Speech gehouden bij de bijeenkomst Van brekebeen naar baanbreker, op 30 oktober 2007 in de Paleiskerk in Den Haag.
Alleen het gesproken woord geldt
Inleiding
- Fijn om te mogen spreken op een interessant congres met feestelijk tintje [start van CrossOver]
- In zo’n deftige omgeving: Paleisstraat, Paleiskerk.
- Bovendien ook deftig ontvangen door medewerkers bij de garderobe en de koffie
[daarvoor worden mensen met verstandelijke en lichamelijke beperking ingezet]
- Duidelijk te zien dat medewerkers hun werk heel serieus doen, maar er ook plezier in hebben. Meedoen aan de organisatie van zo’n evenement is natuurlijk ook heel spannend en leuk.
Hoofdlijn presentatie
- Mee kunnen doen.
- Daar draait het om in het advies van de SER over jonggehandicapten: Meedoen zonder beperkingen. Meer participatiemogelijkheden voor jonggehandicapten.
- Kern van het advies is: we moeten er alles aan doen om jonggehandicapten optimaal te laten participeren in een vorm van werk die past bij hun talenten en die rekening houdt met hun beperkingen.
- Wil vanmiddag kort de visie schetsen die aan het advies ten grondslag ligt en de lijnen waarlangs volgens de SER participatie bevorderd kan worden.
- Maar misschien goed om eerst probleem te benoemen, want in de discussie in de media kom je daarover heel verschillende opvattingen tegen. Hoe ziet de SER het probleem?
Het probleem
- Precies een jaar geleden [nou ja..31 oktober 2006] stuurde toenmalig minister De Geus een adviesaanvraag aan de SER over ‘de bevordering van de arbeidsparticipatie van Wajonggerechtigden’.
- De minister gaf aan dat maar heel klein deel van de Wajonggerechtigden werkt (26%). Het percentage dat werkt bij reguliere werkgever is nog kleiner (9%). De minister wilde dit percentage verhogen.
- Vragen aan de SER:
- Welke mogelijkheden ziet SER om participatie Wajongers in reguliere arbeid te bevorderen?
- Wat kunnen sociale partners daaraan bijdragen?
- Hoe kan overgang van school naar werk beter?
- Laatste zin van de brief – leest als ‘by the way’ – ‘Bij de verdere oordeelsvorming maakt het kabinet ook graag gebruik van eventuele opmerkingen bij de toename van het aantal Wajongers’.
- De SER heeft het probleem wat ruimer opgevat.
- Breed perspectief op participatie. Net als in MLT-advies benadrukt SER belang van meedoen. Het is prachtig als een jonggehandicapten aan het werk kan bij een reguliere baas, maar als dat niet lukt, moet een andere passende manier gezocht. Jonggehandicapten moeten hoe dan ook mee kunnen doen.
- Bredere doelgroep. SER keek niet alleen naar Wajongers, maar ook naar mensen zónder Wajonguitkering maar mét een structurele functiebeperking. Voor hen gelden dezelfde moeilijkheden bij participeren.
o Probleem volgens SER is dus: te weinig mensen met functiebeperking kunnen op een bij hen passende manier meedoen in de samenleving.
Veranderde probleemdefinitie
- Inmiddels is in discussies in de media en parlement een ander probleemdefinitie verschenen.
- Alle aandacht nu naar laatste zin uit adviesaanvraag: de toename van het aantal Wajongers en met name de groeiende instroom. Naar verwachting in 2040 in totaal ongeveer 300.000 Wajongers.
- Die toename baart ook SER zorgen.
- Geen goede zaak als op termijn zoveel mensen:
- levenslang afhankelijk zijn van een minimumuitkering,
- werkcontacten en kans op persoonlijke ontwikkeling missen
- maatschappelijke aan de zijlijn blijven.
- Bovendien mist samenleving capaciteiten en talenten van Wajongers. Natuurlijk ‘zonde’ als we in vergrijzende samenleving alle arbeidskrachten nodig hebben.
- Als we alle zeilen bijzetten om jongeren met functionele beperkingen uit de Wajong te houden of te laten uitstromen dan zal het aantal Wajongers onder die 300.000 kunnen blijven. Dat is waar de SER zich op richt.
Oorzaak van groeiende instroom?
- Discussie in media heeft andere focus: spitst zich toe op beperken van de instroom.
- Hoe komt het dat de instroom gegroeid is? Wie komen er eigenlijk in de Wajong? Impliciete of expliciete vraag: is dat terecht? Kan ‘toegang niet dichtgeschroeid?’ [Flip de Kam in NRC van 25.08.07].
- Vanzelfsprekend heel belangrijk om samenstelling van Wajonggroep en ontwikkelingen daarin goed te kennen.
- Ten tijde van adviesvoorbereiding daarover alleen basale gegevens beschikbaar en nog geen onderzoek naar verklaringen voor groei.
- Die onduidelijkheid werd door sommigen gebruikt om allerlei meer en minder plausibele veronderstellingen te doen over oorzaken.
- Heb zelfs al gelezen dat de feminisering van het basisonderwijs achterliggende oorzaak van groeiende Wajong-instroom zou zijn [interview met Philip de Jong, hoogleraar Economie van de Sociale Zekerheid, UvA in Volkskrant van 19 oktober]. De oude strenge meester heeft plaatsgemaakt voor een lieve softe juf die zich geen raad weet met wilde jongetjes, die vervolgens wegens gedragsmoeilijkheden in de Wajong terecht komen.
- Gelukkig komen er langzamerhand meer empirische analyses beschikbaar. Zoals eind augustus onderzoek van TNO en twee weken geleden UWV-analyse op basis van dossieronderzoek.[Zie bijlage 2: Daaruit blijkt overigens dat een belangrijke deel van de toegenomen instroom komt vanuit het vso en praktijkonderwijs. Daarbij gaat het vooral om licht en zeer licht verstandelijk gehandicapten en daarnaast leerlingen met stoornis in autistisch spectrum; vaak in combinatie met verstandelijke beperking. Gaat nauwelijks om ADHD’ers zoals in media beweerd].
- Belangrijk dat ook zicht ontstaat op factoren die maken dat Wajongers aan het werk komen:
- hoe ziet die groep eruit: opleiding, leeftijd, beperking
- wat voor werkgevers hebben ze
- welk werk doen ze
- welke instrumenten, regelingen en voorzieningen bleken effectief
- wat maakt dat Wajongers aan het werk blijven?
- Verder onderzoek is nodig en misschien daarna nog wel nader advies.
- De SER houdt zich aanbevolen.
Visie SER
Belang van participatie
- Centraal in advies staat opvatting SER dat participatie ook voor jonggehandicapten van groot belang is en dat méér jonggehandicapten dan nu kunnen participeren in vorm van werk.
- Hoeveel meer jonggehandicapten kunnen participeren is nog onduidelijk,maar tijdens voorbereiding van advies hebben jonggehandicapten zelf en bij hen betrokken organisaties ons verzekerd dat met voldoende ondersteuning veel meer van deze mensen aan het werk kunnen.
Accent op mogelijkheden & maatwerk
- Dat vraagt om een andere kijk. Niet accent op grenzen en handicaps, maar op mogelijkheden en capaciteiten.
- Daarom spreekt SER consequent van ‘functiebeperking’: een meer dynamisch begrip dan handicap. Want functiebeperkingen kunnen bijv. verminderen door nieuwe technologie of door aanpassingen in het werk.[Op het belang van dit meer dynamisch begrip werd SER gewezen door een ervaringsdeskundige. Zij – Suzanne Wernsen – heeft zich ook aangemeld voor congres. Rolstoelafhankelijk].
- Groep met functiebeperking is heel heterogeen: verstandelijke beperking, lichamelijke, psychische of psychiatrische. Daarom bevorderen van arbeidsparticipatie via individuele benadering, differentiatie in aanpak, begeleiding en ondersteuning op maat.
Oriëntatie op arbeid & waaier van werk
- Veronderstelt ook, sterker dan nu, in onderwijs aan deze leerlingen al heel vroeg oriëntatie op arbeid. Ook voor hen moet het vanzelfsprekend worden dat ze – hoe dan ook – straks aan de slag gaan. Via bijv. assessments, trainingen en werkervaringsplaatsen, stages concreet voorbereiden op toekomst met werk.
- Een belangrijk taak voor het onderwijs in samenwerking met instanties en organisaties betrokken bij re-integratie.
- Zo bezien zijn er voor jongeren met functiebeperking vele mogelijkheden tot participatie. Volgens SER een ‘waaier van werk’. Dagbesteding, Wsw-plaats, begeleid werken, vrijwilligerswerk, werken bij een reguliere werkgever of als zelfstandige.
- Vervolgens is het dan wel belangrijk dat werk ook voor deze jongeren loont; dat ze met werken boven minimumniveau kunnen uitkomen.
Institutionele belemmeringen opgeruimd
- Om voorgaande te realiseren, moeten her en der institutionele belemmeringen uit de weg geruimd. SER-advies onderkent dat er veel regelingen en voorzieningen voor Wajongers zijn. Dat is een groot goed. Maar soms werken die regelingen averechts en zorgen instituties voor starre kaders waardoor individuele Wajongers niet uit de voeten kunnen. Dat moet anders.
Aanpassingen in arbeidsorganisatie
- Tenslotte: ook werkgevers en werknemers kunnen bijdragen aan grotere arbeidsdeelname van mensen /jongeren met een functiebeperking.
- Werk voor deze jongeren vraagt zekere aanpassing van werkgever en collega’s op de werkplek. Niet alleen technische aanpassingen, maar ook aandacht, begeleiding, ondersteuning, flexibiliteit, een functie-inhoud die op maat gesneden is, werktijden die goed zijn afgestemd op de persoon.
- Werkgevers moeten daarbij op zekere ondersteuning en stimulans door overheid kunnen rekenen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat werkgevers verdwalen in een woud van regelingen.
- Gelukkig kunnen dolende werkgevers sinds kort voor informatie en inspiratie terecht bij nieuwe kenniscentrum CrossOver.
Afsluiting
- Samenvattend: waarvoor pleit de SER?
- Jongeren met een functiebeperking naast de noodzakelijke inkomensbescherming vooral ondersteuning bieden bij het vinden en behouden van passend werk, van welke aard dan ook.
- Een maatschappelijk appèl aan de overheid, uitvoerende instanties, het onderwijs, werkgevers en werknemers om jonggehandicapten meer mogelijkheden te bieden om mee te doen.
- Tegelijk doet het advies impliciet ook een ruimer appèl.
- Dat zoveel jongeren met een lichte verstandelijke beperking niet zonder hulp en voorzieningen op de arbeidsmarkt terecht kunnen, zegt ook iets over de moderne samenleving. Het sterke accent op tempo, deadlines, hoge productie maakt het voor mensen met een beperking wel erg lastig om zich in te voegen.
- Met betere voorbereiding op werk en adequate ondersteuning van jongeren met een functiebeperking hoeft niet gewacht te worden tot alle factoren van de problematiek scherp in beeld zijn; daar kunnen we direct mee beginnen.
- Dat zal bovendien op termijn de uitstroom uit de Wajong bevorderen. Een bredere kijk op het Wajongvraagstuk biedt meer perspectief voor de toekomst.