16 juni 2009
Visie SER op nieuwe Lissabon-strategie
De Lissabon-strategie moet ook na 2010 bijdragen aan het verhogen van de maatschappelijke welvaart. De mogelijkheden daarvoor zijn sterk afhankelijk van de toename van de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit. Tot nu toe ligt het accent vooral op groei van de arbeidsparticipatie. In de komende periode zou het Europese beleid de nadruk moeten verleggen naar groei van de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur. Daarvoor moeten de lidstaten meer rendement halen uit de mogelijkheden van Europese samenwerking en integratie.
Dat staat in het ontwerpadvies
Europa 2020: de nieuwe Lissabon-strategie, dat de SER in zijn raadsvergadering van 19 juni zal vaststellen. Het verwoordt op verzoek van het kabinet een visie op hoe het Europese sociaaleconomische beleid er na 2010 uit zou kunnen zien.
Nederland plukt de vruchten van het succes van het Europese integratiebeleid. Dankzij de grotere thuismarkt van inmiddels bijna 500 miljoen consumenten kunnen Nederlandse bedrijven op grotere schaal produceren. Door de huidige crisis zet Europa onvermijdelijk stappen terug in welvaartsniveau en in omvang van de arbeidsparticipatie. Bovendien leidt de crisis tot een substantiële stijging van de overheidsschulden van de lidstaten. Daardoor zal de uitgangspositie aan het begin van het komende decennium slechter zijn dan tot voor kort werd verwacht.
Dat is geen reden om de koers te veranderen. Het is zaak om verder te werken aan verhoging van de arbeidsparticipatie. Mede met het oog op de toenemende vergrijzing moet daarnaast het bevorderen van de arbeidsproductiviteitsgroei een zwaarder accent gaan krijgen. Dat vraagt om hogere investeringen in kennis en om versterking van het innovatievermogen.
Verhogen arbeidsproductiviteit
De meeste winst voor het verhogen van de arbeidsproductiviteit kan op EU-niveau bereikt worden via het voltooien van de interne markt en het realiseren van een Europese kennisruimte. Hiermee wordt een interne markt voor kennis bedoeld in aanvulling op die voor goederen, diensten, kapitaal en arbeid. Daartoe is het nodig om:
- de kennisruimte op te vatten als een kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en innovatie; dit vraagt om meer aandacht voor (hoger) onderwijs op EU-niveau;
- binnen de EU-begroting meer middelen hiervoor beschikbaar te stellen;
- innovatie en ondernemerschap te bevorderen via een goede werking van de interne markt;
- de administratieve lastendruk voor (MKB) ondernemers verder te verlagen;
- voor veelbelovende clusters en sectoren een goed voorwaardenscheppend en ondersteunend beleid te voeren, met ondersteuning vanuit de Europese Unie.
Ook vraagt het verhogen van de arbeidsproductiviteit om een minder vrijblijvende samenwerking tussen de lidstaten op sociaaleconomisch gebied. De zogenoemde open coördinatiemethode behoeft dan wel versterking. Dit kan door:
- de strategie te concretiseren met aansprekende doelstellingen en indicatoren, waardoor lidstaten beter kunnen worden afgerekend op hun prestaties;
- arbeidsproductiviteitsgroei per gewerkt uur als nieuwe overkoepelende doelstelling op te nemen, met aandacht voor de verschillen tussen lidstaten;
- landspecifieke werkgelegenheidsdoelstellingen op te stellen waarover lidstaten zich niet alleen tegenover andere lidstaten moeten verantwoorden, maar ook tegenover hun nationale parlementen;
- monitoring en beleidsleren te scheiden. Leren en elkaar de les lezen blijken moeilijk samen te gaan;
- de nationale Lissabon-cyclus te laten aansluiten bij nationale kabinetsperiodes;
- de huidige R&D-doelstelling te behouden maar meer rekening te houden met de verschillen tussen ontwikkelde en minder ontwikkelde landen.
Sociaal beleid
In het ontwerpadvies wordt voorgesteld de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen EU en lidstaten in de Europese sociale beleidsagenda helder aan te geven. Daarbij is ook blijvende aandacht voor sociale insluiting van belang. Dat kan door meer aandacht te besteden aan de thema’s kansengelijkheid en actieve integratie.
Bij de grensoverschrijdende arbeidsvoorwaarden (detacheringsrichtlijn) vraagt de raad aandacht voor verbetering van handhaving van en toezicht op de bestaande regelgeving. Dit is nodig om het draagvlak voor de verdere voltooiing van de interne markt te versterken. Aandachtspunten hierbij zijn onder meer:
- nadere regeling van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten;
- afstemming van de verschillende administratieve procedures die in het kader van Europese regelgeving worden gebruikt bij detachering van werknemers;
- preciezere definitie van het vestigingsbegrip om postbusfirma’s uit te sluiten;
- heldere afbakening in nationale wetgeving van het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige.
Milieuactieprogramma als kader
Het verdient aanbeveling om de milieu-, klimaat- en energieproblematiek duidelijker te verankeren in de Lissabon-strategie en om systematischer de samenhang tussen economische en ecologische innovatie te bevorderen. Tussen de nieuwe Lissabon-agenda en het komende (zevende) Milieuactieprogramma zou een duidelijk verband moeten worden gelegd. Door eco-efficiënte innovaties te stimuleren kan het milieu-, energie- en klimaatbeleid een belangrijke bijdrage leveren aan de productiviteitsagenda.
Meer informatie
Jolanda Maas, tel. 070 – 3499 578.