Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2003 | Verslag raadsvergadering 21 november 2003

Verslag raadsvergadering 21 november 2003

21 november 2003

Vanochtend kwam de SER in openbare raadsvergadering bijeen. Er werd een advies vastgesteld over inburgering en werk.
Aan het begin van de vergadering stond de raad stil bij het overlijden van zijn oud-vice-voorzitter Johan Stekelenburg.
De raad nam afscheid van het plaatsvervangend kroonlid Frans Leijnse. Hij verlaat de raad, omdat hij lid is geworden van de Eerste Kamer

Johan Stekelenburg
De raad herdacht Johan Stekelenburg. Voorzitter Wijffels noemde hem een gepassioneerde en authentieke strijder tegen sociaal onrecht en een steunpilaar voor de overlegeconomie. Hij memoreerde twee voor hem typerende uitspraken: “Voorbij gaan aan elkaars opvattingen levert alleen maar verliezers op” en “Je balanceert tussen vernieuwen en zorgen dat je achterban je kan volgen”.

Inburgering en werk
Het advies inburgering en werk is unaniem vastgesteld. Hoofdlijn van het advies is dat migranten beter kunnen inburgeren als ze niet alleen Nederlands leren, maar daarbij ook werken of een beroepsopleiding volgen. Er moeten daarom meer combinatietrajecten van de grond komen. Daartoe is noodzakelijk dat gemeenten en het beroepsonderwijs bij hun inburgeringsbeleid meer rekening houden met de behoeften en mogelijkheden van werkgevers op de regionale arbeidsmarkt. Niet iedere migrant is echter vaardig genoeg om direct aan de slag te gaan. En de mogelijkheid van bedrijven om extra leer- en werkplekken aan te bieden is niet groot. De rijksoverheid en de gemeenten moeten daarom ook de gebruikelijke inburgeringscursussen grondig vernieuwen, onder andere door meer maatwerk te leveren.

Namens de werkgevers sprak J.W. van den Braak (VNO-NCW). Hij greep het onderwerp aan voor een pleidooi voor het voeren van een normaal werkgelegenheidsbeleid van allochtonen, zonder registratiewet. De werkgelegenheid onder allochtonen zal volgens hem vanwege demografische veranderingen aanzienlijk toenemen. Hij riep de vakbeweging op in het kader van de Stichting van de Arbeid te overleggen met het kabinet over de toekomstige vormgeving van het allochtonenbeleid.
Ook wilde hij in verband met de discussie hierover in de politiek het SER-advies van 2½ jaar geleden benadrukken waarin gepleit wordt voor openstelling van onze arbeidsmarkt voor werknemers uit toekomstige EU-lidstaten, zodra deze landen zijn toegetreden tot de EU.

Het kroonlid M. Wilke was blij met het advies, juist omdat het geen verdeeldheid en geen stoere taal bevat. Hij ging in op de verantwoordelijkheden van de allochtonen zelf, de gemeenten, de onderwijsinstellingen en de werkgevers. Vanuit zijn ervaring als directeur van de Dordrechtse sociale dienst hamerde hij op het belang van de uitvoerbaarheid van maatregelen. Ook gaf hij aan dat de diverse betrokkenen alleen goed met elkaar zullen samenwerken vanuit een gevoel van welbegrepen eigenbelang. De afschaffing van de gedwongen winkelnering bij de ROC’s kan hierbij dienstbaar zijn.

T. Heerts (FNV) voerde het woord namens de drie vakcentrales. Hij vond dat het kabinet zijn best moest doen om geld te krijgen uit het Europees Structuurfonds (ESF) voor de inburgeringscursussen. Anders zou Nederland volgens hem geconfronteerd worden met honderden miljoenen aan ESF-onderbesteding.
Alleen sprekend voor zijn eigen vakcentrale sprak hij zijn ongenoegen uit over de kabinetsplannen voor een basistoets in sommige landen van herkomst. “Als Nederland de immigratie vanuit Marokko en Turkije wil terugdringen om daarmee het uithuwelijken te stoppen, ga dan daar een debat over aan.”

Het kroonlid H. Leune was tevreden over de brede consensus en hoopte dat het advies een grote impact zou hebben. Het gaat immers om een kolossaal vraagstuk. Zo is de arbeidsparticipatie van Turken en Marokkanen nog steeds zorgelijk laag.

Vertrek Frans Leijnse
Leijnse werd door Wijffels gekarakteriseerd als een intellectuele verbindingsofficier, omdat hij niet alleen geëngageerd is, maar ook invloedrijk is en over een groot netwerk beschikt. Hij bracht partijen bij elkaar, zoals in het advies over de WAO, zonder dat dit resulteerde in een slap compromis. De voorzitter prees hem als een creatief en conceptueel denker, die buitengewoon goed geïnformeerd is.
Leijnse zelf zei de SER niet te verlaten omdat hij erop uitgekeken is, maar omdat er volgens hem op het Binnenhof meer te verbeteren valt dan bij de SER.


 Noot voor de redactie
Voor nadere informatie Mariek de Valk, tel. 070-3 499 648.