Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2001 | Verslag raadsvergadering 16 november

Verslag raadsvergadering 16 november

16 november 2001

De SER heeft vandaag een advies vastgesteld over het Nationaal Milieubeleidsplan 4. Verder stond het rapport Werken aan draagvlak – de evaluatie van de adviestaak van de SER – op de agenda.

Werken aan draagvlak
In het rapport Werken aan draagvlak heeft de SER zijn adviesfunctie geëvalueerd. Daarbij is ook een extern bureau, Berenschot, ingeschakeld. Uit de evaluatie blijkt dat na de afschaffing van de adviesplicht het aantal adviezen niet is afgenomen. Er is vaker sprake van unanimiteit dan voorheen en de voorbereiding vergt gemiddeld minder tijd. Bovendien blijken de meeste betrokkenen, ook politici, goed te spreken over de raad en zijn adviezen. Bureau Berenschot stelt vast dat zij de kwaliteit en het draagvlak van de adviezen waarderen. Maar er is ook kritiek op de presentatie van adviezen in de raad en op de tendens buiten de traditionele sociaal-economische onderwerpen te treden.

Tijdens de raadsvergadering bracht het kroonlid mevrouw prof.mr. I.P. Asscher-Vonk naar voren dat de SER tevreden kon zijn over de conclusies van het rapport, maar dat dit nog geen reden is om als raad “op de lauweren te gaan rusten”. Want: “Als ik om mij heen kijk hier in de raadzaal, zie ik vooral veel grijze pakken en witte gezichten. Met andere woorden, er is een per geleding wisselend aantal vrouwen en er zijn in het geheel geen allochtonen onder de raadsleden.”

Nationaal Milieubeleidsplan 4
In het advies over NMP4 bepleit de raad een plan van aanpak voor de overgang naar een duurzame energiehuishouding. De raad steunt de kerngedachte uit het NMP4 dat op een aantal terreinen ingrijpende transities nodig zijn om tot een duurzame samenleving te komen. Transities zijn veranderingsprocessen op de lange termijn. Het denken in transities is vernieuwend en ambitieus en stelt hoge eisen aan het overheidsbeleid. Zo heeft transitiebeleid een tijdhorizon van vele decennia, die vereist dat huidige en toekomstige politici bereid zijn om werkelijk langetermijnbeleid te voeren en de druk van kortetermijnbelangen te weerstaan. Ook is de inzet van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties nodig om een transitie te realiseren.
Het ontwerpadvies was opgesteld door de SER-Commissie Duurzame Ontwikkeling, onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu van 20 juli jl.

Namens de werkgevers sprak drs. A. Kraaijeveld . Hij vond het opmerkelijk dat er een unaniem advies tot stand is gekomen. “Het stond niet bij voorbaat vast dat dit een gemakkelijke exercitie zou zijn. Aan de ene kant is er de milieubeweging die in haar commentaren het NMP4 grotendeels onderschrijft, aan de andere kant het bedrijfsleven dat op belangrijke onderdelen forste kritiek heeft.” Het advies laat volgens Kraaijeveld zien dat de milieubeweging zich binnen de SER constructief opstelt en bereid is om te overleggen. En dat is de essentie van het (groene) polderoverleg. Het SER-advies geeft hoop voor de toekomst, aldus Kraaijeveld.
De raad constateert volgens Kraaijeveld dat het NMP4 zich kritisch opstelt in de beoordeling van milieuconvenanten. “Hoewel er op zichzelf niets is tegen een evaluatie van de convenanten, wijst de SER wel op de positieve bijdrage die convenanten hebben geleverd aan de realisatie van milieudoelstellingen. De convenantgedachte van samenwerking zou wel eens een belangrijke voorwaarde kunnen zijn voor het op gang brengen van transitieprocessen.”

Drs. H.T. van der Kolk voerde het woord namens de drie vakcentrales. Hij vond het “een dun advies over een breedsprakige nota”. Volgens hem komt dat vooral door de krappe voorbereidingstijd en dat vond hij jammer, gezien het belang van het onderwerp. Zijns inziens moet de SER zich niet alleen laten leiden door de planning van de vaste Kamercommissie.
Van der Kolk zei dubbele gevoelens te hebben bij het NMP 4. “Enerzijds verbreedt het het blikveld naar 2030, waarbij een internationale dimensie wordt toegevoegd, en introduceert het een nieuwe strategische aanpak. Anderzijds wordt een aantal belangrijke doelstellingen uit voorgaande NMP’s afgezwakt en is die nieuwe strategische aanpak niet meer dan een aanzet. Het gevaar bestaat dat die nieuwe aanpak blijft steken in goede bedoelingen.” Goed vond hij de duidelijke rol die de overheid krijgt toebedeeld. Die moet initiërend zijn naar burgers en bedrijfsleven toe.
Van der Kolk bepleitte verder een nieuwe scholingsronde voor werknemers op het gebied van milieuzorg, gericht op het denken over transities.

Het kroonlid mevrouw prof.dr. J.M. Cramer zei het op prijs te stellen dat de SER het NMP 4 op hoofdlijnen onderschrijft. Omdat de raad de uitwerking van de voorgestelde transities onvoldoende vindt, komt hij zelf met een plan van aanpak. Volgens Cramer geeft de SER hiermee een goede voorzet. Toch zullen de voorgenomen transities niet eenvoudig van de grond komen, aldus het kroonlid. Daarvoor moeten bedrijven een sense of urgency voelen. Bovendien hebben ondernemingen manoeuvreerruimte nodig om veranderingen te realiseren: transities kun je als bedrijf of instelling niet alleen. Ook moeten bedrijven een competitief voordeel zien in de gewenste veranderingen, stelde Cramer. Daarom is het belangrijk dat de overheid de zogeheten first movers ondersteunt.
“Een transitie is een complexe zaak”, concludeerde prof. Cramer. Daarom is het van groot belang dat de overheid een integraal beleid gaat voeren. Met Economische Zaken als coördinerend ministerie, zoals ook in het SER-advies staat. “De overheid moet geen regels bedenken en opleggen, maar inspireren en regisseren. Uiteindelijk moet dat leiden tot een soort Deltaplan voor de energie.” Het kroonlid zag ook een belangrijke rol weggelegd voor private partijen. Ze pleitte voor het stimuleren van consortia die zich bezighouden met bijvoorbeeld het ontwikkelen van plannen om tot aanzienlijke CO2-reductie te komen. De overheid kan dan ideeën selecteren en ruimschoots financiële middelen inzetten om deze plannen uit te voeren.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Mariek de Valk, tel 070-3499648.