Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2003 | Verslag openbare raadsvergadering 20 juni 2003

Verslag openbare raadsvergadering 20 juni 2003

20 juni 2003

Vanochtend kwam de Sociaal-Economische Raad in openbare vergadering bijeen. Er werden twee adviezen vastgesteld: Gemeenschappelijk landbouwbeleid en De rol van werknemers in de Europese Vennootschap . Aan het slot van de vergadering nam de SER afscheid van MKB-Nederland-voorzitter Hans de Boer.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
In het advies Naar een doeltreffender, op duurzaamheid gericht Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) staat dat het landbouwbeleid van de Europese Unie beter moet aansluiten op nieuwe maatschappelijke wensen op het gebied van duurzaam voedsel en groen. Wat marktconform kan, moet aan de markt worden overgelaten. Maar waar marktwerking duurzaam produceren in de weg staat, moet het GLB inspringen om de Goede Landbouwpraktijk te helpen verwezenlijken. De hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie vormen een belangrijke stap in de goede richting.Het advies is een reactie op een adviesaanvraag van het kabinet van 24 februari 2003 over de integratie van ‘nieuwe’ maatschappelijke doelen in het GLB. Het is voorbereid door een commissie onder voorzitterschap van dr. H.H.F. Wijffels.

Namens de ondernemers onderschreef G.J. Doornbos (voorzitter LTO-Nederland) de omslag in het GLB naar duurzaamheid en marktgerichtheid. Hij wees er in dit verband op dat het grootste deel van de Nederlandse land- en tuinbouw niet sterk afhankelijk is van Europese subsidies en protectie. “Naarmate het in de toekomst beter lukt aspecten van duurzaamheid in de marktprijzen op te nemen, worden inkomenstoeslagen minder noodzakelijk. Of en in welke mate dit praktijk wordt, hangt onder meer af van het keuzegedrag van consumenten, de opstelling van handelspartners en de ontwikkeling van de maatschappelijke wensen ten aanzien van de productie- en productiewijze. Doel is dat boeren en tuinders zoveel mogelijk via de marktprijzen worden betaald voor hun manier van produceren.”
Beheer van natuur, landschap en water door boeren moet collectief worden vergoed, vanwege het collectieve karakter van deze diensten. Belangrijke toetssteen vond hij verder de mate waarin de veranderingen in het EU-landbouwbeleid gaan passen in de WTO-regels van de internationale handel. De lijn van het advies leidt ertoe dat de handelsverstorende steun aan boeren worden teruggedrongen.

FNV-bestuurster mevrouw A. Jongerius , die sprak namens de drie vakcentrales, kon zich goed in het advies vinden. Wel plaatste zij enkele kanttekeningen. Zo vond zij dat het advies te weinig aandacht besteed aan het sociale beleid. Het Europese arbobeleid is alleen van toepassing op werknemers, waardoor de overgrote meerderheid van de in landbouw werkzame beroepsbevolking buiten schot blijft. Zij hoopte dat het nog uit te brengen SER-advies over de toepassing van arboregelgeving op zelfstandigen daar dieper op zal ingaan. Ook was ze het er niet mee eens dat de EU binnen de WTO-onderhandelingen de fundamentele arbeidsnormen van de ILO heeft prijsgegeven, omdat ontwikkelingslanden deze normen als protectionistisch zien. Jongerius: “Maar het overgrote deel van de ontwikkelingslanden heeft de sociale normen van de ILO uit eigen vrije wil geratificeerd. Dat heeft dus niets met protectionisme te maken. Ze moeten die normen nu gewoon in hun wetgeving opnemen en zich aan die regels houden.”

Rol van werknemers in de Europese Vennootschap
De Europese vennootschap zal vóór 8 oktober 2004 een plaats krijgen in het Nederlandse recht. De Europese regelgeving voor de Europese vennootschap is niet altijd even duidelijk en consistent. Op de Nederlandse wetgever rust de taak weloverwogen en duidelijke wetgeving tot stand te brengen om de Europese vennootschap als nieuwe rechtsvorm in het Nederlandse recht te introduceren.
Dit staat in het advies over de rol van de werknemers in de Europese vennootschap (ook wel aangeduid als Societas Europaea, of kortweg: SE), dat is opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van prof. mr. P.F. van der Heijden. Het is een reactie op een adviesaanvraag van november 2002 van minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het advies is op enkele punten verdeeld: over de bestuurlijke inrichting en medezeggenschap in de SE en over vrijstellingen voor dochterstructuurvennootschappen van een SE Bij de stemming bleken de werknemers samen met alle kroonleden tegenover de ondernemers te staan.

Het was een zeer complexe materie, de Europese vennootschap, vond J. Bloemarts (FNV), sprekend namens de drie vakcentrales. De commissie had het onderwerp bovendien breder opgepakt dan de adviesaanvraag, wat het er niet eenvoudiger op maakte. Maar het ging om belangrijke onderwerpen en “dan moet het maar botsen op grond van argumenten”.

Het kroonlid I. Asscher-Vonk ging in op het vraagstuk van het nut van medezeggenschap. Waar is het goed voor, behalve voor de werknemers zelf? Medezeggenschap in de Europese vennootschap is ook goed voor het land, de EU en de onderneming zelf. Het is goed om kennis te nemen van de deskundigheid van anderen. Bovendien voorkom je door mensen een stem te geven dat zij hun vuist gaan gebruiken. Zij vond dat Nederland aantrekkelijk wordt als vestigingsplaats voor ondernemingen, juist door haar medezeggenschapsregelingen.

Het kroonlid M. van der Nat wees erop dat er dertig jaar denkwerk is vooraf gegaan aan het voorstel voor de SE, terwijl het voorstel zelf de indruk van ‘haastwerk’ geeft. Toch zag hij de nieuwe regeling als positief, maar er is volgens hem wel aanvullende nationale regelgeving nodig.

Namens de werkgevers voerde J.W. van den Braak (VNO-NCW) het woord. Hij zei dat het de werkgevers niet gaat om wel of geen medezeggenschap, maar om de systematiek ervan. De verdeeldheid van het advies heeft te maken met het streven van werknemers en kroonleden naar een vangnet met minimumwaarborgen voor werknemers dat in werking treedt als de medezeggenschap niet via overeenkomst wordt geregeld. Volgens de werkgevers staat dit streven echter op gespannen voet met de uitgangspunten van onderhandelingsvrijheid, van de Europese dimensie en van de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland.

Afscheid Hans de Boer
SER-voorzitter H. Wijffels vond De Boer “een herkenbare leider die goed contact houdt met zijn achterban”. Succesvol waren zijn MKB-projecten voor minderheden en uitvallers in het beroepsonderwijs en zijn aanvallen tegen de Pemba en de levensloopregeling. “Dat gaf nogal wat wrijvingsenergie, maar zette MKB wel zeer duidelijk op de kaart.”De Boer was kleurrijk, bevlogen en spraakmakend. Zoals anderen over hem zeiden: “Het was nooit saai met Hans.” Hij draagt een zeer florerende organisatie over aan aan zijn opvolger Loek Hermans. Wijffels wenste beiden veel succes.

H. de Boer zei dat organisaties als de zijne en de SER voor één gemeenschappelijk doel staan: het ombuigen van de onverschilligheid in de samenleving. Academisch gezoek naar compromissen past daar volgens hem niet zo goed in. De SER was niet zijn grootste hobby, maar het was wel heel belangrijk. Hij voelde de spanning tussen enerzijds het belang van unanieme adviezen (daarmee krijg je invloed) en anderzijds de belangen van de leden. Die laatste heeft hij soms voor het hogere doel moeten laten verwateren, zoals voor de adviezen over de WAO en de Mededingingswet.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648