Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2002 | SER-commissie verdeeld over verruiming zeggenschap arbeidstijden

SER-commissie verdeeld over verruiming zeggenschap arbeidstijden

11 oktober 2002

In de SER-commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap (AOM) wordt verschillend gedacht over het initiatiefwetsvoorstel Bussemaker / Van Dijke tot verruiming van de zeggenschap van werknemers over arbeidstijden. Dat blijkt uit een ontwerpadvies1 dat de commissie onder leiding van prof. mr. P.F. van der Heijden heeft opgesteld. Het ontwerpadvies wordt behandeld in de raadsvergadering van vrijdag 18 oktober a.s. Het is een antwoord op een adviesaanvraag van de Eerste Kamer die het initiatiefwetsvoorstel in behandeling heeft.

De kern van het wetsvoorstel wordt gevormd door twee thema’s: (1) de positie van de werkgever en van de individuele werknemer bij noodzakelijk geachte arbeid op zondag wegens bedrijfsomstandigheden, en (2) de vraag in hoeverre de werkgever bij de vaststelling van het arbeidspatroon van de individuele werknemer (meer dan thans) rekening moet houden met diens ‘persoonlijke omstandigheden’.

De vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties zijn het eens met het initiatiefwetsvoorstel. De bestaande wetgeving biedt volgens hen onvoldoende waarborg dat met de persoonlijke omstandigheden rekening wordt gehouden en kan ertoe leiden dat werknemers onder druk komen te staan om op zondag te werken.
Werkgeversvertegenwoordigers zijn van mening dat in de geldende Arbeidstijdenwet van 1996 een goede balans tot stand is gebracht tussen de behoeften van bedrijven aan meer flexibiliteit en de bescherming van werknemers. Het eenzijdig vergroten van individuele zeggenschap van werknemers verstoort deze balans en brengt naar hun oordeel de kwaliteit van de organisatie van de arbeid in gevaar.
De onafhankelijke leden in de commissie zijn in meerderheid niet tegen verruiming van zeggenschap van werknemers over hun arbeidstijden maar dat kan naar hun oordeel op basis van afspraken tussen werkgevers en werknemers worden gerealiseerd. Zij zijn van mening dat – vooralsnog – niet is aangetoond dat hiervoor generieke en gedetailleerde wetgeving nodig is.

Standpunt werknemersvertegenwoordigers
De werknemersvertegenwoordigers in de commissie zijn met de indieners van het initiatiefwetsvoorstel van oordeel dat de werkgever ook op individueel niveau rekening moet houden met de (gewijzigde) persoonlijke omstandigheden van een werknemer. Een verzoek tot aanpassing van de arbeidstijden mag een werkgever volgens hen slechts afwijzen als aanvaarding ervan in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd.
De werknemersvertegenwoordigers zijn verder van mening dat de werknemer in het arbeidsrecht steun moet vinden voor het beleven van de zondag als een dag van rust of bezinning of voor met anderen gedeelde ontspanning. De werknemer behoeft naar hun oordeel alleen op zondag te werken als hij daarmee instemt. Dat de werkgever dan bij incidentele bedrijfsomstandigheden is aangewezen op de vrijwillige medewerking van de werknemers of op uitzend- en detacheringbedrijven, plaatst de werkgever naar hun oordeel niet in een onmogelijke positie. Meestal dienen zich voldoende werknemers aan voor het werken op zondag.

Standpunt werkgeversvertegenwoordigers
Volgens de werkgeversvertegenwoordigers in de commissie verstoort het wetsvoorstel de bestaande balans tussen de belangen van de werkgever en de werknemers. Bij de evaluatie van de Arbeidstijdenwet is naar voren gekomen dat de ondervraagde werkgevers, ondernemingsraden en werknemers van oordeel zijn dat er bij de vaststelling van de arbeidstijden over het algemeen rekening wordt gehouden met de belangen en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Het vergroten van de individuele zeggenschap van werknemers over arbeidstijden brengt de kwaliteit van de organisatie van de arbeid in gevaar en kan leiden tot een ongelijke verdeling van lusten en lasten omdat inwilliging van de wensen van de ene werknemer immers vaak negatieve gevolgen heeft voor andere werknemers.

Standpunt meerderheid onafhankelijke leden
De onafhankelijke leden van de commissie komen in meerderheid tot het oordeel dat –vooralsnog – niet is gebleken dat de maatschappelijke problematiek die ten grondslag ligt aan het initiatiefwetsvoorstel noopt tot nadere voorzieningen in de wetgeving. Hoewel zij sympathie kunnen opbrengen voor de overwegingen bij het wetsvoorstel, menen zij dat de geschetste problemen binnen de bestaande sociale verhoudingen en met inachtneming van de thans geldende wetgeving kunnen worden opgelost. In het overleg tussen werkgever en werknemer kunnen zowel op collectief als op individueel niveau oplossingen voor eventuele problemen in verband met persoonlijke omstandigheden of zondagarbeid worden gevonden.


1Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn van de commissie van voorbereiding.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Eric Knopper, tel 070 - 3 499 556 (Directie Sociale Zaken)


Bijgevoegd treft u een overzicht aan van de huidige wetgeving en van het initiatiefwetsvoorstel.


Huidige wetgeving
In de huidige Arbeidstijdenwet (ATW) is in algemene zin bepaald dat de werkgever, voorzover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, bij het voeren van beleid voor de arbeids- en rusttijden rekening dient te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers. Verder is in de ATW geregeld dat op zondag geen arbeid wordt verricht, tenzij werken op zondag uit de aard van de arbeid voortvloeit én met de werknemer is overeengekomen. Daarnaast is zondagarbeid ook mogelijk wanneer bedrijfsomstandigheden dit nodig maken en de werkgever daarover overeenstemming heeft bereikt met de Ondernemingsraad (OR), de personeelsvertegenwoordiging (pvt) of de belanghebbende werknemers.

Initiatiefwetsvoorstel
Het initiatiefwetsvoorstel Bussemaker / Van Dijke bevat voorstellen tot nadere invulling en concretisering van de zeggenschap van werknemers over de arbeidstijden.
Allereerst wordt voorgesteld dat de bepaling dat de werkgever rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers, nader en naar het niveau van de individuele werknemer, wordt geëxpliciteerd. Onder persoonlijke omstandigheden wordt onder meer verstaan: zorgtaken voor kinderen, (afhankelijke) familieleden, verwanten en naasten alsmede maatschappelijke verantwoordelijkheden die de werknemer draagt.
In de tweede plaats wordt voorgesteld dat een individuele werknemer niet kan worden gedwongen tot het verrichten van arbeid op zondag wegens bedrijfsomstandigheden ook al heeft de werkgever hierover overeenstemming bereikt met OR of pvt. Bovendien wordt voorgesteld dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet kan opzeggen vanwege het enkele feit dat de werknemer weigert op zondag te werken (althans voorzover het niet gaat om werken op zondag dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en met de werknemer is overeengekomen).
Het initiatiefwetsvoorstel is vorig jaar september door de Tweede Kamer aanvaard. De Eerste Kamer heeft in juni van dit jaar besloten advies te vragen aan de SER. De besluitvorming over het initiatiefwetsvoorstel is door de Eerste Kamer opgeschort in afwachting van het SER-advies.