Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2004 | SER-commissie wil transparante keurmerken

SER-commissie wil transparante keurmerken

20 april 2004

De grote hoeveelheid keurmerken op het terrein van onder meer milieu, dierenwelzijn kan tot verwarring leiden. Transparantie en openheid zijn daarom gewenst. Dit schrijft de SER-Commissie voor Consumentenaangelegenheden (CCA) in een advies aan staatssecretaris Van Geel van VROM. De CCA staat dan ook positief tegenover het streven van het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de ministeries van VROM, EZ en LNV een database te ontwikkelen met informatie over de belangrijkste aspecten van keurmerken. Deze algemeen toegankelijke database moet bijvoorbeeld aangeven of de keurmerkcriteria zijn opgesteld door producent en consument tezamen en of er toezicht is op de naleving hiervan.

Benut bestaande mogelijkheden
De CCA constateert dat er voldoende wettelijke mogelijkheden zijn om de betrouwbaarheid en transparantie van (duurzaamheid)keurmerken te waarborgen. Er staan de Nederlandse overheid drie algemene wetten ter beschikking: de Warenwet, de BW-afdeling over misleidende en vergelijkende reclame en de Benelux Merken Wet. De norm die de Benelux Merken Wet stelt aan de informatieve waarde van collectieve merken wordt nog niet ten volle benut. Het gebruik en de handhaving van die norm voor (duurzaamheid)keurmerken kan worden verbeterd. Dit zou bij voorkeur informeel vorm kunnen krijgen maar zo nodig kan de formele weg van wetswijziging worden bewandeld. De CCA acht het in het algemeen van belang het vraagstuk van misleiding bij (duurzaamheid)keurmerken zoveel mogelijk vanuit het bredere Europese kader te benaderen.

Binnen de CCA wordt verschillend gedacht over de invloed van keurmerken op het koopgedrag van de consument.
De ondernemersorganisaties achten door de overheid gefinancierde milieu- of duurzaamheidkeurmerken niet meer de aangewezen weg om consumentengedrag substantieel te beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt dat het Milieukeur niet echt wortel geschoten heeft. Dit deel adviseert dan ook om te komen tot een bundeling van de expertise die is opgebouwd bij de Stichting Milieukeur en de verwante Stichting Milieu Centraal, en daarbij het zelfstandige, publieke instrument van het milieukeurmerk los te laten. De aldus samengebrachte expertise kan worden ingezet richting burger (consument en ondernemer), eigenaren van andere certificatie-, barometer- of stippensystemen, maar bovenal ook richting commissies van het Nederlands Normalisatie-instituut.
De consumentenorganisaties schatten de beïnvloedingsmogelijkheden van duurzaamheidskeurmerken voor het consumentengedrag aanzienlijk hoger in en willen juist de marketingfunctie van dit instrument vergroten, als onderdeel van een bredere instrumentenmix. Dit deel heeft vertrouwen in de door Stichting Milieukeur ingezette nieuwe koers. Er is bovendien enige inhoudelijke normering nodig, in die zin dat een product met een duurzaamheidkeurmerk werkelijk duurzamer is dan gangbare producten en dat onafhankelijke toetsing gegarandeerd is. Dit deel ziet hierbij een essentiële rol weggelegd voor de overheid en/of instituties van stakeholders. Een publiekrechtelijke toezichthouder moet misleidende reclame tegengaan.
Bij de voorbereiding van het advies zijn ook milieuorganisaties betrokken geweest. Zij delen de opvatting van de consumentenorganisaties in de CCA.

Het advies is een reactie op een adviesaanvraag van oud-minister Pronk van VROM van 28 februari 2002. Het bouwt voort op SER-adviezen over maatschappelijk verantwoord ondernemen (2000) en over duurzaam consumeren (2003). Het advies is voorbereid door een werkgroep van de CCA onder voorzitterschap van prof.dr. A.H.J. Kolnaar.

Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.