17 augustus 2004
Het kabinet heeft bij de onderhandelingen in Brussel over een nieuwe richtlijn voor oneerlijke handelspraktijken zoveel mogelijk rekening gehouden met het SER-advies hierover van 13 april 2004. Dat schrijft minister Donner van Justitie aan de SER, mede namens staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken. In de Raad voor het Concurrentievermogen is op 18 mei 2004 een politiek akkoord bereikt over de richtlijn. De Commissie voor Consumentenaangelegenheden van de SER is voorstander van zo’n richtlijn, omdat deze kan bijdragen aan een betere werking van de interne markt en aan een hoger niveau van consumentenbescherming. In zijn reactie gaat de minister onder meer in op de vraag van de SER of de richtlijn wel bijdraagt aan vereenvoudiging van regelgeving en op welk niveau de richtlijn zou moeten worden geharmoniseerd. Over de eventuele implementatie van de richtlijn en over de suggestie van de SER een nieuwe titel toe te voegen aan boek 6 BW zal de minister t.z.t. contact opnemen met de SER.