23 september 2004
“Denk heel goed na voor je besluit de schappen op te heffen. Want één ding is zeker: eenmaal afgeschaft komen ze nooit meer terug.” Dat zei SER-voorzitter Herman Wijffels vandaag bij het 50-jarig jubileum van het Bosschap. “Uiteraard moeten we in deze tijd, waarin alle collectieve arrangementen ter discussie staan, ook kritisch naar de product- en bedrijfschappen kijken. Passen ze nog wel in deze tijd? Wat is hun toegevoegde waarde? Is die onvoldoende, dan is aanpassing, bijvoorbeeld door fusie met een ander schap, of opheffing aangewezen. Dat is de afgelopen jaren ook gebeurd. Maar we moeten ook heel zuinig zijn op dit bijzondere instrument van sectorale organisatie. Ik hoop dan ook dat het kabinet en de Kamer een weloverwogen en wijze beslissing zullen nemen over de schappen.”
Het oud-VVD-Tweede Kamerlid en tegenwoordig Bosschap-voorzitter Annemarie Jorritsma vond dat sommigen van haar partijgenoten in de Kamer “onbeargumenteerd ageren tegen de PBO”. “Als werkgevers en werknemers met elkaar dingen in het algemeen belang willen regelen, moet je dat niet tegenhouden. Natuurlijk moeten we kritisch kijken naar ons eigen functioneren. Een schap moet zich bijvoorbeeld niet als een brancheorganisatie gedragen. En verordeningen moet je alleen opstellen als het écht nodig is, bijvoorbeeld ter bestrijding van ziekten. Het draagvlak van de schappen is enorm belangrijk: wij práten nog met elkaar!”
Landbouw-minister Veerman vond dat het kabinet op korte termijn een beslissing moet nemen over de schappen, want er moet nu snel duidelijkheid komen. Hij hoopte dat het kabinet de conclusie van vijf jaar geleden over de PBO opnieuw zou onderschrijven. Deze hield in dat de PBO bestaansrecht blijft houden, onder voorwaarde dat de wetgeving wordt gemoderniseerd en het aantal schappen wordt verminderd.