Home | Actueel | Persberichten | 2010-2012 | 2011 | Adviesaanvraag over verschuivende machtsverhoudingen

Adviesaanvraag over verschuivende machtsverhoudingen

24 mei 2011

Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie wil de visie van de SER vernemen op de gevolgen voor Nederland van de verschuivende economische machtsverhoudingen. De Nederlandse economie wordt steeds meer afhankelijk van buitenlandse investeringen. Enerzijds doordat er minder financiële ruimte is voor publieke investeringen ter versterking van ons ondernemings- en vestigingsklimaat, en anderzijds doordat de wereldhandelspatronen sneller richting regio’s buiten de EU verschuiven, terwijl de EU traditioneel de belangrijkste afzetmarkt is voor het Nederlandse bedrijfsleven. De verschuivende machtsverhoudingen bemoeilijken de samenwerking tussen landen, bijvoorbeeld op het vlak van internationale handel.

De minister wil van de SER weten wat de overheid en het bedrijfsleven kunnen doen om Nederland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeerders. Wat de overheid betreft denkt de minister niet alleen aan de rol van regelgever. Ook de rol van intermediair tussen marktpartijen en organisaties om meer buitenlandse R&D-investeringen te verwerven en die van aanbieder van onderwijs komen aan de orde. Speelt het onderwijs op Nederlandse scholen voldoende in op de toename aan zakelijke contacten met bedrijven uit andere cultuurgebieden? Wat het bedrijfsleven betreft denkt de minister aan bijdragen op het gebied van scholing waardoor een ruimere beschikbaarheid ontstaat van technisch geschoold personeel. Ook inspanningen om buitenlandse kenniswerkers en studenten voor de Nederlandse economie te behouden zouden door de SER kunnen worden bezien.
Daarnaast vraagt de minister de visie van de SER op het steeds minder locatiegebonden (‘footloose’) worden van buitenlandse investeringen. Hoe beoordeelt de SER de effecten daarvan op zeggenschap van werknemers, het Nederlandse innovatievermogen en vitale economische belangen? Welke initiatieven kan de overheid volgens de SER nemen om aan eventuele zorgen tegemoet te komen?

Verder vraagt de minister aan de SER hoe de overheid zou moeten reageren op veranderingen in het internationale speelveld als gevolg van de opkomst van economieën met andere zakelijke culturen en instituties. Welke consequenties zou dit moeten hebben voor de Nederlandse diplomatie?
Tot slot wil de minister de visie van de SER vernemen op een EU-strategie voor bilaterale vrijhandelsovereenkomsten, in plaats van of ter aanvulling op multilaterale onderhandelingen.