Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2005 | Kabinet eens met aanbevelingen ontwerpadvies Dienstenrichtlijn

Kabinet eens met aanbevelingen ontwerpadvies Dienstenrichtlijn

12 mei 2005

Het kabinet heeft grote waardering voor het ontwerpadvies over de Dienstenrichtlijn dat de SER volgende week vrijdag zal vaststellen. De SER heeft in relatief korte tijd een helder en gedegen advies geschreven, aldus minister Brinkhorst van Economische Zaken in een brief namens het kabinet. De raad heeft de feiten inzichtelijker gemaakt, de effecten van de Dienstenrichtlijn in kaart gebracht en aanbevelingen voor verbeteringen gedaan. Het advies kan daarom een belangrijke bijdrage leveren aan de standpuntbepaling in Den Haag en Brussel, vindt het kabinet.

Het kabinet steunt in het algemeen de aanbevelingen van de SER over de Europese
Dienstenrichtlijn, die het vrij verkeer van diensten moet gaan regelen. Ook het kabinet vindt dat er meer waarborgen moeten komen voor het goed laten functioneren van het land-van-oorsprongbeginsel. Evenals de SER hecht het kabinet veel belang aan het stimuleren van groei en werkgelegenheid via marktintegratie binnen de Europese Unie. Tegelijkertijd wil het kabinet ook een hoog niveau van volksgezondheid, veiligheid, sociale, consumenten- en milieubescherming handhaven. De SER geeft aan dat deze belangen goed kunnen samengaan. Samen met de SER is het kabinet van mening dat een effectieve en adequate wederzijdse samenwerking tussen lidstaten hierbij essentieel is.

Het kabinet stemt in met de aanbeveling van de SER om de relatie tussen de Dienstenrichtlijn en het arbeidsrecht verder te verduidelijken. Bovendien wil het kabinet ook zekerstellen dat het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (VEO) blijft gelden voor arbeidscontracten. Voor een goede handhaving en controle op het land-van-oorspongbeginsel vindt de SER onder meer een goed systeem van administratieve samenwerking tussen de lidstaten van groot belang. Dit belang onderschrijft het kabinet. Dit mechanisme is essentieel voor een adequate toepassing van het land-van-oorsprongbeginsel, aldus minister Brinkhorst.

Evenals de SER vindt het kabinet een juiste balans van belang tussen het afschaffen van onnodige administratieve lasten en het bieden van de mogelijkheid van goede handhaving. Een meldingsplicht voor dienstverleners bij of na binnenkomst in het werkland ter handhaving van regelgeving bij detachering van onderdanen van derdelanden, kan hiervoor noodzakelijk zijn. Maar dat moet naar de mening van het kabinet dan wel proportioneel en laagdrempelig zijn en aansluiten bij bestaande verplichtingen. Het kabinet wenst geen nieuwe belemmeringen te introduceren.

Het kabinet zal op basis van het definitieve SER-advies zijn standpunt formuleren over de precieze reikwijdte van de richtlijn. In beginsel steunt het kabinet nu al de aanbeveling van de SER dat de richtlijn in beginsel een zo breed mogelijk bereik moet hebben. Bovendien wijst het kabinet erop dat de lidstaten met de Dienstenrichtlijn de ruimte behouden om vast te leggen welke diensten zij beschouwen als diensten van algemeen of algemeen economisch belang. Het kabinet wil ook ruimte behouden om medisch-ethische eisen te stellen bij gezondheidsdiensten.

De SER stelt in zijn ontwerpadvies voor tijdelijk, tot 2010, de mogelijkheid voor lidstaten open te houden om uit hoofde van de door het Hof van Justitie erkende uitzonderingen, maatregelen te nemen tegen een in een andere lidstaat gevestigde dienstverlener. Op basis van deze zogeheten 'rule-of-reason doctrine' kunnen lidstaten een beroep doen op dwingende eisen van consumentenbescherming, eerlijke handelspraktijken, doeltreffendheid van de fiscale controles, milieubescherming, bescherming van de taal, persvrijheid en pluriformiteit van de media. Het kabinet zal zich nog over dit voorstel buigen. Het kabinet vindt dat hierbij een evenwicht moet worden gevonden tussen het belang van een goed functionerende interne markt voor diensten en de door het Hof erkende uitzonderingsgronden.