20 oktober 2006
De SER heeft vanochtend een advies vastgesteld over Welvaartsgroei voor en door iedereen. Het is het eerste deel van het advies over het sociaal-economisch beleid op de middellange termijn. Het tweede deel, dat over het ontslagrecht, scholing en WW zal gaan, zal naar verwachting eind december worden vastgesteld.
VNO-NCW-voorzitter
Bernard Wientjes gaf aan dat het advies moeizaam tot stand was gekomen. Het – met het oog op de vervroegde verkiezingen – opknippen van het advies in twee delen vond hij een verstandige oplossing. Hij noemde het eerste deel een baanbrekend advies met een positieve en ambitieuze uitstraling. Wientjes: “We maken de omslag naar een activerende participatiemaatschappij, met meer ruimte voor ondernemerschap en een nieuwe rol voor de overheid en met een omslag van wantrouwen naar vertrouwen.” Maar we zijn er nog niet, aldus Wientjes, want deel 2 van het advies is onlosmakelijk verbonden met deel 1. “Een flexibeler ontslagrecht is nodig om de ambities die we in deel 1 hebben afgesproken te bereiken.”
FNV-bestuurder
Wilna Wind benadrukte dat de vergrijzing geen bedreiging is, maar juist kansen biedt. “Een gouden kans om de arbeidsparticipatie drastisch te verhogen en daarmee de financiering van voorzieningen voor de oudere generaties te behouden.” Zij toonde zich bereid over het ontslagrecht te praten. “Ik heb er geen probleem mee te kijken naar de procedures, de kosten en de inzichtelijkheid van het systeem van het ontslagrecht. Het is echter geen acuut probleem, maar als we het bespreken in onderlinge samenhang met de onderwerpen scholing en WW, kunnen we een mooie stap voorwaarts maken.”
Voor het kroonlid
Kees Goudswaard heeft het advies twee doelen: versterking van de economische dynamiek en de sociale samenhang. Participatie is hierbij het toverwoord, dit vormt de brug tussen beide doelstellingen. Hiervoor is een fundamentele herijking van het sociaal-economisch beleid nodig, met investeringen in onderwijs, scholing en de combinatie van zorg en arbeid en met andere vormen van sociale zekerheid, zoals een levensloopregeling, waar veel meer mee zou moeten kunnen dan met de huidige. Hij onderstreepte dat de kroonleden zeer hechten aan het in breder verband aanpakken van gevoelige dossiers van woningmarktproblematiek en de vergrijzingsproblematiek.
Ook CNV-voorzitter
René Paas was tevreden met het advies, dat een breed maatschappelijk draagvlak heeft. Zijn boodschap voor het nieuwe kabinet is “lees het grondig, handel ernaar en winkel er niet in”. Dat geeft een geweldige impuls voor het herstel van vertrouwen, vond hij. Met het voorstel de algemene heffingskorting te individualiseren, is het CNV het echter niet eens. Vrouwen zouden zo gedwongen worden te gaan werken, “want niet iedereen kan het zich veroorloven om er tot 2000 euro per jaar op achteruit te gaan”.
MKB-Nederland-voorzitter
Loek Hermans ging vooral in op het onderwerp onderwijs en scholing. Flexibiliteit staat voor hem voorop. Mensen moeten sterk gemaakt worden en
talenten moeten maximaal ontwikkeld worden. Hij stelde dat het initiële onderwijs uiteraard een zaak van de overheid is, maar dat het vervolgonderwijs eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf is. Die moet zelf initiatieven nemen voor zijn eigen ontplooiing, waarbij de werkgever een faciliërende rol heeft. Verder vond hij dat onderwijsinstellingen zich wat flexibeler moeten opstellen. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk om na 1 oktober nog aan een opleiding te beginnen, zei hij richting kroonlid Margo Vliegenthart, tevens voorzitter MBO-raad.
Ad Verhoeven voorzitter van de vakcentrale MHP, vond het een bijzonder advies omdat de SER en de sociale partners zich voor het eerst vastleggen op de ambitieuze doelstelling de komende tien jaar een half miljoen mensen extra op de arbeidsmarkt te krijgen. Hij wilde nog wel even onderstrepen dat de MHP het niet eens is met het voorstel de AOW verder te fiscaliseren, een standpunt dat de MHP ook al in een eerder SER-advies (Voor alle leeftijden, 2005) had ingenomen. Volgens hem komt dit materieel neer op een inkomensafhankelijke AOW. Hij noemde deze maatregel onnodig, onjuist en nivellerend.
De op onderdelen afwijkende opstelling van CNV en MHP was voor
Kees Goudswaard aanleiding te vragen naar de financiële dekking ervan. “Als de algemene heffingskorting niet wordt afgeschaft en de AOW niet verder wordt gefiscaliseerd, slaat dat een gat in onze vergrijzingsaanpak. Hoe willen zij dit gat dichten?”
René Paas stelde dat niet duidelijk is hoe groot dat gat wordt. De SER wil immers de heffingskorting niet in zijn geheel en rigoureus afschaffen. Ook dacht hij dat het niet moeilijk zou zijn een adequate dekking te vinden. “Daar komen we samen wel uit.”
Ook voor
Ad Verhoeven was niet duidelijk hoe groot het gat zou zijn als de AOW niet verder wordt gefiscaliseerd. Daar komt nog bij dat de totale omvang van de vergrijzingslasten volgens hem ook nog onbekend is.“Dat kan zo een half procent meer of minder zijn.” Bovendien vond hij de vergrijzingsproblematiek een zeer beheersbaar probleem dat op zeer lange termijn speelt.
Kroonlid en MBO-raad-voorzitter
Margo Vliegenthart zei, uitgedaagd door Loek Hermans, dat ook zij meer flexibiliteit wil in het onderwijsaanbod, maar dat overheidsregels dat soms wel moeilijk maken.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.