Home | Actueel | Persberichten | 2010-2012 | 2011 | SER licht advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen toe in Tweede Kamer

SER licht advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen toe in Tweede Kamer

2 november 2011

SER-voorzitter Rinnooy Kan presenteerde vandaag samen met de Peter Gortzak en Peter Bongaerts namens de sociale partners het advies Ontwikkelen door duurzaam ondernemen aan de Vaste Tweede Kamercommissies van Buitenlandse Zaken en EL&I. Handel en investeringen zijn belangrijker voor een duurzame economische ontwikkeling dan de traditionele ontwikkelingssamenwerking. Een goed ontwikkelde lokale private sector speelt hierbij een cruciale rol. Het advies gaat in op de rol die het Nederlandse bedrijfsleven en de overheid kunnen spelen om die ontwikkeling te stimuleren. De kamerleden waren geïnteresseerd in de visie van de SER op onder meer de samenwerking met NGO’s, lokale overheden, naleving van OECD-richtlijnen en het vergroten van effectiviteit van het overheidsbeleid.

De Caluwé (VVD) vroeg zich af of het loslaten van de landenlijst niet strijdig is met de ambitie van het kabinet effectiever te werken. Rinnooy Kan lichtte toe dat een flexibele benadering wenselijk is. Bij voorbaat zouden kansrijke projecten niet gediskwalificeerd moeten worden omdat ze in landen spelen die niet tot de landenlijst voor de OS-bedrijfsleveninstrumenten behoren.

De Caluwé ging verder in op de samenwerking met NGO’s en lokale overheden. De SER-delegatie benadrukte het belang van deze contacten. Gortzak wees op het belang van NGO’s in de verduurzaming van arbeid en de taak van lokale overheden met oog op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor duurzame groei in ontwikkelingslanden.

Ormel (CDA) was benieuwd of de SER een visie heeft op de regionale kringloop waarbij hij doelde op het dilemma van duurzame productie versus totale belasting als gevolg van transport van deze producten naar de hele wereld. Rinnooy Kan onderkende dit dilemma en gaf aan dat dit vraagstuk een bredere benadering vraagt dan het onderwerp van dit advies.

Smeets (PvdA) wilde graag weten welke mogelijkheden de SER ziet om de OECD-richtlijnen te handhaven. Hier is een rol weggelegd voor de overheid volgens de SER-delegatie. Door een risicoanalyse (due diligence) uit te voeren, kan de monitoring zich vooral op die gebieden concentreren. Dit voorkomt dat toezicht resulteert in een overdaad aan bureaucratie dat het bedrijfsleven eerder ontmoedigt dan stimuleert samen te werken met partners in ontwikkelingslanden. Ook is een effectief klachtenmechanisme via het Nationaal Contact Punt (NCP) van de OESO-richtlijnen van belang.

Ferrier (CDA) gaf aan verheugd te zijn dat het advies vraagsturing als uitgangspunt voor ontwikkelingsamenwerking neemt. Zij wilde graag een toelichting op de rol van de projectontwikkelaar en de uitvoerder in internationale aanbestedingstrajecten binnen het ORIO-programma voor ontwikkelingsrelevante infrastructuur. Zouden de aanbevelingen niet tot willekeur kunnen leiden?

Bongaerts lichtte toe dat juist de scheiding tussen ontwikkelfase en uitvoering in internationale aanbestedingsprojecten op dit moment tot onzekerheid leidt, mede doordat de ontwikkelfase nu onnodig lang duurt. Door de uitvoeringsfase naar voren te halen kan de ontwikkelkracht van het Nederlandse bedrijfsleven veel beter benut worden. Overigens hoeft de uitvoering niet per se door het Nederlandse bedrijfsleven te worden gedaan zolang het maar wel de mogelijkheid krijgt om mee te dingen in de aanbesteding. Bongaerts wees op het verschil tussen Nederlandse en bijvoorbeeld Aziatische bedrijven waar maatschappelijk verantwoord ondernemen veel minder prominente aanwezig is in de uitvoering.

Hachchi (D66) vroeg de SER-delegatie om suggesties hoe de randvoorwaarden voor duurzame economische groei (enabling environment) het beste tot stand konden komen. Ook vroeg zij zich af hoe ontwikkelingsrelevant de OESO-richtlijnen zijn. SER-voorzitter Rinnooy Kan pleit vooral voor een versterking van de positie van de lokale overheid hierin. Binnen bilaterale ontwikkelingsrelaties kunnen passende instrumenten de lokale overheid hierbij ondersteunen, zoals kennisuitwisseling gericht op een verbetering van het belastingstelsel, verbetering van de rechtszekerheid en een effectieve arbeidsinspectie. De SER-delegatie benadrukte verder dat de OECD-richtlijnen aansporen tot duurzame ontwikkeling met aandacht voor scholing, belastingafdracht, leefbaar loon en overdracht van technologie. De strekking gaat verder dan een ‘do-no-harm’ uitgangspunt.

Peters (GL) vroeg zich af of de OECD-richtlijnen ook hanteerbaar zijn voor landen waarmee geen ontwikkelingssamenwerkingsrelatie bestaat . De SER-delegatie gaf aan dat de richtlijnen van toepassing zijn op alle internationale activiteiten van multinationale ondernemingen uit OESO-landen. Op deze manier heeft het bedrijfsleven invloed op duurzame groei. Door het keteninitiatief van de SER heeft het Nederlandse bedrijfsleven zich bovendien verplicht zich in te spannen voor duurzaam ketenbeheer.

Op 21 november 2011 bespreken de leden van de Tweede Kamer de begroting van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Staatssecretaris Knapen heeft aangekondigd nog voor deze bespreking een reactie op het SER-advies naar de Tweede Kamer te sturen.

 

SER licht advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen toe in Tweede Kamer
SER licht advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen toe in Tweede Kamer
SER licht advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen toe in Tweede Kamer