Literatuurlijst Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO)

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken

 

  • AWVN; Harteveld, L.; Kraayvanger, B.; Pang, F.; Roording, S.; Zielschot, E., Vitaal kapitaal : eindevaluatie cao-seizoen 2011
    Den Haag : AWVN, 2012. 91 p.
    De cao-evaluatie 2011 staat in het teken van duurzame inzetbaarheid en maatwerk. Collectieve afspraken geven steeds meer ruimte aan individuele werknemers om naar eigen inzicht arbeidsvoorwaarden (binnen door cao-partijen bepaalde grenzen) vorm te geven. Zo krijgen werknemers in toenemende mate individuele scholings- en/of opleidingsrechten. Dit is geheel in lijn met het AWVN-gedachtengoed waarin de werknemer tot aan de pensioengerechtigde leeftijd zelf verantwoordelijk is voor de arbeidsmarktwaarde, waarbij de werkgever faciliteert.
    Bevat de volgende hoofdstukken: Context 2011; Duurzame inzetbaarheid; Employability; Levensfasebewust personeelsbeleid; Diversiteitsbeleid (jongeren, wajongers, kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt); Flexibiliteit in arbeidsduur en -tijden; Duurzaam loonkostenbeleid; Pensioen; Overige onderwerpen (vakantiewetgeving, werkgeversbijdrage ziektekosten, eenmalige uitkeringen, geldbudget); Verloop van seizoen (expirerende cao’s, afgesloten cao’s, vertraagde cao’s, looptijden). (B30641)
     
  • Jaspers, A. Ph. C. M.; Baltussen, M. F. [et al], De toekomst van het cao-recht
    Deventer : Kluwer, 2011. 292 p.
    Vereniging voor Arbeidsrecht, nr. 39
    In deze uitgave nemen de auteurs het bestaande systeem van cao's en het juridische kader, het cao-recht, onder de loep. Onder andere wordt ingegaan op de houdbaarheid ervan, gezien tegen de achtergrond van een aantal ontwikkelingen in cao-land. Ook de invloed van Europese en internationale ontwikkelingen op cao's komen aan bod. (B30436)
     
  • Ver. VNO-NCW; MKB-Nederland; AWVN, Nota arbeidsvoorwaarden 2012 : informatie voor cao-onderhandelaars
    Den Haag : VNO-NCW, 2011. 43 p.
    In de nota wordt naast een korte schets van de actuele sociaal-economische situatie, de inzet voor het Arbeidsvoorwaardenoverleg 2012 uiteengezet. Vervolgens worden de actualiteiten op het vlak van sociaal beleid weergegeven die van belang kunnen - kunnen - zijn voor het komend arbeidsvoorwaardenoverleg. Achtereenvolgens komen aan de orde: AOW (wijziging ingangsdatum); Arbeidstijden en verlof (modernisering/stroomlijning); Arbowet; Avv-beleid; Belastingtarieven 2012; Crisismaatregelen SZW; Grensarbeid en kennismigrant; Heroverweging van beperkingen en verbodsbepalingen in cao's; Herverzekerde pensioenfondsen; Internationaal arbeidsrecht / arbeidsvoorwaarden; Internationaal fiscaal; Internationaal pensioen; Internationaal sociaal; Inzagerecht RI&E; Kinderopvang; Laaggeletterdheid; Nawerking cao's; pensioenakkoord; Premies werknemersverzekeringen; Re-integratiebudgetten; UWV; Vakantiewetgeving; Verruiming tijdelijke contracten voor jongeren; Vitaliteitspakket (2013) / spaarloon en levensloop; Waadi (aanpassing uitzendrichtlijn) Wet Werken naar vermogen (2013); Werkkostenregeling; Wet Melding Collectief Ontslag (B30394) 

     
  • AWVN, Het proces van arbeidsvoorwaardenvorming
    Den Haag : AWVN, 2011. 21 p.
    Deze brochure geeft een beknopt overzicht van het proces van arbeidsvoorwaardenvorming , en de contributieve en betaalde ondersteuning die daarbij van awvn kan worden verwacht. Daarnaast gaat de brochure in op de vraag waarom het raadzaam kan zijn het proces van arbeidsvoorwaardenvorming
    te moderniseren en waarom constructieve arbeidsverhoudingen daarbij van groot belang zijn. (B30218)
     
  • MHP, MHP-berekeningen koopkracht 2012: vooral middengroepen worden zwaar getroffen door kabinetsbeleid
    [Culemborg] : MHP, 2011.
    Aan de hand van de eigen rekenschema’s van de MHP, is in deze notitie de koopkracht doorgerekend als gevolg van de maatregelen die in de Miljoenennota 2012 worden aangekondigd. Eerst wordt een algemeen koopkrachtbeeld geschetst, wat min of meer aansluit op de standaardkoopkrachtplaatjes van het CPB en het ministerie van SZW. Vervolgens wordt nader ingegaan op diverse maatregelen, die niet blijken uit deze standaardplaatjes en buiten beeld zijn gehouden. Tot slot worden voorbeelden van koopkrachtplaatjes voor gezinnen, waaruit blijkt waartoe de stapeling van maatregelen kan leiden. (B30176)
     
  • CNV, Duurzaam werk loont zeker! : concept CNV-hoofdlijnennota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2012
    [Utrecht] : CNV, 2011. 19 p.
    De CNV Vakcentrale eist voor 2012 de totale loonruimte op. Deze moet worden aangewend voor harde werkgelegenheidsafspraken en inflatiecorrectie. Als werkgevers niet of onvoldoende bereid zijn werkgelegenheidsafspraken te maken, verhoogt het CNV de looneis voor de werknemers. In deel 1 van deze hoofdlijnennota arbeidsvoorwaardenbeleid schetst het CNV de actuele sociaal-economische ontwikkelingen, uitmondend in een CNV-visie op het arbeidsvoorwaardenbeleid voor 2012. In deel 2 wordt het loonbeleid voor 2012 beschreven. Deel 3 gaat ten slotte in op de speerpunten van het arbeidsvoorwaardenbeleid 2012 en worden deze nader uitgewerkt. Het CNV kiest in zijn arbeidsvoorwaardenbeleid voor 2012 voor de volgende speerpunten: Duurzame inzetbaarheid / versterking arbeidsparticipatie; Scholing en loopbaanbeleid; Balans flex en zekerheid; Maatschappelijk verantwoord ondernemen; Plezier in werk. (B30175)
     
  • FNV, "Voor koopkracht en kwaliteit" : concept FNV arbeidsvoorwaardennota 2012
    [Amsterdam] : FNV, 2011. 14 p.
    De FNV-bonden gaan de cao-onderhandelingen in 2012 in met een looneis van maximaal 2,5 procent. De overige loonruimte bestemmen zij voor afspraken over werkgelegenheid, verbetering positie van flexwerkers, arbeidsparticipatie van ouderen en werknemers met een arbeidsbeperking, en pensioen. In de context van haar meerjarige ‘Goed Werk-agenda’ heeft de FNV een aantal speerpunten benoemd voor 2012: goed en eerlijk loon, ook voor jongeren en uitzendkrachten; compensatie van koopkrachtverlies, door middel van maatwerk in de sectoren; uitvoering geven aan het actieplan 55+ en andere afspraken om ouderen aan het werk te krijgen en te houden; arbeidskansen creëren in banen voor WSW’ers en Wajongers en andere werknemers met een arbeidsbeperking; terugdringen van onzeker werk (flexcontracten) en bevorderen van doorstroming naar vast werk; meer zeggenschap en invloed voor werknemers op hun werk (organisatie, werktijden, werkplek). (B30174)
     
  • CNV Jongeren; FNV Jong; Min. SZW, Cao Wajong-proof : een intern onderzoek binnen FNV en CNV
    [Utrecht] : CNV Jongeren, 2011. 37 p.
    CNV Jongeren heeft in samenwerking met FNV Jong en in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (in het bijzonder het Programma Cultuuromslag Wajong) onderzoek gedaan naar de kwaliteit en haalbaarheid van de gemaakte cao afspraken betreffende Wajong. Uit het onderzoek blijkt dat in het cao-seizoen 2010 binnen 91 cao’s afspraken gemaakt zijn over het aannemen van mensen met een beperking. Dit betreft zo’n 20% van de afgesloten cao’s. Voor sociale partners worden deze afspraken steeds belangrijker. Uit het onderzoek naar de gemaakte afspraken blijkt dat er in veel gevallen geen reële en kwalitatieve invulling aan de cao-afspraken gegeven wordt. Het afspreken van een hoog quotum klinkt goed, maar hierbij bestaat de kans op windowdressing: alleen roepen dat je Wajongers wilt aannemen werkt niet. (B29705)
     
  • ESVLA; Keune, M., Derogation clauses on wages in sectoral collective agreements in seven European countries
    Dublin : ESVLA, 2010. 12 p.
    Het rapport gaat in op decentralisatie van loononderhandelingen van (inter)sectoraal niveau naar ondernemingsniveau door het gebruik van uitzonderingsclausules. Collectieve onderhandelingen op sectoraal- en intersectoraal niveau spelen een belangrijke rol in veel Europese landen, met name in de meeste West-Europese landen. Traditioneel hebben (inter)sectorale onderhandelingen de functie van het homogeniseren van lonen en arbeidsvoorwaarden voor hele sectoren of landen en neemt het hen, voor een groot deel, buiten competitie. Het ontlast ook bedrijven van het verrichten van tijdrovende en soms ingewikkelde onderhandelingsprocessen waarvoor aanzienlijke deskundigheid vereist is. In de afgelopen decennia, is echter de reden voor een dergelijke homogenisering binnen de nationale grenzen ter discussie gesteld, door in het bijzonder te verwijzen naar de toenemende mondialisering van de concurrentie. Het rapport gaat in op de onderhandelingen in Oostenrijk, België, Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje en Ierland. (B29551)
     
  • Min. SZW; Beeksma, M.; Croix, J. de la, Diversiteit in cao's (2010) : een onderzoek naar cao-afspraken tussen sociale partners welke van invloed kunnen zijn op de diversiteit binnen ondernemingen
    Den Haag : Min. SZW, 2010. 23 p.
    Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar afspraken in cao’s in het kader van ‘diversiteit’ in 2010. Het rapport biedt inzicht in de mate waarin sociale partners in cao’s afspraken maken welke van invloed zijn op de diversiteit binnen ondernemingen. (B29250)
     
  • Min. SZW; Smits, J. M. P.; Beeksma, M.; Feenstra, P. W.; Junger-van Hoorn, E. C., Perspectief op langer doorwerken (2010) : een onderzoek naar cao-afspraken tussen sociale partners met betrekking tot langer doorwerken
    Den Haag : Min. SZW, 2010. 51 p.
    Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar afspraken in cao’s en principeakkoorden in het kader van ‘perspectief op langer doorwerken’ in Nederland. Voor de cao’s geldt als peildatum april 2010, voor de principeakkoorden juli 2010. Het rapport brengt door sociale partners gemaakte afspraken die de arbeidsparticipatie van oudere werknemers kunnen beïnvloeden, in kaart. (B29249)
     
  • AStri; Ojen, Q. H. J. M. van; Zwart, B. C. H. de; Veerman, T. J.; Min. BZK, Arbeidsproductiviteit en cao's : een verkennend onderzoek naar de aanjagende rol van cao-afspraken op arbeidsproductiviteit in de publieke sector : eindrapport
    Leiden : AStri, 2010. 108 p.
    Slimmer werken, sociale innovatie en arbeidsproductiviteit in de publieke sector staan momenteel volop in de belangstelling. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties levert AStri Beleidsonderzoek en – advies met dit rapport een bijdrage aan de discussie over de wijze waarop via cao’s deze onderwerpen kunnen worden beïnvloed. Het rapport geeft inzicht in de mate waarin de 14 cao’s van de publieke sector sturing kunnen geven aan arbeidsproductiviteit en de gemiste kansen daarin. Uit het onderzoek blijkt dat beïnvloeding op arbeidsproductiviteit via de cao slechts in beperkte mate mogelijk is. Toch heeft de cao een belangrijke aanjaagfunctie. De aanjaagmogelijkheden om via cao’s arbeidsproductiviteit te bevorderen worden echter niet door alle cao’s evenveel benut. Subthema’s die in veel cao’s aan de orde komen en die positief lijken te sturen op arbeidsproductiviteit, zijn: arbeidstijden, keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden, persoonlijke (scholings)budgetten, persoonlijke ontwikkelingsplannen, scholing en leeftijdsfasebewust personeelsbeleid. In enkele cao’s worden afspraken gemaakt over: thuis- of telewerken, de organisatiecultuur, managementvaardigheden en stijl van leidinggeven, arbobeleid, diversiteitsbeleid, gezondheidsbeleid en medezeggenschap. Subthema’s die (vrijwel) niet aan de orde komen zijn: arbeidsorganisatie, werkprocessen, werkwijze, technologische hulpmiddelen, materiaal of ergonomische vernieuwingen, medewerkertevredenheid, taak- en functiedifferentiatie. (B29214)
      
  • Stichting van de Arbeid, De cao: wat en hoe?
    Den Haag : St. van de Arbeid, 2010.
    De overgrote meerderheid van werknemers heeft te maken met een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De Stichting van de Arbeid krijgt regelmatig vragen over de totstandkoming, de werking en de algemeen verbindendverklaring van cao's. In deze brochure worden de belangrijkste vragen met betrekking tot deze thema's behandeld. De brochure is een update van een eerdere brochure met dezelfde titel uit 2004. (B29169)

  • ETUI; Glassner, V.; Keune, M., Collective bargaining responses to the economic crisis in Europe
    ZP : ETUI, 2010.
    ETUI Policy Brief, issue 1/2010
    ETUI Policy Brief over collectieve onderhandelingen en de crisis. Collectieve onderhandelingen hebben zich bewezen als een effectief instrument om de werkgelegenheid te handhaven en voor ondernemingen flexibele oplossingen te vinden hoe om te gaan met de steile economische neergang. Met name sociale partners hebben een belangrijke rol gespeeld bij de uitvoering van de bepalingen van het wettelijk korter werken, gericht op behoud van de werkgelegenheid door middel van tijdelijke vermindering van de arbeidstijd. Echter, de verhoogde druk voor de flexibilisering van de arbeidstijd, loonvorming en arbeidsvoorwaarden kunnen aanleiding geven tot een trend naar 'ongeorganiseerde' decentralisatie van collectieve onderhandelingen. Daarom is het van vitaal belang dat de vakbonden ervoor zorgen dat afwijkingen van de collectieve overeenkomsten slechts tijdelijk worden toegepast in bedrijven met economische problemen. (B28504)

  • Ver. VNO-NCW; MKB-Nederland; AWVN, Nota arbeidsvoorwaarden 2010 : informatie voor cao-onderhandelaars
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2009.
    In deze nota worden naast een korte schets van de actuele sociaal-economische situatie, focus en perspectief voor het Arbeidsvoorwaardenbeleid 2010 uiteengezet. Vervolgens worden de actualiteiten op het vlak van sociaal beleid en recht weergegeven die van belang –kunnen– zijn voor het komend arbeidsvoorwaardenoverleg. Te weten: Vergroting arbeidsparticipatie en employability; Bestrijding jeugd- en jongerenwerkloosheid; Combinatie arbeid en zorg; Arbeidsongeschiktheid; Pensioen en doorwerken na 65 jaar; Ontslag en WW; Grensoverschrijdende arbeid en Europees sociaal beleid; Overige en fiscale zaken. In deze nota zijn primair de wijzigingen opgenomen ten opzichte van vorig jaar. De bijlagen bevatten onder meer een overzicht van de in 2010 expirerende cao's. (B28466)

  • Min. SZW; ECORYS; Donker van Heel, P. van; Deckers, K., Knelpunten bij de uitvoering van cao's : kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van werkgevers in het midden en kleinbedrijf
    Rotterdam : ECORYS, 2009.
    In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft ECORYS onderzoek gedaan naar knelpunten, die kleine bedrijven ervaren bij de uitvoering van de eigen bedrijfstak-cao. Met kleine bedrijven wordt bedoeld een omvang van minder dan 100 werknemers. Het onderzoek bestond uit een eerste inventarisatie van knelpunten bij ruim 700 bedrijven in 15 bedrijfstakken. Bij 60 bedrijven met knelpunten is vervolgens dieper ingegaan op de ervaren knelpunten. De eindconclusie van het onderzoek is dat de meeste werkgevers in het mkb tevreden zijn met de eigen cao en dat knelpunten bij de uitvoering niet op grote schaal voorkomen. Ongeveer een op de tien werkgevers is het niet eens met de inhoud van afspraken die zijn gemaakt, of vinden de afspraken zodanig complex dat uitvoering moeilijk is. De gevolgen hiervan zijn over het algemeen niet ernstig. Wel lijkt er aanleiding om specifiek aandacht te schenken aan de positie van heel kleine bedrijven (met één of enkele werknemers), waar de gevolgen van cao-afspraken – al of niet in combinatie met wetgeving - relatief grote consequenties kunnen hebben. (B28372)

  • Min. SZW; ECORYS; Wilkens, M.; Donker van Heel, P., Evaluatie wijziging dispensatieregels Toetsingskader avv
    Rotterdam : ECORYS, 2009.
    Per 1 januari 2007 zijn de regels voor het verkrijgen van dispensatie van een algemeen verbindend verklaarde (avv’de) cao aangescherpt. In het evaluatieonderzoek is nagegaan in hoeverre de doelstellingen van het gewijzigde dispensatiebeleid zijn behaald. Het onderzoek beschrijft de eerste ervaringen die door de verschillende betrokken partijen zijn opgedaan met de herziene dispensatieregels. (B28373)

  • Drongelen, J. van, Vakverenigingsvrijheid. Het recht op collectief onderhandelen. Mededingingsrecht
    Zutphen : Paris, 2009.
    Collectief arbeidsrecht, deel 2
    In dit boek wordt in een inleidend hoofdstuk allereerst kort de historie geschetst van het verschijnsel vakverenigingsvrijheid in ons land, het afschaffen van het zogenoemde coalitieverbod en de gevolgen daarvan voor de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de internationale waarborgen voor de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, waaronder de IAO-verdragen nr. 87 (vakverenigingsvrijheid) en nr. 89 (recht op collectief onderhandelen), het Europees Sociaal Handvest (art. 5 en 6) en het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (art. 11). In het tweede hoofdstuk wordt de vrijheid van vakvereniging behandeld waarbij de Nederlandse situatie wordt afgezet tegen de internationale waarborgen op dit punt. In het derde hoofdstuk gebeurt hetzelfde, maar dan wat betreft het recht op collectief onderhandelen. Het vierde hoofdstuk behandelt het Europese en Nederlandse mededingingsrecht en het recht op collectief onderhandelen. Het boek wordt afgesloten met een slotbeschouwing. (B27914)

  • Schreuder, K. P. A. B., Trade unions and the work-family balance : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    [Amsterdam] : K. Schreuder, 2009.
    Kilian Schreuder onderzocht of arbeids- en zorgonderwerpen, in het licht van de stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen, aan belang hebben gewonnen in CAO-onderhandelingen. Hij stelt dat CAO's waar relatief veel vrouwen onder vallen niet per se veel arbeids- en zorgregelingen blijken te bevatten. Dit onderwerp staat daar ook niet vaker dan elders op de vakbondsagenda. Volgens Schreuder zijn het juist de centrale aanbevelingen en de mate waarin arbeids- en zorgregelingen in de voorgaande CAO zijn uitgekristalliseerd die voor vakbondsonderhandelaars leidend zijn bij het bepalen van het belang van arbeid en zorg op hun agenda. Het vakbondsbeleid is er namelijk op gericht om in alle sectoren van de arbeidsmarkt een bepaald minimumniveau aan arbeids- en zorgregelingen af te spreken. Daardoor zijn werknemers met zorg voor kleine kinderen minder beperkt in hun keus wanneer zij werk zoeken. Ook kunnen werkgevers aantrekkelijker worden voor een bredere groep potentiële werknemers. Bovendien hopen vakbonden meer leden te werven onder vrouwen door zich specifiek voor deze groep in te spannen. Schreuder concludeert dat er geen direct verband is tussen het aandeel vrouwen onder een CAO en arbeids- en zorgregelingen op de vakbondsagenda dan wel in de CAO. Volgens hem blijkt echter dat de arbeidsparticipatie van vrouwen een indirecte, positieve invloed heeft gehad op de uitbreiding van arbeids- en zorgregelingen in de collectieve arbeidsvoorwaarden in Nederland. (B27604)

  • Heerma van Voss, G. J. J.; Asser, C., Bijzondere overeenkomsten : arbeidsovereenkomst, collectieve arbeidsovereenkomst en ondernemingsovereenkomst
    Deventer : Kluwer, 2008.
    Mr. C. Asser's handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, Asser-serie 7-V*
    Afzonderlijk deel in de Asser-serie over de arbeidsovereenkomst. Tevens wordt de collectieve arbeidsovereenkomst behandeld, alsmede de ondernemingsovereenkomst als opvolger van het arbeidsreglement. In deze eerste druk lig de nadruk op het geldende Nederlandse recht en in het bijzonder de rechtspraak van de Hoge Raad. In aansluiting op de nieuwe opzet van de Asser-serie is daarbij ruim aandacht besteed aan de invloed van Europees arbeidsrecht.
    Inhoud: Inleiding; Afdeling 1: Algemene bepalingen; Afdeling 2: Loon; Afdeling 3: Vakantie en verlof; Afdeling 4: Gelijke behandeling; Afdeling 5: Enkele bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst; Afdeling 6: Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever; Afdeling 7; Enkele bijzondere verplichtingen van de werknemer; Afdeling 8: Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming; Afdeling 9: Einde van de arbeidsovereenkomst; Afdeling 10: Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers; Afdeling 11: Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst; Collectief arbeidsrecht; De arbeidsvoorwaarden binnen de onderneming. Voorheen deel 5-III, nr.269-475 (B27466)

  • Even, J. H., Transnational collective bargaining in Europe : a proposal for a European regulation on transnational collective bargaining : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2008.
    Bakelsreeks
    Onderzoek naar grensoverschrijdende collectieve arbeidsovereenkomsten. In het proefschrift worden aanbevelingen gedaan voor het realiseren van de Europese wetgeving inzake het sluiten van transnationale collectieve arbeidsovereenkomsten. Voorafgaand aan het bespreken hoe vorm te geven aan deze Europese wetgeving, wordt betoogd dat het steeds meer de moeite waard lijkt om transnationale collectieve onderhandelingen na te streven, maar dat een nieuw wettelijk kader noodzakelijk is. Deze conclusies zijn getrokken na gedetailleerd onderzoek van de uitdagingen voor en de rol van de Europese sociale partners over de afgelopen decennia, een bespreking van de europeanisering van de CAO-onderhandelingen, een kritische beschouwing van de Europese sociale dialoog en een inventarisering en afweging van de voor-en nadelen van de transnationale collectieve onderhandelingen. Voorts wordt aangevoerd dat een nieuw juridisch kader bij de transnationale collectieve arbeidsonderhandelingen op nationale collectieve wetstradities zou moeten worden gebaseerd. Daarom worden de nationale wetten van de lidstaten van de EU vergeleken, met een nadruk op Nederland, Duitsland, België en Groot-Brittannië. De Europese bescherming van de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het stakingsrecht wordt afzonderlijk geanalyseerd. Het onderzoek resulteert in een voorstel voor Europese regelgeving op het gebied van transnationale collectieve onderhandelingen, die belangrijke onderwerpen bevat, zoals de juiste wettelijke basis voor Europese wetgeving, onderhandelaars, onderhandelingsniveaus, representativiteit, de bindende kracht van transnationale collectieve arbeidsovereenkomsten, toepasbaar recht en handhaving. (B27301)

  • FNV, Voor een betere toekomst : voorlegger Arbeidsvoorwaardennota 2009
    [Amsterdam] : FNV, 2008.
    In het najaar van 2007 is de meerjarennota ‘Arbeidsvoorwaardenbeleid 2008-2010, kansen scheppen, kansen pakken’, vastgesteld. Daarin is vastgelegd wat de FNV in een termijn van 4 jaar voor werknemers wil bereiken. Ieder jaar zal er, rekening houdend met de economische ontwikkelingen, in een voorlegger op de meerjarenarbeidsvoorwaardennota worden aangegeven wat voor het komende jaar de belangrijkste uitgangspunten zijn. Dit op basis van de recente ontwikkelingen en de ervaringen van bestuurders over het afgelopen jaar. De looneis is nog niet opgenomen in deze voorlegger. Deze wordt vastgesteld na het Najaarsoverleg met kabinet en werkgevers. De belangrijkste prioriteiten voor 2009 zijn: Inkomensbeleid en koopkrachtverbetering; Verbetering van flexposities; Het effect van marktwerking op de rechtspositie. (B27190)

  • Houten, G. van, Beleidsuitvoering in gelaagde stelsels : de doorwerking van aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid in het CAO-overleg : proefschrift Universiteit Utrecht
    Utrecht : G. van Houten, 2008.
    De studie beschrijft de variatie in de mate van doorwerking van aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid in het CAO-overleg en de verklaring van deze variatie vanuit kenmerken van het centraal overleg en kenmerken van de overheid. De studie beperkt zich tot twee niveaus in de Nederlandse arbeidsvoorwaardenvorming: het centraal overleg in de Stichting van de Arbeid en het CAO-overleg op het niveau van bedrijfstakken of ondernemingen. Het proefschrift laat zien dat de invloed van de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid op het CAO-overleg meer dan alleen symbolisch is. Aanbevelingen zorgen ervoor dat CAO-onderhandelaars bij het maken van afspraken meer water bij de wijn doen. De overheid heeft hierop een indirecte invloed. Zowel bestuurders van vakcentrales en werkgeverskoepels als CAO-onderhandelaars houden rekening met de mogelijkheid dat de overheid ingrijpt wanneer hun afspraken teveel afwijken van de voorkeur van de overheid. Critici van het poldermodel baseren hun oordeel vaak op macro-economische uitkomsten, zoals loonstijgingen en economische groei. Dit boek biedt nieuwe inzichten in de beleidsuitkomsten van het stelsel van arbeidsvoorwaardenvorming en de manier waarop de aanbevelingen en CAO-afspraken tot stand komen. Hiertoe zijn theorieën over beleidsuitvoering toegepast en getoetst aan gegevens over besluitvorming in de Stichting van de Arbeid en onderhandelingen in CAO-overleg. (B27170)

  • Min. SZW; Beeksma, M.; Ameele, A. N. van den; Machiels-van Es, A. J., (Faciliteiten) arbeid en zorg 2007 : een onderzoek naar CAO-afspraken met betrekking tot arbeid-en-zorg-faciliteiten in CAO’s
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar afspraken in CAO’s in het kader van ‘arbeid-en-zorg-faciliteiten’ in Nederland in 2007. Het rapport biedt inzicht in de mate waarin het combineren van arbeid en zorg op het niveau van collectieve arbeidsovereenkomsten wordt ondersteund en op welke wijze die ondersteuning vormt krijgt. Onderzocht is in de eerste plaats hoeveel CAO’s aanvullende en/of beperkende afspraken maken over de verlofvormen met een wettelijke basis en hoe deze afspraken zijn ingevuld. Het gaat om verlofvormen beschreven in de Wet Arbeid en Zorg: zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof, kraamverlof, calamiteitenverlof, ouderschapsverlof, kortdurend en langdurend zorgverlof. De wet biedt in meer of mindere mate per verlofvorm ruimte om op collectief niveau afspraken te maken. CAO-afspraken kunnen aanvullend (bijvoorbeeld loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof) of beperkend (bijvoorbeeld kortere duur kraamverlof) ten opzichte van de wet zijn. Ook zijn die afspraken geteld die conform de wettelijke bepalingen zijn. Deze regelingen bevestigen hetgeen wettelijk geregeld is. Daarnaast is in kaart gebracht hoeveel afspraken er in CAO’s gemaakt worden over verlofvormen zonder een wettelijke basis en wat deze afspraken inhouden. Dit zijn afspraken over terugkeerregelingen, vrijwilligersverlof, rouwverlof en het sparen van verlof. Tevens zijn afspraken op het gebied van arbeidstijden onderzocht. Het gaat afspraken over voedingsverlof, flexibele begin- en eindtijden, het termijn waarbinnen het rooster voor de werknemers bekend moet zijn, de zeggenschap van werknemers op het rooster en de mogelijkheid om thuis te werken. Tot slot is onderzocht in hoeveel CAO’s werknemers gewezen worden op het algemene recht op arbeidsduuraanpassing en hoe CAO’s dit recht invullen. (B26420)

  • Ver. VNO/NCW; AWVN; MKB-Nederland, Nota arbeidsvoorwaarden 2008 : investeren in wendbare organisaties en medewerkers : informatie voor CAO-onderhandelaars
    Den Haag : Ver. VNO/NCW, 2008.
    De nota biedt een handreiking ten behoeve van het arbeidsvoorwaarden- en CAO-overleg. Uitgangspunt voor het arbeidsvoorwaardenoverleg 2008 is: Investeren in wendbare organisaties en medewerkers. Achtereenvolgens komen aan de orde: Werken aan verbetering van de productiviteitsontwikkeling; Employability en scholing; Invulling geven aan HR(personeels)beleid; Doorwerken na 65 jaar; Differentiatie in arbeidsduur en arbeidstijden bewerkstelligen; Differentiatie in beloning en beloningssystemen toepassen; Versterken participatie - Follow-up Participatietop; Decentralisatie in het CAO-overleg; Mobiliteitsmanagement; Versterken Gezondheidsmanagement / aanpak overgewicht; Sociale innovatie; Arbeidstijdenwet en arbeidstijdenmanagement; Kinderopvang; Deeltijdarbeid; Vakantie en verlof; Levensloopregeling; Arbeidsomstandigheden, ziekte, re-integratie en arbeidsongeschiktheid; Pensioen; Ziektekosten; Europees sociaal beleid; Gelijke behandeling; Werving en selectie. Verder bevat de nota de volgende bijlages: Expiratielijst 2008; Relatie bedrijven in de regio en beroepsonderwijs / stages; Evaluatie CAO's 2007; Overzicht verlofsoorten; Financiële regelingen arbeidsmarkt en scholing. (B26548)

  • FNV, Kansen scheppen, kansen pakken : meerjaren arbeidsvoorwaardennota 2008-2010
    [Amsterdam] : FNV, 2007.
    FNV komt in haar arbeidsvoorwaardennota met looneis van 3,5 procent. De discussienota geeft daarvoor verschillende mogelijkheden aan: Naast een structurele loonsverhoging zijn afspraken over collectieve resultaatafhankelijke beloningen en eenmalige uitkeringen mogelijk. Maar ook: werkgeversbijdragen die de pensioenpremies van werknemers verminderen. Relatief veel aandacht schenkt de nota aan het stimuleren en mogelijk maken van thuiswerken of telewerken. Nieuw in het cao-beleid van de FNV is de term ‘groene arbeidsvoorwaarden’. Het gaat daarbij om betrekkelijk eenvoudig te realiseren doelen die het milieu ontzien. Daarnaast besteedt de discussienota aandacht aan onderwerpen, zoals een levenlang leren, werkzekerheid voor iedereen. Maar ook aan specifieke doelgroepen, zoals deeltijders, jongeren en flexwerkers. Ook is in de nota een apart hoofdstuk ingeruimd voor de snel groeiende groep zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers). (B26128)

  • CNV, Aan het werk : CNV concept-arbeidsvoorwaardennota 2008
    [Utrecht] : CNV, 2007.
    De loonvraag van het CNV ligt tussen 2 en 3,5%. In de meeste gevallen zullen CAO-onderhandelaars uitkomen op een loonvraag van 3,5%, maar in een aantal sectoren zullen sectorspecifieke omstandigheden om een lagere looneis vragen. Het meerjarenkader in de concept-arbeidsvoorwaardennota geeft de visie van het CNV op mensen, organisaties, werk, en economie. Voorts schetst het trends en ontwikkelingen als globalisering en Europese eenwording, flexibilisering van de arbeid; veranderende houding van de overheid, demografische ontwikkeling, en modernisering arbeidsvoorwaardenbeleid. Het slothoofdstuk van het meerjarenkader gaat in op het sociaal-economische kader en de indicatieve loonvraag. In het tweede gedeelte van deze nota worden de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid 2008 verder uitgewerkt. Het CNV onderscheidt drie thema's: 'Kans op werk'; 'Zorg en werk' en 'Plezier in werk'. (B26129)

  • Bruinsma, G.; Bodt, H. de; Delden, P. van; [et al.], Cao en or
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2007.
    OR strategie en beleid, thema 1
    Dit katern biedt OR-leden informatie over de betrokkenheid van ondernemingsraden bij de totstandkoming en naleving van cao's, de inhoudelijke thema's, de proceskant en de toekomst van het cao-overleg. Bevat de volgende bijdragen: Naar een robuuster OR!? verslag van een onderzoek naar de betrokkenheid van ondernemingsraden bij arbeidsvoorwaardenvorming; CAO-ontwikkelingen 2005-2007 - een schets van de sociaal-economische kaders, de thema's en de resultaten van cao-overleg; Arbeidsvoorwaardenoverleg in de publieke sector - een overzicht; Bewust belonen in de rechtsspraak - een praktijkvoorbeeld van arbeidsvoorwaardenvorming bij de overheid; Haarscheurtjes in de cao? de ontwikkeling van cao-overleg in Nederland; Waarom sluiten werkgevers en werknemers (nog steeds) een cao af? een beschouwing over de voor- en nadelen van de cao; Organisatiegraad en legitimiteit van de cao - een internationale vergelijking en drie scenario's voor de toekomst; Wie betaalt de cao?; Een eigen cao ontwikkelen én arbeidsvoorwaarden harmoniseren - praktijkcase ABN AMRO Hypotheken Groep; Loonwijzer en (cao-) onderhandelingen - een praktische informatiebron. (B26019)

  • Min. SZW; Berg, N. van den; Rij, C. van; Regioplan, Ervaringen van werkgevers met de cao en avv
    Amsterdam : Regioplan, 2007.
    Het onderzoek biedt inzicht in de praktijkervaringen van werkgevers met de avv'de bedrijfstak-cao en de mate waarin avv hen helpt dan wel belemmert in de ontplooiing van hun (bedrijfs)activiteiten. Allereerst wordt een algemeen oordeel besproken van de geïnterviewde werkgevers over de cao en het algemeen verbindend verklaren van de cao. Hierbij worden tevens de belangrijkste voor- en nadelen van de cao en avv beschreven. Vervolgens beschrijft het rapport de meningen van werkgevers over de toepasbaarheid van de cao in de praktijk, de mening van werkgevers over enkele cao-principes, de bekendheid over dispensatie en het al dan niet overwegen van werkgevers om dispensatie voor avv aan te vragen. (B25925)

  • Koot- van der Putte, E., Collectieve arbeidsvoorwaarden en individuele contractsvrijheid : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Monografieën sociaal recht, nr. 42
    Collectieve arbeidsvoorwaarden beperken de individuele contractsvrijheid. Dit lijkt nauwelijks verenigbaar met de geïndividualiseerde maatschappij waarin wij leven. Is het niet achterhaald om werkgevers en werknemers te binden aan afspraken waar zij niet om hebben gevraagd? In dit verband doet zich dan ook de vraag voor welke ruimte wettelijke instrumenten van collectieve arbeidsvoorwaardenvorming nog bieden aan individuele contractsvrijheid. Dit boek geeft daar antwoord op. Deze centrale vraag wordt behandeld door voor drie instrumenten - te weten cao, avv en afspraken met de or - na te gaan in hoeverre zij de individuele contractsvrijheid van actoren beperken. De auteur besteedt onder meer aandacht aan de vraag wie gebonden zijn, voor welke tijd en hoe dwingend die binding is. Deze vragen worden ook behandeld bij de analyse van de situatie in Duitsland, waar ook een spanning waarneembaar is tussen individuele contractsvrijheid en collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. De conclusie van het boek is dat de contractsvrijheid van gebonden werkgevers en gebonden werknemers door het Nederlandse cao-recht sterk wordt beperkt. Daar staat tegenover dat de vormgeving van het cao-instrument in de praktijk ruimte biedt voor nadere uitwerking op het individuele en decentrale niveau. In Duitsland daarentegen zijn de mogelijkheden voor vorming van arbeidsvoorwaarden op individueel dan wel decentraal niveau beperkt. (B25881)

  • Wirtz, M. S., Collisie tussen CAO's en mededingingsrecht : proefschrift Universiteit Utrecht
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Monografieën sociaal recht, nr. 39
    CAO's en mededingingsrecht kunnen botsen. Een CAO is immers niets anders dan een prijsafspraak op de arbeidsmarkt. Zonder CAO's zou echter het Nederlandse loonstelsel instorten en zouden weinig werknemers nog zekerheid hebben over hun arbeidsvoorwaarden. Binnen de Europese jurisprudentie is voor CAO’s met betrekking tot het kartelverbod een uitzondering gemaakt. In haar proefschrift heeft Monica Wirtz onderzocht wanneer deze uitzondering van toepassing kan zijn. Zij concludeert dat de uitzondering ook voor het verbod op misbruik van machtspositie moet gelden. (B25334)

  • MKB-Nederland, Inventarisatie van CAO's in het mkb
    Delft : MKB-Nederland, 2006.
    MKB-Nederland heeft een inventarisatie gemaakt van het soort en aantal afspraken in de CAO’s die worden gemaakt in het midden- en kleinbedrijf. Voor de inventarisatie zijn 55 CAO’s onder de loep genomen. Achtereenvolgens komen aan de orde cao-afspraken en opvattingen van MKB Nederland over lonen, periodieken, prestatieafhankelijke beloning, leerwerktrajecten, werkervaringsplaatsen, scholing, arbeidsduur, jaarurenmodel, toeslagen, besteding van de loonruimte, kinderopvang, levensloop en reïntegratie. (B25095)

  • Stichting van de Arbeid, Onderscheid naar leeftijd in cao's
    Den Haag : StvdA, 2006.
    Publicatienr. 5/06
    De Stichting van de Arbeid heeft zich naar aanleiding van een brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 26 oktober 2005 met een daarbij gevoegd onderzoeksrapport in een brief van 16 januari 2006 gericht tot CAO-partijen teneinde hen te attenderen op de mogelijkheid dat CAO-bepalingen in strijd zouden kunnen zijn met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid die per 1 mei 2004 is ingegaan. (B24720)

  • Min. SZW, Bedenkingenrapportage 2005
    Den Haag : Min SZW, 2006.
    De rapportage bevat de feitelijk in 2005 afgehandelde bedenkingenprocedures van AVV-verzoeken, waarbij één verzoek uit 2004 dateert. Zowel het aantal bedenkinghebbenden als het aantal bedenkingen wordt vermeld. Daarnaast worden ingediende bedenkingen die later zijn ingetrokken ook in de telling meegenomen. Met trends en overzicht van overwegingen en dicta van betreffende AVV-besluiten. (B25075)

  • Cie Gelijke Behandeling, Advies Commissie Gelijke Behandeling inzake Seniorenregelingen als onderdeel van leeftijds(fase)bewust personeelsbeleid
    Utrecht : CGB, 2006.
    CGB-advies/2006/04
    Veel CAO’s kennen seniorenregelingen: specifieke arbeidsvoorwaarden voor oudere werknemers, bijvoorbeeld de toekenning van extra vakantiedagen. Met de invoering van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL) in 2004 leken deze regelingen verboden leeftijdsonderscheid ten opzichte van jongere werknemers te maken. Uit het advies van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) blijkt dat niet per definitie het geval te zijn. De CGB adviseert sociale partners zich sterk te maken voor een leeftijds(fase)bewust personeelsbeleid, waarin ruimte is voor de specifieke behoeften van oudere én jongere werknemers. Van een dergelijk breed personeelsbeleid kunnen seniorenregelingen deel uitmaken. (B24692)

  • Min. SZW; Bos, I.; Ameele, A. N. van den, Arbeid en zorg in cao's 2004 : een update van de resultaten van het over 2003 uitgevoerde onderzoek
    Den Haag : Min. SZW, 2006. 43 p.
    Onderzocht zijn zowel de verlofvormen uit de Wet arbeid en zorg (zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, adoptieverlof, kraamverlof, ouderschapsverlof, kraamverlof, calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof) als niet-wettelijke verlofvormen (zoals vrijwilligersverlof, terugkeerregeling, rouwverlof en verlofsparen). Omdat de wet ruimte biedt om er van af te wijken, worden in de rapportage zowel de bovenwettelijke (méér dan de wet) CAO-afspraken als de afwijkende (minder dan de wet) CAO-afspraken weergegeven. Het onderzoek laat zien dat in 98% van de CAO’s één of meer afspraken voorkomen over deze wettelijke en niet-wettelijke verlofvormen. Van de verlofvormen uit de Wet arbeid en zorg komen bij ouderschapsverlof de meeste bovenwettelijke afspraken voor; bij adoptieverlof de meeste afwijkende afspraken. Als 2004 vergeleken wordt met 2003 dan is er voor wat betreft de wettelijke verlofvormen een lichte afname van het aantal bovenwettelijke afspraken. (B24588)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW; Arbeidsvoorwaardenontwikkelingen in 2004 : een onderzoek naar de ontwikkelingen in de bruto-uurlonen en de extra uitkeringen
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2005.
    De publicatie bevat de belangrijkste resultaten van het onderzoek van de Arbeidsinspectie naar de arbeidsvoorwaardenontwikkelingen in 2004 van werknemers in het bedrijfsleven en bij de overheid. De belangrijkste doelstelling van het periodiek terugkerende AVO-onderzoek is representatieve informatie te verschaffen over de feitelijke loonontwikkeling en ontwikkelingen in andere op geld te waarderen arbeidsvoorwaarden. Voor diverse werknemerscategorieën, zoals bij indeling naar economische sectoren en bij indeling naar CAO’ers en niet-CAO’ers, wordt een overzicht gegeven van de samenstelling van het brutoloon en de opbouw van de bruto uurloonontwikkeling naar de onderscheiden initiële en incidentele beloningscomponenten. Voorts geeft het onderzoek inzicht in het niveau en ontwikkelingen in de extra uitkeringen. Tevens wordt ingegaan op het gebruik dat gemaakt wordt van de mogelijkheid van verlofsparen. (B24478)

  • Drongelen, J. van; Fase, W. J. P. M., De elementen van de arbeidsovereenkomst. Vakantie en verlof
    Zutphen : Paris, 2005. 290 p.
    Individueel arbeidsrecht, deel 1
    Dit boek is het eerste deel van een drieluik, waarin alle facetten van de individuele arbeidsverhouding worden behandeld. In 'Individueel Arbeidsrecht Deel I' komen de elementen van de arbeidsovereenkomst en vakantie en verlof aan de orde. Achtereenvolgens worden besproken: Het aangaan van een arbeidsovereenkomst; De arbeidsovereenkomst met een minderjarige; De kosten van de arbeidsovereenkomst; Overheidspersoneel; Gemengde overeenkomsten; Flexibele arbeidsrelaties (oproep, freelance, thuiswerk, uitzendarbeid); De gezagsverhouding; Het loon; Het loonbegrip; geoorloofde loonvormen; Voldoening van het in geld vastgestelde loon; Voldoening van het andere dan in geld vastgestelde loon; Het inzagerecht van de werknemer; Het tijdstip van loonbetaling; Plaats van voldoening van het loon; Looninhouding en loonbesteding, de uitzonderingen; De vaststelling van de hoogte van het loon; Minimumaanspraak op loon; Loon bij ziekte, zwangerschap en bevalling; De loonstrook; Het verrichten van arbeid; De Wet aanpassing arbeidsduur; Algemene verplichtingen van de werkgever; De Arbeidsomstandighedenwet; De Wet arbeid vreemdelingen: Arbeidsovereenkomsten aangegaan voor bepaalde tijd; De voortgezette arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd; De omzetting van een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd in aangegaan voor onbepaalde tijd; Vakantie en verlof; De vakantieregeling; De verlofregelingen (politiek verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof, verlof in verband met pleegzorg, calamiteitenverlof, kortdurend zorgverlof, langdurend zorgverlof, ouderschapsverlof, de levensloopregeling). (B24454)

  • CPB, Effecten versoepeling ontslagrecht en preventieprikkel
    Den Haag : CPB, 2006.
    Het ministerie van SZW heeft het CPB gevraagd de effecten van de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht en de voorgenomen invoering van een preventieprikkel in de WW te analyseren. In de analyse van het CPB staat centraal dat de arbeidsmarktproblematiek van oudere werknemers gelegen is in de veelal hoge loonkosten van oudere werknemers in verhouding tot de productiviteit. (B24433)

  • Stichting van de Arbeid, Toepassing van de ketenbepaling in de wet flexibiliteit en zekerheid in cao's
    Den Haag : StvdA, 2005.
    Publicatienr. 5/05
    De Stichting van de Arbeid heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op diens verzoek geïnformeerd over haar opvatting terzake de toepassing in CAO’s van de zgn. ketenbepaling inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. (B24404)

  • MKB-Nederland, Arbeidsvoorwaardenbeleid 2006 : flexibiliteit loont
    Delft : MKB-Nederland, 2005.
    De kern van de nota wordt gevormd door voorstellen die betrekking hebben op
    flexibilisering van arbeidstijden, een evenwichtige verdeling van verantwoordelijkheden in
    levensloop / verlofregelingen en flexibiliteit in beloning. Zo wil MKB-Nederland dat cao-onderhandelaars afspraken gaan maken over de introductie van een zogenoemd jaarurenmodel. Hiermee wordt voorkomen dat werknemers in drukke perioden overwerk maken of in rustige tijden duimen zitten te draaien. Dit bevordert weer de arbeidsproductiviteit. Bovendien kunnen toeslagen voor werken op onregelmatige uren kunnen worden afgeschaft. Overige onderwerpen die in de nota aan de orde komen zijn: Bestrijding jeugdwerkloosheid, Zorgverzekeringswet; Kinderopvang; Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij arbeid; Arbo; Toegankelijkheid en leesbaarheid van de CAO; Looptijd CAO´s. (B24333)

  • Smitskam, C. J., De uitzendovereenkomst
    Deventer : Kluwer, 2005. 179 p.
    PS Special (2005) nr. 6. De uitzendovereenkomst
    In deze PS-special worden alle ins en outs van de uitzendovereenkomst besproken. Daarbij wordt ruime aandacht besteed aan de juridische aspecten van de relatie welke bestaat tussen een uitzendbureau en een uitzendkracht, zowel op grond van de regels in het BW, als op grond van de CAO voor uitzendkrachten van de ABU, die onlangs weer algemeen verbindend is verklaard. Ook de positie van de inlener wordt niet vergeten: alle valkuilen waarin een inlener terecht kan komen worden gesignaleerd en beschreven. In deze special komen onder meer aan de orde: de gedragsvoorschriften die voortvloeien uit de WAADI, de vraag wanneer een arbeidsovereenkomst voldoet aan de elementen van de uitzendovereenkomst, het uitzendbeding, de afwijkende rechtspositie van de uitzendkracht tijdens de eerste 26 weken van de uitzendrelatie, het fasesysteem van de CAO voor uitzendkrachten en welke rechten en verplichtingen de uitzendkracht in elke fase heeft, ontslagbescherming en medezeggenschap en ten slotte de valkuilen voor de inlener. (B24308)

  • Min. SZW; Veen, J. van der; Engelen, M., Kwaliteit representativiteitsgegevens bij AVV-verzoeken
    Leiden : Research voor Beleid, 2005.
    Het Ministerie van SZW wil inzicht in de kwaliteit van de representativiteitscijfers die worden aangeleverd bij verzoeken tot Algemeen Verbindend Verklaren (AVV-en) van CAO’s. Voorwaarde voor AVV is dat minstens 60% van de werknemers in een sector werkzaam is bij een organisatie die is aangesloten bij een werkgeversorganisatie die de CAO heeft ondertekend. Het door het Ministerie opgestelde Toetsingskader AVV stelt dat periodiek de kwaliteit van de representativiteitsgegevens steekproefsgewijs wordt gecontroleerd. Het rapport bevat de uitkomsten van een dergelijk steekproefsgewijs onderzoek in 20 sectoren. (B24298)

  • Schilstra, K.; Smit, E., Voeten op de vloer : strategische keuzes in de belangenbehartiging van werknemers
    Amsterdam : Aksant, 2005.
    Tot voor kort had het 'poldermodel' een glanzende reputatie. Aan het begin van de 21e eeuw wordt daar heel anders tegen aan gekeken en staat het (weer) ter discussie. Is het najaarsakkoord van 2003 een laatste oprisping geweest van een model dat volledig is uitgehold? Is er nog wel voldoende draagvlak voor de CAO's? Is de ondernemingsraad wel echt 'volwassen'? Wat betekent de toenemende rol van verzekeringsmaatschappijen in de individuele belangenbehartiging? De auteurs onderscheiden in deze studie vijf vormen van belangenbehartiging van werknemers: wetgeving, nationaal tripartiet overleg, CAO's, individuele belangenbehartiging en personeelsvertegenwoordiging door de ondernemingsraad. Van elk van deze vormen worden de ontwikkelingen van de laatste tien jaar beschreven. Interviews met dertig sleutelpersonen op het terrein van de arbeidsverhoudingen vormen de basis voor het in kaart brengen van de toekomstverwachtingen en strategische keuzes. Tien jaar geleden is een zelfde studie uitgevoerd in opdracht van het Min. SZW. Voeten op de vloer is in zekere zin een update van deze studie en vormt een actuele bijdrage aan het debat over de dilemma' s in de arbeidsverhoudingen. (B24212)

  • Min. SZW; Pott, S.; Junger, L., Werving en selectie in CAO's (2004) : een onderzoek naar de doorwerking van de Stichtingsaanbevelingen met betrekking tot werving en selectie op CAO-niveau'
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    In de onderhavige rapportage wordt verslag gedaan van het in september -november 2004 uitgevoerde CAO-onderzoek ‘Werving en selectie in CAO’s (2004)’. Door de herziening van de Sollicitatiecode van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) in september 2003 is de behoefte ontstaan om het CAO-onderzoek uit respectievelijk 1996 en 2000 te herhalen. De Stichting van de Arbeid heeft in de aanbevelingen op het gebied van werving en selectie uit 2000 werkgevers geadviseerd om de NVP-Sollicitatiecode toe te passen. De actualisering van de inhoud van de NVP- Sollicitatiecode betreft verwijzingen naar nieuwe wetgeving (onder andere de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte). Het huidige onderzoek heeft twee doelstellingen. Ten eerste, een actualisatie van cijfermatige gegevens m.b.t. CAO-afspraken op het gebied van werving en selectie en waar nodig een aanvulling. Ten tweede, waar mogelijk de huidige resultaten vergelijken met cijfers uit voorgaande onderzoeken om ontwikkelingen te traceren. (B24219)

  • Duk, R. A. A.; [et al.] , CAO-recht in beweging
    Den Haag : SDU, 2005.
    Bevat de verschillende bijdragen van de sprekers van het tweede arbeidsrechtcongres, dat op 11 en 12 november 2004 werd georganiseerd door het Hugo Sinzheimer Instituut, de Erasmus Universiteit, de Rijksuniversiteit Leiden en Allen & Overy. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Wat kan bij CAO geregeld worden? / R.A.A. Duk; Herijking van de algemeen verbindend verklaring van CAO's / A.T.J.M. Jacobs; Verhouding ondernemingsraad vakbonden: communicerende of concurrerende vaten? / L.C.J. Sprengers; Representativiteit van werknemersorganisaties / F.B.J. Grapperhaus; Driekwart dwingend recht / G.J.J. Heerma van Voss. Tot slot is het verslag van de plenaire sessie opgenomen. (B24103)

  • FNV, Samen werken, samen leven : FNV arbeidsvoorwaardenbeleid 2006 : discussienota
    Amsterdam : FNV Pers, 2005.
    Speerpunten in het arbeidsvoorwaardenbeleid 2006 zijn voor de FNV: het daadwerkelijk naleven wat er in CAO's wordt afgesproken; het streven naar meer werkzekerheid; het pensioen en levensloopbeleid. Verder wordt ingegaan op solidariteit in arbeidsvoorwaarden en solidariteit in geld. De looneis voor het komende CAO-seizoen komt op maximaal 1,5 procent bij een onderhandelingsruimte van 3 procent. (B24097)

  • CNV, (Concept-) CNV-nota arbeidsvoorwaardenbeleid 2006 : investeren in nieuwe zekerheden andere agenda(s) gewenst!
    Utrecht : CNV, 2005.
    In de nota wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de bestaande regelingen toekomstbestendig zijn. Oftewel: 'wat is de uiterste houdbaarheidsdatum van huidige cao-afspraken. Bieden bestaande wetten en regels nog wel de bescherming en zekerheden die wij ervan verwachten? Het CNV wil op zoek gaan naar nieuwe zekerheden. Economische ontwikkelingen enerzijds en veranderende voorkeuren van werknemers anderzijds vragen om nieuwe antwoorden op de behoefte aan inkomens- en werkzekerheid. Een ander belangrijk thema in de CNV-nota, is de aandacht voor plezier in werk. Het CNV vindt het belangrijk dat werknemers zich kunnen ontplooien in hun werk. Bovendien wil het CNV met dit thema de discussie over langer doorwerken op een positieve manier benaderen. Onderwerpen die verder in de nota aan de orde komen: arbeidsmobiliteit, arbeidsparticipatie, pensioenen, ziektekosten, arbeidstijden, internationale collegialiteit en loonontwikkeling. Het CNV gaat ervan uit dat, met inachtneming van de decentrale verschillen en economische situatie, er in 2006 ruimte is voor gemiddelde loonstijging met een bandbreedte tussen de 1,5 en 2 procent. (B24098)

  • Min. SZW; [et al.], Onderscheid naar leeftijd in CAO's
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Dit onderzoek gaat na in welk soort CAO-afspraken onderscheid naar leeftijd wordt gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende fasen van de arbeidsverhouding: de aanvang van de arbeidsverhouding (aangaan van de arbeidsverhouding, werving en selectie, werkervaringsplaatsen), de arbeidsvoorwaarden tijdens de arbeidsverhouding (salarisschalen, scholing, loopbaanoriëntatie, veiligheid en gezondheid, verlof, vrijstelling van arbeid ten aanzien van bijzondere diensten, toeslagen) en de beëindiging van de arbeidsverhouding (functioneel leeftijdsontslag, opzegtermijn, andere afspraken). (B24086)

  • Min. SZW; MuConsult; [et al.], Van de teller en de noemer : onderzoek naar databronnen voor de representativiteitstoets van AVV-verzoeken : eindrapport
    Den Haag : Min. SZW, 2000.
    Werkdocumenten, nr. 173
    Onderzoek naar de mogelijkheid om een dataprotocol op te stellen, dat CAO-partijen ondersteunt bij de aanvraag tot AVV van hun CAO. Het doel van het onderzoek was om na te gaan of het mogelijk is bouwstenen aan te dragen voor een eventueel te ontwikkelen protocol. Binnen het AVV-proces staat dit onderdeel bekend als het bepalen van de 'representativiteit'. Deze wordt berekend door het aantal werknemers (aangesloten bij de werkgevers aan de CAO-tafel) dat onder de CAO valt, te vergelijken met het aantal werknemers in de sector. Momenteel ontbreken bepalingen over de gegevensbron(nen) die moet(en) worden gebruikt bij het vaststellen van de gevraagde aantallen werknemers en het daaruit af te leiden verhoudingsgetal. Door partijen die zijn betrokken bij het AVV-en van CAO's worden problemen bij de toetsing van de representativiteit onderkend. Het ontbreken van voldoende richtlijnen in het Toetsingskader AVV is mede debet aan het ontstaan van deze problemen. Door MuConsult zijn bezwaarschriften en definities van werkingssferen van enkele belangrijke CAO's geïdentificeerd. Er zijn ook aanknopingspunten gezocht voor een ideale representativiteitstoets. Vervolgens is onderzocht in hoeverre databronnen aansluiten bij de definitie van de werkingssferen. Daartoe zijn in deze fase gesprekken gevoerd met secretariaten van CAO-partijen en bronbeheerders (CBS, Lisv etc.) In de laatste fase zijn de verschillende opties voor een operationele systematiek geformuleerd. Bij een aantal CAO-partijen en gegevensbeheerders is het draagvlak voor een dergelijk protocol geïnventariseerd. De volgende drie oplossingsrichtingen zouden kunnen leiden tot meer systematiek in de aanlevering van gegevens voor de berekening van de representativiteitstoets om de bestaande knelpunten te voorkomen. 1. Een uniforme gegevensbron. Deze blijkt praktisch niet haalbaar. Het ontbreekt aan een perfecte gegevensbron voor alle CAO's. 2. Het voorschrijven van bronnen en berekeningswijze (een operationele systematiek). Deze lijkt wel bruikbaar. Wel moet de toepasbaarheid van diverse opties in de praktijk worden getoetst om meer te kunnen zeggen over de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de representativiteitstoets. Gezien de bedenkingen die CAO-partijen aanvoerden zullen ze moeten worden gestimuleerd om volgens deze oplossingsrichting voor meer en betere gegevens zorg te dragen. 3. Het formuleren van extra eisen ten behoeve van de verantwoording van de huidige werkwijze. Deze zal aantrekkelijker zijn voor de CAO-partijen. Enerzijds zal deze maar voor een deel de knelpunten oplossen. Anderzijds trekt het niet zo'n zware wissel op de CAO-partijen. Conclusie is dat de tweede en derde oplossingsrichting tot een aanpassing van het bestaande Toetsingskader zouden kunnen leiden. (B23985)

  • Min. SZW; RU Utrecht; Sorée, M.H.M., Individualisering binnen collectieve arbeidsvoorwaarden : vormgeving en gebruik keuzemogelijkheden door werknemers
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 338
    Door de sociaal-culturele ontwikkelingen in ons land, die duiden op individualisering, is het te verwachten dat ook binnen de arbeidsvoorwaarden uitingen van het proces van individualisering te ondervinden zijn. Doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate en vormgeving van individualisering binnen CAO's en in het feitelijke gebruik van deze meerkeuzesystemen door werknemers. Aan de hand van werknemersonderzoeken wordt onderzocht in welke mate werknemers werkelijk gebruik maken van keuzemogelijkheden. (B23971)

  • Min. SZW, Notitie Algemeen verbindend verklaarde CAO-fondsen in beeld
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Per 1 januari 2003 is een aantal aanpassingen van de vormvereisten voor het algemeen verbindend verklaren van CAO-fondsen in werking getreden. Teneinde de CAO-fondsen in de gelegenheid te stellen om de statuten en/of reglementen van de CAO-fondsen aan te passen, was voorzien in een overgangsperiode. In deze notitie worden de algemeen verbindend verklaarde CAO-fondsen in beeld gebracht voor het boekjaar 2003, het laatste boekjaar waarop de overgangsregeling van toepassing kon zijn. Na een beknopte achtergrond van de CAO-fondsen en de vormvereisten, bevat de notitie een samenvatting van de mate waarin de CAO-fondsen in 2004 hebben voldaan aan de nieuwe vormvereisten. Daarna worden op grond van de jaarverslagen over het boekjaar 2003 de patronen van baten en lasten van de CAO-fondsen in beeld gebracht. (B23824)

  • Min. SZW, Evaluatie vereisten Algemeen Verbindend Verklaarde CAO-fondsen : (vorm)vereisten AVV’de CAO-fondsen en jaarverslagen boekjaar 2003
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Evaluatie van de wijze waarop en de mate waarin CAO-partijen aan de nieuwe vormvereisten hebben voldaan in 2004, met betrekking tot de verantwoording van de financiën in het boekjaar 2003. (B23825)

  • Min. SZW; Schrama, J. J. H., Arbeid en zorg in cao's 2003 : een update van de resultaten van het over 2000 uitgevoerde onderzoek
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    De aanleiding voor dit onderzoek vormt de evaluatie van de Wet arbeid en zorg. De vraagstelling die onderzocht wordt, is de volgende: wat voor soort CAO-afspraken zijn gemaakt over verlofvormen met een wettelijke basis (Wet arbeid en zorg) en verlofvormen of regelingen zonder een wettelijke basis (vrijwilligersverlof, rouwverlof, terugkeerregeling, tijdvoor- tijd/tijd-voor-geld regeling en het kopen/verkopen van verlofdagen)? Onderzocht worden afspraken die bovenwettelijk en/of afwijkend van de wettelijke normen zijn, c.q. een invulling geven aan de niet-wettelijk geregelde verlofvormen. (B23505)

  • MKB-Nederland, Arbeidsvoorwaardenbeleid 2005 : triple A : arbeidskosten, arbeidsparticipatie, arbeidsproductiviteit
    Delft : MKB-Nederland, 2004.
    Werkgevers zullen bij de cao-onderhandelingen - om herstel van de economie en groei van de werkgelegenheid te bevorderen - inzetten op drie A’s: matigen van de arbeidskosten, verhogen van de arbeidsparticipatie en groei van de arbeidsproductiviteit. Wat de lonen betreft gaat het dan om “uiterste terughoudendheid” conform het sociaal akkoord: een maximale stijging van 0 tot 0,5 procent. Salarissen moeten daarnaast afhankelijker zijn van het bedrijfsresultaat en iemands prestatie. Wie nog vervroegd wil uittreden zal daar zelf voor moeten sparen, bijvoorbeeld door het inleveren van adv- en ‘ontzie-’dagen. Om de arbeidsparticipatie te bevorderen kunnen cao-partijen voorts afspraken maken over kinderopvang en de instroom van bijvoorbeeld jongeren of allochtonen. De derde A gaat over arbeidsproductiviteit. De huidige regelingen over arbeidstijden en toeslagen zijn volstrekt achterhaald. Van overwerk of inconveniënte uren kan dan geen sprake zijn. Dat gaat ook op voor de werkweek: pieken zijn beter op te vangen door op jaarbasis een maximaal aantal uren af te spreken. (B23427)

  • Stichting van de Arbeid, De CAO : wat en hoe?
    Den Haag ; StvdA, 2004.
    Deze notitie bevat in het kort algemene informatie over de CAO als zodanig en over procedures rond de totstandkoming en de werking van de CAO. Bevat de volgende hoofdstukken. Wat is een CAO?; Regelgeving rond de CAO; Betekenis van de CAO; Aantallen werknemers onder een CAO of andere arbeidsvoorwaardenregeling; Totstandkoming van de CAO; Algemeen verbindendverklaring van (bedrijfstak-)CAO’s; Naleving van de CAO; Dispensatieverlening van CAO-bepalingen; Voorlichting over de CAO; Uitvoering van algemeen verbindend verklaarde fonds-CAO’s; Wegwijs in CAO-land. (B23405)

  • FNV, Werk aan de winkel : discussienota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2005
    Amsterdam : FNV, 2004.
    De discussienota arbeidsvoorwaardenbeleid schetst allereerst de economische en politieke context. Vervolgens komen de speerpunten voor de cao-onderhandelingen 2005 aan de orde: toekomst in werk (slimmer werken en menselijk kapitaal); levensloop en prepensioen; voorkomen van ziekte en arbeidsongeschiktheid; maatschappelijke betrokkenheid. Tot slot wordt ingegaan op beloningsbeleid en looninzet. (B24007)

  • Stichting van de Arbeid, Algemeen verbindendverklaring van decentralisatiebepalingen in cao's : een 'informal opinion' van de International Labour Organisation
    Den Haag : StvdA, 2004.
    Publicatienr. 10/04
    Bij brief d.d. 17 januari 2003 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Stichting van de Arbeid verzocht advies uit te brengen met betrekking tot het algemeen verbindend verklaren van CAO-bepalingen op grond waarvan het mogelijk wordt gemaakt om op decentraal niveau af te wijken van in de CAO als zodanig opgenomen (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden. Naar het oordeel van de minister gaven de ontwikkelingen evenwel aanleiding tot het meer ten principale vaststellen van een (toekomstige) gedragslijn terzake algemeenverbindend-verklaring van dergelijke bepalingen, in het bijzonder waar het ging om bepalingen waarin stond voorgeschreven welke werknemersorganisaties (of werkgeversorganisaties) in ieder geval bij de totstandkoming van dergelijke decentrale regelingen betrokken dienen te zijn i.c. de organisatie(s) die ook betrokken is (zijn) bij de algemeen verbindendverklaarde bedrijfstak-CAO. De minister achtte dergelijke bepalingen in strijd met de ILO-conventies 87 resp. 98 op grond waarvan de overheid de verplichting heeft om collectieve onderhandelingen te bevorderen alsmede om vakorganisaties gelijk te behandelen. De Stichting heeft in haar advies te kennen gegeven deze visie niet te delen maar was daarentegen van oordeel dat avv van dergelijke bepalingen: niet ten principale in de weg staat aan het afsluiten van CAO’s in afwijking van een algemeen verbindend verklaarde CAO door andere vakbonden noch aan het dispenseren van de aan een dergelijke CAO gebonden werkgever(s) en daarmee niet in de weg staat aan het recht op vrije organisatie en collectieve onderhandelingen; geen inbreuk vormt op het functioneren van vakbonden; bijdraagt aan het instrumentarium ter bevordering van collectieve onderhandelingen. De Stichting verzocht de minister voorts om, indien hij bij zijn opvatting zou blijven, zo mogelijk gezamenlijk het oordeel van de ILO zelf te vragen over deze kwestie. De Stichting van de Arbeid en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben vervolgens in een gezamenlijke notitie hun opvattingen uiteengezet opgesteld en deze in januari 2003 aan het International Labour Standards Department van de ILO voorgelegd. Bij brief van 30 april 2004 heeft de ILO een ‘informal opinion’ gegeven die er op neer komt dat de ILO de visie van de Stichting van de Arbeid onderschrijft en avv van de onderhavige decentralisatiebepalingen niet in strijd acht met de ILO-conventies 87 resp. 98. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vervolgens bij brief van 6 juli 2004 te kennen gegeven deze lijn te zullen volgen en derhalve dergelijke decentralisatiebepalingen in de toekomst algemeen verbindend te zullen verklaren. (B23056)

  • Min. SZW, Notitie Algemeen verbindend verklaarde CAO-fondsen in beeld
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    In de notitie wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie van de wijze waarop en de mate waarin CAO-partijen aan de nieuwe vormvereisten hebben voldaan in het overgangsjaar 2003, met betrekking tot de verantwoording van de financiën in het boekjaar 2002. Allereerst wordt in deze notitie de achtergrond geschetst van de praktijk van de CAO-fondsen, gevolgd door het wettelijk en regelgevend kader dat van toepassing is op CAO-fondsen en het algemeen verbindend verklaren ervan. Vervolgens wordt geëvalueerd in welke mate de CAO-fondsen in 2003 hebben voldaan aan de nieuwe vormvereisten en worden op grond van de jaarverslagen over het boekjaar 2002 de patronen van baten en lasten van de CAO- fondsen in beeld gebracht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de bijdragen die vanuit de CAO-fondsen zijn geleverd aan werkgevers- en werknemersorganisaties. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan het voorkomen van hiaten tussen de perioden waarvoor opvolgende besluiten van algemeen verbindendverklaringen van toepassing zijn). (B22656)

  • Min. SZW, Evaluatie invoering vereisten 2003 algemeen verbindend verklaarde CAO-fondsen
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    De evaluatie van de aangepaste vormvereisten voor CAO-fondsen waarvoor een verzoek tot algemeen verbindendverklaring wordt ingediend, laat zien dat CAO-partijen en fondsbesturen in 2003 een forse inspanning hebben geleverd om aan de aangepaste vormvereisten te voldoen. Rekening houdend met (de effecten van) het overgangsregime en op enkele uitzonderingen na kan worden gesteld dat daarbij in bevredigende mate is voldaan aan de nieuwe vormvereisten en daarmee de transparantie van de verantwoording van de financiën van de CAO- fondsen is vergroot. (B22657)

  • Arbeidsinspectie; [et al.], Onderscheid naar arbeidsduur in CAO's
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2003.
    Verslag van de resultaten van een onderzoek in CAO’s naar onderscheid in arbeidsvoorwaarden op grond van verschil in arbeidsduur. Er worden drie vormen van onderscheid belicht: gehele uitsluiting van de CAO, gedeeltelijke uitsluiting van CAO-bepalingen en verschil in toepassing van CAO-bepalingen. De resultaten hebben betrekking op 111 CAO’s in de markt en zorgsector. (B22653)

  • Ministerio de Trabajo y Asuntos Sociales; Europese Cie; FNV; [et al.], Equal pay in the collective bargaining : the Spanish, Italian, German, Greek and Dutch situations
    Madrid : Ministerio de Trabajo y Asuntos Sociale, 2004.
    Eindrapport van het Europese Project "Gelijke beloning en CAO-onderhandelingen". Doel van het project was het aantonen hoe belangrijk het is preventieve- en corrigerende bepalingen ter bestrijding van ongelijke beloning tussen mannen en vrouwen in CAO's op te nemen. Het rapport "Equal pay in the Collective Bargaining" bevat de deel onderzoeksrapporten naar de arbeidsmarktpositie van vrouwen, wettelijke regels op het gebied van gelijke kansen, de bestaande loonverschillen tussen mannen en vrouwen en de rol van CAO-onderhandelingen in Spanje, Italië, Duitsland, Griekenland en Nederland. (B22624)

  • Arbeidsinspectie; [et al.], Wet aanpassing arbeidsduur : een onderzoek naar in CAO’s vastgelegde afspraken om de arbeidsduur te verminderen of te vermeerderen
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2003.
    Op 1 juli 2000 is de Wet aanpassing arbeidsduur (Waa) in werking getreden. In de Waa is vastgelegd dat werknemers, onder bepaalde voorwaarden, het recht hebben om de arbeidsduur te verminderen of te vermeerderen. De werknemer dient hiervoor een verzoek in bij de werkgever. De werkgever kan slechts onder verwijzing naar zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van het verzoek afwijken. Ten aanzien van vermeerdering van de arbeidsduur biedt de wet de mogelijkheid om afwijkende bepalingen in de CAO op te nemen. Dit onderzoek gaat na of en hoe CAO-partijen gebruik maken van deze mogelijkheid om in CAO’s zelf een nadere invulling aan deze wet te geven. (B22610)

  • Hurk, J. H. J. van den, De ondernemingsraad en arbeidsvoorwaarden
    Den Haag : SDU, 2003.
    In dit boek ligt de nadruk op het inzichtelijk maken van het complexe proces van arbeidsvoorwaardenvorming, met nadruk op de mogelijke rol van de OR daarin. Daarnaast besteedt het aandacht aan nieuwe communicatiepatronen met de werkgever en werknemers. Verder komt een aantal arbeidsvoorwaardelijke regelingen aan bod, zoals die in collectieve overeenkomsten kunnen worden aangetroffen. (B22591)

  • Fase, W. J. P. M.; Drongelen, J. van, CAO-recht : het recht met betrekking tot CAO's en de verbindendverklaring en onverbindendverklaring van bepalingen ervan
    Deventer : Kluwer, 2004.
    In dit boek worden de diverse aspecten van het CAO-recht behandeld, mede aan de hand van de rechtspraak en de literatuur. De tekst van de Wet op de CAO en van de Wet AVV, alsmede enige besluiten, zoals het Toetsingskader AVV, zijn als bijlagen opgenomen. De geciteerde literatuur is eveneens in een bijlage opgenomen. Dit boek is bestemd voor zowel het onderwijs als de rechtspraktijk. Door de fijnmazige indeling van de verschillende hoofdstukken wordt het CAO-recht niet alleen stapsgewijs behandeld, maar wordt ook het gebruik als naslagwerk vergemakkelijkt. In een nabeschouwing wordt op een aantal wezenlijke vragen en problemen van het CAO-recht nader ingegaan. (B22534)

  • Min. SZW; [et al.], Ervaringen van werkgevers met CAO en AVV : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan, 2003.
    Centraal staat de vraag of de (AVV’de) bedrijfstak-CAO werkgevers helpt danwel belemmert in de ontplooiing van hun (bedrijfs)activiteiten. Het rapport beschrijft allereerst het oordeel over de (bedrijfstak-)CAO en AVV. Daarna behandelt het de voornaamste voor- en nadelen van de bedrijfstak-CAO en AVV. Vervolgens gaat het in op een aantal principes van collectieve arbeidsvoorwaardenvorming en met name de afweging tussen kosten en baten. Verder wordt voor twaalf situaties (onderdelen van het personeelsbeleid en arbeidsvoorwaardenbeleid) concreet nagegaan of werkgevers de voorkeur geven aan de bedrijfstak-CAO, een ondernemings-CAO of geen CAO. Tot slot staat dispensatie centraal. Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers die onder een bedrijfstak-CAO vallen overwegend positief over het algemeen verbindend verklaren van CAO’s oordelen. Werkgevers die direct of indirect aan een bedrijfstak-CAO zijn gebonden noemen onder meer als voordeel dat de concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt beperkt en de arbeidsrust wordt bevorderd. Zij vinden dat de CAO in de praktijk voldoende flexibiliteit biedt om arbeidsvoorwaarden op ondernemingsniveau nader in te vullen. Een meerderheid vindt wel dat op dit vlak nog verdere verbeteringen mogelijk zijn. (B22511)

  • OSA; [et al.], Keuzemogelijkheden in cao's : wat is het de werknemer waard?
    Tilburg : OSA, 2003.
    OSA-publicatie, nr. A202
    Dit rapport beschrijft het onderzoek naar de afwegingen die werknemers maken met betrekking tot de keuzemogelijkheden binnen CAO's. Deze afwegingen zijn nadrukkelijk geplaatst in het perspectief van het levensloopmodel. Uit het onderzoek blijkt dat de CAO-à-la-carte in opmars is. Vanaf het midden van de jaren negentig komen geleidelijk in meer CAO's afspraken over beperkte of ruimere mogelijkheden om keuzes te maken tussen verschillende arbeidsvoorwaarden. Bij de ruilmogelijkheden die deze CAO's bieden zijn gewerkte roostervrije dagen of overwerkcompensatie in tijd de meest voorkomende bronnen. De meest voorkomende doelen zijn doorbetaling van loopbaanonderbreking ofwel verlofsparen en vervroegd pensioen. Verlofsparen blijkt een recent fenomeen en heeft nog geen grote vlucht genomen binnen de Nederlandse beroepsbevolking. Van de aangeboden secundaire arbeidsvoorwaarden blijken spaarloonrelingen het populairst. Nu de aantrekkelijkheid van spaarloonregelingen wordt beperkt, zou de populariteit van verlofsparen in het kader van levensloopregelingen groter kunnen worden. andere secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een OV-jaarkaart of een fiets van de zaak, hebben echter geen meetbaar effect op de waardering van het arbeidsvoorwaardenpakket. Wel blijken werknemers bereid salaris in te leveren ten behoeve van verlofsparen, een hogere werkgeversbijdrage in de pensioen- en ziektekostenpremie en een betere WAO-gatverzekering. Tegenover een uitbreiding van de werkweek met 1 uur zou een 1,25 procent hoger netto loon nodig zijn om de baan even aantrekkelijk te houden. Voor een even grote verkorting van de werkweek hebben werknemers evenwel een minder grote loonmatiging over. (B22381)

  • Stege, A., De CAO en het regelingsbereik van de sociale partners : proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam
    Deventer : Kluwer, 2004.
    Monografieën sociaal recht, nr. 34
    De CAO vormt voor een grote meerderheid van de Nederlandse werknemers een belangrijke rechtsbron naast de arbeidsrechtelijke wetgeving. Toch is er maar een kleine minderheid van de werknemers lid van een vakbond, die hun belangen bij de totstandkoming van een CAO kan behartigen. De Wet CAO bepaalt dat alleen de leden van vakbonden op grond van deze wet aan een CAO gebonden kunnen zijn. Voor een zeer grote groep moet de toepasselijkheid van de CAO daarom langs andere weg worden geregeld. Het regelingsbereik van de sociale partners heeft zowel betrekking op de (groepen van) personen die zij aan hun collectieve afspraken kunnen binden als op de inhoud van deze afspraken. Dit boek vormt het resultaat van het onderzoek van de auteur naar de problematiek van de gebondenheid van verschillende groepen van werknemers aan de CAO en de speelruimte die de sociale partners hebben bij het bepalen van de inhoud van de CAO. Het boek bevat tevens een rechtsvergelijking met het federale systeem van collectieve arbeidsvoorwaardenvorming in de Verenigde Staten. De conclusies zijn mede gebaseerd op deze rechtsvergelijking. (B22383)

  • Stichting van de Arbeid, Verklaring inzake het arbeidsvoorwaardenoverleg 2004-2005 (met Engelse, Franse en Duitse vertaling) : 18 november 2003
    Den Haag : StvdA, 2003.
    Publicatienr. 9/03
    Werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid hebben de Verklaring Arbeidsvoorwaardenoverleg 2004 -2005 ondertekend. De verklaring was opgesteld naar aanleiding van het najaarsoverleg met het kabinet op dinsdag 14 oktober. (B22371)

  • MKB-Nederland, Arbeidsvoorwaardenbeleid 2004
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    In deze nota benoemt MKB-Nederland twee speerpunten voor het cao-seizoen 2004, te weten: evenwichtige verantwoordelijkheidsverdeling tussen werkgever - werknemer en arbeidsproductiviteit. MKB-Nederland pleit voor flexibilisering van het beloningsbeleid waarbij het toekennen van periodieken, gebaseerd op dienstjaren en/of anciënniteit, tot het verleden behoort. MKB-Nederland geeft de voorkeur aan een beloningssysteem waarin ten eerste de arbeidskosten in relatie staan tot de arbeidsproductiviteit van de individuele werknemer. Ten tweede dient in het beloningssysteem een financiële prikkel ingebouwd te worden om de werknemer te motiveren zijn toegevoegde waarde structureel te blijven leveren door in zichzelf te blijven investeren. (B22289)

  • CNV, CNV-conceptnota cao-beleid 2004 : agenda van de toekomst
    Utrecht : CNV, 2003.
    Het CNV adviseert bonden, met inachtneming van de decentrale verschillen en economische situatie, voor het cao-jaar 2004 een structurele loonvraag vast te stellen die ligt binnen de bandbreedte van 1,25 tot maximaal 1,75 procent. Daarnaast adviseert het CNV in de Arbeidsvoorwaardennota cao-partijen een eigen 'agenda van de toekomst' op te stellen, waarin innovatie en leeftijdsbewust personeelsbeleid centraal staan. (B21981)

  • Stichting van de Arbeid, Advies inzake algemeen verbindend verklaring van decentralisatiebepalingen in cao's
    Den Haag : StvdA, 2003.
    Publicatienr. 5/03
    Bij brief d.d. 17 januari 2003 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Stichting van de Arbeid verzocht advies uit te brengen met betrekking tot het algemeen verbindend verklaren van CAO-bepalingen op grond waarvan het mogelijk wordt gemaakt om op decentraal niveau af te wijken van in de CAO als zodanig opgenomen (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden. (B21882)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW; [et al.], Kinderopvangafspraken in cao's : een aanvulling op het onderzoek 'Arbeid en zorg CAO's 2000'
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2003. div.
    Het nu uitgevoerde onderzoek vult het eerder geschetste beeld met betrekking tot het voorkomen van afspraken over kinderopvang in een deel van de 125 grotere CAO’s aan met: de resultaten van een onderzoek in de overige grotere CAO’s waarin tijdens het vorige onderzoek nog geen afspraken over kinderopvang werden aangetroffen, én de resultaten van een onderzoek onder 185 kleinere CAO’s, geselecteerd uit het bestand van de bij de Arbeidsinspectie aangemelde CAO’s, excl. de grotere CAO’s. Gerapporteerd wordt over het aantal CAO’s met afspraken over kinderopvang, het percentage werknemers dat toegang heeft tot kinderopvang en de leeftijdscategorie waarop de regeling van toepassing. Verder wordt een uitsplitsing naar economische sector gemaakt. Uit het rapport blijkt een forse toename van het aantal afspraken in CAO’s over kinderopvang. (B21696)

  • Min. SZW; MuConsult, Arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen op ondernemingsniveau : eindrapport AVON Monitor 2002
    Den Haag : Min SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 277
    Dit rapport beschrijft de resultaten van de AVON Monitor 2002, een onderzoek naar arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen op individueel werknemersniveau. De bedoeling is om (twee)jaarlijks een monitorrapportage op te stellen. Aanleiding voor de monitor is dat op belangrijke deelterreinen van het arbeidsverhoudingenbeleid, sprake is van voortgaande decentralisatie, differentiatie en flexibilisering. (B21502)

  • Jacobs, A. T. J. M., Collectief arbeidsrecht
    Deventer : Kluwer, 2003.
    Monografieën sociaal recht, nr. 28
    Publicatie over de instituties en procedureregels in het collectief arbeidsrecht. Deze instituties en procedures worden geschetst binnen een vierluik: het vakverenigingsrecht, het cao-recht, het stakingsrecht en het medezeggenschapsrecht. Wat betreft het vakverenigingsrecht wordt ingegaan op o.a. de representativiteitskwestie, het Nederlandse stelsel van collectieve arbeidsverhoudingen, pbo, het poldermodel, en instituties van het overlegmodel. Het deel over cao's schetst de CAO-kaart van Nederland en gaat verder o.a. in op de werkingssfeer van de cao, de (rechtens toelaatbare) inhoud van cao's, het recht op c.q. verplichting tot cao-onderhandelingen, avv, procedure, beroep, toetsing, en de toekomst van de cao en van het internationale cao-recht. In het deel over stakingsrecht komen o.a aan de orde de rechtmatigheid, de spelregeltoetsing, de misbruiktoetsing, stakingen in strijd met de cao, gevolgen van onrechtmatigheid voor de vakbonden. De hoofdstukken over medezeggenschap en ondernemingsraden gaan o.a. in op de Structuurwet, de instelling en de samenstelling van de OR, OR-verkiezingen, faciliteiten en rechtsbescherming. Tot slot komen aan de orde de arbeidsvoorwaarden en medezeggenschap bij overheid en semi-overheid, en wordt ingegaan op de internationale dimensie van arbeidsverhoudingen en medezeggenschap. (B21439)

  • MKB-Nederland, Inzet arbeidsvoorwaarden mkb 2003
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    De nota geeft allereerst een overzicht van de indicatoren die een rol spelen bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Het verbeteren van de rendementen, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de concurrentiepositie staan hierin centraal. Vervolgens wordt hiertoe een aantal thema's uitgewerkt, o.a. lonen en lasten; contractloonstijging, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, financiële prikkels voor werknemers, pensioenen, productiviteit, flexibel inzetten van werknemers, en employability. Het slothoofdstuk geeft een verkennende analyse over de rol en het karakter van cao's. (B21303)

  • Min. SZW; Rojer, M. F. P., De betekenis van de CAO en het algemeen verbindend verklaren van CAO's
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 271
    In dit werkdocument wordt een analyse uitgevoerd naar de effectiviteit van het CAO- en het AVV-instrument, in het licht van de oorspronkelijke doelstellingen van het instrumentarium. Achtereenvolgens komen aan de orde: De werking van het AVV-instrument. Dit betreft de gehanteerde criteria bij toetsing van verzoeken tot AVV, maar ook de feitelijke reikwijdte van het instrument; De theoretische betekenis van het CAO- en het AVV-instrument; De beoogde effecten van het CAO- en AVV-instrument; Het CAO- en AVV-instrument en de loonvorming; Het CAO- en AVV-instrument en de flexibiliteit van de arbeidsvoorwaardenvorming; De betekenis van een wijziging van het toepassingsbeleid AVV. (B21406)

  • Unie, De, 'Het is tijd voor maatwerk' : arbeidsvoorwaardenbeleid De Unie 2003
    Houten : De Unie, 2002.
    In de concept arbeidsvoorwaardennota van De Unie zijn de kaders van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor 2003 neergezet in het licht van een aantal belangrijke ontwikkelingen. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder meer: loonvorming, geen centrale looneis, variabele beloning, gelijke beloning, employability, leeftijdsbewust personeelsbeleid, sollicitatieplicht voor ouderen, leeftijdsdiscriminatie, arboconvenanten, Wet Verbetering Poortwachter, SUWI, reïntegratie, arbeid en zorg, kinderopvang, telewerken, CAO à la carte, VUT en pensioenen. (B21059)

  • Stichting van de Arbeid; [et al.], ... En het overleg gaat voort ... : werken aan arbeidsverhoudingen
    Den Haag : StvdA, 2002.
    Uitgave ter gelegenheid van 75 jaar Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst. De publicatie bevat een overzicht van de thema's die momenteel onder de arbeidsvoorwaarden 'vallen' en die daarmee ook onderwerp van de CAO-onderhandelingen (zijn gaan) vormen. De bundel blikt tevens terug op tien jaar aanbevelingen van de Stichting aan de verschillende CAO-onderhandelaars in bedrijfstakken en ondernemingen. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Keerpunt '02? Over de toekomst van het centrale overleg; Arbeidsverhoudingen op Europees niveau - bestaan die?; Arbeidsverhoudingen in een macro-economische context; Arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau; Heeft de vakbeweging nog toekomst? (To be or not to be'); De toekomst van de CAO ...?; Meer toekomst voor de CAO; Sociale zekerheid: verantwoordelijkheid in beweging; Ontwikkeling in de uitvoering van de sociale zekerheid; Tien jaar arbeidsmarktbeleid; Employability; Personeelsbestand veelkleurig; Arbeid en zorg: de remmende voorsprong of de stimulerende achterstand?; Van grand design naar klantgerichte onderwijsmarkt; Is Nederland nog steeds ziek?; Inkomensbeleid en fiscus; Inkomensbeleid; Ouderenbeleid; Een decentraal pensioenbeleid levert de beste resultaten; Ziektekosten; Gelijke kansen: idealen en de weerbarstige praktijk; Arbeidsomstandigheden; Ontwikkelingen in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie; Over de arbeid van de Stichting. (B21027)

  • Pot, S.; Arbeidsinspectie; Min. SZW, Contacten voor bepaalde en onbepaalde tijd : een onderzoek naar het vóórkomen van onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen werknemers met een tijdelijk en een vast contract
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2002.
    Het doel van het onderzoek is een beeld te geven van in CAO’s gemaakt onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen werknemers met contracten voor bepaalde tijd en werknemers met contracten voor onbepaalde tijd en (het soort) bepalingen waarin dit onderscheid is aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt dat ruim een kwart van de CAO’s onderscheid maakt tussen werknemers met een vast en werknemers met een tijdelijk dienstverband. Bovenstaande cijfer heeft betrekking op contracten voor bepaalde tijd in 'engere zin’. Worden ook oproepkrachten, vakantiewerkers, seizoenskrachten, thuiswerkers en stagiaires meegenomen, dan maken 78 van de onderzochte 118 CAO’s (66 procent) onderscheid. De onderzochte CAO’s bieden een praktijkbeeld in het kader van de omzetting in wetgeving van een richtlijn van de Europese Unie. Het voornaamste onderdeel van het wetsvoorstel, is een non-discriminatiebepaling. Op basis hiervan mag een werkgever in de arbeidsvoorwaarden geen onderscheid maken tussen werknemers op grond van het al dan niet tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is. (B20928)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW; Spijkerman, R.; Klaassen, C., Ouderenbeleid in CAO's (2001) : een onderzoek naar afspraken tussen sociale partners met betrekking tot oudere werknemers
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2002.
    Dit CAO-onderzoek brengt in kaart de afspraken tussen sociale partners m.b.t. het ouderenbeleid waarbij het accent van het onderzoek ligt op die afspraken die gemaakt zijn om oudere werknemers zo lang mogelijk in het arbeidsproces te houden. De afspraken over het ouderenbeleid zoals die in CAO's zijn aangetroffen, zijn in dit onderzoek onderverdeeld in vier groepen, namelijk: algemene afspraken over oudere werknemers; afspraken die oudere werknemers op grond van de leeftijd uitsluiten van bepaalde regelingen; afspraken die iets extra's bieden; en afspraken m.b.t. uittreding. (B20868)

  • Vogels, H. J. P., CAO's in en buiten de polder : geschiedenis en toekomst van de CAO in Nederland en de verborgen kansen voor financiële dienstverleners : over werkgevers en vakbonden, verzekeraars en pensioenfondsen, bedrijfstak-CAO's en eigen ondernemings-CAO's en de kansen voor de verzekeringswereld
    Amsterdam : Sarluy & Josephy, 2002.
    Publicatie waar wordt ingegaan op de geschiedenis van de CAO en op nieuwe ontwikkelingen, in het bijzonder de betekenis die de nieuwe wetgeving vanaf 1998 heeft voor financiële dienstverleners. Achtereenvolgens komen aan de orde: het ontstaan van vakbonden, werkgeversorganisaties en CAO's tot de CAO-ontwikkelingen in 2002. Verder komen de maatschappelijke en wettelijke ontwikkelingen van de laatste tien jaar ter sprake. Vervolgens wordt stilgestaan bij negen concrete situaties uit de praktijk in CAO-land. (o.a. CAO-dispensatie, de verplichtstelling van de horeca-CAO's, de CAO-complexiteit in de uitzendbranche, ombouw van VUT-CAO's). Verder wordt ingegaan op het fenomeen de 'eigen ondernemings-CAO', waarmee nieuwe kansen worden gecreëerd voor verzekeraars en intermediairs. In het slothoofdstuk wordt de rol van de verzekeraar nog eens op een rij gezet. (B20615)

  • Min. BZK; IVA; Boos, C.; Nagelkerke, A.; Serail, T., Sociale zekerheidsafspraken tussen werkgevers en werknemers : een sectorvergelijking
    Den Haag : Min. BZK, 2002.
    In opdracht van het Ministerie van BZK is aan de Universiteit van Tilburg in de loop van
    2000/2001 een onderzoek gedaan naar sociale zekerheidsafspraken in cao's, sociale plannen en individuele regelingen tussen werkgevers en werknemers. Voor een belangrijk deel gaat het hierbij om zogenoemde bovenwettelijke sociale zekerheidsregelingen (sz-regelingen). Voor een ander, kleiner, deel zijn regelingen aan de orde die als 'na-wettelijk' dan wel buitenwettelijk' kunnen worden aangemerkt, afhankelijk van de vraag of de regeling na een wettelijk traject komt dan wel los daarvan staat. Het gaat om afspraken in geval van ziekte (ZW), langdurige arbeidsongeschiktheid (WAO) of werkloosheid (WW). In het onderzoek zijn 91 cao's met 1,8 miljoen werknemers en 105 sociale plannen betrokken. Ze zijn afkomstig uit acht overheidssectoren. (B20588)