Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Uitreiking SER-Scriptieprijs 2012

Uitreiking SER-Scriptieprijs 2012

Speech SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan
bij de uitreiking van de SER-Scriptieprijs 2012 op vrijdag 20 april 2012

Alleen het gesproken woord telt.


Dames en heren,

De SER hecht zeer aan talentontwikkeling. Voor de toekomst van Nederland is talent van cruciaal belang. Een sterke kenniseconomie vraagt erom alle beschikbare individuele talenten – jong en oud – maximaal te ontwikkelen en maatschappelijk in te zetten.

Graag levert de raad hieraan ook zelf een actieve bijdrage. Talent ontwikkelt zich als het wordt uitgedaagd. Mede om die reden is de SER-Scriptieprijs in het leven geroepen.

De SER bevordert met zijn prijs de kennisuitwisseling met talentvolle studenten. Via de scripties kunnen we kennisnemen van de nieuwste inzichten op onze werkterreinen. Tegelijkertijd krijgen we een beeld van de sociaal-economische onderwerpen die jonge mensen van nu boeien en bezighouden. Goed om te weten! Natuurlijk biedt de prijs ons ook een uitgelezen kans om het werk van de SER bij de universiteiten en studenten onder de aandacht te brengen.

Onze uitdaging aan studerend Nederland heeft gewerkt. We ontvingen in totaal 92 inzendingen. Bijna 25 procent meer dan bij onze vorige prijsvraag in 2010.
De jury was aangenaam verrast door het niveau en de onderwerpkeuze van de inzendingen. De meeste inzendingen kwamen van studenten arbeidsrecht, bestuurskunde en economie. De onderwerpen van de scripties zijn divers en bestrijken een groot aantal werkterreinen van de SER.

We hebben de inzendingen beoordeeld op originaliteit, beleidsrelevantie, analytisch niveau en leesbaarheid, en ik kan u verklappen dat de drie genomineerden ruimschoots aan die criteria voordoen. Het is dan ook met veel genoegen dat ik de genomineerden voor de SER-Scriptieprijs 2012 aan u voorstel. Drie getalenteerde jonge mensen die een interessante en lezenswaardige scriptie schreven: talent dat klaar staat om een bijdrage te leveren aan onze maatschappij.

Abdessalam Es-Saghir schreef zijn scriptie in het kader van zijn studie algemene economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De titel is ‘Innovative on Trade’. Zijn scriptie gaat over de economische betekenis van handelsinnovatie versus technologische innovatie. Een belangrijk onderwerp, zeker voor een open economie als Nederland.

Globalisering gaat gepaard met het uitbesteden van taken en het opknippen en geografisch spreiden van productieprocessen. Dat zorgt voor lange en ingewikkelde productieketens. Voor de handel betekent dit dat er op twee manieren productiviteitswinst is te behalen. Dat kan binnen delen van de productieketen door product- of procesinnovatie of door de keten als geheel beter te organiseren en de transactiekosten tussen delen er van te verlagen. Met andere woorden: door handelsinnovatie.

Abdessalam analyseert het economisch effect van handelsinnovatie door een verlaging van de transactiekosten. Hij doet dat aan de hand van gegevens van dertien landen. De analyse toont aan dat productiegeoriënteerde landen hun productiviteit vooral hebben kunnen verbeteren door technologische innovatie. Handelsgeoriënteerde landen hebben vooral baat bij handelsinnovatie. Over het algemeen gaat men ervan uit dat alleen innovatieve resultaten op het gebied van Research en Development (R&D) een positieve bijdrage leveren aan economische groei. Abdessalam laat zien dat handelsnaties zoals Nederland vooral meer groei realiseren door handelsinnovaties in de productieketen en in de organisatie van de handel. Voor de SER een belangrijk inzicht dat we kunnen meenemen in adviezen over economische groei en ontwikkeling.

Abdessalam schreef een zeer compacte en goed opgebouwde scriptie, met een gedegen onderbouwing en een goede analyse. Hij behandelt een ingewikkeld onderwerp en biedt met zijn scriptie stof voor interessante discussie en zeker niet alleen tussen economen onderling.
Abdessalam werkt nog een tijdje bij de VU als assistent van prof. den Butter – tevens zijn scriptiebegeleider -; daarna wacht hem vast een interessante baan.

De scriptie van Neda Delfani is geschreven in het kader van de studie politicologie, eveneens aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De scriptie, getiteld ‘Experts versus politicians’, gaat over een relevant beleidsonderwerp. Worden EU-beleidsaanbevelingen in het kader van de European Strategy for Growth and Jobs door een lidstaat gevolgd omdat ze rationeel-logisch zijn of omdat ze passen bij de ideologie van de regering van die lidstaat?

De Europese Unie gaat ervan uit dat nationale regeringen van elkaar zullen leren als ze zien hoe het beter kan (de policy learning view). Daarom worden lidstaten uitgenodigd om elkaar hun best practices op het terrein van arbeidsmarkt-beleid te laten zien. Neda vraagt zich in haar scriptie af of deze veronderstelling klopt. Is er sprake van ‘policy learning’ of nemen regeringen alleen die elementen uit aanbevelingen over die passen bij hun eigen ideologie: de ‘partisan theory’. Zij toetst de beide theorieën aan de hand van het arbeidsmarktbeleid van Denemarken, Nederland en Zweden: landen die de afgelopen tien jaar een verschillende politieke kleur hadden.

Haar onderzoek bevestigt de partisan theorie. Regeringen volgen vooral die aanbevelingen die passen bij hun eigen ideologie. Daarmee doen ze aan cherry-picking. Neda biedt met haar onderzoek een belangrijk inzicht in het beleidsproces. Ze laat zien wat de kans groter maakt dat beleidsaanbevelingen aan een regering worden overgenomen. En ze concludeert dat het ‘beleidsleren’ verbeterd kan worden door aanbevelingen zo concreet mogelijk te maken, vaak te herhalen en te voorzien van concrete doelen en benchmarks. Met die suggesties kan ook de SER als adviesorgaan aan de regering zijn voordeel doen.

De scriptie van Neda is zeer goed geschreven, bondig en helder. Opvallend is de zorgvuldigheid waarmee ze haar onderzoeksvragen operationaliseert en haar hypotheses toetst. Bovendien weerlegt ze in haar betoog mogelijke tegenargumenten en alternatieve verklaringen en staat ze stil bij de beperkingen van haar scriptie. Daarmee maakt ze haar scriptie nog sterker. Het verbaast dan ook niet dat Neda een promotieplaats aan de universiteit heeft gekregen. Ze werkt al ruim een jaar als PhD aan de UvA, heb ik gehoord.

Sander van Hees schreef zijn masterscriptie voor de studie European Law aan de Universiteit Utrecht over ‘A sustainable competition policy for Europe’. Zijn scriptie koppelt twee belangrijke beleidsonderwerpen aan elkaar: duurzaamheid en mededinging.

Het Europese mededingingsbeleid stelt voorwaarden aan de samenwerking tussen marktpartijen om gezonde economische concurrentie te garanderen. Tegelijkertijd kan duurzame ontwikkeling juist door samenwerking tussen bedrijven worden bevorderd. Staan economische en niet-economische publieke beleidsdoelen van de EU met elkaar op gespannen voet? Of zijn ze verenigbaar en kunnen ze elkaar zelfs versterken?

Sander gaat dat in zijn scriptie na. Op grond van een uitgebreid overzicht van verschillende aspecten van Europees publiek beleid en uiteenlopende perspectieven daarop concludeert hij dat de EU publieke beleidsdoelen die op duurzame ontwikkeling zijn gericht met het Europese mededingingsbeleid kan ondersteunen. Voor integratie van beide beleidsdoelen bestaan minder belemmeringen dan vaak wordt gedacht. Vervolgens schetst Sander op basis van uitgebreid juridisch literatuuronderzoek een paar concrete beleidsvoorstellen. Volgens hem ligt de sleutel tot een duurzaam mededingingsbeleid voor Europa bij de Europese Commissie. Die kan - bijvoorbeeld in de vorm van richtsnoeren - met een expliciete versoepeling van het commissiebeleid duidelijkheid scheppen over toegestane samenwerking tussen marktpartijen met het oog op duurzaamheid.

De scriptie van Sander is compact, helder en goed geschreven. Hij maakt een uitgebreide analyse van teksten van verdragen, richtlijnen en uitspraken van het Hof. Een kritische analyse! In zijn conclusie schrijft hij over de Europese Commissie: “Er was een tijd dat zij leek te erkennen dat mededingingsbeleid een breder doel heeft dan het verbeteren van de economische welvaart van consumenten. Maar dat pad heeft zij allang verlaten, zo lijkt het”. Een kritisch geluid, maar Europa kan daar wel tegen. Sander is inmiddels trainee bij de Europese Commissie, zo heb ik begrepen.

Drie interessante scripties, drie veelbelovende talenten. Toch kan maar er maar één winnaar van de hoofdprijs zijn.

De winnaar is:

Neda Delfani met haar scriptie Experts versus politicians.

Je prijs bestaat uit een geldbedrag van € 2000. Verder krijg je zo dadelijk de gelegenheid om de raad toe te spreken: een ander onderdeel van je prijs.

Ook wil ik graag Abdessalam Es-Saghir en Sander van Hees van harte feliciteren met hun prachtige prestatie, waarvoor zij eveneens een prijs verdienen: een geldbedrag van € 500.

Ik wil nu met veel genoegen Neda Delfani uitnodigen naar voren te komen om de raad toe te spreken.