3 juni 2009
De pensioenaanbevelingen die de Stichting van de Arbeid in 2001 heeft gedaan en de opvattingen die eraan ten grondslag liggen, hebben een belangrijke rol gespeeld in de discussie over aanpassing, inrichting en uitvoering van pensioenregelingen.
Dit concludeert de Pensioencommissie van de SER die op verzoek van de Stichting van de Arbeid de aanbevelingen Moderne en betaalbare pensioenen voor alle werknemers uit 2001 heeft geëvalueerd.
Vaststellen of aanbevelingen een doorwerking hebben gekregen, is methodologisch op zich al een moeilijke opgave. Die is nu extra bemoeilijkt door de tumultueuze ontwikkelingen in de economie, de gevolgen daarvan voor de pensioenen en de beleidsreacties daarop sinds het tot stand komen van de aanbevelingen. De precieze invloed van de aanbevelingen laat zich dan ook niet vaststellen.
Terugblikkend kan wel geconstateerd worden dat een deel van de (onderwerpen van de) aanbevelingen uit Moderne en betaalbare pensioenen voor alle werknemers een plaats hebben gekregen in wet- en regelgeving. Andere hebben een rol gespeeld in en zijn ook nu nog relevant voor de pensioendiscussie. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de verlaging van de franchise, de kostenbeheersing, het toeslagbeleid en voor de aandacht voor de bevordering van de kwaliteit en transparantie bij de uitvoering van pensioenen.