23 januari 2004
Het kabinet beschouwt het SER-advies over duurzame consumptie als een belangrijke ondersteuning van zijn beleid en een impuls om tot een meer coherente aanpak te komen. Dat schrijft staatssecretaris Van Geel (VROM) als reactie op het advies ‘Duurzaamheid vraagt om openheid’.
Het advies, dat de raad in maart vorig jaar op eigen initiatief uitbracht, ging vooral in op de rollen van consumenten en burgers bij de overgang naar een duurzame samenleving. De SER wees erop dat de Nederlander in zijn hoedanigheid als burger duurzaamheid wenst, maar daar als consument niet naar handelt. Consumenten kunnen dat alleen als zij beter geïnformeerd zijn over de duurzaamheid van producten, concludeerde de SER. De overheid zou daarom een structureel overleg moeten opzetten waarin alle belanghebbenden afspraken maken over welke informatie over productie en productieprocessen op welke manier beschikbaar moet zijn.
Het kabinet onderschrijft het belang van meer transparantie in de markt. Overleg daarover wordt gekoppeld aan het bestaande overleg over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het kabinet wil niet het hoofdaccent leggen op het stimuleren van individuele burgers. Het voelt meer voor het wegnemen van barrières aan de aanbodzijde en van sociaal-economische en infrastructurele aard.
Nieuwe instrumenten of subsidieprogramma’s hoeven niet ontwikkeld te worden, schrijft de staatssecretaris. Het kabinet werkt immers al aan zaken als meer openheid over de manier waarop producten tot stand komen, ondermeer door het stimuleren van duurzaamheidsverslaglegging. Wel zal het kabinet actie ondernemen om consumenten te betrekken bij processen die tot een duurzamere samenleving moeten leiden.