreinen goed scoren: (herziening van) de Faillissementswet, liberalisering van netwerksectoren, modernisering van het mededingingsbeleid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Niet slecht scoort Nederland in internationaal perspectief op: vennootschapsbelasting, vermindering van administratieve lasten, corporate governance en de combinatie arbeid en zorg. Beter zou Nederland het kunnen doen als het gaat om: de private R&D uitgaven, bereikbaarheid, WAO, beschikbaarheid hoogopgeleid personeel en beschikbaarheid bedrijfsterreinen. (B20259)

  • VU Amsterdam; Economisch en Sociaal Inst.; [et al.], Mededingingswet versus brancheorganisaties 2002
    Amsterdam : ESI-VU, 2002.
    Het ESI-VU houdt zich vanaf de totstandkoming van de Mededingingswet (1 januari 1998) bezig met de invloed die de wet heeft op de activiteiten en zelfs het bestaan van brancheverenigingen. Het onderzoek valt uiteen in twee delen: Als eerste: 'Collectief organiseren en de NMa’. In dit onderzoek worden de zaken gestructureerd die vanaf 1998 hebben plaatsgevonden tussen de NMa en brancheorganisaties. Kernvraag hierbij is: wat kunnen we leren van de jurisprudentie? Uit de jurisprudentie van 2000 en 2001 kan worden geconcludeerd dat prijs- en tariefafspraken of -adviezen nog steeds het meest worden veroordeeld. Daarnaast is te zien dat de NMa ook de door brancheorganisaties opgestelde gedragsregels nauwkeuriger is gaan bekijken. Erkenningsregelingen en systemen voor informatie-uitwisseling werden veelvuldig voorgelegd voor ontheffing en konden hierop rekenen indien zij zich hielden aan de voorwaarden uit de Richtsnoeren samenwerking bedrijven. Het tweede onderzoek: 'Mededinging versus brancheorganisaties', is gebaseerd op een enquête, die onder de 1600 branche-organisaties in Nederland wordt verspreid. Deze enquête gaat in op de manier waarop brancheverenigingen hun activiteiten invullen en de mate waarin dit spanningen met de mededingingswet kan geven. In 2002 bleek wederom dat brancheorganisaties die zich goed op de hoogte achtten van de Mededingingswet en de Richtsnoeren bewuster en meer verantwoord omgaan met de voorwaarden die de wet aan bepaalde activiteiten stelt. Daarnaast bleken echter nog steeds een aantal groepen brancheorganisaties zich in 'gevarenzones' te bevinden. (B21261)

  • Jong, E. de; [et al.], Markt en waarden
    Nijmegen : Valkhof Pers, 2002.
    Annalen van het Thijmgenootschap, 90 (2002) 3
    In deze publicatie wordt geprobeerd helderheid te scheppen in de discussie tussen voor- en tegenstanders van het marktmechanisme. Welke positieve waarden worden door het marktmechanisme bevorderd? En welke waarden kunnen door het opdringen van de markt in het gedrang raken? Op een aantal concrete terreinen wordt nagegaan waar markt en waarden met elkaar in conflict kunnen komen: de landbouw, de elektriciteitsvoorziening, de gezondheidszorg, de arbeidsbemiddeling, de financiering en het bestuur van bedrijven, de programmabladen van de omroepen en de economische crisis in Indonesië. Daarnaast worden meer algemene beschouwingen gewijd aan de geschiedenis van de vrije marktwerking, aan visies op de markt en aan de mogelijkheid van normatieve stellingnamen bij waardeconflicten over markten. (B21212)

  • SEO ; [et al.], Mededingingsproblemen bij het ontwerpen van wetgeving : onderzoek naar een mededingingstoets voor wetgeving
    Amsterdam : SEO, 2002.
    SEO-rapport, nr. 620
    Dit onderzoek wil het inzicht vergroten in de wijze waarop mededingingsproblemen als gevolg van wetgeving kunnen ontstaat. Op systematische wijze worden (potentiële) mededingingsproblemen die kunnen optreden bij ontwerpwetgeving in kaart gebracht. (B20853)

  • OECD, Fighting hard-core cartels : harm, effective sanctions and leniency programmes
    Parijs : OECD, 2002.
    De zogenaamde hard-core kartels kunnen de concurrentie op ernstige wijze belemmeren. Ingegaan wordt op wat de meest geschikte instrumenten zijn om deze harde kartels te bestrijden. Besproken wordt een benadering waarin ondernemingen die binnen een dergelijk kartel opereren streng worden bestraft en waarin kartelleden die besluiten om uit het kartel te stappen en mee te werken met de autoriteiten worden beloond. (B20596)

  • Dekker, C. T., Nederlands mededingingsprocesrecht : besluitvormingsprocedures en rechtsbescherming in het kader van de Mededingingswet
    Deventer : Kluwer, 2002.
    Mededingingsmonografieën, nr. 7
    De publicatie behandelt de procedurele dimensie van de Mededingingswet. Dit mededingingsprocesrecht, kent specifieke regels in de mededingingswet, maar is vooral ingebed in het formele algemene bestuursrecht. In dit boek wordt dit algemene bestuursrecht geïnterpreteerd in zijn mededingingsrechtelijke context. Ingegaan wordt op de besluitvormingsprocedures in het kader van het concurrentietoezicht en het toezicht op concentraties. Daarbij wordt stilgestaan bij de rechten en verplichtingen van de betrokken ondernemingen en derden (klagers). Veel aandacht wordt besteed aan de praktische gang van zaken bij de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMA): hoe dient te worden omgegaan met vragen in formulieren, hoe kan informeel overleg met de NMa plaatsvinden, hoe stelt men zich op bij een bedrijfsonderzoek door de NMa. Voorts wordt de rechtbescherming tegen besluiten van de directeur-generaal van de NMa belicht. (B20758)

  • Gronden, J. W. van de; [et al.], Mededingingsautoriteiten als zelfstandig bestuursorgaan : onafhankelijk toezicht
    Deventer : Kluwer, 2002.
    Mededingingsmonografieën, nr. 8
    Op 27 september 2001 organiseerde de Breedtestrategie Mededingingsrecht (een onderzoeksproject van de faculteit rechten van de Universiteit Utrecht een expertmeeting over de onafhankelijkheid van de mededingingsautoriteiten. Daarbij werd ingegaan op zowel de positie van de NMa als op die van de bijzondere mededingingstoezichthouders de OPTA en de DTe. Ook kwam het voorstel voor de kaderwet zelfstandige bestuursorganen aan de orde. In deze bundel zijn de schriftelijke bewerkingen van de voordrachten opgenomen, onder de volgende titels: De betekenis van de Kaderwet ZBO's voor de omvorming van de NMA (zoals gewijzigd door het wetsvoorstel van de ZBO-status van de NMa); Over onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid: naar een zelfstandig NMa; ZBO-status en de verhouding tussen OPTA en NMa; De DTe onthoofd? Eveneens zijn twee achtergrondstudies opgenomen: Independence of competition authorities: theory and practice (over de onafhankelijkheid van mededingingsautoriteiten in een groot aantal landen); Is de ZBO status voor de NMa nu al wenselijk? Een institutionele en materiële onderbouwing over 'verborgen kamers' in het mededingingsrecht. In het slothoofdstuk worden onder meer de resultaten van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voor de ZBO-status van de NMa besproken en wordt aan de hand van praktijkvoorbeelden ingegaan op het belang van onafhankelijk mededingingstoezicht. In de bijlagen zijn een verslag van de expertmeeting, een index van kamerstukken inzake de omvorming van de NMa tot ZBO en de tekst van het wetsvoorstel voor deze omvorming opgenomen. (B20757)

  • CPB, Concurrentie in de zorg
    Den Haag : CPB, 2002.
    De publicatie inventariseert kansen en risico's van de plannen om meer concurrentie in de zorg te creëren. Het geeft aan welke oplossingen zich nu al aftekenen voor mogelijke risico's en waar nader onderzoek nodig is. Het CPB Document geeft een tussenstand van lopend onderzoek bij het CPB naar concurrentie in de zorg. Het CPB noemt het nieuwe zorgstelsel kansrijk. De voorgenomen hervorming van het zorgstelsel kan leiden tot hogere efficiëntie en kwaliteit in de zorgsector. Daarin speelt concurrentie bij zorgverzekeraars en zorgaanbieders een sleutelrol. Het is echter niet bij voorbaat duidelijk dat concurrentie in voldoende mate van de grond komt en dat ongewenste neveneffecten voldoende worden ingeperkt. Nederlandse voornemens als het uniforme basispakket en de acceptatieplicht steken wel gunstig af bij stelsels in andere landen. (B20749)

  • Bannerman, E.; Centre for European Reform, The future of EU competition policy
    Londen : CER, 2002.
    De publicatie vraagt om een heroverweging van de uitvoering van het mededingingsbeleid. Gepleit wordt voor de oprichting van een nieuw 'Europees agentschap voor mededinging', om mededingings- en anti-trust onderzoeken te beschermen tegen teveel politieke druk. Dit agentschap zou meer moeten samenwerken met de Amerikaanse autoriteiten, om een weg te banen voor een 'Wereld Mededingingsorganisatie'. Op mededingingsgebied heeft de Europese Commissie meer macht dan op welk beleidsterrein dan ook. De publicatie juicht veel van wat Euro-commissaris Monti heeft bereikt toe en vraagt om een grotere wettelijke convergentie binnen de EU. Uiteenlopende wetgeving van de lidstaten ondermijnen de interne markt en veroorzaken afwijkingen, in bijvoorbeeld de sancties. (B20726)

    '
  • SEO; Geffen, S. van; Nooij, M. de; Theeuwes, J.; Min. EZ, Marktwerking en ICT : is de mededingingswet ICT-proof? : eindrapport
    Amsterdam : SEO, 2002.
    SEO-rappport, nr. 624
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. In dit deelonderzoek staat de vraag centraal of het mededingingstoezicht op basis van deze wet toereikend is om problemen met marktwerking in de ICT-sfeer op te lossen. Allereerst worden de belangrijkste invloeden van ICT op marktwerking beknopt geschetst, en de nadere uitwerking van het onderzoek toegelicht en verantwoord. In de daarop volgende twee hoofdstukken spitst het onderzoek zich toe op twee thema’s die van belang zijn voor de marktwerking in de ICT-sector, namelijk 'Informatieproducten', en 'Netwerken'. In deze hoofdstukken worden de verschillen besproken tussen de economische analyse van traditionele markten en van ICT-markten voor informatie-producten en netwerken. De focus is daarbij gericht op potentiële spanningen met de Mededingingswet. Het laatste hoofdstuk 'Implicaties voor de Mededingingswet' inventariseert de belangrijkste knelpunten voor het mededingingsrechtelijk toezicht die uit de analyse in de voorafgaande hoofdstukken volgen, en verkent de mogelijke aanpassingen van de Mededingingswet die gesuggereerd worden door deze economische analyse van de ICT-sector. In de bijlage 'Mededingingsproblemen in de context van informatie-producten en netwerken' komen predatory pricing en koppelverkoop aan bod. Dit zijn mededingingsproblemen die in de ICT-sector frequent voorkomen, en zowel voor informatieproducten als netwerken van belang zijn. (B20540)

  • SEO; Baarsma, B.; Theeuwes, J.; Felsö, F.; Zijderveld, C.; Min. EZ, De afbakening van de relevante markt : is de huidige benadering aan herziening toe? : eindrapport
    Amsterdam : SEO, 2002.
    SEO-rapport, nr. 615
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. Centraal staat de praktijk van het afbakeningsproces van relevante markten en de vraag of dit proces aan herziening toe is. Dit onderwerp sluit verder aan bij de huidige economisering van het mededingingstoezicht en -beleid. Deze probleemstelling wordt in dit onderzoek uitgewerkt door het beantwoorden van onderstaande vragen: Hoe is de relevante markt in verschillende zaken in de afgelopen jaren bepaald?; Welke kritiek is er op de praktijk en de wijze van afbakening gekomen?; Wat zijn de in het oogspringende systeemverschillen tussen het Nederlandse, Europese, Amerikaanse en Britse mededingingsregime?; Wat te doen met deze kritiek? (B20539)

  • EIM; Bruins, A.; Min. EZ [et al.], Samenwerking in het MKB en de mededingingswet
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. In dit deel wordt onderzocht in hoeverre de Mededingingswet invloed heeft op de concurrentiekracht en de innovatieontwikkeling van het MKB. Hierbij ligt de focus op de (on)mogelijkheden van samenwerking in het MKB en de gevolgen voor de concurrentiekracht en de innovatieontwikkeling van het MKB. In de rapportage worden allereerst de mogelijkheden en onmogelijkheden naar aanleiding van de Mededingingswet kort beschreven op basis van de wet, richtlijnen, e.d. Vervolgens komen de ervaringen en opvattingen in het MKB aan bod. Dit betreft resultaten uit deskresearch en interviews. Daarna worden de ontwikkelingen van het MKB op basis van een aantal kwantitatieve indicatoren over de periodes voor en na de invoering van de Mededingingswet (1998) in kaart gebracht en (waar mogelijk) afgezet tegen de ontwikkelingen van die indicatoren voor het grootbedrijf. De volgende indicatoren zijn bekeken: aandeel MKB in de omzet (marktaandeel MKB); aandeel MKB in de toegevoegde waarde; aandeel MKB in de werkgelegenheid; winstquote (winstgevendheid); percentage bedrijven met winst, aantal starters, turbulentie (toe- en uittreding). Tot slot wordt een synthese van de resultaten gemaakt. (B20538)

  • CPB; SCP; [et al], Boek en markt : effectiviteit en efficiëntie van de vaste boekenprijs
    Den Haag : SCP, 2002.
    De vaste boekenprijs is omstreden. In deze evaluatie worden de effectiviteit en de efficiëntie van de vaste boekenprijs tegen het licht gehouden. Worden de drie cultuurpolitieke doelstellingen (pluriform titelaanbod, brede beschikbaarheid en publieksparticipatie) ermee bereikt en gebeurt dat doelmatig? De analyse richt zich op de werking van de boekenprijs als zodanig en op een vergelijking ervan met mogelijke alternatieven. (B20470)

  • Buijs, D. C.; [et al.], Mok-aria : opstellen aangeboden aan Prof.mr. M.R. Mok ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag
    Deventer : Kluwer, 2002.
    Opstellen aangeboden aan Prof.mr. M.R. Mok ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag. Bevat ca. 40 artikelen die vanuit een economisch-juridische invalshoek een verkenning beschrijven over het grensgebied tussen het Nederlandse en Europese recht. Opgenomen zijn de volgende artikelen: De vordering tot openbaarmaking van de jaarrekening als bedoeld in art. 2:394 lid 7 BW: een passende sanctie overeenkomstig de eerste EEG-richtlijn inzake het vennootschapsrecht?; Repressieve concentratiecontrole; Strafrecht in de eerste pijler?; Arbeidsrecht en Europees recht; 'Vorrei e non vorrei. 'Coöperatie als economische eenheid; Concurrentie en coördinatie; Privaatrecht handhaaft mededingingsrecht: 'Alice in wonderland?'; Stilstaand verkeer is ook verkeer; Europa en de binnenvaart; Een verplichting tot richtlijnconforme interpretatie van rechtshandelingen?; Wat het zwaarst weegt; Het begrip 'rechtstreekse werking' en de rol van nationale rechters; De toverformule van de onmiskenbare onverbindendheid en buitenwerkingstelling van wetgeving wegens strijd met supranationaal recht; Het doel van concentratietoezicht in Nederland; MKZ; De rol van de raadadviseur-auditeur in EG-mededingingszaken; Prejudiciële uitlegging van gemeenschapsrecht met het oog op toepassing van nationaal recht; Pacta sunt servanda: ja toch?; De reikwijdte van art. 9 eerste EG-richtlijn met betrekking tot de vertegenwoordiging bij NV en BV; Op markt gesteld. De economische geschiedenis van Nederland en haar Europese achtergrond; Economische wetgeving: een proces van lange adem?; De aansprakelijkheid van ouders voor hun kinderen in Europees perspectief; Over strafbaarstelling van onbevoegde uitoefening van medische en andere beroepen. Recente ontwikkelingen. De vennootschappelijke zetel in het gemeenschapsrecht; Harmonisatie met kerngebieden van het recht in de EU; noodzaak en methoden; Gucci: een verrassende beslissing na verwijzing; De rechts(economische) gevolgen van de Europese natuurbeschermingswetgeving; De dilemma's bij Chinese muren; Life with an idiot; De gevaren van eenmaking van het privaatrecht in Europa; Van herijken naar hervormen; De Eg-betekenisverordening en het recht op wederhoor; De regulering van de beursvennootschap; Over de prejudiciële procedure en 'acte clair'; De eenzijdige wijziging van een contract; merkenrecht op de grens van Benelux en Europees recht. Of mercedes/Haze revisited; Mededingingsregels op verschillend territoriaal niveau; Pacta sunt servanda; Export van exitclaims; vrij verkeer van latenties. (B20681)

  • Berenschot: Berg, F. van den [et al.], Evaluatie mededingingswet : doelmatigheid handhaving M-wet
    Utrecht : Berenschot, 2002.
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. Dit deelonderzoek gaat in op de doelmatigheid van de handhaving van de Mededingingswet. Een belangrijke vraag bij de evaluatie van de Mededingingswet is of de door NMa gepleegde inzet in verhouding staat tot de opbrengst. In hoeverre slaagt NMa erin om, gegeven de wettelijke uitgangspunten en randvoorwaarden, haar kerntaken doelmatig uit te voeren? Bij het beoordelen van deze vraag worden drie invalshoeken gehanteerd. De eerste invalshoek bestaat uit het in kaart brengen van de in- en output van de NMa. De verhouding tussen ingezette middelen en resultaten biedt een indicatie van de mate waarin doelmatig wordt gewerkt. Bij de tweede invalshoek gaat het om het maken van een vergelijking met andere organisaties. De derde invalshoek betreft de organisatorische randvoorwaarden voor doelmatig werken. Heeft NMa haar eigen organisatie zodanig aangestuurd en vormgegeven dat een zo'n doelmatige handhaving van de M-wet mogelijk is? Het rapport bestaat uit drie delen. In het eerste deel is ingegaan op de strategie en prioritering. Deel twee gaat in op de vraag of er een evenwichtige verhouding bestaat tussen kern- en nevenactiviteiten. In deel drie gaan we tenslotte in op de vraag of de procesgang doelmatig is georganiseerd. (B20537)

  • Slot, P. J.; Universiteit Leiden; Min. EZ [et al.], Bijlagen bij juridisch deelonderzoek Evaluatie Mededingingswet
    Leiden : Universiteit Leiden, 2002.
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. In de bijlagen bij het juridische deelonderzoek komen aan de orde: de gevolgde werkwijze, een literatuuranalyse, literatuurlijsten, en de questionaire.
    Juridisch deelonderzoek zie B20535. (B20536)

  • Slot, P. J.; Universiteit Leiden; Min. EZ [et al.], Eindrapport Evaluatie Mededingingswet : (juridisch deelonderzoek)
    Leiden : Universiteit Leiden, 2002.
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. In dit deelonderzoek zijn de toepasselijkheid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op besluiten op grond van de Mededingingswet en de verhouding met de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) aan de orde. (B20535)

  • Lijn, N. van der; Bruggert, F.; Bas, F. de; Princen, S.; NEI; Min. EZ, Eindrapport evaluatie mededingingswet
    Rotterdam : NEI, 2002.
    Deelrapport in het kader van de evaluatie van de mededingingswet. In het kader van deze evaluatie, heeft Ecorys-NEI onderzoek gedaan naar de economische effecten van de Mededingingswet. De vraag die in dit onderzoek centraal staat is: "Heeft de invoering van de Mededingingswet invloed gehad op het functioneren van markten in Nederland en hoe verhouden deze effecten zich tot de doelstellingen van de wet?" Daartoe wordt allereerst ingegaan op de doelstelling van de Mededingingswet en ontwikkelingen in het denken daarover. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de uitvoeringspraktijk van de Mededingingswet, waarbij wordt ingegaan op de aantallen en typen besluiten die de NMa heeft genomen in de jaren van 1998 tot en met 2001. In het onderzoek worden de resultaten van 10 casestudies besproken en geanalyseerd. Per case wordt gekeken in hoeverre er een verandering is te constateren in de periode na het NMa-besluit op de indicatoren van concurrentie. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het NMa-besluit bijgedragen heeft aan deze veranderingen of dat externe, niet aan het besluit te relateren omstandigheden van invloed zijn geweest op deze veranderingen. (B20534)

  • Berenschot; Plug, P. J.; Min. EZ, Syntheserapport evaluatie mededingingswet
    Den Haag : Berenschot, 2002..
    In het syntheserapport over de evaluatie van de mededingingswet zijn de belangrijkste bevindingen uit de deelrapporten samengebracht. Het syntheserapport beoogt een antwoord te geven op de volgende hoofdvragen: 1. Heeft de Mededingingswet de afgelopen vier jaar de met de wet beoogde effecten (doelstellingen) weten te realiseren?; 2. Biedt de Mededingingswet voldoende mogelijkheden voor de NMa om de kernartikelen (verbod van mededingingsafspraken, verbod van misbruik van een economische machtspositie en het concentratietoezicht) effectief uit te voeren en toe te passen?; 3. Heeft de NMa de Mededingingswet wat de prioriteitenstelling en de procesgang betreft op een doelmatige manier uitgevoerd en gehandhaafd? Bij de beantwoording van die vragen besteedt het syntheserapport met name ook aandacht aan onderwerpen waarvan de Tweede Kamer de afgelopen vier jaar heeft aangegeven dat die bij de evaluatie van de Mededingingswet meegenomen zouden moeten worden. Het gaat daarbij om onderwerpen als het meewegen van andere uit een maatschappelijk oogpunt wenselijke effecten (niet-economische effecten), de bagatelvrijstelling en de positie van het midden- en kleinbedrijf, de eventuele versterking van het verbod van misbruik van een economische machtspositie, de aanpassing van de bepalingen inzake concentratietoezicht aan de bestaande EG-Concentratieverordening, de afbakening ten opzichte van toezicht op basis van andere wetten (art. 16) en de verbetering van de handhaving van de Mededingingswet. De hoofdconclusies van het syntheserapport zijn dat de Mededingingswet heeft bijgedragen tot het handhaven en waar mogelijk verbeteren van de effectieve concurrentieverhoudingen en dus goed functioneert. Over de NMa merkt het syntheserapport op dat deze zich heeft weten te ontwikkelen tot een gezaghebbende mededingingsautoriteit die erin is geslaagd de Mededingingswet op een behoorlijk doeltreffende en doelmatige wijze toe te passen. Op bepaalde punten is de Mededingingswet echter voor verbetering vatbaar en het syntheserapport doet daarvoor een aantal aanbevelingen. (B20533)

  • Abdullah Khan, R. A., Ondernemingsconcentraties en marktliberalisering : over macht en onmacht van rechters bij de toepassing van de artikelen 82 en 86 van het EG-Verdrag : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    Deventer : Kluwer, 2002.
    Mededingingsmonografieën, nr. 6
    De centrale vraag in deze studie is die naar de mogelijkheden welke het Europees recht biedt om aan de hand van rechtspraak van het Hof van Justitie EG ingevolge de artikelen 82 en 86 EG ondernemingsconcentraties en marktliberalisering te bevorderen. Deze twee fenomenen kunnen worden gezien als strategische middelen om de in artikel 2 EG genoemde doelstellingen van stabiliteit, welvaart en groei te bewerkstelligen. Het eerste deel van het boek heeft betrekking op particuliere monopolies. Dit deel van het onderzoek behandelt vooral de vraag of het HvjEG geslaagd is in het bevorderen van ondernemingsconcentraties en hoe bij eventueel gering resultaat het onvermogen van het HvJEG valt te verklaren. Achtereenvolgens komen aan de orde de economische motieven voor het Europees mededingingsrecht dat vooral ondernemingsconcentraties zou moeten stimuleren, de beslissende rol van het HvJEG bij de consolidatie van de voorkeur voor ondernemingsconcentraties in het EG-verdrag en het arrest Continental Can, minderheidsparticipaties en de artikelen 81 en 82 EG, de vraag of artikel 82 EG gezien de concentratieverordening niettemin een rol heeft te vervullen in het systeem van communautaire concentratiecontrole. Het tweede deel van het onderzoek heeft betrekking op wettelijke monopolies. In dit gedeelte staat de vraag centraal in hoeverre de rechterlijke marktliberalisering een geschikt alternatief is voor maatregelen van marktliberalisering door de communautaire wetgever. Onder meer wordt ingegaan op een studie die in 1965 is verricht door prof. dr. J. Zijlstra naar de economische politiek en het concurrentiebeleid in de EEG, bezien vanuit de gezichtshoek van de door de EEG gewenste economische orde. Voorts wordt een zevental arresten behandeld die een fundamentele verschuiving hebben laten zien op het gebied van toezicht op wettelijke monopolies. (B20268)