Literatuurlijst Arbeidsmarkt

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen en brochures - Standaardwerken

 

  • ILO, The youth employment crisis : time for action : report V : fifth item on the agenda International
    Geneve : ILO, 2012. 112 p.
    ILO-rapport over de jeugdwerkloosheid. Het eerste hoofdstuk bespreekt de kenmerken van de werkgelegenheidscrisis voor jongeren in kwantitatieve en kwalitatieve aspecten in de verschillende regio's en landen, en gaat in op de nieuwe uitdagingen. Het tweede hoofdstuk over fatsoenlijk werk voor jongeren, analyseert de patronen van interventies en beleid van landen over de hele wereld. En wijst op de belangrijke lessen die kunnen worden getrokken uit de ervaring van, en de antwoorden op de wereldwijde financiële crisis. Het gaat in op scholing, arbeidsmarktbeleid en -instituties, het bevorderen van jong ondernemerschap, sociale zekerheid voor jongeren. Het wijst ook op een grote tekortkoming - dat van de beperkte stem en participatie van jongeren zelf, bij het bepalen van hun heden en toekomst. Het derde hoofdstuk geeft een kort overzicht van de strategie van de ILO van ondersteuning, en van de belangrijkste mondiale en regionale partnerschappen gericht op werkgelegenheid voor jongeren. Het slothoofdstuk bevat conclusies en gaat in op mogelijke vervolgstappen. (B30850)

  • PvdA; Samsom, D., Keuzes voor de toekomst van Nederland
    [Den Haag] : PvdA, 2012. 56 p.
    De keuzes voor de toekomst van Nederland bevatten 7 hervormingen die erop gericht zijn de kracht van Nederland en het vertrouwen van de Nederlanders te herstellen. Deze hervormingen hebben betrekking op; de arbeidsmarkt, de zorg, wonen, veiligheid, onderwijs, duurzaamheid en de financiële sector. (B30821)

  • Min. SZW; Scheele, D. [et al.], Werkzame arbeidsrelaties voor een werkende arbeidsmarkt
    Den Haag : Min. SZW, 2012. 68 p.
    Duurzame inzetbaarheid is het centrale thema van het SZW congres van 2012. In deze bundel zijn van een aantal auteurs stukken bijeengebracht die de verdieping van het begrip Duurzame inzetbaarheid zoeken.
    Bevat de volgende bijdragen: Duurzame inzetbaarheid bij oudere werknemers, werk als waarde (Bron: Tijdschrift Gedrag & Organisatie 2011 (24) 4); De kwetsbaarheid van inzetbaarheid: een dynamisch perspectief; Volwaardige arbeidsrelaties en inzetbaarheid in de Universitair Medische Centra (Bron: Tijdschrift voor HRM (2 2011). (B30818)

  • UWV Werkbedrijf; IJzerman, S. [et al.], Regio in beeld 2011-2012 : de arbeidsmarkt in 30 arbeidsmarktregio's
    Amsterdam : UWV Werkbedrijf, 2012. 29 p.
    Regio in beeld biedt een overzicht en vergelijking van de ontwikkelingen in vraag, aanbod en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt in dertig arbeidsmarktregio’s. Het rapport haakt daarmee in op de behoefte van beleidsmakers voor actuele informatie over de eigen en andere regio’s. Dit biedt duidelijke handvatten voor het ontwikkelen van regionaal arbeidsmarktbeleid. Regio in beeld geeft de structuur en ontwikkeling van de werkgelegenheid in 2011 per regio weer. Daarnaast wordt gekeken naar de ontwikkeling van het aantal vacatures en kenmerken van vervulde vacatures. (B30806)

  • ESVLA, The second phase of flexicurity: an analysis of practices and policies in the Member States
    Dublin : ESVLA, 2012. 98 p.
    Flexicurity is een strategie bedoeld om flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt te verbeteren en staat al sinds de jaren 90 op de Europese beleidsagenda. In het licht van de recente economische crisis is de vraag gerezen of flexizekerheid, die werd ontwikkeld in tijden van goede economische- en arbeidsmarktprestaties, ook zou werken in 'slecht weer'. Dit onderzoeksproject heeft tot doel de uitvoering van flexizekerheid te onderzoeken in de Europese Unie door de analyse van een groot aantal instrumenten die een element van flexibiliteit en zekerheid combineren. (B30804)

  • Gier, E. de, Flexibele arbeidsmarkt vergt herwaardering bedrijfssociologie : afscheidsrede door prof. dr. Erik de Gier
    Nijmegen : Radboud Universiteit Nijmegen, 2012. 18 p.
    De voortgaande afbrokkeling van de verzorgingsstaat vergt een actievere bedrijfsspecifieke sociale politiek op organisatieniveau. Op dit moment is sociaal overheidsbeleid voornamelijk activerend arbeidsmarktbeleid dat wordt aangestuurd door de overheid en de sociale partners. Het sociale beleid van bedrijven en organisaties is in het verlengde daarvan in de loop der jaren te veel afhankelijk geworden van bedrijfsexterne instituties. Problematisch daarbij is dat het activerend beleid hoofdzakelijk gunstig uitvalt voor de beter opgeleide werknemers en tegelijkertijd beduidend minder positief voor de blauwe boorden en de onderkant van de arbeidsmarkt. Van voorbeelden uit het verleden in de arbeidsverhoudingen uit binnen- en buitenland kunnen we leren dat ook blauwe boorden gelijkwaardige aandacht op bedrijfsniveau vergen. Een ander daarmee samenhangend negatief gevolg van activerend beleid en de daaruit voortvloeiende flexibiliteit is toenemende vluchtigheid van arbeidsverhoudingen op bedrijfsniveau. Daardoor nemen binding en loyaliteit van werknemers aan organisaties af en mogelijk ook productiviteit. Herwaardering van de bedrijfssociologie kan bijdragen aan het oplossen van genoemde vraagstukken.
    Rede uitgesproken bij het afscheid als hoogleraar Comparatief arbeidsmarktbeleid aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen op vrijdag 9 december 2011.(B30803)

  • Regioplan Beleidsonderzoek; Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, Gevolgen werken naar vermogen voor burgers
    Amsterdam : Regioplan, 2012. 36 p.
    De CG-Raad heeft aan Regioplan gevraagd om de mogelijke gedragseffecten van de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in kaart te brengen op basis van het wetsvoorstel dat 27 januari 2012 naar de Tweede Kamer is gestuurd. De notitie geeft een beeld van de mogelijke gedragseffecten van de belangrijkste groepen die met de nieuwe wet te maken krijgen. (B30784)

  • Universiteit Leiden; Vliet, O. van; Nijboer, H., Flexicurity in the European Union: flexibility for outsides, security for insiders
    Leiden : Universiteit Leiden, 2012. 18 p.
    Departement of economics research memorandum, nr. 2012.2
    Doel van deze paper is te analyseren in welke mate het arbeidsmarktbeleid in landen van de EU is hervormd, langs de lijnen van het flexicurity-concept. (B30759)

  • UvA; Flex Work Research Centre; Sol, E.; Houwing, H.; Muffels, R. [et al.], Wat is de zekerheid in flex & zeker?
    Amsterdam : UvA, 2011. 88 p.
    Flexwork Research reeks, nr. 1
    In deze bundel laten auteurs van verschillende disciplines via hun onderzoek zien of en zo, ja hoe overheden, sociale partners en werkgevers tegemoet komen aan inkomens- en werkzekerheid vanuit de toenemende behoefte aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Afhankelijk van hun insteek spreken sommigen van een ‘zero sum game’ of ‘niet te vermijden trade offs’, anderen van een ‘winwin’ of ‘positive sum game’ als ze de relatie tussen effectiviteit en gelijkheid, waaraan het onderwerp flexibiliteit-zekerheid refereert, onder de loep nemen. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Flexibiliteit én zekerheid op de arbeidsmarkt; Een unieke aanpak van 'flexicurity'?; Flexibiliteit en werkzekerheid: diversiteit en dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt; Is het flexizekerheidsconcept (in) de beperking meester? (B30751)
     
  • UWV; Houwing, H., F.I.S Flexicurity integrated services : desk analysis in the Netherlands
    [Amsterdam] : UWV, 2011. 32 p.
    In 2011 heeft UWV Kenniscentrum voor een vergelijkend Europees onderzoek naar ‘flexicurity’ de Nederlandse situatie in kaart gebracht. ‘Flexicurity’ is in dit onderzoek gedefinieerd als de zekerheid dat men snel vanuit werkloosheid of een baan nieuw werk kan vinden (werkzekerheid). Scholing speelt hierbij een belangrijke rol.
    Uit het onderzoek blijkt dat sector-overstijgende scholing (nog steeds) lastig te organiseren is, scholing wordt vaak pas ingezet als ontslag dreigt en niet gedurende de loopbaan (curatief i.p.v. preventief). Ook wordt ingegaan op de unieke positie die de mobiliteitscentra innemen in het Nederlandse systeem van mobiliteit en werkzekerheid
    Zie B30734 voor eindrapport totale project. (B30735)
     
  • Europese Cie; UWV; Fondirigenti, FIS flexicurity integrated services : final report
    Brussel : EU, 2011. 46 p.
    Bij 'flexicurity' staat de balans tussen flexibiliteit en zekerheid (security) op de arbeidsmarkt centraal. Een belangrijk middel om werkzekerheid te realiseren is scholing. In 2011 heeft een Europees project-team, waar ook UWV Kennniscentrum deel van uitmaakte, onderzoek gedaan naar 'flexicurity' op de arbeidsmarkt in 5 verschillende Europese landen. Daarbij is onderzocht hoe scholing bijdraagt aan werkzekerheid en hoe dit het beste georganiseerd kan worden. De nadruk ligt op samenwerking tussen verschillende partijen: sociale partners, private opleiders, uitkeringsinstanties, de overheid etc
    Zie ook B30735 voor rapport over Nederland (B30734)
     
  • CEDEFOP, Empowering the young of Europe to meet labour market challenges : findings from study visits 2009/10
    Luxemburg : EU, 2011. 101 p.
    Studiebezoeken aan specialisten in het beroepsonderwijs en beleidsuitvoerders in het kader van het leven-lang-leren programma 2007-13. Aandacht voor verschillende vormen van beroepsonderwijs, leermethoden die helpen bij de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en het begeleiden van keuzes bij aanleg en beroepsbehoeften. Ze laten ook zien hoe programma's kunnen worden aangepast aan leerkrachtbehoeften en -competenties en de noodzaak van leerkrachtontwikkeling. (B30546)
     
  • RWI, Kennis van arbeidsmarktzaken : advies over gebruik en inhoud van arbeidsmarktinformatiebronnen
    Den Haag : RWI, 2012. 17 p.
    Arbeidsmarktbeleid kent twee belangrijke invalshoeken: de sectorale en de regionale. Aan sectorale arbeidsmarktinformatie besteedt de RWI uitgebreid aandacht in het project Sectorale Arbeidsmarktinformatie. In dit advies ligt het accent dan ook op de regionale invalshoek. Ten behoeve van de formulering van dit advies heeft de RWI, zoals gezegd, onderzoek laten verrichten naar verbetermogelijkheden van arbeidsmarktinformatiebronnen vanuit gebruikersperspectief. (B30681)
     
  • RWI; Research voor Beleid; Folkeringa, M.; Grijpstra, D.; Klaver, P. de; Verhoeven, W., Arbeidsmarktinformatiebronnen : de inhoud, kwaliteit en bruikbaarheid op regionaal niveau van arbeidsmarktinformatiebronnen
    Den Haag : RWI, 2012. 73 p.
    De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) heeft opdracht gegeven voor een onderzoek naar de bronnen van arbeidsmarktinformatie. Doel was meer inzicht te krijgen in de inhoud, kwaliteit en bruikbaarheid op regionaal niveau van arbeidsmarktinformatiebronnen, de mogelijke lacunes erin en het feitelijke gebruik ervan. Research voor Beleid en EIM voerden het eerste deel van het onderzoek uit (naar de inhoud en de kwaliteit van bronnen alsmede naar wat de literatuur zegt over de bruikbaarheid) en CAB Groningen het tweede deel (naar de bruikbaarheid en het feitelijke gebruik en verdere wensen volgens de gebruikers). Het rapport is de resultante van het eerste deel van het onderzoek. Het geeft inzicht in de stand van zaken op het gebied van beschikbare arbeidsmarktinformatiebronnen. (B30680)
  • SCP; Josten, E.; Vlasblom, J. D.; Voogd-Hamelink, M. de, Vraag naar arbeid 2011
    Den Haag : SCP, 2012. 118 p.
    SCP-publicatie, nr. 2012-7
    Dit rapport geeft een overzicht van veranderingen in het personele beleid van werkgevers in het afgelopen decennium. Ingegaan wordt op de personeelsstromen in en uit de organisatie, en het werkgeversbeleid op de terreinen beloning, scholing, afstemming arbeid-privé en oudere werknemers. Ook laat het rapport zien welke overheidsmaatregelen werkgevers wensen. (B30679)
     
  • OECD; Stevens, B. [et al.], The future of families to 2030
    Parijs : OECD, 2012. 279 p.
    Sinds de jaren zestig is de samenstelling van huishoudens veranderd. Grote gezinnen zijn verdwenen. Door de vele echtscheidingen zijn er minder traditionele twee-oudergezinnen. Hertrouwen, samenwonen, alleenstaand ouderschap en relaties tussen hetzelfde geslacht zijn toegenomen. Door de stijgende migratie zijn culturen en waarden divers geworden. Meer moeders zijn aan het werk op de arbeidsmarkt, jongeren besteden meer tijd aan onderwijs en opleiding, en ouderen leven langer en steeds vaker alleen. De gevolgen van deze veranderingen op huisvesting, pensioenen, gezondheidszorg en langdurige zorg, de arbeidsmarkt, het onderwijs en de openbare financiën, zijn opmerkelijk. Recente demografische projecties wijzen erop dat de komende 20 jaar waarschijnlijk een voortzetting en zelfs een toename van veranderingen in de huishoudens- en gezinsstructuur te zien zal zijn. Dit rapport verkent mogelijke toekomstige veranderingen in het gezin en de samenstelling van huishoudens in OESO-landen, geeft aan wat de belangrijkste krachten lijken te zijn in het vormgeven van het familielandschap tussen nu en 2030, en gaat in op de langere termijn uitdagingen voor het beleid dat voortvloeit uit de te verwachte veranderingen.
    Bevat de volgende hoofdstukken:
    The future of families to 2030: an overview of projections, policy challenges and policy options; The future for low-income families and social cohesion; Work-family life balance: future trends and challenges; The role of the elderly as providers and recipients of care. (B30634)
     
  • SEO; Min. BZK; Volkerink, M.; Theeuwes, J.; Prins, J.; Heyma, A.; Dur, R., Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid : eindrapport
    Amsterdam : SEO, 2011. 85 p.
    SEO-rapport, nr. 2011-71
    Het SEO rapport brengt de arbeidsmarktuitdagingen van de publieke sector in kaart, inventariseert wat de doelstellingen zijn die bij de arbeidsmarktthema’s horen en beschrijft de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen te verwezenlijken. Aan deze vijf domeinen (Arbeidsvraag, Arbeidsaanbod, Interne arbeidsmarkt, Beloning en Flexibiliteit en mobiliteit) kunnen doelstellingen worden gekoppeld en vervolgens maatregelen om deze doelstellingen te realiseren. Die koppeling valt uiteen in twee grote categorieën. Er zijn doelstellingen en maatregelen die nuttig zijn voor de hele arbeidsmarkt, terwijl anderen specifiek betrekking hebben op de publieke sector. Voor negen maatregelen is doorgerekend wat de mogelijke impact zou kunnen zijn. Daarbij gaat het vrijwel altijd om het doorrekenen van het mogelijk potentieel van een maatregel. Ook moet worden benadrukt dat het gaat om ‘back of de envelope’ berekeningen die met veel onzekerheid zijn omgeven. De maatregelen die worden doorgerekend hebben betrekking op het verhogen van de pensioenleeftijd, het verminderen van de productiviteitsverschillen tussen de private en de publieke dienstverlening, het verkorten van de duur van het WW recht, fiscale maatregelen voor hogere arbeidsdeelname, verhoging van het studierendement, lager ziekteverzuim, flexibilisering van de werktijden en het verhogen van de productiviteit door te investeren in het menselijk kapitaal en door prestatiebeloning. (B30627)
     
  • World Economic Forum; Mercer, Talent mobility good practices : collaboration at the core of driving economic growth
    Geneve : World Economic Forum, 2012. 108 p.
    Door te weinig samenwerking in de uitwisseling van gekwalificeerd personeel wordt de wereldwijde arbeidsmarkt verstoord en ontstaat er grotere wereldwijde werkloosheid dan nodig is. Dit blijkt uit onderzoek van Mercer en het World Economic Forum naar de mobiliteit van werknemers. Het onderzoek is gebaseerd op 55 mondiale case studies waarin concrete acties worden beschreven die organisaties hebben ingevoerd om het tekort aan gekwalificeerd personeel aan te pakken. Het rapport stelt vast dat er weliswaar een aantal goede voorbeelden te noemen zijn van acties die helpen bij het herstel van het evenwicht in de wereldwijde vraag en aanbod van talent, maar dat het volle potentieel niet wordt behaald. De vier belangrijkste factoren voor de verstoring van het uitwisselen van gekwalificeerd personeel zijn: wijdverbreide werkloosheid, lacunes in vaardigheden die werknemers kunnen leveren en werkgevers vragen, gebrekkige informatie over de wereldwijde personeelspool en bedrijfsmatige en overheidsbeperkingen ten aanzien van mobiliteit en uitwisseling. (B30564)
     
  • ESVLA; Hurley, J.; Storrie, D.; Jungblut, J. M., Shifts in the job structure in Europe during the great recession
    Luxemburg : EU, 2011. 74 p.
    Dit rapport beschrijft de impact van de 'grote recessie' op de werkgelegenheid en de banenstructuur in de EU27. Het constateert dat ondanks een nettoverlies van meer dan vijf miljoen banen tussen 2008-2010, de werkgelegenheid blijft groeien in de hoogst betaalde banen, grotendeels in kennisintensieve diensten en zakelijke dienstverlening. Ondertussen hebben scherpe verliezen in de gemiddeld betaalde banen in de bouw en productie geleid tot een inkrimping van de werkgelegenheid in het midden van het loonspectrum. Meer mannen dan vrouwen zijn hun baan kwijt geraakt, de werkgelegenheid van oudere werknemers groeide, terwijl die van de core-leeftijd en, in het bijzonder,van jongere werknemers daalde. Deeltijdwerk breidde zich uit over het loonspectrum, terwijl het niveau van tijdelijk werk vanaf 2009 zich snel herstelde, nadat het eerder de dupe was van banenverlies in het begin van de recessie. (B30556)
     
  • RWI, Sectorale arbeidsmarktinformatie : overschotten en tekorten kansen en mogelijkheden : hoofdlijnenrapport
    Den Haag : RWI, 2011. 67 p.
    Het hoofdlijnenrapport sectorale arbeidsmarktinformatie biedt een actueel beeld van de arbeidsmarktontwikkelingen in 24 sectoren. Deze worden ook onderling met elkaar vergeleken. Het hoofdlijnenrapport is - naast door EIM geproduceerde cijfers voor 24 sectoren - gebaseerd op twintig sectorbeschrijvingen. Deze bieden een nauwkeuriger beeld en geven behalve een overzicht van arbeidsmarktontwikkelingen, ook zicht op economische ontwikkelingen en op ontwikkelingen op het vlak van de werkgelegenheid in de betreffende sector. Ook wordt ingegaan op de aansluiting tussen de arbeidsmarkt in de betreffende sector en het (beroeps)onderwijs.
    Rapport in opdracht van de Stichting van de Arbeid. (B30553)
     
  • Forschungsinst. zur Zukunft der Arbeit; Docquier, F.; Özden, C.; Peri, G., The labor market effects of immigration and emigration in OECD countries
    Bonn : IZA, 2011. 52 p.
    Discussion Paper, nr. 6258
    In deze paper worden de arbeidsmarktgevolgen gesimuleerd van de netto immigratie en emigratie gedurende de jaren '90 in alle OESO-landen. (B30544)
     
  • CPB; Boeters, S.; Savard, L., The labour market in CGE models
    Den Haag : CPB, 2011.
    CPB discussion paper, nr. 201
    Dit paper behandelt verschillende opties voor de modellering van de arbeidsmarkt in CGE-modellen. Wat het arbeidsaanbod betreft onderscheiden en bespreken de auteurs twee opties: geaggregeerde representatieve huishoudens en op individuele data gebaseerde microsimulatie. Met betrekking tot de arbeidsvraag ligt de focus op de substitutiemogelijkheden tussen verschillende types arbeid bij de productie. Ook de coördinatie op de arbeidsmarkt wordt behandeld. Hierbij gaat het om diverse mechanismen van loonvorming en onvrijwillige werkloosheid. (B30527)
     
  • Burcht, De; Dekker, R.; Olsthoorn, M.; Beer, P. de, Flexibilisering : de balans opgemaakt
    Amsterdam : De Burcht, 2011. 88 p.
    Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging, publicatie nr. 1
    De publicatie bestaat uit twee literatuurstudies. De eerste, ‘De flexibele werknemer’, van de hand van Martin Olsthoorn, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, inventariseert de sociale gevolgen van verschillende vormen van flexibilisering. De tweede, ‘De flexbalans’ is in opdracht van FNV Bondgenoten en De Burcht geschreven door Ronald Dekker, onderzoeker aan het instituut Reflect van de Universiteit van Tilburg. Hij maakt de balans op van de economische kosten en baten van flexibel werk.
    De belangrijkste conclusies van het rapport zijn: Onzeker werk kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van flexwerkers, vooral laagopgeleiden met een zwakke onderhandelingspositie. Dit hangt samen met een verhoogd risico op ongevallen onder flexwerkers (o.a. bij nachtwerk), maar ook met stress als gevolg van baanonzekerheid en fysiek zwaar werk, waarvoor vaak flexwerkers worden ingeschakeld; Onzeker werk kan een opstap bieden van werkloosheid naar werk en daardoor voor kansarme werklozen perspectief bieden op re-integratie; Voor scholieren en studenten biedt een flexibel contract (zoals uitzendwerk, oproepwerk en kleine deeltijdbanen) een goede mogelijkheid om dagonderwijs en werk te combineren; Voor moeders met jonge kinderen bieden deeltijdwerk en variabele werktijden de mogelijkheid om betaald werk te combineren met de zorg voor kinderen; Op langere termijn is de balans van voordelen en nadelen van flexwerk negatief. De nadelen voor werknemers zijn evident (vooral doordat minder wordt geïnvesteerd in hun scholing), terwijl ook bedrijven op langere termijn nadelen ondervinden door verlies aan innovatievermogen en concurrentiekracht. (B30526)
  • St. De Nationale DenkTank, Maak werk van de toekomst : 22 baanbrekende oplossingen en adviezen voor een Nederland dat werkt : eindrapport De Nationale DenkTank 2011 kennismaken zonder kaders
    Amsterdam : St. De Nationale DenkTank, 2011. 96 p.
    Hoe kunnen we in Nederland een vernieuwing in arbeidsrelaties, arbeidsorganisatie en werkomgeving tot stand brengen zodanig dat: organisaties beter presteren, werknemers in alle levensfasen meer gemotiveerd zijn en talent beter benut en duurzaam inzetbaar wordt? De Nationale DenkTank heeft gezocht naar knelpunten en oplossingen voor het werken van de toekomst. Het rapport begint met een algemene inleiding. Vervolgens worden vier aspecten van de Nederlandse arbeidsmarkt in kaart gebracht: de arbeidsproductiviteit, de arbeidsparticipatie, de arbeidsmotivatie en het verandervermogen van organisaties. Voor al deze aspecten heeft de Nationale DenkTank oplossingen bedacht en gegroepeerd in drie categorieën: volwaardige arbeidsrelaties, flexibele organisatie van arbeid en stimulerende werkomgeving. (B30513)
     
  • OECD, Labour force statistics 1989-2009 : statistiques de la population active 1989-2009
    Parijs : OECD, 2010. 478 p.
    Jaarlijkse uitgave met statistische informatie over bevolking, beroepsbevolking, werkgelegenheid, zelfstandig ondernemerschap, deeltijdarbeid, werkloosheid, werkloosheidsduur. Het tweede deel van de publicatie bevat gegevens per OECD-lidstaat. (B30450)
     
  • CBS; Min. VWS; Boerdam, A.; Mooren, F. van der; Pleijers, A.; Winden, P. de, Regionaal beeld van de jeugd 2011
    Den Haag : CBS, 2011. 321 p.
    Regionaal beeld van de jeugd 2011 geeft de situatie weer van jongeren per provincie, waarbij ook zoveel mogelijk de gemeenten aan bod komen. De onderwerpen zijn verdeeld over de thema's jongeren en gezin, gezondheid en welzijn, onderwijs, arbeidsmarkt en veiligheid en justitie. Uit het onderzoek komt naar voren dat het aantal 0- tot 25-jarige jongeren in Nederland de komende jaren licht afneemt. Volgens de meest actuele bevolkingsprognose zal het aantal jongeren in 2020 ruim 4,8 miljoen bedragen. Dit is ruim 2 procent minder dan in 2011. De daling is het sterkst in Limburg met 7%. Het aantal jongeren in Flevoland neemt juist toe met 5% in 2020. Op het terrein van onderwijs blijkt dat in de provincie Utrecht er meer 15-jarigen een havo- of vwo-opleiding volgen dan een vmbo-opleiding. In de andere provincies ligt deze verhouding juist andersom. Ook de arbeidsmarktsituatie verschilt sterk per provincie. Zo is het aandeel Drentse jongeren dat een bijstands- of werkloosheidsuitkering ontvangt meer dan twee keer zo hoog als onder de Utrechtse jongeren.
    Omslagtitel: Regionaal beeld van de jeugd 2011 : landelijke jeugdmonitor (B30425)
     
  • CPB; Deelen, A., Wage-tenure profiles and mobility
    Den Haag : CPB, 2011. 19 p.
    CPB Discussion Paper, nr. 198
    De Nederlandse arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door lage baanmobiliteit en een lange gemiddelde werkloosheidsduur. Deze studie onderzoekt het verband tussen loonprofielen over het dienstverband en baanmobiliteit. De empirische analyse, uitgevoerd op een omvangrijk microdatabestand, laat zien dat loonprofielen over het dienstverband in Nederland steil zijn in vergelijking met die in andere landen. Bovendien blijken sectoren met steile loonprofielen gekenmerkt te worden door een hoog aandeel oudere werknemers en door een lange gemiddelde duur van het dienstverband. Dit impliceert dat steile loonprofielen over het dienstverband samen gaan met lage niveaus van baanmobiliteit. (B30422)
     
  • UWV; Regioplan Beleidsonderzoek
    Monitor loonkostensubsidie UWV-meting najaar 2010 : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan Beleidsonderzoek, 2011. 118 p.
    Regioplan publicatienr. 2006
    In deze monitor staat de vraag centraal in welke gevallen het inzetten van loonkostensubsidie (LKS) leidt tot re-integratie van betrokken UWV-cliënten op de arbeidsmarkt. Het onderzoek bestaat uit twee metingen. De eerste meting heeft plaatsgevonden in het voorjaar van 2010. De tweede meting heeft plaatsgevonden in het najaar van 2010. Deze rapportage heeft betrekking op beide metingen. (B30355)
     
  • UWV, UWV kennisverslag 2011-III
    UWV : UWV, 2011. 46 p.
    Bevat de volgende hoofdstukken:
    Inleiding thema flexibiliteit en duurzaamheid; Ontwikkelingen in volumes uitkeringsgerechtigden; De veranderende arbeidsmarkt; Instroom en arbeidsparticipatie; De bevordering van arbeidsparticipatie. (B30354)
     
  • Europese Cie, Labour market statistics : editie 2011
    Luxemburg : EU, 2011. 109 p.
    Statistische gegevens over de arbeidsmarkt in de Europese Unie. Bevat cijfers over onder meer: de actieve beroepsbevolking; werkgelegenheid; werkloosheid, huishoudens, gezondheidsrisico's op het werk, werkloosheid onder de tweede generatie migranten, de toetreding van jongeren tot de arbeidsmarkt, vacatures, inkomens, arbeidskosten, arbeidsmarktbeleid. (B30352)
     
  • Europese Cie, EU employment and social situation quarterly review : september 2011
    Luxemburg : EU, 2011. 93 p.
    Social europe
    Kwartaalbericht over de arbeidsmarktontwikkelingen en de sociale ontwikkelingen in Europa. Tegen de achtergrond van een tragere economische groei lijkt het aarzelende herstel van de EU-arbeidsmarkt tot stilstand te zijn gekomen, terwijl de divergentie tussen de 27 arbeidsmarkten blijft heersen. Over het geheel genomen blijft de arbeidsparticipatie ver onder de cijfers van voor de crisis. De arbeidsmarkt is begonnen te stabiliseren voor de meeste subgroepen van de bevolking. Echter de cumulatieve impact van de recessie heeft een zware klap veroorzaakt voor de situatie van kwetsbare groepen, als jongeren, migranten, laaggeschoolden en, meer recentelijk, ook vrouwen. (B30321)
     
  • Salverda, W., Arbeidsmarkt, ongelijkheid en de crisis : rede
    Amsterdam : UvA, 2011. 16 p.
    Oratie Universiteit van Amsterdam 17 november 2011. (Gesproken versie).
    Groeiende ongelijkheid, ook in Nederland, heeft vele facetten en belangrijke effecten. De toegang van individuen tot de arbeidsmarkt en hun positie op de arbeidsmarkt zijn hierin essentieel. Diepgaande veranderingen in die markt vergen een nieuwe analyse: de urgentie hiervan wordt onderstreept door de voortdurende crisis. In zijn oratie gaat Wiemer Salverda in op de stijging van het scholingsniveau van de bevolking, de arbeidsparticipatie van vrouwen, de onderwijsparticipatie van jongeren, de deeltijdexplosie en de werkgelegenheidsverschuiving naar de dienstensector. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met grote wijzigingen in het arbeidsaanbod van huishoudens en jongeren: sommige ongelijkheden worden kleiner (vrouwenparticipatie) maar anderen worden juist versterkt (laaggeschoolden, jongeren). Als gevolg zijn loon- en inkomensongelijkheid steeds verder uiteen gaan lopen. Hier tussenin bevindt zich de inkomensbeschermende rol van de staat, die volgens Salverda niet gemist kan worden. Een internationale vergelijking van de crisis bevestigt de overeenkomsten met andere landen en onderstreept de centrale rol van de overheid in het verminderen van de negatieve effecten. Lessen uit eerdere recessies zijn van groot belang voor de toekomst van de economie en van de ongelijkheid. (B30402)
     
  • Wiardi Beckman St.; Sie Dhian Ho, M.; Beer, P. de [et al.], Van waarde. Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw. Deel drie: arbeid
    Amsterdam : Wiardi Beckman Stichting, 2011. p. 27-165 S&D, 68 (2011) 9/10, p. 27-165
    S&D, 68 (2011) 9/10, p. 27-165
    Derde aflevering van S&D waarin het wbs-onderzoek "Van waarde - Sociaal-democratie voor de 21ste
    eeuw" een prominente plek inneemt. Dit derde deel gaat over arbeid. De artikelen proberen allemaal de volgende vragen te beantwoorden: wat is voor arbeid van waarde, hoe staat onze arbeid onder druk en wat staat ons te doen? (B30400)
     
  • ILO; Intern. Inst. for Labour Studies; Torres, R. [et al.], World of work report 2011 : making markets work for jobs
    Geneve : ILO, 2011. 140 p.
    Het ILO waarschuwt dat de wereld afstevent op een diepe recessie die tot een wereldwijd banenverlies zal leiden en zal zorgen voor meer sociale onrust. Met de huidige ontwikkelingen duurt het minstens vijf jaar tot de arbeidsmarkt in de ontwikkelde economieën terugkeert op het niveau van voor de crisis. Het rapport geeft aan dat wereldwijd in de komende twee jaar, 80 miljoen banen gecreëerd moeten worden om terug te keren naar de arbeidsparticipatie van voor de crisis. Het rapport bevat ook een nieuwe "sociale onrust" index dat de mate van ontevredenheid toont over het gebrek aan banen en de woede over de opvattingen dat de last van de crisis niet eerlijk wordt verdeeld. Het rapport noemt drie redenen waarom de huidige economische teruggang een bijzonder sterke invloed kan hebben op de werkgelegenheidsbeeld: ten eerste, in vergelijking met het begin van de crisis, zijn bedrijven nu in een zwakkere positie om werknemers te behouden; ten tweede als de druk om fiscale bezuinigingsmaatregelen toeneemt, zijn overheden minder geneigd om nieuwe werkgelegenheids- en inkomensprogramma's te starten of bestaande programma's te handhaven; en ten derde opereren landen alleen vanwege een gebrek aan internationale beleidscoördinatie. (B30322)
     
  • Min. SZW, Beleidsdoorlichting artikel 41: Inkomensbeleid
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 82 p.
    Beleidsdoorlichting van artikel 41 van de mijn begroting. De algemene doelstelling van dit begrotingsartikel luidt: zorgdragen voor een evenwichtige en activerende inkomensontwikkeling. De beleidsdoorlichting maakt voor de periode 2002-2010 inzichtelijk hoe de koopkracht en arbeidsmarktprikkels zich hebben ontwikkeld voor groepen huishoudens en wat het effect van het inkomensbeleid van het kabinet hierop is geweest. Ook is onderzocht of de huidige wijze van meten en rapporteren toereikend is. (B30315)
     
  • Europese Cie, Labour market developments in Europe 2011
    Luxemburg : EU, 2011. 181 p.
    European economy, 2011, nr. 2
    Analyse van werkloosheidsvoorzieningen en loonontwikkelingen binnen de EU. En verder de interaktie tussen lonen, prijzen en onevenwichtigheden die op macroeconomisch gebied invloed hebben en de rol van de overheid hierin. (B30274)
     
  • TNO; Klein Hesselink, J.; Kraan, K.; Oeij, P.; Vroome, E. de; Zwieten, M. van; Goudswaard, A., Arbeidsbeleid in Nederlandse bedrijven en instellingen : WEA 2010
    Hoofddorp : TNO, 2011. 36 p.
    De Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) volgt het arbeidsbeleid van Nederlandse bedrijven en instellingen. Deze brochure belicht tien thema's uit het gehele onderzoek. Daarnaast wordt ingegaan op het onderzoek zelf, op de responsverdeling naar bedrijfstak en worden de antwoorden op alle vragen uit de enquête gepresenteerd in tabelvorm, uitgesplitst naar grootteklasse, profit/non-profit en 12 bedrijfstakken. De tien highlights uit de WEA: 1. Arbeidsrisico's; 2. Nieuwe arbo- en verzuimmaatregelen;
    3. Arbo- en verzuimbeleid; 4. Institutionele arbeidsverhoudingen; 5. Doorwerken tot 65 jaar en daarna; 6. Participatiemaatregelen voor ouderen en arbeidsongeschikten; 7. Maatwerk in de arbeidsrelatie; 8. Competent personeel; 9. Aannemen van personeel uit kwetsbare groepen; 10. Sociale innovatie en organisatieprestatie. (B30271
     
  • ESVLA; Sandor, E., Part-time work in Europe : European company survey 2009
    Luxemburg : EU, 2011. 46 p.
    European company survey 2009
    Her rapport probeert de resultaten samen te brengen van twee Europese overzichten die een blik werpen op part-time werk, bekeken van zowel werkgevers- als werknemerszijde. Een literatuuroverzicht bevestigt dat parttime zowel positieve als negatieve gevolgen heeft die verschillend zijn voor werkgevers, werknemers en de economie als geheel. (B30263
     
  • BusinessEurope, Putting Europe to work : the case for labour market reforms
    Brussel : BusinessEurope, 2011. 23 p.
    De brochure analyseert de huidige Europese arbeidsmarkt, benoemt een aantal uitdagingen op dat gebied en doet suggesties voor toekomstig beleid in de vorm van een checklist met actiepunten. (B30194)
     
  • Dekker, F.,Flexibele employment, risk and the welfare state : flexibele arbeid, risico's en de verzorgingsstaat : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Enschede : Ipskamp, 2011. 266 p.
    Aandacht voor de invloed van flexibele werkgelegenheid op voorkeuren van sociaal beleid. In het licht van snelle technologische ontwikkelingen en toenemende onderlinge afhankelijkheid tussen landen, is toenemende flexibilisering een van de meest fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkten van Westerse economieën. (B30172)
     
  • Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde [et al.], Jaarboek 2011
    Amsterdam : Sdu, 2011. 232 p.
    Het zestiende jaarboek van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde biedt een bloemlezing van de Nederlandse beleidsdiscussie uit het voorgaande jaar. Zoals gebruikelijk passeren meerdere thema's de revue, grotendeels ingegeven door de actualiteit en beleidsurgentie. De volgende thema's komen in deze editie aan bod: 1. Internationale financiën; 2. Herstel van de overheidsfinanciën; 3. Onderhoud van het pensioenstelsel; 4. Een veranderende arbeidsmarkt; 5. De economie van het WK voetbal; 6. 65 jaar CPB. (B30167)
     
  • CBS, De Nederlandse economie 2010
    Den Haag : CBS, 2011. 310 p.
    In deze publicatie beschrijft en analyseert het Centraal Bureau voor de Statistiek elk jaar ontwikkelingen bij ondernemingen, huishoudens en de overheid, en ten aanzien van de arbeidsmarkt en het milieu. Verder wordt in thema-artikelen nader stilgestaan bij actuele economische onderwerpen. Bevat de volgende hoofdstukken: Macro-economisch overzicht; Arbeidsmarkt; Economie en milieu; Huishoudens; Ondernemingen; Overheid en zorg; Thema-artikelen: De Europese schuldencrisis; De werkelijkheid achter het inflatiecijfer; Aandeel dienstverlening niet verder toegenomen; De naoorlogse economische ontwikkeling van Nederland en Duitsland; De Nederlandse aardgaswinning; Het vervoer van en naar Nederland. (B30146)
     
  • Tinnemans, W., Voor jou tien anderen : uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarkt
    Amsterdam : Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2011. 128 p.
    Dit boek biedt een terugblik op de triomf van het vrijemarktdenken in de jaren tachtig van de vorige eeuw en de decennia erna. Het maakt inzichtelijk waarom die vrije markt in het nadeel heeft gewerkt van laagopgeleiden aan de onderkant van de arbeidsmarkt, een groep mensen wier stem ook in sociaal en politiek opzicht nauwelijks doorklinkt. En het is een pleidooi voor het handhaven - of weer instellen - van een beschavingsminimum dat laagopgeleiden beschermt tegen uitwassen van het vrijemarktkapitalisme. Want dat wil dit boek ook: oplossingen verkennen voor een probleem dat niet thuishoort in een welvarende samenleving die menselijke waardigheid hoog in het vaandel heeft staan. (B30145)
     
  • ECBO; Gemeente Amsterdam, Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs; Meer, M. van der; Petit, R. W. Naar een verbindende leerarchitectuur : strategische verkenning van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
    's Hertogenbosch : ECBO, 2011. 61 p.
    In het beroepsonderwijs vindt een deel van het onderwijs plaats in de werkomgeving. Tussen scholen en bedrijven bestaan daarom allerlei soorten van samenwerking, die ze vanuit hun eigen verantwoordelijkheden vormgeven. Professionals in het onderwijs, het bedrijfsleven en bij de overheid buigen zich over het verbeteren van deze samenwerking. ECBO bracht, in samenwerking met het platform Arbeidsmarkt en Onderwijs van de gemeente Amsterdam een aantal van hen bijeen om kennis, ideeën en goede voorbeelden uit te wisselen. Vier thema's stonden centraal: 1. Risicojongeren en schooluitval; 2. Ethniciteit en participatie; 3. Kennis en innovatie; 4. Spelenderwijs leren met ict. De auteurs brengen deze thema's samen onder de noemer van een verbindende leerarchitectuur, waarbij onderwijsinstellingen en bedrijven van elkaar leren en het leerproces meer gezamenlijk vormgeven. De resultaten van de bijeenkomsten, aangevuld met nieuwe theoretische inzichten en actuele cases, zijn opgetekend in deze verkenning zodat ook anderen er hun voordeel mee kunnen doen. (B30102)
     
  • Vliet, O. P. van, Convergence and Europeanisation : the political economy of social and labour market policies : proefschrift universiteit Leiden
    Leiden : Leiden University Press, 2011. 167 p.
    Meijers-reeks, nr. MI-194
    In het proefschrift staat de volgende vraag centraal: Wat is de invloed van Europese integratie op nationaal socialezekerheids- en arbeidsmarktbeleid van lidstaten van de Europese Unie en welke factoren kunnen een verklaring bieden voor de verschillen in de mate waarin lidstaten hun beleid vervolgens hebben veranderd? Europese integratie kan een aantal effecten hebben op nationaal socialezekerheids- en arbeidsmarktbeleid. Deze effecten zijn afkomstig van twee typen Europese integratie, namelijk negatieve en positieve integratie. Negatieve integratie heeft betrekking op maatregelen die beogen de marktintegratie te bevorderen door het terugdringen van nationale handelsbelemmeringen en verstoringen van mededinging. Positieve integratie verwijst naar gemeenschappelijk Europees beleid om omstandigheden te creëren waaronder markten (beter) kunnen functioneren. De dissertatie bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat in op de vraag in hoeverre convergentie is opgetreden in verzorgingsstaatbeleid en -uitgaven in de EU en in welke mate eventuele patronen van convergentie specifiek zijn voor de EU. Trends en patronen die specifiek zijn voor de EU kunnen duiden op effecten van Europese integratie. In het tweede deel van deze studie wordt ingegaan op de factoren die verklaringen kunnen bieden voor deze patronen van overeenkomsten en verschillen tussen landen en door de tijd. Hierbij is hoofdstuk 5 gerelateerd aan positieve integratie, terwijl in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op negatieve integratie. (B30001)
     
  • CPB; Kok, S.; Bosch, N.; Deelen, A.; Euwals, R., Migrant women on the labour market: on the role of home-and host-country participation
    Den Haag : CPB, 2011. 28 p.
    CPB Discussion Paper, nr. 180
    Vele factoren beïnvloeden het arbeidsmarktgedrag van allochtone vrouwen. Culturele verschillen spelen hierbij een belangrijke rol. Voorgaande studies onderzoeken vooral het effect van de cultuur van het herkomstland. Deze studie breidt de literatuur uit door tevens het effect van de cultuur van gastland te onderzoeken aan de hand van de participatie van autochtone vrouwen. Participatie wordt in het empirische model verklaard vanuit demografische en opleidingskenmerken en de participatie van vrouwen in het herkomst- en gastland. De resultaten op basis van de Enquête Beroeps Bevolking (1996-2007) suggereren dat participatie in het herkomstland invloed heeft op de participatie in Nederland voor eerste generatie allochtone vrouwen, maar niet voor de tweede generatie. De trend in de participatie over de geboortecohorten van autochtone vrouwen heeft tevens een invloed op de participatie van allochtone vrouwen. De resultaten van de studie suggereren dat de participatie in het gastland minstens zo belangrijk is voor het arbeidsmarktgedrag van allochtone vrouwen als de participatie in het herkomstland. (B29951)
     
  • CBS; Centrum voor Beleidsstatistiek; Copinga, M.; Dill, A.; Schreven, L.; Wagner, Ch., Interactie arbeidsmarkt en sociale zekerheid, 2006 en 2008
    Den Haag : CBS, 2011. 41 p.
    Het ministerie van SZW wil graag meer inzicht in de overgangen van de Nederlandse bevolking tussen (tijdelijk) werk, werk als zelfstandige en de sociale zekerheid en heeft daarom het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven om hier onderzoek naar te doen. In de eerste fase van dit onderzoek is een tabellenset gepubliceerd op de CBS-website, getiteld ‘Arbeidsmarktgegevens, 2006 en 2008’. Op die tabellenset bouwen deze rapportage en de bijbehorende tabellen voort. De rapportage richt zich specifiek op de interactie tussen arbeidsmarkt en sociale zekerheid, in het bijzonder voor werknemers met een vast versus een tijdelijk contract. Daarbij wordt bekeken of de arbeidsmarktpositie van personen na drie jaar veranderd is. (B29931)
     
  • Korea Labour Inst; Bae, K-S.; Hwang, D. S.; Lee, B. H.; Park, J.; Yoon, J.; Kim, J.; Phang, H.; Kang, S. H.; Jun, M. S., Labor issues in Korea 2010
    Korea : KLI, 2011. 235 p.
    Bevat de volgende bijdragen:
    Evaluation and policy implications of making work pay schemes in Korea; Labor-market characteristics and poverty dynamics of the working poor in Korea; Improving systems for determining working conditions within entreprises; the economic value of parental child care; Women's career disconnect and reentry into the labor market; Retirement from the main lifetime job and reemployment; Impact of corporate career development program on productivity: complementary effect for corporate training; Promoting regional employment policies. (B29903)
     
  • Europese Cie, EU employment and social situation, june 2011
    Luxemburg : EU, 2011. 68 p.
    Social Europe
    Volgens het rapport herstelt de EU-arbeidsmarkt langzaam en met grote verschillen tussen landen. Het rapport beschrijft de huidige situatie en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de Europese Unie. Speciale onderwerpen waaraan aandacht wordt besteed, zijn: Verschuivingen in de banenstructuur tijdens de recessie; Lonen, productiviteit en arbeidskosten in een macro-economisch perspectief; Vrijwilligerswerk. Verder wordt ingegaan op een aantal sociale trends als langdurige werkloosheid en inactiviteit; genderperspectieven; de situatie van jongeren; arbeidsmarktontwikkelingen voor kwetsbare groepen; de invloed van de crisis op andere kwetsbare groepen. De bijlage bevat statistische informatie. (B29968)
     
  • Keune, M., Iedereen aan het werk!?! : over de veranderende relaties tussen verzorgingsstaat, arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen : rede
    Amsterdam : UvA, 2011.
    Maarten Keune bespreekt eerst hoe in Europa sinds het eind van de 19e eeuw over de jaren de relaties tussen de verzorgingsstaat, de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen zijn veranderd en hoe deze drie velden recentelijk steeds meer met elkaar verweven zijn. Vervolgens gaat hij in op de hedendaagse benadering van deze drie velden waarin de verzorgingsstaat als sociale èn productieve factor wordt gezien, werk de nieuwe vorm van sociale zekerheid is en activering, flexicurity en sociale investeringen kernbegrippen zijn. In deze benadering ligt de nadruk op het mobiele, autonome en lerende individu dat strategisch haar weg vindt in een dynamische arbeidsmarkt. Keune toont dat deze benadering niet aansluit bij actuele ontwikkelingen in de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen, en de bredere samenleving en economie. Hij sluit af met een aantal uitgangspunten en beleidsopties voor een alternatieve visie. Oratie Prof. Dr. Maarten Keune, Universiteit van Amsterdam, 11 maart 2011. (B29696)

  • DNB; Artha, I. K. D. S.; Haan, J. de, Labor market flexibility and the impact of the financial crisis
    Amsterdam : DNB, 2011.
    Working Paper, nr. 280
    De financiële crisis heeft vrijwel alle landen getroffen. Het inkomensverlies van landen tijdens de crisis loopt echter sterk uiteen, zo blijkt uit onderzoek van de Nederlandsche Bank (DNB). Landen met een flexibele arbeidsmarkt hebben minder te lijden onder de crisis. (B29687)

  • CBS; Gaalen, R. van; Smits, W.; Theeuwes, J.; [et al.], Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt : de focus op kwetsbare groepen
    Den Haag : CBS, 2011.
    De arbeidsmarktervaringen van kwetsbare groepen staan centraal in deze bundel. De bijdragen beschrijven de ervaringen van lager opgeleiden, langdurig zieken en oudere werknemers en analyseren de gevolgen van werkloosheid, ontslag en vluchtige banen op toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt geeft antwoord op vragen als: Welke werknemers lopen een risico hun baan te verliezen? Welke werknemers wisselen van baan of beroep en waarom doen ze dat? Wat zijn de effecten van bedrijfseconomisch ontslag op de beroepsloopbaan? Welke werklozen slagen erin om weer aan het werk te komen? (B29630)

  • Europese Cie, Labour market and wage developments in 2009
    Luxemburg : EU, 2010. 292 p.
    European economy 5/2010
    De gevolgen van de economische crisis hebben een zware tol geëist van de Europese burgers over de afgelopen twee jaar. Analyse van de toestand, trends en vooruitzichten voor werkloosheid, werkgelegenheid en arbeidskosten. Niet alleen binnen de EU maar ook de situatie van individuele landen wordt bekeken met langetermijn beleid en uitdagingen. (B29522)
     
  • SCP; Jehoel-Gijsbers, G.; Schnabel, P.; Goudswaard, K.; Gestel, N. van; Prins, R., Op weg naar een inclusieve arbeidsmarkt : bijdragen aan het symposium van 15 oktober 2010
    Den Haag : SCP, 2011.
    SCP-publicatie, nr. 2011-15
    Na een aantal drastische hervormingen in de sociale zekerheid is het ziekteverzuim flink gedaald en is het aantal werknemers dat arbeidsongeschikt wordt verklaard, sterk afgenomen. Een verhoging van de arbeidsdeelname van arbeidsgehandicapten heeft dat echter (nog) niet opgeleverd. Ook heeft zich het afgelopen decennium een nieuwe Dutch disease geopenbaard: de explosieve groei van de Wajong. De gewenste inclusieve arbeidsmarkt (een arbeidsmarkt waarin iedereen, ook mensen met beperkingen, duurzaam kunnen deelnemen) is nog niet nabij. Hoe kan dit worden verklaard en wat kunnen we eraan doen? Op de door het SCP georganiseerde studiemiddag 'Op weg naar een inclusieve arbeidsmarkt' lieten diverse deskundigen hun licht schijnen over deze problematiek. Zij gaven ieder vanuit een eigen invalshoek (resp. regelgeving, uitvoering en internationale vergelijking) een helder inzicht in de ontwikkelingen in ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en re-integratie en in mogelijkheden tot verbetering.
    De publicatie bevat de volgende lezingen: Voorwoord / Paul Schnabel; Beperkt aan het werk / Gerda Jehoel-Gijsbers; Hervorming van de arbeidsongeschiktheidsregelingen / Kees Goudswaard; Van beleid naar uitvoering: brug of kloof? / Nicolette van Gestel; Beperkt aan het werk: lessen uit – en voor – het buitenland / Rienk Prins. (B29492)

  • CPB; ROA; Cörvers, F.; Euwals, R.; Grip, A. de, Labour market flexibility in the Netherlands : the role of contracts and self-employment
    Den Haag : CPB, 2011.
    De flexibiliteit van de arbeidsmarkt bepaalt de mogelijkheden van werknemers en werkgevers om zich aan te passen aan veranderende economische omstandigheden. Deze studie gaat in op de rol van de belangrijkste typen arbeidsrelaties die voorkomen op de arbeidsmarkt: permanente banen, tijdelijke banen en zelfstandig ondernemerschap. De publicatie bevat vijf hoofdstukken met nieuw empirisch onderzoek naar de arbeidsmarktsituatie van individuen voor recente jaren. Het onderzoek laat zien dat in Nederland de lonen relatief sterk stijgen met baanduur (hoofdstuk 3), dat tijdelijke werknemers minder verdienen en vaak overgekwalificeerd zijn (hoofdstuk 4), dat tijdelijke werknemers minder vaak scholing volgen die door hun werkgever wordt betaald (hoofdstuk 5), dat tijdelijke banen een opstap naar een betere baan kunnen zijn voor bepaalde werknemers zoals werknemers met een hoge opleiding (hoofdstuk 6), en dat ook zelfstandig ondernemerschap een opstap kan zijn voor bepaalde groepen (hoofdstuk 7). Het onderzoek is aangevuld met een conceptuele beschrijving van de voor- en nadelen van arbeidsmarktflexibiliteit voor werknemers en werkgevers. Een algemene conclusie is dat het bestaan van verschillende soorten arbeidsrelaties zinvol is omdat ze ieder een eigen doel dienen. (B29485)

  • UWV WERKbedrijf; Hofs, D.; IJzerman, S.; Mastrigt, T. van; Velde, R. van der; Vreeburg, A., Regio in beeld 2010-2011 : de arbeidsmarkt in 30 arbeidsmarktregio’s
    Amsterdam : UWV WERKbedrijf, 2010. 30 p.
    Dit rapport schetst een beeld van de regionale arbeidsmarkt in Nederland. Er wordt een overzicht gegeven van actuele en verwachte ontwikkelingen aan de vraag- en aanbodzijde van de arbeidsmarkt in 30 arbeidsmarktregio's. Ingegaan wordt op landelijke en regionale ontwikkelingen op het vlak van werkgelegenheid, waarbij aandacht wordt besteed aan sectorale ontwikkelingen in de regio. Daarnaast wordt stilgestaan bij ontwikkelingen van het aanbod aan arbeid. Hierbij worden kenmerken van niet-werkende werkzoekenden per regio in beeld gebracht. Op die manier wordt bijvoorbeeld duidelijk welke regio's te maken hebben met een hoog aandeel niet-werkende werkzoekenden met een laag opleidingsniveau en in welke regio's er sprake is van veel langdurig werklozen. Vraag en aanbod worden gekoppeld in het slothoofdstuk waarin de spanning c.q. de krapte op de arbeidsmarkt in beeld wordt gebracht. (B29461)
      
  • UWV WERKbedrijf; ECORYS, Vacatures in Nederland 2010 : de vacaturemarkt en personeelswerving in beeld
    Amsterdam : UWV WERKbedrijf, 2010. 54 p.
    UWV WERKbedrijf onderzoekt elk jaar de ontwikkeling van de Nederlandse vacaturemarkt. De resultaten van het onderzoek staan in het rapport Vacatures in Nederland. De arbeidsmarkt vertoont tekenen van voorzichtig herstel. Zo is het aantal openstaande vacatures en het aantal ontstane
    vacatures in 2010 veel minder afgenomen dan in 2009. Door de groeiende export is het aantal vervulde vacatures in de industrie toegenomen. Ook de uitzendsector, de sector die meestal als eerste de tekenen van herstel laat zien na een periode van economische neergang, laat een stijging zien van het aantal uitzendopdrachten. Om werkzoekenden nog beter van dienst te kunnen zijn werkt UWV WERKbedrijf intensief samen met de uitzendbranche. Zo werd onlangs een nieuw expertisecentrum geopend onder de naam Servicepunt Flex. Werklozen maken in 2010 een groter deel uit van het aantal aangenomen personen dan in 2009. Dat komt niet alleen omdat er meer werklozen zijn maar ook omdat de kwaliteit van het aanbod werklozen hoger was door de toegenomen instroom van kansrijke groepen als jongeren en hoog opgeleiden. Het aandeel van baanwisselaars nam af omdat het zittend personeel in tijden van crisis minder geneigd is tot mobiliteit. In 2010 had 35 procent van de aangenomen personen een periode van werkloosheid achter de rug. (B29460)
      
  • Knegtmans, R., Diversiteit als uitdaging : de zin en onzin van divers talent
    Amsterdam : Boom, 2010. 199 p.
    De komende jaren zal diversiteit het thema bij uitstek op de arbeidsmarkt zijn. De babyboomers zullen massaal met pensioen gaan, terwijl het geboortecijfer in heel Europa laag blijft. Hierdoor zullen niet eerder vertoonde gaten in de arbeidsmarkt ontstaan. Hoewel deze kennis alom aanwezig is, is er mede door de recente crisis te weinig tractie en urgentie in de maatschappij. Dit vraagt op korte termijn om een minder traditionele werving en selectie. Diversiteit als uitdaging laat met name zien wat diversiteit kan toevoegen aan de dagelijkse praktijk in het bedrijfsleven en het publieke domein. We moeten verder kijken dan geslacht, leeftijd of culturele herkomst en alle talenten benutten. Diversiteit draait primair om het vermogen om vanuit verschillende invalshoeken naar problemen en uitdagingen te kijken. Hoewel diversiteit al enkele jaren een veelbesproken onderwerp is, komt een gedegen diversiteitsbeleid bij veel organisaties nog niet van de grond. Sommige beperken zich tot het benoemen van het thema, terwijl organisaties die wel serieus werk maken van diversiteit vaak niet verder komen dan genderbeleid. Paul Knegtmans geeft in dit boek praktische tips en deelt 'best practices' om succesvol aan de slag te kunnen gaan met diversiteit. Hij baseert zich daarbij niet alleen op zijn eigen praktijkervaring, maar ook op een groot aantal gesprekken met CEO's, toezichthouders, practice leaders en toptalenten met een diverse achtergrond. (B29457)
      
  • Planbureau voor de Leefomgeving; Verwest, F.; Dam, F. van, Van bestrijden naar begeleiden: demografische krimp in Nederland : beleidsstrategieën voor huidige en toekomstige krimpregio's
    Den Haag : PBL, 2010. 106 p.
    Steeds meer gemeenten en regio's krijgen de komende twintig jaar te maken met een afname van het aantal inwoners, huishoudens en potentiële beroepsbevolking. Vooral de daling van de potentiële beroepsbevolking zal zich spoedig veel duidelijker manifesteren dan vaak wordt gedacht. Deze demografische krimp heeft gevolgen voor de woningmarkt, arbeidsmarkt en bedrijvigheid. In het bijgevoegde rapport gaat het PBL daarop in. Ook is gekeken naar de wijze waarop gemeenten in de krimpregio's Parkstad Limburg, Eemsdelta en Zeeuws-Vlaanderen omgaan met krimp. Wat kunnen rijk, provincies en lokale overheden daarvan leren? En welke beleidsstrategieën kunnen gemeenten, die binnen afzienbare tijd met krimp te maken krijgen, het beste toepassen? Deze studie laat zien dat demografische krimp onvermijdelijk is. bestrijden heeft geen zin. Tijdig voorbereiden op krimp, bij voorkeur in regionaal verband, kan veel problemen voorkomen. (B29453)
      
  • FNV; ADV Market Research, Beleving flexwerk : onderzoeksresultaten Nederlandse beroepsbevolking
    Den Dolder : ADV Market Research, 2010. 23 p.
    Onderzoek naar hoe flexwerkers hun eigen positie beleven. ADV Market Research heeft in opdracht van FNV een onderzoek uitgevoerd onder niet-leden van de FNV, behorend tot de Nederlandse beroepsbevolking. Aan dit onderzoek deden 721 niet-leden mee. In deze rapportage wordt ingegaan op de resultaten van dit onderzoek. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen flexwerkers en vaste werknemers en vervolgens wordt meer specifiek ingegaan op de situatie en beleving van flexwerkers zelf. Onder flexwerkers worden in dit onderzoek verstaan werknemers met een tijdelijk dienstverband, een 0-urencontract, uitzendkrachten (al dan niet gedetacheerd) en een min-max contract. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de helft van werkend Nederland in de eigen omgeving wel eens heeft waargenomen dat vaste mensen werden ontslagen en later als flexwerker terugkeerden in hetzelfde bedrijf. En 5 procent heeft dit zelf meegemaakt. Van de ontslagen vaste werknemers die als flexwerker terugkwamen, was dit in 6 van de 10 gevallen niet voor het opvangen van ziek en piek. Ook ging 70 procent van hen hetzelfde werk doen als daarvoor. (B29440)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen, Participatie in crisistijd : afsluiting drie jaar toezichtonderzoek naar de uitvoering van het beleidsprogramma 'iedereen doet mee'
    Den Haag : IWI, 2010. 44 p.
    R10/09
    Het rapport 'Participatie in crisistijd' vormt de afsluiting van drie jaar toezichtonderzoek van IWI naar de uitvoering van het beleidsprogramma 'Iedereen doet mee'. IWI onderzocht wat gemeenten en UWV doen om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te helpen bij het overbruggen van die afstand en in hoeverre zij daarin slagen. De rapportage is onder meer gebaseerd op onderzoek van IWI naar de inzet van trajecten voor uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, en naar de dienstverlening op de werkpleinen ten tijde van de economische crisis. (B29426)
      
  • SEO; Heyma, A.; Hop, J. P.; Smid, T., Langdurig verblijf in de flexibele schil van de arbeidsmarkt : aantal werknemers en hun kenmerken
    Amsterdam : SEO, 2010. 85 p.
    SEO-rapport, nr. 43
    Op enig moment zit ongeveer zes procent van de Nederlandse werknemers langer dan drie jaar in de flexibele schil van de arbeidsmarkt. Gedurende dat verblijf hebben deze werknemers één of meer tijdelijke of flexibele banen, kunnen een korte tijd een werkloosheidsuitkering ontvangen of als zelfstandig ondernemer opereren, maar hebben in ieder geval geen werk in vaste dienst. Omdat het om een kleine, redelijk constante groep werknemers gaat, lijkt er sprake van tweedeling op de arbeidsmarkt. Opvallend is echter dat werknemers die langdurig in de flexibele schil zitten meer lijken op werknemers in vaste banen dan werknemers die slechts kort in de flexibele schil werken. Doel van het onderzoek is om uit te vinden of er inderdaad een groep werknemers is die langdurig in tijdelijke en flexibele banen verblijf en wat de kenmerken van deze personen zijn. Daarnaast wordt bekeken of deze personen tot de werkende armen of de 'good people in bad jobs' behoren. Als derde wordt onderzocht of werknemers in de flexibele schil ook op andere criteria tot de onderkant van de samenleving behoren. (B29346)
     
  • Manpower Nederland; Motivaction; Spangenberg, F.; Lampert, M., De grenzeloze generatie op de arbeidsmarkt
    Diemen : Manpower Nederland, 2010. 35 p.
    Manpower witboek 2010
    Jongeren van nu zijn zelfverzekerder dan ooit. Ze vinden zichzelf vaak heel bijzonder en dichten zichzelf - veel meer dan andere generaties - goede leiderschapskwaliteiten toe. Ondanks dat optimisme tekent zich onder hen een tweedeling af: een grote groep jongeren dreigt de aansluiting met de arbeidsmarkt te missen. Dit blijkt uit het nieuwste witboek van Manpower (B29342)
     
  • CDA, Wetenschappelijk Inst., Toegerust op de arbeidsmarkt
    Den Haag : CDA, WI, 2010. 108 p.
    Uit overtuiging
    In de visie van het Wetenschappelijk Instituut functioneert de arbeidsmarkt het best als verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij mensen zelf liggen en werkgevers en werknemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Dit geldt ook voor de sociale risico's die mensen lopen. In de sociale zekerheid is de afgelopen jaren een begin gemaakt van nazorg naar voorzorg, deze kanteling zou ook bij werkloosheid en jonggehandicapten plaats moeten vinden. Alle mensen verdienen een kans om mee te doen, daarom dient ook in het (beroeps)onderwijs de aansluiting met de arbeidsmarkt centraal te staan. Het rapport gaat op zoek naar de obstakels waar werknemers mee te kampen hebben om zich optimaal in te zetten en hoe de juiste randvoorwaarden te creëren zodat met name de groep in het onderste segment tot haar recht komt. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de christen-democratische visie op arbeid; kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt; arbeidsmarkt en regelgeving; onderwijs als solide basis; aanpak van knelpunten en stroomlijning van regelingen. (B29317)
     
  • EIB; Afrian, K.; Kolk, D. van der, Vrouwen in technische functies : profielschets 2009
    Amsterdam : EIB, 2010. 44 p.
    De bouwsector is een bedrijfstak die relatief weinig vrouwen aantrekt. Het aandeel vrouwen in technische functies beslaat nog geen procent. Wat is het profiel van vrouwen in technische functies? Welke voorkeuren hebben zij ten aanzien van arbeidsvoorwaarden en hoe vinden zij dat deze geregeld zijn? Wat zijn de belangrijkste succes- en belemmerfactoren voor hun positieverbetering? Wat zijn redenen om in de sector te blijven werken of deze juist te verlaten? Hoe typeren de vrouwen het imago van de sector? De antwoorden op deze vragen komen in dit rapport aan bod. Dit levert een profielschets op van vrouwen in technische functies in de bouw. (B29302)
     
  • Min. SZW; Stelt, H. van der; Voogd-Hamelink, M. de; OSA, Trendrapport aanbod van arbeid 2009
    Den Haag : Min. SZW, 2010. 111 p.
    Trendrapport op basis van OSA paneldata. De in dit rapport gepresenteerde cijfers zijn géén officiële SZW-cijfers, maar een weergave van de resultaten van de Arbeidsaanbodpanels. De cijfers uit het rapport geven een beeld van de ontwikkelingen binnen de Nederlandse arbeidsaanbod tot aan de crisis. Achtereenvolgens zijn gegevens opgenomen over arbeidsparticipatie; arbeidsmobiliteit en zoekgedrag; de dynamiek van de arbeidsmarkt; externe baanmobiliteit en functiemobiliteit; arbeidsomstandigheden en werktevredenheid; lonen en secundaire arbeidsvoorwaarden; deelname aan scholing; aansluiting van kennis en vaardigheden bij het werk; flexibilisering van arbeid; flexibele inzetbaarheid; telewerk. (B29275)
     
  • Edzes, A. J. E., Werk en bijstand : arbeidsmarktstrategieën van gemeenten : proefschrift RU Groningen
    Maastricht : Shaker Publishing, 2010. 246 p.
    In het onderzoek ‘Werk en Bijstand: arbeidsmarktstrategieën van gemeenten’, worden tegen de achtergrond van de invoering van de Wet Werk en Bijstand in 2004 twee thema’s behandeld. In de eerste plaats worden de theoretische en empirische mogelijkheden verkend die gemeenten hebben om de instroom in de bijstand te voorkomen en de uitstroom te bevorderen en daarmee de werking van de lokale arbeidsmarkt te beïnvloeden. Gemeenten blijken onderling te verschillen in de wijze waarop ze beleidsinstrumenten inzetten. Deze verschillen vertonen samenhangen met de regio, de grootteklasse en de politieke samenstelling van de gemeenteraad. Een econometrische analyse wijst uit dat de invloed van gemeenten om de lokale arbeidsmarkt te beïnvloeden gering is en dat de extra toegevoegde waarde van beleidsinstrumenten weliswaar significant, maar klein is. In de tweede plaats is nagegaan hoe gemeenten reageren op toenemende financiële verantwoordelijkheden en beleidsvrijheden als gevolg van processen van decentralisering waarvan de Wet Werk en Bijstand een voorbeeld is. Theoretisch zijn vier uitkomsten mogelijk op basis van twee dimensies: is er sprake van toenemende efficiëntie of juist niet en is er sprake van kleiner wordende onderlinge verschillen (convergentie) of worden de onderlinge verschillen juist groter (divergentie)? Een empirische verkenning laat zien dat de efficiëntie van gemeenten als gevolg van de toegenomen verantwoordelijkheden is toegenomen, ondanks dat deze in de aanvangssituatie hoog is. Tegelijk is er sprake van convergentie en worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten kleiner. (B29246)
      
  • TNS NIPO; Min. OC & W; Min. VWS; Koenen, B.; Vieira, V.; Verhue, D., Nederland klaar voor het nieuwe werken : onderzoek in het kader van de 'Week van het nieuwe werken'
    [Amsterdam] : TNS Nipo, 2010. 46 p.
    In opdracht van het ministerie van OCW en het voormalige programmaministerie voor Jeugd en Gezin
    heeft TNS NIPO onderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 795 Nederlanders van 18 jaar tot 65 jaar. Hierbij stonden de volgende vragen centraal: Hoe denken Nederlanders over flexibel werken?; In welke mate werken werknemers flexibel?; Welke ervaringen heeft men met flexibel werken?; Aan welke voorwaarden moet bij flexibel werken zijn voldaan?; Wat is de rol van de werkgevers? Uit het onderzoek blijkt dat flexibel werken leidt tot minder stress, minder files, hogere arbeidsparticipatie en minder beroep op kinderopvang. Flexibel werken maakt mensen productiever en meer bereid tot overwerken en is een belangrijke of doorslaggevende voorwaarde bij het zoeken naar een nieuwe baan. Nederlanders staan zeer positief tegenover flexibel werken: 85% vindt het een goede zaak. (B29234)
      
  • Research voor Beleid; Frouws, B.; Buiskool, B. J.; Min. BZK, Diversiteitsbeleid in internationaal perspectief : een internationaal vergelijkend onderzoek naar diversiteitsbeleid in de publieke sector : eindrapport
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2010. 87 p.
    Diversiteit in het personeelsbestand van alle overheidssectoren is één van de speerpunten
    in het arbeidsmarktbeleid. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is onderzoek gedaan naar het diversiteitsbeleid binnen de publieke sector in elf landen. Het onderzoek maakt de vergelijking tussen Nederland en de andere landen (België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Denemarken, de Verenigde Staten, Canada, en Australië) op het gebied van etnische diversiteit, man/vrouw-verhouding en leeftijd. De resultaten laten zien dat diversiteit bijna overal wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. In Nederland stond diversiteitsbeleid een beetje los van bijvoorbeeld integratiebeleid, antidiscriminatiebeleid, arbeidsmarktbeleid en emancipatiebeleid. Het Nederlandse beleid richtte zich vooral op vrouwen, allochtonen en ouderen, in tegenstelling tot de andere landen waarin diversiteit breder wordt gezien. Tot slot had Nederland in relatie tot andere landen relatief harde doelstellingen geformuleerd, in de vorm van streefcijfers. (B29215)
      
  • CBS, Twee eeuwen beroepsbevolking
    Den Haag : CBS, 2010. 45 p.
    Statistische gegevens over de beroepsbevolking over de periode 1800-2009. Aan de orde komen onder meer cijfers over de werkloze beroepsbevolking, participatie op de arbeidsmarkt, berekening van de totale en de werkzame beroepsbevolking, spanning op de arbeidsmarkt en de kwaliteit van de uitkomsten. (B29212)
      
  • AIAS; UVA; Clasen, J.[et al.], Sit by and watch idly? : labour market policy in a period of crisis
    Amsterdam : AIAS, 2010. 62 p.
    Conferentieverslag met de volgende bijdragen:
    Foreword / Wiemer Salverda; The labour market triangle: lessons from seven European countries / Trudie Schils; Against the wind: Danish flexicurity and the crisis / Per Kongshoj Madsen; The German labour market in a situation of crisis / Werner Eichhorst; Lessons from the UK / Jochen Clasen; Lessons from the labour market triangle for labour market policies during and after the crisis / Ruud Muffels; Who should take responsibility for unemployment compensation and activation? / Paul de Beer; The preferred employment policy for the Netherlands / Joan Muysken; Comment on Muysken / Wiemer Salverda; A labour market policy agenda for the future / Alexander Rinnooy Kan. (B29126)
      
  • SCP; Echtelt, P. van; Schnabel, P.; Beer, P. de; Veen, R. van der, Werkloosheid in goede banen : bijdragen aan de SCP-studiemiddag 2010
    Den Haag : SCP, 2010.
    SCP-Special, nr. 59
    Naar aanleiding van het eerder verschenen onderzoek Een baanloos bestaan (SCP-publicatie 2010-5) organiseerde het Sociaal en Cultureel Planbureau een studiemiddag met het thema Werkloosheid in goede banen. Tijdens de studiemiddag werd ingegaan op een aantal fundamentele vragen met betrekking tot de sociale zekerheid en het huidige arbeidsmarktbeleid. In het rapport zijn de volgende lezingen gebundeld:
    Een baanloos bestaan / Patricia van Echtelt; Iedereen aan het werk? / Paul de Beer; Naar een activerend stelsel van sociale zekerheid / Romke van der Veen. (B29176)
       
  • Min. BZK, Arbeidsmarktanalyse openbaar bestuur 2010
    Den Haag : Min. BZK, 2010. 136 p.
    De verwachting is dat de werkgelegenheid in het openbaar bestuur (gemeenten, provincies, waterschappen, rijksoverheid) als gevolg van bezuinigingen de komende jaren flink zal dalen. Dat leidt tot personeelsoverschotten. Er gaan echter ook tekorten aan personeel ontstaan. Dat komt doordat vraag en aanbod van personeel in het openbaar bestuur niet goed op elkaar zijn afgestemd. Uit de ambtelijke analyse blijkt dat maatregelen nodig zijn om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten. In vergelijking met andere sectoren (zoals de zakelijke dienstverlening) valt op dat in het openbaar bestuur werknemers minder vaak van werkgever wisselen. In het vooruitzicht van een toenemende mismatch tussen vraag en aanbod richting 2015 is mobiliteit een belangrijk middel om de arbeidsmarkt goed te laten werken. (B29101)  
       
  • ETUI; Leschke, J.; Watt, A., How do institutions affect the labour market adjustment to the economic crisis in different EU countries?
    Brussel : ETUI, 2010. 68 p.
    Working paper, nr. 2010.04
    De economische crisis heeft ernstige effecten gehad op de arbeidsmarkten. Hoewel geen enkel land aan de crisis is ontsnapt, zijn er aanzienlijke verschillen tussen de landen, voor wat betreft de omvang van de productieverliezen, het aantal banen dat verloren is gegaan, en de daaruit voortvloeiende stijging van de werkloosheid. Deze paper bevat empirisch onderzoek naar hoe de huidige economische crisis de verschillende Europese economieën heeft getroffen in termen van impact op de productie, en het domino-effect, beïnvloed door de specifieke institutionele kaders, op werkgelegenheid en werkloosheid . (B29088)
      
  • Min. SZW, Monitor Arbeidsmarkt nummer 2 - augustus 2010
    Den Haag : Min. SZW, 2010.
    De monitor is ingedeeld in vier thematische hoofdstukken die de volgende thema’s bestrijken: 1) werkgelegenheid en werkloosheid, 2) arbeidsmarktmaatregelen, 3) uitkeringen, en 4) bemiddeling en re-integratie (aan het werk). Ieder hoofdstuk bevat een inleiding die de belangrijkste ontwikkelingen samenvat. Het hoofdstuk 'Werkgelegenheid en werkloosheid', gaat in op de ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2010 (en voor zover cijfers beschikbaar zijn het tweede kwartaal van 2010) ten opzichte van eerdere periodes, alsmede een vooruitblik naar 2010-2011, met betrekking tot de economische groei/krimp, de arbeidsdeelname, de werkgelegenheid, en de werkloosheid. Daarbij wordt tevens onderscheid gemaakt naar sector en persoonskenmerken. Het hoofdstuk 'Arbeidsmarktmaatregelen', geeft een beeld van negentien verschillende arbeidsmarktmaatregelen die zijn getroffen om de gevolgen van de crisis tegen te gaan. Zo gaat dit hoofdstuk in op de stand van zaken ten aanzien van de dienstverlening van de mobiliteitscentra, de uitvoering van de WW, ontsluiting en benutting van arbeidsmarktinformatie, de leerwerkloketten, ESF, EGF, de scholingsbonus, de ervaringscertificaten en ervaringsprofielen. Het hoofdstuk 'Uitkeringen', geeft een beeld van de recente ontwikkelingen bij de verschillende uitkeringen, te weten WW-, bijstand-, en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO, WAZ, Wajong, WGA, en IVA). Het hoofdstuk 'Aan het werk: bemiddeling en re-integratie', sluit aan bij het SZW begrotingsartikel 47 (Aan het Werk: Bemiddeling en Re-integratie). Dit hoofdstuk gaat in op de mate waarin werkzoekenden, met of zonder re-integratieondersteuning, werk vinden of ondersteuning krijgen niet direct naar werk (sociale activering). 'Kerngegevens arbeidsmarkt', is het laatste hoofdstuk van deze Monitor en bestaat uit twee tabellen met stand- respectievelijk stroomcijfers met betrekking tot (o.a.) BBP, arbeidsproductiviteit, werkgelegenheid, arbeidsvolume, uitzendvolume, vacaturemarkt, (langdurige) werkloosheid, uitkeringen, kansen op instroom in de WW en baanvindkansen van WW’ers. (B29084)
       
  • Jongen, E. L. W., Modelling the impact of labour market policies in the Netherlands : proefschrift VU Amsterdam
    Amsterdam : Tinbergen Inst., 2010.
    De dynamiek tussen werk en werkloosheid in Nederland is relatief laag. Tegelijkertijd zijn de werkloosheidsuitkeringen, ontslagbescherming voor vaste contracten, en uitgaven aan actief arbeidsmarktbeleid relatief hoog. In zijn proefschrift analyseert Egbert Jongen de effecten van deze vormen van beleid, met behulp van toegepaste modellen voor Nederland. Uit zijn analyse volgt dat bij het huidige niveau van de WW-uitkering de kosten ongeveer gelijk zijn aan de baten. Een lagere WW-uitkering verhoogt de dynamiek, maar levert vanuit welvaartsperspectief weinig op. Dit geldt ook voor de introductie van een zogenaamde spaar-WW. Een spaar-WW maakt het makkelijker om het inkomensverlies door werkloosheid te spreiden over de hele levensloop, maar werknemers kunnen dit al grotendeels zelf, via sparen en lenen. De spaar-WW voegt daarom weinig toe. Jongens analyse leert verder dat ontslagbescherming de dynamiek verlaagt, maar dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de werkgelegenheid, productiviteit en welvaart. Collectief gefinancierde WW-uitkeringen en mogelijk onderinvesteringen in bedrijfspecifieke kennis zorgen ervoor dat mensen te snel worden ontslagen. Een rem op ontslag is daarom efficiënt. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een ontslagbelasting, die een deel van de huidige kostbare en tijdrovende procedures kan vervangen. Verder laat Jongen zowel theoretisch als empirisch zien dat ontslagvergoedingen weinig tot geen invloed hebben op de dynamiek. De analyse van actief arbeidsmarktbeleid (bijvoorbeeld ’Melkertbanen’) leert dat het werkgelegenheidseffect op macro niveau (nog) minder gunstig is dan op individueel niveau. Actief arbeidsmarktbeleid lijkt de dynamiek op de arbeidsmarkt eerder te verlagen dan te verhogen. (B29077)
      
  • RWI; Ecorys; Donker van Heel, P.; Wilkens, M., Onderweg naar morgen : arbeidsmarktbeleid van gemeenten en sociale partners samen
    Den Haag : RWI, 2010. 70 p.
    Onderzoek is gedaan naar de samenwerking tussen gemeenten en sociale partners per begin 2010. Specifiek is onderzoek gedaan naar de invloed van het akkoord dat de Stichting van de Arbeid en de VNG in mei 2009 hebben gesloten: Gezamenlijke aanpak gemeenten – sociale partners periode 2009 – 2010. (B29063) 
        
  • AIAS; Graaf-Zijl, M. de; Braak, J.; Folmer, E., Uitzenden in tijden van crisis : bemiddeling en scholing door uitzendbureaus
    Amsterdam : AIAS, 2010. 39 p.
    Als gevolg van de economische crisis staat de uitzendbranche onder druk. Dit rapport doet verslag van een enquête onder 178 vestigingen van uitzendbureaus in heel Nederland en onderzoekt of rol van uitzendbureaus als bemiddelaar tussen werkzoekenden en werkgevers is verschoven als gevolg van de crisis en welke invloed heeft dit gehad op de werkwijze van de uitzendbureaus. Het inschrijvingsbeleid van uitzendbureaus is door de crisis weinig veranderd. De meeste uitzendbureaus namen ook in hoogconjunctuur alleen de kansrijke werkzoekenden op in hun bestand met werkzoekenden. Dit beleid is niet gewijzigd, het aantal afwijzingen wel. Het scholingsbeleid is onder invloed van de crisis wel aangepast. Veel uitzendbureaus die in hoogconjunctuur wel scholing aanboden aan hun uitzendkrachten doen dat momenteel niet of veel minder, vooral vanwege de kosten. (B29062)
       
  • Verbond Sectorwerkgevers Overheid; Samenwerkende Centrales Overheidspersoneel; Min. BZK; Theeuwes, J. [et al.], De grote uittocht : negen essays over de arbeidsmarkt van de onderwijs- en overheidssectoren
    Den Haag : VSO, 2010. 287 p.
    Bevat de volgende hoofdstukken en bijdragen:
    Trends en uitdagingen voor de arbeidsmarkt: 1 Knelpunten op de arbeidsmarkt van de publieke sector /
    Jules Theeuwes en Arjan Heyma; 2 De Yenta-economie / Marc Vermeulen; 3 Dienstverlening op maat /
    Evert Pommer, John Stevens, Ria Bronneman-Helmers en Andries van den Broek.
    Oplossingsrichtingen: Productiviteit - sociale innovatie en arbeidsproductiviteit: 4 Sociale innovatie loont / Henk Volberda, Justin Jansen en Sebastiaan van Doorn; 5 Productiviteitsgroei als panacee? / Jos Blank.
    Oplossingsrichtingen: Participatie - loopbaanbeleid en inzetbaarheid: 6 Langer gezond werken: uitdagingen en noodzakelijke maatregelen / Lex Burdorf; 7 Aantrekkelijk Loopbaanbeleid / Beatrice van der Heijden; 8 Diversiteit: noodzaak en uitdaging / Anneke van Doorne-Huiskes; 9 Inzet van lager opgeleiden in de publieke sector / Joop Schippers (B29049)

  • TNO; CBS; Sanders, J.; [et al.], Alle hens aan dek : niet-werkenden in beeld gebracht
    Hoofddorp : TNO, 2010. 188 p.
    TNO en CBS werken sinds een aantal jaren samen bij het monitoren van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Beide instellingen willen periodiek in kaart brengen welke groepen het risico lopen voortijdig het arbeidsproces te verlaten en welke groepen al verhoudingsgewijs ver van de arbeidsmarkt zijn verwijderd. De publicatie 'Alle Hens aan Dek' is het eerste resultaat van de samenwerking op dit terrein. Deze publicatie geeft onder meer antwoord op vragen als: welke groepen maken geen deel uit van de beroepsbevolking, terwijl ze daar potentieel wel toe behoren? Hoe groot zijn die groepen precies? Welke ontwikkelingen laten deze groepen zien? De publicatie laat zien dat het met de arbeidsparticipatie van ouderen steeds beter gaat. Niet alleen willen mensen steeds langer doorwerken, maar gezien de toename van de gemiddelde pensioenleeftijd gebeurt dat ook steeds vaker. Minder goed gaat het op de arbeidsmarkt met personen met een langdurige aandoening. Van alle personen met een langdurige aandoening behoort minder dan de helft tot de werkzame beroepsbevolking. Er blijkt daarnaast een groep van zo'n honderdduizend jongeren te zijn die niet participeert op de arbeidsmarkt of in het onderwijs. De belangrijkste oorzaken zijn ziekte, arbeidsongeschiktheid én het ontbreken van een startkwalificatie. Ten slotte zijn vooral de allochtone moeders ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Wie zijn de niet-werkenden in Nederland?; Jongeren zonder werk; Ouderen op de arbeidsmarkt; Psychosociale en lichamelijke arbeidsbelasting en langdurig ziekteverzuim; Meer doen of mee doen: Arbeidsparticipatie van mensen met een langdurige aandoening; Zorgtaken en arbeidsparticipatie; Samenvatting en conclusies. (B28992)

  • Manpower; Intelligence Group; Network, The; Rinnooy Kan, A., Wereldwijd werken : positie kiezen op de mondiale arbeidsmarkt
    Diemen : Manpower, 2010. 32 p.
    Voor de Nederlandse kenniseconomie is buitenlands talent nodig. Op de internationale arbeidsmarkt wordt de concurrentie tussen landen om nieuwe werknemers steeds intensiever. Werkgevers die met kritieke tekorten te maken krijgen, doen er goed aan zich te richten op international recruitment. Het nieuwe Manpower Witboek ‘Wereldwijd werken’ zet de arbeidsmigratie in perspectief en beschrijft de stappen die nodig zijn om je als Nederlandse werkgever en overheid effectief mondiaal te positioneren. Bevat de volgende hoofdstukken: Voorwoord door Alexander Rinnooy Kan; Samenvatting; Inleiding: arbeidsmarkt in perspectief; Waarom de arbeidsmarkt steeds internationaler wordt; De Nederlandse arbeidsmarkt: de krapte keert terug; Kenmerken van internationale baanzoekers; International recruitment: de basics; Conclusie (B28978)
  • RWI, Arbeidsmarktanalyse 2010
    Den Haag : RWI, 2010. 106 p.
    De jaarlijkse Arbeidsmarktanalyse van de RWI bevat de gedeelde visie van sociale partners en gemeenten op de actuele en aankomende arbeidsmarktontwikkelingen en de beleidsvisie die daaruit voortvloeit. Achtereenvolgens komen aan bod: de ontwikkeling van de vraag (werkgelegenheid en vacatures); ontwikkeling van het arbeidsaanbod; de confrontatie van vraag en aanbod; de relatie tussen de crisis en de arbeidsmarktontwikkelingen. Vervolgd wordt met een ‘inhoudsanalyse’ van deze onderwerpen: Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten en arbeidsmarktknelpunten en waarom? Op deze analyse volgt een hoofdstuk waarin, op basis van het voorgaande, een aantal beleidsconclusies en beleidsaanbevelingen worden genoemd: de Beleidsagenda voor 2011 en 2012. Het afgelopen jaar zijn vooral in de marktsector veel banen verloren gegaan, die de komende jaren waarschijnlijk niet terug zullen komen. Tegelijkertijd zal er waarschijnlijk ook op de collectieve sector flink bezuinigd worden, met mogelijk gevolgen voor de werkgelegenheid. Daar staat tegenover dat er in het afgelopen jaar veel mensen met pensioen zijn gegaan (de ‘babyboomers’). Ook in de komende twee jaar zal dit het geval zijn. Hoewel er in bepaalde sectoren wel tekorten kunnen ontstaan aan mensen met specifieke kennis en vaardigheden zal er de komende twee jaar over het algemeen een overschot aan werknemers blijven. Met name voor werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijft het moeilijk om werk te vinden. Datzelfde geldt voor hoger opgeleiden met specifieke kennis. Om er toch voor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen een baan vinden, moet er volgens de RWI dan ook nu worden geïnvesteerd. Allereerst in de (potentiële) werknemers, bijvoorbeeld door scholing. Ten slotte moet de aansluiting tussen de opleiding van werknemers en de eisen die de arbeidsmarkt aan hen stelt verbeteren. (B28968)

 

  • SEO; Randstad Holding; [et. al], Bridging the gap : international database on employment and adaptable labour
    Amsterdam : SEO, 2010. 177 p.
    SEO-report, nr. 2010-01
    Publicatie gebaseerd op de International Database on Employment and Adaptable Labour (IDEAL). In het rapport wordt achtereenvolgens ingegaan op de Lissabondoelstellingen van de EU; vraag en aanbod in de arbeidsmarkt van de toekomst; internationaal beleid voor het bevorderen van participatie; beleidsoplossingen in de empirische literatuur; moderne arbeidsrelaties; niet-standaard werkgelegenheid en arbeidsparticipatie. (B28912) 
      
  • SCP; Josten, E., Minder werk voor laagopgeleiden? : ontwikkelingen in baanbezit en baankwaliteit 1992-2008
    Den Haag : SCP, 2010.
    SCP-publicatie, nr. 2010/10
    Bijna een kwart van de werkenden en werkzoekenden in Nederland heeft een opleiding op vmbo-niveau of lager. Beleidsmakers maken zich al een paar decennia zorgen over de arbeidsmarktpositie van deze groep. Ze vrezen dat de behoefte aan laaggeschoold personeel kleiner gaat worden door technologische ontwikkelingen, bijvoorbeeld de voortgaande toepassing van informatietechnologie, en door de concurrentie van lagelonenlanden. Dit rapport plaatst deze zorgen in perspectief: het zet de verwachtingen van beleidsmakers en de stand van de wetenschappelijke discussie op een rij, en koppelt die aan feitelijke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het aantal laaggeschoolde banen blijkt de afgelopen twintig jaar nauwelijks te zijn veranderd, terwijl het aantal laagopgeleiden daalde. Het rapport geeft aan wat dit voor de arbeidsmarktpositie van laagopgeleiden heeft betekend. (B28926)

  • AIAS; Regioplan; Batenburg, R.; Beer, P. de; Timmerhuis, V.;[et al.]., Arbeid in crisis?
    Den Haag : Boom Lemma, 2010.
    De economische crisis gaat niet ongemerkt aan de arbeidsmarkt voorbij. Duizenden banen zijn verloren gegaan en het aantal werklozen is snel opgelopen. Tegelijkertijd ligt aan de horizon het perspectief van een dreigend tekort aan arbeidskrachten als gevolg van de vergrijzing en de krimp van de beroepsbevolking. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid loopt als een rode draad door de beschouwingen over 'arbeid in crisis' in deze bundel. Ze vormen de neerslag van een conferentie die de stichting Nederlandse ArbeidsmarktDag en het jubilerende Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken op 14 oktober 2009 organiseerden in het SER-gebouw in Den Haag. Bevat de volgende bijdragen:
    Naar een nieuwe arbeidsmarkt en een nieuw beleid / Maarten Camps; Inkomensprofielen, ontslagbescherming en de arbeidsmarkt voor oudere werknemers / Coen Teulings; Denkwerk voor draagvlak: een verlanglijst voor arbeidsonderzoek / Hester Houwing en Veronique Timmerhuis; Diagnose bij re-integratie in zeven landen / Marion Collewet, José Gravesteijn en Jaap de Koning; Re-integratie in tijden van crisis. Onderzoek naar re-integratie-instrumenten voor relatief moeilijk plaatsbare groepen / Maikel Groenewoud; Werkzekerheid in plaats van baanzekerheid?. Het Nederlandse arbeidsmarktbeleid in dynamisch perspectief / Ronald Dekker, Ruud Muffels en Ton Wilthagen; Meer dan religieuze belemmeringen alleen. Over de achterblijvende scholing en integratie van vrouwen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond in de Amsterdamse gezondheidszorg / Melissa Imansoeradi en Mark van der Meer; Krimpende werkgelegenheid, scholing en arbeidsmarktmobiliteit in Nederland / Didier Fouarge, Andries de Grip, Wendy Smits en Robert de Vries; Welvaartsvast pensioen: crisis van de ultieme poldermythe? / Wiemer Salverda; Deeltijd als tijdelijk fenomeen?. Voltijd en deeltijd over opeenvolgende geboortecohorten van vrouwen / Nicole Bosch, Anja Deelen en Rob Euwals; Verzorgingsstaatschauvinisme in Nederland / Peter Achterberg, Dick Houtman, Willem de Koster, Katerina Manevska en Jeroen van der Waal; Vijfentwintig jaar kostenbesparing bij de overheid. Gevolgen voor kwaliteit van de arbeid en productiviteit / Steven Dhondt, Klaas ten Have en Karolus Kraan. (B28908)

  • CPB; Weel, B. ter; Horst, A. van der; Gelauff, G., The Netherlands of 2040
    Den Haag : CPB, 2010.
    Bijzondere publicatie, nr. 88
    Scenariostudie waarin de belangrijkste uitdagingen voor Nederland worden geschetst om een aantrekkelijke vestigingsplaats te blijven, met hoogwaardige productie en een flexibele arbeidsmarkt. In 2040 zijn sterke steden nodig voor de ontplooiing van kennis. De mobiliteit van mensen en bedrijven zal verder zijn toegenomen. Meer en meer zoeken talentvolle mensen elkaar op om ideeën uit te wisselen. Sterke steden zijn dus nodig om talentvolle mensen en bedrijven aan te trekken en vast te houden. Een goed opgeleide beroepsbevolking wordt nog meer bepalend voor economisch succes dan die nu al is. Door steden de ruimte te geven en mensen passend te scholen kan Nederland zich voorbereiden op de toekomst. De vraag hoe we in 2040 ons brood verdienen, heeft dan ook als antwoord: met goed opgeleide mensen in sterke steden. Om de onzekerheid over de omvang van steden en de taakverdeling tussen werknemers in beeld te brengen biedt deze studie vier mogelijke scenario's: Talent Towns; Cosmopolitan Centres; Egalitarian Ecologies; Metropolitan Markets; (B28895)

  • Research voor Beleid; Europese Cie, Migrants to work : innovative approaches towards successful integration of third country migrants into the labour market : final report
    Zoetermeer : Europese Cie, 2010.
    Research voor Beleid onderzocht in opdracht van de Europese Commissie tegen welke barrières migranten aanlopen bij het zoeken, vinden en behouden van een baan en met name wat innovatieve en praktische methoden zijn om de arbeidsmarktintegratie van migranten te verbeteren. Een belangrijke uitkomst van de studie bestaat uit de vaststelling van de effectieve mechanismen die zijn te gebruiken in het ontwikkelen en uitvoeren van een sluitende en effectieve aanpak voor arbeidsmarktintegratie van migranten: Een geïntegreerde aanpak bestaande uit verschillende instrumenten en elementen; Een op maat gesneden aanpak, die rekening houdt met verschillen tussen groepen en de behoeften van werkgevers en migranten betrekt bij de aanpak; Samenwerking tussen en betrokkenheid van relevante actoren op verschillende niveaus (EU, nationale en lokale overheden, sociale partners, onderwijs, migrantenorganisaties, etc.); Betrokkenheid van werkgevers; Een professionele en gemotiveerde ‘staff’ in de uitvoering van projecten; Een goede strategie voor het bereiken van de doelgroep (‘outreach’). (B28753)

  • Forum; Jungbluth, P., Onverzilverd talent 2 : marktkansen van hoogopgeleiden die starten vanuit achterstand
    Utrecht : Forum, 2010.
    Onverzilverd Talent II maakt inzichtelijk dat allochtone hoogopgeleiden veel vaker uit lagere sociale milieus komen en dat ze vaker ouderwetse zoekstrategieën hanteren die hen bovendien ‘ambtelijk’ zichtbaar maken als werkloos. Van deze hoogopgeleiden is hun etniciteit wél zichtbaar, hun sociale afkomst niét. Veel hoogopgeleide allochtonen hebben gemeen dat ze tegelijkertijd kansrijk en kansarm zijn: ze sprinten in één generatie over de volle lengte langs de maatschappelijke ladder omhoog. Het lonkende perspectief dat een bul op zak toegang verleent tot de privileges van de hogere sociale milieus, komt niet altijd uit. Er is méér nodig om die opleiding snel en succesvol te kunnen omzetten in een passende baan. Overaccentuering van etnische afkomst als verklaringsgrond laat buiten beeld dat (kans)arme autochtone jongeren vergelijkbare problemen en fricties ondervinden in hun ontwikkelingskansen als veel jongeren van migranten. (B28746)

  • Inspectie van het Onderwijs.; Min. OC en W., Zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij mbo-instellingen : resultaten van een verkennend onderzoek naar de relatie tussen het opleidingen- en informatieaanbod aan deelnemers en de arbeidsmarkt
    Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2010.
    Vanaf augustus 2008 hebben bve-instellingen de wettelijke zorgplicht tot het uitsluitend aanbieden van beroepsopleidingen met arbeidsmarktperspectief. Daarnaast dienen deelnemers goed te worden voorgelicht over de kans op werk die opleidingen bieden. Voor een eerste indicatie van hoe instellingen met deze zorgplicht omgaan en hoe de Inspectie van het Onderwijs in een later stadium hierop toezicht kan houden, deed de inspectie in 2009 een verkennend onderzoek. Dit onderzoek bestond uit een analyse van het  opleidingenaanbod en de voorlichting daarover, en gesprekken met instellingen. Dit  rapport bevat de resultaten van het onderzoek (B28729)

  • ROA.; Meng, C.; Huijgen, T.; Ramaekers, G., MBO-diploma in tijden van crisis : doorleren of werk zoeken?
    Maastricht : ROA, 2010.
    ROA-R-2010/2
    Doorleren of zich aanbieden op de arbeidsmarkt? Jongeren die een mbo-diploma behalen staan voor deze keuze. Het rapport analyseert een aantal aspecten dat centraal staat in de keuze tussen doorleren en aanbieden op de arbeidsmarkt. Het gaat in op de omvang van de activiteiten die scholen hebben ondernomen. Ook stelt het de vraag of de scholen, gezien hun beperkt budget qua zowel tijd als geld, een effectieve aanpak van de activiteiten hebben laten zien, en wat de invloed van deze activiteiten is geweest op de afweging die jongeren maken. Zien jongeren die aangesproken zijn om door te leren de vervolgopleiding slechts als tussenpauze tot ze een betaalde baan aangeboden krijgen? Nagegaan wordt hoe het de jongeren die zich op de arbeidsmarkt hebben aangeboden is vergaan en welke ondersteuning is geboden aan jongeren die geen werk vonden. De resultaten in het rapport zijn afkomstig van een steekproef onder 20.000 gediplomeerden van het mbo (examenjaar 2009). (B28722)

  • ROA.; Meng, C.; Soudant, E.; Thor, J. van, MBO: tevredenheid en aansluiting met vervolgonderwijs en arbeidsmarkt
    Maastricht : ROA, 2010.
    ROA-R-2010/3
    Het rapport bespreekt hoe gediplomeerde schoolverlaters van het MBO hun opleiding achteraf beoordelen. Daarnaast komt aan bod hoe de transitie tussen de gevolgde MBO-opleiding en het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt verloopt. (B28723)

  • Nicis Inst.; Waal, J. van der, Stedelijke economie in een tijd van mondialisering : arbeidsmarktkansen en etnocentrisme van laaggeschoolden in Nederlandse steden
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2010.
    In het publieke en wetenschappelijke debat is van alles te doen over de lokale gevolgen van economische mondialisering. In 'Stedelijke economieën in een tijd van mondialisering' wordt de complexe internationale literatuur over dit onderwerp uiteengezet en vervolgens aan empirische toetsing onderworpen. Een analyse met betrekking tot 22 grootstedelijke agglomeraties die Nederland telt, laat zien dat alleen immigratie een verklaring biedt voor stedelijke verschillen in werkloosheid van laaggeschoolden, de zogenaamde 'mondialiseringsverliezers' - internationale arbeidsdeling en concurrentie blijken niet relevant. Daarnaast blijkt dat lokale verschillen in etnocentrisme onder laagopgeleiden niet worden veroorzaakt door economische factoren: verschillen in stedelijke cultureel klimaat blijken hiervoor verantwoordelijk te zijn. In het slothoofdstuk worden op basis van de implicaties van deze bevindingen handvatten geboden voor lokaal arbeidsmarktbeleid. (B28716)

  • CPB, Centraal economisch plan 2010
    Den Haag : CPB, 2010.
    CEP 2010. Publicatie waarin de economische vooruitzichten voor het lopende en het komende jaar worden gepresenteerd. De Nederlandse economie groeit in 2010 en 2011 naar verwachting met respectievelijk 1½% en 2%. In reactie op de historisch grote economische krimp in 2009, met 4%, loopt de werkloosheid op tot 500.000 personen. Als speciale onderwerpen wordt dit keer ingegaan op voorspellen in crisistijd en de gevolgen van de crisis voor de arbeidsmarkt. (B28699)

  • Verbond Sectorwerkgevers Overheid; Samenwerkende Centrales Overheidspersoneel; Min. BZK, De grote uittocht : vier toekomstbeelden van de arbeidsmarkt van onderwijs- en overheidssectoren.
    Den Haag : VSO, 2010.
    Dit rapport verkent de toekomstige arbeidsmarkt van de publieke sector tot 2020. Beschreven worden zes trends die een bijzondere impact hebben op de arbeidsmarkt in de publieke sector: Demografie (vergrijzing, ontgroening en verkleuring); De arbeidsmarkt (flexibilisering, zekerheid en krapte); Krappe overheidsfinanciën (conjunctureel en structureel); Veranderende wensen van het werkende individu (combineren werk-privé); Veranderende organisatievormen (sturing, management, productiviteit); De (on)tevreden burger. Verkend wordt wat de gevolgen zijn van het dreigend tekort aan mensen en geld. Op basis daarvan worden vier verschillende scenario's voor de arbeidsmarkt geschetst. Ten slotte is een aantal thema’s benoemd die in alle scenario's om oplossingen vragen. In het rapport wordt gekeken naar de onderwijssectoren, het openbaar bestuur, de rechterlijke macht, politie en defensie. Deze staan hierna steeds aangeduid als ‘de overheids- en onderwijssectoren’. De zorg valt buiten het domein van deze toekomstverkenning, maar is waar nodig wel meegenomen in de analyse. (B28690)

  • Min. SZW, Monitor arbeidsmarkt nummer 1 - maart 2010
    Den Haag : Min. SZW, 2010.
    De Monitor bericht over de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt, arbeidsmarktmaatregelen, uitkeringen en re-integratie inspanningen, op basis van cijfers gepubliceerd tot 1 maart 2010. Nieuw in deze Monitor Arbeidsmarkt ten opzichte van de editie van december 2009 is dat er op verschillende plekken in de monitor aandacht wordt besteed aan flexwerkers en ZZP-ers. (B28673)

  • Centre for European Reform; Tilford, S.; Whyte, Ph., The Lisbon scorecard X : the road to 2020
    Londen : CER, 2010.
    In het rapport worden individuele lidstaten beoordeeld op hun prestaties ten aanzien van de Lissabon doelstellingen. Deze doelstellingen zijn geformuleerd tijdens de Europese top in de Portugese hoofdstad Lissabon in 2000 en zouden bereikt moeten zijn in 2010. De doelstellingen zijn samen te vatten in drie pijlers: een economische- , een sociale- en een ecologische pijler. Nederland wordt in het rapport door het Centre for European Reform uitgeroepen tot ‘Chief Hero’ van Europa, door een prima combinatie van een hoog niveau van arbeidsproductiviteit met een hoge werkgelegenheid. Ook staat Nederland, samen met Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk in de top vijf van landen die het beste scoren op de thema’s sociale gelijkheid, arbeidsmarktprestaties en duurzaamheid- en milieubeleid. Over het algemeen lijken de Lissabon-doelstellingen niet gehaald. De meeste lidstaten hebben te weinig vooruitgang geboekt. De nieuwe EU agenda voor 2020 worden gekenmerkt door een sterke methode van governance, met openbare ranglijsten van prestaties van de lidstaten, en er moet meer aandacht worden besteed aan vaardigheden en innovatie. (B28669)

  • Min. Financiën, Op afstand van de arbeidsmarkt : rapport brede heroverwegingen
    Den Haag : Min. Financiën, 2010.
    Brede heroverwegingen 9. Deze heroverweging betreft het geheel van regelingen voor inkomensondersteuning voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het betreft met name de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten (Wajong), de Wet sociale werkvoorziening (WSW), de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet op de arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. In totaal gaat het bij deze regelingen in 2010 om circa 19,5 miljard euro. Aanverwante regelingen, zoals de AWBZ en speciaal onderwijs worden waar relevant, ook betrokken. (B28633)

  • SCP ; Echteld, P. van, Een baanloos bestaan : de betekenis van werk voor werklozen, arbeidsongeschikten en werkenden
    Den Haag : SCP, 2010.
    SCP-publicatie, nr. 2010/5
    Het rapport analyseert hoe niet-werkenden hun situatie ervaren en wat zij doen om weer aan het werk te komen. Zijn mensen die niet werken sociaal geïsoleerd? Ervaren zij veel financiële problemen? Willen ze werken of hebben ze zich verzoend met een baanloos bestaan? (B28581)

  • ECORYS; Kenteq, Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Kenteq 2009-2010
    Rotterdam : ECORYS, 2010.
    In opdracht van Kenteq, het kenniscentrum voor technisch vakmanschap, heeft ECORYS onderzoek gedaan naar de arbeidsmarkt van leerbedrijven in de werktuigbouw/metaal, elektrotechniek en installatietechniek. De nadruk ligt hierbij op werknemers op mbo-niveau. Het doel van het onderzoek is om de aantallen bpv-plaatsen en vacatures in deze sectoren en de (gediplomeerde) leerlingen vanuit het onderwijs in beeld te brengen. Leerbedrijven zijn gevraagd naar: plaatsingsmogelijkheden voor bol- en bbl-leerlingen voor schooljaar 2009/2010; vacatures voor recent gediplomeerde mbo-leerlingen met Kenteq kwalificaties. Ook zijn leerlingenaantallen in beeld gebracht. (B28551)

  • Divosa, Een regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt : meedoen naar vermogen, belonen van inzet
    [Utrecht] : Divosa, 2010.
    In deze notitie schetst Divosa de contouren en argumenten voor één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Een uitkering moet een aanvulling worden op het loon dat je zelf kunt verdienen. De directeuren van sociale diensten, verenigd in Divosa, adviseren kabinet en politiek daarom de WSW, de Wajong en de gemeentelijke loonkostensubsidies vanuit de Wwb samen te voegen tot één regeling voor mensen die moeite hebben met het vinden van werk. Uitgangspunt van de nieuwe regeling is dat iedereen naar vermogen moet kunnen meedoen en dat inzet wordt beloond. Bijdrage voor werkgroep heroverwegingen “op afstand van de arbeidsmarkt”. (B28514)

  • Houwing, H., A Dutch approach to flexicurity? : negotiated change in the organization of temporary work : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    Amsterdam : H. Houwing, 2010.
    De in 1999 ingevoerde wet Flexibiliteit en Zekerheid, ook wel ‘flexwet', had tot doel om een nieuwe balans te creëren tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt. Vanwege deze doelstelling is de flexwet door de Europese Commissie aangemerkt als een voorbeeld van flexicurity. Hester Houwing bekeek hoe werkgevers en sociale partners invulling geven aan deze wet, en of de flexwet ook daadwerkelijk geleid heeft tot een herverdeling van risico's. Ondanks de doelstelling van het creëren van een nieuwe balans met deze flexicurity-wet laat de praktijk zien dat de sociale partners in hun collectieve onderhandelingen niet altijd in staat zijn om een balans tussen flexibiliteit en zekerheid in de cao vast te leggen. Hierbij moet worden opgemerkt dat alleen is gekeken naar tijdelijk werk en uitzendwerk. Flexibilisering wordt vooral bereikt door flexibiliteit voor tijdelijke krachten te vergroten; risico's zijn niet significant ge-redistribueerd tussen vaste en tijdelijke krachten. (B28496)

  • Denys, J., Free to work : voor een open en moderne arbeidsmarkt
    Antwerpen : Houtekiet, 2010.
    Publicatie over de arbeidsmarkt in Vlaanderen. De resultaten van de Vlaamse arbeidsmarkt zijn internationaal ronduit slecht. De arbeidskosten zijn hoog, er werken te weinig mensen, de zwarte economie bloeit als nooit tevoren en het aanbod is niet op de vraag afgestemd. Even zorgwekkend is dat de arbeidsmarkt helemaal niet voorbereid is op de vele uitdagingen zoals de globalisering, de vergrijzing en de snelle technologische ontwikkelingen. Daar bovenop komt dan nog de economische crisis die de arbeidsmarkt ondermijnt. In 'Free to work' schetst arbeidsmarktdeskundige Jan Denys niet alleen de problemen maar reikt ook oplossingen aan voor het beleid, de bedrijven en de werknemers.
    Inhoud: De arbeidsmarkt: een markt als geen ander; Het belang van de arbeidsmarkt; Pijnpunten, pseudopijnpunten en sterke punten van de Belgische arbeidsmarkt; Waarom loopt het fout?; Elf belangrijke trends; De gevolgen van de economische crisis voor de arbeidsmarkt; De moeizame modernisering van de arbeidsmarkt; De contouren van een moderne en open arbeidsmarkt; Wat te doen? Zestig voorstellen voor een open en moderne arbeidsmarkt; De eigen loopbaan. (B28502)

  • HBO-Raad; ROA; RU Groningen; [et al.], Afgestudeerden van het hbo tijdens een crisis : geen verloren generatie : HBO-monitor 2008
    Den Haag : HBO-Raad, 2009.
    Uit het onderzoek blijkt dat hbo-afgestudeerden, die tijdens de 2009 recessie de arbeidsmarkt betreden op de lange termijn geen verhoogde kans op werkloosheid hebben, niet op een lager baanniveau hoeven te werken en ook geen lager salaris zullen ontvangen. De werkloosheid onder pas afgestudeerde hbo'ers kan op korte termijn wel tijdelijk toenemen. Uit het rapport blijkt ook dat de toegevoegde waarde van een hbo-diploma bovenop een mbo-diploma aanhoudt tijdens een crisis. Daarnaast zullen de hbo-afgestudeerden in hbo-functies niet verdrongen worden door academici. Dit komt doordat zij in tijden van crises een relatieve daling van hun salaris sneller accepteren dan recent afgestudeerde academici. De negatieve gevolgen op korte termijn komen vooral voor rekening van afgestudeerden van de technische hbo-opleidingen (en daarmee mannen), terwijl veel vrouwelijke afgestudeerden profiteren van de beschermende factor van de gevolgde opleidingssector (bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs). Zij zullen hun carrière door de crisis wel vaker in een deeltijdbaan starten.
    Statistisch supplement; http://www.hbo-raad.nl/component/content/article/29/567 (B28490)

  • Wilthagen, T., Over de arbeidsmarkt gesproken : voorstellen voor vernieuwing en verandering
    Tilburg : Celcus, 2010.
    De arbeidsmarkt is dringend toe aan vernieuwing en modernisering, maar hoe moet dat gebeuren? Leidt meer flexibiliteit tot onzekerheid? Hoe kunnen we vrouwen, jongeren en gehandicapten zoveel mogelijk laten participeren in het arbeidsproces? En wat te doen met nieuwe groepen werkenden, zoals ZZP’ers? ‘Over de arbeidsmarkt gesproken’ van Ton Wilthagen, hoogleraar institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt, gaat in op deze vragen. De bundel bevat een reeks opiniestukken en columns van zijn hand, merendeels gepubliceerd in dag- en vakbladen. De bijdragen zijn opgenomen onder de volgende hoofdstukken: Flexicurity & Europa; Crisis & krapte; Arbeidsverhoudingen & vakbonden; Levensloop & AOW; Regionaal arbeidsmarktbeleid. (B28455)

  • A+O fonds Gemeenten, De gemeentelijke arbeidsmarkt in 2013 : een review van knelpunten en interventies
    Den Haag : A+O fonds gemeenten, 2008.
    Gemeenten moeten tussen 2006 en 2013 meer dan de helft van hun personeel vervangen. De uitstroom wordt vooral veroorzaakt door twee factoren: de voortgaande vergrijzing en de daarmee gepaard gaande uitstroom naar pensioen en een uitstroom naar de marktsector. Deze review* biedt een overzicht van de uitstroom, de te verwachten knelpunten en de mogelijke interventies. (B28458)

  • E,til; Faun, H. M. F. G. M.; Hensgens, J. C. G.; Meuwissen, J. J. L., Regionale arbeidsmarkt gemeenten naar beroep en opleiding
    Maastricht : E,til, 2007.
    Onderzoek naar de arbeidsmarkt in de gemeentelijke sector. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de huidige arbeidsmarktsituatie van de gemeentelijke sector; de verwachting van de toekomstige arbeidsmarktontwikkelingen en de uitdagingen in het personeelsbeleid waarvoor gemeenten op korte en middellange termijn komen te staan; de meest relevante interventiemogelijkheden van gemeenten. Bij dit laatste worden de mogelijke instrumenten beschreven waarmee gemeenten de uitdagingen kunnen aangaan. Tot slot komen de gemeenten zelf aan het woord voor wat betreft hun ervaringen en verwachtingen. (B28459)

  • SEO; Heyma, A.; Werff, S. van der; Prins, J., Baten van baan-baanmobiliteit : eindrapportage
    Amsterdam : SEO, 2009.
    SEO-rapport nr. 2009-40
    Onderzoek naar de relatie tussen baan-baanmobiliteit en de inzetbaarheid van werknemers. Vaak wordt verondersteld dat werknemers beter inzetbaar worden op de arbeidsmarkt naarmate ze vaker van baan veranderen. In dit rapport is onderzocht of baan-baanmobiliteit ook daadwerkelijk zorgt voor een betere inzetbaarheid. Daarbij is de mate van inzetbaarheid uitgedrukt in de kans om vanuit een baan werkloos te worden, respectievelijk in de kans om een situatie van werkloosheid te verlaten. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed van baan-baanmobiliteit op inzetbaarheid beperkt is. (B28423)

  • UWV Werkbedrijf, Kerngegevens arbeidsmarkt in Nederland : december 2008
    Amsterdam : UWV, 2009.
    De Nederlandse economie groeide in 2008 duidelijk minder dan in 2006 en 2007. Op kwartaalbasis is de laatste drie kwartalen van 2008 al geen sprake meer van groei. Omdat al drie opeenvolgende kwartalen sprake is van een krimpende economie verkeert de Nederlandse economie in recessie. In 2009 zal de economie in Nederland, vooral door een daling van de export, krimpen. De werkzame beroepsbevolking zal in 2009 naar verwachting dalen en de werkloosheid zal in 2009 en vooral in 2010 sterk toenemen. Het CPB voorspelt voor 2009 en 2010 een daling van de werkgelegenheid. De sterkste daling van de werkgelegenheid zal zich voordoen in de industrie. Alleen voor de overheid en de zorg wordt nog een toename van de werkgelegenheid verwacht. (B28354)

  • ILO; Cazes, S.; Verick, S.; Heuer, C., Labour%