Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2004 | Ontwerpadvies over Nota Ruimte: In ruimtelijk beleid meer decentraal samenwerken

Ontwerpadvies over Nota Ruimte: In ruimtelijk beleid meer decentraal samenwerken

25 mei 2004

De SER is ingenomen met een aantal algemene kenmerken van de Nota Ruimte, maar heeft ook enige zorgen en suggesties voor verbetering. Het oordeel is positief over de keuze van het kabinet om de ruimtelijk relevante beleidsvoornemens van het rijk ‘zoveel mogelijk’ in één nota onder te brengen. Hij waardeert ook de duidelijke accentverlegging naar ontwikkelingsplanologie. Daarmee ontstaat meer ruimte voor een gebiedsgerichte aanpak, voor interactie met burgers en maatschappelijke organisaties en voor vormen van publiek-private samenwerking. Ook stemt de SER in met de keuze van het kabinet voor decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De Nota Ruimte zet de decentralisatie evenwel zo stevig aan dat het regionale niveau dreigt te worden gepasseerd. Dat staat in een ontwerpadvies dat in de openbare raadsvergadering van vrijdag 18 juni zal worden besproken.

Het ontwerpadvies stelt dat besluitvorming plaats moet hebben op het niveau waarop belangrijke ruimtelijke effecten zich voordoen. Dat is vaak het regionale niveau. Woningmarkten en arbeidsmarkten laten zich immers niet in het keurslijf van gemeentegrenzen persen. Gemeenten moeten daarom beter samenwerken op het terrein van de ruimtelijke ordening. De SER vindt dat een gemeente niet buiten de bebouwde kom zou mogen bouwen zonder voorafgaande afstemming met buurgemeenten. Daarnaast blijven er zaken die op nationaal of provinciaal niveau moeten worden afgewogen. Deze dienen in duidelijke randvoorwaarden voor gebiedsgerichte planontwikkeling te worden vastgelegd.

Instrumentatie
Decentralisatie van taken moet gepaard gaan met decentralisatie van middelen. De financiële middelen zijn tot 2014 zeer beperkt. Het rijk zou daarom zeer selectief moeten zijn bij het aangaan van omvangrijke, langjarige financiële verplichtingen. Goede maatschappelijke kosten-batenanalyses zijn nodig voor een zorgvuldige prioritering.
De huidige instrumenten voor het grondbeleid zijn nog onvoldoende toegesneden op de gewenste gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie. Het gebrek aan heldere regels voor kostenverhaal of verevening op het regionale niveau vormt een belemmering voor de ontwikkelingsplanologie, die op korte termijn zou moeten worden opgeruimd.
Ook ontbreekt nog steeds een helder en betrouwbaar langetermijnperspectief voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. In het bijzonder bij het beheer van cultuurlandschappen kan een belangrijke rol zijn weggelegd voor agrarische ondernemers. Het bij elkaar brengen van maatschappelijke vraag naar en aanbod van ‘groene diensten’ door een markt- en gebiedsgericht systeem van vergoedingen ziet de SER als een belangrijke systeeminnovatie.

Verstedelijking
Het ontwerpadvies vraagt nadrukkelijk aandacht voor de revitalisering en herstructurering van woon- en werkgebieden. Daarvoor is het nodig dat gemeenten beter geprikkeld worden om de mogelijkheden van het bestaande stedelijke gebied zo goed mogelijk te benutten, in plaats van direct te mikken op nieuwbouw in de open ruimte.
De grote steden staan voor de opgave om aantrekkelijke woonmilieus voor hogere inkomensgroepen te ontwikkelen. De buurgemeenten van de grote steden zullen juist voor laag opgeleiden (vooral allochtonen) meer ruimte voor wonen moeten scheppen.
Het ontwerpadvies stemt in met de keuze van het kabinet voor een gefaseerde stedelijke ontwikkeling van Almere (vooralsnog volgens de middenvariant) en voor het nu stoppen met woningbouw binnen de contouren rond Schiphol. Maar er moet ook ruimte zijn voor nieuwe inzichten. Daarom is het verstandig om in 2006 aan de hand van de planstudie Schiphol-Almere te bezien of de nu gehanteerde uitgangspunten voor de keuze van de middenvariant voor Almere nog geldig zijn en op basis daarvan na te gaan wat dan de mogelijkheden zijn voor woningbouw in de Noordvleugel van de Randstad.
Bij de mogelijke inpassing van verstedelijking van Het Groene Hart gaat het niet om het verder ‘knabbelen’ aan de randen van dit nationale landschap. Bezien moet worden waar nieuwe woonlocaties de kwaliteit van het gebied zouden kunnen versterken.

Groene Hart
De Nota Ruimte wijst het Groene Hart aan als nationaal landschap. Voor nationale landschappen geldt een ‘ja, mits’ voor ruimtelijke ontwikkelingen en een ‘nee, tenzij’ voor grootschalige verstedelijkingslocaties en bedrijventerreinen. Maar ‘grootschaligheid’ is een relatief begrip, waardoor de grens tussen beide regimes niet eenduidig is. Bovendien kan kleinschaligheid geen excuus zijn voor verrommeling.
Voor de nationale landschappen is een afdoende kwaliteitsborging noodzakelijk. Het rijk moet zorgen voor een stevig instrumentarium. Voor elk nationaal landschap maakt het rijk afspraken met de provincies over de door de provincies te leveren prestaties. De provincies worden hierop afgerekend. Behoud en versterking van de kernkwaliteiten van de nationale landschappen is het beoogde resultaat waar het rijk zelf op afgerekend wordt.

Het ontwerpadvies is opgesteld door de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid van de SER, onder voorzitterschap van mevrouw prof.dr. J.M. Cramer. In deze commissie zitten ook leden uit de kringen van natuur- en milieuorganisaties. Het ontwerpadvies is een reactie op een adviesaanvraag van 24 maart 2004 van minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over de Nota Ruimte die op 27 april jl. is uitgekomen.
Het ontwerpadvies ligt nu ter bespreking bij de achterbannen van de organisaties die in de commissie zitten.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.