Literatuurlijst Ontslagrecht

De B-, TA-nummers tussen haakjes aan het eind van elke titel verwijzen naar het boek- of artikelnummer in de SER-bibliotheek.
Alle aanwezige literatuur is bij de SER-bibliotheek ter inzage beschikbaar.
Alleen uitgaven van de SER en de Stichting van de Arbeid worden extern uitgeleend. Zie verder SER-bibliotheek .

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken

 

  • Jellinghaus, S.; Riel, S. van, OR en collectief ontslag
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2012. 128 p.
    OR Praktijk
    In dit boek worden allereerst alle ins en outs besproken van collectief ontslag: de wettelijke regels, het sociaal plan en de rol van de ondernemingsraad. De nieuwe regels van de Wet melding collectief ontslag die per 1 maart 2012 in werking treden zijn in het boek verwerkt. Vervolgens gaat het boek de diepte in: alle beëindigingsvormen van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, de beleidsregels die het UWV aan collectief ontslag stelt, de invulling van het sociaal plan, de WW-uitkering en welke rol de or in dit proces kan hebben. (B30725)
     
  • Verburg, L. G.; Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Het Nederlands ontslagrecht en het BBA-carcinoom : rede
    Deventer : Kluwer, 2010.
    Serie Onderneming en Recht, deel 59
    De geschreven versie van de inaugurele rede die Prof. mr. Leonard G. Verburg op 7 oktober 2010 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen in verkorte vorm heeft uitgesproken. Onder de titel "Het Nederlandse ontslagrecht en het BBA- carcinoom" gaat Verburg in op het maatschappelijk relevante en politiek beladen onderwerp van ons ontslagrecht. Verburg behandelt de verschillende thema's en schuwt het debat niet. Hij analyseert de gebreken in het geldende recht en de ongelijkheden die het huidige stelsel in de toepassing toelaat. Hij bespreekt de knelpunten waarmee de praktijk worstelt. Verburg doet voorstellen voor een herziening van het systeem en plaatst deze voorstellen in de sleutel van de rechtvaardigheid. (B29497)

  • Jongen, E. L. W., Modelling the impact of labour market policies in the Netherlands : proefschrift VU Amsterdam
    Amsterdam : Tinbergen Inst., 2010.
    De dynamiek tussen werk en werkloosheid in Nederland is relatief laag. Tegelijkertijd zijn de werkloosheidsuitkeringen, ontslagbescherming voor vaste contracten, en uitgaven aan actief arbeidsmarktbeleid relatief hoog. In zijn proefschrift analyseert Egbert Jongen de effecten van deze vormen van beleid, met behulp van toegepaste modellen voor Nederland. Uit zijn analyse volgt dat bij het huidige niveau van de WW-uitkering de kosten ongeveer gelijk zijn aan de baten. Een lagere WW-uitkering verhoogt de dynamiek, maar levert vanuit welvaartsperspectief weinig op. Dit geldt ook voor de introductie van een zogenaamde spaar-WW. Een spaar-WW maakt het makkelijker om het inkomensverlies door werkloosheid te spreiden over de hele levensloop, maar werknemers kunnen dit al grotendeels zelf, via sparen en lenen. De spaar-WW voegt daarom weinig toe. Jongens analyse leert verder dat ontslagbescherming de dynamiek verlaagt, maar dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de werkgelegenheid, productiviteit en welvaart. Collectief gefinancierde WW-uitkeringen en mogelijk onderinvesteringen in bedrijfspecifieke kennis zorgen ervoor dat mensen te snel worden ontslagen. Een rem op ontslag is daarom efficiënt. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een ontslagbelasting, die een deel van de huidige kostbare en tijdrovende procedures kan vervangen. Verder laat Jongen zowel theoretisch als empirisch zien dat ontslagvergoedingen weinig tot geen invloed hebben op de dynamiek. De analyse van actief arbeidsmarktbeleid (bijvoorbeeld ’Melkertbanen’) leert dat het werkgelegenheidseffect op macro niveau (nog) minder gunstig is dan op individueel niveau. Actief arbeidsmarktbeleid lijkt de dynamiek op de arbeidsmarkt eerder te verlagen dan te verhogen. (B29077)

  • Els, A. B. van; Heinsius, J., Ondernemingsraad en ontslag
    Apeldoorn : Maklu, 2010.
    Het boek gaat in op raakvlakken die bestaan tussen ontslag en OR. Het gaat in op: Enkelvoudig ontslag en OR (Ontslag van een OR-lid; Ontslag van 'gewone' werknemer en OR; Ontslag van bestuurder en OR); Meervoudig ontslag en OR; Sociaal plan en ontslagbeleid en OR. (B29073)

  • EIM; Winnubst, M. E.; Kok, J. M. P. de; Linden, B. van der; Gründemann, R.; Voorde, M. van der; TNO, Slim en gezond afslanken
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    Door de crisis zullen een aantal ondernemers personeel moeten ontslaan. Hoe doe je dat? Wat zijn de kosten en baten en hoe hangt dit samen met de manier waarop het ontslag in de praktijk plaatsvindt? EIM en TNO hebben onderzoek gedaan naar de ontslagpraktijken bij grote en kleine ondernemers. (B28406)

  • Min. SZW; Beeksma, M.; Junger - van Hoorn, L.; Croix, J. de la, Collectief overeengekomen ontslagregelingen Een onderzoek naar afspraken over ontslagredenen, criteria, procedures en flankerend beleid in sociale plannen en cao’s
    Den Haag : Min. SZW, 2009.
    Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar regelingen betreffende (collectief) ontslag in sociale plannen en cao's. Het rapport brengt afspraken tussen sociale partners in sociale plannen en cao's over ontslagredenen, ontslagcriteria, ontslagprocedures en flankerend beleid in geval van ontslag in kaart. (B28344)

  • Min. SZW; IVA; Bergh, M. von; Siesling, M.; Rijs, A. van, Ontslagzaken via de kantonrechter : periode 2003 - 2008
    Tilburg : IVA, 2009.
    Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft IVA Beleidsonderzoek en advies onderzoek laten doen dat inzicht geeft in de uitkomsten van ontslagprocedures via de rechter (zowel de ontbindingen als het kennelijk onredelijk ontslag) en de belangrijkste overwegingen die rechters in de uitspraak hanteren. Van de ontslagzaken was weinig tot geen informatie bekend over ontslaggronden en uitkomsten van de procedures, of de belangrijkste overwegingen van de rechter. Het onderzoek omvat uitspraken uit de periode 2003-2008. (B28160)

  • Houwerzijl, M. S.; Peters, S. S. M.; Christe, D.; Asscher-Vonk, I. P.; [et al.], Exit : onderneming, werknemer en het einde van de dienstbetrekking
    Deventer : Kluwer, 2009.
    Onderneming en recht, deel 50
    Opstellenbundel met bijna dertig bijdragen bijeengebracht rond het thema onderneming, werknemer en het einde van de dienstbetrekking. Liber Amicorum voor Irene Asscher-Vonk. De meeste bijdragen concentreren zich op het ontslagrecht, veelal vanuit een arbeidsrechtelijke, maar ook vanuit een meer ondernemingsrechtelijke invalshoek. Er is ook aandacht voor andere vraagstukken, gelegen op het grensgebied van het arbeidsrecht en het sociaalzekerheidsrecht, het medezeggenschapsrecht en het recht betreffende gelijke behandeling. (B28008)

  • SEO; Heyma, A.; Werff, S. van der; Tempelman, C.; Klaveren, Ch. van; Theeuwes, J.; Min. BZK, Gevolgen eigenrisicodragen WW en ambtelijk ontslagrecht bij overheid en onderwijs
    Amsterdam : SEO, 2009, 121 p.
    DEO-rapport, nr. 2008-81
    Onderzoek naar de gevolgen van het eigenrisicodragerschap WW in combinatie met het ambtelijk ontslagrecht bij overheid en onderwijs. Het eigenrisicodragerschap WW betekent dat werkgevers geen premie afdragen aan een fonds dat vervolgens de WW-uitkering van de door de werkgever ontslagen werknemers betaalt (premiestelsel), maar dat werkgevers de WW-lasten uit eigen middelen financieren. Eigenrisicodragers WW zijn uitsluitend werkgevers in het openbaar bestuur, openbare veiligheid, onderwijs en een aantal overheidsstichtingen, overheidsbedrijven en zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) waarvan de werknemers verplicht deelnemen in het pensioenfonds ABP. Uit het onderzoek blijkt dat het eigenrisicodragerschap WW, al dan niet in combinatie met het ambtelijk ontslagrecht, geen belemmering vormt voor het aannemen van oudere werknemers bij de overheid en in het onderwijs. Ook lijkt het een efficiënt, doelmatig, flexibel en slagvaardig functioneren van overheids- en onderwijsorganisaties als werkgever niet belangrijk in de weg te staan. Alleen op het aannemen van werklozen heeft het eigenrisicodragerschap WW mogelijk een drukkend effect. (B27998)

  • Drongelen, J. van; Fase, W. J. P. M.; Bogaard, P. J. S. van den; Jellinghaus, S. F. H., Individueel arbeidsrecht : deel 3 : ontslagrecht
    Zutphen : Paris, 2009. 390 p.
    Individueel arbeidsrecht, deel 3
    Dit boek is het derde deel van een drieluik, waarin alle facetten van de individuele arbeidsverhouding worden behandeld. Het derde en laatste deel heeft betrekking op het ontslagrecht. Aanbod komen: de beëindiging met wederzijds goedvinden, van rechtswege, door opzegging. Het algemene opzegverbod, bijzondere opzeg-/beëindigingverboden; de noodzakelijk toestemming van de kantonrechter; de beëindiging door onverwijlde opzegging wegens dringende reden, het ontslag op staande voet; kennelijk onredelijk ontslag; ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter; het getuigschrift. 2e dr. (B27975)

  • Min. SZW, Ontslagstatistiek : jaarrapportage 2008
    Den Haag : Min. SZW, 2009.
    De gegevens in deze jaarrapportage hebben uitsluitend betrekking op de volgende twee wijzen waarop een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd: 1. Door opzegging van de arbeidsovereenkomst met gebruikmaking van de ontslagvergunning afgegeven door een Centrum voor Werk en Inkomen (CWI); 2. Door ontbinding bij een rechtbank (volgens boek 7.10 art. 685BW). In deze rapportage worden eerst de totaalcijfers van CWI en Justitie over aantallen ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken weergegeven. Vervolgens worden de cijfers van de CWI gebruikt om een beeld te geven van de redenen voor de ontslagaanvragen en de kenmerken van werknemers voor wie een ontslagaanvraag is ingediend, respectievelijk afgehandeld en toegekend. Tot slot volgt het afhandelingsproces, en worden gegevens over de behandelingsduur en regionale verschillen weergegeven. Het totaal aantal keren dat een ontslagprocedure in gang is gezet bij de CWI dan wel de rechtbank (sector Kanton) komt in 2008 op 51.913. Ten opzichte van 2007 (57.430) is het aantal ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken tezamen met 9,6% gedaald. (B27897)

  • Zanten-Baris, A. van, De grondslagen van de ontslagvergoeding : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    Deventer : Kluwer, 2009.
    Monografieën sociaal recht, nr. 47
    De ontslagvergoeding staat al decennialang ter discussie. Er worden steeds verschillende argumenten aangevoerd waarom wèl of juist géén vergoeding dient te worden toegekend indien een werknemer wordt ontslagen. In deze disseratie wordt onderzocht wat de grondslagen zijn voor het toekennen van een ontslagvergoeding. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag wat rechtvaardigt dat werknemers een 'zak geld' meekrijgen bij ontslag. Aan de hand van de gevonden grondslagen van de ontslagvergoeding worden aanbevelingen gedaan hoe de ontslagvergoeding kan worden ingezet op een wijze die tegemoetkomt aan de huidige maatschappelijke wensen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. (B27697)

  • Koetsier, T.; Teeuwen, F. M.; Vermeulen, K.; [et al.], Ontslag en overige actualiteiten
    Den Haag : SDU, 2008.
    Arbeid integraal, nr. 2008/4
    Themanummer met de volgende artikelen: Onrechtmatig verkregen bewijs in het arbeidsrecht; Omgaan met disfunctionerende werknemers: is er inmiddels meer structuur?; Voorafgaande toestemming om te mogen opzeggen, de CWI en het (experiment?) mondeling horen; Zekerheid en flexibililteit: een rechtseconomische blik op de uitzendovereenkomst; Kroniek van het ambtenarenrecht 2007-2008. (B27698)

  • WRR; CBS, Werk en inkomsten na massaontslag : de zekerheid is niet van de baan
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2008.
    WRR verkenningen, nr. 20
    Onderzoek naar de loopbanen van werknemers die geconfronteerd zijn met gedwongen ontslag. Werknemers die in de periode 2001-2002 hun baan verloren als gevolg van een massaontslag bij een groot bedrijf, konden in dit onderzoek aan de hand van de registratiegegevens uit het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) van het CBS drie jaar lang gevolgd worden. De meerderheid van door massaontslag getroffen werknemers vindt snel weer werk. Tussen de ontslagen werknemers bestaan echter grote verschillen. Jongere werknemers vinden na een massaontslag doorgaans snel een nieuwe baan en gaan er vaak in inkomsten op vooruit. Daarentegen vinden moeders met jonge kinderen, ouderen en werknemers van niet-westerse herkomst moeilijker nieuw werk. (B27527)

  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; Gelauff, G.; Boot, A.; [et al.], Jaarboek 2007/2008
    Den Haag : SDU, 2008.
    In het jaarboek komen de volgende thema's aan bod: Kredietcrisis; Ontslagrecht; ABN AMRO; Onderwijs en economie; Mededinging. Onder het thema kredietcrisis zijn de volgende bijdragen opgenomen: Financiële stabiliteit: raakt de hypotheekcrisis in de VS de financiële stabiliteit?; Zwartepieten in de financiële markt; De macro-economie van de kredietcrisis; Tijd voor een gezonde recessie; Macro-economische stimulering lost de huidige crisis niet op. Het thema Ontslagrecht bevat de volgende bijdragen: De economie van de ontslagbescherming. Lessen voor Nederland; Ontslagrechtversoepeling mist doel; Het einde van de discussie over het ontslagrecht; Werknemers goedkoper ontslaan zal geen nieuwe banen opleveren; De schijnbescherming van het ontslagrecht; De maxima ontslagvergoeding ondoordacht. Rechtsgelijkheid; Oordeel ontslag hoort bij de rechter. Het thema ABN AMRO bevat de volgende bijdragen: Activistische aandeelhouders een zegen?; Hefbomen van het moderne financieringskapitalisme; Gedragstoezicht op hedgefondsen in Nederland; Bank oogst wat hij gezaaid heeft; Roofridder? Vuilnisman in krijtstreep; Weer is het een achterkamertjesdeal; Concurrentie op de Nederlandse bancaire markt. Het thema Onderwijs en economie bevat de volgende bijdragen: Zonde van de tijd> Leren in Nederland vanuit economisch perspectief; Excellentie voor productiviteit; Concurrentie leidt tot excellentie; Samenvatting eindrapport Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwing; Kan Nederland onderwijs aan? Aan de informateur het antwoord; Reactie op; Kan Nederland het onderwijs aan?; Scholing alleen werkt niet. Thema 5 Mededing bevat de volgende bijdragen: Markten in beweging; Marktwerking: time-out of intensivering?; Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal betreffende Onderzoek Marktwerkingsbeleid; Tien jaar mededingingswet: van 'Paradise Lost' naar 'Met recht Macht'; De welvaartseffecten van mededinging: wie profiteert?; 10 jaar NMa: en nu verder.... Tot slot bevat het jaarboek als Focus op de Tinbergenlezing 2008 de bijdrage: Competition, financial discipline and growth: niet-technische samenvatting. (B27227)

  • Van der Grinten; Bouwens, W. H. A. C. M.; Duk, R. A. A., Van der Grinten, Arbeidsovereenkomstenrecht
    Deventer : Kluwer, 2008.
    Achtereenvolgens komen aan de orde: De arbeidsovereenkomst; Aangaan en wijzigen; Handelen als goed werkgever en goed werknemer; Bepaling, berekening en vormen van loon; Verschuldigdheid van loon; Loon bij ziekte; Betaling van loon; Beslag op en overdracht van loon; Verrekening; Besteding van loon; fondsen; Vakantie en verlof; Gelijke behandeling; Disciplinaire maatregelen; Het concurrentiebeding; Het getuigschrift; Zorgplicht en aansprakelijkheid van de werkgever; Overwerk; Bijzondere verplichtingen van de werknemer; Overgang van een onderneming; Ontwikkeling en systematiek van het ontslagrecht; Betaalde tijd en ontbindende voorwaarde; De dood van partijen; Beëindiging van de overeenkomst in onderling overleg; Beëindiging van de overeenkomst in gevolge opzegging door een partij; Het ontslagverbod van het BBA; De bijzondere opzeggingsverboden; Het proeftijdbeding; Beëindiging om een dringende reden; De dringende reden; De gevolgen van onregelmatige opzegging; De kennelijk onredelijke beëindiging: Ontbinding van de overeenkomst door de rechter; Toepasselijkheid van het Nederlands recht. 22e dr. (B27221)

  • Verhulp, E.; Zondag, W. A.; [et al.], Disfunctioneren en wangedrag van werknemers
    Deventer : Kluwer, 2008.
    Monografieën sociaal recht, nr. 32
    In dit boek worden verschillende arbeidsrechtelijke aspecten van disfunctioneren en wangedrag aan de orde gesteld en becommentarieerd. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij de disciplinaire maatregel, het ontslag op staande voet, ontslag wegens disfunctioneren, de relatie met ziekte, de relatie met verslaving, de relatie met arbeidsconflicten, de relatie met het strafrecht, de beoordeling van disfunctioneren en wangedrag in de Werkloosheidswet (WW) en de opsporing van wangedrag in relatie tot privacyrechten. 2e dr. (B27158)

  • Drongelen, J. van ; Rijs, A. D. M. van, De ontslagpraktijk van de CWI
    Deventer : Kluwer, 2008. 290 p.
    Monografieën sociaal recht
    In theorie en praktijk volledig geactualiseerde handleiding op basis van de stand van zaken op het gebied van het ontslagrecht van de CWI. Voor iedereen die met de ontslagpraktijk van alledag wordt geconfronteerd. Niet alleen voor juristen, maar ook voor niet-juristen. Het Nederlandse ontslagrecht wordt uitgelegd aan de hand van het beleid van het CWI met voorbeelden, ontleend aan de rechtspraktijk. 2e herz. dr. (B27148)

  • Bouwens, W. H. A. C. M., Ontslagvergoedingen op een dynamische arbeidsmarkt : rede
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2008.
    De problematiek van de ontslagvergoedingen staat centraal. Welke ontslagvergoedingen kent de wet en wat beogen zij te vergoeden? Hoe moet de huidige praktijk worden gewaardeerd, zowel vanuit wetenschappelijk als vanuit maatschappelijk oogpunt? De auteur staat met name stil bij de (onwenselijkheid van) verschillen in de hoogte van de ontslagvergoeding afhankelijk van de door de werkgever gekozen beëindigingsroute en bij de vraag hoe daaraan een einde kan worden gemaakt. Verder doet hij concrete voorstellen die kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een meer activerend, meer mobiliserend en participatiebevorderend ontslagstelsel. (B26844)

  • Min. SZW, Ontslagstatistiek : jaarrapportage 2007
    Den Haag : Min. SZW, 2008. 7 p.
    Jaarrapportage met cijfers over het beëindigen van de arbeidsrelatie door opzegging van de arbeidsovereenkomst met gebruikmaking van de ontslagvergunning afgegeven door een Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en door ontbinding bij een rechtbank (volgens boek 7.10 art. 685BW). Eerst worden de totaalcijfers van CWI en Justitie over aantallen ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken weergegeven. Vervolgens worden de cijfers van de CWI gebruikt om een beeld te geven van de redenen voor de ontslagaanvragen en de kenmerken van werknemers voor wie een ontslagaanvraag is ingediend, respectievelijk afgehandeld en toegekend. Tot slot volgt het afhandelingsproces, en worden gegevens over de behandelingsduur en regionale verschillen weergegeven. Uit de rapportage blijkt dat het aantal ontslagaanvragen in 2007 met 44 procent afgenomen. De daling van het aantal ontslagen komt vooral door de aantrekkende economie. (B26788)

  • Verburg, L. G., De koers van de bestuurder : over recht, arbeid en medezeggenschap : oratie Radboud Universiteit Nijmegen, 6 maart 2008
    Nijmegen ; Radboud Universiteit, 2008. 9 p.
    Oratie over de beloning, het ontslagrecht en de ontslagvergoeding van de bestuurder. Gedacht wordt dat het ontslagrecht van de 'gewone werknemer' de norm is. Verburg keert de zaak om en verdedigt dat het ontslagrecht van de bestuurder een nastrevenswaardig model is. Tevens stelt Verburg het kabinetsvoorstel aan de orde dat de ondernemingsraad een adviesrecht toe wil kennen inzake het beloningsbeleid betreffende bestuurders van de NV. (B26638)

  • Drongelen, J. van; Jellinghaus, S. F. H., Het sociaal plan
    Zutphen : Paris, 2007.
    Thema's Arbeid & Recht, deel 5
    Dit boek biedt een overzicht van de vele verschillende aspecten van het sociaal plan en biedt een praktische leidraad voor de praktijk. Aan de orde komen: de wettelijke aanknopingspunten; de omschrijving van het begrip sociaal plan; de verschillende manieren waarop een sociaal plan tot stand komt; de rol van het sociaal plan in het ontslagrecht; de zogenoemde hardheidsclausule; een aantal gelijke behandelingsaspecten; praktische aspecten van een sociaal plan. (B26253)

  • Europese Cie; Neugart, M., Provisions of the welfare state : employment protection versus unemployment insurance
    Brussel ; EG, 2007.
    European economy, economic papers, nr. 279
    Ontslagbescherming en werkloosheidsuitkeringen worden beschouwd als de meest prominente instrumenten om werknemers tegen het risico van werkloosheid te beschermen. Het blijkt dat landen of kiezen voor een hoog niveau van ontslagbescherming of voor hoge werkloosheidsuitkeringen. In de paper wordt beargumenteerd dat een groot deel van de kiezers die buiten de arbeidsmarkt staan maar wel deel uitmaken van een huishouden met inkomen uit arbeid, de voorkeur heeft voor hoge ontslagbescherming en relatief lage werkloosheidsuitkeringen. De reden is dat ontslagbescherming zorgt voor meer baanzekerheid, terwijl werkloosheidsuitkeringen vanuit de belastingen worden gefinancieerd en zorgen voor een daling van het netto inkomen van een huishouden. Onderzoek naar dwarsverbanden in verschillende landen bevestigen de resultaten van dit model. Deze uitkomsten van relevant voor beleidsmakers omdat 'flexicurity' beleid als gevolg hiervan zou kunnen ontbreken. (B26002)

  • Schils, T.; AIAS; UVA, Distribution of responsibility for social security and labour market policy : country report : the Netherlands
    Amsterdam : AIAS, 2007.
    AIAS Working Paper, nr. 07/49
    Landenrapport over Nederland in het kader van onderzoek naar de verdeling van de verantwoordelijkheid voor sociale zekerheid tussen overheid, de markt en de sociale partners. De nadruk ligt op werkloosheidsverzekering, ontslagbescherming en actief arbeidsmarktbeleid. (B25855)

  • Schils, T.; AIAS; UVA, Employment protection in Dutch collective labour agreements
    Amsterdam : AIAS, 2007.
    AIAS Working Paper, nr. 07/56
    Onderzoek naar ontslagbescherming in cao's. Het onderzoek laat zien laat zien dat in een groot aantal sectoren een gemiddeld hoger niveau van ontslagbescherming wordt gevonden in vergelijking met het nationaal wettelijke niveau. (B25850)

  • Arkel, E. G. van, A just cause for dismissal in the United States and the Netherlands : a study on the extend of protection against arbitrary dismissal for private-sector employees under American and Dutch law in light of Article 4 of ILO Convention 158 : proefschrift Erasmus Universiteit
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2007.
    Zowel Amerika als Nederland zijn sinds de jaren tachtig door de economische globalisering op zoek naar een nieuwe balans tussen flexibel ontslagrecht voor werkgevers, en ontslagbescherming voor werknemers. De vraag die in dit proefschrift centraal staat, is in welke mate werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in Amerika en Nederland bescherming genieten tegen een willekeurig ontslag in het algemeen. Het antwoord is van belang voor Amerika en Nederland bij hun zoektocht naar deze nieuwe balans. Met de betrekking tot de mate waarin werknemers bescherming tegen een willekeurig ontslag in het algemeen genieten, is aansluiting gezocht bij artikel 4 van Conventie 158 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Dit artikel bepaalt dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer niet mag worden beëindigd zonder dat daarvoor een geldige reden aanwezig is, die verband houdt met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer of gebaseerd is op de vereisten voor het functioneren van de onderneming. Verschuift in Nederland de benadering van het ontslagrecht van de sociaalrechtelijke invalshoek naar de economische, in Amerika is dit precies andersom. In het Amerikaanse ontslagrecht mag een werkgever op grond van de at-will rule zonder reden een werknemer ontslaan, terwijl in het Nederlandse ontslagrecht de werkgever vanwege de iusta causa dimissionis een redelijke grond voor ontslag moet hebben. In haar onderzoek constateert Van Arkel dat voor beide landen knelpunten rijzen bij het zoeken naar een nieuw evenwicht in het kader van de economische globalisering. Teneinde een nieuw evenwicht te kunnen bereiken, moet het accent in de debatten over het ontslagrecht in Amerika en Nederland anders liggen, aldus Van Arkel. In het huidige debat staat in Amerika de vraag centraal of een just cause standard zal moeten leiden tot zogeheten punitive damages. De laatste kunnen leiden tot extreem hoge schadevergoedingen. Werkgevers houden om die reden zogeheten just cause legislation tegen. In Nederland is de vraag of het duale ontslagstelsel moet worden afgeschaft om het ontslagrecht flexibeler te maken. Afschaffing van ontslagbescherming leidt echter tot weerstand bij werknemers. Polarisering tussen werkgevers en werknemers in beide landen is het gevolg. Een compromis is noodzakelijk om een nieuwe balans te bereiken tussen flexibel ontslagrecht enerzijds, en ontslagbescherming anderzijds. Voor het bereiken van deze nieuwe balans pleit Van Arkel voor Amerika ervoor dat de opstellers van de zogeheten Restatement of Employment Law aanvangen om alle in de rechtspraak gemaakte uitzonderingen op de at-will rule te erkennen. Voor Nederland pleit zij voor behoud van het duale ontslagstelsel, maar met een verdeling van taken tussen de overheid en de rechter. Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) oordeelt dan over bedrijfseconomische ontslagen, en de Rechtbank, (Kantonrechter) over alle andere ontslagen. De ratio achter deze verdeling is dat onder het huidige stelsel beide instanties over dezelfde gronden voor ontslag oordelen, echter op grond van verschillende criteria. Dit leidt tot rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid voor zowel werknemers als werkgevers. In tien aanbevelingen werkt zij vervolgens uit hoe een nieuwe balans kan worden bereikt tussen een flexibel(er) ontslagrecht voor werkgevers, en ontslagbescherming voor werknemers. (B25629)

  • Zondag, W. A.; Wilthagen, A. C. J. M.; Rijs, A. d. M. van; [et al.], Ontslagrecht en andere actualiteiten
    Den Haag : SDU, 2007.
    Arbeid integraal, nr. 2007/4
    Themanummer over het ontslagrecht met de volgende artikelen: De verslaafde werknemer - medische en juridische aspecten van alcohol- en internetgebruik op het werk; Ontbinding arbeidsovereenkomst - trends in ontbindingsprocedures ex 7:685 BW 2006 - 2007; Een uniforme kantonrechtersformule, of toch niet?; Aspecten van het sociaal plan - zekerheid versus redelijkheid; De plannen van Donner met het ontslagrecht en de gevolgen voor de arbeidsrechtpraktijk. Het themanummer wordt afgesloten met twee bijdragen die in de actualiteitenrubriek vallen: kroniek ambtenarenrecht en grensoverschrijdende arbeid (Over Polen, Roemenen en de laatste ontwikkelingen inzake de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). (B26432)

  • Min. SZW, Ontslagstatistiek : jaarrapportage 2006
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    De gegevens in deze jaarrapportage hebben uitsluitend betrekking op de volgende twee wijzen waarop een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd: 1. Door opzegging van de arbeidsovereenkomst met gebruikmaking van een ontslagvergunning afgegeven door het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI); 2. • Door ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij een rechtbank (volgens artikel 7:685BW). De opzet van de rapportage is als volgt: eerst worden de totaalcijfers van CWI en Justitie over aantallen ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken weergegeven. Vervolgens worden de cijfers van de CWI gebruikt om een beeld te geven van de redenen voor de ontslagaanvragen en de kenmerken van werknemers voor wie een ontslagaanvraag is ingediend, respectievelijk afgehandeld en toegekend. Tot slot volgt het afhandelingsproces, en worden gegevens over de behandelingsduur, de normale en de verkorte procedure, en regionale verschillen weergegeven. (B26006)

  • Hugo Sinzheimer Inst.: Knegt, R.; Tros, F. H.; Min. SZW, Ontslagkosten van werkgevers : rapport
    Amsterdam : HSI, 2007.
    Doel van dit onderzoek is op basis van empirisch onderzoek een zo volledig en adequaat mogelijk beeld te krijgen van de kosten die voor werkgevers verbonden zijn met het beëindigen van arbeidsrelaties. De hoofdvragen van het onderzoek zijn: Welke omvang hebben de kosten van eenzijdige beëindiging van arbeidsovereenkomsten voor werkgevers in Nederland, uitgesplitst naar de soort kosten? Wat zijn de kosten op macroniveau? In hoeverre verschillen deze kosten afhankelijk van de door de werkgever gekozen beëindigingsroute, van de bedrijfsgrootte of van de sector van economische bedrijvigheid? Uit welke elementen zijn de kosten van beëindiging voor werkgevers samengesteld en welke effecten zouden variaties in het stelsel van ontslagrecht op deze kosten hebben? In het onderzoek wordt aandacht besteed aan een zestal ‘beëindigingsroutes’: ontslag via een vergunning van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), in de vorm van een individueel dan wel collectief ontslag; ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter; ontslag op staande voet; beëindiging in onderling overleg / op grond van een beëindigingsovereenkomst; beëindiging door een overheidswerkgever en ontslag na faillissement. Allereerst komt in het rapport aan de orde aan de orde in welke mate gebruik wordt gemaakt van de verschillende ontslagroutes. Vervolgens gaat het om de kosten die in het kader van een voorgenomen ontslag worden gemaakt in de periode tot aan het moment dat duidelijkheid (in rechte) ontstaat over de toekomstige positie van de werknemer. Daarna concentreert het rapport zich op de tegemoetkomingen die in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan werknemers worden meegegeven en wordt de balans opgemaakt van de totale kosten die voor werkgevers met eenzijdige beëindiging zijn gemoeid, onderverdeeld naar ontslagroute, sector van bedrijvigheid en bedrijfsgrootte. Tenslotte, wordt een berekening gepresenteerd van de kosten van eenzijdige beëindiging van arbeidsovereenkomsten in Nederland op macroniveau. (B26007)

  • Jellinghaus, S. F. H.; [et al.], Procederen in arbeidszaken
    Den Haag : SDU, 2007.
    Arbeid integraal, nr. 2007/2
    Thema in deze special van Arbeid integraal is het 'Procederen in arbeidszaken'. Met hoofdstukken over Procederen in het algemeen, Alternatieve geschillenbeslechting, Ontslagprocedures, Procederen en socialezekerheidsrecht, Procederen en medezeggenschapsrecht; en Grensoverschrijdende aspecten. Bevat de volgende titels: Wraking in het arbeidsrecht; Mediation in arbeidsrelaties; Verplichte mediation in arbeidsgeschillen in rechtsvergelijkend perspectief; De kwaliteit en wenselijkheid van alternatieve geschillenprocedures in cao's; De maatschappelijke doelmatigheid van het ontslagstelsel; Van ontslagaanvraag naar ontslagbeschikking bij CWI; Procedurele aspecten van ontslag op staande voet; Een 25-jarig jubileum van problemen: de voorwaardelijke ontbinding; De werkgever als derde belanghebbende in procedures bij de sociale verzekeringsrechter; Adviesprocesrecht in de WOR - beroep bij nova opnieuw bezien; Internationaal procederen in de arbeidsrechtpraktijk; De bestuursrechtelijke handhaving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). (B25839)

  • WRR; [et al.], Arbeidsflexibiliteit en ontslagrecht
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2007.
    Verkenningen, nr. 14
    Ter onderbouwing van het WRR-advies 'Investeren in werkzekerheid' (B 25667) is een aantal studies verricht door auteurs met een juridische, sociologische of economische achtergrond. Die studies zijn in deze Verkenning gebundeld. De bijdragen in deze bundel hebben alle betrekking op een of meer van de thema’s flexibilisering, scholing en ontslagrecht. Bevat de volgende bijdragen: Arbeidsflexibiliteit en ontslagrecht: een introductie van deze verkenning; Mobiliteit, interne arbeidsmarkten en arbeidsverhoudingen – naar een nieuwe dynamiek?; Menselijk kapitaal en het proces van creatieve destructie; Flexibiliteit en ontslagrecht (Scholing en ontslag; Scholing en ontslagrecht; Ontslagrecht en oudere werknemers); Ontslagregels: een rechtseconomische analyse (Over de doelmatigheid van het ontslagrecht en van de ontslagvergoeding vanuit de invalshoek van de individuele werknemer en werkgever); Arbeidsmarktinstituties en arbeidsmarktdynamiek. Deze laatste studie gaat in op de betekenis van het ontslagrecht voor de dynamiek op de arbeidsmarkt. Het punt wordt gemaakt dat het ontslagrecht niet los gezien kan worden van andere instituties op de arbeidsmarkt zoals de ww en het activerend arbeidsmarktbeleid. (B25668)

  • Beltzer, R. M.; [et al.], Handboek ontslagpraktijk
    Den Haag : SDU, 2006.
    Het Handboek ontslagpraktijk maakt het ontslagrecht inzichtelijk door zo dicht mogelijk aan te sluiten bij situaties in de ontslagpraktijk. Het boek bevat veel op de praktijk en op onderzoek gebaseerde voorbeelden en illustraties. In het eerste hoofdstuk wordt in kort bestek de systematiek van het ontslagrecht geschetst. In de twee volgende hoofdstukken volgt een verdieping, enerzijds met betrekking tot de procedures die bij ontslag gevolgd kunnen of moeten worden, anderzijds met betrekking tot de uiteenlopende aanleidingen voor ontslag. In het slothoofdstuk komen de diverse gevolgen ter sprake die ontslag kan hebben voor de werkgever en de werknemer. De bijlagen bevatten onder meer: een checklist voor ontslag om bedrijfseconomische redenen, de kantonrechtersformule voor ontslagvergoedingen, en de Beleidsregels van het UWV. 3e herz. dr. (B25391)

  • Peters, S. S. M.. Verdund sociaal recht : onderscheid naar ondernemingsomvang bij medezeggenschap, ziekte en ontslag : proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Monografieën sociaal recht, nr. 38
    Veel sociaalrechtelijke wetgeving (o.a. WOR en Wet aanpassing arbeidsduur) kent een onderscheid naar ondernemingsomvang. Het aantal werknemers dat een onderneming in dienst heeft, bepaalt dan of werknemers van kleine ondernemingen geheel of gedeeltelijk van een regeling worden uitgesloten. Het hanteren van getalscriteria leidt ertoe dat voor werknemers van kleine bedrijven slechts een 'verdund’ sociaal recht geldt. Welke gevolgen hebben getalscriteria voor de rechtspositie van werknemers van grote en kleine ondernemingen? Waar en waarom maakt de wetgever onderscheid naar ondernemingsomvang? Mág de wetgever dit onderscheid wel maken? Deze vragen staan in dit proefschrift centraal. Om ze te beantwoorden maakte Peters onder meer een rechtsvergelijking met het Franse en Duitse ontslagrecht. Ook toetste ze regelgeving aan normen van inter- en supranationaal recht. Uit Peters’ onderzoek blijkt dat de wetgever veelal nauwelijks gemotiveerd besluit tot het al dan niet opnemen van een getalscriterium in een wet. Dit doet afbreuk aan de kwaliteit van de wetgeving. Peters doet suggesties om daarin verbetering aan te brengen en ontwikkelt een 'stappenplan’ aan de hand waarvan de wetgever kan beoordelen óf en motiveren waarom in de betreffende regeling een onderscheid naar ondernemingsomvang moet worden gemaakt. (B25364)

  • CPB; [et al.], Employment protection legislation : lessons from theoretical and empirical studies for the Dutch case
    Den Haag : CPB, 2006.
    CPB document, nr. 135
    De studie biedt een overzicht van de economische effecten van ontslagbescherming volgens de internationale theoretische en empirische literatuur en beziet het Nederlandse ontslagstelsel aan de hand van de bevindingen uit deze literatuur. Ingegaan wordt op de voor- en nadelen van ontslagbescherming en de effecten van ontslagbescherming in de praktijk? De studie geeft ook een overzicht van de bevindingen van de internationale empirische literatuur. Een lager niveau van ontslagbescherming blijkt vooral tot grotere stromen tussen werk en werkloosheid te leiden. De werkloosheidsduur is in Nederland relatief hoog. Minder ontslagbescherming kan deze duur verkorten. Het effect op de totale werkloosheid en de werkgelegenheid is beperkt. Vermoedelijk zal de werkloosheid per saldo licht dalen en de werkgelegenheid licht stijgen. Aan het eind van de studie worden enkele hervormingsopties bekeken: Optie 1: beperken bescherming vaste contracten; Optie 2: financiële prikkels in plaats van procedures; Optie 3: meer differentiatie. (B25357)

  • Helstone, A. M.; [et al.], Ontslagrecht en actualiteiten
    Den Haag : SDU, 2006.
    Arbeid integraal, nr. 2006/4
    Special over ontslagrecht. Bevat de volgende bijdragen: Actualiteiten ontslagrecht bij doorstart na faillissement (over het arrest van de HR inzake de vraag of een werkgever in het kader van een doorstart na faillissement kan worden aangemerkt als een 'opvolgend werkgever' in de zin van artikel 7:668 BW); Trend(s) in de ontbindingspraktijk 2005 - 2006 - mediation als modern toetsingskader voor goed werkgever- en werknemerschap; De verplichte afspiegeling, een betere toepassing in de praktijk (In de praktijk leidt het afspiegelingsbeginsel tot vragen, deze vragen worden besproken aan de hand van de Beleidsregels die door CWI zijn uitgevaardigd); Kroniek Opzegging 2006 - nihil novum sub solo (verschillende varianten van opzegging van de arbeidsovereenkomst worden besproken, namelijk 'gewone' opzegging, kennelijk onredelijke opzegging, ontslag op staande voet en de ontbindende voorwaarde); Herstel van de arbeidsovereenkomst bij kennelijk onredelijk ontslag; Collectief ontslag en afvloeiing (sociale plannen). In deze bijdrage wordt stil gestaan bij nationale en Europese jurisprudentie (o.a. met betrekking tot de vraag wanneer er sprake is van een collectief ontslag in de zin van de Europese richtlijn) en de status van het sociaal plan. De laatste bijdrage in de special is een kroniek over het ambtenarenrecht. In deze kroniek geven de auteurs een dwarsdoorsnede van de belangrijkste ontwikkelingen op het terrein van het ambtenarenrecht en in het bijzonder het ontslagrecht. Er wordt ook een vergelijking gemaakt met het civiele recht. Tot slot bevat de special de beleidsregels van het UWV die duidelijkheid moeten verschaffen over de wijze waarop de UWV met de 'verwijtbaarheidstoets nieuwe stijl' zal omgaan (Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006). (B25295)

  • Beltzer, R. M.; [et al.], De onderneming in beweging
    Den Haag : SDU, 2006.
    Het boek bevat de verschillende bijdragen van de sprekers van het derde arbeidsrechtcongres, dat op 11 en 12 november 2005 werd georganiseerd door het Hugo Sinzheimer Instituut van de UVA, de Erasmus Universiteit, de Universiteit Leiden en de Verenigingen Arbeidsrecht Advocaten Nederland. In het congres met als thema 'de onderneming in beweging' werd stilgestaan bij de vraag of het arbeidsrecht in alle opzichten voldoet aan de eisen van de in beweging zijnde onderneming en hoe deze zich verhouden tot het klassieke uitgangspunten van het arbeidsrecht van bescherming van de werknemer en ongelijkheidcompensatie. Bevat de volgende bijdragen: Ontslag bij ondernemingen in verandering. Behoud van de arbeidsovereenkomst: bij welke werkgever: vervreemder of onderneming?; Misbruik van medezeggenschapsrecht; Collectieve verlaging van de arbeidsvoorwaarden; Harmonisatie van arbeidsvoorwaarden; Toepassing op sectoren: de uitzend- en schoonmaaksector; Verslag van de plenaire sessie. (B24963)

  • Heuvel, L. van den, Orde op zaken : alvorens het ontslagrecht te herzien : rede
    Bussum : L. van den Heuvel, 2006.
    Het ontslagrecht is ingewikkeld en kan eenvoudiger, maar ingrijpende wijzigingen zijn niet nodig. Dat stelt prof. mr. L.H. van den Heuvel, hoogleraar sociaal recht aan de VU, in zijn afscheidscollege. Van den Heuvel gaat in op de preventieve ontslagtoetsing en de huidige rol van de kantonrechter bij de beslechting van de rechtsstrijd tussen werkgever en werknemer. De preventieve ontslagtoets moet behouden blijven want voorkomen is beter dan genezen en de preventieve ontslagtoets beschermt niet slechts de werknemer maar ook de (kleine) werkgever. Maar de sanctie op ontslag zonder ontslagvergunning en ontslag in strijd met de wettelijke opzegverboden kan worden veranderd van vernietigbaarheid in schadevergoeding. Die vernietigbaarheid wordt nu immers toch al omzeild door de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter, die wordt gebruikt om de preventieve ontslagtoetsing te vermijden en om de rechtsstrijd tussen werkgever en werknemer te beslechten. Vervanging van vernietigbaarheid door schadevergoeding brengt twee dingen mee. Zij maakt van de preventieve toetsing een advies, in plaats van het wel of niet verlenen van een ontslagvergunning. Verder maakt zij de kantonrechtersontbinding ter beslechting van de rechtsstrijd tussen werkgever en werknemer overbodig. De kantonrechtersontbinding wordt weer wat de oorspronkelijke bedoeling was: een billijkheidsoplossing als geen der partijen er schuld aan heeft dat de dienstbetrekking moet eindigen. Er dreigt een tweedeling te ontstaan van enerzijds oudere werknemers met vaste banen en anderzijds jonge werknemers met tijdelijke banen. In ruil voor versoepeling van het ontslagrecht moet de werkgever een redelijke grond aantonen voor de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld de tijdelijkheid van de werkzaamheden, of een proefneming. Daardoor kan de werkgever niet meer naar willekeur jonge mensen tijdelijk aanstellen. Rede in verkorte vorm uitgesproken bij zijn afscheid als hoogleraar Sociaal Recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam op 12 mei 2006. (B24891)

  • Heusden, R. L. van, Beëindigingsovereenkomsten en het recht op WW-uitkering : proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Monografieën sociaal recht, nr. 37
    In dit boek gaat de auteur uitgebreid in op de mogelijkheden die het arbeidsrecht en de Werkloosheidswet, mede in hun onderlinge verband bezien, partijen laten om met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de ontslagvergoeding afspraken te maken. In het arbeidsrechtelijke deel van dit boek gaat de auteur onder meer in op de beëindigingsovereenkomst, de beëindiging met wederzijds goedvinden, de geregelde (cwi) procedure en de afspraken die partijen op collectief niveau met betrekking tot de beëindiging van de (individuele) arbeidsovereenkomst kunnen maken. In het werkloosheidsrechtelijke deel komt de vraag aan de orde op welke wijze in de WW met beëindigingsvergoedingen rekening gehouden wordt en de vraag in welke mate vanuit de WW van de werknemer verwacht wordt dat hij zich tegen ontslag verweert (verwijtbare werkloosheid). In het slotdeel van dit boek gaat de auteur uitgebreid in op de 'ins and outs' van de pro forma-problematiek. (B24561)

  • Algan, Y.; Cahuc, P.; [et al.], Civic attitudes and the design of labor market Institutions : which countries can implement the Danish flexicurity model?
    Bonn : IZA, 2006.
    IZA discussion paper, nr. 1928
    Gesteld wordt dat de efficiency van het Deense model dat hoge werkloosheidsuitkeringen combineert met een geringe ontslagbescherming en een hoge arbeidsparticipatie, kan rekenen op een sterk draagvlak onder de Deense bevolking. Daarnaast wordt beweerd dat de continentale en mediterrane landen niet in staat zullen zijn het Deense model in praktijk te brengen omdat juist vanwege het ontbreken van een dergelijk draagvlak bij de inwoners van deze landen er morele risico's ontstaan die de verwezelijking van een efficiente publieke werkloosheidsverzekering hinderen. (B24536)

  • CPB, Effecten versoepeling ontslagrecht en preventieprikkel
    Den Haag : CPB, 2006.
    Het ministerie van SZW heeft het CPB gevraagd de effecten van de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht en de voorgenomen invoering van een preventieprikkel in de WW te analyseren. In de analyse van het CPB staat centraal dat de arbeidsmarktproblematiek van oudere werknemers gelegen is in de veelal hoge loonkosten van oudere werknemers in verhouding tot de productiviteit. (B24433)

  • Hansma, R.; [et al.], De ontbinding van de arbeidsovereenkomst in tienvoud : Werkgroep Ontslagrecht 1988-2005 : Gijs Scholtens neemt ontslag
    Deventer : Kluwer, 2005.
    Reeks Vereniging voor Arbeidsrecht, nr. 35
    Afscheidsbundel voor Gijs Scholtens van de Werkgroep Ontslagrecht met bijdragen over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Met de volgende bijdragen: Ontbinding en WW: the show must stop. (Deze bijdrage gaat o.a. in op de SER-adviezen Toekomstbestendigheid Werkloosheidswet 2005/05 en Ontslagpraktijk en Werkloosheidswet 2005/06); Over (verkapt) hoger beroep in de ontbindingsprocedure ex artikel 7:685 BW; Afwijzen van verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst - de kantonrechter in spagaat?; Wie vertrokken er uit Rotterdam en voor hoeveel? Oftewel anciënniteit deze eeuw in ontbinding; Ontbinding en kennelijk onredelijke opzegging; De ontbinding(svergoeding) en het eerdere einde: het moet een keer uit zijn; Ontbindingsvergoeding en vergoedingen in een sociaal plan: de status van het met de OR overeengekomen of eenzijdig aangeboden sociaal plan; Pensioenontbinding; De belanghebbende in de ontbindingsprocedure ex artikel 7:685 BW; De ontbindingsrechter en het CWI gepasseerd: arbitrage als the third way van het ontslagrecht. (B24412)

  • Inspectie werk en inkomen, Gelijke gevallen, gelijke behandeling? Uitvoering van de ontslagtaak door CWI
    R04/09
    Den Haag : IWI, (2004) mei.
    Het IWI belicht de wijze waarop het CWI vorm geeft aan de taak om te beslissen over ontslagvergunningen. (TA14542)

  • Zondag, W.A.; [et al.], Ontslagrecht, WW en overige actualiteiten
    Den Haag : SDU, 2005.
    Arbeid integraal, nr. 2005/4
    Themanummer over ontslagrecht en WW. Bevat de volgende bijdragen: Een soepele ontslagpraktijk in een preventief ontslagstelsel / J. Bloemarts; Klein woordenboek van de Werkloosheidswet of: Wijzigingen Werkloosheidswet / G.C. Boot; Rechtspraak kennelijk onredelijk ontslag (2004-2005) / B. Vaandrager; Toetsingscriteria ten aanzien van de ontslagvergoeding ex art. 7:685 en 7:681 BW / S. M. J. Koolwijk; Trends in ontbindingspraktijk ex art. 7:785 BW (2004-2005) / A.M. Helstone en A.A. Post; Van anciënniteit naar afspiegeling / R. Kamminga; Het BBA en Ontslagbesluit met de VUT? / S.F.H. Jellinghaus; Ontslag van de arbeidsongeschikte werknemer / S.B. Bijkerk-Verbruggen; Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden / J.W.M. Pothof en W.A. Zondag; MKB-visie op het ontslagstelsel / S. van Dijk; Verslag van het CWI-congres 7 oktober 2005 / S.C. van de Burgt; De Vrijstellingsregeling 48-urige werkweek zeevisserij of wel bakzeil halen (!) / S.E.H. Jellinghaus, J. van Leengrond en D.R.V. Roek. (B24279)

  • Saadi, I.; NautaDutilh; UVA, Ontslagstelsels in de EU : rechtsvergelijkend onderzoek naar het Nederlandse, Belgische, Duitse en Britse ontslagrecht.
    Z.P. : I. Saadi, 2004.
    In dit onderzoek worden de ontslagstelsels van een aantal lidstaten van de EU (België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk) worden vergeleken met het Nederlandse ontslagstelsel. Dit gebeurt in het kader van het duaal leertraject ( LWWL-project-Lerend werken, werkend leren) van de Universiteit van Amsterdam. In het eerste hoofdstuk wordt voor de Nederlandse situatie per ontslaggrond in tijd uiteenzet hoe het ontslagtraject verloopt. Verder zijn in dit hoofdstuk ook de kosten van ontslag opgenomen voor de werkgever en wordt ingegaan op het recht op een werkloosheidsuitkering bij elke ontslaggrond. In de volgende hoofdstukken wordt een beschrijving gegeven van het Belgische, Duitse en Britse ontslagrecht. Tot slot wordt met behulp van een ontslagcasus met vier werknemers een beschrijving geven van het ontslagtraject ''individueel ontslag op grond van bedrijfseconomische motieven''. (B24188)

  • Dijkstra, J. H., Kwaliteitsselectie bij reorganisatie en collectief ontslag : het einde van 'last in first out?
    Assen : Van Gorcum, 2005.
    Het ‘last in, first out’-principe (Lifo), ook wel het anciënniteitbeginsel genoemd, staat de laatste tijd stevig ter discussie. Lifo benadeelt niet alleen jongere werknemers, maar ook herintredende vrouwen, allochtonen en andere groepen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Daarmee is er sprake van indirecte discriminatie. Een ander bezwaar is dat het principe te weinig rekening houdt met de kwaliteit van het personeel. Inmiddels verbiedt nieuwe wetgeving directe en indirecte discriminatie op grond van leeftijd bij de arbeid. Het gevolg is dat de werkgever niet meer kan volstaan met het hanteren van één uitgangspunt (het aantal dienstjaren), maar ook rekening dient te houden met andere aspecten, zoals de kwaliteit van medewerkers en de kwetsbaarheid van specifieke groepen. De auteur brengt de ontstane situatie in kaart. Hij laat zien hoe je bij reorganisatie en ontslag de beste medewerkers voor je organisatie kunt behouden, zonder in conflict met de wet te komen. Omdat voorkomen beter is dan genezen, breekt hij bovendien een lans voor het continu aanpassen van personeelsbestand en organisatie. (B23773)

  • Min. SZW, Ontslagstatistiek : jaarrapportage 2004
    Den haag : Min. SZW, 2005.
    De gegevens in deze jaarrapportage hebben uitsluitend betrekking op de volgende twee wijzen waarop een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd: 1. Door opzegging van de arbeidsovereenkomst met gebruikmaking van de ontslagvergunning afgegeven door een Centrum voor Werk en Inkomen (CWI); 2. Door ontbinding bij een rechtbank (volgens boek 7.10 art. 685BW). Ontslagaanvragen bij de CWI’s en ontbindingsverzoeken van de arbeidsovereenkomst bij de rechtbank vormen tezamen ca. 17% van het totaal aantal keren dat een arbeidsrelatie wordt beëindigd. De opzet van de rapportage is als volgt: eerst worden de totaalcijfers van CWI en Justitie over aantallen ontslagaanvragen en ontbindingsverzoeken weergegeven. Vervolgens worden de cijfers van de CWI gebruikt om een beeld te geven van de redenen voor de ontslagaanvragen en de kenmerken van werknemers voor wie een ontslagaanvraag is ingediend, respectievelijk afgehandeld en toegekend. Tot slot volgt het afhandelingsproces en worden gegevens over de behandelingsduur, de normale en de verkorte procedure, en regionale verschillen weergegeven. (B23766)

  • Stichting van de Arbeid, Advies inzake een heroverweging van de anciënniteitsregel bij bedrijfseconomisch ontslag
    Den Haag : StvdA, 2004.
    Publicatienr. 13/04
    Bij brief van 25 mei 2004 1 heeft Minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Stichting van de Arbeid een ‘Notitie heroverweging van het Lastin/first-out beginsel bij bedrijfseconomisch ontslag’ voorgelegd, met het verzoek haar oordeel te geven over de in deze notitie neergelegde voorstellen tot heroverweging van de selectiemethode in het kader van meervoudige ontslagen om bedrijfseconomische redenen. De notitie vloeit voort uit de aanvaarding door de Tweede Kamer van een motie van de leden Verburg, Weekers, Bakker en Noorman-den Uyl, waarin de regering wordt verzocht het last-in/first-out beginsel (ook wel genoemd: dienstjarenbeginsel3) te heroverwegen. In deze motie wordt overwogen dat: flexibiliteit en zekerheid belangrijke voorwaarden zijn om te komen tot een anticiperende en assertieve arbeidsmarkt; diversiteit in het personeelsbestand, zoals leeftijd, kleur, sekse en deskundigheid, ook door sociale partners van groot belang wordt geacht. In de notitie van de minister wordt nagegaan of heroverweging van de anciënniteitsregel (en van de afspiegelingsregel) inderdaad noodzakelijk is en of een betere selectiemethode om te bepalen wie voor ontslag in aanmerking komt mogelijk is. Naar het oordeel van de minister is dat laatste inderdaad het geval. In dit advies geeft de Stichting haar visie op de door de minister ontwikkelde voorstellen. Zij betrekt daarbij de problematiek van de gelijke behandeling van verschillende groepen op de arbeidsmarkt, aangezien deze onontkoombaar is wanneer methoden voor het bepalen van de ontslagvolgorde ingeval van een meervoudig ontslag op hun (veronderstelde) effecten worden bezien en omdat artikel 7:1 van het Ontslagbesluit CWI opdraagt extra aandacht te besteden aan het tegengaan van discriminatie. (B23496)

  • Zondag, W. A., Rechtspraak kennelijk onredelijk ontslag
    Deventer : Kluwer, 2005.
    Actualiteiten sociaal recht, deel 20
    Publicatie over art. 7:681 BW – het kennelijk onredelijk ontslag. Veel onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop de rechter een op deze grondslag ingestelde vordering zal beoordelen. In dit boek worden de vonnissen die in de afgelopen 3 jaar zijn gepubliceerd in kaart gebracht. Voor wat betreft de lagere rechtspraak is gestreefd naar volledigheid. Het boek is opgebouwd uit een vijftal hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een aantal algemene aspecten van de 681-procedure - waaronder de omvang van de toetsing, het beoordelingsmoment, de bewijslastverdeling - besproken. In het tweede hoofdstuk staan de sancties - schadevergoeding, herstel van dienstbetrekking - op een kennelijk onredelijk ontslag centraal. In hoofdstuk drie wordt de 681-procedure afgezet tegen een aantal andere procedures en ontslagvarianten, zoals de CWI-procedure, de proeftijd, het onregelmatig ontslag, het ontslag op staande voet, de onrechtmatige daad en de aansprakelijkheid ex art. 7:658 BW voor arbeidsongevallen en beroepsziekten. Het vierde hoofdstuk is thematisch van aard. Ingegaan wordt op een aantal bijzondere omstandigheden die van betekenis zijn bij de beoordeling van een ontslag op de grondslag van art. 7:681 BW. Deze thema’s zijn: formele aspecten, arbeidsongeschiktheid (met bijzondere aandacht voor de zogenoemde Boulidamrechtspraak), discriminatie, het sociaal plan, faillissement en de statutair bestuurder. In het laatste hoofdstuk wordt de rol van de cassatierechter (kort) aangestipt. (B23442)

  • Drongelen, J. van; Rijs, A. D. M. van; Fase, W. J. P. M., Tekst en toelichting ontslagwetgeving 2004/2005
    Den Haag : SDU, 2004.
    De publicatie geeft een beschrijving van de regelingen die betrekking hebben op het ontslagrecht en daarmee samenhangende regelingen. In dit kader zijn onder meer opgenomen (delen uit) BW Boek 7 Bijzondere overeenkomsten, Titel 10 Arbeidsovereenkomst; Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA); Ontslagbesluit; Wet melding collectief ontslag; Faillissementswet; Werkloosheidswet (WW); Wet aanpassing arbeidsduur; Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid; Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; Regeling SUWI; Organisatiebesluit CWI; Mandaatbesluit CWI; besluit werkgebieden CWI; Reglement Ontslagadviescommissie CWI; Protocol Ontslagadviescommissie CWI. (B23304)

  • Heinsius, J., Collectief ontslagrecht : enkele voorstellen betreffende een betere regelgeving : proefschrift Universiteit Leiden
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2004.
    Meijers-reeks, nr. MI-75
    Vergaande herstructureringen - en zelfs verplaatsingen - van ondernemingen tasten in deze tijd in niet onaanzienlijke mate de zekerheid van werknemers over het behoud van hun baan aan. Veelal leiden zij immers tot collectief ontslag. Nederland heeft de Europese richtlijn inzake collectief ontslag geïmplementeerd met de Wet melding collectief ontslag (WMCO). De collectief ontslagrechtelijke normering als geheel is in ons land echter tevens te vinden in een niet gering aantal andere wetten en regelingen. Mede hierdoor kan het Nederlandse collectief ontslagrecht als tamelijk complex worden gekwalificeerd. Dit proefschrift gaat in op de vraag of een betere regelgeving voor collectief ontslag mogelijk is. Dit geschiedt aan de hand van vier toetsingscriteria: richtlijnconformiteit, wetgevingskwaliteit, werkgeversflexibiliteit en werknemersbescherming. Mede met het oog op de grote rol voor rechtsvergelijking is dit proefschrift in vier delen opgesplitst, waarbij deel I de Europese richtlijn betreffende collectief ontslag analyseert, deel II het Nederlandse collectief ontslagrecht onderzoekt, en deel III het Duitse, Belgische en Britse collectief ontslagrecht uiteenzet. Per regeling wordt daarbij achtereenvolgens ingegaan op haar werkingssfeer, haar definitie van collectief ontslag, de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers, de rol van de overheid, en de handhaving van de desbetreffende regels. In deel IV ten slotte wordt de vraag, of het Nederlandse collectief ontslagrecht kan worden verbeterd, positief beantwoord door wijzigingsvoorstellen betreffende alle voorgenoemde issues te doen. (B23176)

  • Verhulp, E.; [et al.], Ontslagrecht in beweging
    Den Haag : SDU, 2004.
    De discussies over verandering van het ontslagrecht vinden voor het overgrote deel plaats in academische en politieke kring, de praktijk laat zich veel minder horen. Met het congres dat aan dit boek ten grondslag ligt, wilden de organisatoren ook in de praktijk werkzame juristen een spreekbuis bieden. Het boek bevat de verschillende bijdragen van de sprekers op het eerste Arbeidsrechtcongres, dat op 14 en 15 november 2003 werd georganiseerd door het Hugo Sinzheimerinstituut van de Universiteit van Amsterdam, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Rijksuniversiteit Leiden en Allen & Overy. Bevat de volgende bijdragen: Ontslagrecht in beweging? (over o.a. het advies van de Stichting van de Arbeid); ADO en schuivende ontslagroutes; Rol, vormgeving en toekomst van de ontbindingsprocedure; De toekomst van de ontslagvergoeding; ADO en STAR, de discussie gaat verder; Ontslagrecht in beweging 15 november 2003. (B24005)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Gelijke gevallen, gelijke behandeling? : uitvoering van de ontslagtaak door CWI
    Den Haag : IWI, 2004.
    R04/09
    In dit rapport belicht de Inspectie Werk en Inkomen de wijze waarop de Centrale organisatie voor werk en inkomen (CWI) vorm geeft aan de taak om te beslissen over ontslagvergunningen. CWI voert deze ontslagtaak op zestien locaties in het land uit. De inspectie heeft onderzoek gedaan naar de maatregelen die CWI treft om uniformiteit van de uitvoering van de ontslagtaak op deze locaties te waarborgen. CWI heeft beleidsruimte en beoordelingsvrijheid bij de beoordeling van ontslagaanvragen. Deze beoordelingsvrijheid komt onder andere tot uiting in de belangenafweging van zowel de werkgever als de werknemer binnen de Ontslagadviescommissies. (B23043)

  • Heinsius, J.; Erasmus Centre for Labour Law and Industrial Relations; Erasmus Universiteit, Collectief ontslag in rechtsvergelijkend perspectief
    Rotterdam : EUR, 1999.
    Vergelijking van de stelsels van collectief ontslag in Nederland, België, Duitsland, Groot-Brittannië, de VS en Japan. In het laatste hoofdstuk wordt mede met een blik daarop vanuit het perspectief van 'Flexibiliteit en zekerheid' een aantal concrete beleidsaanbevelingen gedaan betreffende de Nederlandse collectief ontslagrechtelijke normering. (B22621)

  • Heinsius, J., Collectief ontslag
    Den Haag : SDU, 2003.
    Europees sociaal recht
    Het boek Collectief ontslag zet de Europese richtlijn 98/59/EG betreffende collectief ontslag en de Wet melding collectief ontslag (WMCO) uiteen voor wat betreft werkingssfeer, definitie van collectief ontslag, raadpleging van werknemersvertegenwoordigers, rol van de overheid en sancties in geval van niet-naleving van voorschriften door de werkgever. De uiteenzetting vindt plaats aan de hand van voorbeelden en rechtspraak. Voor zover relevant worden ook andere richtlijnen en andere nationale regelgeving besproken (B22356)

  • Verhulp, E.; [et al.], Disfunctioneren en wangedrag van werknemers
    Deventer : Kluwer, 2003.
    Monografieën sociaal recht, nr. 32
    In dit boek worden de verschillende arbeidsrechtelijke aspecten van disfunctioneren en wangedrag geanalyseerd en becommentarieerd. Allereerst wordt een overzicht gegeven van de verschillende disciplinaire sancties die een werknemer wegens wangedrag kunnen worden opgelegd. Daarna wordt uitgebreid stilgestaan bij de zwaarste sanctie: ontslag op staande voet. Ook de 'reguliere' ontslagprocedures - de CWI- procedure en de procedures via de kantonrechter - passeren de revue. Eén bijdrage behandelt een bijzondere variant op disfunctioneren: de rechten en verplichtingen tijdens (situatieve) arbeidsongeschiktheid. In twee bijdragen staat de verhouding tussen arbeidsrecht en publiekrechtelijke aspecten van disfunctioneren en wangedrag centraal. De ene is toegespitst op het snijvlak van arbeidsrecht en strafrecht: de strafrechtelijk vervolgde werknemer. De andere bijdrage handelt over de implicaties van disfunctioneren en wangedrag voor het recht op een werkloosheidsuitkering en voor het geldend kunnen maken van dit recht. De laatste bijdrage is gewijd aan het gebruik van opsporingstechnieken in de onderneming en de verhouding van deze technieken tot het recht op privacy van werknemers. (B22204)

  • Stichting van de Arbeid, Advies inzake het rapport van de adviescommissie duaal ontslagstelsel
    Den Haag : StvdA, 2003.
    Publicatienr. 7/03
    De Stichting is van oordeel dat noch het primaire noch het subsidiaire voorstel van de Commissie Rood steun verdient. Het door de Commissie Rood voorgestane repressieve ontslagstelsel is geen aantrekkelijk alternatief voor het huidige duale, preventieve ontslagstelsel. De Stichting ziet, anders dan de Commissie Rood, geen aanleiding om wijzigingen in het huidige wettelijke stelsel te bepleiten. Het door de Commissie Rood voorgestane repressieve stelsel levert geen bijdrage aan het terugdringen van de zogeheten proformaproblematiek, daar waar het huidige duale preventieve ontslagstelsel het UWV een (nagenoeg) beslissende indicatie verschaft ter bepaling van de aanspraak op een WW- uitkering. Dit neemt niet weg dat de Stichting inziet dat proformaprocedures ook in dit stelsel een flink beslag leggen op de toetsende instanties. De Stichting realiseert zich dat dit probleem ten gronde te maken heeft met de toegangscriteria van de WW. (B21924)

  • Stichting van de Arbeid, Ontslagregels in uitzendrelaties
    Den Haag : STAR, (2003) 4 mrt. 5 p.
    Er moet op korte termijn duidelijkheid worden geboden over het toepassingsgebied van Bijlage B van het ontslagbesluit. De thans bestaande (rechts)onzekerheid mag niet langer duren. De STAR komt met een aantal oplossingen. Bijlage B is toegevoegd. (TA13317)

  • Schols-Van Oppen, E. M. F.; [et al.], Beëindiging dienstverband : juridische en fiscale gevolgen
    Amersfoort : SDU Fiscale & Financiële Uitgevers, 2001.
    Het dienstverband kan om verschillende redenen beëindigd worden. Zo kan de werknemer op eigen initiatief opstappen. Als dit gebeurt, wil de werknemer antwoord op vragen als: Vallen er gaten in de pensioenopbouw en hoe kunnen die gaten gerepareerd worden? De werknemer kan ook gedwongen worden om te vertrekken. Veel gestelde vragen zijn: Is er een afvloeiingsregeling getroffen, hoe kan een schadeloosstelling becijferd worden en hoe wordt de 'gouden handdruk' fiscaal behandeld? Ten slotte kan het dienstverband beëindigd worden door arbeidsongeschiktheid. De vraag die dan centraal staat, is: Wat is de positie van de werkgever en van de werknemer? Op al deze vragen geeft dit boek een antwoord. (B20202)

  • Scholtens, C. G.; Ver. voor Arbeidsrecht; Beltzer, R. M.; [et al.], Ontslagrecht volgens ADO
    Deventer : Kluwer, 2001
    Reeks Vereniging voor Arbeidsrecht, nr. 31
    'Afscheid van het duale ontslagrecht' luidde de titel van het rapport van de Adviescommissie Duaal Ontslagstelsel (ADO). Het ADO-rapport bevatte geen blauwdruk van het nieuwe ontslagrecht. De Werkgroep Ontslagrecht van de Vereniging voor Arbeidsrecht (VvA) heeft een uitgewerkt concept wetsvoorstel tot stand doen komen aan de hand van het door de ADO voorgestelde model. De Werkgroep Ontslagrecht heeft het concept wetsvoorstel gepaard doen gaan met een Memorie van Toelichting. Beide zijn in dit boekje opgenomen. Het ADO-rapport wordt verder uitgewerkt, waarbij als uitgangspunt transparantie van het ontslagrecht is genomen en waarbij de Werkgroep heeft doorgedacht over de begrippen 'vergoeding' en 'schadevergoeding'. (B20044)

  • Jacobs, A. T. J. M., Ontslagrecht en flexibele arbeidsrelaties
    Deventer : Kluwer, 2001.
    Monografieën Nieuw, nr. B86
    Inleiding op het 'nieuwe' ontslagrecht en het nieuwe recht m.b.t. flexibele arbeidsrelaties sedert de invoering van de Wet Flexibiliteit en zekerheid. Ingegaan wordt op de toestemming van de RDA; het kennelijk onredelijk ontslag; de ontbinding door de kantonrechter; ontslag op staande voet; overige wijzen van beëindiging; de opzegging; de bijzondere opzegverboden; opzegtermijnen; het algemene vermogensrecht en het ontslagrecht; flexibele arbeidsrelaties; de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; de uitzendovereenkomst; overige flexvormen. (B20041)

  • Adviescie Duaal Ontslagstelsel, Afscheid van het duale ontslagrecht : rapport van de Adviescommissie Duaal Ontslagstelsel
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2000. 157 p.
    Rapport van de Cie Duaal Ontslagstelsel zoals aangeboden aan de Minister van SZW en de Minister van Justitie op 15 november 2000 tijdens het Symposium "De toekomst van het ontslagstelsel" De Cie was opgedragen na te gaan of de duale structuur van het ontslagstelsel gehandhaafd danwel beëindigd zou moeten worden. In geval van handhaving zou zij moeten aangeven of wellicht andere wijzigingen wenselijk zijn, terwijl zij bij de keuze voor afschaffing van het duale stelsel diende aan te geven welke compenserende wettelijke voorzieningen wenselijk zijn. Al in een vroeg stadium heeft de commissie overwogen dat het vormen van een oordeel over handhaving danwel beëindiging van het duale ontslagstelsel niet goed mogelijk is wanneer niet op voorhand duidelijk is wat in geval van beëindiging voor dat stelsel in de plaats komt. Zij heeft daarop besloten, vóór de keuze te maken voor handhaving of beëindiging van het duale ontslagstelsel, twee modellen van ontslagstelsels te ontwerpen. Voor het eerste model vormt het bestaande preventief bestuurlijke stelsel het uitgangspunt. De commissie is nagegaan welke wijzigingen zij daarin wenselijk acht en of actuele ontwikkelingen (zoals de wens het ontslagrecht in overeenstemming met Verdrag 158 van de IAO te brengen) noodzaken tot aanpassingen daarvan. Het tweede model betreft een stelsel waarin als uitgangspunt geldt dat ontslagen in beginsel slechts repressief ter toetsing aan de rechter kunnen worden voorgelegd.
    Alvorens beide stelsels die de commissie heeft ontworpen, worden beschreven, wordt allereerst ingegaan op de oorsprong van het duale ontslagstelsel en (eerdere) pogingen tot wijziging daarvan, recent rechtssociologisch en juridisch onderzoek, en de economische aspecten van het ontslagrecht. De Cie wijst een preventieve rechterlijke ontslagtoets af vanwege de consequenties die daaraan zijn verbonden voor de belasting van de rechterlijke macht. Per saldo kiest de Cie unaniem voor het repressieve stelsel. (B18934)

  • Min. SZW; Zevenbergen, R. G. van; Oelen, U. H.; Research voor Beleid, Het duaal ontslagstelsel - beëindiging van arbeidsrelaties in de praktijk : eindrapport
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 2000.
    Onderzoek naar de wijze waarop arbeidsrelaties in de praktijk worden beëindigd, welke redenen hieraan ten grondslag liggen en wat de effectiviteit is van de bestuurlijke preventieve ontslagtoets. Achtereenvolgens komen in het rapport aan de orde: De omvang van de beëindigingspraktijk en de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de verschillende beëindigingswijzen (RDA, kantonrechter, sectorale ontslagprocedure, overige beëindigingswijzen; De redenen die aan beëindiging van een arbeidsrelatie ten grondslag (kunnen) liggen en de motieven die ten grondslag liggen aan de keuze van de werkgever voor een bepaalde wijze van beëindiging; De mate waarin werkgevers op voorhand rekening houden met de consequenties die de beëindiging van de arbeidsrelatie voor de werknemer heeft; De rol die uitvoeringsinstellingen spelen bij onvrijwillige beëindiging van de arbeidsrelatie (dwz de toetsing van verwijtbaarheid van ontslag). Tot slot wordt de effectiviteit van het duale ontslagstelsel behandeld, door te bezien in welke mate segmenten op de arbeidsmarkt (doelgroepen) evenredig worden geconfronteerd met ontslag en door in te gaan op de beoordeling van de procedures door degenen die er ervaring mee hebben opgedaan dan wel een opinie over het stelsel in het algemeen hebben.  (B18547)

  • Min. SZW; Knegt, R.; Hugo Sinzheimer Inst., Evaluatie-onderzoek ontslagvergunningsprocedure RDA
    Den Haag : Elsevier, 2000.
    Onderzoek naar het functioneren van de RDA-procedure. Het gaat daarbij zowel om de procedure in het algemeen als om de verbijzondering die zij per 1 januari 1999, bij de invoering van de wet Flexibiliteit en zekerheid heeft ondergaan. Toen is onder meer de zogenaamde 'verkorte procedure' geïntroduceerd die het mogelijk moet maken vergunningaanvragen op bedrijfseconomische gronden versneld af te handelen. In het onderzoek wordt nagegaan hoe de preventieve ontslagtoets door de Regionaal Directeuren van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (RDA's) wordt uitgevoerd en in hoeverre de 'verkorte procedure' aan de doelstellingen voldoet. (B19080)

  • Min. SZW; IVA; Hugo Sinzheimer Inst.; Marcelissen, F.; Knegt, R.; Pas, I. van de; Beltzer, R., Het reïntegratieplan bij verzoeken om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van zieke werknemers
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 2000. 101 p.
    De Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Flexwet) schrijft voor dat de kantonrechter bij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet nagaan of er sprake is van ontslag wegens ziekte van de werknemer. In dat geval moet de werkgever bij het ontslagverzoek een reïntegratieplan toegevoegd hebben, waarmee de kantonrechter wordt geïnformeerd over de reïntegratiemogelijkheden van de zieke werknemer bij de werkgever. In het onderzoek is nagegaan wat in de praktijk de ervaringen zijn m.b.t. het verplichte reïntegratieplan. Met dit doel zijn in totaal 142 dossiers van ontbindingsverzoeken onderzocht. Van ieder dossier is nagegaan of er een (getoetst) reïntegratieplan is en hoe de procedure is verlopen. Uit het onderzoek blijkt dat het reïntegratieplan bij een ontslagaanvraag voor een zieke werknemer geen extra bescherming biedt tegen ontslag. In veel gevallen blijkt een dergelijk plan zelfs te ontbreken. Veelal is er namelijk sprake van een arbeidsconflict waarbij de rechter moet vaststellen dat de werkgever en de werknemer ‘niet meer door één deur kunnen’. Het reïntegratieplan heeft dan ook voor de kantonrechter geen toegevoegde waarde. (B18827)

  • Nyfer; Geest, L. van der; Koopmans, I.; Stavenuiter, M. M. J.; Bomhoff, E. J.; Jong, G. D. de, Bescherming en economische efficiëntie : een alternatief ontslagstelsel
    Breukelen : Nyfer, 2000.
    Dit rapport biedt een economische analyse van het ontslagrecht en draagt alternatieven aan voor de inrichting van een nieuw Nederlands ontslagstelsel. Belangrijk zijn daarbij de balans tussen bescherming voor werknemer en flexibiliteit voor de werkgever. Het rapport heeft alleen betrekking op individueel en collectief ontslag van werknemers met een vast dienstverband. De opzegging via de Regionaal Directeur Arbeidsverhoudingen (RDA) en de ontbinding door de kantonrechter staan centraal. Achtereenvolgens komen aan de orde: de totstandkoming van de ontslagbescherming; ontslagrecht in internationaal perspectief; de beschermingsfunctie van het ontslagrecht; de noodzaak van bescherming van oudere werknemers en arbeidsgehandicapten; de economie van de ontslagbescherming; huidig ontslagstelsel en efficiency criteria; ontwerp voor een alternatief ontslagstelsel. (B18543)

  • Boonstra, K.; Kleermaeker, M. de; Knegt, R.; Onderzoekschool Arbeid, Welzijn, Sociaal-Economisch Bestuur; Hugo Sinzheimer Inst.; WORC, Flexibiliteit en ontslagbescherming : het Belgische, Duitse en Engelse ontslagrecht als inspiratiebron voor een nieuw Nederlands model
    Utrecht : AWSB, 1999.
    Research Papers AWSB, nr. 99/03
    In het licht van de discussie over economische flexibiliteit in relatie tot het Nederlands ontslagrecht vindt een oriëntatie plaats op enkele buitenlandse ontslagrechtstelsels om te zien of elementen uit deze stelsels een inspiratiebron zouden kunnen zijn voor alternatieve regulering in Nederland. Van de ontslagrechtstelsels van Duitsland, Engeland en België wordt de economische context geschetst en wordt melding gemaakt van resultaten van empirisch onderzoek naar het functioneren van het desbetreffende stelsel. Vervolgens komen twee in Nederland voorgestelde alternatieven voor de preventieve toets aan de orde, en worden de resultaten van een deskundigenbijeenkomst gerapporteerd. Op basis van de consensus die tijdens de bijeenkomst naar voren kwam, worden tenslotte acht contouren geschetst van een alternatief model voor het Nederlandse ontslagrecht. (B19243)

  • Stichting van de Arbeid, Advies inzake aanpassing van de preventieve ontslagtoets
    Den Haag : Stichting van de Arbeid, 1995. div. p.
    Publikatienr. 3/95
    Ingaan wordt op de bereidheid van de partijen in de Stichting om te bevorderen dat cao-afspraken worden gemaakt teneinde de gesignaleerde knelpunten (cumulatie van termijnen, ontslagbescherming bij ziekte, tijdstip van beëindiging) zo veel mogelijk op te heffen. Vervolgens komt de mogelijkheid en de wenselijkheid van de voorgestelde procedurele aanpassingen aan de orde. Tot slot wordt de positionering van de ontslagtaak besproken. (B13097)