19 december 2001
De Europese Raad van Stockholm (maart 2001) heeft de juiste stappen genomen om de EU en de lidstaten voor te bereiden op de gevolgen van de vergrijzing. Die voorbereiding kan langs drie wegen : door vergroting van de arbeidsdeelname, door verdere vermindering van de overheidsschuld waardoor rentelasten op de begroting worden vrijgespeeld en door het kritisch bezien van de oudedagsvoorziening. De nadere invulling van deze stappen dient plaats te vinden via een integrale aanpak. Een dergelijke aanpak biedt lidstaten voldoende ruimte om binnen de op EU-niveau gemaakte afspraken te kiezen voor een voor hen geëigende combinatie van beleidsinstrumenten en garandeert tevens dat dit maatwerk tot een adequate voorbereiding op de gevolgen van vergrijzing leidt. Ook de nauwe samenhang tussen enerzijds de arbeidsmarkt en anderzijds de sociale zekerheid en oudedagsvoorziening noopt tot een integrale aanpak. Deze aanpak maakt het mogelijk een goed evenwicht te vinden tussen financiële en sociale doelstellingen.
Dit staat in een ontwerpadvies1 over de Europese Unie en vergrijzing, dat een commissie van de SER onder voorzitterschap van prof.dr. F. Leijnse heeft voorbereid. De raad zal naar verwachting op vrijdag 15 februari a.s. dit ontwerpadvies bespreken. De tekst ligt nu ter bespreking voor aan de achterbannen van de centrale ondernemersorganisaties en de vakcentrales. Het advies is een reactie op een adviesaanvraag van 12 juni jl. van minister Vermeend en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken.
Budgettaire gevolgen vergrijzing
In alle landen van de EU is sprake van vergrijzing van de bevolking. Daardoor zullen de uitgaven voor collectieve voorzieningen, in het bijzonder de wettelijke pensioenen en gezondheidszorg, in de eerste helft van deze eeuw gemiddeld met minimaal zes procentpunten van het Bruto Binnenlands Product oplopen. In Nederland zal deze groei hoger zijn. Daar staat echter tegenover dat in Nederland ook de ‘vergrijzingsgerelateerde’ overheidsinkomsten toenemen. Oorzaak daarvan is de belasting op aanvullende pensioenuitkeringen en de daaruit voortvloeiende bestedingen. Per saldo zal daardoor de vergrijzingsdruk in Nederland minder zijn dan het EU- gemiddelde.
Door tijdig maatregelen te nemen kunnen de lidstaten van de EU de stijging van de vergrijzingsdruk opvangen. Dit kan via een combinatie van instrumenten. Lidstaten kunnen met name:
- hun overheidsschuld verder terugdringen waardoor er rentelasten worden vrijgespeeld en er meer ruimte komt op de begroting om de stijging van de vergrijzingsgerelateerde uitgaven op te vangen;
- de arbeidsdeelname vergroten waardoor er een groter draagvlak ontstaat om de stijging van de vergrijzingsgerelateerde uitgaven te financieren;
- de regelgeving voor sociale bescherming aanpassen waardoor de stijging van de vergrijzingsgerelateerde uitgaven beheerst wordt;
- een groter beroep doen op de inkomenssolidariteit tussen ouderen door verbreding van de belastinggrondslag.
Uitgangspunten EU-beleid
Het opvangen van de budgettaire gevolgen van de vergrijzing is volgens het ontwerp-advies uitdrukkelijk een nationale zaak. Lidstaten moeten zelf beslissen hoe en in welke mate zij bovengenoemde instrumenten gebruiken. Het EU-Verdrag biedt enerzijds voldoende garanties om te voorkomen dat lidstaten de vergrijzingslasten afwentelen op de Europese Unie; anderzijds biedt het Verdrag voldoende mogelijkheden om de lidstaten aan te sporen tijdig maatregelen te nemen om de vergrijzingslasten op een adequate manier op te vangen. EU-beleid kan volgens de SER-commissie op twee manieren van toegevoegde waarde zijn bij de opvang van de vergrijzinglasten door de lidstaten. Ten eerste kunnen de lidstaten zich binden aan gemeenschappelijke afspraken en doelstellingen. Ten tweede kunnen lidstaten door informatie-uitwisseling en vergelijking van prestaties aangespoord worden toereikende maatregelen te nemen en van elkaars ervaringen en aanpak te leren.
Arbeidsimmigratie
De SER-commissie vindt dat migratie in het algemeen geen duurzaam tegenwicht kan bieden tegen de vergrijzing van de bevolking. Wel zal de vermindering van de groei van de beroepsbevolking bestaande knelpunten aan de bovenkant van de arbeidsmarkt benadrukken. De ambitie van de Europese Raad om de EU tot koploper op het gebied van de kenniseconomie te laten behoren, komt hierdoor in gevaar. Pas als de knelpunten op de arbeidsmarkt niet door burgers uit de EU kunnen worden opgelost, wordt het noodzakelijk mensen van buiten de EU te werven. De beslissing hierover behoort bij de lidstaten te liggen. Conform het besluit van de Europese Raad van Tampere is het zinvol om binnen de EU tot een bepaalde harmonisatie te komen van de voorwaarden van toegang en verblijf van arbeidsmigranten.
1Het gaat om een ontwerpadvies. Het standpunt dat hier wordt weergegeven is dat van de commissie van voorbereiding.
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.