Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Het belang van de ambachtseconomie voor de Nederlandse economie

Het belang van de ambachtseconomie voor de Nederlandse economie, onder andere vanuit het oogpunt van innovatie

Toespraak van dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter SER, tijdens het minicongres ‘Ambachtseconomie – de toekomst in eigen handen’ van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), woensdag 9 juni 2010, in kasteel De Vanenburg te Putten.

Alleen het gesproken woord geldt.


1. Introductie

Wat fijn om op deze bijzondere dag op deze geweldig mooie locatie hier bij u aanwezig te mogen zijn. Het is een eer en genoegen.

Uiteraard hoop ik dat u vandaag allemaal al gestemd heeft, of dat nog zult gaan doen. U weet, ik ben een democraat in hart en nieren. Juist in deze turbulente tijd, zowel economisch als politiek-maatschappelijk, is het van groot belang dat wij allen niet alleen maar klagen, onze nationale volkssport, maar óók onze democratische plicht vervullen.

2. Afscheid Piet Kalle

Dames en heren,

We zijn hier vandaag bijeen om afscheid te nemen van Piet Kalle als voorzitter van het HBA. En tot Piet wil ik mij nu dan ook in het bijzonder richten.

Piet, ik heb je naam op internet eens ‘gegoogeld’. Wat denk je? 73.000 zoekresultaten! Zelf kom ik niet verder dan een score van 60.000. Je hebt altijd baas boven baas, zullen we maar zeggen. Maar het is eigenlijk ook helemaal niet zo gek als we je loopbaan en je verdiensten eens wat nader onder de loep nemen.

Als ondernemer had je 9 kapperszaken. Je was 25 jaar voorzitter van de Nederlandse kappersbrancheorganisatie ANKO en 15 jaar voorzitter van de Europese federatie van kappersorganisaties. Daarnaast was je op mondiaal niveau actief, onder andere als deelnemer en later als jurylid van de wereldkampioenschappen kappen.

Je grossierde ook in voorzitterschappen, van tennisvereniging (Stroe) tot sectorraad (Detailhandel en Ambachten). In 1984, nu alweer 26 jaar geleden, deed je als bestuurslid je intrede bij het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA). In 1996 werd je ook daar voorzitter. En dan heb ik nog maar een fractie van al je activiteiten in al die jaren benoemd.
Ik vermoed dat je daarvoor vandaag een onderscheiding van de Koningin zou hebben ontvangen, ware het niet dat je al in 2002, uiteraard geheel terecht, benoemd bent tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Bekijk ik het vanuit mijn eigen perspectief, dan kan ik je niet anders omschrijven dan als bezielend en verbindend. Je bent een passievolle vakman met hart voor het ambacht, in al zijn verscheidenheid. En daarbij hou je net zo makkelijk een vlammend en aanstekelijk betoog voor stratenmakers als voor politici.

Niemand is het nog gelukt de grote criticaster van de PBO, het Tweede Kamerlid Aptroot, te overtuigen van nut en noodzaak van product- en bedrijfschappen. Maar ik vermoed dat jij een van de weinigen bent die dat toch voor elkaar zou kunnen krijgen, was het niet voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) als geheel, dan toch wel voor het HBA.

Ook je sterk bindende vermogen viel mij op, met oog en respect voor ieders belang. Onder jouw voorzitterschap is het HBA gegroeid van 40.000 naar 80.000 aangesloten ondernemingen; met steeds weer nieuwe branches in de wachtkamer. Maar het meest treffend voor jou als bestuurder vind ik wel je start bij het HBA.

Je kwam midden jaren tachtig als ANKO-voorzitter bij het HBA binnen met een wel heel bijzondere opdracht. Of met de kappers het HBA verlaten, óf het HBA opblazen. Het siert je dat je inmiddels een van de boegbeelden van de PBO en het HBA in het bijzonder geworden bent.

Piet, je bent ruim 26 jaar actief geweest voor het HBA, waarvan 14 jaar als voorzitter. Vanochtend heb je de voorzittershamer aan Elrie Bakker overgedragen. Ik zal je leeftijd niet verklappen, maar ik denk dat iedereen wel mag weten dat je de huidige pensioengerechtigde leeftijd van 65 al gepasseerd bent. Je bent dus niet alleen iemand met een rijk verleden, maar ook een man van de toekomst.

Piet, heel veel dank voor je tomeloze inzet gedurende al die jaren voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en het HBA. En uiteraard wil ik ook je vrouw Netty en je beide kinderen danken dat ze jou al die jaren zo ruimhartig aan ons hebben afgestaan. Ook dat verdient een groot woord van dank.

Als teken van dank heb ik een symbolisch SER-presentje voor je meegenomen. Symbolisch omdat het staat voor ons constructieve en prettige overleg in de afgelopen jaren, maar het is ook symbolisch omdat het ‘compliance-proof’ is en aan alle geldende integriteitsbepalingen voldoet. Als bestuurder, en zeker in de PBO, mag je vandaag de dag immers niet zomaar alles aannemen. Piet, nogmaals dank en al het beste toegewenst.

En Elrie Bakker wens ik veel succes, plezier en bestuurswijsheid toe met de nieuwe taak als HBA-voorzitter. We zullen elkaar ongetwijfeld nog nader spreken en ik hoop en verwacht dat we de plezierige en constructieve samenwerking van het HBA met de SER ook onder jouw voorzitterschap zullen continueren. Ik zie ernaar uit.

Maar daar wil ik het vandaag niet bij laten. Ik wil graag ook ingaan op de ambachtseconomie in relatie tot de kenniseconomie en op innovatie in de ambachten.

3. Ambachtseconomie en kenniseconomie

Dames en heren,

De ambachten vormen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie. Het HBA heeft dat onlangs met klinkende cijfers nog maar eens aangetoond. Maar ook zonder die cijfers zijn ambachten onmisbaar in elke samenleving, zowel inhoudelijk als economisch. Er is behoefte aan ambachtelijke producten én de ambachten bieden werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Het is goed dat het HBA daarvoor de term ambachtseconomie introduceerde. Maar er is de laatste jaren ook een ander begrip geïntroduceerd; de kenniseconomie.

Voor een duurzame en bestendige welvaart zijn onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap onmisbaar. Ook de SER is daarvan overtuigd; de kenniseconomie is het beste antwoord op de vraag hoe wij onze maatschappelijke welvaart kunnen blijven vergroten. Een sterke economie vraagt om hogere uitgaven aan kennis, juist nu wij aan de vooravond staan van een grondige herziening van de publieke uitgaven. Want wie denkt dat kennis duur is, weet niet wat domheid kost.

Het beeld heerst wellicht dat die kenniseconomie draait om kenniswerkers, om mensen die voornamelijk denkwerk doen. Dat is inderdaad een onderdeel ervan, maar er is nadrukkelijk meer. Het beeld van een kenniseconomie wordt compleet als u bedenkt dat deze álle soorten kennis en kunde omvat. En daarbij telt elk talent op elk niveau, van vmbo tot universiteit.

Kenniseconomie is het benutten van álle talenten, het denkwerk én het handwerk. Kennis wordt toegepast en krijgt vorm in handgemaakte, ambachtelijke producten en deze toepassingen worden door ondernemers op de markt gebracht. De ambachtseconomie is daarmee voluit onderdeel van de kenniseconomie.

Het Innovatieplatform wil Nederland terugbrengen in de top 5 van kenniseconomieën ter wereld. Innovatie en investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn daarbij cruciaal. Dat heeft als doel onze maatschappelijke welvaart te vergroten. Maatschappelijke welvaart wil zeggen dat duurzame groei optreedt in drie dimensies: ‘people’ (mensen), ‘planet’ (milieu) en ‘profit’ (financieel-economisch). Zo wordt Nederland sterker, slimmer en duurzamer.

Vorig jaar heeft de SER geadviseerd over de Europese kenniseconomie (de Lissabonstrategie). Daarin gaat het concreet om:
  1. investeringen in onderzoek en ontwikkeling; 
  2. investeringen in onderwijs, specifiek het tegengaan van schoolverlaters zonder diploma en het aanpassen van opleidingen aan de eisen van deze tijd; 
  3. bevordering van innovatie en ondernemerschap en 
  4. een leven lang leren.

Zowel voor de kenniseconomie als voor de toekomst van de ambachten is talent de belangrijkste bouwsteen en de motor van groei. In de ambachten is het nu al vaak moeilijk om goed opgeleid personeel of goede opvolgers te vinden door vergrijzing en te lage instroom in beroepsopleidingen. Daarom moeten we ambachtelijk talent beter herkennen, waarderen en aanboren. We hebben specialisten nodig in de klassieke ambachten én we hebben specialisten nodig in de nieuwe ambachten (zoals ‘webdesign’ en animatie- en graphicsbedrijven).

Het is goed dat het Platform Ambachtseconomie eraan werkt om ambachtelijk talent aan te boren en te waarderen. Elk verloren talent is een gemiste bijdrage aan de samenleving. Elk talent verdient gekoesterd te worden en verdient een topdocent. Juist in de ambachten is een gedegen vakopleiding essentieel, met kennis die niet alleen uit het boekje, maar vooral ook in de praktijk wordt opgedaan.
Het Nederlandse onderwijs heeft eigenlijk weinig echte vijanden, heb ik onlangs al eens gesteld. Maar ik heb er ook aan toegevoegd dat het onderwijs wel wat meer vrienden kan gebruiken. Ik hoop van ganser harte dat ook u allen hier een echte vriend van het onderwijs wordt.

De kenniseconomie gaat dus ook over u. Een samenleving zonder bakkers, kappers en loodgieters is ondenkbaar en bijzonder onwenselijk. Daarom: geen kenniseconomie zonder ambachten, en meer specifiek: geen kenniseconomie zonder innovatieve ambachtelijke ondernemers. En dan ben ik bij mijn volgende onderwerp aanbeland, innovatie.

4. Innovatie in de ambachten

De kenniseconomie begint bij goed onderwijs. Vervolgens is onderzoek en ontwikkeling belangrijk. Uiteindelijk moet onderzoek neerslaan in innovatie. Dat is het toepassen van nieuwe processen, technieken of materialen. Ook in ambachtelijke bedrijven wordt geïnnoveerd, op allerlei terreinen. Ambachtelijke ondernemers zijn vaak zelfstandigen zonder personeel, oftewel zzp’ers. Of beter ozp’ers, ondernemers zonder personeel. Zo noemt u zich liever, begreep ik. Deze bedrijfsvorm kan wel een beperkende factor zijn voor innovatie. Er is in vergelijking met grotere bedrijven minder investeringsruimte en uiteraard zijn er nauwelijks mogelijkheden om vernieuwingen door te voeren op het gebied van personeel.

Toch blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau EIM dat van alle ondernemers in het ambacht de afgelopen twee jaar 41 procent 1 of meerdere vernieuwingen doorvoerde; dat zijn circa 90.000 ondernemers. Deze ondernemers halen hun kennis voornamelijk uit hun directe omgeving: van klanten, van leveranciers, van collega-ondernemers, uit vakliteratuur, van brancheorganisatie en, als die er zijn, van medewerkers. Zo’n 70 procent van de innoverende ondernemers binnen het ambacht zag de winst stijgen.

Dit zijn mooie cijfers, maar ik hoop natuurlijk dat álle ambachtelijke ondernemers zich realiseren wat innovatie voor hen kan opleveren. Innovatie begint met permanent en systematisch aandacht te besteden aan de huidige werkwijze. Wat is goed en wat kan beter? De eigen medewerkers – voor zover aanwezig – hebben daar vaak zelf een prima oog voor. Innovatie hoeft niet ingewikkeld en lastig te zijn, kleine verbeteringen leveren ook wat op.

Een mooi voorbeeld vind ik een goud- en zilversmid die computergestuurde technieken gebruikt voor zowel het ontwerp als de productie van unieke sieraden. Met een driedimensionale wasprinter maakt hij tastbare modellen van zijn ontwerpen. Met deze technieken kan hij in een paar uur een sieraad maken dat vroeger maanden monnikenwerk vroeg en daardoor heel kostbaar was. Nu kan hij consumenten letterlijk unieke producten bieden voor een prijs die voor velen haalbaar is.

Een ander voorbeeld van een zeer innovatieve ondernemer komt uit het zuiden van het land. In Heerlen heeft DuraCar uit het niets een revolutionaire elektrische bestelbus (de QUICC!) ontworpen en gebouwd. Daarbij is niet een benzinemotor omgebouwd, maar opnieuw een auto ontworpen en dan wel een elektrische. De auto bestaat uit veel minder onderdelen dan een conventionele en is daardoor bij een bescheiden productie van 10.000 stuks per jaar al rendabel.
Het bedrijf had grote moeite om de benodigde financiering rond te krijgen, maar was gezegend met een geweldig bedrijfsmotto: ‘Iedereen zei dat het niet kon, totdat er iemand kwam die dat niet wist.’ Ik hoop dat alle ondernemers in het ambacht dit motto hanteren als het even tegen zit.

Het zijn zo maar enkele voorbeelden van innovaties. Maar innovatie is één kant van de medaille. De andere kant is wat die innovaties bijdragen aan de drie dimensies van onze welvaart.

5. Duurzame innovatie

Innovatie is van wezenlijk belang voor de economie, maar de SER verbindt daar wel aan dat er, net als in het voorbeeld van DuraCar, aandacht is voor duurzaamheid. Dat wil zeggen innovatie die tegelijkertijd economisch perspectief biedt én de economie verduurzaamt. Welvaart is voor de SER altijd drieledig, ik gaf dat al aan. Als milieu-, sociale en economische doelstellingen met elkaar in evenwicht zijn, is er sprake van welvaart. Dat is niet altijd eenvoudig; soms is er synergie tussen deze drie pijlers, vaak moeten uitruilen plaatsvinden.

In ecologisch opzicht gaat het om het stellen van grenzen aan milieuvervuiling en het verlies van biodiversiteit, een veel efficiëntere inzet van energie en grondstoffen en om een veel sterker hergebruik van afvalstoffen. Innovatie, en dus ook die in de ambachten, zien we graag die richting opgaan.

En ook daar zijn voorbeelden van te vinden in het ambacht. Normaliter kijken we door een raam naar buiten en zitten zonnecellen, als we die hebben, op het dak. Maar er zijn ook glasbewerkingsbedrijven die zonnecellen verwerken in ramen. Prachtig!
Ik geloof dat in elke branche duurzame innovatie mogelijk is. Denkt u eens aan het principe van gesloten kringlopen. Afval is dan geen afval meer, maar grondstof voor een nieuw product. ‘Afval is voedsel’ noemen we dat, of ‘cradle to cradle’, van wieg tot wieg. Dat uitgangspunt biedt ondernemers nog jaren perspectief op innovatie.
Wat dat betreft zou ik de ondernemers in de ambachten graag willen uitdagen. Verdiep u eens stevig in het principe van cradle tot cradle. Ik ben ervan overtuigd dat het de ambachten vele kansen voor duurzame innovatie te bieden heeft.

6. Slot

Dames en heren, ik kom tot een afronding. De ambachtseconomie is een onmisbaar onderdeel van onze samenleving en van onze kenniseconomie. Ik hoop dat ik vandaag eventuele misverstanden daarover weg heb kunnen nemen.

Maar de ambachten zien zich ook voor uitdagingen geplaatst. Het Platform Ambachtseconomie heeft daartoe aan de hand van 4 hoofdthema’s een actieplan opgesteld. Het gaat daarbij om:
• verbetering van het imago;
• herwaardering van het ambachtelijk vakonderwijs;
• meer aandacht voor ondernemerschap en
• een vriendelijk ondernemersklimaat voor de ambachten.

Dit actieplan sluit goed aan bij het SER-advies van vorig jaar over de Europese kenniseconomie. U zult begrijpen dat mij dat deugd doet en ook vertrouwen in de toekomst geeft.

Wel zou ik het Platform Ambachtseconomie willen uitdagen om aandacht te besteden aan de bevordering van innovatie en van duurzame innovatie in het bijzonder.

Innovatie houdt elke sector vitaal, maar kan in de ambachten ook bijdragen aan de bekendheid en aantrekkelijkheid van het vak. Zo kan een ‘win-win-situatie’ ontstaan. Duurzame innovatie kan niet alleen bijdragen aan die bekend- en aantrekkelijkheid van de ambachten, deze kunnen hierdoor op alle drie dimensies (people, planet en profit) ook een grotere bijdrage leveren aan de Nederlandse kenniseconomie.

Oftewel, u heeft de toekomst in eigen handen. Want de ambachtseconomie is van groot belang voor een welvarende en duurzame toekomst van ons mooie land.

Ik wens u daar veel succes bij.

dr. A.H.G. (Alexander) Rinnooy Kan / © Christiaan Krouwels