Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2003 | Verslag openbare raadsvergadering 25 april

Verslag openbare raadsvergadering 25 april

25 april 2003

Vanochtend kwam de SER in een openbare raadsvergadering bijeen. Er werden twee unanieme adviezen vastgesteld, over aanpassing van de Arbeidstijdenwet en over het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan.

Aanpassing Arbeidstijdenwet
In dit advies geeft de raad zijn standpunt over een vijftal wijzigingen van de Arbeidstijdenwet. Aanleiding voor de wijzigingen is een evaluatieonderzoek naar de werking van de Arbeidstijdenwet in de praktijk. Het advies is voorbereid door de Commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap, onder voorzitterschap van prof.mr. P.F. van der Heijden.

Namens de drie vakcentrales voerde CNV-bestuurster mevrouw ir. J.M.J.C. Westerbeek-Huitink het woord. Zij onderschreef het advies, maar had liever gezien dat het onderwerp breder was aangepakt. Zo wilde ze dat ook leidinggevenden onder de werkingssfeer van de Arbeidstijdenwet worden gebracht, dat een einde wordt gemaakt aan structureel overwerk, dat het handhavingsbeleid wordt versterkt en dat zorgvuldig wordt omgegaan met uitzonderingen op de wet, zoals in het geval van een ramp of een zwaar ongeval. Mocht de wet verder worden aangepast, dan gaat de vakbeweging ervan uit dat hierover t.z.t. een nieuwe adviesaanvraag wordt voorgelegd.

Het kroonlid mevrouw prof.mr. I.P. Asscher-Vonk vroeg aandacht voor “een klein, maar relevant punt”, namelijk de invulling van het begrip ‘persoonlijke omstandigheden’. De werkgever moet rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers bij de vaststelling van de arbeidstijden. Zij pleit ervoor hieronder mede te verstaan de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de werknemer.

MKB-voorzitter drs. J. de Boer sprak namens de ondernemersleden. Hij was verheugd dat de werkgever met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging afspraken kan maken over de arbeids- en rusttijden, ook al is dit niet in een CAO bepaald. Dat geeft een impuls aan het overleg binnen de onderneming. Punt van aandacht blijft voor MKB-Nederland dat dergelijke afspraken ook mogelijk zouden moeten zijn met de personeelsvergadering, die in bedrijven met minder dan tien werknemers veelal de overlegpartner is.

Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan
Het advies Kennis maken, kennis delen; Naar een innovatiestrategie voor het hoger onderwijs en onderzoek is een reactie op de adviesaanvraag van staatssecretaris Nijs van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van november 2002 over het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP) 2003. Het is opgesteld door de Commissie Arbeidsmarktvraagstukken, onder voorzitterschap van prof.dr. J.M.G. Leune.

Nederland wordt langzaam maar zeker dommer! Met die noodkreet vestigde VNO-NCW-voorzitter mr. J.H. Schraven namens alle centrale ondernemersorganisaties de aandacht op de achterlopende prestaties van de Nederlandse kenniseconomie. Om die trend te keren is daadkrachtig beleid vereist in plaats van papieren tijgers. Gezamenlijke inspanningen van overheid, onderwijs, bedrijfsleven en onderwijsdeelnemers zelf zijn vereist om het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek uit een negatieve spiraal van onderinvesteringen te trekken. Kennisontwikkeling en het delen en benutten van kennis verdienen een plaats hoog op de politieke agenda.

Krachtige investeringen zijn nodig om de begeerde koppositie in de kenniseconomie in te nemen. Volgens AbvaKabo-voorzitter A.J.M. van Huygevoort , die sprak namens de drie vakcentrales, ligt de bal nu eerst bij het kabinet en de overheid. Maar ook de onderwijsinstellingen mogen niet achterblijven: de kwaliteit en het rendement (de slagingspercentages) moeten absoluut omhoog, de samenwerking moet beter en de bureaucratie minder. Pas dan mag een beperkte verhoging van de eigen bijdrage van deelnemers aan de orde komen. Behoud van toegankelijkheid en verbetering van kwaliteit en doelmatigheid zijn daarbij harde voorwaarden. Ook is onderzoek nodig naar mogelijke negatieve consequenties.

Volgens het kroonlid prof.mr. P.F. van der Heijden kan het rendement van het hoger onderwijs verbeteren door een meer verplichtende studiecultuur. Zo zal een grotere financiële investering bijdragen aan het succesvol afronden van een studie of opleiding. Daarnaast kunnen hogescholen en universiteiten meer en beter samenwerken en verdient de gedachte aan een (bestuurlijke) fusie nadere bestudering. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om het opheffen van het onderscheid tussen een hoger beroepsopleiding en een academische studie, maar om een gelijke organisatorische benadering.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie Mariek de Valk, tel. 070-3499648.