Literatuurlijst Landbouwbeleid

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken

 

  • OECD, Agricultural policy monitoring and evaluation 2011 : OECD countries and emerging economies
    Parijs : OECD, 2011. 350 p.
    Uitgebreide editie van de jaarlijkse publicatie 'Agricultural policy monitoring and evaluation : OECD countries and emerging economies'. Dit uitgebreide rapport belicht voor de eerste keer de landbouw (overheidssteun, ontwikkelingen en aanbevelingen) in 45 landen: OESO-landen én belangrijke economische landbouwlanden (niet-OESOlanden). Uit het rapport blijkt dat:
    De overheidssteun in de landbouwproductie in OESO-landen is historisch laag;
    De overheidssteun is het laagst in Nieuw-Zeeland (1%), Australië (3%), en Chili (4%), gevolgd door de VS (9%);
    De hoogste landbouwsteun wordt gegeven in Noorwegen (60%), Zwitserland (56%), Japan (49%), IJsland (48%) en Korea (47%);
    In de EU is de landbouwsteun in 2008-2010 iets afgenomen (22%). (B30798)

  • Planbureau voor de Leefomgeving; Westhoek, H. [et al.], Greening the CAP : an analysis of the effects of the European commission's proposals for the common agricultural policy 2014-2020
    Den Haag : PBL, 2012. 30 p.
    PBL Note
    De voorgestelde vergroeningsmaatregelen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU hebben slechts een relatief kleine invloed op de verduurzaming van de landbouw. De Europese landen moeten 30 procent van het budget voor de eerste pijler (inkomenstoeslagen) besteden aan deze maatregelen: een bedrag van 13 miljard euro per jaar. (B30717)
     
  • LEI; Alterra; Doorn, A. van; Naeff, H.; Bont, K. de; Jager, J., Regionale en sectorale verdeling van Europese landbouwsubsidies in Nederland
    Wageningen : LEI, 2011. 8 p.
    De hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) begint steeds meer vorm te krijgen. Op 12 oktober 2011 heeft de Europese Commissie de wetgevingsvoorstellen voor het GLB na 2013 gepubliceerd. De hervorming heeft grote gevolgen voor de inkomsten van Nederlandse boeren. Maar hoeveel steun vanuit het GLB ontvangen Nederlandse landbouwers op dit moment eigenlijk? Wat zijn de verschillen tussen sectoren en wat zijn de verschillen tussen regio’s? Deze fact sheet geeft een overzicht van de regionale en sectorale verdeling van de in 2009 uitbetaalde bedragen in het kader van de GLB-inkomenssteun en het plattelandsbeleid. Het gaat om een totaal bedrag van circa 900 mln. Euro. (B30397)
     
  • LEI; Jongeneel, R.; Bont, C. J. A. M. de; Jager, J. H.; Prins, H.; Roza, P.; Smit, A. B., Bedrijfstoeslagen na 2013 : omgaan met dalende bedragen
    Den Haag : LEI, 2011. 91 p.
    LEI-rapport, nr. 2011-062
    De veranderingen in het Europese landbouwbeleid in de komende jaren houden naar verwachting onder andere in dat de bedrijfstoeslagen voor veel landbouwbedrijven sterk zullen dalen. Met het oog op de besluitvorming die in EU-verband zal plaats vinden en de keuzes die in Nederland kunnen worden gemaakt bij de uitvoering van het beleid, heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan het LEI gevraagd inzicht te geven in de gevolgen voor de bedrijven met hoge toeslagen per ha, in het aanpassingsvermogen van de betreffende bedrijven en de ketens en in te gaan op de maatregelen die het ministerie eventueel hiervoor zou kunnen nemen. In dit onderzoek is vooral ingegaan op de bedrijfstakken met veel bedrijven met hoge toeslagen, te weten: de melkveehouderij, de vleeskalverhouderij en de akkerbouwbedrijven met zetmeelaardappelen. (B30396)
     
  • Planbureau voor de Leefomgeving; Zeijts, H. van [et al.], Greening the common agricultural policy: impacts on farmland biodiversity on an EU scale
    Den Haag : PBL, 2011. 62 p.
    De door de Europese Commissie voorgestelde ‘vergroening’ van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) remt de achteruitgang in biodiversiteit af, met name in regio’s met intensieve landbouw. Extensieve landbouwgebieden zijn echter meer gebaat met bescherming van de bestaande soortenrijkdom. Regionale differentiatie van beleid, afgestemd op de lokale omstandigheden, zou gunstiger resultaten kunnen opleveren. Dit zijn de hoofdconclusies van het rapport. (B30177)
     
  • Raad voor het Landelijk Gebied; Raad voor Verkeer en Waterstaat; VROM-raad, Het Europees landbouwbeleid als transitie-instrument voor de land- en tuinbouw
    Den Haag : RLG, 2011. 16 p.
    Briefadvies
    Op 8 juni 2011 hebben de raden een briefadvies over de toekomst van het ruimtelijk beleid uitgebracht. In dit briefadvies adviseren de raden over het effectiever maken van de ruimtelijke ordening, in het licht van de voorgenomen decentralisatie van nationaal ruimtelijk beleid. Deze decentralisatie zien de raden als een goed uitgangspunt. Wel moeten provincies en gemeenten in staat worden gesteld hun ruimtelijke ordeningstaken daadwerkelijk op te pakken. Dat vereist dat ook middelen en uitvoeringsinstrumenten worden gedecentraliseerd. Alleen onder die voorwaarde kunnen decentrale overheden hun taken goed uitvoeren. In het advies benoemen de raden nog een aantal andere randvoorwaarden voor een beter werkende ruimtelijke ordening. Deze houden onder andere in dat het Rijk nationale opgaven nadrukkelijk vanuit een internationaal perspectief moet benoemen, heldere sectorale doelen moet stellen en de bescherming van leefomgevingskwaliteiten moet regelen. Tevens adviseren de raden in te zetten op instrumenten die de uitvoering van ruimtelijk beleid kunnen verbeteren en versnellen, want alleen decentralisatie van beleid is daartoe onvoldoende. Een voorbeeld daarvan is het versterken van de gebiedsagenda. (B29953)
     
  • Planbureau voor de Leefomgeving; Zeijts, H. van [et al.] Bijdrage GLB aan beleidsdoelen milieu, natuur en landschap : een verkenning van de mogelijke inzet van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
    Den Haag : PBL, 2010. 53 p.
    Als de Nederlandse overheid haar doelen voor de kwaliteit van het platteland wil halen, dan kan zij niet om betaling van boeren heen. Dat kan gaan om tal van diensten voor agrarische natuur, landschap, waterkwaliteit, aanpassing aan klimaatverandering en milieukwaliteit van natuurgebieden. De aanpassingen van het Europese landbouwbeleid die de Europese Commissie deze maand zal aankondigen, bieden de overheid mogelijk meer ruimte om boeren te belonen voor deze maatschappelijke diensten. Dat is echter alleen effectief als de overheid er strikte voorwaarden aan verbindt en scherpe keuzes maakt voor specifieke gebieden en thema’. Dat blijkt uit het rapport ‘Bijdrage GLB aan beleidsdoelen milieu, natuur en landschap – Een verkenning van de mogelijke inzet van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (B29241)

 

  • Verburg, G.; Selm, A. van; Bos, M.; Kuiper, E.; [et al.], Boer zoekt toekomst : de economie van de landbouw
    Den Haag : SDU, 2009.
    ESB dossier, 94 (2009) 4570S (16 okt)
    Dossier over de landbouw met diverse artikelen. (B28195)

  • Min. LNV, Maatschappelijke innovatie agenda duurzame agro- en visserijketens
    Den Haag : Min LNV, 2009.
    Doel van de Maatschappelijke Innovatie Agenda (MIA) is oplossingen te vinden voor maatschappelijke knelpunten, die samenhangen met de huidige agro- en visserijketens en door middel van nieuwe denkrichtingen een bijdrage te leveren aan het vermogen om te voorzien in de voedsel- en grondstoffenbehoefte van de maatschappij van de toekomst. (B28110)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Boeren met een groen hart : advies over de toekomst voor de landbouw in het Groene Hart
    Amersfoort, RLG, 2009. 64 p.
    Publicatie RLG, nr. 09/02
    In dit advies verkent de raad de kracht van de landbouw in het Groene Hart nu en in de toekomst. De raad concludeert dat landbouw en het bijbehorende agrocluster prominent thuis horen in de rij van andere stuwende motoren zoals de havens, Schiphol en de distributiesector. Met een toegevoegde waarde van 1,9 miljard euro, 11.000 directe en 21.000 indirecte arbeidsplaatsen is de landbouw geen bedrijfstak in de marge maar een krachtige motor binnen de Randstad. Bijlagen op CD-ROM met de studies die aan het advies ten grondslag liggen:
    1. Achtergrondstudie rapport CLM 'De kracht van de Groene Hart landbouw' 2. Achtergrondstudie rapport LEI Wageningen UR 'Boeren in het Groene Hart' (B27958)

  • LEI; Wageningen UR; Knijff, A. van der; Splinter, G.; Zijlstra, J.; Jukema, N., Zzp'ers in beeld : een inventarisatie in de agrarische sector
    Den Haag : LEI, 2009.
    Rapport, nr. 2008-088
    Dit rapport schetst een beeld van zzp (zelfstandige zonder personeel) in de agrarische sector. In deze inventariserende studie zijn de voor- en nadelen van deze relatief nieuwe vorm van arbeid beschreven en is ingezoomd op de kansen die zzp biedt voor bepaalde doelgroepen. Het rapport omvat ook kwantitatieve informatie over de inzet van zzp'ers in de land- en tuinbouw. Verder is een aantal inhoudelijke thema's uitgewerkt, waaronder werving van zzp'ers, opdrachten, regelgeving, certificering en sociale zekerheid. Het rapport is gebaseerd op een deskstudie en een praktijkinventarisatie. (B27786)

  • Europese Rekenkamer, Is 'cross compliance' als beleid doeltreffend?
    Luxemburg : Europese Rekenkamer, 2008.
    Speciaal verslag, nr. 8
    Cross compliance is een essentieel element van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en koppelt de meeste GLB-betalingen aan de inachtneming van bepaalde regels op het gebied van milieu, gezondheid en dierenwelzijn. Er zijn aanbevelingen en op lange termijn moet de regeling aanzienlijk verbeterd worden. (B27653)

  • Silvis, H.; Oskam A.; [et al.], EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen : van politiek naar praktijk
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers, 2008.
    Dit boek behandelt de Europese beleidsterreinen voor landbouw, voedsel, milieu, natuur en landschap in hun onderlinge samenhang. Bevat de volgende hoofdstukken en bijdragen: Inleiding: 1. Europese integratie: betekenis voor landbouw, voedsel en groen. Institutionele kaders: 2. Institutionele context en besluitvormingsprocessen; 3. Budgettaire kaders; 4. Kaders van de WTO. Landbouw: 5. Van prijsbeleid naar bedrijfstoeslagen; 6. Toekomst van de directe inkomenssteun; 7. Cross-compliance; 8. Vetinair en fytosanitair beleid; 9. Ontwikkelingslanden en het EU-landbouw- en voedselbeleid. Voedsel: 10. Private en publieke taken in de voedselketen; 11. Het Europese levensmiddelenrecht; 12. Voedselveiligheid. Groen: 13. Naar ecologische duurzaamheid; 14. Europees natuurbeschermingsbeleid: van regels naar praktijk; 15. EU-plattelandsbeleid en structuurfondsen. Uitleiding: 16. VS-beleid voor landbouw, voedsel en groen; 17. Toekomst van het EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen. 2e geh. herz. dr. (B27164)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Is het gras bij de buren groener? : bijeenkomst over beloning voor publieke diensten door agrariërs 24 juni 2008 : verslag
    [Amersfoort] : RLG, 2008.
    Verslag van bijeenkomst van de Raad voor het Landelijk Gebied met het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) over beloning voor publieke diensten door agrariërs. Centraal in de bijeenkomst stond de vraag wat we in Nederland kunnen leren van ervaringen in Engeland. (B27056)

  • LEI; Rijk, P.,  Landbouwgronden in Europa : analyse van en visie op gewasopbrengsten, bevolking en milieu
    Den Haag : LEI, 2008. 72 p.
    Dit rapport geeft inzicht in een aantal belangrijke trends in Nederland, Europa en de wereld rondom gewasopbrengsten (tarwe, aardappelen), kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, bevolking, ruimtelijke claims, energie en klimaat. Hierbij wordt gebruik gemaakt van statistieken van de FAO, Eurostat en het CBS. In het rapport wordt onder meer geconcludeerd dat landbouwgronden in Europa in toenemende mate benut zullen worden voor het leveren van voedsel elders in de wereld. Dit komt vooral door een verschuiving in de verdeling van de wereldbevolking over de continenten. Het areaal landbouwgrond in Nederland neemt naar verwachting de komende dertig jaar af met 4%. Dat was de laatste dertig jaar 8% oftewel 5.000 hectare per jaar. De belangrijkste factor voor het toenemende ruimtebeslag voor niet-agrarische doeleinden is de toename van de bevolking met als gevolg onder andere meer verstedelijking, groen en recreatie. (B26872)

  • ENARPI ; CEPS ; Kaditi, E. ; Swinnen, J., Trade agreements, multifunctionality and EU agriculture
    Brussel : CEPS, 2006.
    De moeilijke internationale onderhandelingen tijdens het DOHA-overleg geven het belang aan van landbouwbeleid en de invloed op het globale handelssysteem. De gesprekken gingen over het effect van beleid en gerelateerde handelsovereenkomsten op het gebied van groei, inkomens en welvaartsverdeling in de EU en derde landen. Onderzoek naar de terugslag op landbouwbeleid van de EU en de regionale, bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten. (B26118)

  • Alterra; Wageningen UR; Rienks, W.; Meulenkamp, W.; [et al.], Grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap
    Wageningen : Alterra, 2008.
    Alterra-rapport, nr. 1642
    De meeste boeren hebben hun kostprijs de afgelopen decennia kunnen verlagen, met daarbij schaalvergroting als toverwoord. Tegelijkertijd is het agrarisch landschap in veel gebieden grootschaliger en opener geworden. Veel bosjes en houtwallen zijn verdwenen. De opschaling van agrarische bedrijven gaat naar verwachting in de toekomst door. Geldt hetzelfde voor de opschaling van het landschap? Of is een trendbreuk mogelijk? In hoeverre past grootschalige landbouw binnen een kleinschalig landschap? Dat zijn de centrale vragen die in deze brochure worden behandeld. Deze vragen zijn verkend aan de hand van een kleinschalig landschap in de gemeente Lochem. (B26661)

  • Milieu- en Natuurplanbureau; [et al.], Duurzame ontwikkeling van de landbouw in cijfers en ambities : veranderingen tussen 2001 en 2006
    Bilthoven : MNP, 2007.
    MNP-publicatienummer, nr. 500139002
    De doelstelling van dit onderzoek is inzicht te geven in de vorderingen op weg naar een duurzame landbouw die in de periode 2001-2006 zijn gemaakt, zowel voor wat betreft feitelijke resultaten als geformuleerde ambities. Ook de betekenis hiervan voor de transitie naar een duurzame landbouw in de toekomst komt aan de orde. Allereerst geeft het rapport de feitelijke ontwikkelingen weer in cijfers voor de thema’s die voor een duurzame landbouw van belang zijn. Daarna wordt ingegaan op de ambities voor de toekomst. Hier komt de vraag aan de orde welke veranderingen er hebben plaatsgevonden in de ambities van de verschillende landbouwsectoren op hun weg naar duurzaamheid. Gezocht wordt naar verklaringen voor deze veranderingen. Vervolgens wordt ingegaan op de rollen die de overheid heeft gespeeld in het veranderingsproces naar een duurzame landbouw, sinds de introductie van het transitiebeleid in het NMP4. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag wat cijfers en ambities betekenen voor ontwikkeling van duurzame landbouw in de toekomst. In het rapport wordt geconcludeerd dat de landbouw duurzamer is gaan produceren en meer open staat voor de wensen van de samenleving. Toch worden de milieudoelen voor de lange termijn niet gehaald. Dit komt omdat het bestaande beleid boeren onvoldoende stimuleert deze doelen te halen. (B26246)

  • LEI; Boone, K.; Bont, K. de; [et al.], Duurzame landbouw in beeld : resultaten van de Nederlandse land- en tuinbouw op het gebied van people, planet en profit
    Den Haag : LEI, 2007.
    Duurzame landbouw in beeld 2007 geeft de resultaten weer van de Nederlandse land- en tuinbouw op alle relevante duurzaamheidsaspecten. Zowel de meest recente cijfers als de langetermijnontwikkelingen worden gepresenteerd. Naast de resultaten voor de sector als geheel worden de bedrijfstypen glastuinbouw, melkveehouderij en varkenshouderij afzonderlijk behandeld. (B26328)

  • Borgstein, M. H.; Leneman, H.; Bos-Gorter, L.; [et al.], Dialogen over verduurzaming van de Nederlandse landbouw : ambities en aanbevelingen vanuit de sector
    Wageningen : Wageningen UR, 2007.
    WOt-rapport, nr. 44
    Als onderdeel van de monitoring van de ontwikkeling naar een meer duurzame landbouw, zijn in 2006 zeven dialogen gehouden. Deelnemers aan deze dialogen zijn op zoek gegaan naar de ambities voor een duurzame landbouw. Het maatschappelijk draagvlak bleek een vaak genoemde ambitie, net zoals het beperken van de belasting voor het milieu. Ook ambities over continuïteit, innovatie en kwaliteit van het landschap zijn naar voren gekomen. De deelnemers hebben voor de verschillende ambities aangegeven in hoeverre deze al zijn gerealiseerd. Men blijkt het minst tevreden te zijn over de profitkant. De planet-kant scoort beter en de vorderingen op het gebied van people-ambities zijn met een voldoende tot goed beoordeeld. De dialogen hebben een aantal aanbevelingen opgeleverd om de ambities te realiseren. Het onderwijs zou een rol kunnen vervullen in innovatie en het verbeteren van het imago van de landbouwsector. Het Ministerie van LNV zou ondernemerschap en werkgeverschap moeten stimuleren en zorgen voor bedrijfseconomisch gunstige randvoorwaarden. De landbouwsector zelf moet samenwerking opzoeken en de productieprocessen waar mogelijk aanpassen aan de duurzaamheidprincipes. (B26329)


  • Groot, A. M. E.; Borgstein, M. H.; Leneman, H.; [et al.], Dialogen over verduurzaming van de Nederlandse landbouw : gestructureerde sectordialogen als onderdeel van een monitoringsmethodiek
    Wageningen : Wageningen UR, 2007.
    WOt-rapport, nr 45
    Dit rapport beschrijft en analyseert een serie gestructureerde sectordialogen als onderdeel van een monitoringsmethodiek voor de verduurzaming van de landbouw. Deze dialogen zijn in 2006 in opdracht van het Ministerie van LNV georganiseerd met de volgende doelen: 1) Welke ambities hebben de verschillende sectoren op het gebied van het verduurzamen van de landbouw en 2) hoe vindt de sector dat zij er op dit moment voorstaat in haar ontwikkeling naar een duurzame landbouw? In een kritische reflectie wordt de kwaliteit en effectiviteit van de uitgevoerde sectordialogen behandeld. In een vergelijking met een kwantitatieve monitoringsmethodiek wordt de toegevoegde waarde van de dialogen als (aanvullend) onderdeel van een meer omvattende methodiek voor de monitoring van verduurzaming van de landbouw bediscussieerd. (B26330)

  • Milieu- en Natuurplanbureau; LEI; [et al.], Opties voor Europese landbouwsubsidies
    Bilthoven : MNP, 2007.
    De Europese Commissie heeft voor 2008 een discussie aangekondigd over de aanpassing van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), de zogenoemde health check. Hierbij komt ook de toekomst van de landbouwsubsidies aan bod. Voor enkele landen waaronder Nederland staat vast dat de maatschappelijke legitimatie voor steun een belangrijk uitgangspunt zal zijn. In het regeerakkoord van februari 2007 staat dat het gewenst is dat de landbouwsubsidies op termijn sterker worden gekoppeld aan maatschappelijke waarden. In Nederland zullen eind 2007 de eerste discussies hierover plaatsvinden. Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft in samenwerking met het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) de volgende vragen; onderzocht: op welke maatschappelijke doelen kunnen de Europese landbouwsubsidies in de toekomst worden gericht?; hoe kunnen deze subsidies daarbij effectief worden ingezet? De resultaten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt voor een maatschappelijke en politieke discussie over de invulling van de Europese landbouwsubsidies in de toekomst. Er zijn diverse mogelijkheden om in de toekomst de Europese landbouwsubsidies gericht in te zetten op doelen die in de samenleving van belang worden gevonden. De subsidie kan in Nederland -deels gebiedsgericht- worden ingezet op maatschappelijke doelen zoals milieu, natuur, landschap en dierenwelzijn. Vooral direct na de invoering van gerichte subsidies kunnen de inkomens van veel landbouwbedrijven aanzienlijk dalen. (B26315)

  • World Bank, World development report 2008 : agriculture for development
    Washington : Word Bank, 2007.
    Het WDR 2008 pleit voor meer investeringen in de landbouw in ontwikkelingslanden. Het rapport waarschuwt ervoor dat de sector in het centrum van de ontwikkelingsagenda moet worden geplaatst om de doelstellingen van halvering van extreme armoede en honger vóór 2015 te realiseren. (B26316)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Publieke belangen centraal : advies over de toekomst van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid
    Den Haag : RLG, 2007.
    Publicatie RLG, nr. 07/1, deel 2
    De RLG bepleit meer publiek belang in Europees landbouwbeleid. De raad vindt dat het compenseren van boeren voor prijsdalingen uit het verleden, zoals nu gebeurt alleen voor een overgangsperiode te rechtvaardigen is. De overheid dient publieke belangen te borgen. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) biedt hiervoor een aantal instrumenten. Volgens de raad liggen die publieke belangen voor de landbouw in: het veiligstellen van de voedselvoorziening; duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en een aantrekkelijke leefomgeving; en maatschappelijk verantwoorde productiemethoden. Centraal stellen van publieke belangen maakt voortbestaan van specifieke vormen van landbouw in bepaalde gebieden middel en geen doel. Het vraagt ook een wezenlijk andere manier van denken en handelen van betrokkenen bij de overheid, in de land- en tuinbouw en bij maatschappelijke organisaties. De raad adviseert om toe te werken naar een systeem waarin boeren direct betaald worden voor het leveren van diensten die de publieke belangen helpen realiseren. Zolang zo'n systeem er nog niet is, vindt de raad een vorm van generieke financiële steun aan de grondgebonden landbouw op z'n plaats. (B26302)

  • Verburg, G.; Griffiths, R.; Merriënboer, J. van; [et. al.], Vijftig jaar Verdrag van Rome: de betekenis van landbouw voor één Europa
    Den Haag : Boom, 2007.
    Europa en de landbouw zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Het Ministerie van LNV organiseerde een symposium ter gelegenheid van de viering van vijftig jaar Verdrag van Rome. De vraag wat de betekenis van landbouw is geweest voor de geschiedenis van de Europese integratie stond centraal. In deze bundel de lezingen van het symposium. (B26460)

  • Lamers, L., Het grote groene misverstand : ontmaskering van een tunnelvisie op de landbouw en het landelijk gebied
    Wageningen : Uitgeverij Landwerk, 2007.
    'Dagelijks stoppen tien boeren met hun bedrijf. Daardoor neemt de landbouwproductie af, verloedert het platteland, verdwijnen de koeien uit het landschap en verpauperen de dorpen. En als we niet uitkijken zijn we voor ons voedsel straks afhankelijk van het buitenland.’ Dat is, in grote lijnen, hoe bijna iedere Nederlander naar de landbouw kijkt. En dat is een groot en alarmerend misverstand. Want daardoor maken we de verkeerde keuzen. Overheidsmaatregelen zijn gericht op de ‘redding’ van de landbouw, in de veronderstelling dat daarmee ook vanzelf de verpaupering van het landschap, de natuur en het landelijk gebied worden aangepakt. In het boek gaat Lamers diverse misverstanden over de landbouw en het landelijk gebied na, maakt duidelijk waarom het misverstanden zijn en geeft aan hoe het dan wel zit. Lamers laat zien dat de landbouw niet uit Nederland verdwijnt maar juist een economische en ruimtelijke grootmacht zal blijven. Niet de vermeende krimp van de landbouw is een bedreiging voor natuur en landschap, maar juist de grote omvang en de neiging tot verdere groei. (B25985)

  • SMO; Snijders, H.; Jacobs, D.; Vrolijk, H.; Bakker, T.; Groothelm, M.; Pars, R.; Dvortsin, L., De economische kracht van agrofood in Nederland
    Den Haag : SMO, 2007.
    Dit boek gaat over de vraag of er in Nederland een toekomst is voor de agrarische sector en de daarmee verband houdende voedingsindustrie. De economische kracht van sectoren kan adequaat in beeld worden gebracht met de methodiek van de Amerikaanse managementgoeroe Michael E. Porter. Deze publicatie bewijst dat zijn benadering van sectoranalyse tot opvallende inzichten leidt. De agrofoodsector blijkt - langs deze meetlat gelegd - een vitale en op de wereldmarkt goed concurrerende bedrijfstak te zijn. Maar ook de zwakten ervan zijn aanzienlijk nu de wereldeconomie een groeisprong maakt en nieuwe landen zich internationaal positioneren. (B25928)

  • Veerman, C., Landbouw verbindend voor Europa?
    Z. P. : Z. N., 2006.
    Essay over het Europese beleid voor landbouw en landelijk gebied, het verleden en de toekomst. We staan voor de vraag of en op welke wijze een gemeenschappelijk beleid voor de agrarische sector en het landelijk gebied vorm moet krijgen in de lidstaten. (B25769)

  • Fresco, L. O., Nieuwe spijswetten : over voedsel en verantwoordelijkheid
    Amsterdam : Bert Bakker, 2006.
    In Nieuwe spijswetten geeft Louise O. Fresco aanknopingspunten voor een nieuw ethische en wetenschappelijke basis voor onze houding ten opzichte van voedsel en landbouw. Hiermee brengt zij een duidelijke samenhang aan tussen ogenschijnlijk uiteenlopende onderwerpen als vetzucht bij jongeren, de smaak van Italiaanse tomaten, genetisch gemodificeerde gewassen, armoede en honger in een Afrikaanse krottenwijk, en onze heimwee naar het paradijs. Voor iedereen die zich afvraagt of een duurzame samenleving nieuwe taboes verlangt. Haar voorstel tot nieuwe spijswetten is een oproep tot een nieuw debat over hoe wij tegen voedsel aankijken. (B25762)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid : bedrijfstoeslagen : advies over het systeem van bedrijfstoeslagen
    Amersfoort : RLG, 2007.
    Publicatie RLG, nr. 07/1
    Dit briefadvies is de eerste stap van de advisering van de Raad voor het Landelijk Gebied over de toekomst van het GLB. Dit advies richt zich op de mogelijkheden en wenselijkheden van tussentijdse aanpassingen en heroverweging van de Nederlandse keuze voor de grondslag van de bedrijfstoeslagen. Het advies richt zich op de korte termijn (tot aan 2013) en beperkt zich tot het beleid ten aanzien van de bedrijfstoeslagen. Na de uiteenzetting van de uitgangspunten van de raad wordt kort de context van het
    Gemeenschappelijk Landbouwbeleid geschetst. Daarna wordt ingegaan op de wijze waarop Nederland de bedrijfstoeslagen heeft ingevuld. Vervolgens wordt de toekomst van het GLB verdiept en de Nederlandse invulling van het systeem van bedrijfstoeslagen behandeld. De raad adviseert de minister van LNV snel een brede discussie over de toekomst van het Europees landbouwbeleid te stimuleren. De discussie moet uitmonden in een visie op de toekomst van de landbouw en het landbouwbeleid die door de maatschappij breed gedragen wordt. De raad adviseert in de tussentijd geen grote wijzigingen in de Nederlandse invulling van het Europees landbouwbeleid door te voeren. (B25609)

  • Min. LNV, Verbinden en ruimte geven : LNV in dialoog met de samenleving
    Den Haag : Min. LNV, 2007.
    Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zet sterk in op een intensivering van contacten tussen LNV en de samenleving. In 2006 werd in dat kader op verzoek van minister Veerman van LNV een serie gesprekken met burgers georganiseerd, Winteravondreflecties geheten. Thema's die aan de orde kwamen, waren: religie en sociale cohesie, motivaties voor natuurbescherming, landbouw en landschap in een belevingseconomie, moreel consumeren, boerenwaarden in een verstedelijkte samenleving, en duurzame landbouw en handel. Deze publicatie is een weerslag van deze gesprekken. (B25597)

  • Oenema, O.; Kolk, J. W. H. van der; [et al.], Landbouw en milieu in transitie
    Wageningen : Wageningen UR, 2006.
    WOt studies, nr. 2
    De Nederlandse landbouw staat aan de vooravond van grote veranderingen. Milieuvraagstukken en andere maatschappelijke wensen en vragen, maken een grondige herziening van de landbouw noodzakelijk. Dit rapport geeft antwoord op de vragen: Wat maakt de transitie duurzame landbouw zo bijzonder dat het doet wat twintig jaar milieubeleid niet heeft weten te doen? Welke innovaties zijn daarvoor nodig? Welke kennis en kennisinfrastructuur is daarvoor gewenst? (B25451)

  • OECD, Agricultural policies in OECD Countries : at a glance
    Parijs : OECD, 2006.
    Rapport over het landbouwbeleid en de landbouwsubsidies in de OECD-landen. Het eerste deel van het rapport bevat een evaluatie van de beleidsontwikkelingen. Het tweede deel bevat landenstudies over Australië, Canada, de Europese Unie (EU), IJsland, Japan, Korea, Mexico, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Zwitserland, Turkije, en de Verenigde Staten. Uit het rapport blijkt dat de omvang van de landbouwsteun afneemt. De landbouwhervormingen die zich inmiddels hebben voltrokken, zorgen ervoor dat er minder handelsverstorende steun naar de boeren gaat. Het rapport gaat in tegen de veronderstelling dat een hoog bedrag aan overheidssteun noodzakelijk is om de kwaliteit van milieu en welvaart op het platteland veilig te stellen. De meeste steun gaat vaak naar de grootste landbouwbedrijven. De ontwikkeling van het platteland wordt effectiever bevorderd door maatregelen zoals investering in infrastructuur, onderwijs en sociale diensten. De OECD meent dat een verdere voortgang in het overleg over een vrije wereldhandel van groot belang is voor verdere landbouwhervormingen. (B24890)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Buitenbeentjes en boegbeelden : advies over megabedrijven in de Nederlandse land- en tuinbouw
    Amersfoort : RLG, 2006.
    Advies uit over megabedrijven in de Nederlandse land- en tuinbouw. Er wordt vooral aandacht besteed aan het ondernemerschap, de bedrijfseconomische dimensie, de positie van de bedrijven in de keten en de gevolgen voor het landschap. De feitelijke ontwikkeling van megabedrijven wordt in kaart gebracht, de bestaande negatieve en positieve beelden worden getoetst en ook wordt bezien welke rol de overheid zou moeten spelen. In het advies concludeert de RLG dat het Nederlandse megabedrijf in de land- en tuinbouw de sterke kanten van het gezinsbedrijf combineert met de voordelen van grootschaligheid. Desondanks zal met uitzondering van de glastuinbouw de onmiskenbare trend naar schaalvergroting in ons land niet leiden tot een brede ontwikkeling van dergelijke bedrijven. De invloed die het landbouwbedrijf in al zijn verscheidenheid heeft op het landschap, de natuur, het water, de lucht of het dierwelzijn wordt vooral bepaald door de bedrijfsvoering en niet zozeer door het verschil tussen gezins- of megabedrijf. De raad adviseert het rijk en de provincies dan ook geen keuze te maken tussen óf het gezinsbedrijf óf het megabedrijf maar alle bedrijven ontwikkelingsruimte te bieden mits ze voldoen aan de randvoorwaarden van ruimtelijke ordening, milieu en natuur- en landschap. (B24724)

  • Swinbank, A.; Tranter, R. [et al.], A bond scheme for common agricultural policy reform
    Wallingford : CABI Publishing, 2004. 187 p.
    Studie naar de haalbaarheid en acceptatie van het gebruik van een systeem van obligaties om veranderingen in de financiering van het Europese landbouwbeleid in gang te zetten. Bevat de volgende bijdragen: Decoupled payments and a triad of policy objectives: compensation, farm income support and multifunctionality; Direct payments in the EU and their treatment in the WTO; Compensation proposals for EU farm policy reform; A bond scheme tot facilitate CAP reform; From CAP to CARPE: embedding the bond scheme proposal in a comprehensive reform; Why a bond scheme was not adopted in 1992; Implementing a bond scheme; Asking farmers about their response to the proposed bond scheme; A role for direct payments? The Doha round, EU enlargement and prospects for CAP reform. (B24582)

  • Ingco, M. D.; Winters, A.; Diakosavvas, D.; [et al.], Agriculture and the new trade agenda : creating a global trading environment for development
    Cambridge : Cambridge University Press, 2004.
    De onderhandelingen over liberalisering van de handel in landbouwproducten is beladen met problemen als gevolg van de complexiteit van de onderwerpen en het breed scala van belangen tussen de landen. In de ronde van mondiale handelsbesprekingen in het kader van de WTO hebben de verschillende perspectieven op hervorming van de handel gezorgd voor een omstreden agenda. In deze publicatie wordt op deze onderwerpen in gegaan vanuit verschillende invalshoeken en op de gevolgen hiervan voor zowel ontwikkelingslanden als ontwikkelde landen. Specialisten op het gebied van handel in landbouwproducten analyseren een breed scala aan onderwerpen met inbegrip van belangen en opties in de WTO-onderhandelingen, de handel agenda vanuit het perspectief van de ontwikkeling van octrooien perspectief, de WTO-handelsregels, handelsbarrières, onderhandelingen over tarieven en de bescherming van octrooien voor de ontwikkelingslanden.
    Bevat de volgende bijdragen: 1. Introduction; 2. Agriculture and the trade negotiations: a synopsis; Part I. Experience and Lessons from the Implementation of WTO Agreements: 3. The Uruguay Round Agreement on Agriculture in practice: how open are the OECD markets?; 4. How developing countries are implementing tariff-rate quotas; 5. A review of the operation of the Agreement on Sanitary and Phytosanitary Measures; Part II. Interests, options, and objectives in a new trade round: 6. Agriculture, developing countries, and the Doha Development Agenda; 7. Where the interests of developing countries converge and diverge; Part III. New trade rules and quantitative assessments of future liberalization options: 8. Market access, export subsidies, and domestic support: developing new rules; 9. Options for enhancing market access in a new round; 10. Liberalizing tariff-rate quotas: quantifying the effects of enhancing market access; 11. The global and regional effects of liberalizing agriculture and other trade in the new round; 12. Modeling the effects on agriculture of protection in developing countries;13. Liberalizing sugar: the taste test of the WTO; 14. Bananas: a policy overripe for change; Part IV. New trade issues and developing country agriculture: 15. Sanitary and phytosanitary barriers to agricultural trade: progress, prospects, and implications for developing countries; 16. How developing countries view the impact of sanitary and phytosanitary measures on agricultural exports; 17. State trading in agricultural trade: options and prospects for new rules; 18. Environmental considerations in agricultural negotiations in the new WTO round; 19. Intellectual property rights and agriculture; 20. Genetically modified foods, trade and developing countries; 21. Multifunctionality and optimal environmental policies for agriculture in an open economy. (B26644)


  • Ruimtelijk Planbureau; [et al.], Waar de landbouw verdwijnt : het Nederlandse cultuurland in beweging
    Rotterdam : NAi Uitgevers, 2005.
    Er verandert veel in de landbouwsector. Vooral de grondgebonden landbouw krijgt het in Nederland steeds moeilijker. De toenemende internationale concurrentie, de toetreding van Oost-Europese landen tot de EU en de toenemende ruimteclaims voor andere functies dan de landbouw liggen hieraan ten grondslag. In de studie is onderzocht wat de gevolgen zijn van de veranderingen binnen de landbouw voor het landschapsbeeld en het platteland. Met behulp van toekomstscenario’s geven de auteurs een bandbreedte van de veranderingen die in de komende decennia in het Nederlandse cultuurland te verwachten zijn. (B24409)

  • Min. LNV; Task Force Economie, 8 vooroordelen over de Nederlandse landbouw
    Den Haag : Min. LNV, 2005.
    De Nederlands landbouw kampt sinds eind jaren zeventig met een imagoprobleem. De ondersteunende maatregelen van de Europese Unie hebben geleid tot overproductie en milieubelasting met als gevolg een aanhoudende stroom negatieve publiciteit. De Taskforce economie van het Ministerie van LNV beschrijft en ontzenuwd in deze brochure 8 vooroordelen over de Nederlandse landbouw, te weten: Nederland is als klein en dichtbevolkt land geen plek om landbouw te bedrijven; De landbouwsector draagt nauwelijks bij aan de Nederlandse economie; De landbouwsector wordt in leven gehouden door steun van de Europese Unie; Het Europese landbouwbeleid is onbetaalbaar geworden; De consument betaalt als gevolg van het EU landbouwbeleid veel teveel voor zijn voeding; Liberalisatie in de landbouw is nodig vooral ter wille van de armen in de derde wereldlanden; De landbouwsector is geen innovatieve sector; De Nederlandse landbouw maakt gebruik van de meest intensieve teeltmethoden en is daarmee het meest milieubelastend. (B23658)

  • Meester, G.; [et al.], EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen : van politiek naar praktijk
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers, 2005.
    Publicatie waarin de samenhangende terreinen van landbouwbeleid, voedselbeleid en natuur-, milieu- en landschapsbeleid op Europees niveau worden behandeld. Voor de agrosector verschuift de aandacht van het traditionele landbouwbeleid naar voedselkwaliteit en voedselveiligheid, milieu, landschap en platteland; terreinen voor specialisten. De publicatie bevat de volgende hoofdstukken en bijdragen: Inleiding: 1. Europese integratie: betekenis voor landbouw, voedsel en groen; Institutionele kaders; 2. Institutionele context en besluitvormingsprocessen; 3. Budgettaire kaders; 4. Het WTO-perspectief; Landbouw. 5. Van prijsbeleid naar bedrijfstoeslagen; 6. Veterinair en fytosanitair beleid; 7. Midden- en Oost-Europese landen in de EU: verwachtingen en realisaties; 8. Kansen en bedreigingen van het EU-landbouwbeleid voor ontwikkelingslanden; Voedsel. 9. Het Europees levensmiddelenrecht; 10. Voedselveiligheid en voedselkwaliteit; 11. Over publieke en private taken: wie is waarvoor verantwoordelijk?; Groen. 12. Naar ecologische duurzaamheid; 13. Vogel- en Habitatrichtlijn: de stap van regels naar praktijk; 14. Balanceren tussen structuurbeleid en plattelandsbeleid; Uitleiding. 15. Toekomst van het EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen. (B23570)

  • LEI; [et al.], Duurzame landbouw in beeld
    Den Haag : LEI, 2004.
    Duurzame landbouw in beeld brengt op systematische wijze beschikbare gegevens bijeen die van belang zijn voor discussies over transitie duurzame landbouw. Verkenning voor het agrocomplex, glastuinbouw, melkveehouderij en de varkenshouderij. Indicatoren voor economie, milieu, natuur, dierenwelzijn, volksgezondheid en diergezondheid. Uitwerking van praktijkresultaten om zicht te krijgen op de voortgang naar duurzaamheid, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de dimensies economie (profit), ecologie (planet) en sociaal-cultureel (people). (B23381)

  • Siemes, H.; St. Ned. Landbouw-Comité, Eeuwige droom : slotakkoord van het Koninklijk Nederlands Landbouw-Comité 1984 – 2004
    Den Haag : St. Ned. Landbouw-Comité, 2004.
    Het Koninklijk Nederlands Landbouw-Comité (KNLC) heeft een prominente rol gespeeld in de Nederlandse land- en tuinbouw. Het KNLC in 1884 opgericht door de toenmalige regionale organisaties, was lange tijd de voornaamste en door de regering erkende vertegenwoordiger van boeren en tuinders, totdat de 'verzuiling' daaraan in 1920 een einde maakte. Het KNLC deelde vanaf dat moment het landelijk platform met de katholieke KNBTB en de protestants christelijke NCBTB. Per 1 januari 1995 droegen de drie organisaties hun taken over aan LTO-Nederland. Dit boek blikt terug op de voorgeschiedenis van het KNLC. Voorts komen de belangrijkste gebeurtenissen sinds 1984 aan bod: de Europese landbouwpolitiek, de komst van de superheffing, de trekkeracties in de akkerbouw, het mestbeleid en het succes van de tuinbouw. Nauw betrokkenen geven in interviews hun visie. (B24035)

  • Wichern, R.; Europese Cie, Economics of the common agricultural policy
    Brussel : Europese Cie, 2004.
    Economic Papers, nr. 211
    Paper over het gemeenschappelijke landbouwbeleid in de Europese Unie. Het rapport bespreekt hoe ondanks de hervormingen in de landbouwsector in 2003, de steun voor deze sector vaak onvermindert hoog blijft en indruist tegen de marktprijzen. De paper analyseert de economische effecten van de belangrijkste beleidsmaatregelen, o.a.: prijssubsidie, productiequota's, directe betalingen gerelateerd aan productie. (B24032)

  • Min. LNV; [et al.], Agenda voor een vitaal platteland : visie : inspelen op veranderingen
    Den Haag : Min. LNV, 2004.
    Met deze agenda ligt er voor het eerst een integrale rijksvisie op een vitaal platteland in al haar facetten. Het platteland moet een goede plek zijn om te leven en te wonen, maar ook om te werken. Het moet een goede plek zijn voor 16 miljoen Nederlanders om te recreëren. En bij deze functies moet ook rekening worden gehouden met toekomstige generaties. Platteland is méér dan alleen fysieke ruimte : het heeft ook een emotionele waarde. Met de agenda wordt op het gebied van platteland ruimte geboden aan burgers, ondernemers en andere overheden om in te spelen op veranderingen op het platteland. Ofwel op weg naar een andere manier van werken, waarbij we de kracht van het platteland benutten door krachten te bundelen. Zie ook B22723 Agenda voor een vitaal platteland : meerjarenprogramma, vitaal platteland 2004 : inspelen op veranderingen. (B22722)

  • Min. LNV, Agenda voor een vitaal platteland : meerjarenprogramma, vitaal platteland 2004. Inspelen op veranderingen
    Den Haag : Min. LNV, 2004.
    Met het uitbrengen van een meerjarenprogramma wordt inzichtelijk gemaakt wat het Rijk komend jaar doet om het platteland te vitaliseren: minder beleid, meer uitvoering en zorgen voor beleid dat werkt. En door het beleid op hoofdlijnen te formuleren en in samenhang te presenteren, wordt ruimte geboden aan andere overheden om op gebiedsniveau tot integraal beleid te komen. Zie ook B22722 Agenda voor een vitaal platteland : visie. Inspelen op veranderingen. (B22723)

  • LEI; Brouwer, F.; Godeschalk, F., Nature management, landscape and the CAP
    Den Haag : LEI, 2004.
    Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU biedt de lidstaten verschillende instrumenten om rekening te houden met eisen op het gebied van natuur en landschap. Zo wordt door middel van cross-compliance de directe inkomenssteun gekoppeld aan minimale kwaliteitseisen. Daarnaast maken natuur- en milieumaatregelen binnen de plattelandsontwikkelingsprogramma's het mogelijk om vergoedingen te verstrekken voor aanvullende eisen. Publiek-private samenwerking van maatschappelijke organisaties en boeren kan de integratie van milieu- en natuureisen in het GLB versterken. Zulke samenwerking bevordert de maatschappelijke acceptatie van veranderingen in de landbouw en brengt de daarvoor benodigde kennis uit verschillende bronnen bij elkaar. Zij vergroot daarmee het draagvlak voor toekomstige uitgaven voor het landbouwbeleid. Dit concludeert het LEI in een onderzoek ten behoeve van het Ministerie van LNV en het Natuurplanbureau. Het onderzoek heeft betrekking op Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Over de periode 1995-1999 zijn in deze landen bedrijven vergeleken die al dan niet in aanmerking kwamen voor specifieke natuur- en milieuvergoedingen in het kader van het GLB. Daarnaast zijn op basis van interviews de recente ontwikkelingen in die landen rond de hervorming van het GLB en de natuurdoelen in kaart gebracht. (B22525)

  • Schelhaas, H., Liberalisering in de landbouw : mogelijkheden en grenzen : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    Wageningen : Academic publishers, 2003.
    Globalisering van de economie heeft grote gevolgen voor bedrijfstakken, ook voor de landbouw. De landbouw is echter door zijn structuur niet te vergelijken met andere bedrijfstakken. In dit boek analyseert de auteur de gevolgen van liberalisatie in de landbouw. Aspecten die aan bod komen zijn ondermeer overheidsoptreden door inkomenstoelagen voor boeren en productiebeheersende maatregelen (zoals melkquota). De relatie met landbouw in ontwikkelingslanden krijgt speciale aandacht. Terwijl de redenen voor liberalisatie welvaartstoename is, blijkt uit deze studie dat de gevolgen voor de welvaart slechts gering zijn. De auteur concludeert dan ook dat liberalisatie van de landbouw voor arme landen lang niet zulke gunstige gevolgen heeft als meestal wordt gedacht en dat er veel betere middelen zijn om de welvaart in die landen te verbeteren. Wel moeten derde wereldlanden recht hebben op vrije uitvoer naar westelijke markten. De wereldlandbouw kan niet overgelaten worden aan een algeheel vrije markt. Niet landbouwliberalisatie maar productiebeperking is de sleutel naar een betere toekomst van de wereldlandbouw. (B22375)

  • Natuurplanbureau; LEI; Trendverkenningen Nederlandse landbouw
    Wageningen : Natuurplanbureau, 2002.
    Planbureaustudies, nr. 4
    Deze studie omvat vijf essays waarin de wegen worden verkend waarlangs de Nederlandse land- en tuinbouw en zeevisserij zich de komende decennia zou kunnen ontwikkelen. De concepten zijn eind 2002 afgesloten. In het eerste essay 'Stuwende schaarste' worden de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de Nederlandse land- en tuinbouw in de afgelopen vijftig jaar beschreven en wordt nagegaan hoe deze factoren zich de komende jaren zullen ontwikkelen en hoe zij de gang van zaken in de land- en tuinbouw zullen beïnvloeden. De overige essays verkennen via het doortrekken van een aantal van deze trends de wijzen waarop de verschillende sectoren in de land- en tuinbouw (veehouderij, akkerbouw, opengrondstuinbouw) en de Noordzeevisserij zich de komende decennia zouden kunnen ontwikkelen en de effecten hiervan op natuur en landschap. (B22059)

  • Marsh, J. S.; [et al.], Cultivating a crisis : the global impact of the common agricultural policy
    Londen : Consumers International, 2003.
    Onderzoek naar de invloed van het gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid. In een analyse worden de gevolgen uitgewerkt van de toetreding van acht Midden- en Oost-Europese landen tot de Europese Unie. Uit het onderzoek blijkt dat de uitbreiding van de EU lastenverzwaring met zich meebrengt voor consumenten en belastingbetalers. In de huidige lidstaten gaan de belastingen omhoog. In Oost-Europa stijgen de prijzen van voeding. Verder vormt het gemeenschappelijk landbouwbeleid een belemmering voor de handelsliberalisatie. (B21527)

  • OECD, Agricultural policies in transition economies : trends in policies and support
    Parijs : OECD, 2002.
    Rapport over de landbouw en het landbouwbeleid in overgangseconomieën in Centraal- en Oost-Europa. Aandacht voor de ontwikkelingen in Rusland, Bulgarije, de Baltische landen, Roemenië en Slovenië. (B21480)

  • Centrum voor Landbouw en Milieu; [et al.], Naar een duurzame landbouw en voeding in Nederland
    Utrecht : CLM, 2001.
    CLM, nr. 513-2001
    De rapportage gaat in op de volgende vragen en dilemma's in de Nederlandse landbouwsector: Is de landbouw een sector als alle andere of vergt zij een bijzonder beleid?; Is het eigenlijk wel wenselijk om in Nederland door te gaan met landbouw?; Moeten politiek en markt het primaat hebben of is er ook een sturende rol voor de civil society?; Grootschalige of kleinschalige landbouw?; Voedselveiligheid versus andere duurzaamheidsthema’s; Voedselmarkten globaliseren of regionaliseren?; Met welke internationale randvoorwaarden (Nederland, EU en WTO) hebben we te maken? (B21352)

  • Centrum voor Landbouw en Milieu; [et al.], Naar een duurzame landbouw in 2030 : een essay over transitie
    Utrecht : CLM, 2002.
    CLM, nr. 527-2002
    Dit rapport bestaat uit drie uiteenlopende delen: een essay in de vorm van een denkbeeldige terugblik vanuit het jaar 2030 naar het transitieproces dat de landbouw vanaf 2000 heeft doorgemaakt; een 14-tal tekstuele bijlagen, met onder meer voorstellen voor te hanteren economisch, sociaal-culturele en ecologische indicatoren; een viertal kaart-bijlagen waarop staat aangegeven waar in het Nederlandse landbouwareaal kansen liggen voor groene diensten. (B21353)

  • St. Natuur en Milieu; [et al.], Op groene gronden : toekomstvisie 2030 : duurzame landbouw in harmonie met de natuur
    Utrecht : St. Natuur en Milieu, 2001.
    In deze notitie geeft Stichting Natuur en Milieu een visie op de overgang naar een duurzame landbouw in de komende dertig jaar. In dit rapport pleit Natuur en Milieu voor een ingrijpend aangepast landbouwbeleid dat inzet op zowel systeeminnovaties en technische maatregelen als productiebeperking en extensivering, dus het houden van minder dieren per hectare. Ook in de plantaardige sectoren is extensiever bouwplan gewenst. Met zulk ingrijpend beleid kan de variatie in soorten en leefgebieden in Nederland behouden blijven. (B21354)

  • Inst. for European Environmental Policy; [et al.], Environmental integration and the CAP : a report to the European Commission, DG Agriculture
    [Londen] : IEEP, 2002.
    Rapport over de integratie van het milieu in het Europees landbouwbeleid. Aan de orde komen de effecten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op het milieu, de belangrijkste maatregelen voor integratie van milieu-aspecten in het gemeenschappelijk landbouwbeleid; de financiële en budgettaire overwegingen. (B21355)

  • OECD, Farm household income : issues and policy responses
    Parijs : OECD, 2003.
    Rapport over de inkomens in de landbouwsector. Deel I van de publicatie gaat in op de inkomens van boeren. Deel II bespreekt de inkomenssteun die de landbouwsector van de overheid ontvangt. Uit de rapportage blijkt dat deze steun niet terechtkomt bij de boeren die dit het meeste nodig hebben. (B21357)

  • Ploeg, J. D. van der; [et al.], Kleurrijk platteland : zicht op een nieuwe land- en tuinbouw
    Assen : Van Gorcum, 2002. 103 p.
    Kleurrijk Platteland laat prominenten uit de samenleving aan het woord. Zij geven aan wat zij verwachten van een moderne agrarische sector. Gezond en veilig voedsel, een aantrekkelijk landschap en een landbouw die duurzaam produceert, is de teneur van hun boodschap. Verder staan boeren en tuinders in acht plattelandsgebieden centraal, en wordt ingegaan op het belang van vernieuwing in de landbouw. Het boek maakt duidelijk dat boeren en tuinders concreet antwoord geven op de veranderende vragen van de samenleving. (B21174)

  • OECD, Agricultural policies in OECD countries : positive reform agenda
    Parijs : OECD, 2002.
    Rapport met aanbevelingen voor de hervorming van het landbouwbeleid van de OECD-landen. Uit het rapport blijkt dat de landbouwsubsidies die de lidstaten van de OECD uitgeven hopeloos inefficiënt zijn. Het leeuwendeel van de subsidies leidt niet tot de doelen waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn. Volgens het rapport is het noodzakelijk om de problemen met het landbouwbeleid aan te pakken bij de bron. De OECD komt tot twee doelen van landbouwsubsidies: inkomenssteun voor boeren en correcties van situaties waar de markt geen oplossing voor biedt, zoals bescherming van het milieu en het behouden van een agrarisch landschap. Om die doelen te bereiken wil de OECD dat de lidstaten hun doelstellingen apart formuleren en meetbaar maken. (B21160)

  • Asbeek Brusse, W.; [et al.], De toekomst van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid : actuele vraagstukken en perspectieven voor Nederland
    Utrecht : Lemma, 2002.
    Dit boek bevat de schriftelijke bijdragen aan een discussiebijeenkomst over de toekomst van het Europese landbouwbeleid die op 21 november 2001 werd georganiseerd door de Universiteit Leiden in samenwerking met de WRR. De bundel bevat essays over de toekomst van de landbouw, de plattelandsontwikkeling, de ruimtelijke ordening en het natuur- en milieubeheer in Nederland en Europa. Het eerste deel van de publicatie is gewijd aan de internationale dimensie en bevat de volgende essays: Het landbouwbeleid is vastgelopen: de hervorming om het vlot te trekken; De uitbreiding van de Europese Unie: dilemma's en kansen; Waarom kunnen we het GLB niet hervormen?; Voedselveiligheid op de Europese agenda. Deel twee gaat in op actuele vraagstukken en perspectieven voor Nederland, en bevat de volgende bijdragen: Van landbouwbeleid naar beleid voor het landelijk gebied; Van voorlichting naar kenniseconomie? De ontwikkeling van het kennisbeleid voor de Nederlandse agrarische sector; Burgers én boeren hebben belang bij radicale hervorming Europees landbouwbeleid; Plattelandsontwikkeling: de lange termijn; Landbouw in de Noordwest-Europese Deltametropool; Besluit. (B21122)

  • Wolf, J.; Centre for European Reform, The future of European agriculture
    Londen : CER, 2002.
    Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is niet meer genoeg gericht op de belangen van de consument en de kleine boeren, het richt schade aan in het milieu en het tast de economie van de arme landen aan. De auteur beargumenteert dat de Europese Unie niet in staat zal zijn om aan de uitdagingen van de uitbreiding en de handelsliberalisatie te voldoen, tenzij ze het landbouwbeleid drastisch hervormt. (B21062)

  • Raad voor het Landelijk Gebied, Groene diensten : van ondersteunen naar ondernemen
    Amersfoort : RLG, 2002.
    Centraal staat de vraag hoe agrarische ondernemers een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappelijke beheersfunctie voor het landelijk gebied binnen een economisch duurzame bedrijfsvoering. De RLG adviseert dat dit kan via groene diensten. Daarbij definieert de raad 'groene diensten' als activiteiten op het gebied van natuur, water landschap, cultuurhistorie en recreatie die de kwaliteit van het landelijk en stedelijk gebied verhogen en die verder gaan dan waartoe een burger wettelijk verplicht is. Het huidige stelsel van gebiedssubsidies moet dan wel worden ingeruild voor het sluiten van gebiedscontracten die in de vrije onderhandelingen tussen vragers en aanbieders van groene diensten tot stand komen. Een dergelijk systeem kan in 2006 breed worden ingevoerd. (B20762)

  • Werkgroep Heroriëntatie Landbouwbeleid; Min. LNV, Eindrapport van de werkgroep Heroriëntatie Landbouwbeleid
    Den Haag : Min. LNV, 2002.
    Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO), waarin wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van de noodzakelijke heroriëntatie van de Nederlandse landbouw en welke aanpassingen van het beleidsinstrumentarium daarbij in eerste instantie in Nederland en zonodig ook in EU verband nodig zijn. Bij de beantwoording van de probleemstelling heeft de IBO-werkgroep de volgende aanpak gevolgd. Eerst is gekeken naar de perspectieven voor de verschillende onderdelen van de Nederlandse landbouw. Wat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) betreft worden twee scenario's uitgewerkt: een basisscenario waarin sprake is van een gematigd tempo van landbouwhervormingen; en een liberaliseringscenario waarin de hervormingen van het GLB en het proces van handelsliberalisatie zich sneller voltrekken. De nadruk ligt op de economische ontwikkelingen in de diverse sectoren van de landbouw. Vervolgens komen de problemen van de verschillende onderdelen van de landbouw komen aan de orde. Onderzocht wordt hoe het gesteld is met de 'duurzaamheid' van de landbouw. Vervolgens wordt gekeken welke mogelijkheden de overheid heeft om de problemen krachtiger of anders aan te pakken, en wat daarvan de gevolgen zijn. Tenslotte wordt ingegaan op de gevolgen van de toekomst van het GLB voor de Nederlandse beleidsopties. (B20617)

  • Min. LNV; Massink, H.; Meester, G., De Nederlandse agrosector bij handelsliberalisatie en EU-uitbreiding : een verkenning
    Den Haag : Min. LNV, 2002.
    Verkenning hoe de Nederlandse agrosector er over 10 jaar zou kunnen uitzien bij volledige handelsliberalisatie en een Europese Unie van 27 lidstaten. Hoofddoel van de verkenning is een bijdrage te leveren aan de gedachtevorming over de toekomst van de landbouw en daaraan direct verbonden sectoren, en daarbij onjuiste of overdreven beelden te corrigeren. Daartoe hoort de gedachte dat mede door handelsliberalisatie de landbouw over niet al te lange tijd uit Nederland zou verdwijnen. Tegelijkertijd verschaft de verkenning meer duidelijkheid welke mogelijke ontwikkelingen die meer of minder gewenst zijn en al dan niet bijgestuurd dienen te worden door het in de komende jaren te voeren beleid. Daarmee wordt een beter beeld gekregen van de benodigde inzet van Nederland bij de verdere hervorming van het Europese landbouwbeleid en van de opgaven waarvoor het Nederlandse landbouw- en plattelandsbeleid staat. (B20337)

  • Min. LNV, Structuurschema groene ruimte 2 : samen werken aan groen Nederland
    Den Haag : Min. LNV, 2002.
    Het Structuurschema Groene Ruimte 2 bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het kabinet voor het landelijk gebied, en de samenhang met water- en milieubeleid. De nota geeft een ruimtelijke vertaling van het beleid voor de land- en tuinbouw, natuur, landschap en recreatie, en een concretisering van het beleid voor specifieke gebieden. Tevens bevat het SGR2 een overzicht van de wijze waarop het kabinet dit beleid wil realiseren. (B20205)