Literatuurlijst Werkgelegenheidsbeleid


Boeken - Tijdschriftartikelen en brochures  - Standaardwerken

 

  • OECD, Economic policy reforms 2013 : going for growth
    Parijs : OECD, 2013. 292 p.
    Jaarlijkse rapportage van de OECD over de hervormingen van het economische beleid. Voor elk land worden vijf beleidsprioriteiten geïdentificeerd op basis van hun vermogen om door middel van een hogere productiviteit en werkgelegenheid de materiële levensstandaard op de lange termijn te verbeteren. De editie 2013 biedt allereerst een biedt een overzicht van de vooruitgang die de landen sinds 2011 hebben geboekt bij het aanpakken van de geïdentificeerde beleidsprioriteiten, zoals vermeld in eerdere uitgaven van Going for Growth. Ook worden de hervormingsprioriteiten voor een duurzame groei en werkgelegenheid opnieuw onderzocht, binnen de context van de zwakke economische vooruitzichten op de korte termijn. Voorts behandelt het rapport de mogelijke bijwerkingen van groeistimulerende beleidsaanbevelingen voor twee andere welzijnsaspecten, namelijk de inkomensverdeling en het milieu. Ook komen de mogelijke gevolgen van de aanbevolen hervormingen voor interne (budgettaire) en externe (lopende rekening) onevenwichtigheden aan de orde. De vijf geïdentificeerde beleidsprioriteiten voor elk individueel land komen in daarna kort aan de orde. De selectie van de beleidsprioriteiten is voornamelijk gebaseerd op een uitgebreid pakket van kwantitatieve indicatoren, waardoor de beleidsbepalingen van verschillende landen met elkaar vergeleken kunnen worden, zoals weergegeven in het laatste hoofdstuk. (B31601) 
     
  • Capgemeni Consulting; Visscher, K.; Groot, M. de; Eck, S. van; Gestel, N. van; Borghouts, I., Evaluatie Experiment Van Werk Naar Werk : eindrapportage
    Z.P. : Capgemini, 2012. 98 p.
    Het ministerie van SZW heeft met het Tijdelijk besluit van-werk-naar-werk negen experimenten financieel ondersteund die meerwaarde kunnen opleveren voor van-werk-naar-werk transities op de arbeidsmarkt. Met de experimenten is bezien of en op welke wijze (samenwerkende) werkgevers in regio’s en sectoren, samen met vertegenwoordigers van werknemers, een aansprekende bijdrage kunnen leveren voor van-werk-naar-werk trajecten. Doel van het monitoringsonderzoek was zicht te krijgen op de succesfactoren van-werk-naar-werk transities. De eindrapportage bevat de resultaten van de negen experimenten van-werk-naar-werk, alsmede een analyse van de kritische succesfactoren de organisatiefactoren, het draagvlak van de projecten en de activiteiten. (B31516) 
     
  • Europese Cie, Employment and social developments in Europe 2012
    Brussel : EU, 2012. 469 p.
    Analyse van de werkgelegenheids- en sociale situatie in de EU. Het rapport gaat in op: de uitdagingen en gebieden van beleid gericht op het vergroten van de werkgelegenheid en het verminderen van de armoede; langdurige werkloosheid; sociale ontwikkelingen en armoede en uitsluiting; de werking eb efficiëntie sociale zekerheidssystemen in de EU; belasting op arbeid; loonontwikkelingen in de Europese Unie tijdens een ernstige economische neergang; de mismatch m.b.t. vaardigheden in Europa. Na vijf jaar van economische crisis en een nieuwe recessie in 2012 bereikt de werkloosheid de hoogste pieken in bijna twintig jaar, is het inkomen van de gezinnen gedaald en stijgt het risico van armoede of uitsluiting, in het bijzonder in lidstaten in Zuid- en Oost-Europa, zo blijkt uit de editie 2012. De gevolgen van de crisis voor de sociale situatie zijn acuter geworden nu de oorspronkelijke beschermende effecten van lagere belastinginkomsten en hogere uitgaven voor uitkeringen (de zogenoemde "automatische stabilisatoren") zijn verzwakt. Er vormt zich een nieuwe kloof tussen de landen die lijken vast te zitten in een neerwaartse spiraal van dalende output, snel stijgende werkloosheid en dalende beschikbare inkomens, en de landen die tot nu toe blijk gaven van enige of zelfs goede veerkracht. Deze laatsten beschikken gewoonlijk over een beter functionerende arbeidsmarkt en steviger sociaal vangnet. (B31491) 
     
  • CBS; Centrum voor Beleidsstatistiek; Min. SZW, Aan het werk met re-integratie-ondersteuning : viermeting uitstroom naar werk, beschrijving belangrijkste uitkomsten
    Den Haag : CBS, 2012. 37 p.
    Re-integratieondersteuning, zoals loonkostensubsidie en begeleiding bij het zoeken naar werk, is door het UWV WERKbedrijf en de gemeenten ingezet om personen aan het werk te helpen. Om beter inzicht te krijgen in het effect hiervan heeft het Centrum voor Beleidsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS-CvB) in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) onderzocht hoe vaak personen die re-integratieondersteuning ontvangen, een baan vinden. Dit onderzoek is een vervolgmeting. (B31482) 
     
  • UWV, Werkzoekenden aan het werk in 2011
    Amsterdam : UWV, 2012. 26 p.
    Welke groepen werkzoekenden komen relatief snel aan werk komen? Bij welk soort werkgevers en sectoren vonden zij werk? En wat zijn de kenmerken van deze werkzoekenden? (B31405) 
     
  • Forschungsinst. zur Zukunft der Arbeit; Andrews, M. J.; Gerner, H. D.; Schank, T.; Upward, R., More hours, more jobs? : the employment effects of longer working hours
    Bonn : IZA, 2012. 26 p.
    Discussion Paper, nr. 6652
    Verhoging van de standaard arbeidsuren zijn in Duitsland een omstreden politieke kwestie. Terwijl dit direct kan leiden tot een vervanging van werknemers door uren, kan er ook een positief werkgelegenheidseffect optreden als gevolg van de lagere kosten. Bovendien verschilt de reactie van bedrijven die overuren aanbieden van die, die dat niet doen. De paper analyseert voor een groep fabrieken het effect van verhoging van het aantal arbeidsuren op werkgelegenheid. (B31097)
     
  • ILO [et al.], Working towards sustainable development: opportunities for decent work and social inclusion in a green economy
    Geneva : ILO, 2012. 185 p.
    Voor een groene economie is het noodzakelijk om duurzame ontwikkeling te realiseren. Echter, zoals in dit rapport duidelijk wordt, kan een groene economie, met behulp van het juiste beleid, ook banen creëren, mensen uit de armoede halen en de sociale integratie stimuleren. Feitelijk gezien is het groei model de laatste decennia inefficient geweest, niet enkel economisch gezien maar ook vanuit milieu, werk en sociale perspectieven. Het overbruikt natuurlijke bronnen, is niet duurzaam en is niet tegemoet gekomen aan de aspiraties van grote maatschappelijke doelen, fatsoenlijke banen en een waardige levensstandaard. Dit rapport laat de noodzaak zien van werk en sociale integratie wat een onderdeel moet zijn van elke duurzame strategie en beleid dat met klimaatverandering en het behoud van het milieu te maken heeft. Het rapport is tot stand gekomen door The Green Job Initiative, samenwerkingsverband van UNEP, ILO, IOE en ITUC. (B31009)
     
  • Algemene Rekenkamer, Personeelsbehoefte rijksoverheid : strategie en planning
    Den Haag : Algemene Rekenkamer, 2012. 41 p.
    Over tien jaar zal 62% van het rijkspersoneel zijn vertrokken als gevolg van pensionering of aanvaarding van een functie elders. Deze uitstroom van personeel zal zijn piek bereiken in de periode 2015-2020. Onderzocht is in hoeverre de rijksoverheid door middel van strategische personeelsplannen anticipeert op de gevolgen van de grote uitstroom. In strategische personeelsplannen wordt de huidige en toekomstige personeelsbehoefte van de ministeries en van het Rijk als geheel in kaart gebracht. Op basis daarvan kunnen maatregelen worden genomen om in de toekomstige personeelsbehoefte te kunnen voorzien. (B30939)
     
  • ILO, World of work report 2012 : better jobs for a better economy
    Geneve : ILO, 2012. 108 p.
    Jaarrapport van het ILO over de werkgelegenheid. Volgens het ILO is de wereldwijde werkgelegenheidssituatie, vooral in Europa, alarmerend te noemen en vertoont deze op korte termijn geen tekenen van herstel. Herstel van de arbeidsmarkt wordt in Europa niet voor 2016 verwacht. De hoge werkloosheid onder jongeren verhoogt bovendien het risico op sociale onrust. De Europese Unie moet ingrijpen om de arbeidsmarkt vlot te trekken, onder meer door het inzetten van structuurfondsen, zegt de ILO. Geld uit die fondsen moet worden gebruikt voor beroepsopleidingen en initiatieven om de werkgelegenheid te bevorderen. (B30874)
     
  • CPB, Rondetafelgesprek over flexibiliteit en zekerheid
    Den Haag : CPB, 2012. 2 p.
    CPB Notitie, 20 april 2012
    Deze CPB Notitie bevat een visie van het CPB over de voortgaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en de mogelijke effecten van beleid. (B30870)
     
  • Borghouts - van der Pas, I. W. C. M., Securing job-to-job transitions in the labour market : comparative study of employment security systems in European countries : proefschrift Universiteit van Tilburg
    Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2012. 372 p.
    Promovenda Irmgard Borghouts-van de Pas onderzocht in vier Europese landen (Zweden, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Spanje) welke systemen er bestaan om de werkzekerheid te bevorderen voor werknemers die werkloos worden. Daarnaast geeft het proefschrift antwoord op de vraag wat beleidsmakers in Nederland kunnen leren van deze buitenlandse ervaringen. Soepele overgangen Van Werk Naar Werk (VWNW) zijn van het grootste belang wanneer mensen hun baan dreigen te verliezen. Dit vraagt om snelle interventies van overheden, bedrijven en werknemers zelf. Maar van een structureel VWNW systeem is in Nederland geen sprake. De Nederlandse vakbeweging zou zich zoals in Zweden meer kunnen richten op van werk naar werk trajecten in CAO’s en niet alleen onderhandelen over de ontslagvergoeding, stelt ze. Ook bij reorganisaties en het opstellen van sociale plannen zouden vakbonden zich daar meer voor kunnen inzetten. Werkgevers zijn eveneens aan zet: in Zweden betalen zij bij het afsluiten van transitieakkoorden een bepaald percentage over de loonsom in een fonds. (B30869)
     
  • Regioplan Beleidsonderzoek; Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, Gevolgen werken naar vermogen voor burgers
    Amsterdam : Regioplan, 2012. 36 p.
    De CG-Raad heeft aan Regioplan gevraagd om de mogelijke gedragseffecten van de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in kaart te brengen op basis van het wetsvoorstel dat 27 januari 2012 naar de Tweede Kamer is gestuurd. De notitie geeft een beeld van de mogelijke gedragseffecten van de belangrijkste groepen die met de nieuwe wet te maken krijgen. (B30784)

  • UWV, Vacatures in Nederland 2011 : de vacaturemarkt en personeelswerving in beleid
    Den Haag : UWV, 2012. 76 p.
    Jaarlijks onderzoek van UWV onder 5.000 bedrijven naar de ontwikkeling van de vacaturemarkt in Nederland. In deze rapportage wordt vooral aandacht besteed aan vervulde vacatures omdat daarmee het hele wervings/aannameproces in beeld gebracht kan worden. Verder wordt meer dan in voorgaande jaren gekeken naar openstaande vacatures om zodoende de actuele vraag naar arbeid te belichten. Uit het onderzoek blijkt dat slechts twee procent van de vacatures in 2011 werd ingevuld door een 55-plusser. Verder blijkt dat er het afgelopen jaar sprake was van een verder afnemende vraag naar personeel. Verder vindt er een verschuiving plaats om vaste contracten naar lange tijdelijke contracten met uitzicht op een vast dienstverband. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Vacatureontwikkelingen; Maatregelen op personeelsgebied; Werving en aanname van personeel; Vergelijking aangenomen personen en niet-werkende werkzoekenden (NWW); Uitzendwerk. (B30736)
     
  • ETUI; Leschke, J., Has the economic crisis contributed to more segmentation in labour market and welfare outcomes?
    Brussel : ETUI, 2012. 49 p.
    Working Paper, nr. 2012.02
    Nagegaan wordt of de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de verzorgingsstaat tijdens de economische crisis kunnen worden gezien als voortzetting van een trend naar segmentering van de arbeidsmarkt of dat de crisis daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het bedwingen hiervan. Met betrekking tot de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, geeft de auteur blijk van een verdere segmentatie tijdens de crisis, met name voor degene die onevenredig getroffen worden door werkloosheid. Door gebrek aan gegevens is het moeilijk te beoordelen of de crisis heeft bijgedragen tot meer of minder segmentatie in welvaart. In feite lijkt er een tweedeling tussen landen op dit gebied en heeft het opzettelijk openstellen van de werkloosheidsregelingen in verschillende landen tijdens de crisis voor nieuwe groepen werknemers, is duidelijk te zien als een positieve trend in contrast met de ontwikkelingen van de afgelopen decennia. (B30750)
     
  • ETUI; Beer, P. de, The impact of the crisis on earnings and income distribution in the EU
    Brussel : ETUI, 2012. 37 p.
    Working Paper, nr. 2012.01
    Hoewel de economische crisis die begon in 2008, alle EU-lidstaten hard geraakt heeft, loopt de impact van de crisis op de werkgelegenheid, werkloosheid, inkomen en ongelijkheid in de verschillende lidstaten sterk uiteen. Deze paper analyseert de variatie in de gevolgen van de crisis tussen de lidstaten van de EU. Ten eerste bespreekt het een aantal theoretische inzichten over de impact van de crisis op de winst-en inkomensverdeling. Vervolgens geeft een beknopt overzicht van empirische studies, gebaseerd op gegevens uit eerdere conjunctuurcycli. (B30749)
     
  • UWV, Vacatures in Nederland 2011 : de vacaturemarkt en personeelswerving in beleid
    Den Haag : UWV, 2012. 76 p.
    Jaarlijks onderzoek van UWV onder 5.000 bedrijven naar de ontwikkeling van de vacaturemarkt in Nederland. In deze rapportage wordt vooral aandacht besteed aan vervulde vacatures omdat daarmee het hele wervings/aannameproces in beeld gebracht kan worden. Verder wordt meer dan in voorgaande jaren gekeken naar openstaande vacatures om zodoende de actuele vraag naar arbeid te belichten. Uit het onderzoek blijkt dat slechts twee procent van de vacatures in 2011 werd ingevuld door een 55-plusser. Verder blijkt dat er het afgelopen jaar sprake was van een verder afnemende vraag naar personeel. Verder vindt er een verschuiving plaats om vaste contracten naar lange tijdelijke contracten met uitzicht op een vast dienstverband. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Vacatureontwikkelingen; Maatregelen op personeelsgebied; Werving en aanname van personeel; Vergelijking aangenomen personen en niet-werkende werkzoekenden (NWW); Uitzendwerk. (B30736)
  • FNV, Niet slopen maar bouwen : investeer in mensen, banen en eerlijk delen : herstelplan van de FNV
    Amsterdam : FNV, 2011. 18 p.
    Herstelplan waarin de FNV investeringen zoveel mogelijk naar voren wil halen. De noodzakelijke bezuinigingen worden vooral gericht op het versterken van de concurrentiekracht. Het herstelplan bevat drie speerpunten: herstelpakket voor werk, scholing en eerlijk delen; Naar een woningmarkt met toekomst; New Deal voor Europa. (B30711)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen; Min. SZW, Iedereen aan de slag : hoe UWV en gemeenten de vraag naar arbeid en het aanbod van werkzoekenden bijeenbrengen
    Den Haag : IWI, 2011. 48 p.
    Het programma Participatie van de Inspectie Werk en Inkomen heeft als doel de bijdragen van de uitvoeringsorganisaties aan de participatiedoelstellingen van het kabinet in beeld te brengen door hierover te oordelen. Hiermee wil de inspectie bijdragen aan de toename van de participatiegraad van uitkeringsgerechtigden. Deze rapportage geeft een beeld van de wijze waarop UWV en gemeenten de vraag naar en aanbod van werk bij elkaar brengen. Vorig jaar heeft de inspectie in de rapportage ‘Dienstverlening op maat’ (R10/03) de ontwikkeling van de vraaggerichte aanpak van re-integratie onder de loep genomen. (B30700)
     
  • SCP; Josten, E.; Vlasblom, J. D.; Voogd-Hamelink, M. de, Vraag naar arbeid 2011
    Den Haag : SCP, 2012. 118 p.
    SCP-publicatie, nr. 2012-7
    Dit rapport geeft een overzicht van veranderingen in het personele beleid van werkgevers in het afgelopen decennium. Ingegaan wordt op de personeelsstromen in en uit de organisatie, en het werkgeversbeleid op de terreinen beloning, scholing, afstemming arbeid-privé en oudere werknemers. Ook laat het rapport zien welke overheidsmaatregelen werkgevers wensen. (B30679)
     
  • EIB, Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2012
    Amsterdam : EIB, 2012. 100 p.
    In de eerste helft van 2011 ontwikkelde de bouwproductie zich gunstig. Rond de zomer sloeg het beeld echter om, waarbij de bouw opnieuw met krimp werd geconfronteerd. Wat betekent dit voor de vooruitzichten voor de bouw op korte en mideellange termijn? Zal het herstel in 2012 weer momentum krijgen of gooit de eurocrisis roet in het eten en is een nieuwe teruggang van de bouwactiviteit te verwachten? In welke mate ondermijnt de crisis het herstel op de woningmarkt? En hoe groot is het effect van de verslechterde economische groeicijfers op de private investeringen in bedrijfspanden? Valt er nog tegenwicht te verwachten van investeringen in gebouwen voor de publieke sector of in de infrasector? Of raken de ombuigingen de bouw juist extra hard, indirect via een aanslag op de koopkracht, direct via minder bouwopdrachten? Hoe ontwikkelt de werkgelegenheid zich? Is het dieptepunt vorig jaar bereikt of staat de sector een nieuwe ontslaggolf te wachten? En hoe komt de bouw op middellange termijn weer uit de crisis tevoorschijn? Deze vragen staan centraal in de ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2012’. (B30673)
     
  • Europees Cie, Employment and social developments in Europe 2011
    Luxemburg : EU, 2012. 286 p.
    Sociale Europe
    De economische, financiële en soevereine schuldencrisis en de daarop volgende bezuinigingsmaatregelen onderstrepen de noodzaak van een meer geïntegreerde aanpak van werkgelegenheids- en sociaal beleid. Het rapport begint met een overzicht van de huidige Europese werkgelegenheid en de sociale situatie alvorens te kijken naar de recente verschuivingen in de werkgelegenheidsstructuur en de inkomensongelijkheid. Het rapport onderzoekt vervolgens patronen van armoede en sociale uitsluiting in Europa en het fenomeen van 'werkende armen'. Zaken als actief ouder worden, de mobiliteit van werknemers binnen de EU, en de gevolgen van de uitbreiding worden ook behandeld.
    Samenvoeging van de rapporten: Employment in Europe; en Social situation report. (B30636) 
     
  • WODC; CBS; Jennissen, R. P. W. [et al.], De Nederlandse migratiekaart : achtergronden en ontwikkelingen van verschillende internationale migratietypen
    Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2011. 380 p.
    Onderzoek en beleid, nr. 299
    De Migratiekaart beoogt een periodiek overzicht te geven van de cijfermatige trends in migratiestromen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de achtergronden van en verklaringen voor deze trends en aan te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Dit boek bevat een aantal thematische hoofdstukken waarin specifieke migratietypen worden behandeld. Het gaat om achtereenvolgens: arbeidsmigratie, studiemigratie, gezinsmigratie, asielzoekers, postkoloniale migratie, emigratie uit Nederland en illegale migranten. (B30626)
     
  • ILO, Global employment trends 2012 : preventing a deeper jobs crisis
    Geneve : ILO, 2012. 120 p.
    Jaarlijks rapport van de ILO met nieuwste wereldwijde en regionale schattingen van werkgelegenheid en werkloosheid, werkgelegenheid per sector, kwetsbare werkgelegenheid, de arbeidsproductiviteit, en werkende armen. Bevat verder ook een analyse op landenniveau en van de trends op de arbeidsmarkt.
    Volgen het rapport staat de wereld staat voor de uitdaging om o600 miljoen productieve banen te creëren over de komende 10 jaar om economische groei en sociale cohesie te realiseren. Volgens het rapport komt de wereldwijde werkloosheid dit jaar uit op 200 miljoen. De ILO verwacht dat de werkloosheid oploopt tot 206 miljoen in 2016. (B30625)
  • ResearchNed; Arbeid Opleidingen Consult; Min. OCW; Colo; MBO-Raad; Ver. VNO-NCW; MKB-Nederland; Wartenbergh-Cras, F.; Ruijter, E. de; Ruijter, J.; Jacobs, J.; Laat-van Amelsfoort, D. de, BPV-monitor 2011: Landelijke eindrapportage
    Nijmegen : ResearchNed, 2011. 241 p.
    Eerste landelijke meting van de effecten van het bpv-protocol (beroepspraktijkvorming). De bpv-monitor is in het voorjaar 2011 uitgevoerd en brengt de mening van het leerbedrijf, de student en de mbo-instelling over de bpv in kaart.
    Bijlage bij Kamerstuk 31524, nr. 122 (B30603)
     
  • ESVLA; Hurley, J.; Storrie, D.; Jungblut, J. M., Shifts in the job structure in Europe during the great recession
    Luxemburg : EU, 2011. 74 p.
    Dit rapport beschrijft de impact van de 'grote recessie' op de werkgelegenheid en de banenstructuur in de EU27. Het constateert dat ondanks een nettoverlies van meer dan vijf miljoen banen tussen 2008-2010, de werkgelegenheid blijft groeien in de hoogst betaalde banen, grotendeels in kennisintensieve diensten en zakelijke dienstverlening. Ondertussen, hebben scherpe verliezen in de gemiddeld betaalde banen in de bouw en productie geleid tot een inkrimping van de werkgelegenheid in het midden van het loonspectrum. Meer mannen dan vrouwen zijn hun baan kwijt geraakt, de werkgelegenheid van oudere werknemers groeide, terwijl die van de core-leeftijd en, in het bijzonder van jongere werknemers daalde. Deeltijdwerk breidde zich uit over het loon spectrum, terwijl het niveau van tijdelijk werk vanaf 2009 zich snel herstelde, nadat het eerder de dupe was van banenverlies in het begin van de recessie. (B30556)
     
  • OECD; Nicis Inst; Dorenbos, R. J.; Froy, F., Building flexibility and accountability into local employment services : country report for the Netherlands
    Parijs : OECD, 2010. 45 p.
    De crisis dwingt instanties die werkgelegenheidsbeleid implementeren tot meer onderlinge coördinatie op (sub)regionaal en lokaal niveau. Meer flexibiliteit zou vestigingen van het UWV WERKbedrijf en gemeenten in staat stellen beleid beter af te stemmen op lokale behoeften. Maatregelen kunnen dan makkelijker ingebed worden in langetermijnstrategie. Dit zijn enkele van de bevindingen uit het rapport ‘Building flexibility and accountability into local employment services’ van dr. Ruud Dorenbos (Nicis Institute) en Francesca Froy (OECD). Het rapport is onderdeel van een vergelijkende studie die kijkt naar de mate waarin beleidsinstanties in België, Canada, Denemarken en Nederland flexibel arbeidsmarktbeleid kunnen voeren. (B30473)
     
  • Research voor Beleid; Min. SZW; Bouma, S.; Frouws, B., Gebruik van de overeenkomst van opdracht : eindrapport
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2011. 98 p.
    De meeste mensen in Nederland werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Er zijn echter ook andere rechtsvormen voor een arbeidsrelatie mogelijk, zoals de ‘overeenkomst van opdracht’ (ovo). Er zijn signalen dat de ovo ook steeds vaker aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt ingezet. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft Research voor Beleid opdracht gegeven een kwantitatief onderzoek uit te voeren naar het gebruik van de overeenkomst van opdracht. Hoeveel komt het gebruik van de ovo voor, in welke sectoren, hoeveel mensen werken er onder een ovo en wat zijn hun kenmerken? Dit rapport doet verslag van het kwantitatieve onderzoek dat antwoord geeft op deze vragen. (B30429)
     
  • AStri; Min. SZW; Ojen, Q. van; Molenaar-Cox, P.; Reijenga, F.; Veldhuis, V., Evaluatie maatregel verruiming ketenbepaling : onderzoek naar het gebruik van de Tijdelijke maatregel Extra tijdelijke contracten voor jongeren tot 27 jaar
    Leiden : AStri, 2011. 82 p.
    Onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW waarin de Tijdelijke maatregel Verruiming van de ketenbepaling in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek wordt geevalueerd. Deze maatregel maakt het mogelijk om jongeren tot en met 26 jaar langer in tijdelijke dienst te houden. De maatregel loopt van 1 juli 2010 tot 1 januari 2012 en is bedoeld om de economische crisis te overbruggen. Achtereenvolgens komen in het rapport aan de orde: Potentieel en werkelijk gebruik van de tijdelijke maatregel; Kenmerken van jongeren met een 4e tijdelijk contract; overwegingen van de werkgever; Verdringingseffecten; Arbeidsmarktontwikkelingen in 2012; Conclusies en beschouwing. (B30428)
     
  • Europese Cie, Age and employment
    Luxemburg : EU, 2011. 105 p.
    Het rapport onderzoekt een aantal praktische aspecten van de uitvoering van het verbod van leeftijdsdiscriminatie vastgelegd in de Richtlijn gelijke behandeling bij arbeid (Richtlijn 2000/78/EG). Het rapport geeft met name de contrasten weer tussen de nationale wetgeving van landen en gaat na hoe de verschillende manieren waarop de verschillende uitzonderingen, of mogelijke uitzonderingen op het beginsel van gelijke behandeling, zijn verwoord in de richtlijn, de nationale wetgeving op leeftijdsdiscriminatie hebben beïnvloed. (B30385) 
     
  • OECD, OECD employment outlook 2011
    Parijs : OECD, 2011. 273 p.
    Jaarrapport over de arbeidsmarkt en werkgelegenheid in OECD-landen. De editie van 2011 gaat in op inkomensondersteuning van werklozen, de arbeidsmarkteffecten van sociale zekerheidssystemen in opkomende economieën; de oorzaken en gevolgen van inkomenswijzigingen; overgekwalificeerd of te laag opgeleid voor bepaalde banen. (B30382) 
     
  • OECD, Off to a good start? Jobs voor youth
    Parijs : OECD, 2010. 158 p.
    Deze publicatie analyseert de werkgelegenheidssituatie voor jongeren en de jeugdwerkloosheid in de context van de banencrisis en identificeert succesvolle beleidsmaatregelen in OECD-landen. (B30381) 
      
  • Europese Cie, Employment policy
    Luxemburg : Europese Unie, 2011. 76 p.
    Social Europe guide, vol. 1
    Bevat de volgende hoofdstukken: Jobs and skills in Europe: A policy overview; Fighting unemployment; Building up labour supply and demand; The way ahead; Interview with Sándor Czomba, Minister of State for Employment Policy, Hungary; Voice from the European Parliament. (B30244)
     
  • Lisbon Council, The; Mettler, A.; Williams, A. D. , The rise of the micro-multinational : how freelancers and technology-savvy start-ups are driving growth, jobs and innovation
    Brussel : The Lisbon Council, 2011. 28 p.
    Grote bedrijven proberen te concurreren door afslanking. De enige die banen scheppen zijn kleine ondernemers, jonge bedrijven en freelancers die banen voor zichzelf genereren. Zij zijn de motor voor werkgelegenheid, groei, innovatie en de toekomstige welvaart. Deze policy brief doet in negen punten een reeks aanbevelingen voor beleidsmakers om banen te creëren en een basis te leggen voor de toekomstige welvaart in Europa en Noord-Amerika. (B30227)
     
  • CBS; Urlings, N.; Fortanier, F.; Korvorst, M., Inkomende investeringen en werkgelegenheid in Nederland
    Den Haag : CBS, 2011. 25 p.
    Het onderzoek geeft inzicht in de invloed van buitenlandse investeringen op de werkgelegenheid in Nederland. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het relatieve aandeel van buitenlandse ondernemingen in de werkgelegenheid in Nederland. Daarnaast wordt de totale jaarlijkse banengroei door inkomende buitenlandse investeringen in beeld gebracht waarbij rekening wordt gehouden met de effecten van eigendomswisselingen van Nederlandse naar buitenlandse bedrijven. De analyses worden uitgesplitst naar onder andere bedrijfstak en omvang van de ondernemingen. (B30018)
     
  • UWV, Monitor kans op werk - in regio's en beroepen - 1e kwartaal 2011
    Amsterdam : UWV, 2011. 25 p.
    De Monitor kans op werkte maakt inzichtelijk in welke beroepsgroepen en regio's de 'beste' mogelijkheden zijn om een baan te vinden. De monitor heeft betrekking op het eerste kwartaal van 2011. Achtereenvolgens komen aan de orde:
    Economische ontwikkelingen in vogelvlucht; Ontwikkelingen vacatures; Vacatures op internet; UWV-vacatures die langer dan 3 maanden openstaan; Kans op werk naar beroepklasse; Kans op werk naar regio; Kans op werk naar leeftijd en duur werkloosheid. (B30010) 
     
  • EIM; Min. EL&I, Van Werk naar Werk in het MKB : eindrapportage
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    In opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft EIM onderzoek gedaan naar Van-Werk-Naar-Werkactiviteiten (VWNW) voor met werkloosheid bedreigde werknemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB). In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: 1 Hoe is het in de praktijk gesteld met de VWNW-dienstverlening voor en door kleine en middelgrote bedrijven en instellingen? 2 Wat zijn op dit punt de wensen en behoeften van MKB-bedrijven en - instellingen? 3 Welke maatregelen en instrumenten kunnen door private en publieke partijen in organisatorische en financiële zin worden getroffen om meer dan tot nu toe het geval is op die wensen en behoeften in te spelen? Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 26 procent van de MKB-bedrijven en instellingen met boventallig geworden werknemers Van-Werk-Naar-Werk-ondersteuning biedt bij het vinden van een nieuwe baan. Dit doen ze dan vooral vanwege hun persoonlijke relatie met de boventallig geworden werknemers. MKB'ers kiezen vooral voor ondersteuningsmiddelen als solliciteren onder werktijd, scholing en detachering. Voor relatief dure ondersteuningsvormen als begeleiding door een mobiliteitscentrum of outplacementtrajecten - waar werknemers vooral behoefte aan hebben - is vaak geen geld. Op eventuele herplaatsingsmogelijkheden bij collegabedrijven in de omgeving hebben ondernemers maar beperkt zicht. (B29563)

  • Europese Cie, European employment observatory review : self-employment in Europe 2010
    Luxemburg : EU, 2010. 45 p.
    Social Europe
    Aandacht voor werkgelegenheid via een aantal artikelen, waarbij verbinding wordt gelegd met beleidsontwikkelingen, studies en gegevens die verzameld zijn op Europees niveau. Hierbij komt ook de invloed van de economische crisis op zelfstandigen en de rol op de arbeidsmarkt aan de orde. In de annex een overzicht van beleid en maatregelen beschreven in nationale artikelen om zelfstandig werk te bevorderen. (B29532)
     
  • ESVLA; Mandl, I.; Hurley, J.; Mascherini, M.;Storrie [et al.], ERM report : extending flexicurity : the potential of short-time working schemes
    Luxemburg : EU, 2010. 124 p.
    Door de recessie, afnemende vraag en lagere produktie is werktijdverkorting en tijdelijke stillegging van arbeid in veel lidstaten ingevoerd. Onderzoek naar de praktijk van arbeidstijdverkorting in Europa en hoe dat in 10 lidstaten is ingevoerd. (B29362)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen, Dienstverlening op maat : het voorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid in tijden van crisis
    Den Haag : IWI, 2010.
    Programmarapportage participatie van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). In de rapportage worden de uitkomsten van onderzoeken op drie deelterreinen beschreven: “Het voorkomen van (langdurige) werkloosheid”, “De re-integratie van langdurig zieke werklozen” en “Vraaggerichte re-integratie: werken met werkgevers”. De IWI concludeert in het onderzoek dat de begeleiding van zieke werklozen beter kan. UWV moet zieke werklozen helpen bij terugkeer naar werk. Deze kwetsbare doelgroep heeft een voortvarende en op maat gesneden begeleiding nodig. De Inspectie signaleert bij de re-integratie van langdurig zieke werklozen een aantal tekortkomingen en knelpunten. UWV heeft een verbeterplan opgesteld. (B29083)

  • ESVLA
    Working poor in Europe
    Dublin : ESVLA, 2010. 38 p.
    Werken vermindert sterk het risico van armoede. Niettemin, 8% van de werkende bevolking viel in 2007 in de Europese Unie in de categorie 'werkende armen', in de zin van met een inkomen lager dan 60% van het nationale gemiddelde. Het percentage varieert aanzienlijk tussen de landen en sociale groepen. In de meeste landen heeft het probleem van werkende armen niet de politieke prioriteit van de regering of de sociale partners, hoewel het kan worden opgenomen in het algemene beleid om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. Hoewel het slecht te bewijzen is, worden de werkende armen waarschijnlijk met name getroffen door de huidige economische recessie. (B28954)

     
  • Ver. VNO-NCW; MKB-Nederland; LTO Nederland, Optimistisch over duurzame groei en werkgelegenheid : een ondernemersvisie op de kansen van Nederland
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2010.
    De Nederlandse economie kan door het benutten en vergroten van zijn bestaande sterktes bij uitstek profiteren van de enorme perspectieven die de economische ontwikkelingen in Azië en Zuid-Amerika bieden. Duurzame groei en volledige werkgelegenheid zijn binnen handbereik. Bezuinigingen en hervormingen moeten niet ‘deprimerend’ zijn, maar juist voor extra groei en nieuwe kansen zorgen. Dat is de kern van ‘Optimistisch’, de meerjarenvisie van VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland op de economie van Nederland en de rol van ondernemerschap daarin. VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland doen voorstellen die naar hun overtuiging de groei van de economie extra bevorderen. Ze pleiten voor een drastische aanpak van ‘hinder en overlast’, die verlammend werken op ondernemerschap. De bestuurlijke- en uitvoeringsdrukte en regel- en wetgevingsdrukte moet zeer fors worden verminderd. De overheid moet kleiner en kwalitatief beter. Nederland haalt niet het beste uit zichzelf. Er is veel winst te behalen door beter te gaan presteren op terreinen als onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en arbeidsmarkt. De invoering van een vlaktaks maakt ondernemen en (harder) werken lonender. (B28730)

  • Europese Cie, Recovering from the crisis : 27 ways of tackling the employment challenge
    Luxemburg : Europese Cie, 2009.
    Het lijkt er op dat in veel delen van Europa het einde van de recessie in zicht is. Toch liggen er veel uitdagingen voor de arbeidsmarkten en sociale zekerheidssystemen in het vooruitzicht. Aandachtspunt is het verzachten van negatieve effecten op de werkgelegenheid en betrokken blijven bij lange-termijndoelen. Overzicht per land van uitdagingen. (B28337)

  • ILO, Recovering from the crisis : a global jobs pact : adopted by the International Labour Conference at its Ninety-eighth Session, Geneva, 19 June 2009
    Geneve : ILO, 2009.
    ILO-resolutie. De resolutie aantal principes voor herstelplannen en ontwikkeling voor. Hierin wordt o.a. opgeroepen om werkgelegenheid centraal te stellen, protectionisme af te wijzen, fundamentele arbeidsstandaarden te handhaven en de lange termijnuitdagingen niet uit het oog te verliezen. (B28327)

  • ESVLA; Hurley, J.; Mandl, I.; Storrie, D.; Ward, T., Restructuring in recession : ERM report 2009
    Luxemburg : EG, 2009.
    In de loop van 2008 en 2009 is de wereldeconomie in een van de ergste recessies in de moderne tijd beland.
    Deze vierde European Restructuring Monitor (ERM) bevat een analyse van Eurofound van de herstructureringen en het banenverlies in het afgelopen jaar. Het rapport analyseert de effecten van de recessie op werkgelegenheid, kijkt ook in detail hoe bepaalde sectoren, landen en beroepen zijn getroffen, en onderzoekt een reeks van reacties die zijn genomen om de werkgelegenheid te waarborgen - op bedrijfs-, nationaal- en Europees niveau. (B28264)

  • Min. EZ, Voortgangrapport Nederland 2009 : in het kader van de Lissabonstrategie
    Den Haag : Min. EZ, 2009.
    Elk jaar stellen de lidstaten van de Europese Unie (EU) een rapport op om de Europese Commissie te informeren over de meest relevante beleidsontwikkelingen op het terrein van de strategie. Dit jaar was het verzoek van de Europese Commissie aan de lidstaten om in het bijzonder aandacht te besteden aan maatregelen gericht op het tegengaan van de negatieve effecten van de economische crisis en aan maatregelen gericht op landenspecifieke aanbevelingen en aandachtspunten. Het rapport volgt dezelfde indeling als voorgaande jaren, met een overkoepelend, politiek hoofdstuk en vervolgens een macro-economisch, een micro-economisch- en een werkgelegenheidshoofdstuk waarin het beleid gestructureerd is langs de Europese richtsnoeren. In Nederland draagt het kabinet de verantwoordelijkheid voor de inhoud en het opstellen van de jaarlijkse rapporten. De ministerraad heeft het voorliggende rapport definitief vastgesteld. Het betreft een selectie van beleid gebaseerd op de departementale begrotingen zoals die in september 2009 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden. (B28104)

  • ESVLA, Tackling the recession : employment-related public initiatives in the EU Member States and Norway
    Dublin : ESVLA, 2009. 31 p.
    Door de economische crisis hebben al veel bedrijven hun deuren gesloten en zijn er al veel banen verloren gegaan. Dit rapport onderzoekt de verschillende maatregelen die worden genomen door regeringen en vakbonden in verschillende landen om te proberen om arbeidsplaatsen te behouden, of ten minste de verliezen die optreden te beperken. (B27985)

  • Europese Cie, European employment observatory review : spring 2008
    Luxemburg : EG, 2009.
    Deze editie bevat landenartikelen over innovatiebeleid en -praktijken. Bevat de volgende artikelen: Belgium: The Service voucher system; Bulgaria: Policies to promote the reconciliation of work and raising children; Czech Republic: Reforms to sickness benefits and sickness insurance; Denmark: Early intervention and intensive counselling of newly unemployed; Germany: Self-employment programmes for the unemployed – an update to a successful programme; Estonia: Response service to collective redundancies; Ireland: The Skillnets initiative; Greece: Vocational guidance services for young people; Spain: An overview of policies promoting geographical mobility of labour; France: The Labour Market Modernisation Law; Italy: The value of the Difference – the female resource in business creation in the Marche Region; Cyprus: Initiatives for the development of the system of professional qualifications Latvia: The Summer Internship Programme for school children; Lithuania: Integration of specific target groups of unemployed persons using complex labour market policy interventions; Luxembourg: The single status in the private sector; Hungary: The Start+ and Start Extra programmes; Malta: Training and Employment Exposure Scheme ; Netherlands: Can labour force participation growth and productivity growth be combined?; Austria: Innovative Policies and Practices: 'fFORTE: Frauen in Forschung und Technologie' - 'fFORTE: Women in Research and Technology'; Poland: Lifelong learning in enterprises (SMEs and large corporations) - the role of the corporate training fund; Portugal: The modernisation of the social protection system; Romania: Increasing investment in human capital, strengthening the relationship between education and the labour market and improving the transition from school to work via the route of apprenticeships; Slovenia: Guidance for unemployed people as an Active Labour Market Policy; Slovakia: One-stop shops for entrepreneurs; Finland: The renewal of public administration and new activation measures for long-term unemployed; Sweden: Plus Job scheme for the long-term unemployed people; UK: City Strategy Pathfinders; Croatia: Adjustment of the mismatch between the demand and supply on the labour market; Turkey: Non-governmental Initiatives in vocational education; Norway: Qualification programmes for groups at risk. (B27842)

  • RWI, Match! : publiek-private en regionale samenwerking bij vacaturevervulling
    Den Haag : RWI, 2009.
    Juist nu door de kredietcrisis de werkloosheid hard oploopt, is het van het grootste belang dat vacatures en kandidaten effectief gematcht worden en dat waar nodig snel en flexibel vakscholing wordt ingezet. Door intensieve samenwerking tussen publieke en private partijen worden vacatures bij werkgevers beter vervuld en worden meer werklozen aan een baan geholpen. Bij de organisatie en financiering hiervan lopen partijen echter wel tegen problemen aan. Deze zijn op regionaal niveau weliswaar oplosbaar, maar dat kost nu nog veel tijd en energie van de initiatiefnemers. Dit constateert de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in zijn advies Match! Publiek-private en regionale samenwerking bij vacaturevervulling. De RWI roept met name de partijen in de regio op tot meer publiek-private samenwerking en vraagt landelijke partijen deze ontwikkeling te stimuleren en te ondersteunen. (B27762)

  • GroenLinks, The green deal 2.0
    [Den Haag] : GroenLinks, 2009.
    GroenLinks presenteert met de Green Deal 2.0 een alternatief voorstel voor het bestrijden van de economische crisis. GroenLinks kiest voor oplossingen die zoveel mogelijk werk creëren, rechtvaardig en groen zijn, en die financieel goed uitpakken voor de toekomst. Met De Green Deal 2.0 investeert GroenLinks op de korte termijn twee keer zoveel als het kabinet maar compenseert dit doordat de structurele hervormingen op termijn ook twee keer zoveel opleveren als de huidige kabinetsplannen. GroenLinks combineert in haar plannen een sterke arbeidsmarkt met de bestrijding, zodat toekomstige generaties niet de lasten hoeven te dragen van extra uitgaven nu. (B27733)

  • CPB; Horst, A. van der; Rojas-Romagosa, H.; Bettendorf, L., Does employment affect productivity?
    Den Haag : CPB, 2009.
    Discussion papers, nr. 119
    Onderzoek naar de wisselwerking tussen werkgelegenheid en arbeidsproduktiviteit in OECD-landen tussen 1970 en 2003. De belangrijkste vraag is of toename van werkgelegenheid in deeltijd of in uren per werknemer de productiviteit beïnvloedt op de lange termijn. (B27719)

  • ESVLA, Europe in recession : employment initiatives at company and member state level : background paper
    Dublin : ESVLA, 2009.
    De paper beschrijft hoe een aantal bedrijven, de sociale partners en de lidstaten in de EU de afgelopen maanden reageerden om de negatieve gevolgen van de economische crisis voor de werkgelegenheid, te voorkomen of te beperken. De nadruk ligt op drie verschillende soorten initiatieven: korter werken, betaald of onbetaald sabbatical, en clausules in arbeidsovereenkomsten over werkzekerheid ten koste van loon(sverhogingen). Een gemeenschappelijk kenmerk is de vermindering van arbeidstijd compenseren door het aanbieden van opleidingen. (B27714)

  • FNV; CNV; MHP, Sociaal en Groen investeringsplan : samen de crisis te lijf : een gezamenlijk aanpak van de crisis van de vakcentrales, FNV, CNV en MHP
    [Amsterdam] : FNV, 2009.
    Deltaplan van FNV, CNV en MHP, een Groen Investeringsplan van € 7 miljard gericht op arbeidsdeelname, de kenniseconomie en duurzaamheid. FNV, CNV en MHP leggen de prioriteit bij werkzekerheid en werkgelegenheid, bij koopkracht en pensioenen. Die prioriteiten worden in dit plan tot uitdrukking gebracht. De vakcentrales zijn voorstander van een gecoördineerde Europese inzet. De EU heeft zelf nauwelijks middelen om in te zetten. Daarom zijn de landen die nog te weinig hebben gedaan nu aan zet. Een gezamenlijke inzet heeft belangrijke multiplier effecten. Dat wil zeggen dat een gezamenlijke inzet op hetzelfde moment meer oplevert dan eenzijdig en te laat handelen. Verder uitstel is schadelijk voor bedrijven en werkenden. (B27587)

  • ILO; Ghose, A. K.; Majid, N.; Ernst, C., The global employment challenge
    Geneve : ILO, 2008.
    Analyse van de werkgelegenheid in de wereld met een gedetailleerde en overzichtelijke kijk op uitdagingen van hedendaagse beleidsmakers. Oplossingen zullen in deze globalisering alleen op internationaal niveau moeten plaatsvinden. Als er niet onmiddellijk actie ondernomen wordt zal de werkgelegenheidscrisis wereldwijd worden. De focus is op ontwikkelingslanden, Centraal- en Oost-Europa en de Commonwealth. (B27436)

  • Planbureau voor de leefomgeving ; Weterings, A. ; Knoben, J. ; Amsterdam, H. van, Werkgelegenheidsgroei op bedrijventerreinen
    Den Haag : PBL, 2008.
    Achtergrondstudies
    Bedrijventerreinen herbergen een derde van alle werkgelegenheid in Nederland. Ze zijn niet langer het domein van grote bedrijven. De werkgelegenheid hier is hoger dan gemiddeld. En bedrijven hier zijn sneller gegroeid dan bedrijven op andere locatietypen. Deze bedrijven kunnen alleen op bedrijventerreinen voldoende uitbreidingsruimte vinden. (B27434)

  • Europese Cie, Employment in Europe 2008
    Luxemburg : EG, 2008.
    Jaarlijks rapport over de werkgelegenheidssituatie in Europa. Het rapport gaat op immigratie vanuit derde landen, de ontwikkelingen in arbeidsmigratie vanuit derde landen, de arbeidssituatie van immigranten uit deze landen, hun opleidingsniveau, inactiviteit onder immigranten, en factoren die de prestaties van deze immigranten op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Vervolgens komt de arbeidsmobiliteit binnen de EU aan de orde. Hier wordt onder meer ingegaan op de kenmerken van de arbeidsmigranten en de economische gevolgen van deze intra-mobiliteit. De laatste twee hoofdstukken bespreken de kwaliteit van arbeid binnen de EU en de relatie tussen onderwijs en werkgelegenheid. (B27332)

  • ESVLA; Fernández-Macías, E.; Hurley, J., ERM report 2008 : more and better jobs : patterns of employment expansion in Europe
    Luxemburg : EG, 2008.
    Een belangrijk onderdeel van het Europese beleid is de nadruk op het stimuleren van de werkgelegenheid en het maximaliseren van de kwaliteit ervan - het creëren van meer en beter banen - met het oog op de vorming van een concurrerende, op kennis gebaseerde economie. In de periode 1995 - 2006 heeft in de meeste Europese landen een aanzienlijke groei van de werkgelegenheid plaats gevonden. Dit rapport onderzoekt of de arbeidsplaatsen die hierbij zijn gecreëerd ook van betere kwaliteit waren. Dit gebeurt door het analyseren van het niveau van de groei van de werkgelegenheid in het gehele loonspectrum in elke lidstaat. Verder wordt onderzoek gedaan naar de werkgelegenheidsgroei per sector en de werkgelegenheidsgroei per type contract (deeltijd, vaste termijn en zelfstandigen). (B27275)

  • ESVLA; [et al.], Employment security and employability : a contribution to the flexicurity debate
    Luxemburg : EG, 2008.
    In de huidige EU-debat over de arbeidsmarkt en het werkgelegenheidsbeleid, heeft het concept van "flexicurity" - het evenwicht tussen flexibiliteit en de behoeften aan zekerheid van werkgevers en werknemers - zich ontpopt als een centraal thema. In dit rapport worden vier belangrijke indicatoren in de discussie over flexicurity naar voren gebracht: objectieve baanonzekerheid, subjectieve baanonzekerheid, werkgelegenheid, en kwetsbaarheid. Het rapport is gebaseerd op de vierde European Working Conditions Survey die in 31 landen is gehouden, waaronder in 27 EU-lidstaten. In het rapport wordt tevens ingegaan op een vorm van werkgelegenheid die de laatste jaren in veel landen zorgt voor flexibiliteit, namelijk tijdelijke arbeidscontracten. Zijn tijdelijke banen een ingang naar vast werk of lopen dergelijke werknemers het risico om terecht te komen in een cyclus van tijdelijke banen? Ten slotte bekijkt het rapport naar verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot het combineren van werk en gezinsleven, inzetbaarheid en lonen, waarbij het effect van deeltijdwerk hierop wordt besproken. (B27089)

  • Cedefop, Future skill needs in Europe : medium-term forecast : synthesis report
    Luxemburg : EG, 2008.
    Het onderzoek beschrijft de ontwikkeling op de Europese arbeidsmarkt tot 2015. Deze publicatie bevat - voor de eerste keer - een consistente en alomvattende middellange termijn raming van de werkgelegenheid en de kwalificatie-eisen in heel Europa. Het ontwikkelt macro-economische projecties en alternatieve scenario's voor elke lidstaat. Het bevat gegevens over de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid per economische sector, beroep en vaardigheden tot 2015 en maakt gebruik van vergelijkende gegevens voor alle lidstaten. (B27038)

  • ESVLA; Morley, J.; Ward, T.; Defrère, N., Perceptions of globalisation: attitudes and responses in the EU
    Dublin : ESVLA, 2008.
    In dit rapport wordt ingegaan op gevolgen van de globalisering voor de werkgelegenheid en de houding en reacties van de nationale regeringen en de Europese sociale partners op dit verschijnsel. Als eerste wordt gekeken naar de houding van de verschillende belanghebbenden in de 27 lidstaten van de EU, met inbegrip van Bulgarije en Roemenië, alsmede Noorwegen. Vervolgens worden de reacties van de regeringen, werkgevers en vakbonden in deze landen op het proces van globalisering besproken. Tot slot geeft het verslag geeft een beknopt overzicht van nationale onderzoeken over de publieke opinie met betrekking tot globalisering, die in de afgelopen jaren zijn verricht. (B26812)

  • Europese Cie, Tien jaar Europese werkgelegenheidsstrategie (EWS)
    Luxemburg : EG, 2007.
    Sinds de lancering in 1997 heeft de EWS een cruciale rol gespeeld bij de coördinatie van de EU-beleidslijnen om voor iedereen beter werk te creëren. Er is een actiekader rond gemeenschappelijke doelstellingen en prioriteiten voor het werkgelegenheidsbeleid afgesproken. (B26740)

  • Europese Cie, Ten years of the European Employment Strategy (EES)
    Luxemburg : Europese Cie, 2007.
    Het EES moet richting geven aan de coördinatie van werkgelegenheidsbeleid binnen de EU. Er is overeenstemming over een raamwerk voor actie rond gemeenschappelijke doelen en prioriteiten. Overzicht van de structuur van beleid, de bereikte doelstellingen en uitleg van werkdoelen. (B26263)

  • OECD, Offshoring and employment : trends and impacts
    Parijs : OECD, 2007.
    Offshoring van industriële activiteiten naar het buitenland is voor het bedrijfsleven een onontkoombaar feit geworden. Maar het wordt ook gezien als een bedreiging voor een groot deel van de bevolking. Men maakt zich zorgen over de werkgelegenheid en het mogelijke verlies van banen in eigen land. Dit rapport biedt nieuwe inzichten in het fenomeen van offshoring. Allereerst geeft het rapport een gedetailleerde definitie van offshoring, en laat het zien dat er veel manieren zijn om industriële activiteiten - zowel in productie als in dienstverlening - naar het buitenland te verplaatsen. Daarna beschrijft het rapport de gevolgen die offshoring kan hebben op de binnenlandse werkgelegenheid, zowel positief als negatief. Tot slot schetst dit grensverleggende rapport de beleidsimplicaties van offshoring. Het doet suggesties om de nadelen van offshoring te beperken en vertrouwen te kweken tussen de verschillende partijen. (B26013)

  • EIM; Bangma, K. L., Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid : periode 1987-2006
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    De werkgelegenheidsontwikkeling is een proces van banencreatie en banenverlies bij bedrijven. Banencreatie vindt plaats door de oprichting van nieuwe bedrijven en de groei van bestaande bedrijven. Verlies van werkgelegenheid treedt op bij de opheffing van bedrijven en doordat een deel van de bestaande bedrijven krimpt. In dit rapport staan de bedrijvendynamiek en de daarbij behorende werkgelegenheidsveranderingen centraal. Uit het rapport blijkt dat het belang van nieuwe bedrijven voor de werkgelegenheidsontwikkeling is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Circa 40 procent van de banencreatie is afkomstig van nieuwe en relatief jonge bedrijven. Momenteel zijn dat meer dan 100.000 banen. Het verband tussen leeftijd van een bedrijf en werkgelegenheidscreatie is zeer sterk. Zo zijn snelgroeiende bedrijven meestal jonger dan 15 jaar. Oudere bedrijven zijn zeer zelden een snelgroeiend bedrijf. (B25755)

  • CNV, CNV beleidsvoorstellen voor tijdelijk werk met perspectief
    Utrecht : CNV, 2007, div. p.
    Het CNV vindt dat het afsluiten van een tijdelijk contract altijd in combinatie moet met een employability-afspraak. Dit om de positie van werknemers met een tijdelijk contract te verbeteren en hun arbeidsparticipatie te verhogen. Hiervoor zijn niet alleen extra inspanningen van werkgevers en werknemers vereist, maar is het ook noodzakelijk dat enkele wetswijzigingen worden doorgevoerd. Het CNV doet daarom een aantal beleidsvoorstellen te verbetering van de positie van tijdelijk werknemers. (B25637)

  • CNV; MWM2, CNV onderzoek flex en zekerheid : ervaringen van werknemers met een tijdelijk contract
    Utrecht : CNV, 2007. div. p.
    Onderzoek onder mensen met een tijdelijk contract. Gevraagd is naar de ervaringen van deze mensen met tijdelijke contracten. De vragen hebben onder meer betrekking op het uitzicht op een vaste baan, scholings- en doorgroeimogelijkheden, pensioenopbouw, affiniteit met het werk en betrokkenheid en wat de vakbond zou moeten doen. (B25638)

  • ILO, Global employment trends brief, january 2007
    Geneve : ILO, 2006.
    Jaarrapport waarin de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt worden geschetst zowel op mondiaal niveau als in de regio's ((Sub-Sahara Afrika; Midden-Oosten en Noord-Afrika; Latijns Amerika en het Caraïbisch gebied; Oost-Azië; Zuid-Oost Azië en de Pacific; Zuid-Azië; Midden- en Oost-Europa (niet-EU) en de Gemenebest; en de geïndustrialiseerde landen en de Europese Unie). De ILO rapporteert dat hoewel er wereldwijd gezien meer mensen dan ooit werken, het werkeloosheidscijfer blijft staan op 195,2 miljoen, een percentage van 6,3 procent. (B25589)

  • Lisbon Council, The; Allianz Dresdner Economic Research, European growth and jobs monitor : indicators for success in the knowledge economy
    Brussel : The Lisbon Council, 2007.
    De monitor vergelijkt negen Europese landen op basis van zes criteria, te weten: economische groei, arbeidsproductiviteit, werkgelegenheid, kennis (arbeiders met tertiaire kwalificaties), op groei gerichte investeringen; de duurzaamheid van de openbare financiën. De landen waar het om gaat zijn Zweden, België, Nederland, Groot-Brittannië, Spanje, Duitsland Oostenrijk, Frankrijk en Italië. Ook de EU-15 is in de benchmark opgenomen. Het rapport toont enkele van de destijds geformuleerde Lissabon-doelstellingen eindelijk in zicht komen. Zweden is koploper op dit gebied. Italië sluit de rij. Nederland scoort goed waar het gaat om het scheppen van banen. (B25547)

  • IMF; [et al.], Danish for all? balancing flexibility with security : the flexicurity model
    Washington : IMF, 2007
    IMF Working Paper, nr. WP/07/36
    Het Deense flexicurity model heeft de aandacht van beleidsmakers in Europa getrokken omdat het suggereert dat een flexibele arbeidsmarkt kan samengaan met een ruimhartig welvaartssysteem om zo een lage werkloosheid te bereiken. Met behulp van een panel uit 19 landen over de periode 1960-2002, identificeert het rapport de elementen van het flexicurity model die bijgedragen kunnen hebben tot het lage werkloosheidscijfer. Een theoretisch model van dynamisch beleid wordt geconstrueerd om te analyseren of het model door andere landen kan worden nagestreefd. Zich concentrerend op het financieringsaspect, meent de paper dat de efficiënte implementatie zal afhangen van het aanvankelijke werkloosheidsniveau en de begrotingssituatie van het land. (B25532)

  • Burcht, De; Berenschot; [et al.], Dilemma's in de nieuwe arbeidsmarkt : hoogspanning en laagspanning : tussen activeren en ontzien
    Amsterdam : De Burcht, 2006. 80 p.
    Verslag van de expertmeeting Activerend HRM. De bijdrage Vanuit een gedeeld vertrekpunt op zoek naar mogelijke oplossingen van Mark Nijssen gaat over de knelpunten van de nieuwe arbeidsmarkt en mogelijke oplossingen. De bijdrage van Paul de Beer, De metamorfose van de arbeidsmarkt in het komende decennium handelt over de ingrijpende wijzigingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de CAO-regelingen en het personeelsbeleid, en over de vervanging van uitstromende ouderen. De bijdrage van Damiaen Vijverberg Activerend HRM gaat in op de instrumenten van activerend HRM. De bijdrage Het klassieke HR-beleid loopt ten einde. op naar een Activerend HRM, het einde van het klassieke HR-beleid van Ton de Korte bevat een oproep om het Zwitserlevengevoel te vervangen door het Nestorix-denken Hij pleit voor taboedoorbrekende maatregelen om de ouderenmarkt te flexibiliseren. Verder bevat de publicatie interviews met o.a. Jaap Jongejan (Voorzitter Bedrijvenbond CNV), Catrien Smit en Erik Bornkamp (A&O fonds gemeenten), Arend Segaar (voorzitter Cooperatie Werk & Vakmanschap), Jorgen Sorensen (directeur HRM, DSM). Voorts is een weergave opgenomen van de discussie die tijdens de expertmeeting is gehouden over de generatiewissel op de arbeidsmarkt. Tot slot bevat het boekje casestudies over het HR-beleid bij Ericsson en bij Nuon. (B25313)

  • Europese Cie, European employment and social policy : special Eurobarometer
    Luxemburg : EG, 2006.
    Enquête naar de opvattingen van Europeanen over de rol van de Europese Unie (EU) bij werkgelegenheid en sociale zekerheid en hun verwachtingen ten aanzien van hun vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Uit de enquête blijkt dat het merendeel van de Europeanen een positief beeld heeft van de rol van de EU op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken. Ook zeggen drie van de vier Europeanen dat de Europese Unie positieve invloed uitoefent op de toegang tot onderwijs en scholing, de schepping van nieuwe werkgelegenheid en de bestrijding van de werkloosheid. Uit de enquête komt tevens naar voren dat de overgrote meerderheid [84%] van de Europese werknemers er alle vertrouwen in heeft dat zij op korte termijn aan de slag blijven. Een even groot aantal gaat ervan uit dat een “baan voor het leven” verleden tijd is. De meeste respondenten wijzen met nadruk op het grote belang van regelmatige scholing en aanpassingsvermogen om voor nieuw werk inzetbaar te zijn. In dit verband spreekt een groot aantal waardering uit voor het Europees Sociaal Fonds, dat mensen die hun vaardigheden en vooruitzichten op de arbeidsmarkt willen verbeteren steun verleent. (B25258)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Worklife in the Netherlands
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2006. 182 p.
    Publicatie over verschillende aspecten van arbeid. Bevat de volgende bijdragen: Employment and productivity in the Netherlands; Essentials of labour law and social security legislation; Trends and risk groups in working conditions; Work in the Netherlands and the EU compared; Gender and age differences in work and health; Working hours and overtime; VDU-work and working at home and working from home; Health, chronic disease, absenteeism and work disability; Occupational accidents. (B25089)

  • Bradshaw, J.; Hatland, A., Social policy, employment and family change in comparative perspective
    Cheltenham : Edward Elgar, 2006. 309 p.
    Globalization and welfare
    Vergelijkende studie over de veranderingen in gezinssamenstelling, arbeidsparticipatie van ouders en het sociaal beleid in de Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, IJsland, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In al deze landen zijn leefvormen beïnvloed door: lagere vruchtbaarheidscijfers, minder huwelijkssluitingen, toename van het aantal samenwonenden; grotere kans op het verbreken van relaties, episodes van alleenstaand ouderschap. Deze veranderingen houden ook verband met de toename van het aantal werkende moeders. De bijdragen in het boek schetsen de sociale trends van de afgelopen twintig jaar en analyseren hoe het sociaal beleid zich als antwoord op deze trends heeft ontwikkeld. Gesteld wordt dat hoewel de noordelijke landen baanbrekend werk hebben verricht in het erkennen van nieuwe leefvormen en het combineren van aspecten van arbeid en zorg, er nog steeds grote onderlinge verschillen zijn. Tevens blijkt dat de niet-noordelijke landen een inhaalslag voeren. Bevat de volgende bijdragen: Family change; The parental employment context; State recognition of new family forms?; Parental rights and obligations; Family benefit packages; Childcare and parental leave; Fertility rates in Europe: the influence of policy, economy and culture; First births: a comparative study of the patterns of transition to parenthood in Europe; Men and their families: comparatives perspectives on men's roles and attitudes towards family formation; Education, employment and family formation: differing patterns; Working their way out of poverty? Lone mothers in policies and labour markets; Family poverty in the European Union; Gender equity and time use: how do mothers and fathers spend their time? (B24780)

  • OECD, Live longer, work longer
    Parijs : OECD, 2006. 146 p.
    Ageing and employment policies
    Samenvatting van de afzonderlijke landenstudies die de OECD heeft uitgebracht over vergrijzing en arbeidsmarktbeleid voor ouderen. (B24764)

  • Europese Cie, Time to move up a gear : the new partnership for growth and jobs : communication from the Commission to the Spring European Council : annex
    Luxemburg : EG, 2006.
    Annex bij het voortgangsrapport voor de Voorjaarsraad. In het voortgangsrapport stelt de Europese Commissie dat op de terreinen kennis en innovatie, ondernemingsklimaat, globalisering, vergrijzing en energie extra inspanningen noodzakelijk zijn. De annex bevat een beoordeling van de ambities en beleidsvoornemens en geeft een gedetailleerder beeld binnen de drie globale elementen van de geïntegreerde richtsnoeren: macro-economisch, micro-economisch en werkgelegenheid. Het laatste deel van het rapport bevat tevens het concept joint employment rapport 2005/2006. (B24744)

  • Europese Cie, Time to move up a gear : the new partnership for growth and jobs : communication from the Commission to the Spring European Council 2006 : country chapters
    Luxemburg : EG, 2006.
    Landenstudies bij het voortgangsrapport voor de Voorjaarsraad. Per lidstaat en voor het Euro-gebied wordt ingegaan op een aantal algemene aspecten van de hervormingsprogramma's, het macro-economisch beleid, het micro-economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid. Landenstudies bij COM(2006) 30 (B24745)

  • CPB; Vermeulen, W., Regional disparities in a small country? : an analysis of regional unemployment and participation differentials in the Netherlands from 1975 to 2003
    Den Haag : CPB, 2006.
    CPB document, nr. 113
    Het bestaan van regionale steun veronderstelt dat arbeidsmarkten in Nederland niet op nationaal niveau ruimen, maar op een lokaal niveau. Vanuit een algemeen evenwichtsperspectief is het niet gemakkelijk om de regionale component van arbeidsmarkten te identificeren. Deze studie betoogt dat de grootte en persistentie van regionale verschillen in werkloosheid en participatie geschikte indicatoren vormen. De studie analyseert regionale werkloosheid en participatie in Nederland van 1975 tot 2003. Het blijkt dat verschillen in inactiviteit geen betrouwbare indicator zijn van de regionale dimensie van arbeidsmarkten. Zowel vanuit een internationaal perspectief, als in vergelijking met variatie van kansen op de arbeidsmarkt tussen hoog- en laagconjunctuur, lijkt de regionale dimensie van arbeidsmarkten klein. Deze dimensie is echter relatief groot voor vrouwen, jongeren en lager opgeleiden, die ook minder mobiel zijn. Het zou dus efficiënt zijn om regionaal arbeidsmarktbeleid te richten op deze groepen, als dit soort beleid überhaupt wenselijk is. (B24725)

  • CPB; Euwals, R., Belastingherziening 2001 en de werkgelegenheid van vrouwen : een analyse op basis van de Enquête Beroepsbevolking
    Den Haag : CPB, 2005. 36 p.
    CPB document, nr. 100
    Delen van de belastingherziening hebben betrekking op fiscale partners en zijn erop gericht de belastingdruk op de partner met het laagste (potentiële) arbeidsinkomen, in meerderheid vrouwen, te verlagen. Een belangrijk doel hiervan is een hogere arbeidsmarktparticipatie en werkgelegenheid van deze partners. Een analyse op basis van de Enquête Beroepsbevolking 1992-2003 laat zien dat de herziening een positief effect gehad kan hebben op de groei van de werkgelegenheid van gehuwde vrouwen. In alle beschouwde gevallen wordt namelijk gevonden dat de werkgelegenheid van deze groep na 2001 sneller is gaan groeien dan die van vergelijkbare groepen alleenstaande vrouwen. Hoewel het gevonden effect statistisch niet significant is wijst het wel in dezelfde richting als de verwachte effecten op basis van ex ante evaluaties. Daarenboven is het zonder meer duidelijk dat de werkgelegenheid van gehuwde vrouwen sterk toeneemt. Dit vormt een duidelijk positief signaal voor de doelstelling van de emancipatie van niet-werkende partners. (B24611)

  • Commander, S.; [et al.], Migrating workers and jobs: a challenge to the European social model?
    Bonn : IZA, 2006.
    IZA Discussion Paper, nr. 1933
    Deze discussiepaper gaat uit van twee veronderstellingen. De eerste is dat Europese landen te maken zullen krijgen met een toenemende immigratie van individuen. De tweede is dat emigratie van werk vanuit Europa naar andere regio's door middel van offshoring ook zal toenemen. Beide factoren zorgen voor een grote onzekerheid van Europese werknemers. De paper heeft twee doelstellingen: als eerste het plaatsen van de brede discussie over het verplaatsen van werkgelegenheid en loonwijzingen als gevolg van immigratie en offshoring op een stevigere empirische basis. En als tweede, het onderzoeken van de veranderingen in het Europese sociaal model, die de Europese economieën in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen en de mogelijkheden die zijn ontstaan door de toenemende globalisering van de opkomende markten. (B24535)

  • CPB; [et al.], Five Lisbon highlights : the economic impact of reaching these targets
    Den Haag : CPB, 2006.
    CPB document, nr. 104
    De Lissabon agenda kan een substantiële bijdrage leveren aan de Europese economie en werkgelegenheid. In 2000 hebben de Europese leiders afgesproken om de economische groei en werkgelegenheid te stimuleren en de Europese economie de meest concurrerende ter wereld te maken. Als Europa de doelstellingen bereikt die toen bepaald zijn, zou het BBP met 12 tot 23% kunnen toenemen en werkgelegenheid met ongeveer 11%. Deze conclusie volgt na de analyse van vijf van de meest belangrijke Lissabon doelstellingen te weten: de interne markt voor diensten, een vermindering van de administratieve lasten, doelstellingen om het menselijk kapitaal te vergroten, de 3% doelstelling voor uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling en de 70% doelstelling voor werkgelegenheid. De economische gevolgen van deze doelstellingen worden in het rapport gekwantificeerd door gebruik te maken van het CPB model WorldScan: een algemeen-evenwichtsmodel voor de wereldeconomie. (B24494)

  • Ashiagbor, D.[et al.] The European employment strategy : labour market regulation and new governance
    Oxford : Oxford University Press, 2005. 351 p.
    Oxford monographs on labour law
    De publicatie brengt de ontwikkeling van de Europese werkgelegenheidsstrategie in kaart en beschrijft de gevolgen van de strategie voor het arbeidsrecht en de arbeidsverhoudingen. Verder biedt de publicatie een interdisciplinair onderzoek van de Europese sociale wetgeving en het werkgelegenheidsbeleid, en onderzoekt het de aspecten van de door de Europese werkgelegenheidsstrategie ontstane vormen van 'nieuw bestuur', zoals de open coördinatiemethode. Deze methode brengt evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de Gemeenschap en die van de lidstaten. In een hoofdstuk over de invloed van de Europese werkgelegenheidsstrategie op het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, wordt een vergelijking gemaakt tussen Nederland en Groot Brittannië. In deze vergelijking wordt gekeken naar het verschil in aanpak van de 'derde weg'. Wat Nederland betreft komen aan de orde de "Dutch miracle', de hervormingen van de verzorgingsstaat en flexibiliteit en zekerheid. Wat Groot-Brittannië betreft wordt aandacht besteed aan de invloed van de 'Third way' gedachte, en aan employability en aanpassingsvermogen. (B24453)

  • Stichting van de Arbeid, Bijdrage van de Nederlandse sociale partners aan het nationaal hervormingsprogramma 2005 - 2008 in het kader van de Lissabonstrategie
    Den Haag : StvdA, 2005.
    Publicatienr. 7/05
    In deze nota wordt beschreven op welke wijze sociale partners in Nederland een bijdrage leveren aan de realisering van het Nationaal Hervormingsplan 2005. Het Nationaal Hervormingsprogramma 2005 heeft (evenals de Nationale Actieplannen in de voorafgaande jaren) als basis de algemeen economische richtsnoeren en de werkgelegenheidsrichtsnoeren zoals vastgesteld door de Europese Unie in het perspectief van de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen. Deze nota beschrijft de eigen inzet van sociale partners in Nederland ter realisering van die doelstellingen. De bijdrage van sociale partners aan genoemde doelstellingen verloopt via twee lijnen en wel: a. via het, waar mogelijk, coördineren van het eigen CAO-beleid met het (sociaal-economisch, fiscaal en budgettair) beleid van de overheid en anderzijds; b. via het adviseren van het kabinet op belangrijke onderdelen van sociaal-economisch beleid als sociale zekerheid, arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg e.d. middels hun deelname in de Sociaal-Economische Raad en de Stichting van de Arbeid.
    Bevat ook: Contribution of the social partners in the Netherlands in the National Reform Programme 2005 - 2008 in the context of the Lisbon strategy. (B24405)

  • Min. EZ, Nationaal hervormingsprogramma Nederland 2005-2008 in het kader van de Lissabonstrategie
    Den Haag : Min. EZ, 2005.
    In het programma staan de maatregelen die op nationaal niveau worden genomen in relatie tot de Lissabonagenda. Alle EU-lidstaten stellen een keer in de drie jaar zo’n programma op, als onderdeel van de vernieuwde aanpak van de Lissabonstrategie. Het Nederlandse hervormingsprogramma laat zien hoe Nederland in de komende jaren de economische groei en werkgelegenheid wil vergroten. De focus ligt daarbij vooral op het terrein van het arbeidsaanbod en het vergroten van het innovatievermogen. Daarnaast is er veel aandacht voor het stimuleren van het concurrentie- en vernieuwingsvermogen, het vergroten van het aanpassingsvermogen en voor menselijk kapitaal. Over de uitvoering van het programma doen de lidstaten jaarlijks verslag in een implementatierapport. Bij het opstellen van het programma zijn de sociale partners en de lokale en regionale overheden geraadpleegd. (B24100)

  • Dustmann, C. ; [et al.], Immigration, jobs and wages: theory, evidence and opinion
    Londen : CEPR, 2005.
    Het effect van immigratie op de welvaart van de zittende bevolking is een centraal en voortdurend punt in het publieke debat van veel potentiële immigratielanden. Het gaat hierbij vooral om mogelijke gevolgen voor de arbeidsmarkt, de welvaart en de verdeling ervan. Kort historisch overzicht van ervaringen sinds de Tweede Wereldoorlog met een eenvoudig model, dat aantoont hoe immigratie kan inwerken op de economie. (B24047)

  • Becker, U.; [et al.], Employment 'miracles' : a critical comparison of the Dutch, Scandinavian, Swiss, Australian and Irish cases versus Germany and the US
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2005.
    Changing welfare states
    Was de 'miraculeuze' ontwikkeling van de werkgelegenheid in de jaren '90 en net na de eeuwwisseling in onder andere Australië, Nederland en Denemarken inderdaad een wonder, of lag hieraan een uitgekiende strategie ten grondslag? Meestal wordt de oorzaak gezocht in het economisch beleid en de loonmatiging zoals vastgelegd in cao's, die een toenemende export en een afnemende werkloosheid tot gevolg zouden hebben gehad. De publicatie laat zien laat zien dat toevallige omstandigheden minstens zo belangrijk zijn voor de banengroei als een weloverwogen beleid. Opvallend is vooral de invloed van een sterke huizenmarkt op de economische groei en werkgelegenheid. Loonmatiging, vaak beschouwd als doorslaggevende factor, maakt daarentegen weinig verschil. Hetzelfde geldt voor neoliberale stokpaardjes als het snijden in de uitkeringen en flexibilisering van de arbeidsmarkt om een sterke concurrentiepositie te behouden. Becker en Schwartz laten zien dat de meeste van de onderzochte landen, vooral Scandinavische, door de handhaving van een genereus sociaal bestel een reëel alternatief bieden voor de dominante liberale weg naar werkgelegenheidsgroei. Bevat de volgende bijdragen: Introduction: miracles, mirages and markets; The Dutch Model: magic in a flat landscape?; Employment and unemployment in Denmark and Sweden: success or failure for the universal welfare model?; The evolution of the Finnish model in the 1990s: from depression to high-tech boom; The Swiss miracle: low growth and high employment; Recasting the story of Ireland’s miracle: policy, politics or profit?; The Australian miracle: luck, pluck or being stuck down under?; Last year’s model? Reflections on the American model of employment growth; The German contrast. On bad comparisons, special circumstances, luck and policies that turned out to be wrong; Conclusion: The importance of lucky circumstances, and still the liberal-social democratic divide. (B23768)

  • Min. SZW; [et al.], Belemmeringen sluitende aanpak : eindrapport
    Leiden : Research voor Beleid, 2005.
    In het kader van de Sluitende aanpak moet iedere bijstandsgerechtigde, die niet binnen twaalf maanden uitstroomt uit de uitkering, binnen deze 12 maanden een arbeidsmarktgericht aanbod van de gemeente krijgen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rapporteert jaarlijks over de sluitende aanpak voor werkzoekenden. Met name de sluitendheid voor de gemeentelijke doelgroep blijft achter bij de doelstelling van volledige sluitendheid. Om meer zicht te krijgen op de achtergrond van het uitblijven van volledige sluitendheid is door het ministerie een onderzoek uitgevoerd onder gemeenten. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel van het onderzoek heeft het ministerie gesprekken gevoerd met enkele gemeenten over mogelijke oorzaken en oplossingen. Dit deel van het onderzoek was vooral kwalitatief van aard. Het tweede deel van het onderzoek betreft een kwantificering van de uit de gesprekken naar voren gekomen oorzaken en oplossingen. Het resultaat van het kwalitatieve deel was een lijst van stellingen die, middels een webenquête, in het tweede deel van het onderzoek door Research voor Beleid aan alle gemeenten is voorgelegd. (B23764)

  • Marx, I.; [et al.], Low-wage employment in Europe : perspectives for improvement
    Leuven : Acco, 2005.
    Wat Europa nodig heeft, is niet alleen meer banen. De echte uitdaging is om te zorgen voor banen die uitzicht bieden op een beter leven, niet alleen voor degenen die nu buiten het arbeidsproces staan maar ook voor degenen die vast blijven zitten in slecht betaalde banen. Daarom is er behoefte aan banen die: zorgen voor inkomenszekerheid, combineerbaar zijn met het privéleven, genoeg voldoening geven, en uitzicht bieden op vooruitgang. In dit boek worden een aantal beleidsaanbevelingen voor Europa gedaan. Meer dan 20 auteurs die deel uitmaken van het LoWER-researchnetwerk bespreken een groot aantal aspecten, o.a. de rol van scholing en onderwijs, minimumlonen, zorgvoorzieningen, de rol van de consumentenvraag naar diensten en werkgeversgeoriënteerd beleid. Bevat de volgende bijdragen. Part I. The role demand: The employment impact of differences in demand and production structures; Employment in distribution, productivity and the growth of consumption; Retail employment and wage rigidities. Part II. Perspectives for the low skilled: Benchmarking low-wage employment; Low-paid employment, work incentives and social protection; How important are institutional settings to prevent marginalisation of part-time employment?; Women at work: two steps forward, one step back?; The impact of minimum wages on job flows; measuring labour market performance on jobs and pay at the individual and household level; What can we learn from the recent job satisfaction literature? Part III. Training and upskilling the workforce: Employers and training, what do we know and what do we not know?; Skill obsolescence and employability; Vocational and continuing training. Part IV. Employer and union behaviour: Employer behaviour in the low wage labour market; Which policies for Europe; Conclusion: Unresolved issues and an agenda for future research. (B23707)

  • CPB; [et al.], Is the European economy a patient, and the Union its doctor? : on jobs and growth in Europe
    Den Haag : CPB, 2005.
    CPB document, nr. 80
    Een sterkere nadruk op banen en groei moet een nieuwe impuls geven aan de Lissabon-strategie. Dit zal echter niet bijdragen aan sociale gelijkheid en het milieu. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat hogere productiviteitsgroei zal bijdragen aan de financiële houdbaarheid van de sociale voorzieningen. Terugkijkend is de werkgelegenheid in de Europese Unie toegenomen, terwijl de productiviteitsgroei afneemt. Het laatste kan niet direct verklaard worden uit (dalende) investeringen in kennis. De huidige, relatief lage, productiviteitsgroei is de keerzijde van twee successen in het verleden: veel Europese landen hebben hun achterstand op de Verenigde Staten in productiviteit ingelopen door tijdelijk hogere groei, én de werkgelegenheidsgroei is erg hoog geweest in de tweede helft van de jaren negentig. Voor de toekomst heeft de combinatie van de Open Methode van Coördinatie (OMC) met Nationale Actie Plannen Europa te veel en te weinig te bieden: de empirische grond voor Europese inmenging in nationaal werkgelegenheidsbeleid is zwak, terwijl de OMC te weinig mogelijkheden biedt om tot een gemeenschappelijk innovatiebeleid te komen. (B23581)

  • Stichting van de Arbeid, Rapportage uitvoering Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren in 2004 (inclusief Engelse vertaling)
    Den Haag : StvdA, 2004.
    Publicatienr. 14/04
    Werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid hebben in december 2004 een rapportage vastgesteld ten behoeve van de Europese Sociale Dialoog inzake de implementatie van de Europese Werkgelegenheidsrichtsnoeren in 2004 door sociale partners. (B23497)

  • RWI, Duizenden werkloze jongeren buiten bereik arbeidsmarktbeleid
    Den Haag : RWI, 2004.
    Analyse van de problematiek van werkloosheid onder jongeren. Uit de analyse van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) blijkt dat vele tienduizenden werkloze jongeren buiten het bereik van het arbeidsmarktbeleid vallen. Dit komt vooral omdat zij niet bij het CWI staan ingeschreven. Hierdoor zijn deze jongeren onbereikbaar voor allerlei bemiddelings- en scholingsactiviteiten. De RWI concludeert hieruit dat de problematiek van de jeugdwerkloosheid nog steeds onderschat wordt. Op dit moment zijn ongeveer 130.000 jongeren problematisch werkloos. (B23121)

  • ETUI; [et al.], Are activation policies converging in Europe? : the European employment strategy for young people
    Brussel : ETUI, 2004.
    Activering wordt gezien als het sleutelwoord in de Europese werkgelegenheidsstrategie en de hoeksteen van het Europese sociaal model. In het boek komt aan de orde in hoeverre in het nationale arbeidsmarktbeleid van de diverse Europese landen hier rekening mee wordt gehouden. Deel 1. 'Activation policies and welfare state: Horizontal trends', bevat de volgende bijdragen: The EU's concept of activation for young people: towards a new social contract?; Activation policies: a comperative perspective; Trends in unemployment, employment policies, and the absorption of young people into employment; The rhetoric of activation and its effects on the definition of the target groups of social integration policies. Deel 2. 'Activation policies in comperative perspective' bevat de volgende bijdragen: Comparing youth activation policies in Denmark and the United Kingdom; The Danish experience of labour market policy and activation of the unemployed; Active young people in Europe: Denmark, Germany and the UK; Activation policies and employment norms: the situation in France compared with experiences in four European countries (Belgium, Denmark, the Netherlands, UK); Activation policies need careful policy design and monitoring: lessons from Canada and Germany; Activation in youth unemployment policy in Germany and Austria; Activation strategies or the labour market imperative. An outline for a comparison of contemporary rationales and practices of social engineering in the UK, Sweden, France and Spain. Deel 3 'Activation and social exclusion: case studies and policy lessons' bevat de volgende bijdragen: Long-term unemployment and the risk of social exclusion among young people: recommendations for activation policies; Good practice in activation at local level: Conclusion: towards convergences of European activation policies? (B22880)

  • Taskforce jeugdwerkloosheid; Min. SZW; Min. OC en W, Samen aan het werk : werkplan Taskforce Jeugdwerkloosheid 2004
    Den Haag : Tas, 2004
    Dit werkplan beschrijft de werkwijze, de taken en de organisatie van de Taskforce Jeugdwerkloosheid voor het jaar 2004. De Taskforce zal jaarlijks met een nieuw werkplan komen waarin de belangrijkste thema’s voor dat jaar benoemd worden. In 2004 richt de Taskforce zich op het realiseren van ‘jeugdbanen’ en het versterken van samenwerking. De Taskforce zal daarbij zoveel mogelijk aanhaken bij bestaande regionale initiatieven. (B22463)

  • Employment Taskforce; Kok, W., Jobs, jobs, jobs : creating more employment in Europe
    Z.P. : Employment Taskforce, 2003.
    Het rapport begint met een analyse van de uitdagingen waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd. Als belangrijkste uitdagingen worden de globalisering en economische integratie alsook de vergrijzing van de bevolking genoemd. Het rapport is opgebouwd rond vier inhoudelijke hoofdpunten, waarbij gebruik wordt gemaakt van goede voorbeelden uit individuele lidstaten om te laten zien welke maatregelen effectief zouden kunnen zijn. De eerste drie hebben betrekking op de belangrijkste terreinen waar de lidstaten beleid moeten voeren om de werkgelegenheidsgroei te bevorderen en de productiviteit te verhogen (vergroting van het aanpassingsvermogen, vergroten van het arbeidsaanbod, meer en effectiever investeren in menselijk kapitaal). Het vierde punt betreft de daadwerkelijke implementatie van hervormingen. (B22480)

  • Ligteringen, B., Het nieuwe werken
    Utrecht : Spectrum, 2003.
    Wie heeft straks nog een baan en wat voor een baan, zo vraagt Ligteringen zich in zijn boek af. De auteur omschrijft een toekomstig arbeidsbestel waarbij slechts 30 procent van de werkenden de zekere en goedbetaalde banen bezet. Nog eens 30 procent heeft werk dat soms niet eens slecht wordt betaald, maar dat wel onzeker is. De resterende 40 procent verricht marginaal werk of is al uitgestoten uit het arbeidsproces. In zijn boek analyseert Ligteringen de veranderingen die zich in de afgelopen decennia in ons arbeidsbestel hebben voltrokken. Hij ziet de voortdurende pogingen om de arbeidsproductiviteit van werknemers te vergroten als de belangrijkste katalysator van de veranderingen in het arbeidsbestel. Terwijl op de werkvloer steeds meer banen verdwijnen, neemt het aantal managementfuncties enorm toe. Ten onrechte stelt Ligteringen. Het voortdurende streven naar de verhoging van de productiviteit is volgens Ligteringen ook een belangrijke drijfveer achter de globalisering van de wereldeconomie. Die globalisering veroorzaakt massale verschuivingen van arbeid. (B22158)

  • GroenLinks, Tweede Kamerfractie, Het 100.000 banenplan : beleidsdoelen 2004-2007 en tegenbegroting 2004 : voorstellen voor een ander budgettair en werkgelegenheidsbeleid
    Den Haag : GroenLinks, 2003.
    Alternatieve begroting van GroenLinks. Hiermee worden in 2004, 40.000 banen extra gecreëerd. Tijdens de komende kabinetsperiode loopt dat op tot 100.000 banen. De tegenbegroting laat zien hoe je tegelijkertijd kunt zorgen voor: meer banen, een eerlijkere inkomensverdeling, betere publieke voorzieningen, en een prettiger en groene leefomgeving. (B22008)

  • CPB, Contra-expertise effecten BTW-verlaging arbeidsintensieve diensten
    Den Haag : CPB, 2003. 30 p.
    Het Ministerie van Financiën heeft in zijn brief van 2 april 2003 aan het Centraal Planbureau gevraagd om de evaluatie van Research voor Beleid (RvB) naar de effecten van de BTW-verlaging voor arbeidsintensieve diensten te beoordelen. Deze notitie schetst een analytisch kader voor bestudering van de effecten van de BTW-verlaging op de werkgelegenheid. Daarbij is aandacht voor de kanttekeningen die in de Tweede Kamer en in de brief van de werkgevers- en werknemersorganisaties bij het onderzoek van RvB zijn geplaatst. (B21769)

  • Europese Cie; Eurostat, Employment and labour market in Central European countries
    Luxemburg : European communities, 2002.
    Onderzoek naar verschillende aspecten van werkgelegenheid en werkloosheid in verschillende Europese landen en regio's. De kern van deze publicaties beslaat drie analytische segmenten, namelijk de recente arbeidsmarkt trends, de regionale arbeidsmarkt en speciale onderwerpen. (B21684)

  • OSA; [et al.], De kwalitatieve structuur van de werkgelegenheid in Nederland, deel V : trends in beroepsniveau en overscholing in de periode 1987-2000
    Tilburg : OSA, 2003.
    OSA-publicatie, A196
    Trendanalyse van veranderingen in de kwalitatieve structuur van de werkgelegenheid in de periode 1987-2000. Allereerst bevat het rapport een algemene beschrijving van de kwalitatieve structuur van de werkgelegenheid in Nederland over de periode 1987-2000. Daarna komt de aansluiting tussen opleiding en beroepsniveau aan de orde. Geanalyseerd worden de aansluitingsproblemen tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt vanuit gezichtspunt van de werknemers. Vervolgens wordt de positie van enkele doelgroepen van het werkgelegenheidsbeleid, die in een of meer opzichten een achterstand hebben op de arbeidsmarkt, nader onderzocht (vrouwen, oudere werknemers en allochtonen). Het rapport behandelt verder de verschuivingen in de beroepsstructuur van de werkgelegenheid voor werknemers en zelfstandigen, en de ontwikkeling in de beroepsniveaustructuur in relatie tot veranderingen in de bedrijfstakstructuur. Uit het onderzoek blijkt dat de in het begin van de jaren negentig opgetreden groei in het beroepsniveau van de werkenden zich met verminderde vaart heeft voortgezet. Deze groei is voornamelijk het gevolg van het stijgende aandeel werknemers in de hoogste beroepsniveaus. Het gemiddelde scholingsniveau van de werkenden is ook in het laatste decennium van de vorige eeuw sterker toegenomen dan het beroepsniveau, met overscholing als consequentie. Uit het onderzoek blijkt verder dat zelfstandigen in de jaren negentig steeds meer de hogere beroepen uitoefenen. Gemiddeld is hun beroepsniveau steeds hoger dan dat van werknemers in loondienst. Verder blijkt dat vrouwen hun achterstand in beroepsniveau ten opzichte van mannen snel hebben verkleind in de jaren negentig. Ook ontstaat er een beeld dat de werkgelegenheid steeds kennisintensiever is geworden. Dit komt tot uitdrukking in het stijgende aantal banen van specialisten, managers en leidinggevenden. (B21661)

  • Schmid, G.; Gazier, B. [et al.], The dynamics of full employment : social integration through transitional labour markets
    Cheltenham : Edward Elgar, 2002. 443 p.
    Langdurige werkloosheid wordt gezien als een van de belangrijkste mechanismen van sociale en politieke uitsluiting. Deze publicatie geeft een nieuwe benadering van het vraagstuk van volledige werkgelegenheid in de huidige samenleving. Het biedt een internationaal vergelijkende interdisciplinaire benadering van en bekijkt de arbeidsmarkt niet alleen als economisch maar ook als een sociaal instituut. Deel I 'Change and performance of employment systems' bevat de volgende bijdragen. Employment systems in transition: explaining performance differentials of post-industrial economics; Flexibility and security: labour market policy in Austria, Denmark, Ireland and the Netherlands; Employment systems and transitional labour markets: a comparison of youth labour markets in Germany, France and the UK. In deel II 'Theoretical and normative developments' zijn opgenomen: Towards a theory of transitional labour markets; Transitional labour markets: from positive analysis to policy proposals; The legal regulation of transitional labour markets. Deel III 'Applications and policy strategies' bevat: The dynamics of employmnet in the European Union an exploratory analysis; From salary workers to entrepreneural workers?; Working-time transitions and transitional labour markets; How can active policies be made more effective?; Transitional labour markets and the European social model: towards a new employment compact. (B20956)

  • ETUI; [et al.], Social developments in the European Union 2001 : third annual report
    Brussel : ETUI, 2002.
    Jaarrapport over de sociale ontwikkelingen in Europa. Aan de orde komen de Europese werkgelegenheidsstrategie; sociale dialoog en ontwikkelingen in sociale wetgeving; het beleid tegen armoede en sociale uitsluiting; pensioenen; de aandacht voor de sociale dimensie van de uitbreiding van de EU; economische dialoog; de toekomst van de Unie na het verslag van Laken. (B20946)

  • Best, E.; [et al.], From Luxembourg to Lisbon and beyond : making the employment strategy work
    Maastricht : EIPA, 2002.
    Hoe goed werkt de Europese werkgelegenheidsstrategie, en hoe kan deze in de toekomst worden verbeterd. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Introduction: making the employment strategy work; Five years of the European employment strategy: achievements, prospects and limits of the open method of coördination; The open method of coördination: an effective instrument for social and economic management in a system of multi-level governance?; The European employment strategy and the open method of coördination: mixed results and multiple challenges; The future of the European employment strategy: the Dutch experience; The social partners and the European employment strategy: the view of UNICE; Trade union reflections on the European Employment strategy; Fruitful or fashionable? Can benchmarking improve the employment performance of national labour markets?; Peer review in the European employment strategy: a preliminary evaluation of the results so far; Improving the delivery of employment services: a core concern of the European employment strategy; The Luxemburg process and the structural funds: two tracks of one employment strategy?; The employment strategy and the enlargement of the Union. (B20878)

  • Zijl, M.; [et al.], Dutch experiences with the European employment strategy
    Amsterdam : SEO, 2002.
    Door SEO uitgevoerd onderzoek naar de Nederlandse ervaringen met de Europese werkgelegenheidsstrategie. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de Europese werkgelegenheidsstrategie zoals deze in 2002 plaatsvindt. Ingegaan wordt op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in Nederland; het Nederlandse beleid op basis van de Europese richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid; de effectiviteit van het Nederlandse beleid voor wat betreft: het activerend sociaal beleid (o.a. arbeidsbemiddeling, beroepsonderwijs, loonkostensubsidie en het scheppen van banen), gelijke kansen (kinderopvang, ouderschapsverlof, arbeidstijden, sociale zekerheid, gelijke beloning), modernisering van de arbeidsorganisatie (flexibiliteit en zekerheid, arbeidstijden, employability). (B20451)

  • Europese Cie, Werkgelegenheids- en sociaal beleid van de EU voor 1999-2001 : banen, samenhang, productiviteit
    Luxemburg : EG, 2001.
    Werkgelegenheid en sociale zaken
    Rapport over het werkgelegenheidsbeleid en het sociaal beleid van de EU. Met bijdragen over de Europese werkgelegenheidsstrategie; de wisselwerking tussen economisch, werkgelegenheids- en sociaal beleid; het verbeteren van de toegang tot de arbeidsmarkt voor kansarme groepen; mobiliteit een nieuwe Europese arbeidsmarkten; banen in de informatiemaatschappij; de sociale dialoog; gelijke behandeling; moderne en betaalbare sociale zekerheid; de voorbereiding op de uitbreiding van de EU. (B20346)

  • Europese Cie; Carone, G.; Salomäki, A., Reforms in tax-benefit systems in order to increase employment incentives in the EU
    Brussel : Cie EG, 2001.
    Economic Papers, nr. 160
    In deze publicatie worden de rol van de belastingen en sociale uitkeringen in relatie met het functioneren van de arbeidsmarkt vergeleken. Tevens word de recente vooruitgang in de hervorming van belastingen en sociale voorzieningen in de EG lidstaten bekeken in het licht van economische stimuleringsmaatregelen voor meer werkgelegenheid en het scheppen van banen. Op basis van vergelijkend cijfer materiaal wordt geprobeerd te vast te stellen of concrete maatregelen die door EG landen zijn genomen daadwerkelijk de belastingdruk op arbeidskosten en met name de lage inkomens verlicht. (B19981)

  • CPB; Min. EZ; Min. VROM, De BLM : opzet en recente aanpassingen
    Den Haag : CPB, 2002. 177 p.
    In het kader van de Bedrijfslocatiemonitor (BLM) staan drie activiteiten centraal: ten eerste het volgen van de feitelijke ontwikkelingen op het gebied van de regionale werkgelegenheid en terreinuitgifte, ten tweede het maken van toekomstverkenningen van de ruimtevraag van bedrijven, het bijhouden van het ruimteaanbod en het identificeren van eventuele ruimtelijke knelpunten, en ten laatste het verrichten van onderzoek op het gebied van de ruimtelijke economie. In deze publicatie komt de terreinquotiëntenmethode aan de orde, die in de BLM wordt gehanteerd bij het maken van toekomstverkenningen van de ruimtevraag voor bedrijven. Deze methode gaat uit van een positief en lineair verband tussen werkgelegenheid en ruimtevraag via de terreinquotiënt (de verhouding tussen ruimtegebruik en werkgelegenheid). In de BLM wordt de ruimtevraag verdeeld naar sector, regio en locatietype. Verder houdt de BLM ook rekening met jaarlijkse onttrekkingen aan de bedrijfslocaties, omdat ter vervanging hiervan nieuwe locaties moeten worden gevonden. (B20231)