25 april 2008
De traditionele doelstellingen van het Europese landbouwbeleid houden onvoldoende rekening met nieuwe maatschappelijke wensen op het gebied van natuur, milieu en dierenwelzijn. Het nationale en Europese beleid moeten bevorderen dat de landbouw een optimale bijdrage levert aan de maatschappelijke welvaart. Daarbij gaat het om zowel de productie van ‘voedsel’ als het leveren van ‘groene diensten’ (zoals aantrekkelijke landschappen). Het ontwerpadvies bepleit daarom het huidige systeem van algemene bedrijfstoeslagen te vervangen door gerichte vormen van beloning voor maatschappelijk gewenste prestaties van boeren. Deze omzetting mag echter niet tot onaanvaardbare concurrentieverstoringen op markten voor landbouwproducten leiden.
Visie en innovatie nodig om positie na 2013 zeker te stellen
Hoofddoel van het Europese landbouwbeleid moet zijn het bevorderen van een concurrerende, duurzame en veilige landbouwproductie die afgestemd is op de effectieve vraag naar voedsel (binnen en buiten de EU). Dit impliceert een sterkere oriëntatie op de wereldmarkt. De vooraanstaande positie van de Nederlandse land- en tuinbouw kan alleen worden behouden door te blijven innoveren, niet alleen in een steeds efficiëntere bedrijfsvoering, maar ook in een beter dierenwelzijn, het terugdringen van milieubelasting en het beter bedienen van de consument. Om weloverwogen investeringsbeslissingen te kunnen nemen is een helder perspectief op het na 2013 te voeren landbouwbeleid vereist.
Maatschappelijke waarden primair beschermen door marktregulering Het ontwerpadvies zet de belangrijkste maatschappelijke waarden van de landbouw op een rij. Voorbeelden hiervan zijn voedselzekerheid en -veiligheid, werkgelegenheid, natuur- en cultuurhistorische betekenis, waterberging, dierenwelzijn en
-gezondheid. Veel van die maatschappelijke waarden vragen om bescherming door een vorm van overheidsbemoeienis. In de meeste gevallen is marktregulering het beste instrument. Europese regels voor de bescherming van natuur en milieu, voor de gezondheid van mens, dier en plant en voor het dierenwelzijn spelen daarbij een centrale rol.
Gerichte beloning van ‘groene diensten’ Sommige maatschappelijke waarden hebben het karakter van een publieke dienst: denk daarbij aan natuur- en landschapswaarden. Deze worden ook wel aangeduid als ‘groene diensten’. Als deze een extra inspanning vergen van de agrarische ondernemer, zal de maatschappij daarvoor moeten gaan betalen. Niet door een subsidie, maar door een vergoeding voor geleverde diensten.
Het agrarisch natuur- en landschapsbeheer vraagt nadrukkelijk om een gebiedsgerichte aanpak om in te kunnen spelen op de bonte diversiteit van uitgangssituaties, regionale behoeftes en ambities. Op centraal niveau is er namelijk een tekort aan informatie over de precieze mogelijkheden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en de daaraan verbonden kosten. Bovendien is het zaak rekening te houden met plaatselijke voorkeuren.
In lijn daarmee is de financiering ervan ook zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid van overheden en maatschappelijke organisaties binnen de lidstaten.
Herziening toeslagensysteem gewenst Op dit moment ontvangen boeren in een aantal sectoren een hectaretoeslag. Deze vormt enerzijds een compensatie voor weggevallen prijssteun (‘historische rechten’); anderzijds een tegemoetkoming voor een aantal publieke diensten (inclusief voedselzekerheid) die de landbouw in zijn algemeenheid levert.
Het ontwerpadvies gaat ervan dat voor de kale productie van landbouwgoederen in normale regio’s (zonder handicap) geen vergoeding meer wordt gegeven. Maar als er sprake is van aanzienlijke natuurlijke belemmeringen bij de agrarische bedrijfsvoering kan een vergoeding worden gegeven, bijvoorbeeld als voor de voedselzekerheid continuïteit van de landbouw in zo’n ‘handicap-gebied’ gewenst is. Ook kunnen gerichte vergoedingen worden betaald voor publieke diensten in de sfeer van beheer van natuur, water en landschap, voor zover de agrarische ondernemer daarvoor een extra prestatie of inspanning levert. In principe worden daarmee alle motieven gedekt die voorheen de grond vormden voor het betalen van een bedrijfstoeslag, maar op een andere wijze.
Concurrentieverstoringen voorkomen Aan bovenbedoelde herziening van het systeem van bedrijfstoeslagen verbindt het ontwerpadvies een voorwaarde. De concurrentie op de interne markt voor landbouwproducten mag niet worden verstoord. De EU moet er effectief op toezien dat nationale en regionale vergoedingenregelingen voor groene diensten en voor gebieden met een productiehandicap niet via een omweg de concurrentieverhoudingen op de interne markt verstoren. De Europese Commissie moet de bestaande staatssteunregels strikt bewaken. Verder moet de toepassing van cofinanciering aan strikte regels worden gebonden. Als desondanks een onaanvaardbare verstoring van het ‘level playing field’ optreedt, moet een vorm van steun voor gebieden zonder natuurlijke handicap mogelijk zijn. Daarnaast moet effectief beleid mogelijk blijven om de voedselzekerheid veilig te stellen.
Verschuiving van verantwoordelijkheden Het Europese landbouwbeleid verkeert in een overgang van een traditioneel, generiek systeem naar een beleid dat maatschappelijk gewenste prestaties gericht beloont. De uitdaging is te zorgen voor een zorgvuldige overgangsfase van het bestaande naar het nieuwe beleid. De verandering zal gepaard gaan met een verschuiving van (financiële) verantwoordelijkheden naar de lidstaten. Rijk en decentrale overheden zullen de komende tijd serieuzer moeten investeren in de verdere ontwikkeling van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Nederland.
Procedure Het ontwerpadvies is opgesteld door de Commissie Landbouw, onder voorzitterschap van mevrouw prof.dr.ir. L.O. Fresco. In deze commissie zitten, naast werkgevers, werknemers en onafhankelijke leden, ook leden uit de kring van natuur- en milieuorganisaties. Het ontwerpadvies ligt nu ter bespreking voor bij de achterbannen van de organisaties. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Verburg van Landbouw van september 2007. Het advies zal in de raadsvergadering van 16 mei worden besproken en vastgesteld.
Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Jolanda Maas, hoofd Communicatie, 070-3499 578.