28 mei 2004
Het zou goed zijn als er alsnog een poging wordt ondernomen om op centraal niveau overeenstemming te bereiken over het prepensioen. Dat concludeerde SER-voorzitter Herman Wijffels vanochtend nadat verschillende leden van de raad hadden teruggeblikt op het mislukte voorjaarsoverleg van vorige week.
“Ik bespeur enig verlangen om de kansen te benutten om alsnog tot centrale afspraken op dit dossier te komen.” Met die woorden rondde Wijffels de beschouwingen af waarmee vertegenwoordigers van FNV, CNV, MHP en VNO-NCW de raadsvergadering openden.
De SER-voorzitter sloot zich bij hun wens aan. Het gebrek aan overeenstemming op centraal niveau zal volgens hem alleen maar leiden tot hoge transactiekosten. De onderhandelingen over prepensioenregelingen zullen nu immers op vele decentrale niveaus plaats moeten vinden. En lang niet al die onderhandelingen zullen leiden tot het doel waarover op centraal niveau wel overeenstemming lijkt te zijn: verhoging van de leeftijd waarop mensen stoppen met werken.
FNV-bestuurder Agnes Jongerius legde nog eens uit waarom haar vakcentrale het eindvoorstel van het kabinet wel af moést wijzen. De mogelijkheid die mensen daarin krijgen om niet mee te doen (de zogenoemde opting out) zal ertoe leiden dat op termijn het hele systeem wordt uitgehold. Jongerius onderstreepte dat de FNV niet tegen alle vormen van opting out is, maar wel tegen deze. “Eerst gaan de jongeren eruit. En als mede daardoor de premies stijgen, zullen de ouderen onvermijdelijk volgen. Het kabinet biedt een aquarium aan waarin 175 liter prepensioen gaat, maar er zit geen bodem in. Het water zal dus wegstromen en de vissen vinden hun einde op het tapijt.”
De 1,9 miljard die het kabinet met de nieuwe regeling wil bezuinigen, is volgens haar gebaseerd op drijfzand. “Het is het vervroegd innen van belastinggeld dat je op de langere termijn misloopt.” Verder bestreed ze het verwijt dat de FNV alleen op zou komen voor de belangen van de oudere werknemers. “Het is met name de tussengeneratie die door dit kabinetsvoorstel wordt gepakt. Het is dus geen conflict tussen jong en oud zoals in het debat in de Tweede Kamer beweerd werd.”
Ook CNV-voorzitter Doekle Terpstra had zich aan delen van het Kamer-debat gestoord. De opmerking van verschillende parlementariërs dat de vakbeweging is blijven steken in de vorige eeuw noemde hij buitengewoon stuitend.
Terpstra onderstreepte dat door het mislukken van het overleg een buitengewoon ernstige situatie is ontstaan. Hij benadrukte dat het CNV niet van plan is om eerder gemaakte akkoorden op te zeggen voordat de vakcentrale op 22 juni met haar definitieve oordeel over het kabinetsbod komt. Maar hij gaf ook toe dat er binnen zijn afzonderlijke bonden processen op gang zijn gekomen die daarmee op gespannen voet staan. “Ik keur dat niet goed, maar ik begrijp het wel. Dat is hoe de gewone mensen in dit land dit proces beoordelen.”
Voorzitter Ad Verhoeven van vakcentrale MHP toonde zich eveneens bezorgd over de gevolgen van het mislukte overleg. Hij had kritiek op het verloop van het proces. “De procesbeheersing was slecht. Het kwam aan op de laatste avond en daarvan ook nog eens de laatste uren. We zagen met zijn allen dat we bezig waren om in de vangrail te gaan.” Volgens Verhoeven waren de inhoudelijke meningsverschillen zeker niet onoplosbaar. Hij zei te hopen op stille diplomatie of een nieuw aanbod van het kabinet.
Door het resultaat van het voorjaarsoverleg is veel op het spel komen te staan, benadrukte ook Jan-Willem van den Braak van VNO-NCW: een gematigde loonontwikkeling, een goede oplossing van de WAO en de arbeidsverhoudingen in het algemeen. De directeur sociale zaken sprak tegen dat zijn organisatie tijdens het overleg te weinig had toegegeven. “Wij hebben als geen ander bewogen.” Hij benadrukte dat VNO-NCW ook niet gelukkig was met de volledige opting out-mogelijkheid, zoals die in het uiteindelijke kabinetsvoorstel werd opgenomen. “Dat sprak ons ook niet aan en wij gingen met pijn in ons hart akkoord.”
Van den Braak wees erop dat het kabinet waarschijnlijk pas in het najaar met een concreet wetsvoorstel komt. Dat zal VNO-NCW dan op dezelfde manier benaderen als andere wetgeving. “Maar het alsnog bereiken van een compromis zou zeker te verkiezen zijn. Dat wil onze achterban ook en we zullen ons er ook voor in blijven zetten.”