15 december 2006
De raad heeft vanochtend een unaniem advies uitgebracht over mobiliteitsmanagement.
Vice-voorzitter van MKB-Nederland
Bertha Verhoeven benadrukte dat de aanpak van mobiliteitsmanagement op basis van wilsovereenstemming en samenwerking met alle betrokkenen moet gebeuren. Niet vrijblijvend, maar in de vorm van afspraken waar partijen elkaar op kunnen aanspreken, vond ze. Zo gaan ook de ondernemersorganisaties zelf samen met hun regionale verenigingen op dit gebied initiatieven nemen. Daarbij zullen ze aanhaken bij bestaande initiatieven en bedrijven die een voorbeeldrol vervullen.
MHP-voorzitter
Ad Verhoeven onderstreepte de breedte en de weerbarstigheid van het onderwerp. Breed, omdat het niet alleen gaat om de keuze tussen auto of openbaar vervoer, maar ook om aanpassen van werktijden, telewerken en de combinatie van arbeid en zorg. Weerbarstig, omdat de auto nodig zal blijven. Bijvoorbeeld bij tweeverdieners die niet beiden dicht bij het werk wonen. Hij vond het daarom van belang om afspraken te maken over mobiliteitsmanagement op decentraal niveau.
Mobiliteitsmanagement is geen doel op zich, maar een middel, stelde het kroonlid
Hans Kamps. Het is een middel om leefbaarheid, bereikbaarheid en tevredenheid te bevorderen. Ook vond hij dat uitgebreide voorschriften van bovenaf niet werken. De rijksoverheid moet vooral conditioneren en stimuleren; de regionale en lokale overheid moeten convenanten aangaan met het bedrijfsleven.
Het kroonlid
Jacqueline Cramer, voorzitter van de commissie van voorbereiding, gaf aan dat het advies ook is voorgelegd aan regionale overlegorganen. Deze meldden dat je niet al te hoge verwachtingen moet hebben van mobiliteitsmanagement, dat het een kwestie is van lange adem en kleine stapjes. Daarom was ze verheugd met de aankondiging van de ondernemersorganisaties om met hun regionale verenigingen initiatieven te gaan nemen.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.