16 april 2003
De SER heeft een unaniem ontwerpadvies1 opgesteld over voorstellen van het kabinet tot wijziging van de Arbeidstijdenwet. Het zal worden besproken in de openbare raadsvergadering van vrijdag 25 april. Het ontwerpadvies is opgesteld door de Commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap van de SER, onder voorzitterschap van prof. mr. P.F. van der Heijden.
Aanleiding voor de wijzigingen is een evaluatieonderzoek naar de werking van de Arbeidstijdenwet in de praktijk. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg de raad advies over de volgende wijzigingsvoorstellen:
- vereenvoudiging van het dubbele normenstelsel (een wettelijke standaardregeling in combinatie met een overlegregeling), waardoor het mogelijk wordt op ondernemingsniveau gebruik te maken van de overlegregeling;
- afschaffen van de mogelijkheid om op verzoek van partijen bij een collectieve regeling vrijstelling te verlenen van de wettelijke normen ten aanzien van arbeids- en rusttijden;
- opname in de wet, als aparte beleidsnorm, van de reeds bestaande verplichting voor de werkgever om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers;
- uitbreiding van de informatieverplichting van de werkgever aan de ondernemingsraad (OR) met de verplichting dat expliciet aandacht wordt geschonken aan het arbeids- en rusttijdenbeleid;
- mogelijkheid voor de OR of personeelsvertegenwoordiging (pvt) kennis te nemen van de inhoud van de verplichte arbeidstijdenregistratie in de onderneming.
Met de eerste twee voorstellen is de commissie het eens. De eerste wijziging geeft meer mogelijkheden voor en duidelijkheid over het maken van afspraken op ondernemingsniveau; afwijken van de wettelijke standaardregeling kan rechtstreeks in overleg tussen werkgever en medezeggenschapsorgaan.
Ook de tweede wijziging biedt meer duidelijkheid. Schrappen van deze bepaling ligt volgens de commissie in de rede uit een oogpunt van duidelijkheid voor betrokkenen en van eenduidigheid van de regelgeving.
Het derde wijzigingsvoorstel acht de commissie niet nodig en ook niet wenselijk, omdat het geen materiële wijziging inhoudt en het niet tot een verduidelijking of verbetering leidt.
De voorgestelde toevoeging in het vierde wijzigingsvoorstel vindt de commissie overbodig; de in de WOR geregelde informatieplicht omvat immers reeds de verplichting die de minister voorstelt. Wel acht de commissie een verduidelijking van de verplichtingen van de werkgever mogelijk door in de Wet op de ondernemingsraden het begrip 'werktijdregeling' te vervangen door het in de Arbeidstijdenwet gehanteerde begrip 'regeling op het gebied van arbeids- en rusttijden'.
Ook het vijfde wijzigingsvoorstel vindt de commissie overbodig. De OR en de pvt hebben volgens de commissie reeds voldoende mogelijkheden om alle benodigde informatie op het terrein van arbeids- en rusttijden te verkrijgen.
1Het gaat hier om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie Mariek de Valk, tel. 070-3499648